CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 1 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de vrijgave voor inspraak en verzoek om stadsdeeladviezen voor 4 plannen voor het Zeeburgereiland (VN2023-021348)30.250 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De coördinatie van alle onderzoeken ligt bij de directie Grond en Ontwikkeling van gemeente Amsterdam, gebiedsontwikkeling Oostpunt. Dit zal steeds in nauwe afstemming zijn met het project Tramstalling. De resultaten van de onderzoeken moeten leiden tot een samenhangend plan voor de tramstelling en de rest van de inrichting van de Oostpunt. De Oostpunt kan worden verdeeld in een oostelijk deel (recreatie/natuur/park) en een westelijk deel (tramstalling/andere functies). De komende jaren moeten hiervoor diverse bestuurlijke besluiten worden genomen.

Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

74

10 Referentielijst

1. Mobiliteitsplan Zeeburgereiland en IJburg, Programma Bereikbaarheid Zeeburgereiland en IJburg op tijd op orde, mei 2018. 2. Principebesluit Programma HOV Oostflank, College van B en W, 20.02.2018. 3. GVB, Memo Capaciteit Tramstalling Zeeburgereiland, 16.06.2022. 4. Bestuursopdracht Zeeburgereiland, Regiegroep Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland, september 2021. 5. Amsterdams Coalitieakkoord 2022 - 2026, zie Coalitieakkoord 2022-2026 - Gemeente Amsterdam. 6. Omgevingsvisie Amsterdam 2050, vastgesteld op 08.07.2021, zie Omgevingsvisie Amsterdam 2050 - Amsterdam2050. 7. Voortgang onderzoek OV-fietsverbinding Zeeburgereiland, 10.11.2022, https://www.amsterdam.nl/projecten/zeeburgereiland-onderzoek-ov/. 8. Update Mobiliteitsplan Zeeburgereiland en IJburg, Programma Bereikbaarheid, 2021. 9. Eindconcept Omgevingsverordening NH2022, Provincie Noord-Holland, 18.01.2022. 10. Kaderrichtlijn Water, Europees Parlement en de raad van de Europese Unie,23.10.2000. 11. Nota van Uitgangspunten fase 2A, Effectenstudie Inpandige tramstalling Zeeburgereiland, Projectteam Tramstalling Zeeburgereiland, september 2021. 12. MCA Zeeburgereiland, Desicio, 2022. 13. Kostennota Tramstalling Zeeburgereiland, Movares, 2023. 14. IJsselmeergebied: zoetwatervoorraad op peil, https://www.rijkswaterstaat.nl/water/ projectenoverzicht/ijsselmeer-zoetwatervoorraad-op-peil#hoe.

15. Kamerbrief over rol Water en Bodem bij ruimtelijke ordening, 25.11.2022, https://www. rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/11/25/water-en-bodem-sturend.

Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

75

11 Termenlijst

1.

Aanlanding het deel van een brug waarmee deze verbonden is met de oever, waarmee deze ‘aan land’ komt. 2. Afvaloverslag centrale plek waar afval overgeheveld kan worden op ander transportmiddel, bijvoorbeeld van vrachtwagen op een ander voertuig of schip voor verder transport. 3. Booggeluid hoog, piepend of krakend geluid als tram in bocht of over wissels rijdt. 4. Diffuse (water)verontreiniging onduidelijk waar verontreiniging vandaan komt, daarom kan verontreinigd gebied niet scherp afgebakend worden. 5. Doelsoorten een biologische soort waarop natuurbeleid is gericht. 6. Doelsoorten een biologische soort waarop natuurbeleid is gericht. 7. Gidssoorten aan-/afwezigheid van deze diersoorten zegt iets over de kwaliteit van hun leefgebied. 8. Goederenhub centrale plek in een gebied, waar goederen voor dat gebied worden afgeleverd, tijdelijk worden opgeslagen, worden gecombineerd met andere goederen en daarna weer verder verzonden worden, zie ook logistieke hub. 9. HOV Hoogwaardig Openbaar Vervoer. 10. Hoogstedelijk gebied met intensief, meervoudig ruimtegebruik, voorzien van of dichtbij HOV. 11.

Infrastructuur voorzieningen onder, op en boven de grond, zodat mens, dier, (vloei)stof zich kan verplaatsen (zoals rijbaan, trambaan, fietspad, stoep, tunnel, onderdoorgang) en ook nutsvoorzieningen (zoals kabels en leidingen voor water, gas, elektriciteit, data, rioleringsbuizen). 12. KES KlantEisenSpecificatie, overzicht van eisen en wensen van betrokkenen. 13. Klimaatadaptief bouwen tijdig en effectief aanpassen aan het actuele of verwachte klimaat, waardoor schade door klimaatverandering beperkt kan worden, denk aan minder wateroverlast, minder hittestress, minder nadelige gevolgen van langdurige droogte en bodemdaling, meer biodiversiteit. 14. Kunstwerken technische term voor onder andere bruggen en tunnels. 15. Logistieke hub centrale plek voor opslag/overslag van goederen, zie ook goederenhub. 16. Loswal kade waar schip kan aanleggen om te lossen of te laden (bijvoorbeeld afval vanuit vrachtwagen in schip). 17. Maaiveld op straatniveau, straathoogte. 18. MCA multicriteria-analyse, een methode om verstandige keuzes te maken op basis van meer dan 1 criterium (vereiste).

Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

76

19. Meekoppelkansen bijkomende kansen die zich voordoen als op een locatie een definitieve tramstalling gemaakt wordt. 20. Mitigerende maatregelen maatregelen die eventuele negatieve effecten van een project voorkomen of verminderen. 21. Modaliteit manier waarop men zich verplaatst, hier: voetganger, fiets, OV, auto. 22. Natuurinclusief bouwen bewust ruimte maken voor biodiversiteit aan/in gebouw of (openbare) ruimte. 23. Oor A10 de ruimte binnen de lus van de op-/afrit van A10 S114 (IJburglaan). 24. Oostflank Cruquius, IJburg, Zeeburgereiland. 25. PBI Plan- en Besluitvormingsproces Infrastructuur, een Amsterdamse handleiding voor planvorming, besluitvorming over en realiseren van infrastructurele projecten. De fase waarin een plan/project zich bevindt, wordt aangeduid als PBI-fase 1, PBI-fase 2 enzovoort. 26. Plaberum PLan- en BEsluitvormingsproces RUimtelijke Maatregelen, een Amsterdamse handleiding voor planvorming, besluitvorming over en realiseren van gebiedsontwikkeling. 27. Programma in een programma staan beleid/beleidsdoelen van de gemeente uitgewerkt en maatregelen om die doelen te bereiken. 28. Schil van een gebouw de scheiding tussen binnen en buiten (gevel, dak, vloer). 29. SSK-raming begroten van (investerings)kosten in de bouw volgens de Standaard Systematiek Kostenraming. 30.

Tracé afgebakend stuk weg, spoor, kabel-/leidingenroute, hier: kabelroute van TenneT-kabels. 31. Vervoerregio Amsterdam samenwerkingsverband van 14 gemeenten – waaronder Amsterdam - op het gebied van verkeer en openbaar vervoer.

Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

77

Bijlagen

Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

78

Bijlage 1 - Bijlageboek onderzoeksresultaten

In het separate Bijlageboek onderzoeksresultaten (op te vragen bij Peter Blummel: p.blummel@ amsterdam.nl) zijn de volgende onderzoeken terug te vinden: -  Spoorontwerp variant 1 ‘uitbreiding huidige stalling Baaibuurt Oost’, 22.09.2022 en Memo spoorontwerp uitbreiding stalling Baaibuurt; -  Spoorontwerp variant 2 ‘nieuwe inpandige stalling Baaibuurt Oost’, 22.09.2022; -  Spoorontwerp Oostpunt, 14.10.2022 en Memo spoorontwerp stalling Oostpunt; -  Notitie Wonen boven stalling waarin effect is onderzocht van geluid en trillingen van een tramstalling op mogelijk te realiseren functies in de omgeving; -  Advies constructie afscherming tramstalling (wanden en sedumdak) Baaibuurt Oost -  Advies fasering van de huidige naar de uitgebreide stalling Baaibuurt Oost; -  Advies globale effecten op de waterkwaliteit van ‘land maken’ of een toegangsbrug; -  Toets aantasting NNN-zone (NatuurNetwerk Nederland); -  Geotechnisch advies voor beschermen van bestaande 150kV-boringen onder de IJburglaan door voor de toegang voor tram en wegverkeer naar de Oostpunt; - Advies beschermende constructie nieuwe 150kV-aansluiting onder de A10 door naar het te bouwen onderstation in de bedrijvenstrook; -  Omgevingsscan waarin een toets is opgenomen op geldende planologische situatie en mogelijk te doorlopen ruimtelijke procedures, evenals een toets op benodigde vergunningen voor het realiseren

van de tramstalling en een inventarisatie naar overstromingsgevaar en wateroverlast vanuit de richtlijnen van het waterschap; -  Advies constructie van een mogelijke toekomstige overbouwing in relatie tot kolomafstanden en funderingsprincipe; -  3D-afbeelding variant 1 Uitbreiding bestaande stalling Baaibuurt Oost; -  3D-afbeelding variant 2 Nieuwe inpandige stalling Baaibuurt Oost; -  3D-afbeelding variant 3 Maaiveldstalling Oostpunt; -  3D-afbeelding variant 4 Inpandige stalling Oostpunt.

Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

79

Bijlage 2 - Beoordelingskader

Thema

Criterium

Beoordeling varianten 1

2

3

4

In hoeverre past de variant binnen de ambities vanuit het Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland? In hoeverre kunnen gewenste programma’s in combinatie met variant worden gerealiseerd? In hoeverre biedt de variant mogelijkheden voor extra woningbouw? In hoeverre treden kansen of bedreigingen op voor de omgeving? Denk aan uitzicht belemmeringen, lelijke gevels, verstoring van leefbaarheid, verkeersveiligheid, barrièrewerking voor fietsers en voetgangers.

--

--

+/-

++

--

-

+/-

++

--

-

+

+

--

+

-

++

In hoeverre zorgt de tramstalling voor een visuele blokkade? Omgevingsdwangpunten, In hoeverre zorgt het dagelijkse gebruik voor trillinggeluid, trillingen en of geluidsoverlast? natuur In hoeverre heeft de variant een negatief effect op de natuur in het gebied, zowel op planten als dieren en wordt de NNN-verbindingszone aangetast? In hoeverre zorgt de variant voor juridische complexiteit? Functionaliteit In hoeverre is de variant bereikbaar voor personeel? tramstalling Denk aan mogelijkheden voor parkeren en, in- en uitrijden voor personeel. In hoeverre is de variant bereikbaar voor het dagelijks in- en uitrijden van trams? In hoeverre functioneert de variant optimaal in relatie tot spoorontwerp? Denk aan positie van bepaalde functies in het spoorontwerp zoals zandvulinstallatie en wasstraat. In hoeverre heeft de variant positieve dan wel negatieve gevolgen voor de kosten en opbrengsten van de exploitatie? Complexiteit / In hoeverre is er risico op vertraging bij de aanleg? Faseerbaarheid en hinder tijdens bouw In hoeverre is de variant in fasen te bouwen?

--

-

-

++

-

--

+

++

+

+

-

-

-

-

+/-

+/-

-

-

+/-

+/-

--

++

+

+

--

+

-

-

+/-

+/-

+/-

+/-

+/-

-

+

+/-

+

-

++

-

In hoeverre is de variant ‘gemakkelijk’ uit te breiden van ruimte voor 38 trams naar ruimte voor 54 trams?

+/-

++

+

++

In hoeverre is de variant te bouwen, zonder het gebruik te hinderen of zonder verkeer te hinderen en overlast voor de omgeving te veroorzaken?

-

+/-

+

+

-

+

-

++

-

-

+

++

Stedenbouw

Programma en dubbel ruimtegebruik

Ruimtelijke kwaliteit

Meekoppelkansen Draagvlak omgeving

In hoeverre biedt de variant mogelijkheden voor realiseren van meekoppelkansen? In hoeverre is er draagvlak vanuit de omgeving (bewoners) voor de betreffende variant?

Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

80

Bijlage 3 - Notitie Strandeiland Bezoekadres Weesperstraat 430 1018 DN Amsterdam Postbus 12693 1100 AR Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl/ingenieursbureau

Notitie Tramstalling Strandeiland

Bijlage(n)

Michel Crolla, ambtelijk opdrachtgever Planteam Tramstalling Zeeburgereiland Peter Silvis (VRA), Ron Veerman (GVB), Stephan Steltman 24 augustus 2022 -

Onderwerp

Afweging locatie tramstalling - dependance Strandeiland

Aan Van Kopie aan Datum Ons kenmerk

Autorisatie Opsteller

Vrijgegeven

P. Blummel

E. Meisner

Paraaf

Datum 24 augustus 2022

Inhoudsopgave Samenvatting ............................................................................................................................. 2 1.

Inleiding ............................................................................................................................. 2

2.

Alternatieven definitieve tramstalling ................................................................................ 3

3.

Verkenning locatie Strandeiland ........................................................................................ 4

4.

Overwegingen Strandeiland ............................................................................................... 5 4.1

Stedenbouwkundig: combinatie tramstalling en wonen ............................................. 5

4.2

Functioneel: operatie en exploitatie tramstalling ....................................................... 6

5.

Conclusie............................................................................................................................ 6

6.

Referenties ......................................................................................................................... 8

Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

81

Gemeente Amsterdam Notitie tramstalling Strandeiland

24 augustus 2022 Pagina 2 van 8

Samenvatting Bij de verkenningen naar een locatie voor een definitieve tramstalling voor 54 trams op de Oostflank (Zeeburgereiland en IJburg), ter vervanging van de huidige, tijdelijke IJtramstalling, wordt, conform het PBI-1 besluit uit 2018, ook de mogelijkheid onderzocht om een tramstalling op het Strandeiland te bouwen. Deze zou geschikt zijn voor maximaal 12 trams, en daarmee alleen als aanvulling (dependance) kunnen dienen op een elders te realiseren, grotere tramstalling. In deze notitie worden de stedenbouwkundige en functionele voor- en nadelen van een aanvullende tramstalling op het Strandeiland geanalyseerd en wordt bepaald of het zinvol is om deze optie verder uit te werken. Alles overwegend wordt geconcludeerd dat de bouw van een tramstalling op het Strandeiland, als dependance voor een grotere stalling op het Zeeburgereiland, als weinig zinvol en weinig realistisch gezien moet worden. Voorgesteld wordt de locatie Strandeiland in de verdere uitwerking van de alternatieven als onderdeel van de Nota van Uitgangspunten (PBI-fase 2B) niet langer mee te nemen. De ruimtelijke reservering op het Strandeiland kan vervallen zodra een formeel PBI-2 besluit over de tramstalling is genomen.

1. Inleiding Om de bereikbaarheid van Zeeburgereiland en IJburg voor het groeiende aantal bewoners de komende jaren te kunnen blijven garanderen, is in 2018 een mobiliteitsplan voor dit gebied opgesteld. Eén van de genoemde maatregelen voor een goed werkend openbaar vervoersysteem is de aanleg van een nieuwe, definitieve tramstalling, die op termijn de huidige (tijdelijke) IJtramstalling op het Zeeburgereiland moet gaan vervangen. De huidige stalling ligt in de open lucht in Baaibuurt-Oost en biedt met 32 opstelplaatsen onvoldoende opstelcapaciteit voor de toekomstige IJtram. Voor de IJtram naar het toekomstig eindpunt Strandeiland, met dubbele tramstellen en een maximale frequentie van 15 trams per uur, zijn 38 stallingsplekken nodig [ref. 5]. Daarnaast moet voor een eventuele tweede tramlijn naar het Zeeburgereiland (doorgetrokken lijn 1) rekening worden gehouden met nog eens 16 stallingsplekken. Deze worden voorlopig als ruimtereservering meegenomen. De huidige stalling vormt daarnaast een barrière tussen de verschillende woonbuurten op Zeeburgereiland en moet in de toekomst beter ruimtelijk worden ingepast. Bovendien functioneert de huidige tramstalling niet optimaal, door de beperkte inpassingsmogelijkheden in het gebied. De smalle, langgerekte lay-out van de stalling zorgt voor beperkte manoeuvreerruimte en beperkt sterk de opstelcapaciteit in geval van een defecte tram.

1 In eerdere onderzoeken naar een definitieve tramstalling (PBI-fase 1) was een opstelcapaciteit van 44 tot maximaal 54 trams het uitgangspunt, zodat de stalling eventueel ook een stadsbrede functie zou kunnen krijgen. Het PBI-1 besluit d.d. 20-02-2018 [ref. 1] stelt dat een nadere verkenning moet worden uitgevoerd naar “het realiseren van een definitieve stalling voor de 1 Het GVB geeft aan dat de opstelcapaciteit van de huidige IJtramstalling in de praktijk lager is dan 32 trams. Dit wordt

veroorzaakt door de langgerekte, smalle configuratie van de stalling. Er liggen 4 opstelsporen naast elkaar, waarop in theorie plaats is voor 8 trams per spoor. Regelmatig blokkeert echter een defecte tram één van de sporen, waardoor er drie sporen overblijven om trams te stallen, met een resterende capaciteit van 24 trams. Dit knelpunt bespreekt het GVB met de opdrachtgever van de tijdelijke stalling (VRA) en valt buiten de scope van deze studie.

Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

82

Gemeente Amsterdam Notitie tramstalling Strandeiland

24 augustus 2022 Pagina 3 van 8

toekomstige vloot van de IJtram en eventueel de HOV Amsterdamsebrug”. Dit impliceert dat de stalling geen ruimte biedt aan trams van elders in de stad. In het ambtelijk Opdrachtgeversoverleg (OGO) Zeeburgereiland en IJburg is dit uitgangspunt nogmaals bekrachtigd. Concreet betekent dit dat een nieuwe stalling voldoende opstelcapaciteit moet bieden voor de IJtram (lijn 26, inclusief verlenging) en een eventuele extra tram die wordt doorgetrokken naar Zeeburgereiland (lijn 1).

2. Alternatieven definitieve tramstalling Eén van de alternatieven in het PBI-1 besluit was het behoud van de huidige stalling als definitieve stalling (voor 32 trams), in combinatie met een dependance op het Strandeiland (12 trams). Inmiddels is duidelijk dat het behoud van de huidige stalling stedenbouwkundig gezien zeer ongewenst is. De barrièrewerking van deze langgerekte stalling maakt een goede ruimtelijke inrichting en onderlinge aansluiting van de buurten op het Zeeburgereiland problematisch. Zo worden het doortrekken van de Bob Haarmslaan naar de zuidrand van het Zeeburgereiland, en bebouwing van de hoekpunten van de kruising Zuiderzeeweg-IJburglaan als belangrijke stedenbouwkundig uitgangspunten gezien voor de verdere ontwikkeling van het gebied. Met die randvoorwaarden kan de huidige stalling niet in haar huidige vorm gehandhaafd blijven. Het alternatief “huidige stalling + dependance Strandeiland” is daarmee niet langer realistisch. Het voldoet in elk geval niet aan de doelstelling van een kwalitatief hoogwaardige ruimtelijke inrichting. In de vorige fasen (PBI-1 en PBI-2A) zijn verschillende locaties voor een definitieve tramstalling onderzocht en afgevallen. Een overzicht hiervan is opgenomen in de Effectenstudie Tramstalling Zeeburgereiland [ref. 2]. Deze studie is als onderdeel van de Bestuursopdracht Ruimtelijk Kader [ref.

3] vastgesteld door het College van B&W op 2-11-2021. De overgebleven locaties die nu worden onderzocht in fase PBI-2B staan hieronder opgesomd, met daarbij de geschatte investeringskosten, op basis van voorlopige ramingen d.d. april 2021. NB: Onderstaande ramingen zijn gebaseerd op het eerdere uitgangspunt (april 2021, ref. 2) dat de nieuwe stalling plaats moet bieden aan 44 trams. Op basis van de recente inzichten moet de stalling aanvankelijk geschikt zijn voor 38 trams voor de IJtram, en moet een ruimtelijke reservering worden gemaakt voor nog eens 16 trams voor een eventuele toekomstige doortrekking van lijn 1 naar het Zeeburgereiland. 

Baaibuurt Oost (44 trams): a) uitbreiding en stedenbouwkundige inpassing huidige stalling (ca. € 91 miljoen); b) nieuwbouw inpandige stalling, geschikt voor meervoudig ruimtegebruik (ca. € 201 miljoen).

Oostpunt Zeeburgereiland (44 trams): a) groeimodel: functionele stalling op maaiveld, later te overbouwen (circa € 109 miljoen); b) inpandige stalling, geschikt voor meervoudig ruimtegebruik (circa € 225 miljoen).

Strandeiland (12 trams): dependance als aanvulling, geschikt voor meervoudig ruimtegebruik (circa € 28 miljoen).

Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

83

Gemeente Amsterdam Notitie tramstalling Strandeiland

24 augustus 2022 Pagina 4 van 8

3. Verkenning locatie Strandeiland De locatie Strandeiland is in PBI-fase 1 toegevoegd als dependance voor maximaal 12 trams. Dit zou een aanvulling kunnen zijn op een volwaardige tramstalling op een andere locatie, op het moment dat 54 trams daar niet inpasbaar zouden zijn, maar wel wenselijk (38 + 16). Het onderzoek van Movares uit 2018 [ref. 4], uitgevoerd ten behoeve van PBI-fase 1, zegt daarover: “De dependance Strandeiland is een waardevolle aanvulling op het programma in alle varianten en kan juist een oplossing bieden als op de inpassinglocaties geen 54 trams inpasbaar blijken in de uitwerking. Deze locatie is echter afhankelijk van de realisatie van het tweede deel van Strandeiland en is mogelijk in 2028 nog niet beschikbaar.” Bron: Ruimtelijke en Functionele Variantenverkenning Definitieve IJ-tramstalling. Movares, feb. 2018

Het idee is dat een tramstalling op Strandeiland wordt uitgevoerd in combinatie met andere functies, zoals wonen en openbare ruimte. In de schetsen van Movares kan deze stalling worden gezien als een los ingepast element binnen het bouwblok en is uitgegaan van een gesloten stalling, omdat op het dak groenvoorzieningen worden aangebracht. Zie Afbeelding 1 en Afbeelding 2, afkomstig uit het rapport van Movares. De investeringskosten van een tramstalling op Strandeiland zijn destijds geraamd op circa € 28,4 miljoen (excl. BTW.), inclusief de kosten voor het overbouwen van de tramstalling, en exclusief bovenliggend programma [ref 4].

Afbeelding 1: Spoorontwerp Strandeiland (bron: Movares, 2018)

Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

84

Gemeente Amsterdam Notitie tramstalling Strandeiland

24 augustus 2022 Pagina 5 van 8

Afbeelding 2: schets meervoudig ruimtegebruik Strandeiland (bron: Movares, 2018)

4. Overwegingen Strandeiland 4.1 Stedenbouwkundig: combinatie tramstalling en wonen Strandeiland behoort met 8.000 woningen tot de grootste toekomstige stadswijken van Amsterdam. Voor commerciële en maatschappelijke bestemmingen komt circa 120.000 vierkante meter vrij. Een eventuele tramstalling op deze locatie moet ruimtelijk goed worden ingepast in de toekomstige omgeving. Om de schaarse ruimte zoveel mogelijk te benutten is in eerdere schetsen van de tramstalling, conform het PBI-1 besluit, uitgegaan van een combinatie met wonen (zie Afbeelding 2). Het inpassen van een tramstalling in een woongebied heeft echter gevolgen voor de leefbaarheid. In het kader van een zorgvuldige variantenafweging t.b.v. de Nota van Uitgangspunten onderzoekt Movares momenteel de mogelijkheden van wonen op of nabij een tramstalling. Vooruitlopend daarop kan in elk geval het volgende worden geconstateerd: 

Trams zorgen met name in bochten en wissels voor geluid- en trillinghinder voor de omgeving. Een doorgaand recht tramspoor geeft veel minder overlast. Een tramstalling bevat relatief veel bochten en wissels en zorgt daarmee voor relatief veel geluids- en trillinghinder. Met diverse modellen kan worden berekend wat eventuele overlast zou kunnen zijn, maar in de praktijk blijkt pas hoe erg de overlast werkelijk wordt ervaren. Hierbij bestaat het risico dat er een tramstalling wordt gebouwd die, vanwege overlast voor de directe omgeving, uiteindelijk slechts door een beperkt aantal trams, of binnen beperkte tijdvensters kan worden gebruikt. De tijdsvensters die het meeste overlast veroorzaken zijn vroeg in de ochtend en laat in de avond. Aangezien dit juist de tijden zijn waarop de meeste trams de stalling in- en uitrijden zou dit voor de GVB geen geschikte locatie voor een stalling zijn.

Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

85

Gemeente Amsterdam Notitie tramstalling Strandeiland

24 augustus 2022 Pagina 6 van 8

De in-/uitrijsporen van de tramstalling zijn niet overdekt. Een groot deel van de overlast komt daardoor door in- en uitrijdende trams. Bovendien gebeurt het in- en uitrijden van trams vooral in daluren: vroeg in de ochtend en laat op de avond/begin van de nacht. Dit zijn de momenten die relatief voor het meeste overlast zorgen, met klachten tot gevolg.

Bovenstaand risico wordt versterkt doordat ‘wonen’ is gecategoriseerd als ‘gevoelige functie’. Dit betekent dat voor geluid- en trillinghinder lage drempelwaarden worden gehanteerd, waardoor (kostbare) aanvullende maatregelen nodig zijn nodig om wonen te kunnen combineren met een tramstalling.

Over lawaai en trillingen van bestaande tramstallingen in de Lekstraat en Havenstraat ontvangt GVB regelmatig klachten van omwonenden. Het GVB heeft daarom de uitdrukkelijke voorkeur om een nieuw te bouwen tramstalling niet te combineren met een gevoelige functie als wonen, en ook niet te situeren in de nabijheid van woningen. Door de exploitant van de Rotterdamse tramremise Beverwaard (RET) wordt bevestigd dat een stalling in de buurt van woningen regelmatig tot klachten van omwonenden leidt.

4.2 Functioneel: operatie en exploitatie tramstalling De verdeling van de benodigde stallingscapaciteit over twee uit elkaar gelegen locaties (Strandeiland + Zeeburgereiland) heeft tot gevolg dat de operatie en exploitatie van de stallingscapaciteit wordt gesplitst. Voor GVB als gebruiker van de stalling heeft dit een aantal negatieve gevolgen: 

GVB werkt aan een hub-strategie, waarin wordt voorgesteld om kleinere stallingslocaties te centraliseren, vanuit de gedachte dat daarmee de exploitatie van de stallingen efficiënter en goedkoper kan. Een aanvullende tramstalling op Strandeiland is in strijd met dit gedachtegoed.

GVB heeft belang bij het zo efficiënt mogelijk benutten van de stallingscapaciteit. Exploitatie vanuit twee tramstallingen is minder efficiënt (en daardoor duurder) te organiseren dan exploitatie vanuit één tramstalling. De inzet van personeel en materieel, verdeeld over twee tramstallingen, is complexer en zorgt voor meer afstemmings- en planningsrisico’s. Bovendien zorgt de verdeling over twee stallingen voor meer reisbewegingen van personeel en materieel.

Ook voor de opkomst en vertrek van het trampersoneel betekent deze locatie een behoorlijke verlenging van de reisafstand.

5. Conclusie 

Conform het PBI-1 besluit HOV Oostflank zou Strandeiland een mogelijke locatie voor een dependance van een definitieve tramstalling op het Zeeburgereiland kunnen zijn, wanneer de huidige, tijdelijke IJtramstalling een definitieve functie zou krijgen. De huidige stalling heeft een capaciteit van 32 trams. Een dependance op het Strandeiland zou voor 12 trams geschikt zijn, waarmee de totale capaciteit op 44 trams zou komen. Dit is voldoende voor de IJtram,

Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

86

Gemeente Amsterdam Notitie tramstalling Strandeiland

24 augustus 2022 Pagina 7 van 8

maar te weinig om in de toekomst een extra tramlijn naar het Zeeburgereiland te kunnen aanleggen. 

Het behoud van de huidige IJtramstalling als definitieve stalling past niet binnen de stedenbouwkundige uitgangspunten en ambities voor het Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland, dat momenteel wordt opgesteld als onderdeel van de Bestuursopdracht Ruimtelijk Kader. De huidige stalling moet op termijn worden vervangen door een definitieve stalling, die beter ruimtelijk is ingepast, een grotere capaciteit heeft en verbeterde functionaliteit kent. Dit vraagt hoe dan ook om de bouw van een nieuwe stalling, ofwel in Baaibuurt-Oost, ofwel op de Oostpunt.

Eerder in PBI-fase 1 is sprake geweest van een benodigde capaciteit van 54 trams, waarbij het Strandeiland als mogelijke plek voor een dependance zou kunnen dienen. Nu de opgave zich uitsluitend richt op gebiedseigen trams, is een capaciteit van 38 plekken voor de IJtram en een ruimtereservering voor nog eens 16 plekken voor de eventuele nieuwe tramverbinding voldoende. Het ligt voor de hand om een nieuwe stalling bij de bouw direct de benodigde capaciteit te geven, of op zijn minst de ruimte voor toekomstige uitbreiding te geven. De noodzaak om daarnaast een dependance op het Strandeiland te bouwen vervalt daarmee. Het verdelen van de capaciteit over twee kleinere stallingen is uit oogpunt van functionele, exploitatieve en financiële efficiëntie niet verstandig.

Overwogen kan worden om alsnog de mogelijkheid voor een tramstalling op het Strandeiland, als aanvulling op een grotere stalling op het Zeeburgereiland, open te houden. Er zijn op dit moment echter geen redenen voor een nog grotere capaciteit dan 38 + 16 trams. Dit is voldoende voor de IJtram, inclusief de toekomstige verlenging, en voor een eventuele extra tram naar het Zeeburgereiland in de toekomst.

Bovendien is de bouw van een tramstalling op het Strandeiland, zowel vanuit stedenbouw, als vanuit de exploitatie, erg onwenselijk. Uit ervaring blijkt dat een tramstalling midden in een woongebied veel overlast kan opleveren. En de zeer excentrische ligging van de stalling ten opzichte van de lijn en de andere, grotere stalling, maken het gebruik ervan erg inefficiënt, zowel organisatorisch, als functioneel en financieel.

Alles overwegende kan geconcludeerd worden dat de bouw van een tramstalling op het Strandeiland, als dependance voor een grotere stalling op het Zeeburgereiland, als weinig zinvol en weinig realistisch gezien moet worden. Voorgesteld wordt de locatie Strandeiland in de verdere uitwerking van de alternatieven als onderdeel van de Nota van Uitgangspunten voor de Tramstalling (PBI-fase 2B) niet langer mee te nemen. De ruimtelijke reservering op het Strandeiland kan vervallen zodra een formeel PBI-2 besluit over de tramstalling is genomen.

Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

87

Gemeente Amsterdam Notitie tramstalling Strandeiland

24 augustus 2022 Pagina 8 van 8

6. Referenties 1. 2. 3. 4.

College van B&W, PBI-1 besluit HOV Oostflank, 20-2-2018 Planteam Tramstalling, Effectenstudie Tramstalling (PBI fase 2A), 14-9-2021 Gemeente Amsterdam, Bestuursopdracht Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland, 02-11-2021 Movares, Ruimtelijke en functionele variantenverkenning definitieve IJtram-stalling, 19-2-2018 5. GVB, Memo Capaciteit Tramstalling Zeeburgereiland, 16-6-2022

Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

88

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13382071/1