CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7_Nota van beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Amstelstation Amsteloever.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 16 november 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever en het besluit tot wijziging welstandskader en beeldkwaliteitsplan (VN2022-036694)34.163 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

NL Mondriaan meent dat er ook met de aanpassing van Checklist nog steeds sprake is van strijdigheid op dit punt, nu er geen rekening wordt gehouden met de privacy van huidige en nieuwe gebruikers. Er is dus geen sprake van "een goede balans". Bovendien wordt het effect van de voorziene hoogbouw op de privacy van de huidige en nieuwe gebruikers door het aanpassen van een criterium op de Checklist niet verbeterd. De privacy van huidige en nieuwe gebruikers wordt immers nog steeds aangetast. Het aanpassen van een punt op de Checklist maakt dit niet anders en neemt de strijdigheid van het Ontwerpbestemmingsplan met de goede ruimtelijke ordening op dit vlak uiteraard niet weg. Alternatieve invulling Tooropgebouw Zoals reeds uiteengezet in haar inspraakreactie op het concept Stedenbouwkundig Plan en haar eerdere brieven, meent NL Mondriaan dat de voorziene hoogbouw de waarden van het gebied onevenredig aantast, in het bijzonder door de abrupte aansluiting die wordt voorzien op de lommerrijke Amstel. NL Mondriaan zou het logischer en ruimtelijk meer aanvaardbaar achten

73

Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever

als de opbouw in hoogte ter hoogte van het voorziene Tooropgebouw meer geleidelijk zou plaatsvinden, zodat de overgang van de Amstel en de Spaklerweg naar de bestaande hoogbouw rond het Amstelstation meer 'natuurlijk organisch' plaatsvindt. Daarbij passen geen torens met hoogtes van 101,5 en 126,5 meter direct aan de Amstelzijde en de Spaklerweg, maar bouwhoogten conform het oude Delta Lloyd-gebouw. NL Mondriaan verzoekt u het Ontwerpbestemmingsplan, in het belang van de goede ruimtelijke ordening, zodanig aan te passen dat de bij het Tooropgebouw voorziene hoogbouw komt te vervallen. NL Mondriaan biedt graag nogmaals aan om mee te denken over een alternatieve planuitwerking zodat het gebied een meer natuurlijke opbouw krijgt. Geluid Nu NL Mondriaan zich om al de hiervoor genoemde redenen verzet tegen de hoogbouw en verdichting voor de Mondriaantoren, verzet NL Mondriaan zich tevens, om gelijke redenen, tegen het Ontwerpbesluit dat die hoogbouw en verdichting faciliteert (o.a. door hogere waarden vast te stellen). Conclusie Gelet op het vorenstaande zijn het Ontwerpbestemmingsplan en het Ontwerpbesluit onrechtmatig. In het Ontwerpbestemmingsplan en het Ontwerpbesluit wordt onvoldoende rekening gehouden met de belangen van NL Mondriaan.

NL Mondriaan vraagt u daarom niet over te gaan tot vaststelling van voorgenomen besluiten, dan wel om het Ontwerpbestemmingsplan en Ontwerpbesluit vast te stellen met inachtneming van deze zienswijzen. Reactie gemeente Inspraakreactie op Stedenbouwkundig Plan en brieven Voor het stedenbouwkundig plan heeft uitgebreide participatie en inspraak plaatsgehad. Er zijn in 2019 en 2020 meerdere bijeenkomsten georganiseerd waarvoor alle stakeholders in het gebied zijn uitgenodigd. De gemeente heeft de overtuiging dat voor het Stedenbouwkundig Plan Amstelstation Amsteloever een goed en zorgvuldig proces van participatie en inspraak is doorlopen. De zienswijze van indiener op het Stedenbouwkundig Plan is reeds beantwoord in kader van vaststelling van dat Stedenbouwkundig Plan door de Gemeenteraad op 21 april 2021. Genoemde zienswijze gaf aan de Gemeenteraad geen aanleiding het Stedenbouwkundig Plan te wijzigen. Naar aanleiding van de brieven die door indiener naar de gemeente zijn geschreven heeft een gesprek plaatsgevonden met vertegenwoordigers van het project Amstelstation Amsteloever. Hierin is het eerdergenoemde besluit van de Gemeenteraad toegelicht. De brieven zijn daarnaast schriftelijk beantwoord.

Aantasting belangen NL Mondriaan In lijn met de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 wordt het plangebied gezien als een hoogstedelijke stationskwartier liggend rondom een intercitystation met een nationale en

74

Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever

regionale uitstraling, waardoor de potentie voor een rijk voorzieningenaanbod hoog is en het een aantrekkelijke plek is voor de vestiging van kantoren. Bij het stationskwartier Amstel wordt dan ook uitgegaan van verdichting met ruimte voor wonen, werken en (grootstedelijke) voorzieningen. Bij deze verdichting staat dus een goede woonkwaliteit, met leefbare straten en pleinen, intensivering van groen en veel plek voor ontmoeting, voorop. Juist deze verbetering van de kwaliteit van het leefgebied met de gemengde bestemmingen inclusief voorzieningen draagt bij aan de leefbaarheid en kwaliteit van het gebied. Dit is vastgelegd in het Stedenbouwkundig Plan, wat erop gericht was om evenwichtige ruimtelijke keuzes te maken. De gemeenteraad heeft deze afweging gemaakt bij het vaststellen van het Stedenbouwkundig Plan. In de Structuurvisie is dit gebied als stedelijk gebied aangewezen. Een gebied met meerdere verschillende functies heeft meer stedelijkheid dan een gebied met weinig verschillende bestemmingen. Kantoren zijn dus gebaat bij een gemengde omgeving waardoor de locatie aantrekkelijker wordt dan deze nu is en het vestigingsklimaat dus verbetert. Vanuit ruimtelijk oogpunt biedt de verdichting dus een verbetering van het ondernemersklimaat voor alle gevestigde en nieuwe bedrijven.

Met de toevoeging van woningen wordt daarnaast een algemeen belang gediend omdat de vraag naar woningen groot is. Dit geldt dus ook voor de woontoren op de locatie Toorop die door dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Voor het aspect waardevermindering van het vastgoed als gevolg van de ontwikkeling van het Tooropgebouw (Delta Loyd) staan procedures open voor het geval dat na vaststelling van het bestemmingsplan sprake is van waardevermindering.

Te veel kantoorprogramma Zie ook hoofdstuk 6.1. In het Amsterdams beleid, zoals in de Structuurvisie 2050 en de Omgevingsvisie, is een constante lijn gevoerd om verdichting en hoogbouw rond het intercitystation Amsterdam Amstel toe te passen. In de Structuurvisie 2050 is daarover opgenomen dat de concentraties van werken en publiekstrekkende voorzieningen in Amsterdam vooral een plek krijgen in stationskwartieren bij de belangrijke stations: Sloterdijk, Bijlmer-ArenA, Zuid, Amstel en CS. Daarbij wordt ook aangegeven dat (zie pagina 18) bij het verdichten van buurten een goede woonkwaliteit, met leefbare straten en pleinen en veel plek voor ontmoeting, voorop staat. Verkeersgeneratie Zie de reactie onder 7.2.2 Stedenbouwkundige aansluiting op lommerrijke Amstel gaat verloren In het bestemmingsplan is rondom het Tooropgebouw en langs de Amstel de bestemming groen opgenomen waarmee een groene inrichting van dit gebied juridisch planologisch is geborgd.

75

Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever

Het is dan ook wel degelijk de bedoeling dat het gebied wordt vergroend wat gaat bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. De wijze van inrichting van het maaiveld wordt niet in het bestemmingsplan vastgelegd. Vergroening van de oever zal zijn plek krijgen in het inrichtingsplan voor de openbare ruimte wat op een later moment wordt gemaakt. Inbreuk op UNESCO-beschermingsregime In de HoogbouwEffectRapportage (HER), als bijlage opgenomen bij het reeds vastgestelde Stedenbouwkundig Plan en als bijlage 10 bij het ontwerp bestemmingsplan Amstelstation Amsteloever is de onderbouwing opgenomen van de toetsing aan het UNESCO werelderfgoed, de 2km zone. Onderstaande afweging heeft ook al plaatsgehad in kader van het Stedenbouwkundig Plan. Het plangebied bevindt zich op de rand van de 2 kilometer zone die rondom het UNESCO werelderfgoed is gedefinieerd. Nieuwbouw binnen deze zone wordt getoetst op de invloed op het UNESCO werelderfgoed. Criterium is dat het historische gelaagde stadsbeeld tot één geheel is vergroeid en niet mag worden aangetast door nieuwe in maat en schaal afwijkende bebouwing. Binnen het kerngebied van de UNESCO zone is de huidige Rembrandttoren zichtbaar vanaf de Prinsengracht vanaf het rak Leidsegracht - Spiegelgracht. Deze zichtbaarheid is te kenmerken als de vergroeiing zoals deze in de Hoogbouwvisie wordt beschreven.

Bij de totstandkoming van het Stedenbouwkundig Plan zijn modelstudies gedaan om de effecten van verdichting op de wijde omgeving in beeld te brengen. Er is met extra aandacht naar de effecten vanuit het aangewezen Unesco gebied gekeken. Uit deze studie blijkt dat de ontwikkellocaties van Amstelstation Amsteloever alleen vanaf de Prinsengracht en de Blauwbrug zichtbaar zijn. Uit de hoogbouweffectrapportage blijkt dat van de voorgestelde torenlocaties binnen Amstelstation Amsteloever de locatie Leeuwenburg de meest gevoelige is. Een toren op deze locatie wordt zichtbaar vanuit het UNESCO gebied en kan om deze reden niet hoger zijn dan 135 meter. Deze toren vergroeit op deze manier met de skyline, net als de Rembrandttoren. Met deze aanvullende voorwaarde op de hoogte van de toren van Leeuwenburg wordt voldaan aan het criterium dat het historische gelaagde stadsbeeld niet wordt aangetast door in maat en schaal afwijkende bebouwing. De hoogte van de Delta Lloyd locatie past binnen de hoogbouwvisie en de daaraan voor het UNESCO gekoppelde criteria. Voorkomen van wind-, schaduw- en galmhinder onvoldoende geborgd In het kader van de Hoogbouw Effect Rapportage in het kader van het Stedenbouwkundig Plan heeft windhinderonderzoek plaatsgehad. Uit dit onderzoek is gebleken dat met name op de Stationsloper en bij de Spaklerweg punten zijn die extra aandacht nodig hebben, zie bijlage X.

Hieruit is gebleken dat de aandachtpunten op de Stationsloper en de Spaklerweg met mitigerende maatregelen oplosbaar zijn. Met een aanpassing van de bouwenvelop van de Tooroplocatie in het definitief bestemmingsplan bereiken we dat het windklimaat beter

76

Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever

wordt. Voor toelichting op deze aanpassing zie de nota van ambtelijke wijzigingen en de bijbehorende bijlage 1. Bezonningsstudie heeft in het kader van de Hoogbouw Effect Rapportage plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat er geen onevenredige afname van bezonning binnen het gebied zal plaatsvinden. Door hoogbouw neemt de bezonning beperkt af, minder dan 1 uur binnen het gebied, en voldoet daarmee ruimschoots aan de TNO-norm. Voor galm zijn geen vereisten of referenties waaraan binnen ruimtelijke ontwikkelingen kan worden getoetst. Tijdens het participatie traject is gebleken dat galm voor bewoners een aandachtspunt is. Omdat groen een dempend effect heeft op galm is dit vertaald in het extra groen en bomen in het Stedenbouwkundig Plan. Dit wordt op een later moment meegenomen in het inrichtingsplan voor de openbare ruimte. Privacy De onderlinge ruimte tussen de verschillende bouwvolumes en de oriëntatie van deze bouwvolumes is zo gekozen dat er onderlinge afstand is tussen deze bouwvolumes (zowel bestaand als nieuw). Hiermee blijft de onderlinge privacy van bewoners en gebruikers voldoende gewaarborgd. Alternatieve invulling Tooropgebouw Zie hiervoor de beantwoording hierboven en vooral de beantwoording onder het kopje Inbreuk op UNESCO-beschermingsregime. Geluid Zie hoofdstuk 8.

Conclusie De zienswijze van NL Mondriaan leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

77

Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever

Habitat Advocaten namens woonbootbewoners (zienswijze nummer 24) Namens de woonbootbewoners is gezamenlijk één zienswijze ingediend, zij worden vertegenwoordig door Habitat Advocaten. In de zienswijze gaan zij in op een aantal aspecten ten aanzien van de ligging van de woonboten wordt ingegaan. Verschillende onderwerpen komen aan bod, zoals juridische zekerheid, terrassen, overlast van (horeca)voorzieningen, parkeren en zichtlijnen. De zienswijze wordt hieronder per thema beantwoord. 14.1 Inleiding 1. De betrokkenen zijn allen (mede)eigenaar van een woonark langs de Amsteloever, ter hoogte van 'De Omval' binnen het plangebied. Het nieuwe bestemmingsplan beoogt het planologisch mogelijk maken van de uitvoering van een reeds door uw raad op 26 april 2021 vastgesteld Stedenbouwkundig Plan Amstelstation-Amsteloever. Tegen de vaststelling van dit Stedenbouwkundig Plan stonden - zoals bekend — zelfstandig geen rechtsmiddelen open. Deze zienswijze is derhalve, voor zover van belang, ook gericht tegen het vastgestelde Stedenbouwkundig Plan, voor zover het betreft het openbaar gebied langs de Amsteloever ter hoogte van de aanwezige ligplaatsen voor woonboten. 2. De (mogelijke) inrichting van de openbare ruimte in de directe omgeving rond de ligplaatsen, raakt de bestaande woonkwaliteit ter plaatse van de ligplaatsen.

In positieve zin wanneer het beoogde gebruik, dat voortvloeit uit de (nieuwe) inrichting van de openbare ruimte, goed wordt ingepast. In negatieve zin wanneer het ontwerp en de uitvoering van het Stedenbouwkundig Plan een - wel of niet beoogd - gebruik van de openbare ruimte veroorzaakt dat de bestaande woonkwaliteit blijvend en potentieel ingrijpend zal aantasten. Het is immers een felt van algemene bekendheid dat het verhogen van de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte in Amsterdam per definitie spanning veroorzaakt met de omliggende woonkwaliteit. 3. Wonen op ligplaatsen lijkt in dat verband bij de bestuurlijke belangenafweging een status aparte te hebben ten opzichte van wonen op de wal. Omdat bij het ruimtelijkstedenbouwkundig plannen van nieuwe recreatieve verblijfsvoorzieningen in de openbare ruimte, de bestaande woonfunctie op het water vrijwel lijkt te worden genegeerd. Sterker nog, in de stedenbouwkundige planning wordt er gemakshalve al vanuit gegaan dat ligplaatsen 'vrijwillig' zullen kunnen worden ontruimd. Zonder voldoende waarborgen omtrent de vrijwilligheid van uitkoop of verplaatsing, is goed denkbaar dat een situatie gaat ontstaan dat het toevoegen van overlast gevende voorzieningen in de open bare ruimte rond de ligplaatsen het proces van 'vrijwillige opheffing' zullen kunnen versnellen en dus toch druk ontstaat.

In het navolgende wordt een handreiking gedaan voor een bestemmingsplanregeling waarbij volgtijdelijk eerst ligplaatsen worden ontruimd en daarna overlast gevende recreatieve voorzieningen worden toegevoegd aan de Amsteloever.

78

Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever

4. De betrokkenen wensen to benadrukken dat de vaststelling van het bestemmingsplan het enige besluit is dat rechtsbescherming mogelijk maakt. Een daaropvolgend inrichtingsplan voor de verdere uitwerking van het Stedenbouwkundig Plan kent geen bestuursrechtelijke rechtsbescherming. 5. Het is dus van belang dat het bestemmingsplan voldoende de gerechtvaardigde belangen van de betrokkenen borgt. Een aantal betrokkenen hebben eerder meegedaan aan de Denktankavonden en het indienen van een zienswijze inzake het Stedenbouwkundig Plan. De belangrijkste inbreng en de beantwoording daarvan is opgenomen in bijlage 2. 14.2 Zichtlijnen in relatie met bestemming Water (artikel 18.3, Regels) 1. In het Stedenbouwkundig Plan lijken de geplande zichtlijnen concreet te zijn weergegeven in paragraaf 3.1 'Woonboten', in aansluiting op de stedenbouwkundige inrichting van het achterliggende stedelijke gebied en infrastructuur. 7. In het ontwerpbestemmingsplan is in de bestemming 'Water', artikel 18.3, een relatie gelegd tussen 'zichtlijnen' en 'open ruimten' bij de toepassing van de bevoegdheid om nadere eisen te stellen aan de situering en afmetingen van drijvende bouwwerken "indien dit noodzakelijk is vanwege (c.) de ruimtelijke structuur in de zin van zichtassen of (d.) zichtlijnen en open ruimten. 8.

Rechtsonzeker is geformuleerd in welk geval precies sprake zal zijn van een "noodzakelijkheid" om beperkingen te stellen aan een vervanging of verbouwing. Want een omgevingsvergunning is alleen bij vervanging of verbouwing nodig. Elke verbetering van een zichtlijn of het ontstaan van meer open ruimte kan in deze formulering als noodzakelijk worden gekwalificeerd, gelet op de uitgangspunten van het vastgestelde Stedenbouwkundig Plan. Er is dus zo geen toetsbare juridische drempel voor de uitoefening van deze bevoegdheid namens het college van B&W. 9. Artikel 18.3, lid c. en d. behoren achterwege te blijven, zodat in ieder geval duidelijk is dat voor de toepasselijkheid van de bevoegdheid om nadere eisen te stellen, uitsluitend de vastgestelde waterbeleidregels als toetskader zullen gelden. Als een verwijzing naar dynamisch waterbeleid is beoogd, dan moet uit de planregel duidelijk blijken binnen welke ruimtelijke begrenzing dit dynamisch beleid functioneert. 2. 22. Als artikel 18.3, lid c. en d. wel worden opgenomen, dan zal duidelijk moeten worden gemaakt op de Verbeelding welke zichtassen, zichtlijnen en open ruimten door de raad precies zijn bedoeld met de vaststelling van deze regel.

Het vastgestelde waterbeleid maakt ook niet duidelijk wanneer er sprake is van de bedoelde `noodzakelijkheid' en kent in dit verband slechts bestaande maatvoeringsregels en vervangingsmogelijkheden. Het is daarom van belang dat op de Verbeelding de bedoelde zichtlijnen worden bestemd, zodat duidelijk is op welke ligplaatsen precies de noodzakelijkheidstoets toepasselijk is. Reactie gemeente Artikel 18 c en d – zichtassen en zichtlijnen In de zienswijze wordt gesteld dat rechtsonzeker is geformuleerd in welk geval precies sprake zal zijn van een "noodzakelijkheid" om beperkingen te stellen aan een vervanging of verbouwing.

79

Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever

In het bestemmingsplan Amstelstation Amsteloever zijn alle woonboten positief bestemd binnen de functieaanduiding woonschepenligplaats want daarbinnen zijn drijvende bouwwerken toegestaan. De huidige ligging met situering en afmetingen zijn op basis van de WABO vastgelegd. Binnen de huidige situering en afmetingen zijn eventuele nadere eisen niet van toepassing. Daarmee is de rechtszekerheid van de eigenaren van de woonboten maximaal geborgd en is er geen sprake van rechtsongelijkheid. Slechts in geval van vervanging of verbouwing, waarbij de huidige ligging, situering en afmetingen worden overschreden volgt de noodzakelijkheid van het stellen van nadere eisen uit de genoemde aspecten in artikel 18.3 onder a t/m d, namelijk de veiligheid op het water, de cultuurhistorische omgevingswaarden, de ruimtelijke structuur in de zin van zichtassen en de zichtlijnen en open ruimte. Al deze nadere eisen zijn overgenomen uit het paraplubestemmingsplan Drijvende Bouwwerken uit 2019. Dit paraplubestemmingsplan vigeert al in de gehele stad en is dus ook van kracht op het plangebied Amstelstation Amsteloever. 14.3 Vrijwillige uitkoop in relatie met wijzigingsbevoegdheid bestemming Water (artikel 18.7) 1.

De bestaande ligplaatsen in de drie ligplaatsvlakken, voorzien van de aanduiding `woonschepenligplaats' en met ruimte voor respectievelijk 3,10 en 9 ligplaatsen, zijn opnieuw positief bestemd. Alle betrokkenen kunnen zich vooralsnog niet voorstellen dat er binnen de planperiode sprake zal zijn van een vrijwillige uitkoop of verplaatsing. 2. In het door de raad vastgestelde Stedenbouwkundig Plan is evenwel zeer uitdrukkelijk het concrete voornemen opgenomen om, door vrijwillige uitkoop van een of meer woonboten, de zichtlijnen op de Amstel te verbeteren. Deze beleidsdoelstelling raakt een open zenuw bij de betrokkenen, waardoor veel onrust is ontstaan. 3. Daardoor is de behoefte nadrukkelijk ontstaan om nu reeds, bij wijze van een garantie, duidelijk te krijgen hoe een vrijwillige uitkoop - met voldoende waarborgen omkleed - in zijn werk zal gaan. De uitkoopregeling behoort juridisch gekoppeld te worden aan de wijzigingsbevoegdheid zoals opgenomen in artikel 18.7. 4. In artikel 18.7.1, onder b., ten eerste, is geformuleerd dat alleen gebruik mag worden gemaakt van deze bevoegdheid wanneer dit bijdraagt aan het beter zichtbaar maken van de Amstel vanaf de oever. Deze regel is rechtsonzeker geformuleerd, is niet objectief toetsbaar en is bovendien overbodig, gelet op het gestelde onder sub 2. en 3. 5.

In plaats daarvan behoort een verwijzing naar een met waarborgen omklede uitkoopregeling als bijlage bij deze regel te worden opgenomen. Bijvoorbeeld met de tekst: "(1)voor zover uitvoering is gegeven aan de uitkoopregeling zoals opgenomen in bijlage * bij de Regels." 6. In artikel onder b., ten derde, behoren de woorden 'dan wel dat te worden verwijderd, omdat aan elk van de sub-leden onder b. moet zijn voldaan. De ontwerptekst schakelt met de te verwijderen woorden 'dan wel dat' het gestelde onder a. en b. uit, terwijl aan elk van de drie genoemde voorwaarden voor toepassing van deze bevoegdheid moet zijn voldaan. 7. Ten overvloede is het volgens paragraaf 5.2.2.2, Toelichting de bedoeling dat het toepassen van deze bevoegdheid uitsluitend is toegestaan als de betreffende

80

Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever

woonboot/woonboten naar een andere ligplaats is/zijn verplaatst of de woonboot is verwijderd en wanneer er overeenstemming met de betreffende belanghebbende is bereikt over het verplaatsen/verwijderen van de woonboot/woonboten. 8. In artikel onder b., ten derde, behoort, gelet op de tekst in het vastgestelde Stedenbouwkundig Plan, de woorden 'uitsluitend vrijwillig' te worden toegevoegd voorafgaand aan het woord 'overeenstemming'. Deze toevoeging borgt dat niet onder ambtelijke druk, in welke vorm dan ook, overeenstemming wordt bereikt. Zie verder hierna onder het kopje Toelichting bestemmingsplan. Opnemen voorwaardelijke verplichting 21. Om te voorkomen dat hinder ontstaat voor de bestaande woonomgeving op de ligplaatsen dringen betrokkenen aan dat verblijfsvoorzieningen aan de oever (zoals trappen, steigers) mogen worden gerealiseerd na het feitelijk opheffen van de aangrenzende ligplaatsen binnen een straal van 5o meter vanaf het middelpunt van de voorziening. Daarmee wordt geborgd dat dergelijke bekende bronnen van overlast, met alle klachten en handhavingsdruk vandien, niet ontstaan voordat een aanvaardbare afstand is gerealiseerd tot de dichtstbijzijnde ligplaats. 22. Voorgesteld wordt om de mogelijkheid van het toevoegen van een verblijfsvoorziening bij recht te bestemmen binnen de bestemming `Groen', mits gecombineerd met de bedoelde voorwaardelijke verplichting.

Een dergelijke regeling respecteert de bestaande woonkwaliteit van de direct omwonenden rond de stedenbouwkundig aangewezen locaties. Zie verder hieronder bij de bespreking van de bestemming 'Groen'. Bevoegd gezag wijzigingsbevoegdheid 23. In artikel 18.7 Wijzigingsbevoegdheid is voorzien in een bevoegdheid voor het 'Dagelijks Bestuur'. Deze bevoegdheid is relevant in het geval dat ligplaatsen worden opgeheven of verwijderd. 24. Wat hierbij opvalt is dat deze bevoegdheid is toegekend aan het Dagelijks Bestuur en niet aan het College van B&W. Deze bevoegdheidstoedeling lijkt in strijd te zijn met de formele bevoegdheidsverdeling tussen het College van B&W en het Dagelijks Bestuur, waarbij aan het Dagelijks Bestuur geen autonome bevoegdheid is geattribueerd, maar uitsluitend onder een mandaatregeling mag handelen. Reactie gemeente Vrijwillige aankoop In de zienswijze wordt aangegeven dat een waarborg van de vrijwilligheid van de uitkoopregeling van de woonboten nodig is. Er wordt bepleit de uitkoopregeling juridisch te koppelen aan de wijzigingsbevoegdheid om het aantal ligplaatsen met één te verminderen nadat een woonboot vrijwillig is aangekocht door de gemeente. In het Stedenbouwkundig Plan is het voornemen uitgesproken dat de gemeente op vrijwillige basis een of meerdere woonboten wenst aan te kopen om de Amstel meer zichtbaar te maken vanaf de oever.

Vanzelfsprekend wordt bij eventueel aankoop uitgegaan van vrijwilligheid. Daarom is op voorhand geen zekerheid of komende jaren een aankoop kan of zal worden verricht.

81

Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever

In de toelichting wordt de voorwaarde van vrijwilligheid benadrukt door op te nemen: "Voor wat betreft het bereiken van overeenstemming met de desbetreffende eigenaar wordt uitgegaan van uitsluitend vrijwilligheid". Als regel is deze geformuleerde zinsnede in het kader van de planologische afweging niet controleerbaar en verifieerbaar en is daarom niet logisch om op te nemen in de regels. Door de indiener wordt verzocht om een eventuele aankoopregeling op te nemen in het bestemmingsplan. Zoals aangegeven wordt uitgegaan van vrijwilligheid, daarbij heeft de eventuele aankoopregeling geen planologische grondslag. Er is een vastgesteld protocol voor aankopen, namelijk het Protocol definitieve verplaatsing woonboten Amsterdam, versie 1 maart 2022, vastgesteld door het college van Burgemeester en wethouders dat van toepassing zal zijn op deze vrijwillige aankopen. Opnemen in de regels van het bestemmingsplan ligt niet in de rede, wel zal in de toelichting worden verwezen naar dit protocol dat als basis wordt gebruikt voor de vrijwillige aankoop. Wat wel is opgenomen in het bestemmingsplan is een regeling waarbij de aanduiding woonschepenligplaats kan worden verkleind en de aanduiding maximum aantal wooneenheden verkleind kan worden. Deze regeling en bevoegdheidstoedeling is gelijk aan de regeling in het huidige bestemmingsplan De Omval.

Inhoudelijk wordt hierin geen wijziging voorzien. Wel wordt ter verduidelijking de bepaling gewijzigd van Dagelijks Bestuur naar Bevoegd gezag. Doel van de vrijwillige uitkoopregeling is om het zicht op de Amstel vanaf de oever te vergroten. Inzet is verbreding van de oever met meer ruimte voor groen, recreatief wandelen en fietsen en meer samenhang in de inrichting. Doorkijkjes van de oever naar het water draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit. In tegenstelling tot wat in de zienswijze wordt gezegd, worden in paragraaf 3.1 van het Stedenbouwkundig Plan de geplande zichtlijnen niet concreet weergegeven. Dit plaatje is slechts een impressie en schetst daarmee één van de mogelijke uitkomsten. Ten aanzien van deze regel in artikel 18.7.1 onder b genoemde bepaling is terecht opgemerkt dat de onder b en c genoemde bepalingen in samenhang een inkadering van de bevoegdheid van het College van Burgemeester en Wethouders vormen. Daarom wordt de in artikel 18.7.1 onder b sub 3 tekstueel aangepast door de woorden “dan wel” te schrappen.

Daarmee is het conform hetgeen is opgenomen in de toelichting, namelijk dat het de bedoeling is dat het toepassen van deze bevoegdheid uitsluitend is toegestaan als de betreffende woonboot/woonboten naar een andere ligplaats is/zijn verplaatst of de woonboot is verwijderd én wanneer er overeenstemming met de betreffende belanghebbende is bereikt over het verplaatsen/verwijderen van de woonboot/woonboten. 14.4 Terras woonboten 25. In artikel 18.6.2 is een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het realiseren van een terras bij de woonboot. De regeling ziet uitsluitend op kleinschalige terrassen tussen de wal en de woonboot. De betrokkenen wijzen erop dat, ingevolge het vastgestelde waterbeleid, ook terrassen zijn toegestaan aan de Amstelzijde. Daarvan is in een aantal gevallen door woonbooteigenaren ook gebruik gemaakt en door anderen (nog) niet. Bovendien

82

Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever

kan sprake zijn van een vervangingsbehoefte. De binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor terrassen voorziet, gelet op het vastgestelde waterbeleid benoemt voor het gebied Omval, dus abusievelijk nog niet in een binnenplanse afwijkingsregeling voor de terrassen aan de Amstelzijde. 26. Hetgeen betekent dat het gevoegde gezag uitsluitend met een uitgebreide uniforme voorbereidingsprocedure kan meewerken aan een aanvraag voor een terras, overeenkomstig het vastgestelde waterbeleid. Die drempel is hoog, althans de positieve uitkomst van een aanvraag is een stuk onzekerder, gelet op de discretionaire bevoegdheid van het college van B&W \ Dagelijks Bestuur en het ontbreken van een duidelijk toetskader. 27. Dat kan, gelet op de specifieke regeling in het waterbeleid, niet de bedoeling zijn en behoeft daarom een uitbreiding van de regeling in dit bestemmingsplan om binnenplans te kunnen afwijken overeenkomstig het vastgestelde waterbeleid. Reactie gemeente Terassen Door indiener is terecht aangegeven dat het bestemmingsplan ten aanzien van terrassen niet in overeenstemming is met het beleid. Het huidige beleid ten aanzien van terrassen is vastgelegd in de Beleidsnotitie "woonboten en oevergebruik" van het Stadsdeel Oost, vastgesteld 25 juni 2013.

In het beleid ten aanzien van de woonboten bij de Omval is het volgende opgenomen: In de gebieden Groene Staart, Omval en Overamstel/Weespertrekvaart mogen terrassen aan de waterzijde worden gerealiseerd onder de volgende voorwaarden: - Uitsluitend toegestaan indien geen oevergebruik is toegestaan; - Maximale breedte 2 m; - Maximale lengte gelijk aan de lengte van de woonark uit de geldende ligplaatsvergunning; - Niet spijker- en nagelvast verbonden met de woonboot. Deze bepaling wordt toegevoegd aan artikel 18.6.2. Woonboten hebben uitsluitend de mogelijkheid van terrassen aan de buitenzijde mits wordt voldaan aan de genoemde voorwaarden.

14.5 Bestemming `Groen (artikel 9) / inrichting recreatief verblijf / betonnen trap(pen) 3o. De oever direct langs de ligplaatsen is over de hele lengte bestemd als 'Groen'. Op deze oeverstrook zijn geen relevante nadere bouw- of functieaanduidingen weergegeven voor het mogelijk ma ken van recreatieve verblijfsvoorzieningen aan de oever. In het Stedenbouwkundig Plan is opgenomen dat de oeverstrook onderdeel zal zijn van een gewenste parkachtige inrichting. 31. Hetgeen inderdaad ook blijkt uit het bestemmen van meer 'Groen', ten opzichte van de bestemming 'Groen' in het voorlopende bestemmingsplan Omval. Op zichzelf voorziet de planontwikkeling in een aantrekkelijker groene aankleding van de omgeving rond de ligplaatsen. 32. De zorg van de betrokken woonbooteigenaren betreft de aantrekkende werking van de groene inrichting op recreanten. Juist de flexibele planologische vormgeving van de bestemming 'Groen' wekt de vrees dat zonder verdere betrokkenheid of rechtsbeschermingsmogelijkheden in

83

Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever

de openbare ruimte op enig moment voorzieningen worden toegevoegd op de bestemming 'Groen' met een (zware) overlastpotentie voor omwonenden. 33. De gewenste meer robuuste parkachtige opzet in het Stedenbouwkundig Plan, vergroot immers juist de (gewenste) mogelijkheden voor verblijfsrecreatie en het ad hoc aanmeren van waterrecreanten. Zeker wanneer in de directe omgeving van de Amsteloever tevens (zware) horecavoorzieningen worden toegelaten. Reactie gemeente Zie hiervoor reactie gemeente in paragraaf 14.6. 1.51 Horeca 34. Met name categorie III (bar/drinkgelegenheid) met, volgens website van de stad openingstijden tot 3 uur 's nachts in het weekend, in combinatie met de trappen (of ook met de verbeterde groenstrook) op een afstand van enkele tientallen meters van de geplande horeca, gaat gegarandeerd voor overlast zorgen. In het voortraject is nooit over het toelaten van horeca-categorie III gesproken (een koffie/broodjeszaak of restaurant werd er steeds gemeld). 35. De omwonenden verzoeken u daarom dringend om geen horeca III toe te staan in de directe omgeving van de ligplaatsen, zoals nu wel is gebeurd met de bestemming `Gemengd-2' in de ontwerpregeling. 36.

Verwijzen naar handhavingsinspanning bij overlast is absoluut geen dragend tegenargument om de oeverzone wel met verblijfsfuncties in te richten, in relatie tot de bestaande aanwezigheid van de woonarken en het toevoegen van nieuwe 'bezoekersmagneten' zoals horeca III. Elders in de stad is voldoende gebleken dat er sprake is van een handhavingstekort in het geval dat de voorzieningen succesvol zijn. Het is een dilemma waarvan de ruimtelijke gevolgen goed moeten worden onderzocht. 37. Het is daarom de vraag hoe de daaruit volgende overlast en verminderd veiligheidsgevoel kan worden tegengaan, juist door de inrichting van de openbare ruimte en het beperken van 'bouwwerken geen gebouw zijnde'. 38. De betrokkenen verzoeken u te bevestigen in de beantwoording van de zienswijzen, dat gebouwde oevervoorzieningen, zoals (betonnen) trappen en steigers in ieder geval niet bij recht zijn toegestaan binnen de ontwerpbestemming 'Groen' in de oeverstrook langs de ligplaatsen. 39. Het gaat daarbij met name om het aanbrengen van verhardingen of steigers met een recreatief verblijfsgebruik direct langs de waterrand. Onmiskenbaar is het recreatieve gebruik van deze voorzieningen, waarvan de negatieve voorbeelden in de stad aanwezig zijn, planologisch relevant vanwege geluidhinder en andere vormen van overlast. 40.

Het is voor de betrokkenen daarom uiterst belangrijk om goed geregeld te krijgen dat dergelijke voorzieningen niet zijn toegestaan in een straal rond de ligplaatsen en waar precies dergelijke voorzieningen eventueel wel mogelijk worden gemaakt. 41. Daarbij dient in dat geval een adequate 'milieuzonering' te worden gehanteerd met een zodanige minimale afstand tot de dichtstbijzijnde woonark, dat er onder alle omstandigheden redelijkerwijs sprake blijft van een aanvaardbare woonsituatie. Reactie gemeente De indieners geven aan dat horeca tot geluidsoverlast gaat zorgen en dat daarom geen of beperkt horeca opgenomen moet worden in de nabijheid van woonboten. In de zienswijzen

84

Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever

wordt aangegeven dat er verplichte afstanden tussen woonboten en horeca opgenomen zouden moeten worden. Menging van de functies horeca en wonen is gebruikelijk in een grootstedelijke omgeving waardoor overlast niet valt uit te sluiten. Wel worden, zoals beschreven in de reactie van de gemeente onder paragraag 3.1, de voorzieningen waaronder horeca geconcentreerd langs doorgaande routes zoals de Stationsloper met het daaraan gesitueerde Rivierenplein. Hierdoor zullen mogelijk enkele woonboten ter hoogte van het Rivierenplein enige overlast ervaren. Wel is elke horecavestiging verplicht een exploitatievergunning aan te vragen en bij de vergunningverlening wordt getoetst of aanvullende eisen nodig zijn om eventuele overlast te beperken.

14.6 Betonnen trappen 43. Een zeer heikel onderwerp onder de betrokkenen is het, overeenkomstig het Stedenbouwkundig Plan, inrichten van de openbare ruimte met een of meer betonnen trappen als aantrekkelijke recreatieve verblijfsmogelijkheid aan de oever van de Amstel. Op zichzelf wellicht aantrekkelijk voor bezoekende recreanten en uitgaanspubliek, maar daarbij kunnen de bestaande woonarken niet worden weggedacht. 44. De daartoe aangeduide verblijflocaties zijn kennelijk voorzien op zeer korte afstand (vanaf slechts 11 meter) van de aanwezige ligplaatsen, maar zijn - anders dan andere harde voorzieningen' zoals parkeerplaatsen - niet als zodanig concreet bestemd. 45. De aanleg lijkt namelijk bij recht mogelijk te zijn gemaakt op de ontwerpbestemming 'Groen', althans er is juridische discussie mogelijk over de vraag of deze bouwwerken geen gebouw zijnde met een reguliere omgevingsvergunning kunnen worden vergund. 46. Ligplaatsen zijn in de Wet geluidhinder en het Besluit geluid milieubeheer aangewezen als geluidgevoelige terreinen, zodat in kaart behoort te worden gebracht op de grens van de aanduiding 'woonschepenligplaats' welke (geluid)hinderaspecten te verwachten zijn. Mede gelet op ervaringen met vergelijkbare voorzieningen elders in de stad. 47.

Er ontbreekt een hinderonderzoek naar de gevolgen van de vaststelling van dit bestemmingsplan voor de dichtstbij gelegen woonarken, waarbij ook rekenschap moet worden gegeven van het felt dat geluid over wateroppervlak verder draagt. Bovendien wordt een onderzoek gemist naar de geluidsaspecten van dergelijke voorzieningen in de openbare ruimte en de daaraan te verbinden gevolgen. 48. Om rechtsbescherming te behouden verzoeken betrokkenen u, gelet op het voorgaande om in ieder geval binnen de bestemming Groen in de Regels de ontwerptekst te wijzigen door in: • artikel 9.1, onder d. het woord 'ongebouwde' toe te voegen voorafgaand aan het woord soevervoorzieningen'; • artikel 9.1, onder h. toe te voegen 'ter plaatse van de aanduiding 'terras' is een (horeca)terras toegestaan' en de Verbeelding op dit punt aan te passen. Artikel 9.3.1 dient in dat verband achterwege te blijven, omdat een ruimtelijke begrenzing ontbreekt. Een ruimtelijke begrenzing kan niet worden gemist vanwege de hinderpotentie van een horeca-terras en de neiging om een terras te laten 'uitdijen' ter vergroting van de capaciteit. Zie verder in dit verband de hierboven voorgestelde regeling om met het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in de planregels het gebruik van de bestemming 'Groen' voor het aanleggen van recreatieve verblijfsvoorzieningen (trappen, steigers) afhankelijk te stel len van

85

Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever

de ontruiming van de ligplaatsen in een straal van so meter rond de geplande verblijfsvoorziening. Reactie gemeente Betonnen trappen als recreatieve voorziening In de zienswijze wordt gevraagd het inrichten van de openbare ruimte met betonnen trappen als recreatieve verblijfsvoorziening aan de oever van de Amstel slechts mogelijk te maken onder de voorwaardelijke verplichting dat deze vanaf het middelpunt van de voorziening een afstand houdt van minimaal 50 meter tot aan de ligplaats. Een betonnen trappartij als voorziening aan de Amstel is reeds opgenomen in het door de gemeenteraad vastgestelde Stedenbouwkundig Plan. Ook bij het Stedenbouwkundig Plan is op dit onderwerp een zienswijze ingediend. Het Gemeenteraad heeft hierop het volgende antwoord geformuleerd: “Het Rivierenplein krijgt een inrichting als centrale plek waar bewoners en bezoekers elkaar kunnen ontmoeten, dus met een verblijfsfunctie…..Door alle openbare ruimte beter te benutten in het hele gebied is de ambitie de drukte beter te verspreiden dan de huidige situatie toelaat. De in het ontwerp getekende trappen bieden meer contact met het water dan het huidige talud, waardoor de stationsloper tot aan de Amstel reikt en een waardige einde krijgt.

De trap, die van meet af aan in het plan heeft gezeten, is op basis van eerdere dialoog met bewoners al verkleind en verder weg gelegd van de woonboten en woongebied de Staalmeesters. Toezegging blijft om maatregelen te nemen onder water, om aanmeren van boten onmogelijk te maken en zwemmen te ontmoedigen. Dit biedt voldoende houvast voor een acceptabel leefklimaat. NB: De minimale afstand tussen het einde van de verkleinde trap en dichtstbijzijnde woonboot is 11 meter.” De hierboven genoemde “in het ontwerp getekende trappen” betreft een trappartij in de bestemmingen ‘groen’ en ‘water’ in het verlengde van de zogenaamde Stationsloper (de openbare ruimte vanaf het Amstelstation naar de Amstel). Conform het Stedenbouwkundig Plan en de Nota van Beantwoording hierop, maakt het bestemmingsplan deze trappartij mogelijk. In de bestemming water onder artikel 18.1 zijn trappen toegestaan voor zover sprake is van ‘extensief recreatief medegebruik’. Ook in groen wordt uitgegaan van een extensief gebruik zoals fietsen, wandelen, sport- en spel, allen functies die in het ontwerp-bestemmingsplan al zijn toegestaan. Het gebruik van de trappartij beperkt zich dus tot extensief recreatief medegebruik . Daarmee is het gebruik beperkt en zijn de belangen van de eigenaren en gebruikers meegewogen.

86

Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever

In wijziging op het ontwerp bestemmingsplan wordt - conform de beantwoording van de hierboven aangehaalde zienswijze op het stedenbouwkundig plan - in het bestemmingsplan de voorwaardelijke verplichting aan een voorziening van ‘extensief recreatief medegebruik’ binnen de bestemmingen water toegevoegd van minimaal 11 meter afstand tot aan de dichtstbijzijnde woonboot. Daarmee is de locatie in het verlengde van de Stationsloper de enige locatie waar een dergelijke voorziening eventueel kan worden gerealiseerd. Overigens is extensief recreatief medegebruik en dus de trappartij onder het huidige bestemmingsplan ook reeds toegestaan. Het betreft dus geen bestemmingsplanwijziging. De functie ‘extensief recreatief medegebruik’ betreft nadrukkelijk geen aanlegsteiger. Het afmeren van boten is uitsluitend toegestaan bij aanlegsteigers en dus niet bij de trappartij.

14.7 Parkeercapaciteit Uit de bestemmingsplansystematiek blijkt dat parkeren is toegestaan binnen de bestemming `Groen', uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'. De bestaande circa io parkeerplaatsen ter hoogte van het Delta Loydgebouw zijn niet positief bestemd. Maar ook is niet duidelijk op welke wijze het verlies van deze parkeerplaatsen in de directe omgeving van de ligplaatsen zal worden gecompenseerd voor de omwonende woonbooteigenaren. Slechts is gesteld dat deze parkeercapaciteit wordt opgelost ergens in het plangebied. Reactie gemeente Deze reactie is beantwoord in Hoofdstuk 7.3.

14.8 Toelichting bestemmingsplan 50. De Toelichting is niet juridisch bindend, maar in het geval van de interpretatie van de Regels, omtrent de vraag wat de raad heeft bedoeld met het vaststellen van een bepaalde regel, is de inhoud van de Toelichting wel relevant als toetskader. Anders dan eerder is toegezegd bij de behandeling van de zienswijzen inzake de vaststelling van het Stedenbouwkundig Plan, is figuur 2.4 en 4.4 opgenomen als eindbeeld. Op dit eindbeeld zijn 11 van de 21 ligplaatsen opgenomen, met als gevolg dat de raad kennelijk (toch) wenst toe te werken naar het `vrijwillig' opheffen van een substantieel deel van de aanwezige ligplaatsen. In de Toelichting is verder niets als toelichting op het onderwerp van opheffen, verplaatsen of herschikken van I igplaatsen opgenomen. 51. Zoals hierboven al aangestipt is het van groot belang voor de toekomstige (ambtelijke) gang van zaken dat de raad bij de vaststelling van dit bestemmingsplan ook een door het College van B&W te hanteren uitkoopregeling vaststelt, op basis van een vergoedingssystematiek vergelijkbaar met hetgeen gebruikelijk is bij onteigening. 52. Er zijn landelijk meerdere voorbeelden van dergelijke uitkoopregelingen beschikbaar, die gebruikt zijn bij opheffing van ligplaatsen voor woonboten. 53.

Aileen na vaststelling van een dergelijke uitkoopregeling is er wellicht enig zicht op vrijwillige opheffing van de ligplaats. Belangrijke onderwerpen voor een uitkoopregeling zijn het formuleren van een heldere procedurele gang van zaken, het ruimhartig compenseren van vermogensverlies op basis van een marktconforme taxatieregeling, de vergoeding van andere

87

Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever

reele kosten zoals verhuis-, inrichtings- en verplaatsingskosten en/of een verplaatsing naar een al dan niet gel ijkwaardige alternatieve ligplaats. Reactie gemeente Door de indiener wordt verzocht om een eventuele aankoopregeling op te nemen in het bestemmingsplan. Zoals aangegeven wordt uitgegaan van vrijwilligheid. Er is een vastgesteld protocol voor aankopen, namelijk het Protocol definitieve verplaatsing woonboten Amsterdam, versie 1 maart 2022, vastgesteld door het college van Burgemeester en wethouders, dat zal van toepassing zal zijn op deze vrijwillige aankopen. In de toelichting zal worden verwezen naar dit protocol dat als basis wordt gebruikt voor de vrijwillige aankoop. 14.9 Conclusie De ingediende zienswijze ten aanzien van het onderwerp woonboten leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan, namelijk: Aanpassingen bestemmingsplan: 1. In de toelichting toevoegen: "Voor wat betreft het bereiken van overeenstemming met de desbetreffende eigenaar wordt uitgegaan van uitsluitend vrijwilligheid". Hierbij wordt het door Burgemeester en wethouders vastgestelde protocol voor aankopen, namelijk het Protocol definitieve verplaatsing woonboten Amsterdam, gehanteerd. 2. De in artikel 18.7.1 onder b sub 3 opgenomen regel wordt tekstueel aangepast door de woorden “dan wel” te schrappen. 3.

Het bevoegd gezag voor wijzigingsbevoegdheid … gewijzigd van Dagelijks Bestuur naar “het Bevoegd Gezag”. 4. In artikel 18.2.3 onder c toevoegen: de afstand tussen een trappartij ten behoeve van extensief recreatief medegebruik als bedoeld in 18.1 onder f, en een woonboot bedraagt minimaal 11 m. 5. Conform de beleidsnotitie "woonboten en oevergebruik" van het Stadsdeel Oost wordt aan artikel 18.6.2 de volgende bepaling toegevoegd: In de gebieden Groene Staart, Omval en Overamstel/Weespertrekvaart mogen terrassen aan de waterzijde worden gerealiseerd onder de volgende voorwaarden: - Uitsluitend toegestaan indien geen oevergebruik is toegestaan; - Maximale breedte 2 m; - Maximale lengte gelijk aan de lengte van de woonark uit de geldende ligplaatsvergunning; - Niet spijker- en nagelvast verbonden met de woonboot.

88

Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever

Zienswijze B.V. Onroerende Goederen Maatschappij “De Omval” inzake Breitner Center aan het Amstelplein Zienswijze nummer 22 Ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan zijn reeds enkele onvolkomenheden in het vastleggen van de bestaande situatie gecorrigeerd. We constateren echter nog dat het hoofdvolume boven de entree van het gebouw Amstelplein 2 onjuist op de verbeelding staat aangegeven. De hoogbouw bestaat uit een drietal schijven met verschillende hoogten. De schijf aan het plein staat onjuist op de verbeelding en een deel van de middenschijf. Reactie gemeente De Breitnertoren betreft een bestaande situatie die reeds is vastgelegd in het bestemmingsplan “De Omval”. Aangezien in deze bestaande situatie geen wijzigingen zijn voorzien, is de regeling vanuit het bestemmingsplan “De Omval” ongewijzigd overgenomen. Nu er kennelijk sprake is van een onjuistheid in het huidige bestemmingsplan wordt dit aangepast aan de hand van de aangeleverde informatie. Conclusie Breitnertoren: De verbeelding wordt aangepast.

89

Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever

Zienswijze V.O.F. De Omval inzake Buitenruimte horecapaviljoen aan Amstelboulevard Samenvatting zienswijze nr 23 De bereikbaarheid van het horecapaviljoen voor gasten en de bedrijfsvoering is, anders dan ooit bedoeld, geregeld via loopbruggen. Voor het horecadeel is dat al globaal geregeld en is de positie van een van de loopbruggen nu onjuist op de verbeelding weergegeven. Omdat de dan noodzakelijke loopbruggen gedeeltelijk op de bestemming "groenvoorziening" (in bestemmingsplan bedoeld als land) moesten worden gesitueerd, werd voor de twee loopbruggen een vrijstellingsprocedure ex artikel 19, lid 2, WRO (oud) doorlopen. In de latere bestemmingsplanactualistie (2013) zijn de toegangen als loopbruggen vastgelegd. Om bij eventuele wijzigingen in de bedrijfsvoering flexibel te kunnen zijn is ons voorstel een regeling in het bestemmingsplan op te nemen waarbij in de zone tussen het bestemmingsvlak horeca en de oever (binnen de bestemmingen groen en water) een tweetal loopbruggen zijn toegestaan met een maximale gezamenlijke breedte van 5 m. Op deze wijze is ook een loopbrug niet meer onder het overgangsrecht geplaatst.

Reactie gemeente De loopbruggen betreffen een bestaande situatie die reeds is vastgelegd in het bestemmingsplan “De Omval”. Aangezien in deze bestaande situatie geen wijzigingen zijn voorzien, is de regeling vanuit het bestemmingsplan “De Omval” ongewijzigd overgenomen. Nu er kennelijk sprake is van een onjuistheid in het huidige bestemmingsplan wordt dit aangepast aan de hand van de aangeleverde informatie. De aanduiding waarbinnen loopbruggen zijn toegestaan liggen inderdaad op verkeerde locatie; deze aanduiding wordt aangepast en verruimd. Dit blijven twee losse vlakken waarbij in de regel wordt opgenomen dat de twee loopbruggen een gezamenlijke breedte mogen aannemen van maximaal 5 meter. Conclusie Riva: De aanduiding waarbinnen loopbruggen zijn toegestaan liggen inderdaad op verkeerde locatie; deze aanduiding wordt aangepast en verruimd. Dit blijven twee losse vlakken waarbij in de regel wordt opgenomen dat de twee loopbruggen een gezamenlijke breedte mogen aannemen van maximaal 5 meter ( 18.2.3 onder b: toevoegen: de gezamenlijke breedte van loopbruggen ter plaatse van de aanduidingen 'ontsluiting' bedraagt maximaal 5 m).

90

Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever

Beantwoording advies Stadsdeel Oost Het advies van Stadsdeel Oost op het ontwerpbestemmingsplan luidt als volgt: In het advies van september 2021 is door het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Oost expliciet gevraagd of zij advies kan uitbrengen over het ontwerpbestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever. In dit advies heeft het Dagelijks Bestuur aangegeven zeer positief te staan ten opzichte van de ontwikkeling en met name de herinrichting van de openbare ruimte. Wel constateerde het DB dat in het voorontwerp-bestemmingsplan de gemeentelijke programma’s en wet- en beleidskaders, wat betreft luchtkwaliteit, geluid, stikstof, externe veiligheid, bedrijvenstrategie, wonen en duurzaamheid niet of onvolledig uiteengezet was. Nu ligt het ontwerpbestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever voor. We constateren dat het ontwerp bestemmingsplan op correcte wijze is aangevuld wat betreft de gemeentelijke programma’s en wet- en beleidskaders. Het DB is dan ook akkoord met het voorliggende ontwerpbestemmingsplan. Wel adviseert het DB de volgende punten mee te nemen of te overwegen: 1. Binnen de bestemmingen Gemengd-1, -2 en -3 is dienstverlening toegestaan. Dit is een ruim gedefinieerd begrip wat kan leiden tot overlast voor de omgeving als er een veelvoud van vestigingen vestigen met dezelfde functie binnen één complex. Bijv. een kinderdagverblijf.

Het verzoek is dan ook een bepaling toe te voegen op basis waarvan het aantal vestigingen met dezelfde functie als in art. 1.36 sub a, b en c bedoeld, kan worden beperkt, indien aannemelijk is dat een veelvoud van vestigingen met dezelfde functie binnen één complex zal leiden tot geluidsoverlast voor de andere binnen de gemengde bestemming in dat complex bedoelde bestemmingen en functies. 2. Het is belangrijk te zorgen voor een vast aanspreekpunt voor de huidige en toekomstige bewoners. Een gedegen participatieproces is vanzelfsprekend. Het DB adviseert het college hierop toe te zien. 3. Er dient een heldere beschrijving te komen van wie de gedeelde tuinen in de Van Der Kunbuurt zijn, wie er verantwoordelijkheid voor draagt en wie ze mogen gebruiken. 4. Te onderzoeken of het gebied voldoende ontsloten is om te toenemende stroom fietsers aan te kunnen of dat er alternatieven gecreëerd moeten worden en te zorgen dat de veiligheid van fietsers en voetgangers op het kruispunt van de Berlagebrug en Mr. Treublaan op orde is. 5. Gezien de invloed die covid-19 heeft gehad op het kantoorlandschap te overwegen in gesprek te gaan met ontwikkelaars om te kijken of er nog ruimte is voor de realisatie van meer woningen ten koste van de geplande toename van de hoeveelheid kantoorruimte. Reactie 1.

Aan de voorkant laat het bestemmingsplan veel ruimte toe op welke locaties voorzieningen te realiseren, tegelijkertijd beperken de regels het totaal aantal m2 waarmee de mogelijke overlast wordt beperkt. Als tweede maatregel is opgenomen

91

Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever

dat de voorzieningen alleen zijn toegestaan op de begane grond. Door enkel op de begane grond aan doorgaande routes de voorzieningen toe te staan, wordt de overlast beperkt en geconcentreerd. Voorzieningen zijn enkel toegestaan in de plinten aan de buitenzijde van de Van der Kun, langs de Stationsloper en de Mr. Treublaan. Daarmee worden de voorzieningen enkel toegestaan op bepaalde plekken in het gebied. Artikel 6.4.1 Specifieke gebruiksregels luidt als volgt: “Ten aanzien van het gebruik gelden de volgende gebruiksregels: dienstverlening en horeca zijn uitsluitend toegestaan op de begane grond; de ondersteunende ruimtes ten behoeve van dit gebruik zijn mede toegestaan in het souterrain en in ondergrondse bebouwing;”. In de regels zijn ook de hoeveelheid toegestane m2 voor dienstverlening en horeca gemaximeerd. • Gemengd-2: Art 7.4.1 consumentverzorgend en zakelijk dienstverlening alleen op begane grond toegestaan. Ook daar is een maximum aan m2 opgenomen. • Gemengd-3: dienstverlening alleen aan de spaklerweg, alleen op begane grond, zakelijk max 500m2, alles bij elkaar minimaal 1.500 m2 en maximaal 3.000 m2 bedraagt. De mate van overlast wordt daarmee ruimtelijk ingeperkt door de sturen op de locatie, zijn beperkingen opgenomen ten aanzien van de hoeveelheid toegestane m2 en te beperken tot de begane grond.

Het beperken van gelijksoortige functies tot maximaal 1 zal de mogelijke overlast niet verder inperken. Daarom wordt het voorstel van het Dagelijks Bestuur niet overgenomen. 2. Het bestemmingsplan is een juridische vertaling van het Stedenbouwkundig Plan dat reeds door de gemeenteraad is vastgesteld. Voor het Stedenbouwkundig Plan heeft uitgebreide participatie plaatsgevonden. Voor het contact met bewoners en bedrijven over BLVC en mogelijke bouwoverlast is een Beheergroep in het leven geroepen die regelmatig bij elkaar komt. Deze Beheergroep wordt getrokken door de Omgevingsmanager die een vast aanspreekpunt is voor de omgeving. Voor de openbare ruimte worden inrichtingsplannen gemaakt waarbij de omgeving wordt betrokken. 3. Voor de Van der Kunbuurt wordt als onderdeel van het tenderproces en de afspraken met Stadgenoot, vastgelegd hoe het beheer van de verschillende delen van de buurt wordt geregeld. Dit kan echter niet in het bestemmingsplan geregeld worden. Dit is een onderdeel voor de volgende fase. 4. Bij het tot stand komen van het Stedenbouwkundig Plan is juist uitgebreid aandacht besteed aan het fietsverkeer. Daarom zijn in het SP twee inrichtingsplannen – de kruising Weesperzijde/Treublaan (eo) en de rotonde bij de Spaklerweg – al tot het niveau van een Voorlopig Ontwerp uitgewerkt.

Op basis van onderzoek (zie bijlage 2) wordt de kruising aan de Berlagebrug aangepast om de doorstroming van fietsers te bevorderen. Ook wordt de Weesperzijde ingericht als fietsstraat om de fietsers meer ruimte te bieden, en de

92

Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever

auto wordt te gast. Dit komt ten goede aan de verkeersveiligheid en doorstroming van fietsers in het gebied. Daarnaast wordt er bij de rotonde Spaklerweg een tweerichtingsfietspad aangelegd aan de westkant van de Spaklerweg. Daardoor hoeft het fietsverkeer niet meer om de rotonde heen te rijden wat de veiligheid voor fietsers en de doorstroom voor auto’s bevordert. 5. In het bestemmingsplan is per bestemming een bandbreedte opgenomen voor de verschillende bestemmingen. Per ontwikkellocatie gelden gemengde bestemmingen wat een flexibele verdeling tussen wonen en kantoor al mogelijk maakt. Daarnaast is in gemeentelijk beleid (Kantorenmonitor) vastgelegd dat juist locaties nabij OV-Knooppunten geschikt blijven voor vestiging van kantoren.

93

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12007769/1