CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7. Publiekssamenvatting programma windenergie amsterdam

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 20 maart 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van het Collegebesluit met als onderwerp “Vaststellen van het Programma Windenergie Amsterdam 2030 (PWA) en het PlanMER Programma Windenergie Amsterdam (VN2025-002769)4.676 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Publiekssamenvatting

Programma Windenergie Amsterdam 2030

Publiekssamenvatting Programma Windenergie Amsterdam 2030

P Publiekssamenvatting Programma Windenergie Amsterdam 2030

Amsterdam wil dat er in 2030 127 megawatt (127 MW) windenergie wordt opgewekt in de gemeente Amsterdam. ­We beschrijven in het Programma Windenergie Amsterdam 2030 (PWA) hoe we dit voor elkaar willen krijgen. We laten in dit programma zien in welke gebieden er nieuwe windturbines kunnen komen. En onder welke voorwaarden initiatiefnemers windturbines mogen ontwikkelen.

2

Publiekssamenvatting Programma Windenergie Amsterdam 2030

Publieksversie Deze publieksversie is een beknopte samenvatting van het Programma Windenergie Amsterdam 2030. Het beschrijft zo helder mogelijk wat er in het volledige document staat. Het kan dus voorkomen dat bepaalde onderzoeksresultaten of afwegingen hier niet volledig in staan. U leest de uitgebreide uitleg over de onderwerpen in de publiekssamenvatting in de volledige tekst van het Programma Windenergie Amsterdam 2030. Mochten er tegenstrijdigheden zijn tussen deze publiekssamenvatting en het Programma Windenergie Amsterdam 2030, dan is dat wat in het Programma Windenergie Amsterdam 2030 staat bepalend.

Inleiding De inleiding beschrijft waarom het belangrijk is om een Programma Windenergie Amsterdam 2030 te hebben. Er staat in wat het doel van het programma is en hoe we het programma hebben gemaakt. Dit geldt tot 2030. Amsterdam is flink aan de slag met de opwek van schone energie. We moeten namelijk af van fossiele brandstoffen zoals gas, want hierdoor warmt de aarde op. De lucht wordt ook gezonder zonder de uitstoot van fossiele brandstoffen. En we worden onafhankelijker als we zelf energie opwekken en geen fossiele brandstoffen uit het buitenland hoeven kopen.

Het doel: 127 megawatt windenergie in 2030 In 2030 wil de gemeente Amsterdam dat er 127 mega­ watt windenergie opgewekt wordt in de gemeente. Dat is vergelijkbaar met wat ongeveer 147.000 huishoudens aan elektriciteit gebruiken. De gemeente Amsterdam telt nu ongeveer 500.000 huishoudens. Er wordt al 75 megawatt windenergie opgewekt, want er staan nu 28 windturbines in Amsterdam, waarvan 27 in het Havengebied. En er is een vergunning verleend aan de rioolwaterzuiveringsinstallatie in het Havengebied voor 4 extra windturbines, die samen 9 megawatt gaan opwekken. Bij de Noorder IJ-plas is ongeveer 16 megawatt windenergie in voorbereiding. Er moet dus nog ruimte gevonden worden voor 27 megawatt windenergie. Dit komt overeen met het plaatsen van 4 á 8 windturbines. De precieze hoeveelheid hangt af van de hoogte van de nieuwe windturbines, want hogere windturbines wekken meer energie op. En het verschilt per gebied hoe hoog een windturbine mag zijn.

Het Programma Windenergie Amsterdam 2030 Het Programma Windenergie Amsterdam 2030 beschrijft hoe we het doel voor windenergie in de gemeente Amsterdam willen behalen. U leest er: • Welke 4 gebieden wij hebben aangewezen voor de 4 tot 8 extra windturbines die we nog nodig hebben om ons doel te halen. Dit is een zorgvuldige zoektocht geweest, waarbij andere gebieden zijn afgevallen. Dit leest u in hoofdstuk 2. • Wat er allemaal nog moet gebeuren voordat ergens een windturbine gebouwd kan worden. Er moet bijvoorbeeld extra plaatselijk onderzoek worden gedaan om te bepalen of een bepaalde plek écht geschikt is. En wat de beste plek is voor een wind­ turbine binnen een aangewezen gebied. Vanaf de start van een windturbineproject duurt het nog enkele jaren voordat een windturbine is gebouwd. De omgeving wordt hier altijd bij betrokken. U leest dit in hoofdstuk 3. • De regels, verplichtingen en richtlijnen om wind­ turbines te bouwen. Windturbines moeten voldoen aan alle regels om de omwonenden, de natuur en het landschap te beschermen. Wij hebben ook extra richtlijnen opgesteld. Wij vinden het belangrijk dat bewoners en ondernemers straks meedenken, meedoen, en hun mening kunnen geven over een windproject in hun buurt. Dit leest u in hoofdstuk 4.

Bijdrage aan landelijk doel windenergie op land Het doel van Amsterdam om meer windenergie op te wekken, is onderdeel van het landelijke doel om over te stappen op hernieuwbare energie: het Klimaatakkoord uit 2019. Daarin staat dat Nederland in 2030 70 procent van alle elektriciteit wil opwekken met windturbines op zee en op land en zonneparken. Een groot deel van de benodigde windenergie komt op zee. Maar niet alles past daar. Alle provincies, gemeenten, netbeheerders en medeoverheden moeten er daarom samen voor zorgen dat er ook genoeg energie op land wordt opgewekt. Om dat goed te regelen, is Nederland onderverdeeld in 30 verschillende regionale energieregio’s. De gemeente Amsterdam is onderdeel van de energieregio Noord-Holland Zuid. De gemeente Amsterdam heeft in 2021 met deze energieregio afgesproken om 127 megawatt windenergie bij te dragen en 550 megawatt zonne-energie.

3

Publiekssamenvatting Programma Windenergie Amsterdam 2030

Start van de zoektocht naar geschikte locaties: aanwijzen zoekgebieden Wij startten de zoektocht naar geschikte gebieden voor extra windturbines in 2019. In 2021 wezen wij gebieden aan die misschien geschikt waren: de zoekgebieden. Deze zoekgebieden zijn door de gemeenteraad vastgesteld in de Regionale Energiestrategie 1.0 en in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. Al deze gebieden hebben wij daarna verder onderzocht op mogelijkheden, en onderzocht op geschiktheid.

Het gesprek met de stad We zijn in gesprek gegaan met bewoners vanaf het moment dat we begonnen met plannen voor het opwekken van meer windenergie in Amsterdam. Veel bewoners uitten hun zorgen toen de zoekgebieden aangewezen werden in 2021. We besloten daarom een reflectiefase te houden. Dat was een periode waarin we verder in gesprek gingen met bewoners en andere betrokkenen. Ook richtten we plaatselijke klankbordgroepen op, met daarin deelnemers met verschillende belangen. Expertgroepen gaven advies over windturbines in relatie tot gezondheid en natuur. We verzamelden meningen van Amsterdammers via een uitgebreide vragenlijst. En we gebruikten de methode ‘context mapping’ om plaatselijke zorgen en situaties te begrijpen. Alle uitkomsten staan in het document ‘Signalen uit de stad’.

Het plan-milieueffectrapport Een belangrijk resultaat van de reflectiefase is dat we besloten meer onderzoek te doen, om zo de zoek­ gebieden met elkaar te kunnen vergelijken. De advies­ groepen, bewoners en belanghebbenden raadden dit aan. We lieten een plan-milieueffectrapport uitvoeren. Dat is een onafhankelijk onderzoek naar de verwachte gevolgen van windturbines op de omgeving. Zogeheten milieueffecten. We deden dat voor alle zoekgebieden. Concrete vragen, zorgen en behoeften uit het document “Signalen uit de stad” werden opgenomen in de onderzoeksopzet van het plan-milieueffectrapport: de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Iedereen kon schriftelijk reageren op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Het onderzoek is aangescherpt door de ingestuurde reacties. Er is bijvoorbeeld extra onderzoek gedaan naar geluidseffecten en er is extra aandacht besteed aan volkstuincomplexen. Het planmilieueffectrapport is onderdeel van het Programma Windenergie Amsterdam 2030. Het gaf ons belangrijke

4

informatie voor het aanwijzen van gebieden voor windturbines. Signalen uit de stad en de onderzoeksopzet Notitie Reik­ wijdte en Detailniveau leest u op www.amsterdam.nl/ windenergie.

Stedelijke Adviesgroep RES Na de reflectiefase is de Stedelijke Adviesgroep RES Amster­dam (SARA) opgericht. SARA bestaat uit Amster­ dammers/vertegenwoordigers van verschillende belangen­groepen. Zoals belangengroepen voor natuur, de volkstuinen, buurgemeenten, Windalarm, jong RES en leden van de klankbordgroepen Gezond­heid en Natuur. Zij geven onafhankelijk advies aan de gemeente. Zij gaven onder andere advies over het concept ontwerpProgramma Windenergie Amsterdam 2030 en het planmilieueffectrapport.

Ontwerp-Programma Windenergie Amsterdam Wij maakten op 23 mei 2024 het ontwerp-Programma Windenergie Amsterdam 2030 openbaar. Dit was nog niet het definitieve Programma Windenergie Amsterdam 2030, maar het ontwerp. Iedereen kon tussen 23 mei 2024 tot uiterlijk 17 juli 2024 een mening (zienswijze) opsturen over het ontwerpProgramma Windenergie Amsterdam 2030 en het plan-milieueffectrapport. Er is goed gekeken naar alle, ruim 2100 ingestuurde meningen. Op basis hiervan heeft het college van burgemeester en wethouders het Programma Windenergie Amsterdam op een aantal punten aangepast. Dit leest u in de Nota van Wijzigingen Programma Windenergie Amsterdam 2030. Het stadsbestuur maakt naar verwachting begin 2025 een definitief Programma Windenergie Amsterdam 2030.

Hoofdstuk 2. De aangewezen gebieden In dit hoofdstuk staat in welke gebieden wij het plaatsen van 1 of meer windturbines onder voor­ waarden willen toestaan en waar niet. We leggen ook uit waarom. De keuze om deze gebieden aan te wijzen is zorgvuldig gemaakt. Wij hebben goed gekeken naar de verwachte gevolgen van windturbines op de omgeving, zoals geluid, slagschaduw, veiligheid, natuur en landschap. Hiernaar is onafhankelijk onderzoek gedaan in het plan-milieueffectrapport. De resultaten van de participatie en de inspraak van afgelopen jaren speelden ook een belangrijke rol bij deze keuzes.

Publiekssamenvatting Programma Windenergie Amsterdam 2030

Gevolgen op gezondheid Geluidshinder van windturbines kan indirect effect hebben op gezondheid van omwonenden. Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Het geluid van windturbines is daarom erg belangrijk bij de keuze voor het aanwijzen van gebieden voor windturbines. In het plan-Milieueffectrapport is goed onderzocht hoeveel geluid windturbines in en rond elk zoekgebied kunnen veroorzaken. Wij kiezen ervoor om bij het aanwijzen van de gebieden uit te gaan van niet meer dan 45 decibel Lden op geluidgevoelige objecten, met uitzondering van het Havengebied. Geluidgevoelige objecten zijn bijvoorbeeld woningen, scholen en zorginstellingen. We volgen hiermee de lijn van het advies van de Amsterdamse expertgroep gezondheid. Er zijn landelijke regels voor geluid in ontwikkeling: geluidsnormen. De nieuwe landelijke concept-normen voor windturbines gaan uit van een grenswaarde van 47 decibel Lden en een standaardwaarde 45 decibel Lden en 39 decibel Lnight. In het Programma Wind­ energie Amsterdam 2030 leest u meer over de landelijke normen in ontwikkeling. Windturbines kunnen in de aangewezen gebieden naar verwachting ruim voldoen aan de nieuwe landelijke geluidsnormen.

de wijken in alle zoekgebieden in kaart te brengen. Ook inspraakreacties wezen daarop. Wij volgden dit advies op en lieten een rapport opstellen over de sociale aspecten van de buurten binnen een kilometer rond de zoekgebie­ den. Zoals gemiddelde inkomensniveaus van bewoners van de wijken. Dit rapport vult onze kennis aan van de omgeving waarin mogelijk windturbines geplaatst kunnen worden. Het rapport over deze sociale aspecten vindt u als bijlage van het Programma Windenergie Amsterdam 2030.

Aangewezen Op kaart 1 staan de gebieden waarvan de gemeente Amsterdam vindt dat plaatsing van windturbines misschien kan (binnen de grenzen van de gemeente Amsterdam). Het gaat om de volgende gebieden: • Havengebied (gebied 1A buiten de Ring A10); • Diemerscheg (gebied 5A); • Weesperkarspel-Gein (gebied 5B) en; • Knooppunt Holendrecht (gebied 6A). Hier mogen initiatiefnemers verder onderzoeken of zij er windturbines kunnen ontwikkelen. Wij noemen dit de aangewezen gebieden.

Waarom zijn deze gebieden aangewezen?

Gevolgen op natuur

Havengebied (1A)

Wij volgen de landelijke, provinciale en gemeentelijke natuur wet-, en regelgeving. Hierin staat het voorkomen en beperken van natuurschade voorop. We vinden het verlies van Natura2000 gebied niet acceptabel. In die gebieden wordt Europa’s meest bedreigde en waardevolle natuur extra streng beschermd. Er is in de aangewezen gebieden daarom maatwerk nodig om de windturbines wat betreft natuur zo goed mogelijk in te passen.

Wij wijzen het Havengebied aan als gebied voor wind­ turbines. Dat doen wij vanwege een goede beoordeling in vergelijking met andere gebieden.

Gevolgen op landschap en ruimte Wij kijken ook naar de mogelijkheid om windturbines bij elkaar te plaatsen (groeperen). En de aansluiting bij logische ruimtelijke structuren. Denk aan bestaande grote weg- en spoorinfrastructuur en kanalen. Of bestaande industriële gebieden, zoals de haven. En we kijken naar de gevolgen op het landschap.

Sociale aspecten De Commissie mer adviseert als onpartijdige organisatie over de inhoud van milieueffectrapporten. De Commissie mer gaf ons het advies om ook de sociale kenmerken van

Er staan al veel windturbines in het havengebied. In 2021 hebben de gemeente Amsterdam en het havenbedrijf Port of Amsterdam aangeven samen te kijken of er in het havengebied nog 10 megawatt extra windenergie bij kan komen. Het havenbedrijf Port of Amsterdam onderzoekt daarom al langer de mogelijkheden om extra windenergie op te wekken. Er zijn 9 plekken die kansrijk lijken. Maar er zijn ook nog een groot aantal problemen (knelpunten) waarvan onzeker is of ze opgelost kunnen worden. Meer onderzoek wordt nu voorbereid. Een belangrijk knelpunt is bijvoorbeeld de aanvliegroute van Schiphol. Hierdoor kunnen alleen in verhouding lage turbines worden gebouwd in de haven. En die leveren minder energie op en zijn ook steeds minder vaak leverbaar. Er moet ook genoeg afstand blijven van de aanvliegroutes van de helikopterhaven in het havengebied. En we moeten rekening houden met de

5

6

Kaart 1: Aangewezen gebieden voor windturbines.

Stadsdeelgrens

Bestaande windturbine

Windturbine in voorbereiding

Aangewezen gebied

Legenda

Haarlemmermeer

Haven

Zaanstad

Amstelveen

Oostzaan

Knooppunt Holendrecht

Ouder-Amstel

Landsmeer

Gooise Meren

Weesperkarspel

Diemerscheg

De Ronde Venen

Diemen

Waterland

Publiekssamenvatting Programma Windenergie Amsterdam 2030

Publiekssamenvatting Programma Windenergie Amsterdam 2030

veiligheid van bestaande bedrijven. Bovendien zijn in het havengebied veel plannen voor mogelijk nieuwe projecten die belangrijk zijn voor de energietransitie, zoals de mogelijke komst van waterstofleidingen.

maatregelen. Bijvoorbeeld door de turbines stil te zetten op het moment dat er veel vogeltrek is. Of een initiatiefnemer kan nieuwe natuur aanleggen (compenseren).

In het Havengebied zijn genoeg plekken te vinden waar windturbines geen geluidshinder veroorzaken op woningen. Wel vindt in dit gebied stadsontwikkeling van Havenstad plaats. In en deel van het gebied zijn windturbines daarom niet mogelijk. Daarom is het zoek­gebied verkleind tot een gebied ten westen van de A10 weg (vergeleken met het gebied zoals dat was vast­gesteld in Regionale Energie Strategie 1.0 en de Omgevings­visie en de Omgevingsvisie Amsterdam 2050). Ook zijn de effecten op planten en dieren (ecologie) volgens het milieueffectrapport in het westelijke deel van de haven minder dan in het oostelijke deel van de haven.

Een windturbine kan in dit gebied maximaal 145 meter hoog zijn (tiphoogte). Dat komt door de hoogte­ beperkingen van Schiphol (LIB).

Het Havengebied heeft de voorkeur van veel Amster­ dammers. Dat blijkt uit de participatie en inspraak die eerder plaatsvond. Ook wij willen dat zoveel mogelijk van de nog nodige windturbines in het Havengebied komen. Daarom willen wij dit gebied aanwijzen als versnellingsgebied voor windenergie. In een versnel­ lingsgebied kan de vergunningverlening voor wind­ turbines sneller en eenvoudiger. We werken goed samen met het Havenbedrijf om te zoeken naar zo veel mogelijk geschikte locaties voor windturbines in het havengebied. We kijken hoe we zoveel mogelijk knelpunten kunnen oplossen. Als hierdoor nog meer windenergie mogelijk wordt dan 10 megawatt, dan zetten wij ons daar samen voor in. We hebben het havengebied ook aangewezen als gebied waar vergunningen voor windprojecten versneld moeten worden afgehandeld.

Diemerscheg (5A) De Diemerscheg wijzen wij aan als gebied voor wind­ turbines. De gevolgen van geluid van windturbines op woningen zijn in dit gebied beperkt vergeleken met de andere zoekgebieden. Dat komt door de relatief grote afstand tot woningen. Het hele zoekgebied is beschermd provinciaal natuur­ gebied. Aan de rand van dit gebied zijn plekken te vinden waar de gevolgen voor de natuur minder slecht zijn. Ook kunnen maatregelen de gevolgen van windturbines wegnemen of verminderen, zogenaamde mitigerende

De Diemerscheg heeft op het onderdeel recreatie een negatiever gevolg dan in sommige andere gebieden. Bij de mogelijke bouw van windturbines in dit gebied moeten ook de belangen van de volkstuinders mee­ genomen worden. Deze signalen zijn ook naar voren gekomen in participatierondes. Gemeente Diemen heeft ten noorden van de Diemer­ scheg 4 locaties op het oog voor in totaal 4 windturbines, rond het verkeersknooppunt Diemen. Voor dit gebied is het daarom ook belangrijk om de toekomstige plannen voor windenergie van de gemeente Diemen hierin mee te nemen. We wijzen dit gebied aan omdat de effecten op gezond­ heid beperkt zijn. En de effecten op onder andere de natuur mogelijk weggenomen of gecompenseerd kunnen worden met verschillende maatregelen. Er is daarvoor wel meer gedetailleerd onderzoek nodig. Dan pas weten wij of een windturbine ingepast kan worden.

Weesperkarspel Gein (5B) Weesperkarspel Gein is aangewezen als mogelijk locatie voor plaatsing van 1 windturbine. Hier zijn de negatieve gevolgen minder in vergelijking met andere gebieden. Dit gebied ligt op voldoende afstand van woningen. De gevolgen voor geluid voor buurtbewoners zijn dus beperkt. Het gebied is op het onderdeel slagschaduw iets minder goed beoordeeld dan bijvoorbeeld Diemerscheg. Dat betekent dat de windturbine op bepaalde momenten stilgezet moet worden, om de last van slagschaduw te verminderen. Ook op het gebied van natuur en landschap zijn de ge­ volgen beperkter dan in verschillende andere gebieden. De windturbine kan hier maximaal 212 meter hoog zijn (tiphoogte). Hierdoor wekt een turbine veel energie op.

7

Publiekssamenvatting Programma Windenergie Amsterdam 2030

Knooppunt Holendrecht (6A) Knooppunt Holendrecht wijzen wij aan als gebied waar misschien 1 windturbine kan komen. Dit doen wij omdat hier minder nadelige milieugevolgen zijn in vergelijking met andere gebieden.

• IJburg Diemerpark (gebied 4E) • Gaasperplas met uitzondering van de oeverrand (gebied 5C) • Landelijk Noord (gebied X1) • IJmeer (gebied X2)

Dit gebied ligt ver van woningen en op voldoende afstand van andere gebouwen. Hierdoor zijn er weinig gevolgen op gezondheid.

Geen onderdeel van plan-milieueffectrapport, afgevallen door resultaten van eerder onderzoek

Er is ruimte voor een windturbine die maximaal 212 meter hoog is (tiphoogte). Hier kan dus veel stroom worden opgewekt.

Afgevallen gebied na terinzagelegging ontwerpProgramma Windenergie Amsterdam

Het gebied overlapt wel deels met natuurgebied. Maar de kwaliteit van deze natuur is minder hoog dan in sommige andere gebieden. Ook kan in overleg met de Provincie en Staatsbosbeheer nieuwe natuur worden aangelegd. Een windturbine past hier in het landschap, door de ligging langs de snelweg en vlak bij een bestaande windturbine. Er staat al een windturbine op het grond­ gebied van gemeente Ouder-Amstel. De gemeente Ouder-Amstel doet ook vlak bij deze locatie onder­zoek of daar meer windturbines kunnen komen. Wij zien daarom een kans om dit voor Knooppunt Holendrecht samen met de gemeente Ouder-Amstel te onderzoeken.

Afgevallen Afgevallen gebieden door harde belemmeringen Harde belemmeringen zijn zaken die het onmogelijk maken om op een bepaalde plek een windturbine te plaatsen. Bijvoorbeeld direct naast wegen, hoogspan­ ningsmasten, vaarwegen of buisleidingen. Uit dit onder­ zoek blijkt dat in de volgende zoekgebieden geen windturbines mogelijk zijn: • Zeeburgereiland (gebied 4B) • Amstel III (gebied 6B) • Kop Amstelscheg (gebied 7)

Afgevallen gebieden naar aanleiding van planmilieueffectrapport onderzoek • • • • • •

8

Haven Zuid (gebied 1B) Ring A10 Noord (gebied 3A) Sciencepark (gebied 4A) Zeeburgereiland (gebied 4B) Strand-/Buiteneiland (gebied 4C) IJburg Baai (gebied 4D)

• Cornelis Douwesterrein (gebied 2B)

• Oeverrand Gaasperplas (gebied 5C)

Hoofdstuk 3: Hoe een windproject tot stand komt Voordat een initiatiefnemer 1 of meer windturbine(s) kan gaan bouwen, moet er nog veel gebeuren. Elk windturbineproject is uniek en zal een eigen proces doorlopen. U leest in dit hoofdstuk op hoofdlijnen hoe het proces van plan tot afbraak van een windturbine eruitziet.

Wat is een initiatiefnemer? De initiatiefnemer is degene die een windturbine wil ontwikkelen en daarin de leiding neemt. Dat kan een grondeigenaar zijn, maar ook een coöperatie, particulier, een bedrijf of de gemeente of provincie. In Amsterdam willen we het liefst dat plaatselijke energiecoöperaties windturbines ontwikkelen. Een energiecoöperatie is een niet commercieel initiatief, en bestaat vaak uit bewoners en ondernemers die de handen ineenslaan en zelf duurzame, lokale stroom opwekken. 1. In de verkenningsfase onderzoekt de initiatiefnemer wat er nodig is om een vergunning te krijgen. Welke wetten en kaders van toepassing zijn. En welke partijen er verder betrokken moeten worden, zoals omwonenden, bedrijven, belangengroepen of energiebedrijven. De gemeente kan zelf initiatiefnemer zijn, maar ook de grondeigenaar of een energiecoöperatie kan dit initiatief nemen. 2. In de ontwerpfase onderzoekt de initiatiefnemer verder of het project haalbaar is. Of het plan voldoet aan de eisen van de gemeente Amsterdam en de vergunningsvereisten. Hier zijn extra onderzoeken voor nodig, zoals naar geluid en naar de aanwezige natuur. De initiatiefnemer stelt samen met de buurt en de gemeente een participatieplan op. In het partici­

Publiekssamenvatting Programma Windenergie Amsterdam 2030

Verkenning

Ontwerp

Vergunning

Bouw

Exploitatie

Ontmanteling

Vergunning

Bouw

Exploitatie

Ontmanteling

Figuur 2: Fasering van een windproject.

Verkenning

Ontwerp

patieplan staat hoe zij de buurt betrekken en wat de mogelijkheden zijn om financieel te participeren. 3. In de vergunningsfase vraagt de initiatiefnemer een vergunning aan. Voor de bouw van eenVergunning windturbine Ontwerp Verkenning is altijd een omgevingsvergunning nodig. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet voldoen aan de eisen van de vergunningverlener en de op dat moment geldende wet- en regelgeving. In de gemeente Amsterdam is participatie een indieningsvereiste voor de vergunning.Vergunning Ontwerp Verkenning 4. In de bouwfase maakt de aannemer de locatie klaar om de windturbine(s) te plaatsen. De aannemer bouwt de windturbine(s) in ongeveer één jaar. De aannemer zorgt ervoor dat hinder en overlast tijdens het bouwproces tot een minimum beperkt blijft. Ontwerp begintVergunning Verkenning 5.  Na de bouw van de windturbine de exploitatiefase. De windturbine is klaar en wekt duurzame elektriciteit op. De initiatiefnemer voert de financiële participatie uit zoals die is beschreven in het participatieplan. Er wordt ook gehandhaafd op de afgesproken eisen waaraan een windturbine moet Ontwerp Vergunning Verkenning voldoen, zoals geluid. 6. In de ontmantelingsfase (na ongeveer 25 jaar) wordt de windturbine afgebroken. De materialen worden zoveel mogelijk opnieuw gebruikt.

DeVerkenning gemeente Amsterdam neemt initiatief voor Ontwerp Vergunning verkenningsfase Wij nemen als gemeente het initiatief om in de aangewezen gebieden Knooppunt Holendrecht, Diemerscheg en Weesperkarspel/Gein een verkenning te starten. Dat doen we samen met grondeigenaren, de omgeving en medeoverheden. Hierdoor zorgen we dat alle betrokken partijen goed samenwerken, elkaar informeren en we goede afspraken maken over de volgende stappen. We kunnen op een bepaald moment de leiding overdragen aan partijen, zoals bijvoorbeeld coöperaties, grondeigenaren of de provincie. In het Havengebied zijn we al druk bezig om samen met het havenbedrijf Port of Amsterdam zoveel mogelijk windenergie mogelijk te maken.

Eerst meer duidelijkheid over Havengebied en Noorder IJ-Plas We willen het liefst zoveel mogelijk windenergie in het Havengebied. WeExploitatie besluiten daarom inOntmanteling de aan­gewezen Bouw gebieden Diemerscheg, Knooppunt Holendrecht en Weesperkarspel/Gein niet over een vergunnings­ aanvraag, tot we beter weten hoeveel extra windenergie er mogelijk is in het Havengebied en bij de Noorder IJ-plas. Omdat de periode tot 2030 vrij kort is, gaan we wel alvast starten met vervolgonderzoeken in de Bouw Exploitatie Ontmanteling aangewezen gebieden.

Hoofdstuk 4. Waar een initiatief aan moet voldoen Bouw

Exploitatie

Ontmanteling

Een initiatiefnemer moet bij het ontwikkelen van een windproject rekening houden met regels en verplichtingen. Onder andere voor de leefomgeving, ecologie en landschap. Bij elk windturbineproject is altijd meer detailonderzoek Bouw Exploitatie nodig. Ontmanteling

De vergunning Er is voor een windturbine(park) altijd toestemming nodig: een vergunning. Er worden aan de vergunning voorwaarden verbonden. Een vergunning voor een Bouw Ontmanteling windturbine moetExploitatie altijd voldoen aan de (landelijke) weten regelgeving van dat moment. Bijvoorbeeld aan het maximale toegestane geluidsniveau en de hoeveelheid schaduw van de wieken op woningen (slagschaduw). Hier moet de ontwikkelaar van het windenergieproject (vergunninghouder) zich altijd aan houden.

Extra onderzoek Een initiatiefnemer doet nog aanvullend, lokaal onder­ zoek in vervolg op het plan-milieueffectrapport. Dit doet deze partij om erachter te komen wat de aller­beste precieze plek is voor windturbine(s) in een aan­gewezen gebied. En om aan te tonen dat het project binnen de regels blijft. De initiatiefnemer laat bijvoorbeeld de geluidseffecten van het windproject of de schaduw van de rond­ draaiende wieken op huizen – de slagschaduw – onder­

9

Publiekssamenvatting Programma Windenergie Amsterdam 2030

zoeken. Dit onderzoek spitst zich nu nog meer toe op de locatie dan in het plan-milieueffectrapport. De initiatiefnemer onderzoekt ook welke maatregelen zij kunnen nemen om negatieve gevolgen te voorkomen of te verminderen. Zogeheten mitigerende maatregelen. Een windturbine moet bijvoorbeeld automatisch stilgezet worden wanneer er te veel slagschaduw optreedt. Want er mag in de nieuwe landelijke wet niet meer dan 6 uur slagschaduw per jaar én niet meer dan 20 minuten per dag optreden. Of een turbine kan bijvoorbeeld op een langzamere modus draaien ’s nachts. Dan wekt hij minder energie op, maar maakt ook minder geluid.

Extra onderzoek naar aanwezige natuur en dieren (ecologie) Alle aangewezen gebieden liggen in of dichtbij beschermde natuur, met uitzondering van de haven. Een initiatiefnemer zal daarom uitgebreid onderzoek moeten laten doen naar de aanwezige natuur. En naar wat de mogelijke gevolgen van het windproject zijn op bijvoorbeeld planten en dieren. Ook moeten zij laten zien welke maatregelen zij nemen om mogelijke negatieve gevolgen te voorkomen of weg te nemen. En hoe ze natuur die door het windproject verdwijnt, ergens anders laten terugkomen (compensatie).

Extra onderzoek naar het landschap Er moet ook goed onderzocht worden of en waar windturbines in het landschap passen. Dat heet ruimte­ lijke inpassing. Het windturbineproject moet passen binnen de geldende regels over ruimtelijke inpassing van het rijk, de provincie, gemeente en water­schappen. Hoe wordt het landschap nu gebruikt en wat zijn de plannen voor de toekomst? Alles moet zorgvuldig in kaart gebracht. Dat vraagt om nauwe samenwerking met de provincie, de gemeente en buurgemeenten.

Richtlijnen Het is belangrijk dat omwonenden van een locatie voor een windproject meedenken en meedoen, en hun me­ ning kunnen geven. Net zoals bedrijven en organisaties die actief zijn in de omgeving. Oplossingen om de ge­ volgen voor de omgeving te beperken, moeten met de omgeving worden bedacht. Participatie zorgt ervoor dat iedereen die dat wil, kan meedenken en meedoen.

10

Richtlijnen voor procesparticipatie Een succesvol participatieproces begint met goede afspraken, het liefst zo vroeg mogelijk. Zo kan de buurt meedenken voordat belangrijke beslissingen genomen zijn. De initiatiefnemer van een windturbine is verantwoordelijk voor de participatie van bewoners en andere belanghebbenden. De initiatiefnemer stelt daarom een participatieplan op in overleg met de buurt en de gemeente. Hierin staat wat het project inhoudt; welke stappen er worden genomen van begin tot eind; en hoe de omgeving bij het proces wordt betrokken. De initiatiefnemer legt dit plan voor aan de gemeente Amsterdam. De initia­tiefnemer publiceert het plan op een eigen website, zodat iedereen het kan lezen. De initiatiefnemer legt op vaste momenten aan de gemeente uit hoe alles gaat. Zij geven aan hoe het gaat met de uitvoering van het participatieplan, wat de reacties uit de buurt zijn en wat daarmee is gedaan.

Richtlijnen voor financiële participatie Wij vinden het belangrijk dat bewoners en ondernemers in de buurt kunnen meeprofiteren van het windproject. Daarom hebben wij richtlijnen voor financiële partici­ patie. In ieder geval willen we dat een project financieel bijdraagt aan de buurt en dat mensen mee kunnen praten over waar dat geld aan uitgegeven wordt. Bijvoorbeeld aan het opknappen van de openbare ruimte in de buurt. Ook moet iedereen uit de omgeving de kans krijgen om deel te nemen aan het project. Bijvoorbeeld door een aandeel te kopen. Wij willen dat nieuwe windenergieprojecten 100 procent lokaal eigendom zijn. Dat betekent dat een lokale energiecoöperatie het project ontwikkelt, of een overheid of lokaal bedrijf. Maar de gemeente kan financiële participatie en lokaal eigendom bij een windenergieproject niet afdwingen. Bijvoorbeeld als de grond niet van de gemeente is. Of als grond van de gemeente al is uitgegeven aan een bedrijf, dat niet kan of wil meewerken aan financiële participatie. We spannen ons in om daarover afspraken te maken met grondeigenaren en erfpachters. Ook werken we aan de samenwerking met de Amsterdamse energiecoöperaties. En we willen ondersteuning bieden in de ontwikkeling van bewonersinitiatieven, zodat we samen dit doel kunnen bereiken.

Publiekssamenvatting Programma Windenergie Amsterdam 2030

De initiatiefnemer maakt samen met de mensen in de omgeving een plan over welke vorm van financiële participatie past bij het windproject. Het plan wordt als bijlage toegevoegd aan het participatieplan dat de initiatiefnemer opstelt.

Richtlijnen voor communicatie Zorgvuldige communicatie door de initiatiefnemer en vergunningverlener is heel belangrijk in alle fasen van een windturbineproject. Omwonenden, ondernemers en organisaties moeten op tijd worden geïnformeerd over het proces, de besluitvorming en de mogelijke impact van windturbines op de omgeving. Daarnaast is goede en gerichte communicatie nodig om de omgeving zo goed mogelijk te informeren en te betrekken bij de verschillende mogelijkheden mee te denken en mee te doen.

De initiatiefnemer moet daarom een communicatieplan opstellen. In dit plan staat hoe de initiatiefnemer actief met de omgeving gaan communiceren. Er moet bijvoorbeeld een duidelijke en toegankelijke website zijn. Hierop moet alle informatie over het wind­ project staan. En documenten, zoals het participatie­ plan, verslagen van bijeenkomsten en uitge­voerde onderzoeken. Maar denk daarbij ook aan het regel­ matige verspreiden van informatie via bewoners­ brieven, nieuwsbrieven, het organiseren van plaatselijke informatiebijeenkomsten, social-media en andere middelen en kanalen. Het is belangrijk dat de communicatie goed is afge­ stemd op de omgeving, en dat deze begrijpelijk en toegankelijk is voor zo veel mogelijk mensen in de buurt van een windturbineproject. De initiatiefnemer en de vergunningverlener moeten hierin samenwerken en elkaar ondersteunen.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15237610/1