CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7. Richtlijnen ondernemingsplan onder verantwoordelijkheid gemeente.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 2 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Hoofdlijnen Kunst en Cultuur 2025-2028 (VN2023-021652)1.234 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 7 - Richtlijnen ondernemingsplan onder verantwoordelijkheid gemeente Deze richtlijnen voor het ondernemingsplan zijn specifiek bestemd voor de aanvragen van de zeven instellingen die in het Kunstenplan 2025-2028 onder de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen. Mede met het oog op de wens van de cultuursector om de administratieve lasten te verminderen, hebben we waar mogelijk de aanvraagprocedure voor het Kunstenplan vereenvoudigd en hebben we samen met het ministerie van OCW, de Rijkscultuurfondsen en de grote steden de procedures voor meerjarige Rijkssubsidies en gemeentelijke cultuur- en kunstenplannen op elkaar afgestemd. Zo zijn de tijdspaden voor aanvragen voor meerjarige subsidies bij het Rijk, de Rijkscultuurfondsen en de grote steden op elkaar afgestemd en zijn de inrichtingseisen en aanvraagformulieren zoveel mogelijk gestroomlijnd. Vanwege de verschillen in beleidsuitgangspunten blijft een zekere mate van maatwerk onontbeerlijk. De maximale lengte van het ondernemingsplan is 20 pagina’s op A4-formaat inclusief eventueel beeldmateriaal. De minimale lettergrootte is 10 in een leesbaar lettertype. In het ondernemingsplan beschrijft u de plannen van uw instellingen voor de periode 2025-2028, geeft u een korte terugblik op de beleidsperiode van 2021 tot heden en maakt u een risicoanalyse van uw instelling.

In het ondernemingsplan beschrijft u op welke manier uw instelling voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen in het kader van het Kunstenplan. U geeft invulling aan de beoordelingscriteria uit de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028, te weten: • artistiek belang • belang voor de stad • diversiteit en inclusie • uitvoerbaarheid Ook wordt van u gevraagd een terugblik te geven op de periode 2021-heden. Het ondernemingsplan is vormvrij, u dient hierbij minimaal aandacht te besteden aan onderstaande vijf onderdelen. Per onderdeel geeft u een toelichting op de onderliggende vragen die voor uw instelling van toepassing zijn. Onderdeel 1: artistiek belang • Wat is de centrale artistiek-inhoudelijke visie van uw instelling? • Geef een toelichting op het ingediende activiteitenoverzicht uit het digitale format.

Wat is de aard en de inhoud van de programmering en hoe vloeien deze voort uit de centrale visie? • Gaat u incidentele en/of structurele samenwerkingsverbanden aan op het gebied van de inhoudelijke programmering? Wat is de aard van deze samenwerkingen? • Op welke wijze geeft u vorm aan samenwerking met makers? • Welke positie heeft uw instelling binnen de kunstdiscipline, de culturele keten(s) in Amsterdam, nationaal en (indien van toepassing) internationaal? Welke verantwoordelijkheid neemt u binnen deze keten(s) • Op welke wijze is uw instelling innovatief en/of geeft u ruimte aan experiment? Onderdeel 2: belang voor de stad • Wat zijn de bestaande en beoogde (structurele) samenwerkingsverbanden van uw instelling? En wat zijn hierbij de intenties en resultaten voor uw instelling?

• • • • • • • • •

Welke visie heeft uw instelling op het bereiken van een zo breed mogelijke samenstelling van publiek in Amsterdam? Hoe geeft uw instelling uitvoering aan deze visie? Welke visie heeft uw instelling op cultuureducatie, wat is uw cultuureducatieprogramma en wat zijn hiervoor de doelgroepen? Welke visie heeft uw instelling op talentontwikkeling, wat is uw talentontwikkelingsprogramma en wat zijn hiervoor de doelgroepen? Welke visie heeft uw instelling op cultuurparticipatie, wat is uw participatieprogramma en wat zijn hiervoor de doelgroepen? Op welke wijze worden programmatische verbindingen gelegd met de omliggende buurt van uw instelling en/ of met andere buurten en gebieden in de stad? Wat is uw visie op de internationale positie van uw instelling? Op welke wijze(n) werkt uw instelling internationaal samen ten aanzien van producties en programma’s? Welk deel van de programmering en activiteiten is gericht op een internationaal publiek (in Amsterdam en in het buitenland)? Op welke wijze werkt uw instelling aan verduurzaming?

Onderdeel 3: diversiteit en inclusie Het criterium diversiteit en inclusie heeft betrekking op de bijdrage die de uit te voeren activiteiten leveren aan de diversiteit en toegankelijkheid van het kunst- en cultuuraanbod en het cultuurpubliek in de stad en de mate waarin de kunst- en cultuursector representatief en toegankelijk is. Dat betekent representatie, het ontsluiten van nieuwe verhalen en het toegankelijk maken van aanbod. Doel is dat alle Amsterdammers zich voldoende kunnen herkennen in het cultuuraanbod van de stad, dat een cultuuraanbod ontstaat dat alle Amsterdammers aanspreekt. Dit criterium wordt integraal .beoordeeld.  Op welke wijze past u de vier P’s van de Code Diversiteit & Inclusie (Programma, Personeel, Publiek en Partners) toe?  Wat zijn hierbij uw doelstellingen en op welke wijze geeft u uitvoering aan het bereiken hiervan? Onderdeel 4: uitvoerbaarheid • Geef een toelichting op uw meerjarenbegroting.

• Hoe geeft u in uw meerjarenbegroting, maar ook bij uw bedrijfsvoering in het algemeen, uitvoering aan de Fair Practice Code? Hoe voert u deze code uit in relatie tot makers die zijn verbonden aan uw instelling? • Welke mix van inkomstenbronnen streeft uw instelling na voor de periode 2025-2028? Welke risico’s constateert uw instelling hierbij en welke maatregelen treft uw instelling om deze te beheersen? • Gaat u samenwerkingsverbanden aan op het gebied van de bedrijfsvoering? Welke resultaten beoogt u hiermee? • Op welke wijze is uw instelling innovatief en in ontwikkeling op het gebied van de (zakelijke) bedrijfsvoering? • Op welke wijze past u de Governance Code Cultuur toe? • Welke visie heeft uw instelling op de samenstelling van uw personeelsbestand (omvang, deskundigheid) en hoe wilt u daarin meer representatie bereiken? Op welke wijze past u de Code Diversiteit & Inclusie toe in relatie tot personeel? • Op welke wijze geeft u uitvoering aan het vergroten van de (fysieke) toegankelijkheid van de activiteiten van uw instelling?

•

Wat is de aard en omvang van het meerjaren onderhoudsplan (MOP) van uw instelling? (alleen van toepassing voor instellingen die een verantwoordelijkheid hebben ten aanzien van het onderhoud van hun gebouw. Deze instellingen dienen te beschikken over een actueel meerjarenonderhoudsplan (MOP) dat niet ouder is dan 1 jaar op 1 februari 2024)

Onderdeel 5: terugblik en zelfevaluatie periode 2021-heden • Hoe heeft u de missie, visie en doelstelling van uw instelling vanaf 2021 tot heden vormgegeven? (rekening houdend met de impact en gevolgen van de coronapandemie, en in welke mate u zich hierop heeft aangepast)? • In welke mate heeft u de beleidsvoornemens gerealiseerd die u voor de beleidsperiode van 2021 tot heden heeft gesteld? Indien deze niet zijn gerealiseerd, wat zijn hiervoor de redenen? (rekening houdend met de impact en gevolgen van de coronapandemie, en in welke mate u zich hierop heeft aangepast)? • Welke organisatorische en financiële ontwikkelingen heeft uw instelling doorgemaakt vanaf 2021 tot heden? (rekening houdend met de impact en gevolgen van de coronapandemie, en in welke mate u zich hierop heeft aangepast)? • Welke lange termijn investeringen heeft u vanaf 2021 gedaan en hoe heeft u deze gefinancierd? • Welke acties/doelstellingen uit uw actieplan Diversiteit en Inclusie voor het Kunstenplan 2021-2024 waren het meest succesvol en neemt u mee naar de volgende periode?

We vragen de zeven instellingen die in het Kunstenplan 2025-2028 onder de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen ook zich te verhouden tot de volgende richtlijnen: • •

•

Alleen van toepassing op de musea: de subsidieontvanger dient ingeschreven te zijn in het Museumregister en geeft uitvoering aan de Ethische Code voor Musea (ICOM) ; de subsidieontvanger draagt ervoor zorg dat het gebruik van bont in kleding of de verkoop van bont geen deel is van de activiteit waarvoor subsidie is verstrekt, uitgezonderd bont dat vanuit kunsthistorisch perspectief wordt tentoongesteld of bont dat verwerkt is in materiaal dat hergebruikt wordt waaronder begrepen bestaande decorstukken; het college kan de subsidieontvanger bij een positief financieel resultaat verplichten een bestemmingsfonds te vormen dat uitsluitend besteed mag worden aan nog niet gerealiseerde activiteiten waarvoor de gemeente subsidie heeft verstrekt in de periode 2025-2028.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13380066/1