CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8. Emancipatiemonitor 2025 - Conclusies.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 15 april 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief voortgang gendergelijkheid en Emancipatiemonitor 2025 (VN2026-003222)4.960 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Emancipatiemonitor 2025: Conclusies Conclusies

Onderzoek en Statistiek

In opdracht van: Projectnummer: Auteurs: E-mailadressen:

afdeling Diversiteit 240263 Ellen Lindeman en Sara Rubingh e.lindeman@amsterdam.nl en s.rubingh@amsterdam.nl

Bezoekadres: Post: Telefoon: Website:

President Kennedylaan 923 Postbus 658 1000 AR Amsterdam 020 251 0333 onderzoek.amsterdam.nl

Foto voorzijde:

Westerstraat, fotograaf Edwin van Eis (2024)

Amsterdam, februari 2026 3

Inhoud

Inhoud

2

Inleiding

3

1

4

Verschillen tussen Amsterdamse vrouwen en mannen

1.1 51 procent van de Amsterdammers is vrouw 4 1.2 Amsterdamse vrouwen hebben een vergelijkbaar opleidingsniveau als mannen, maar grote verschillen wat betreft keuze voor sectoren 5 1.3 Amsterdamse vrouwen zijn minder vaak economisch zelfstandig, en hebben vaker onbetaald werk dan mannen 6 1.4 Amsterdamse vrouwen even actief in de politiek als mannen, maar ervaren minder politieke invloed 7 1.5 Amsterdamse vrouwen voelen zich vaker onveilig en worden vaker slachtoffer van bepaalde vormen van criminaliteit 8 1.6 Amsterdamse vrouwen ervaren minder goede gezondheid en vaker psychische klachten en stress dan mannen 9

2

Verschillen tussen Amsterdamse vrouwen

11

2.1 Jonge vrouwen ervaren meer mentale gezondheidsproblemen en onveiligheid dan andere vrouwen 11 2.2 Vrouwen met een basisopleiding ervaren meer gezondheidsproblemen, zijn minder vaak economische zelfstandig en ervaren minder politieke invloed 12 2.3 Vrouwen met een migratieachtergrond ervaren vaker gezondheidsproblemen, hebben minder vaak betaald werk en stemmen minder 12 2.4 Verschillen naar stadsdelen reflecteren demografische verschillen 13

Literatuurlijst

15

Inleiding

Eind 2024 is de landelijke Emancipatiemonitor uitgebracht door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), waarin recente gegevens over de positie van vrouwen en mannen op diverse terreinen worden gepresenteerd. Uit deze monitor blijkt dat ongelijkheid tussen vrouwen en mannen op een aantal terreinen blijft bestaan (CBS, 2024a). Ook in Amsterdam zagen we in de laatste Amsterdamse Emancipatiemonitor ongelijkheid tussen vrouwen en mannen (O&S, 2018). De afdeling Diversiteit heeft Onderzoek en Statistiek (O&S) gevraagd een aantal van deze cijfers te updaten en een nieuwe Emancipatiemonitor te ontwikkelen, die middels deelrapportages ingaat op de domeinen bevolking, onderwijs, werk en inkomen, veiligheid, gezondheid en politieke participatie. Deze publicatie bevat de belangrijke resultaten uit de zes thematische deelrapportages van de Emancipatiemonitor 2025 en trekt conclusies over de positie van vrouwen in Amsterdam (inclusief Weesp) op de verschillende terreinen. De zes thema’s zijn: ▪ Bevolking ▪ Onderwijs ▪ Werk en inkomen ▪ Politieke participatie ▪ Veiligheid ▪ Gezondheid

3

1 Verschillen tussen Amsterdamse vrouwen en mannen

In dit hoofdstuk gaan we in op de belangrijkste verschillen en overeenkomsten tussen de posities van Amsterdamse vrouwen en van Amsterdamse mannen. Ook wordt zo mogelijk een vergelijking met Nederland gemaakt. Wat betreft onderwijs en politieke participatie lijken Amsterdamse vrouwen relatief weinig belemmeringen te hebben ten opzichte van het landelijk gemiddelde, wat betreft gezondheid juist meer belemmeringen en wat betreft veiligheid en werk en inkomen zien we een wisselend beeld.

1.1 51 procent van de Amsterdammers is vrouw Er wonen in Amsterdam 472.000 vrouwen. Er zijn iets meer vrouwen dan mannen: 51 procent van de Amsterdammers is vrouw. Landelijk zijn er ook iets meer vrouwen dan mannen (afgerond wel 50%). Ongeveer 100 Amsterdammers staan niet geregistreerd in de categorie man of vrouw. Deze Amsterdammers identificeren zichzelf bijvoorbeeld als non-binair of hun geslacht is onbekend. Amsterdamse vrouwen zijn relatief vaak tussen de 18 en 34 jaar. Dit heeft te maken met het aantal studenten aan de hogescholen en universiteiten in de stad. Onder deze studenten is 55 procent vrouw (O&S, 2023). Ook zijn er relatief veel vrouwen van 65 jaar en ouder. Dit heeft te maken met het feit dat vrouwen gemiddeld ouder worden dan mannen. Onder de andere leeftijdsgroepen zijn er net iets meer mannen. Vrouwen wonen relatief vaker in een eenoudergezin dan mannen en zijn vaker alleenstaand ouder. Figuur 1.1 Aantal vrouwen en mannen per leeftijdsgroep, 2025 (aantallen) 140.000 120.000

100.000 80.000

60.000 40.000 20.000 0

0 tm 4

5 tm 11

12 tm 17

18 tm 24 vrouw

25 tm 34

35 tm 54

55 tm 64

65plus

man

bron: O&S

Lees meer over de bevolking in de stad, zoals het aantal vrouwen in de stadsdelen en binnen verschillende migratieachtergronden in de deelrapportage bevolking. 4

1.2 Amsterdamse vrouwen hebben een vergelijkbaar opleidingsniveau als mannen, maar grote verschillen wat betreft keuze voor sectoren Het opleidingsniveau van Amsterdamse vrouwen verschilt van het opleidingsniveau gemiddeld onder vrouwen in Nederland. Zo heeft een groter aandeel van de Amsterdamse vrouwen een hbo- of wo-opleiding afgerond dan gemiddeld in Nederland. Het opleidingsniveau van Amsterdamse vrouwen is vergelijkbaar met het opleidingsniveau van Amsterdamse mannen. Tussen jonge Amsterdamse vrouwen en mannen zien we wel verschillen. Zo zijn er meer jonge vrouwen dan mannen die een wo-opleiding voltooien. Hoewel het hoogst voltooide opleidingsniveau vergelijkbaar is tussen mannen en vrouwen, zien we wel verschillen in de onderwijsloopbanen van Amsterdamse meisjes en jongens, zoals in basisschooladviezen en profielkeuzes.

Amsterdam Nederland

Figuur 1.2 Samenstelling inwoners van 15 t/m 74 jaar naar opleidingsniveau, 2023 (procenten) vrouw

26

40

20

13

man

26

42

18

14

vrouw

21

man

23

0%

29 30 20% max. mbo-1

40%

19

30

17

31

60%

mbo2-mbo4 of havo/vwo

80% hbo

100%

wo

bron: CBS Microdata, bewerking O&S

Zo komt het bij meisjes vaker voor dat zij een lager basisschooladvies krijgen van hun docent dan hun toetsresultaat aangeeft. Leerlingen krijgen in groep 8 eerst een voorlopig schooladvies van de leerkracht voor het niveau in het voortgezet onderwijs. Daarna maken ze de doorstroomtoets waaruit ook een advies volgt. Meisjes worden dus vaker onderschat dan jongens. Wanneer het toetsadvies hoger is dan het advies van de leerkracht, kan het advies worden bijgesteld. Meisjes krijgen structureel vaker een bijgesteld advies dan jongens. Amsterdamse meisjes en jongens krijgen daarom uiteindelijk wel even vaak dezelfde adviezen. Landelijk zijn er wel verschillen in de adviezen tussen jongens en meisjes. Zo krijgen jongens structureel vaker een vwo-advies dan meisjes (CBS Statline). Naast de verschillende resultaten, zijn er ook inhoudelijke verschillen. De sector- en profielkeuze in het voortgezet onderwijs ziet er voor meisjes anders uit dan voor jongens. Met de keuze van hun sector (vmbo) of profiel (havo en vwo) kiezen leerlingen in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs de inhoudelijke richting van hun opleiding. Jongens kiezen vaker dan meiden voor een vakkenpakket gericht op techniek of economie. Meiden kiezen juist vaker voor zorg en cultuur. Deze verhoudingen zijn de afgelopen jaren stabiel en zien we ook landelijk terug.

Een van de factoren voor deze genderverschillen in schoolloopbanen kunnen worden samengevat als denkbeelden die binnen de maatschappij en onder individuen bestaan over gender (Onderwijsraad, 2020). Deze denkbeelden, bijvoorbeeld stereotype ideeën over welke vaardigheden, studierichtingen en beroepen bij welk gender ‘passen,’ vertalen zich in verschillende verwachtingen en gedrag ten opzichte van jongens en meisjes.

5

Lees meer over onderwijs, zoals middelbareschooldiploma’s en het aantal studenten op het mbo, hbo en wo in de deelrapportage onderwijs.

1.3 Amsterdamse vrouwen zijn minder vaak economisch zelfstandig, en hebben vaker onbetaald werk dan mannen Ondanks dat Amsterdamse vrouwen en mannen een vergelijkbare uitgangspositie hebben wanneer zij de arbeidsmarkt opgaan wat betreft hun opleiding, zien we dat dit niet leidt tot gelijke uitkomsten in werk en inkomen. Vrouwen hebben minder vaak betaald werk en werken minder vaak voltijds dan mannen, waardoor zij ook minder vaak economisch zelfstandig zijn. Vrouwen doen daarentegen vaker onbetaald werk en besteden meer tijd aan huishoudelijke en zorgtaken dan mannen. Vrouwen hebben minder vaak betaald werk dan mannen: 76,9 procent van de Amsterdamse vrouwen werkt, tegenover 84,3 procent van de mannen. Landelijk is dit verschil groter. Ook werken Amsterdamse vrouwen minder vaak voltijds dan Amsterdamse mannen (59% onder Amsterdamse vrouwen versus 81% onder Amsterdamse mannen), maar wel vaker dan vrouwen landelijk (35% onder Nederlandse vrouwen). Dit relatief hoge aandeel voltijd werkende vrouwen in Amsterdam hangt samen met het opleidingsniveau van vrouwen. Landelijk onderzoek benoemt dat hbo-/wo-opgeleide vrouwen relatief meer uren werken dan basisopgeleide vrouwen en vrouwen met een havo, vwo of mbo-diploma (CBS, 2024a). Amsterdam kent zoals eerder beschreven relatief veel vrouwen met een hbo-/wo- opleiding.

Vrouwen zijn minder vaak economische zelfstandig dan mannen (71% versus 78% in 2023). Mensen zijn economisch zelfstandig als zij ten minste het bijstandsniveau verdienen (exclusief sociale verzekeringen). Vrouwen in Amsterdam zijn iets vaker economisch zelfstandig dan landelijk (71% van Amsterdamse vrouwen tegenover 69,5% van de Nederlandse vrouwen). Het verschil tussen mannen en vrouwen is kleiner dan landelijk (in Amsterdam 7 procentpunt verschil, in Nederland 13 procentpunt verschil). Dat vrouwen minder vaak economisch zelfstandig zijn dan mannen komt doordat vrouwen minder uren werken en ook vaak minder per uur verdienen dan mannen. Het verschil in economische zelfstandigheid is de afgelopen 9 jaar wel afgenomen in Amsterdam. Onder samenwonende ouders is het verschil tussen mannen en vrouwen het grootst: 66 procent van de vrouwen is economisch zelfstandig, tegenover 80 procent van de mannen. Vrouwen gaan vaker in deeltijd werken dan mannen rond de geboorte van hun eerste kind en vrouwen hebben vaker dan mannen geen inkomen of een lager inkomen als ze een eerste kind hebben, wat doorwerkt in hun economische zelfstandigheid.

6

Afb. 1.3 Economische zelfstandigheid mannen en vrouwen in Amsterdam en Nederland, exclusief studenten, 2014 -2023* (procenten) 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20%

10% 0% 2011

2012

2013

Amsterdam mannen

* betreft voorlopige cijfers

2014

2015

2016

Amsterdam vrouwen

2017

2018

2019

2020

Nederland mannen

2021

2022

2023*

Nederland vrouwen

bron: CBS Microdata, bewerking O&S

Hoewel Amsterdamse vrouwen minder vaak werken en minder uren werken dan mannen, doen Amsterdamse vrouwen wel vaker onbetaald werk dan mannen, zoals vrijwilligerswerk en mantelzorg (28% versus 20%). Onder Amsterdammers die naast onbetaald werk ook betaald werk verrichten, is het verschil tussen mannen en vrouwen kleiner. Aan degenen die samenwonen met een partner is ook gevraagd hoeveel uren zij, naast de hiervoor genoemde vormen van (on)betaald werk, gemiddeld per dag besteden aan huishoudelijke en zorgtaken. Vrouwen besteden hier gemiddeld meer tijd aan dan mannen: 3,7 uur per dag tegenover 3,1 uur. Amsterdammers met kinderen besteden meer tijd aan deze taken dan degenen zonder kinderen. Maar voor beide groepen geldt, met of zonder kinderen, dat vrouwen hier meer tijd aan besteden dan mannen. Bij Amsterdammers met betaald werk is het verschil tussen vrouwen en mannen kleiner, al besteden vrouwen met een voltijdbaan relatief meer tijd aan deze taken dan mannen met een voltijdbaan. Vrouwen zijn minder tevreden dan mannen over de taakverdeling van werk, huishoudelijke en zorgtaken binnen hun huishouden dan mannen (resp. 64% en 75%). Lees meer over werk en inkomen, zoals over leidinggevende functies, discriminatie op de werkvloer en inkomensverschillen in de deelrapportage werk en inkomen.

1.4 Amsterdamse vrouwen even actief in de politiek als mannen, maar ervaren minder politieke invloed Wat betreft politieke participatie lijken Amsterdamse vrouwen niet veel te verschillen van Amsterdamse mannen. We zien, in tegenstelling tot landelijk, geen verschil in opkomst bij verkiezingen tussen vrouwen en mannen. Naast dat er weinig verschil is in het gebruik van het actief stemrecht, zien we ook wat betreft passief stemrecht (het verkozen worden) weinig verschillen tussen vrouwen en mannen. Ongeveer de helft van de gemeenteraadsleden en wethouders is vrouw in deze coalitieperiode (2022-2026). Dit is een

7

stuk hoger dan gemiddeld in Nederland. Gemiddeld in Nederland gaat het om 33 procent vrouwelijk gemeenteraadsleden en 27 procent vrouwelijk wethouders. Dit heeft deels te maken met de bevolkingssamenstelling van Amsterdam: in Amsterdam hebben relatief veel vrouwen een hbo-/wo-opleiding behaald. Uit onderzoek weten we dat mensen met meer hulpbronnen, waar een hbo-/wo-leiding een van is, vaker geneigd zijn om te stemmen en om zich verkiesbaar te stellen. Ondanks dat we weinig verschillen tussen Amsterdamse mannen en vrouwen zien in politieke participatie, zien we wel verschil in ervaren politieke invloed. Amsterdamse vrouwen ervaren namelijk minder politieke invloed dan mannen. Een kwart (26%) van de Amsterdamse vrouwen vindt dat mensen zoals zijzelf invloed hebben op de gemeentepolitiek. Onder mannen geldt dat voor drie op de tien. Een kleiner aandeel van de vrouwen beoordeelt hun eigen invloed op de stad als voldoende, slechts 12 procent, tegenover 17 procent onder mannen. De descriptieve vertegenwoordiging (de helft van de gemeenteraadsleden en wethouders is vrouw en de burgemeester is een vrouw) vertaalt zich dus niet direct door naar ervaren vertegenwoordiging. Figuur 1.4 Stellingen over invloed in de gemeentepolitiek naar geslacht, 2023 (procenten) Mensen zoals ik hebben wel degelijk invloed op de gemeentepolitiek

Ik heb voldoende invloed op wat er voor de stad besloten wordt

vrouw

26

30

32

12

man

30

26

35

9

vrouw

12

man

17

0%

29

45 31

20%

14 41

40%

60%

11 80%

100%

(helemaal) mee eens

niet eens, niet oneens

(helemaal) mee oneens

weet niet / geen antwoord

bron: Burgermonitor 2023, O&S

Lees meer over politieke participatie, zoals andere politieke activiteiten dan stemmen in de deelrapportage politieke participatie.

1.5 Amsterdamse vrouwen voelen zich vaker onveilig en worden vaker slachtoffer van bepaalde vormen van criminaliteit Wat betreft veiligheid zien we verschillen tussen Amsterdamse vrouwen en mannen. Vrouwen voelen zich, net als in Nederland als geheel, vaker onveilig dan mannen, zowel in het algemeen als in de eigen buurt. Bovendien zijn ze vaker slachtoffer van bepaalde vormen van criminaliteit. Amsterdamse vrouwen voelen zich in het algemeen vaker onveilig dan mannen (50% versus 31% van de mannen in de afgelopen 12 maanden). Dat geldt ook voor ervaren onveiligheid in de eigen buurt (23% versus 15% onder mannen). Amsterdammers voelen zich vaker onveilig dan gemiddeld in Nederland, zowel in het algemeen als in de eigen buurt (in Nederland respectievelijk 35% en 15%; CBS, 2024a). Die gevoelens van onveiligheid gaan gepaard met vermijdingsgedrag. Zo geven Amsterdamse vrouwen ook vaker dan mannen 8

aan dat zij verschillende vormen van vermijdingsgedrag vertonen. Zo loopt of rijdt 48 procent van de vrouwen in de eigen buurt weleens om om onveilige plekken te vermijden, tegenover 32 procent van de mannen. Bijna twee keer zoveel vrouwen als mannen geven aan wel eens niet alleen de deur uit te gaan vanwege onveiligheidsgevoelens (39% versus 20%). Ook landelijk zien we verschillen tussen mannen en vrouwen voor deze vermijdingsgedragingen (CBS, 2024a). Figuur 1.5 Onveiligheidsbeleving in het algemeen, naar geslacht, 2024 (procenten)

bron: O&S Veiligheidsmonitor 2024

Verschillende vormen van slachtofferschap komen vaker voor onder vrouwen dan onder mannen. Amsterdamse vrouwen zijn vaker slachtoffer van fysieke seksuele grensoverschrijding, vaker slachtoffer van langdurige stalking en ervaren vaker straatintimidatie dan mannen. 55 procent van de vrouwen ervaarde straatintimidatie in de afgelopen 12 maanden versus 36 procent van de mannen. Bij vrouwen gaat het daarbij relatief vaak om nagefloten worden en nageroepen of aangesproken worden met seksuele opmerkingen. Vrouwen zijn daarentegen minder vaak slachtoffer van bedreiging en worden minder vaak aangevallen of mishandeld dan mannen. Bovendien zijn vrouwen vaker slachtoffer van huiselijk geweld dan mannen, zo blijkt uit landelijke onderzoeken (CBS, 2024b en 2024c). Huiselijk geweld wordt doorgaans gepleegd door een (ex-)partner, en mannen zijn vaker pleger dan vrouwen. In Amsterdam zijn 8.550 meldingen van huiselijk geweld geregistreerd bij Veilig Thuis in 2024, waarvan 3.555 meldingen van (ex-)partnergeweld. Onbekend is in hoeveel gevallen het slachtoffer vrouw is. Cijfers over femicide zijn ook alleen landelijk beschikbaar: in 2014–2024 werden 448 vrouwen in Nederland het slachtoffer van moord of doodslag, waarvan 80 procent binnenshuis en 91 procent door een man (Universiteit Leiden, 2025).

Lees meer over veiligheid, zoals andere vormen van slachtofferschap en weerbaarheid in de deelrapportage veiligheid.

1.6 Amsterdamse vrouwen ervaren minder goede gezondheid en vaker psychische klachten en stress dan mannen Vrouwen worden gemiddeld ouder dan mannen, maar leven langer in slechte gezondheid. Amsterdamse vrouwen ervaren hun gezondheid minder vaak als goed en hebben vaker angst- en depressiegevoelens en stress dan mannen. Wat betreft de ervaren gezondheid wijkt Amsterdam niet af van het landelijke beeld. Ongeveer driekwart van de Amsterdammers ervaart diens gezondheid als goed. Amsterdamse vrouwen voelen zich iets minder vaak gezond dan mannen (72% van de

9

Amsterdamse vrouwen en 75% van de mannen). De percentages van Nederlandse vrouwen en Amsterdamse vrouwen zijn vergelijkbaar. Figuur 1.6 Ervaart (zeer) goede gezondheid en hand in de afgelopen vier weken angst- of depressiegevoelens, naar geslacht, 2024 (procenten) Ervaart een (zeer) goede gezondheid

totaal Amsterdam

Had in de afgelopen vier weken angst- of depressiegevoelens

totaal Amsterdam

72 75 72 76

totaal Nederland

totaal Nederland

41

0%

52 51

50% vrouw

60

100%

man

bron: Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2024, GGD’en/CBS/RIVM en GGD Amsterdam, bewerking O&S

Wel zien we voor specifieke gezondheidsklachten zoals angst- en depressiegevoelens en stress dat in Amsterdam zowel vrouwen als mannen hier vaker last van hebben dan gemiddeld in Nederland. Bijna een derde van de Amsterdamse vrouwen ervaarden (heel) veel stress de afgelopen maand (32%). Dat is meer dan onder mannen in de hoofdstad (23%). Dergelijke verschillen zien we ook landelijk, maar deze zijn minder groot: 23 procent van de vrouwen en 17 procent van de mannen ervaarden (heel) veel stress de afgelopen 4 weken. Vrouwen ervaren vaker angst- en depressiegevoelens dan mannen: zes op de tien Amsterdamse vrouwen hadden in de vier weken voorafgaand aan het onderzoek angst- of depressiegevoelens, tegenover de helft van de mannen (60% versus 52%, GGD, 2025). De ervaren gezondheid, vooral de mentale gezondheid, van vrouwen is belangrijk voor hun ervaren geluk, zo blijkt uit onderzoek van O&S. Ook het hebben van betaald werk (zie paragraaf 1.3) en het kunnen rondkomen dragen positief bij aan hun geluksgevoel (O&S, 2024). Naast dat vrouwen zich in het algemeen minder vaak (mentaal) gezond voelen dan mannen speelt ook dat kennis over gezondheid sterk is gebaseerd op mannen. Dit geldt niet alleen voor de geneeskundige praktijk, maar ook voor wetenschappelijk onderzoek.

Door de beperkte aandacht voor sekse- en genderverschillen blijven specifieke klachten, symptomen en problemen van vrouwen onderbelicht, wat doorwerkt in richtlijnen, diagnoses en behandelingen (zie bijvoorbeeld Perez, 2024, ‘Onzichtbare vrouwen’, hoofdstuk 11). Lees meer over gezondheid, zoals de (gezonde) levensverwachting, ervaren eenzaamheid en het voldoen aan de beweegnorm in de deelrapportage gezondheid.

10

2 Verschillen tussen Amsterdamse vrouwen

In dit hoofdstuk kijken we naar verschillen tussen vrouwen in Amsterdam. We zien dat voor vrouwen met bepaalde achtergrondkenmerken geldt dat zij een stapeling van ongelijkheden op verschillende terreinen hebben ten opzichte van andere vrouwen. Kimberlé Crenshaw introduceerde daarvoor het concept intersectionaliteit (1989). Zij liet zien dat vrouwen van kleur in de Verenigde Staten stelselmatig slachtoffer werden van verschillende vormen van beleid. Beleid om vrouwenrechten te verbeteren richtte zich namelijk vooral op witte vrouwen, en beleid om racisme tegen te gaan richtte zich vooral op zwarte mannen. Het intersectioneel denken probeert dus de complexiteit te vangen van de ervaringen van mensen die zich op het kruispunt bevinden van verschillende ongelijkheden, bijvoorbeeld van geslacht en migratieachtergrond.

2.1 Jonge vrouwen ervaren meer mentale gezondheidsproblemen en onveiligheid dan andere vrouwen Jonge Amsterdamse vrouwen ervaren relatief vaak verschillende (mentale) gezondheidsproblemen, voelen zich vaker onveilig en zijn vaker slachtoffer van bepaalde vormen van criminaliteit dan andere vrouwen. Zo zien we dat twee derde van de jonge vrouwen (18-34 jaar) in de afgelopen vier weken angst- of depressiegevoelens had (65 procent) en een derde van de jonge vrouwen ervaart chronische stress (32 procent). Zij ervaren dit ook vaker dan mannen van die leeftijd en ook vaker dan vrouwen landelijk, zo blijkt uit de Gezondheidsmonitor van de GGD. Dergelijke verschillen lijken samen te hangen met hogere ervaren prestatiedruk en meer ervaren druk van sociale media onder jonge vrouwen. Bovendien voelen jonge vrouwen (16-34 jaar) zich over het algemeen vaker onveilig (58 procent) dan oudere vrouwen (39% onder 55 jaar en ouder). Naast dat zij zich vaker onveilig voelen, zijn jonge vrouwen ook vaker slachtoffer van sommige vormen van criminaliteit dan oudere vrouwen. Zo rapporteren jonge vrouwen (16-34 jaar) relatief vaak dat zij in het afgelopen jaar tegen hun wil zijn aangeraakt of vastgepakt met seksuele bedoelingen, dat zij bedreigd zijn zonder geweld, en dat zij slachtoffer zijn geworden van sexting-misbruik en van straatintimidatie.

In 2024 is 72 procent van de jonge vrouwen geconfronteerd met straatintimidatie. Voor jonge mannen geldt ook dat zij vaker bedreigd zijn zonder geweld dan oudere mannen. Deze verschillen naar leeftijd onder mannen is voor de andere genoemde vormen van slachtofferschap niet het geval. Naast deze mentale gezondheid en veiligheidsproblemen zien voor jonge vrouwen ook verschillen als het gaat om onderwijs en werk. Zo hebben jonge vrouwen (25-34 jaar) relatief vaak een wo-diploma ten opzichte van oudere vrouwen, maar ook ten opzichte van jongere mannen. Tegelijkertijd hebben jonge vrouwen (27 t/m 34 jaar) relatief vaak betaald werk (85 procent) en als zij werken, werken zij vaker fulltime dan oudere vrouwen. Jonge vrouwen zijn

11

dan ook relatief vaak economische zelfstandig. Naast dat zij vaker dan oudere vrouwen betaald werk hebben, besteden zij ook relatief vaak meer dan 12 uur per week aan onbetaald werk (19 procent van de 27- t/m 44-jarigen), ook vaker dan mannen van die leeftijd. Bij onbetaald werk kan men denken aan vrijwilligerswerk, maar ook informele hulp en mantelzorg.

2.2 Vrouwen met een basisopleiding ervaren meer gezondheidsproblemen, zijn minder vaak economische zelfstandig en ervaren minder politieke invloed Vrouwen met een basisopleiding ervaren een relatief slechte gezondheid, zijn minder vaak economisch zelfstandig en ervaren minder politieke invloed. Vrouwen met een basisopleiding hebben als hoogst behaalde diploma de basisschool, vmbo of mbo 1 afgemaakt. Vrouwen met een basisopleiding ervaren een relatief slechte gezondheid: bijna de helft van de vrouwen met maximaal een mbo-1-opleiding voelt zich gezond (49%), tegenover 82 procent onder de vrouwen met een hbo-/wo-opleiding. Amsterdammers met een basisopleiding zijn het minst vaak economisch zelfstandig. Ook is binnen deze groep het verschil tussen vrouwen en mannen het grootst: 33 procent van de vrouwen met een basisopleiding is economisch zelfstandig, tegenover 50 procent van de mannen. Deze vrouwen hebben namelijk minder vaak betaald werk. Vrouwen met een basisopleiding besteden relatief veel uren aan huishoudelijke en zorgtaken (gemiddeld 5,8 uur). Bovendien zijn ze minder vaak tevreden over de verdeling van werk en huishoudelijkeof zorgtaken binnen hun huishouden (60%) dan Amsterdammers met een mbo-diploma (69%) of met een hbo- of wo-diploma (72%). Verder ervaren vrouwen met een basisopleiding minder politieke invloed dan anders opgeleide vrouwen.

Zo vindt slechts acht procent van de Amsterdamse vrouwen met een basisopleiding dat hun belangen goed worden vertegenwoordigd in de Amsterdamse gemeenteraad. Dit kan deels te maken hebben met verschillen in hulpbronnen. Het gaat dan om hulpbronnen zoals tijd, geld, opleiding en democratische vaardigheden. Deze hulpbronnen zorgen onder andere voor meer politieke interesse en politieke kennis die kunnen doorwerken in politieke participatie (Smets & van Ham, 2013).

2.3 Vrouwen met een migratieachtergrond ervaren vaker gezondheidsproblemen, hebben minder vaak betaald werk en stemmen minder Vrouwen met een migratieachtergrond ervaren vaker gezondheidsproblemen, hebben minder vaak betaald werk en stemmen minder vaak dan vrouwen zonder migratieachtergrond. Hierbij zijn de verschillen groter voor vrouwen met een migratieachtergrond van buiten Europa of met een eerste generatie migratieachtergrond. Iemand die in het buitenland is geboren, heeft een eerste generatie migratieachtergrond. Iemand heeft een tweede generatie migratieachtergrond als die in Nederland is geboren, maar minstens één ouder in het buitenland is geboren. Als iemand zelf en beide ouders in Nederland zijn geboren, wordt gesproken van geen migratieachtergrond.

12

Vrouwen met een eerste generatie migratieachtergrond hebben minder vaak betaald werk dan vrouwen met een andere achtergrond. Er zijn hiervoor vele mogelijke verklaringen. Eén mogelijke verklaring is discriminatie bij sollicitaties. Uit de Discriminatiemonitor 2024 blijkt dat met name Amsterdammers met een migratieachtergrond denken dat de afwijzing bij een sollicitatie te maken heeft met discriminatie (O&S, nog te publiceren). Wanneer vrouwen met een eerste generatie migratieachtergrond werken, hebben zij relatief het vaakst een voltijdbaan (63% van de werkende vrouwen met een eerste generatie migratieachtergrond tegenover 51% van de werkende vrouwen met een tweede generatie migratieachtergrond en 54% van de werkende vrouwen zonder migratieachtergrond). Werkende vrouwen met een migratieachtergrond zijn minder vaak tevreden over de verdeling van betaald werk en huishoudelijke of zorgtaken binnen hun huishouden dan werkende vrouwen zonder migratieachtergrond. Vrouwen met een migratieachtergrond zijn minder vaak van plan te gaan stemmen dan vrouwen zonder migratieachtergrond. Ook onder mannen met een migratieachtergrond is dit patroon te zien.

Belangrijke redenen voor mensen met een migratieachtergrond om wel of juist niet te participeren zijn het gevoel er niet bij te horen, je gediscrimineerd te voelen en jezelf niet te herkennen in de politiek en politici (Kranendonk et al., 2017). In Amsterdam zien we ook verschillen naar migratie wat betreft ervaren politieke invloed. Amsterdamse vrouwen met een migratieachtergrond ervaren minder politieke invloed, met name zij met een Europese migratieachtergrond en zij van de eerste generatie, dan vrouwen zonder migratieachtergrond. Vrouwen met een migratieachtergrond van buiten Europa voelen zich minder vaak gezond dan vrouwen met een andere achtergrond. Ook hebben zij relatief vaak neerslachtige en sombere gevoelens. Dit laatste geldt ook voor vrouwen met een Europese migratieachtergrond. Onder mannen zien we ook deze verschillen naar migratieachtergrond. Dit kan deels te maken hebben met andere kenmerken van deze Amsterdammers. Ook zien we een mogelijke verklaring in discriminatie. Amsterdammers met een migratieachtergrond maken vaker discriminatie mee dan Amsterdammers zonder migratieachtergrond. Discriminatie kan diepe gevolgen hebben voor betrokkenen. Discriminatie kan resulteren in emotionele reacties, zoals verdriet, boosheid, en gevoelens van onveiligheid en ongeluk (Felten, e.a., 2021).

Op lange termijn kan het leiden tot zowel psychische als fysieke problemen voor de gezondheid (Felten e.a., 2021; Kinderombudsman Metropool Amsterdam, 2024). Ook Amsterdammers die discriminatie hebben meegemaakt in de afgelopen 12 maanden ervaren gevolgen hiervan. Zo geeft 30 procent van de gediscrimineerde Amsterdammers aan emotionele of psychische problemen te hebben ervaren (O&S, nog te publiceren).

2.4 Verschillen naar stadsdelen reflecteren demografische verschillen Naast verschillen tussen groepen vrouwen, zien we ook geografische verschillen. Deze verschillen naar stadsdeel reflecteren demografische verschillen. Vrouwen woonachtig in de stadsdelen Noord, Zuidoost en Nieuw-West hebben op verschillende domeinen belemmeringen. Vrouwen uit stadsdeel Centrum en Weesp, West en Zuid hebben relatief weinig belemmeringen. Dit hangt (deels) samen met de kenmerken van vrouwen die in deze stadsdelen wonen. De hierboven beschreven groepen, mensen met een basisopleiding en mensen met een migratieachtergrond, wonen relatief vaak in Noord, Zuidoost en NieuwWest (O&S, dashboard kerncijfers). In hoeverre het stadsdeel waar zij wonen ook bijdraagt

13

aan verschillen tussen stadsdelen is in dit onderzoek niet bekeken. Hieronder zijn een aantal van deze verschillen beschreven. Vrouwen woonachtig in Zuidoost hebben minder vaak betaald werk, voelen zich minder vaak gezond, vertonen vaker vermijdingsgedrag gerelateerd aan veiligheid, hebben minder vaak de intentie om te stemmen en ervaren minder politieke invloed. Ook vrouwen woonachtig in Noord hebben minder vaak betaald werk, voelen zich minder vaak gezond en minder veilig en ervaren minder vaak politieke invloed. Vrouwen woonachtig in Nieuw-West hebben minder vaak betaald werk, voelen zich minder vaak veilig en vertonen vaker vermijdingsgedrag. Bovendien hebben zij minder vaak de intentie om te stemmen. Hoewel we in het algemeen zien dat vrouwen woonachtig in stadsdeel Centrum minder belemmeringen ervaren dan vrouwen uit andere stadsdelen zien we op het gebied van veiligheid wel een aantal belemmeringen. Vrouwen woonachtig in stadsdeel Centrum voelen zich minder vaak veilig en zijn vaker slachtoffer van straatintimidatie. In dit stadsdeel wonen relatief veel jonge Amsterdammers (18-26 jaar, O&S, dashboard kerncijfers).

14

Literatuurlijst

CBS. (2024a). Emancipatiemonitor 2024. Opgehaald van https://longreads.cbs.nl/emancipatiemonitor-2024 CBS. (2024b). Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag 2024. CBS. Opgehaald van https://www.cbs.nl/nlnl/longread/rapportages/2024/prevalentiemonitor-huisleijk-geweld-en-seksueelgrensoverschrijdend-gedrag-2024 CBS. (2024c). Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling 2024. Opgehaald van https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2024/impactmonitoraanpak-huiselijk -geweld-en-kindermishandeling-2024 CBS Statline. (z.d.) Schooladvies en herziening advies basisonderwijs; achtergrondkenmerken. https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/84274NED/table?dl=CA0D2 Crenshaw, K. W. (1989). Demarginalizing the Intersection of Race and Sex: A Black Feminist Critique of Antidiscrimination Doctrine, Feminist Theory and Antiracist Politics. In: U. Chi. Legal F. 139. Geraadpleegd via: https://scholarship.law.columbia.edu/faculty_scholarship/3007 Felten, H., Wonderen, van R., Cadat-Lampe, M. en Kamp, van der J. (2021). Openlijk en onomwonden racisme. Kennisplatform Integratie & Samenleving. Opgehaald van https://www.kis.nl/sites/default/files/2022-06/rapport-openlijk-racisme.pdf GGD Amsterdam. (2025). Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2024. Opgehaald van https://ggdgezondheidinbeeld.nl/viewer Kinderombudsman Metropool Amsterdam. (2024).

Anders behandeld. https://www.ombudsmanmetropool.nl/nieuwspublicaties/kinderombudsman/rapport-kinderombudsman%3A-%27andersbehandeld%27 Kranendonk, M., F. Vermeulen & A. van Heelsum (2017). “Unpacking” the Identity-to-Politics Link: The Effects of Social Identification on Voting Among Muslim Immigrants in Western Europe. Political Pschychology Vol. 39(1): pp. 43-67. https://onlinelibrary.wiley.com/doi/abs/10.1111/pops.12397 O&S. (2023). De Staat van de Stad Amsterdam XII. Zie: https://onderzoek.amsterdam.nl/dossier/staat-van-de-stad O&S. (2024). Dalend ervaren geluk en vertrouwen in de toekomst. Dalend ervaren geluk en vertrouwen in de toekomst | Website Onderzoek en Statistiek

15

O&S. (nog te publiceren). Discriminatiemonitor 2024. O&S. (z.d.). Dashboard Kerncijfers. https://onderzoek.amsterdam.nl/interactief/dashboardkerncijfers?tab=indicator&thema=diversiteit&indicator=LDISCRI_P&indeling=wijken& jaar=2024&gebied=AA&taal=nl Onderwijsraad. (2020). Een verkenning van sekseverschillen in het onderwijs. https://www.onderwijsraad.nl/documenten/2020/10/07/verkenningsekseverschillen-onderwijs Perez, C.C. (2024). Onzichtbare vrouwen. Uitgeverij Promotheus. Smets, K. & van Ham, C. (2013). The embarrasment of riches? A meta-analysis of individuallevel research on voter turnout. Electoral Studies Vol. 32 (2): pp. 344-359 https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0261379412001527 Universiteit Leiden (2025). Femicide Monitor: Factsheet Femicide in Nederland 3.0. Opgehaald van https://www.universiteitleiden.nl/binaries/content/assets/governance-and-globalaffairs/isga/factsheet-femicide-in-nederland-3.0.pdf

16

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16788751/1