Bijlage 7 - Factpack Inzicht in ongelijk investeren.pdf
Tekst van het document
INZICHT IN ONGELIJK INVESTEREN Factpack - juni 2025 Stedelijk Strategieteam i.s.m. O&S, directies en stadsdelen Marieke Hoffman, Maurijn Rezvani, Pieter van Gelder, Wim Bakker, Luna Wattel, Karin de Nijs, Zora Harleman, Arsenio Kewaldar
Contact: stedelijkstrategieteam@amsterdam.nl
I.
Introductie & context van traject
II. III. IV. V.
Raamwerk Aanpak Aandachtspunten en dilemma’s Managementsamenvattingen
2
III. Aanpak Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
II. Raamwerk
III. Aanpak
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
Dit factpack is het resultaat van het traject Inzicht in ongelijk investeren, dat in opdracht van het college is uitgevoerd door het Stedelijk Strategieteam
ACHTERGROND VAN DIT FACTPACK • Bij de begrotingsretraite van september ‘23 heeft het college de opdracht gegeven om meer inzicht te creëren in de mogelijkheden tot meer/anders ongelijk te investeren voor gelijke kansen. • Het Stedelijk Strategieteam van de directie Bestuurs- en Management Advisering (BMA) heeft deze opdracht uitgevoerd na een inventarisatieronde langs collegeleden en dagelijks bestuurders van de stadsdelen. • Het traject is uitgevoerd i.s.m. Onderzoek & Statistiek, de directies en stadsdelen.
ONDERDELEN VAN DIT FACTPACK
NAVIGEREN DOOR DIT FACTPACK
I. Introductie: aanleiding van traject en beoogde doelen
De pijlen in dit factpack zijn klikbaar om naar een andere (web)pagina te navigeren.
Cirkel met pijl naar links silhouet
Cirkel met pijl naar links silhouet
II. Raamwerk: definities en handvatten met betrekking tot ongelijk investeren Cirkel met pijl naar links silhouet
III. Aanpak: ontwikkelde methode om inzicht te krijgen in de inzet en opgave Cirkel met pijl naar links silhouet
IV. Aandachtspunten en dilemma’s: opvallende inzichten op basis van de uitgewerkte analyses Cirkel met pijl naar links silhouet
V. Managementsamenvattingen: kerninzichten van iedere uitgewerkte analyses
3
III. Aanpak Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
II. Raamwerk
III. Aanpak
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
Aanleiding: behoefte aan beter inzicht in mogelijkheden om middelen en capaciteit effectiever in te zetten daar waar dit het hardst nodig is
COLLEGEAMBITIE: ONGELIJK INVESTEREN VOOR GELIJKE KANSEN
• Het college heeft een brede ambitie om ongelijk te investeren in gelijke kansen.
• Er zijn de afgelopen jaren veel maatregelen genomen waar ongelijk investeren voor meer gelijke kansen het uitgangspunt is, op gebied van gezondheid, onderwijs, wonen, leefbaarheid, veiligheid, inkomen, werk, participatie (van masterplannen tot herverdeling middelen sociale basis).
MAAR EEN GESTRUCTUREERD BEELD ONTBREEKT
• We kijken binnen Amsterdam nog niet systematisch, stadsbreed en voor alle basistaken of de gemeentelijke middelen en mensen worden ingezet op die plekken waar dat het hardste nodig is • Er is behoefte aan een meer gezamenlijk gesprek over prioritering van inzet middelen naar mensen
HOOFDVRAAG
Hoe kunnen we op gestructureerde wijze inzicht verschaffen in de mogelijkheden om meer of anders ongelijk te kunnen investeren in de stad, om zo bij te dragen aan meer gelijke kansen voor inwoners?
• Er worden veel verschillende definities van ongelijk investeren gebruikt, waardoor een gezamenlijk gesprek moeilijk is • Er is niet altijd duidelijk in hoeverre (meer/anders) ongelijk investeren wenselijk en mogelijk is • Hierdoor blijft het idee overeind dat er wél meer mogelijkheden zijn om ongelijk te investeren, maar het zicht ontbreekt op wat, waar en hoe.
4
III. Aanpak Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
II. Raamwerk
III. Aanpak
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
Doel van het traject: een aanpak ontwikkelen voor gestructureerd inzicht in ongelijk investeren voor gelijke kansen om een goed gesprek te faciliteren
1
DOELEN VAN HET TRAJECT
BEOOGDE RESULTATEN Raamwerk: ten behoeve van gedeeld beeld op ongelijk investeren
Een aanpak voor gestructureerd inzicht in de mate waarin gemeentelijke inzet (middelen, capaciteit, beleid) in lijn is met de opgave in relatie tot kansengelijkheid.
Aanpak: een methode om de inzet en opgave in verhouding tot elkaar inzichtelijk te maken
Onderdeel van dit factpack
Pilot: analyse van gemeentelijke activiteiten1 met inzicht in hoe de inzet van mensen en middelen zich verhoudt tot de opgave.
2 Om daarmee een goed ambtelijk en bestuurlijk gesprek te kunnen faciliteren over de mate waarin gemeentelijke inzet in lijn is met de opgave, en indien gewenst besluiten te kunnen nemen over de (ongelijke) verdeling van de inzet.
Faciliteren bestuurlijk en ambtelijk gesprek over inzichten
Advies voor toepassing van het werkproduct (bij nieuw beleid en heroverweging bestaand beleid), integratie in P&C cyclus en begrotingsdashboard
1: Van een longlist van 14 activiteiten zijn er 11 opgenomen in dit factpack. Zie ook hoofdstuk V. managementsamenvattingen
5
I.
Introductie & context van traject
II. Raamwerk – deel A III. IV. V.
Aanpak Aandachtspunten en dilemma’s Managementsamenvattingen
Kansen(on)gelijkheid – in theorie en in de stad • • • •
Stapeling van ongelijkheden Belemmeringen in praktijk Ongelijkheid tussen groepen Ongelijkheid tussen gebieden
Ongelijk investeren – principes en toepassing • • • • • •
Definitie van ongelijk investeren Gradaties en basisniveau Manieren en voorbeelden Verdelingsprincipes Schaalniveau Context van de opgave
6
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
II. Raamwerk – deel A
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
III. Aanpak
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
Ongelijkheden stapelen zich op en beïnvloeden elkaar. Dat maakt de aanpak van kansenongelijkheid nog urgenter Definitie van (kansen-)ongelijkheid ‘Ongelijkheid is het door het systeem, omgeving of instituties gevormd verschil in mogelijkheden om volwaardig – dat wil zeggen: volgens de capaciteiten die men heeft – te participeren in de samenleving, en tot het gebruiken van voorzieningen die een volwaardige participatie kunnen bevorderen.’ – Kenniscentrum Ongelijkheid
Ongelijke kansen zijn niet los te zien van ongelijke uitkomsten1
Ongelijkheden stapelen zich over levensdomeinen en levensfasen heen • Ongelijke uitkomsten in het ene levensdomein beïnvloeden de kansen van individuen in een ander levensdomein. • Ook zijn ongelijke kansen in eerdere levensfasen van invloed op de latere levensfasen.
• (On)gelijke kansen en (on)gelijke uitkomsten versterken elkaar.
• Achterstanden kunnen zich opstapelen, zowel in individuen als in volgende generaties.
• Zo kunnen ongelijke uitkomsten in de vorm van inkomen, woonsituatie of gezondheid van invloed zijn op de kansen van individuen om bepaalde voorzieningen of capaciteiten te benutten.
• In de praktijk vindt de stapeling van ongelijkheden vaak plaats bij bewoners met een lager inkomen en opleidingsniveau.
Ongezonde jeugd
Onderwijsachterstand
Laag inkomen
Klein sociaal netwerk
Lage levensverwachting
1: Deze ideeën en definities zijn gebaseerd op de visie van het Kenniscentrum Ongelijkheid, zie Cumulatie van ongelijkheid – Kenniscentrum Ongelijkheid
7
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
II. Raamwerk – deel A
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
III. Aanpak
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
Verschillende belemmeringen zorgen ervoor dat kansen in de praktijk niet gelijk zijn aan gelijke kansen op papier Een aantal voorbeelden ter illustratie
Gelijke kansen op papier
Belemmeringen
Ongelijke kansen in de praktijk
Iedereen heeft recht op onderwijs
De kwaliteit van onderwijs en de hulp buiten school verschilt tussen groepen en gebieden
Niet iedereen kan op dezelfde manier gebruik maken van kwalitatief onderwijs
Iedereen heeft recht op passende zorg en ondersteuning
Sommigen weten beter dan anderen aanspraak te maken op specifieke vormen van zorg
De feitelijke toegang tot zorg en ondersteuning is niet gelijk verdeeld
Iedereen onder een bepaald minimum heeft recht op bijstand
Niet iedereen heeft het ‘instantiekapitaal’ om gebruik te maken van alle regelingen1
Een derde van alle Amsterdammers met recht op bijstand maakt daar geen gebruik van2
Belemmeringen kunnen veroorzaakt worden door individuele verschillen, systemen en de omgeving. Hierdoor is de ongelijkheid vaak groter in de praktijk dan op papier het geval lijkt. Het wegnemen van belemmeringen is ook onderdeel van ongelijk investeren voor gelijke kansen, waarbij de gemeente soms veel, soms weinig en soms geen invloed heeft.
1: Zie KCO-Magazine-Bestaanszekerheid (kenniscentrumongelijkheid.nl) pagina 33 over instantiekapitaal
8
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
II. Raamwerk – deel A
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
III. Aanpak
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
Ongelijkheid doet ertoe omdat het op verschillende manieren mogelijkheden om volwaardig deel te nemen in de samenleving beperkt Een aantal voorbeelden op acht thema’s met grote relevantie voor kansengelijkheid Leefbaarheid
Veiligheid
Gezondheid
Onderwijs
Een lage kwaliteit van de fysieke leefomgeving kan voorkomen dat kinderen buiten spelen en mensen elkaar ontmoeten. Dit kan de ontwikkeling belemmeren en eenzaamheid vergroten (Hanapi & Ahmad, 2016; Moreira et al., 2022).
Een onveilige thuissituatie kan impact hebben op de psychische en fysieke gezondheid (NJI). Veilige buurten lijken sociale interactie en gemeenschapsvorming te bevorderen.
Ongelijkheid in woon-, werk- en leefomstandigheden vergroten de kans op een slechte gezondheid. Omgekeerd kan een slechte gezondheid het volwaardig deelnemen in de samenleving belemmeren (Nusselder, 2017).
Cultureel kapitaal zoals beperkte kennis over het onderwijssysteem en een culturele mismatch tussen school en het thuisleven kunnen slechtere prestaties in het onderwijs veroorzaken (Geven, 2025).
Werk en inkomen
Wonen
Mobiliteit
Participatie
Beperkte toegang tot werkgelegenheid en verschillen in carrièrekansen raken met name lage- en middenklasse. Deze ongelijkheden belemmeren economische zelfredzaamheid en sociale mobiliteit (De Beer, 2019).
Een slechte woonsituatie zorgt veelal voor stress en minder ruimte voor bijvoorbeeld concentratie of sociaal contact (Van Gent, 2023).
Slechte toegang tot betaalbaar en efficiënt openbaar vervoer beperkt de mogelijkheden van individuen om naar werk, gewenst onderwijs of andere belangrijke voorzieningen te reizen (PBL, 2024).
Mensen uit lagere inkomensgroepen hebben vaak minder tijd en middelen om deel te nemen aan sociale en politieke activiteiten. Dit vermindert hun invloed op beslissingen die hun leven aangaan en kan de sociaaleconomische positie verder verslechteren (CBS, 2023).
Discriminatie en racisme zorgen ervoor dat mensen met een niet westerse migratie achtergrond op elk van deze thema’s, naast de beschreven obstakels, te maken hebben met nóg meer kansenongelijkheid (zie ook de Verkenning Kansenongelijkheid van het Stedelijk Strategieteam).
9
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
II. Raamwerk – deel A
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
III. Aanpak
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
Over domeinen heen is een stapeling van ongelijkheid zichtbaar bij Amsterdammers met een lage SES1, ondanks Amsterdamse doelstellingen
Indicator
Leefbaarheid
Veiligheid
Gezondheid
Onderwijs
Werk en inkomen
Wonen
Mobiliteit
Participatie
Algemeen
tevredenheid met eigen buurt
veilig voelen 's avonds in eigen buurt
eigen gezondheid (zeer) goed
geen startkwalificatie / geen onderwijs volgend
(zeer) moeilijk rondkomen
wil binnen 2 jaar verhuizen maar kan niks vinden/ziet geen mogelijkheid
aanbod OV
(tamelijk) geïnteresseerd in politiek
(erg) gelukkig
rapportcijfer ’22
rapportcijfer ‘23
% 18-plussers ‘23
% 18-22 jarigen ‘22
% 18-plussers ‘23
% huishoudens ‘23
rapportcijfer ‘23
% 18-plussers ‘22
% 18-plussers ‘22 Relatief lage scores
Lage SES
7,2
6,6
47
18
64
23
7,4
44
53
Midden SES
7,4
7,1
76
13
35
22
7,5
68
68
Hoge SES
7,8
7,5
88
6
15
14
7,6
78
83
Doelen van de Gemeente Amsterdam
De Amsterdamse openbare ruimte wordt duurzaam beheerd en is begaanbaar, heel en veilig voor alle gebruikers.
Amsterdam is een veilige en leefbare stad voor bewoners en bezoekers.
Alle Amsterdammers hebben gelijke kans op gezondheid ongeacht hun SES of achtergrond
Iedere Amsterdammer krijgt de kans om zich, ongeacht zijn of haar achtergrond, via onderwijs, te ontwikkelen tot wie hij of zij kan of wil zijn.
Verkleinen van het aantal Amsterdammers met een laag inkomen dat moeite heeft om rond te komen om hun kansen te vergroten.
Een rechtvaardige verdeling van de woningen waarbij voorrang wordt gegeven aan diegenen die de woning het hardste nodig hebben.
Amsterdam is voor iedereen op een prettige en aantrekkelijke manier bereikbaar via het openbaar vervoer.
Alle Amsterdammers ervaren zeggenschap en eigenaarschap over hun stad.
Kleur geeft indicatie t.o.v. Amsterdams gemiddelde
–
1: De sociaal economische status (SES) geeft de mate weer waarin iemand de mogelijkheid heeft om maatschappelijk gewaardeerde goederen te creëren of consumeren (Miech & Hauser, 2001). SES is gebaseerd op opleiding en inkomen, en is een goede indicator voor kansenongelijkheid over verschillende domeinen.
+ 10
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
II. Raamwerk – deel A
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
III. Aanpak
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
De stapeling van ongelijkheden is ook zichtbaar op gebiedsniveau, met name in Nieuw-West, Noord en Zuidoost Leefbaarheid
Veiligheid
Gezondheid
Onderwijs
tevredenheid met eigen buurt
veilig voelen 's avonds in eigen buurt
eigen gezondheid (zeer) goed
geen startkwalificatie / geen onderwijs volgend
rapportcijfer ’22
rapportcijfer ‘23
% 18-plussers ‘23
Centrum-West
7,6
7,4
71
Centrum-Oost
7,9
7,5
Westerpark
8,0
7,7
Bos en Lommer
7,1
Oud West/De Baarsjes
Werk en inkomen
Wonen
Mobiliteit
Participatie
Algemeen
(zeer) moeilijk rondkomen
wil binnen 2 jaar verhuizen maar kan niks vinden/ziet geen mogelijkheid
aanbod OV
(tamelijk) geïnteresseerd in politiek
(erg) gelukkig
%18-22 jarigen ‘22
% 18-plussers ‘23
%huishoudens ‘23
rapportcijfer ‘23
% 18-plussers ‘22
% 18-plussers ‘22
5,6
41
17
7,7
76
80
5,1
32
12
7,9
77
11,1
40
19
7,3
7,0
75
9,5
40
21
7,8
7,4
78
11,0
36
Geuzenveld/Slotermeer
6,5
6,2
65
14,7
Osdorp
6,2
5,7
60
De Aker/Sloten/N.Sloten
7,3
7,0
Slotervaart
6,8
6,6
Oud-Zuid
8,2
Buitenveldert/Zuidas
Indicator
Kleur geeft indicatie t.o.v. Amsterdams gemiddelde
–
+
% Lage SES
Aantal scores ondergemiddeld
67
24
0
68
62
23
1
74
69
27
0
7,4
58
60
33
2
19
7,7
62
74
25
0
37
27
7,0
47
66
44
7
12,5
52
21
7,2
60
53
41
6
60
12,0
32
20
7,3
58
65
23
3
68
8,1
33
25
8,0
65
72
33
3
7,8
79
7,7
31
14
7,8
70
79
19
0
8,0
7,8
69
5,5
24
17
7,6
72
72
26
0
De Pijp/Rivierenbuurt
7,9
7,7
79
7,2
35
18
7,8
74
69
24
0
Oud-Oost
7,7
7,0
65
9,0
45
19
8,0
55
60
30
4
Indische B./Oost. Haveng.
7,9
7,6
72
9,0
33
18
7,7
57
63
26
2
Watergraafsmeer
7,9
7,8
75
5,2
14
17
7,7
65
70
21
0
Ijburg/Zeeburgereiland
7,6
7,3
74
8,6
23
17
6,6
57
71
20
2
Noord-West
7,3
6,9
60
13,8
39
15
6,5
58
65
36
4
Oud-Noord
7,4
7,2
65
12,9
41
19
6,7
61
70
34
2
Noord-Oost
7,2
6,7
69
12,2
33
22
7,4
45
62
36
4
Bijlmer-Centrum
6,6
6,1
68
6,6
58
29
7,9
40
69
43
5
Bijlmer-Oost
7
6,6
63
9,9
57
20
7,6
50
59
40
6
Gaasperdam
7,4
6,7
57
12,2
39
18
7,8
52
58
38
5
Weesp, Driemond1
7,8
7,8
67
25
13
6,1
59
65
23
3
Gebied
NieuwWest
Noord
Zuidoost
11
I.
Introductie & context van traject
II. Raamwerk – deel B III. IV. V.
Aanpak Aandachtspunten en dilemma’s Managementsamenvattingen
Kansen(on)gelijkheid – in theorie en in de stad • • • •
Stapeling van ongelijkheden Belemmeringen in praktijk Ongelijkheid tussen groepen Ongelijkheid tussen gebieden
Ongelijk investeren – principes en toepassing • • • • • •
Definitie van ongelijk investeren Gradaties en basisniveau Manieren en voorbeelden Verdelingsprincipes Schaalniveau Context van de opgave
12
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
II. Raamwerk – deel B
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
III. Aanpak
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
Een gedeeld beeld van ongelijk investeren is van belang om een gezamenlijk gesprek te voeren over de gemeentelijke inzet in relatie tot kansengelijkheid
Definitie van ongelijk investeren Ongelijk investeren is een instrument1 om vanuit het gewenste basisniveau2 de gemeentelijke inzet3 af te stemmen op de uitgangspositie van bewoners of een gebied4 om zo gelijke kansen te bevorderen.5 Simpeler gezegd: ongelijk investeren betekent dat de gemeente meer geld en personeel besteedt aan mensen of buurten die dat harder nodig hebben.
Opmerkingen 1 Ongelijk investeren is één van de instrumenten om gelijk kansen te realiseren. Het is geen doel
op zichzelf. Ook is het geen harde wetenschap. 2 Met het gewenste basisniveau bedoelen we het basisniveau aan voorzieningen dat we aan alle
Amsterdammers minimaal willen bieden (zie slide over gradaties van ongelijk investeren). 3 Het uitgangspunt is hier hoe de inzet op de gemeentelijke basistaken zodanig gedifferentieerd
kan worden dat het gelijke kansen versterkt. Inzet kan gaan over middelen, mensen of beleid. 4 Verschillen in uitgangssituatie van bewoners of gebied komen voort uit (historische) stapeling
van ongelijkheden. Voor individuen kan dit zijn opleidingsniveau, inkomen en het daaruit voortkomende verschil in (intergenerationele) kansen. Voor gebieden kunnen dit zijn verschillen in kwaliteit van de leefomgeving, veiligheid, welke weer de kansen voor individuen beïnvloeden. 5 Er is niet één manier van ongelijk investeren (zie slide over manieren van ongelijk investeren).
Het vraagt om maatwerk bij elke activiteit en begint met het expliciet maken van het doel dat centraal staat. Hierbij kunnen de verdelingsprincipes richting geven (zie slide over verdelingsprincipes)
13
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
II. Raamwerk – deel B
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
III. Aanpak
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
Ongelijk investeren betekent het afstemmen van de gemeentelijke inzet op de uitganssituatie van bewoners. Ongelijk investeren kan in verschillende gradaties GEMEENTELIJKE INZET
UITGANGSSITUATIE
BASISNIVEAU
BEWONERS OF GEBIED
Investeren waardoor bestaande ongelijkheden versterkt worden
Gelijk investeren, zonder oog voor uitgangssituatie
Ongelijk investeren met oog voor uitgangssituatie
Ongelijk investeren om te compenseren tot minimaal het basisniveau
Ongelijk investeren door te differentiëren in gewenste basisniveau
Ongelijke inzet van middelen en/of mensen, soms met een historisch gegroeid budget, waardoor ongelijkheden worden versterkt. Dit kan onbedoeld zijn of het neveneffect van andere doelen, maar werkt (bestaande) ongelijkheden in de hand.
Gelijke inzet voor iedere inwoner van middelen en/of mensen, zonder rekening te houden met bestaande ongelijkheden (gelijke verdeling per capita).
Middelen en/of mensen worden verdeeld o.b.v. objectieve criteria, met oog voor verschillen in uitgangssituatie van inwoners of gebieden. Dit betekent echter nog niet altijd dat overal het gewenste basisniveau wordt gerealiseerd.
Extra inzet van middelen en/of mensen bovenop objectieve verdeling om te corrigeren voor een achterstand. Of omdat de effectiviteit van inzet, ondanks objectivering, achterblijft voor een groep of gebied.
Het basisniveau voor sommige groepen en gebieden wordt hoger gesteld voor enkele opgaves. Dit om te compenseren voor de stapeling van ongelijkheden waar zij mee te maken hebben (gehad).
Voorbeeld: Door de voormalige stadsdeel- parkeerfondsen hadden sommige stadsdelen meer geld voor openbare ruimte dan andere.
Voorbeeld: Beleid waarbij puur naar het aantal inwoners wordt gekeken voor de verdeling van middelen.
Voorbeeld: Er zijn meer FTE jeugdverpleegkundigen en basisartsen in gebieden waar meer kinderen met een lage SES wonen.
Voorbeeld: Extra middelen voor zomerscholen op basis- en middelbare scholen met de grootste risico’s op achterstanden.
Voorbeeld: Het verhogen van de schoonnorm in bepaalde gebieden ten opzichte van de rest van de stad.
14
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
II. Raamwerk – deel B
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
III. Aanpak
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
Bij (her-)verdeling van gemeentelijke inzet kunnen verschillende verdelingsprincipes gelden 1. Grootste nut Beoogt zo optimaal mogelijke totale maatschappelijke uitkomsten. De zaken worden zo verdeeld dat het maatschappelijk nut zo groot mogelijk is. Illustratief voorbeeld: Klimaatmaatregelen worden genomen zodat ze de grootst mogelijke bescherming bieden tegen wateroverlast en hitte.
2. Draagkracht en solidariteit Staat voor een verdeling waarin de maatschappelijke positie van burgers centraal staat. Verdelingsbeginselen die hieronder vallen zijn ‘op basis van draagkracht’, ‘ten gunste van de minstbedeelden’ en ‘met behoud van minimale ondergrens’. Illustratief voorbeeld: Kwetsbare wijken met veel verharding en weinig groen krijgen voorrang bij vergroeningsprojecten.
3. Gelijke rechten en vrijheden Gaat uit van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. Bewoners moeten kunnen vertrouwen op bestaande afspraken en regels en moeten in beginsel gelijk worden behandeld (gelijke verdeling per capita). Illustratief voorbeeld: Elke wijk krijgt hetzelfde budget voor klimaatadaptatie per vierkante meter of inwoner.
4. Bijdrage naar profijt of nadeel Beoogt verdeling naar rato waarin gebieden of inwoners profijt hebben van een voorziening of maatregel of juist nadeel ondervinden. Illustratief voorbeeld: Wijken die zelf investeren in vergroening krijgen aanvullende subsidies.
15
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
II. Raamwerk – deel B
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
III. Aanpak
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
Ongelijk investeren kan op verschillende manieren: herverdelen, toevoegen, prioriteren/ontzien, ongelijk verdienen of partners mobiliseren
1. Herverdelen
2. Toevoegen
3. Prioriteren / ontzien
4. Ongelijk verdienen
5. Partners mobiliseren
van middelen en/of mensen om deze in lijn te brengen met de opgaven
van extra middelen en/of mensen aan de gebieden waar dat het hardste nodig is
van groepen of gebieden bij een besluit, investering of besparing
in het belang van kansengelijkheid
om ongelijk te investeren
Waar mogelijk en nodig kunnen (schaarse) middelen en mensen herverdeeld worden op grond van relevante opgaven en normen. Dat kan ook betekenen dat de beste mensen op de plekken worden gezet waar ze het hardst nodig zijn. Deze herverdeling kan effect hebben op alle stadsdelen en gebieden.
Waar de opgave het grootst is kunnen extra middelen worden toegevoegd. Dit kan zowel met eigen middelen of externe financiering. Extra middelen/ mensen kunnen ook worden ingezet voor maatwerkoplossingen die aansluiten bij specifieke lokale behoeften of om gerichte interventies te ontwikkelen voor complexe problematiek in bepaalde gebieden.
Niet alles is uit te drukken in geld of personeelsinzet. Bij sommige besluiten kunnen bepaalde groepen of gebieden geprioriteerd worden. De gemeente moet soms ook ingewikkelde besluiten nemen die een negatieve impact hebben op de ervaren kwaliteit en leefbaarheid van een gebied. Bij deze besluiten kunnen de meest kwetsbare gebieden worden ontzien.
Het is in sommige gevallen mogelijk om te differentiëren naar opbrengsten. Dat betekent dat er op sommige plekken extra verdiend kan worden omdat elders voor meer gelijke kansen in te kunnen zetten. Het gaat hierbij om een afweging tussen verschillende doelen.
Partners zoals bedrijven, maatschappelijke organisaties en lokale initiatieven kunnen gemotiveerd worden om ongelijk te investeren, waardoor de impact wordt vergroot en maatschappelijke uitdagingen effectiever worden aangepakt.
16
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
II. Raamwerk – deel B
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
III. Aanpak
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
Voorbeelden van herverdelen, toevoegen, prioriteren/ontzien, ongelijk verdienen of partners mobiliseren Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
Voor meer voorbeelden van ongelijk investeren in de praktijk, zie openresearch.amsterdam
1. Herverdelen •
Jeugdgezondheidszorg: De inzet van jeugdverpleegkundigen en jeugdartsen wordt bepaald op basis van het aandeel kwetsbare gezinnen.
•
Herverdelen middelen in de sociale basis: Het nieuwe verdeelmodel voor de sociale basis houdt rekening met inwonersaantal én kwetsbaarheidsindicatoren zoals inkomen.
•
Toezicht en handhaving openbare ruimte: De capaciteitsinzet van ongeveer 350 fte voor handhaving is herverdeeld ten gunste van de gebieden waar de opgave het grootst is.
2. Toevoegen
3. Prioriteren / ontzien
•
Integrale aanpakken: Met de extra gelden in de integrale aanpakken in Noord, NieuwWest en Zuidoost wordt ingezet op gerichte verbetering en het aanpakken van acute problematiek.
•
•
Maatschappelijke voorzieningen: In Noord, Nieuw-West en Zuidoost wordt een inhaalslag gemaakt met investeringen in culturele voorzieningen. Een voorbeeld hiervan is Het Verhalenhuis.
Isolatieoffensief: Het isolatieoffensief helpt Amsterdammers hun energieverbruik omlaag te krijgen, waarbij het zwaartepunt ligt bij bewoners in kwetsbare buurten en/of in een kwetsbare positie.
•
OV-beleid en vervoerplan: Bij de advisering over het Vervoerplan 2024 zijn gebieden met hogere vervoersarmoede ontzien
4. Ongelijk verdienen •
Stedelijke vernieuwing: Het Vereveningsfonds wordt gevuld met grondopbrengsten uit winstgevende gebiedsontwikkeling en gebruikt om verliesgevende gebiedsontwikkeling in stedelijke vernieuwings- en transformatiegebieden met een groot aandeel sociale en gereguleerde huur mogelijk te maken. Dit geld wordt gebruikt voor stedelijke vernieuwingsplannen in met name Nieuw-West en Zuidoost.
5. Partners mobiliseren •
Samenwerkingsafspraken met corporaties: Via samenwerkingsafspraken wordt gestuurd op belangrijke kansengelijkheidsdoelen. Zo is, om de beschikbaarheid van sociale huurwoningen te behouden, de verkoop van deze woningen aan banden gelegd in negen specifieke gebieden in de stad.
•
Mismatch onderwijsarbeidsmarkt: In samenwerking met het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen wordt gewerkt aan het verkleinen van de mismatch op de arbeidsmarkt. Een voorbeeld is het Amsterdams stagepact MBO.
17
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
II. Raamwerk – deel B
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
III. Aanpak
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
De verdeling van de gemeentelijke inzet of het sturen op resultaten kan op verschillende (schaal)niveaus, afhankelijk van het onderwerp Doelgroepen
9 stadsdelen / stadsgebieden
25 gebieden
110 wijken of 518 buurten
Voorzieningen op individueel niveau worden verdeeld op basis van doelgroep.
Veel gemeentelijke inzet wordt op stadsdeelniveau verdeeld.
Waar mogelijk wordt daarom op gebieds- of wijkniveau gestuurd, waardoor doelgerichter ingezet kan worden.
Dit niveau wordt regelmatig als te grofmazig ervaren om ongelijk te kunnen investeren.
Sturen op wijkniveau kan verschillen ondervangen die op gebiedsniveau gemist worden. Hoe kleiner de schaal, hoe fijnmaziger er ongelijk geïnvesteerd kan worden. De mogelijkheden om fijnmazig te sturen hangen ook af van de beschikbare sturingsinformatie.
5 4 3 2 1
Bijv.: stadspasregeling, bijstand, bepaalde subsidies, dak- en thuislozen.
18
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
II. Raamwerk – deel B
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
III. Aanpak
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
Of en hoe ongelijk investeren toegepast kan worden, is sterk afhankelijk van de context van de opgave Om ongelijk te investeren moet er onder andere rekening gehouden worden met de volgende aspecten: Lopende en toekomstige projecten
Personele / financiële verplichtingen
Inzet uit het verleden en in de toekomst kan van invloed zijn op de huidige inzet. Dit kan er voor zorgen dat er wordt gekozen niet nu of op andere manier ongelijk te investeren. Een momentopname kan daardoor ook een vertekend beeld geven.
Door bestaande verplichtingen kan het zo zijn dat het niet mogelijk is middelen toe te voegen of te verschuiven. Afhankelijk van de opgave kan er voor een andere manier van ongelijk investeren gekozen worden.
Voorbeeld: De komende jaren wordt er minder aan onderwijshuisvesting per leerling uitgegeven in Nieuw-West, terwijl de opgave hier het grootst is. Dit is te verklaren doordat de afgelopen tien jaar al veel scholen zijn gerenoveerd of vervangen in Nieuw-West.
Voorbeeld: De samenwerkingsafspraken met woningcorporaties lopen over twee jaar af. Daardoor kunnen er niet nu nieuwe eisen worden gesteld.
Schaalniveau
Samenhang met andere domeinen De inzet en opgave kunnen in relatie staan met andere domeinen van de gemeente. Om zo effectief mogelijk ongelijk te investeren is het belangrijk om de impact van de opgave op de gerelateerde onderwerpen mee te nemen in de afwegingen. Voorbeeld: In een wijk met lage SES is de bestrating aan vervanging toe. Over drie jaar zal deze wijk volledig worden herzien. Het onderhoud is daarom niet los te zien van gebiedsontwikkeling.
Ambitie-/basisniveau Het ambitie- of basisniveau is bepalend voor of en hoe ongelijk geïnvesteerd kan worden. Voorbeeld: Bij straatreiniging is de norm voor de hele stad vastgesteld op ‘sober’. Dit maakt het niet mogelijk om in bepaalde gebieden de lat hoger te leggen in het kader van ongelijk investeren.
Het schaalniveau waarop budgetten en mensen verdeeld worden, waarop gestuurd wordt en sturingsinformatie beschikbaar is, verschilt. Deze verschillen moeten meegenomen worden bij besluiten rondom ongelijk investeren Voorbeeld: Er bestaat één jongerenpunt per stadsdeel. Hoewel de verschillen binnen stadsdelen aanzienlijk zijn en een fijnmazigere sturing wenselijk zou zijn, wordt het aantal FTE per jongerenpunt vastgesteld.
19
I. II.
Introductie & context van traject Raamwerk
III. Aanpak IV. V.
Aandachtspunten en dilemma’s Managementsamenvattingen
20
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
II. Raamwerk
III. Aanpak
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
Ongelijk investeren gaat over inzet en resultaat. Uiteindelijk moet dat helpen bij het realiseren van doelen en ambities Het traject ‘Inzicht in ongelijk Investeren’
1
2
3
4
Inzet / input
Resultaat / output
Doel / outcome
Ambitie / impact
De gemeentelijke (financiële) middelen en wat daarmee gedaan wordt
Het beoogde resultaat op basis van de gemeentelijke inzet
Het doel waar het resultaat aan bijdraagt
De ambitie waar (vaak meerdere) doelen een bijdrage aan leveren
Bijvoorbeeld: Aantal FTE straatreinigers
Bijvoorbeeld: Het aantal straten dat schoon gemaakt is
Bijvoorbeeld: Schone straten
Bijvoorbeeld: Leefbare omgeving
Een gemeentelijke opgave bestaat uit het resultaat (output), het doel (outcome) en de ambitie (impact). Deze hangen met elkaar samen.
20
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
II. Raamwerk
III. Aanpak
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
Fase I: De methodiek om opgave af te zetten tegen de inzet bestaat uit drie stappen In de eerste fase zijn 14 gemeentelijke activiteiten geanalyseerd, waarvan er 7 in dit factpack zijn opgenomen
1
2
33
Inzicht in de huidige verdeling
Inzicht in de opgave
Match tussen inzet en opgave
Hoe zijn middelen en mensen nu verdeeld over gebieden of doelgroepen?
Wat is de relevante opgave en waar is deze het grootst?
Staat de inzet in verhouding tot de opgave?
• Inzicht in hoe de gemeentelijke inzet van mensen en middelen is verdeeld, op het relevante schaalniveau • Inzicht in op basis van welke criteria of principes deze verdeling tot stand is gekomen
• Breng de omvang en aard van de (kansengelijkheids-)opgave in kaart per gebied of doelgroep • Houd rekening met stapeling van problematiek
• Vergelijk de verdeling van inzet met de opgave per gebied/doelgroep • Bepaal wat het gewenste basisniveau is of zou moeten zijn • Beoordeel of er gebieden/doelgroepen zijn waar de inzet niet in lijn is met de opgave
Deze aanpak biedt inzicht, maar leidt niet automatisch tot een conclusie over (her-)verdeling. Het gesprek over de bevindingen staat centraal. Daarnaast kunnen andere factoren een rol spelen bij de afweging, zoals historische context, de samenhang met andere domeinen/projecten en praktische uitvoerbaarheid.
22
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
II. Raamwerk
III. Aanpak
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
Fase II: de inzichten uit fase I vormen een goede basis om impact te maken met ongelijk investeren voor gelijke kansen
1
2
3
Inzichten verspreiden
Stakeholders ondersteunen en integratie in P&C cyclus
Rapporteren en sturen
• Inzichten uit het traject delen met de gemeenteraad om raadsleden te informeren over manieren van ongelijk investeren en hoe deze al in de praktijk worden gebracht. • Inzichten delen binnen de organisatie en met partners om kennis, begrip en enthousiasme met betrekking tot het onderwerp Ongelijk investeren voor gelijke kansen te vergroten.
• Een leeraanpak met trainingsmateriaal inclusief DIY toolkit ontwikkelen om de organisatie en partners te ondersteunen en de vaardigheden aan te leren om zelfstandig de juiste analyses toe te kunnen passen over ongelijk investeren in hun domein. • Het concept van Ongelijk investeren voor gelijke kansen integreren in P&C producten, zoals de begroting, voorjaarsnota,het investeringsportfolio, etc…
• Inrichten van interne en externe expert- en klankgroepen om voorop te blijven lopen met kennis en toepassingen op het gebied van Ongelijk investeren en deze uit te wisselen voor maximale impact, ook buiten de organisatie. • Inrichten van sturings- en rapportage informatie om ambtelijke en bestuurlijke besluitvorming op het gebied van Ongelijk investeren makkelijker en effectiever te maken.
22
I. II. III.
Introductie & context van traject Raamwerk Aanpak
IV. Aandachtspunten en dilemma’s V.
Managementsamenvattingen
24
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
II. Raamwerk
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
III. Aanpak
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
Aandachtspunten en dilemma’s over ongelijk investeren voor gelijke kansen in de praktijk (1) Ongelijk investeren gaat over het verdelen van schaarste. Dat raakt aan rechtvaardigheid, politieke keuzes, draagvlak en uitvoerbaarheid.
1
Sturen op gelijke kansen en meten van succes
▪ Ongelijk investeren gaat over de verdeling van de input (aantal fte, ingezette middelen, geprioriteerde projecten) in relatie tot de output (caseload, bereikte mensen, aantal gereinigde straten). Belangrijke vraag hier is steeds: wat is het (dienstverlenings)niveau waarop we sturen? Willen we differentiërend in het (dienstverlenings)niveau voor verschillende groepen of gebieden? En investeren we ongelijk genoeg om dit (dienstverlenings)niveau te bereiken? ▪ Ongelijk investeren gaat veelal over de middellange termijn effecten – of de outcome (bijvoorbeed betere schoolprestaties, groter gevoel van leefbaarheid) en de lange termijneffecten – of impact – op structurele ongelijkheid (bijvoorbeeld minder verschil in levensverwachting). De uitdaging is hier: daadwerkelijke effecten zijn pas op lange termijn zichtbaar en merkbaar en moeilijk direct meetbaar. Het is daarom belangrijk om korte termijn resultaten te koppelen aan lange termijn doelen en aanpakken institutioneel en meerjarig te verankeren.
2
Focus op individuen/doelgroep vs. op gebieden/wijken
▪ Een gebiedsgerichte aanpak helpt om achterstanden te doorbreken. Maar binnen stadsdelen kunnen ook verschillen bestaan, bijvoorbeeld binnen Noord en Nieuw-West. Sturen op stadsdeelgemiddelden negeert deze – soms grote – verschillen binnen stadsdelen. Bovendien wonen er ook kwetsbare mensen buiten aandachtsgebieden. Het is daarom belangrijk om gericht en op het juiste niveau te sturen op waar de opgave het grootst is. Ongelijk investeren hoeft dan ook niet een verschuiving tussen gebieden of stadsdelen te betekenen. Ook binnen stadsdelen kan er gerichter worden ingezet en gestuurd.
▪ Hoe willen we ongelijk investeren in de dienstverlening voor meest kwetsbare inwoners? Dit is een lastig moreel dilemma. Hoe is het immers uit te leggen dat de jongere in een kwetsbare positie in West minder ondersteuning krijgt dan een jongere in een kwetsbare positie in Nieuw-West? Het is daarom raadzaam om zeer terughoudend te zijn in ongelijk investeren in vangnet voor kwetsbaren.
25
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
II. Raamwerk
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
III. Aanpak
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
Aandachtspunten en dilemma’s over ongelijk investeren voor gelijke kansen in de praktijk (2) Ongelijk investeren gaat over het verdelen van schaarste. Dat raakt aan rechtvaardigheid, politieke keuzes, draagvlak en uitvoerbaarheid.
3
Welke uitruil vinden we acceptabel?
▪ Er is altijd schaarste dus betekent ongelijk investeren (of prioriteren, ontzien of verdienen) altijd een uitruil met andere doelen, gebieden, doelgroepen of middelen. Belangrijk dit steeds expliciet te maken en af te wegen welke doel centraal staat. Ongelijk investeren is hierin geen doel op zichzelf. ▪ Vanuit het perspectief van ongelijk investeren kan het gerechtvaardigd zijn om gebieden of groepen te compenseren voor opgelopen achterstanden. Dit mag echter niet ten koste gaan van de ondergrens in dienstverlening elders. Voorkom dus dat ongelijk investeren in kwetsbare gebieden of doelgroepen leidt tot het onderschrijden van de minimale basisvoorzieningen elders in de stad.
4
Van papier naar uitvoering
▪ De beste mensen op de moeilijkste plekken in tijdens van schaarste? Juist in kwetsbare gebieden is het moeilijker om professionals te vinden én te behouden – denk aan leerkrachten, wijkverpleegkundigen, sociaal werkers. Maar ook voor de realisatie van fysieke projecten in de openbare ruimte lijkt het in kwetsbare gebieden lastiger om geschikte mensen te vinden. Behalve financiële investeringen moet er ook aandacht zijn voor waardering en erkenning, beloning, aantrekkelijk werk, etc.. ▪ Het verschuiven van middelen alleen is vaak niet voldoende. Een effectieve aanpak sluit naadloos aan bij de lokale opgave én de werkelijke behoeften van inwoners. Na het in kaart brengen van inzet en opgave volgt de cruciale vraag: welke interventie heeft de meeste impact in deze specifieke context? Het antwoord vinden we vaak bij de bewoners zelf. Door hen actief te betrekken bij het vormgeven van oplossingen, ontstaat een aanpak die écht werkt voor de buurt1.
1: zie ook het welzijnsdashboard voor indicatoren die bewoners zelf belangrijk vinden: Welzijnsdashboard Amsterdam – Meten wat er toe doet
26
I. II. III. IV.
Introductie & context van traject Raamwerk Aanpak Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
27
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
II. Raamwerk
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
III. Aanpak
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
In dit factpack zijn een aantal managementsamenvattingen van uitgewerkte gemeentelijke activiteiten opgenomen MANAGEMENTSAMENVATTINGEN
TOELICHTING BIJ HET TEMPLATE
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
1. Jeugdgezondheidzorg Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
2. Openbare bibliotheken Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
3. Begeleiding van jongeren naar werk, participatie en school
Zie openresearch.amsterdam via de pijl voor detailuitwerking van de analyse
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
4. Afval inzamelen Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
5. Straatreiniging
Rond het gemiddelde
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
6. Bestrating – groot onderhoud Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
7. Sociale voorraad a. Afspraken over verkoop sociale huurwoningen b. 40% sociale huur in woningbouwplannen
– Minder of slechter dan gemiddeld
+ Meer of beter dan gemiddeld
ONLINE OP OPENRESEARCH.AMSTERDAM Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
1. Onderwijshuisvesting – primair onderwijs Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
2. Toezicht en handhaving openbare ruimte (THOR) Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
3. Openbaar vervoer Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
4. Groen – groot onderhoud
Ongelijk Investeren Index (bij een deel van de analyses): Inzet / opgave * 100
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
II. Raamwerk
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
III. Aanpak
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
MANAGEMENTSAMENVATTING JEUGDGEZONDHEIDZORG
In de JGZ wordt ongelijk geïnvesteerd door de inzet van jeugdverpleegkundigen en jeugdartsen te relateren aan het aandeel lage SES kinderen op gebiedsniveau Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
–
Zie openresearch.amsterdam voor detailuitwerking van de analyse
1
De FTE inzet van jeugdverpleegkundigen en jeugdartsen wordt bepaald door een differentiatiefactor. Deze factor is bepaald op basis van het aandeel lage SES kinderen1, als indicator van een clustering van ongelijkheden.
2
+
Uit deze analyse blijkt dat de inzet van jeugdverpleegkundigen en jeugdartsen in lijn is met het aandeel gezinnen met een lage SES. Voor 0 tot 4 jarigen geldt dat de gebieden waar het aandeel lage SES en het percentage no-shows hoger is, ook de inzet hoger is en andersom.
Differentiatiefactor per gebied
Gebied Geuzenveld & Slotermeer Bijlmer Centrum Oud-Zuid Watergraafsmeer Gemiddelde Amsterdam
FTE per 1000 kinderen 3,21 3,86 2,22 2,31 2,84
Lage SES per 1000 kinderen 289 432 109 106 197
No-show % bovengemiddeld bovengemiddeld ondergemiddeld
gemiddeld
Voor kinderen in het primair onderwijs zijn ook de meeste FTE ingezet waar de meeste lage SES gezinnen wonen en de vaccinatiegraad lager is. Gebied Geuzenveld & Slotermeer Bijlmer Centrum Oud-Zuid Watergraafsmeer Gemiddelde Amsterdam
FTE per 1000 kinderen 0,59 0,65 0,44 0,43 0,54
Lage SES per 1000 kinderen
420 520 125 130 272
Vaccinatiegraad % 61 72 84 89 75
1: De SES (Sociaaleconomische Score) is een inschatting van iemands positie op de maatschappelijke ladder op basis van het inkomens- en opleidingsniveau.
29
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
II. Raamwerk
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
III. Aanpak
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
MANAGEMENTSAMENVATTING OPENBARE BIBLIOTHEKEN
Acht wijken met een ondergemiddeld leesniveau in Zuidoost en Nieuw-West liggen bovengemiddeld ver van een bibliotheek. Dit zijn er relatief weinig. Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
–
Zie openresearch.amsterdam voor detailuitwerking van de analyse
1
Stadsdelen met gemiddeld een laag leesniveau, kennen een bovengemiddeld groot oppervlak in vierkante meters aan openbare bibliotheek.
2
+
Uit deze analyse blijkt dat relatief weinig wijken bovengemiddeld ver liggen én een laag leesniveau hebben. De wijken met een relatief laag leesniveau en grote afstand naar de dichtstbijzijnde bibliotheek liggen voornamelijk in Zuidoost. Het niveau is hier de afgelopen jaren ondergemiddeld geweest, en blijft dat in ieder geval tot de komst van de nieuwe OBA in Zuidoost.
Het voorzieningsniveau in Centrum is bijzonder hoog, zeker in verhouding tot het leesniveau.
Stadsdeel
m2 per 100 inwoners
Leesniveau %1
Lage SES3 % stadsdeel
Centrum2
21,8
86
24
Nieuw-West
5,0
57
36
Noord
2,3
67
35
Oost
1,4
76
24
Stadsdeel*
Wijk
Leesniveau %
Weesp
3,5
76
21
West
2,3
73
28
Zuid
1,5
82
23
Zuidoost
2,3
51
40
Nieuw-West Slotervaart-Zuid Zuidoost Venserpolder Zuidoost K-buurt Zuidoost Ganzenhoef e.o. Zuidoost Holendrecht Zuidoost Geerdinkh./Kantersh. Zuidoost Nellestein Nieuw-West De Aker Gemiddelde Amsterdam Gemiddelde Nederland
26 26 43 52 52 58 59 61 69 73
Slotervaart-zuid in Nieuw-West ligt bovengemiddeld ver van een bibliotheek én heeft het laagste percentage groep 8 leerlingen dat op het streefniveau lezen zit. KM tot bibliotheek 2,1 1,9 2,3 2,2 2,5 2,9 2,8 2,6 1,4 1,8
Lage SES % wijk 37 46 38 37 45 31 26 25 30
* Vanwege de veranderde gebiedsindeling in Zuidoost wordt de precieze afstand nog gecontroleerd 1: Het percentage groep 8 leerlingen dat op het streefniveau lezen zit 2: Centrum is niet meegerekend bij het gemiddelde omdat het gemiddelde daarmee onbruikbaar wordt voor de andere stadsdelen 3: De SES (Sociaaleconomische Score) is een inschatting van iemands positie op de maatschappelijke ladder op basis van het inkomens- en opleidingsniveau
30
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
II. Raamwerk
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
III. Aanpak
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
MANAGEMENTSAMENVATTING BEGELEIDING VAN JONGEREN NAAR WERK
Jongerenadviseurs in Noord, Nieuw-West en Zuidoost hebben een lagere caseload. De FTE inzet per stadsdeel verschilt niet veel van de opgave, maar is niet overal in lijn. Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
–
Zie openresearch.amsterdam voor detailuitwerking van de analyse
1
De jongerenadviseurs in Noord, Nieuw-West en Zuidoost hebben een lagere caseload dan in andere stadsdelen.
2
De inzet (FTE jongerenadviseurs) is grotendeels in lijn met de opgave (het aantal NEET jongeren1 met een lage SES2). In voornamelijk Zuidoost en Noord lijkt meer ingezet te worden dan je op basis van de doelgroep zou verwachten. In West en Centrum/Oost/Weesp wonen relatief iets meer jongeren in de doelgroep vergeleken met de inzet.
Opvallend is dat adviseurs voor de doelgroep dak- en thuisloze jongeren een hogere caseload dan gemiddeld hebben, terwijl dit in principe de meest kwetsbare groep jongeren betreft.
Stadsdeel
Er wordt daarnaast veel gedaan om de jongeren te bereiken die begeleiding het hardst nodig hebben. Zie de overige maatregelen en instrumenten.
Caseload
Noord
Lager dan gemiddeld
Centrum/Oost/Weesp
Ongeveer gemiddeld
+
Stadsdeel
% van totale FTE inzet
% van het totaal NEETs met lage SES
Verschil FTE inzet – opgave
West
Ongeveer gemiddeld
Nieuw-West
Lager dan gemiddeld
Procent
Procent
Procentpunt
OI-index
Zuid
Hoger dan gemiddeld
Noord
13%
10%
+3
130
Lager dan gemiddeld
Centrum/Oost/Weesp
25%
28%
-3
89
West
11%
14%
-3
79
Nieuw-West
23%
24%
-1
96
Zuid
12%
11%
+1
109
Zuidoost
17%
12%
+5
142
Zuidoost Dak- en thuisloze jongeren
Hoger dan gemiddeld
1: De term NEET-jongeren (not in employment, education or training) verwijst naar jonge mensen die niet werken en geen onderwijs of opleiding volgen. 2: De SES (Sociaaleconomische Score) is een inschatting van iemands positie op de maatschappelijke ladder op basis van het inkomens- en opleidingsniveau.
31
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
II. Raamwerk
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
III. Aanpak
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
MANAGEMENTSAMENVATTING AFVAL INZAMELEN
Er gaat meer (personele) inzet voor afvalinzameling naar gebieden met lagere scores of lagere bewonersbeoordelingen. Geen enkel stadsdeel voldoet aan de gestelde norm ‘verzorgd’. Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
–
Zie openresearch.amsterdam voor detailuitwerking van de analyse
1
De huidige CROW-norm is ‘verzorgd’ (minimaal 90% niveau B). Deze norm is hoger dan de norm ‘sober’ bij straatreiniging (minimaal 80% niveau B). Geen enkel stadsdeel behaalt de norm ‘verzorgd’. Er gaat wel relatief meer inzet naar stadsdelen met 1) lagere bewonersbeoordelingen, 2) CROW-scores verder onder de norm en/of 3) een hoger aandeel lage SES bewoners. INZET FTE Woonruimten Inzameling
Centrum N-West Noord Oost West Zuid Zuidoost Amsterdam
OPGAVE Verschil FTE – woonruimten
CROW bijplaatsingen1
Bewoners oordeel2
Kwetsbaarheid 2
% v/h totaal
% v/h totaal
Procentpunt
OI-index
% niveau B
% schoon
% lage SES
16 18 13 13 16 14 11 100%
12 16 11 16 18 18 9 100%
+4 +2 +2 -3 -2 -4 +2
133 113 118 81 89 78 122
81 89 87 84 79 86 87 85
29 26 34 41 35 43 31 35
24 36 35 24 27 23 40 30
Kanttekening: vergelijkbaarheid van personele inzet tussen stadsdelen is beperkt door de invloed van structuurkenmerken per stadsdeel en binnen stadsdelen (o.a. type afvalinzameling, adressendichtheid, etc.)
Inzet wordt bepaald o.b.v. inspanningen route per stadsdeel om aan CROW norm bijplaatsingen te voldoen en structuurkenmerken (‘24). Binnen stadsdelen wordt hier invulling aan gegeven middels de afvalplannen
Kanttekening: afval inzamelen is een van de deeltaken van de gemeente die bijdraagt aan een schone leefomgeving (naast bijvoorbeeld straatreiniging)
In scope is het ophalen van huishoudelijk afval (ASH) en afval van kleine bedrijven via reinigingsrecht (RR). 1: Bijplaatsingen van afval bij volle containers volgens CROW-methodiek. Metingen worden uitgevoerd bij ‘hotspots’ / probleemlocaties 2: Aandeel dat het in de buurt (zeer) schoon vindt, Dashboard kerncijfers O&S 2023 3: Percentage met een lage Sociaaleconomische Score (SES) - Exclusief Mercatorpark (registratie van thuis- en daklozen), Dashboard kerncijfers O&S 2022
2
+
Meldingen van bewoners, waar deels op gestuurd wordt, reflecteren niet altijd de werkelijke opgave. Binnen stadsdelen, waar middels de afvalplannen op wordt gestuurd, zijn er op wijkniveau grote verschillen in de beoordelingen van bewoners over schoon. Wijken met lage bewonersbeoordelingen schoon en tegelijk weinig afvalmeldingen, kennen in het algemeen ook relatief veel bewoners met een lage SES. Dit zijn vaak ook wijken met slechtere scores zwerfafval grof (hierop wordt door directie Stadswerken gestuurd, middels Straatreiniging) In stadsdeel Centrum en Nieuw-West zijn de bewonersboordelingen schoon het laagst. Er zijn daarnaast (los van het Centrum vanwege het ontbreken van ondergrondse containers) een aantal wijken in Nieuw-West, West en Noord waar veel ontevredenheid is over het plaatsen van huisvuil. (De Punt, Osdorp-midden, Hoofdweg, Da Costabuurt, Waterlandpleinbuurt)
32
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
II. Raamwerk
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
III. Aanpak
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
MANAGEMENTSAMENVATTING STRAATREINIGING
Hoewel gemiddeld de vastgestelde schoonnorm ('sober’) bij reiniging wordt gehaald, zijn er verschillen tussen wijken. Fijnmaziger sturen kan voorkomen dat wijken onder de norm vallen. Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
–
Zie openresearch.amsterdam voor detailuitwerking van de analyse
1
Er wordt met name extra ingezet in Noord en Zuidoost t.o.v. het aantal inwoners & bezoekers. De norm sober wordt met deze capaciteitsverdeling in ieder stadsdeel gemiddeld gehaald. Slechts ongeveer een derde van de Amsterdammers beoordeelt de buurt daarentegen als schoon. In Nieuw-West beoordeelt slechts 26% van de inwoners de buurt als schoon, waar ook relatief veel bewoners met een lage SES wonen. In dit stadsdeel wordt in vergelijking met het aantal bewoners en bezoekers geen extra capaciteit ingezet omdat de gemiddelde schoonscores waarop gestuurd wordt wel gehaald wordt. OPGAVE
INZET
Centrum N-West Noord Oost West Zuid Zuidoost Weesp Amsterdam
FTE inzet
Bewoners + bezoekers1
Verschil FTE inzet bew. + bez.
% v/h totaal
% v/h totaal
Procentpunt
OI-index
23 15 12 12 14 12 11 1 100%
25 15 9 13 13 16 8 2 100%
-2 0 +3 -1 +1 -4 +3 -1
92 100 133 92 108 75 138 50
Kanttekeningen: Verdiepend onderzoek nodig om volgende zaken mee te nemen 1) mate waarin gebiedsoverschrijdend wordt gewerkt, 2) mate waarin per stadsdeel uitzendkrachten / aannemers ingezet worden en 3) het deel van de extra inspanningen Schoon Heel Veilig in NW dat gefinancierd wordt door Middelen Ongelijk Investeren.
Grof zwerfvuil
Vulgraad afvalbakken
% minstens niveau B
79 81 89 85 80 91 77 94 84
87 89 86 78 81 87 83 74 84
Bewoners oordeel2
Kwetsbaarheid
% buurt schoon
% lage SES
29 26 34 41 35 43 31 52 35
24 36 35 24 27 23 40 21 30
Bepalend voor inzetverdeling tussen Bewonersoordeel stadsdelen (naast structuurkenmerken) ook in doelenboom Huidige norm ‘sober’ is 80%
3
2
+
Er bestaan bovendien grote verschillen binnen de stadsdelen op het gebied van schoonscores, bewoners-beoordelingen en meldingen Nieuw-West scoort bijv. als stadsdeel boven de norm voor grof zwerfafval (81%) en vulgraadindicatoren. Tegelijkertijd kent dit stadsdeel ook de wijken (De Punt, Osdorpmidden) met de slechtste scores zwerfafval grof (<60%). Meldingen bepalen deels de inzet binnen stadsdelen. Wijken met relatief weinig meldingen kennen tegelijkertijd lage bewonersbeoordelingen, zijn vaak wijken met lagere SES en meer grof zwerfafval.
Mogelijk extra indicator in het kader van ongelijk investeren
1: Inwoners obv 2024, bezoekers obv 2018 2: Aandeel dat het in de buurt (zeer) schoon vindt, Dashboard kerncijfers O&S 2023 3: Percentage met een lage Sociaaleconomische Score (SES) - Exclusief Mercatorpark (registratie van thuis- en daklozen), Dashboard kerncijfers O&S 2022
33
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
II. Raamwerk
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
III. Aanpak
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
MANAGEMENTSAMENVATTING GROOT ONDERHOUD
Opgave niet stadsbreed vergelijkbaar in beeld: verdeling opgave en inzet tussen stadsdelen kan explicieter en daarbij kan ook meer aandacht zijn voor het bewonersoordeel en de kwetsbaarheid Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
–
Zie openresearch.amsterdam voor detailuitwerking van de analyse
1
+
Overweeg om het bewonersoordeel en de mate van kwetsbaarheid een (explicietere) positie te geven in de programmering In de programmering worden op technische veiligheid, aantrekkelijkheid, beschikbaarheid, duurzaamheid, participatie en kostenefficiëntie al meegewogen, maar is nog geen expliciete aandacht voor het bewonersoordeel en de mogelijkheid om wat extra’s te doen in kwetsbare buurten waar de leefbaarheid al meer onder druk staat. De aanwezig van achterstallig onderhoud kan invloed hebben op de leefbaarheidsbeleving, zeker wanneer dit clustert en langdurig van aard is. OPGAVE
INZET ProjectVerschil % projectbudget budget ’25-28 – % opgave
Centrum N-West Noord Oost West Zuid Zuidoost Weesp Amsterdam
% v/h totaal
Procentpunt
OI-index
7% 14% 23% 15% 7% 18% 8% 7%
0 -12 +10 +2 -3 -1 0 +3
105 53 185 111 80 91 96 204
100%
Projectbudget: vanuit posten groot onderhoud, vervanging en achterstallig onderhoud van IHP 25-28.
Technische inschatting: CROW ’23 Aandeel SD in stedelijk opp. op niveau D 7% 26% 13% 13% 10% 19% 8% 4% 100%
Kanttekening: er zijn alleen cijfers beschikbaar van de begroting, realisatiecijfers zijn niet beschikbaar op gebiedsniveau
Bewonersoordeel onderhoud
Kwetsbaarheid
% Opp. op # wijken niveau D per Gem. Oordeel onvoldoen % lage SES stadsdeel de 15% 24 6,4 1 18% 36 6,1 5 13% 35 6,2 2 14% 24 6,8 0 17% 27 6,7 0 19% 23 6,7 0 10% 40 6,6 0 30 15% 6,4 1 16%
Kanttekening: mogelijk geeft alleen areaalverdeling in achterstalligheid onvoldoende de werkelijke kostenverdeling van de opgave weer, omdat ook o.a. type verharding en materiaalgebruik belangrijke drijvers van de projectenkosten zijn
6,5
9
30
*Verdeelsleutel: De middelen worden verdeeld op basis van principes op technische veiligheid, aantrekkelijkheid, beschikbaarheid, duurzaamheid, bewonersparticipatie en kostenefficiëntie.
2
Inzet en opgave niet geheel in balans Er is recent met een nieuwe methodiek gestart om de achterstalligheid in te schatten en deze is in de helft van de stadsdelen is doorgevoerd. Hoewel het zicht op de stadsbrede verdeling van de opgave daardoor ontbreekt, lijkt het in het nog te publiceren IHP 26-29 erop dat Noord en Weesp relatief veel programmeringen kennen. Het kan overwogen worden om explicieter stadsbreed af te wegen en er daarbij zorg voor te dragen dat de stadsdelen structureel gelijk oplopen qua achterstalligheid.
34
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
I. Introductie
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
II. Raamwerk
Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
III. Aanpak
IV. Aandachtspunten en dilemma’s
V. Managementsamenvattingen
MANAGEMENTSAMENVATTING SOCIALE VOORRAAD / Afspraken over verkoop sociale huurwoningen
Bij de sturing op de sociale voorraad spelen meerdere kansengelijkheidsdoelen een rol, waarbij keuzes gemaakt worden over gemengde wijken t.o.v. de totale sociale voorraad Cirkel met pijl naar links met effen opvulling
–
Zie openresearch.amsterdam voor detailuitwerking van de analyse
1
Tussen 2020-2023 zijn 2690 sociale huurwoningen van corporaties verkocht; vooral in Zuid was de verkoop niet in lijn met de opgave om gemengde wijken te behouden. De komende jaren wordt de verkoop van sociale huurwoningen in gebieden met een laag aandeel sociale huur beperkt1. Gemengde wijken waarbij mensen met hoge en lage inkomens bij elkaar in de buurt wonen is een belangrijk kansengelijkheidsdoel.
2
Het begrenzen van de verkoop van sociale huurwoningen in gebieden met laag aandeel sociale huur beperkt de inkomsten voor corporaties. Dat leidt ertoe dat een groter aantal corporatiewoningen in andere gebieden moet worden verkocht voor dezelfde verkoopopbrengst die nodig is om te investeren in bestaande en nieuwe voorraad. Voldoende betaalbare woningen voor mensen met lage inkomens is ook een belangrijk kansengelijkheidsdoel. Scenario 1 Scenario 2 Verkoop in Noord, Verkoop in alle gebieden Nieuw-West, Zuidoost € per woning Aantal € opbrengst Aantal € opbrengst
Gemiddelde opbrengst
Verkoop sociale Aandeel sociale huur huurwoningen 2020-2023 (corp.), 2019 (% van voorraad in 2019)
Stadsdelen
Centrum
0,9
29
West
1,8
35
Centrum, West, Zuid, Oost
450.000
0
Nieuw-West
1,3
44
Noord, NieuwWest, Zuidoost
325.000
923
Zuid
1,9
24
Oost
1,7
40
Noord
1,9
51
Zuidoost
1,7
51
Amsterdam
1,6
38
Stadsdeel
+
Amsterdam
334
150.300.000
299.975.000
460
149.500.000
923 299.975.000
794
299.800.000
Kortom: bij de sturing op de sociale voorraad zijn meerdere kansengelijkheidsdoelen relevant, waaronder gemengde wijken en een zo groot mogelijke sociale voorraad. De afweging tussen deze doelen is gemaakt voorafgaand aan de Prestatieafspraken 2024-2027.