Bijlage 7 Advies Leeuw en Sluis.pdf
Tekst van het document
Advies Stedenbouwkundig Plan Deelplan 6 Weespersluis 5 mei 2025 Woord vooraf Graag maken wij als buurtplatform gebruik van de mogelijkheid om onze visie en advies op het Stedenbouwkundig Plan (SP) voor deelplan 6 uiteen te zetten. Onze wens is een leefbare, inclusieve en levendige wijk1, die aantrekkelijk is om in te wonen én voor Weespers van buiten de wijk om te bezoeken. Vanuit deze visie proberen we te verwoorden welke behoeften er leven in onze wijk en hoe wij denken dat we dichter bij die wens komen. We kijken daarmee zowel naar het eindbeeld als naar het beeld van de wijk vóórdat het eindbeeld bereikt is. Naast onze eigen ervaring en expertise nemen we daarin bestaande informatie mee, zoals referentienormen en gedefinieerde eigenschappen van ‘vitale buurten’. Wij denken dat met dit SP een positieve bijdrage wordt geleverd aan het creëren van een meer diverse wijk qua bewonerssamenstelling en woningtypen. De voorgestelde architectuur draagt positief bij aan de identiteit en uitstraling van de wijk. Onze wijk ervaren wij als een rustige, sociaal veilige plek om te wonen en dat zien we ook in deelplan 6 gerealiseerd worden. Ook verwachten we dat deelplan 6 zal slagen in het creëren van aantrekkelijke routes voor langzaam verkeer binnen de wijk en een aantrekkelijke ligging tussen groen en water.
Tegelijkertijd zien wij ook behoeften in de wijk, die relevant zijn voor dit SP. Wij zullen onze ideeën en adviezen over verbeterpunten delen aan de hand van een aantal thema’s. Inhoud Woord vooraf Architectuur Commerciële voorzieningen Maatschappelijke voorzieningen Kinderopvang en basisscholen Duurzaamheid en openbaar groen Sport en Spelen Woningaanbod Verkeer en mobiliteit Omgevingshinder Fasering Samenvatting
1 2 2 3 5 6 7 9 10 11 11 13
Als wij spreken over onze wijk, bedoelen wij de wijk Bloemendalerpolder, bestaande uit verschillende buurten (Leeuwenveld, Lanenrijk, Waterrijk, Vechtrijk, en straks ook Hofwijk en Veldwijk) 1
Architectuur De voorgestelde bouwhoogte van tien verdiepingen aan het bassin is naar ons idee niet proportioneel. Dit is drie keer zo hoog als de meest voorkomende bouwhoogte in Weespersluis (nl. drie bouwlagen), hoger dan de hoogbouw aan de Heemraadweg, en hoger dan de hoogbouw in het centrum van Weespersluis (Gouwplein). Zo’n hoogteaccent bij het bassin geeft een verkeerd signaal af, omdat het Gouwplein het (winkel)centrum van de wijk blijft. Een nieuw soort stadssilhouet op deze locatie is niet passend in de wijk en gezien de ligging buiten het stationsgebied sluit het niet aan bij de Omgevingsvisie. [Advies 1.] Wij adviseren om het hoogteaccent bij het bassin niet hoger te maken dan aan het Gouwplein, en bij voorkeur maximaal 1,5 keer de meest voorkomende bouwhoogte in Weespersluis. Commerciële voorzieningen Het meer urbane karakter van Hofrijk biedt kansen om ruimte te creëren voor meer diverse voorzieningen die daar de levendigheid versterken, overdag en ‘s avonds. Er is in de wijk nu relatief weinig levendigheid: het Gouwplein is een functioneel centrum met commerciële basisvoorzieningen, maar is ‘s avonds uitgestorven en biedt beperkt levendigheid en ruimte voor ontmoeting. Ook de ligging van de Buurtkamer en de sporthal (niet aan het Gouwplein, maar aan het schoolplein) draagt niet bij aan de levendigheid van het Gouwplein.
[Advies 2.] Wij adviseren om rond het bassin bewuste (ruimtelijke) keuzes te maken die bijdragen aan levendigheid en ontmoeting. De huidige commerciële voorzieningen vormen een eenzijdig winkel- en horeca-aanbod, dat qua concept en prijsstelling vooral aansluit op de meer welgestelde inwoners van de wijk. Tegelijk wordt dit aanbod door een deel van de bewoners als relatief duur ervaren, waaronder bewoners van de sociale en betaalbare woningen in het centrum. Aangezien de insteek van Hofrijk is om meer woningen in het betaalbare segment te bouwen, zou het goed zijn om qua commercieel aanbod aan te sluiten bij de behoeften van minder gefortuneerde bewoners. Uit het SP wordt het ons niet duidelijk of er voor de invulling van ruimtes voor commerciële voorzieningen in deelplan 6 wordt gewerkt vanuit een visie, vanuit gebiedsgericht detailhandelsbeleid. Ook valt het ons op dat in het SP staat: "Het aanbod detailhandel zal beperkt zijn en mag niet concurreren met het centrum van Weespersluis”2. Een dergelijke restrictie vinden wij niet passend in dit SP. Zo kunnen immers ook commerciële voorzieningen die nu al gemist worden in de wijk belemmerd worden. Zo noemen buurtbewoners de behoeften aan bijvoorbeeld een fietsenmaker, een plek om postpakketjes op te halen, 2e hands 2
SP, p. 41.
kinderkleding, een kinderkapper icm koffiebar, een snackbar, een pizzeria, een turkse/aziatische buurtsuper en een broodjeszaak. Voorzieningen die deels kunnen overlappen (en daardoor concurreren) met het al aanwezige aanbod, maar ook wezenlijk bijdragen aan een meer divers winkelaanbod. De bereidheid van bewoners om te participeren in detailhandelsbeleid en actieve werving van ondernemers is groot. [Advies 3.] Wij adviseren om voor DP6 vanuit een duidelijker gebiedsgerichte visie voor detailhandel te werken en het plan voldoende flexibel te maken voor een diverser aanbod aan commerciële voorzieningen. [Advies 4.] Wij adviseren om in deze gebiedsgerichte visie voor detailhandel zorg te dragen voor commerciële voorzieningen die aansluiten bij doelgroepen van de woningen in Hofrijk. [Advies 5.] We adviseren om bij het bassin overal plinthoogtes op te nemen die het mogelijk maken hier in de toekomst commerciële en maatschappelijke voorzieningen te faciliteren.
Maatschappelijke voorzieningen Wij lezen in het SP3: “Eén van de randvoorwaarden voor een leefbare, complete stad is een divers en hoogwaardig voorzieningenniveau. De gemeente Amsterdam hanteert bij grote nieuwbouwlocaties de referentienorm Maatschappelijke Voorzieningen. (...) De referentienorm Maatschappelijke Voorzieningen is als uitgangspunt gebruikt om in beeld te brengen waaraan in Deelplan 6 behoefte is. De uitkomsten op basis van de referentienorm dienen als handvatten. Het is van groot belang de inzichten en wensen van het gebied mee te nemen in het bepalen van de behoefte aan verdere maatschappelijke voorzieningen in de wijk”. Vervolgens is dit doorvertaald in de thema’s onderwijs en spelen, waar we in volgende paragrafen op terug komen. Hier vragen wij aandacht voor ándere voorzieningen die op basis van de Amsterdamse referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen (2024) tot de - zeer wenselijke - basisvoorzieningen in onze wijk horen, én (nog) ontbreken in het SP en in onze wijk. Er is behoefte aan levendigheid en “third places”: aantrekkelijke plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, (flex)werken, vergaderen, kennis met elkaar kunnen delen, zich kunnen ontplooien, workshops kunnen organiseren, culturele ervaringen kunnen opdoen, et cetera.
In principe zijn dit plekken voor volwassenen, maar door de bevolkingsopbouw van onze wijk zal de behoefte aan dergelijke plekken voor jongeren de komende jaren flink toenemen. Deze plekken komen niet alleen ten goede aan de bewoners van onze wijk, maar maken de wijk ook aantrekkelijker voor bezoekers van buiten de wijk - wat onze wijk weer 3
SP, p. 40
meer ‘vitaal’ maakt en zorgt voor verbinding met oud-Weesp. Deze plekken zouden niet overgelaten moeten worden aan de markt, maar deel moeten uitmaken van de basisvoorzieningen in een wijk die benoemd zijn in de referentienormen. Wij hebben de Amsterdamse referentienormen toegepast op de voorzieningen waar behoefte aan is in de hele wijk, Weespersluis én Leeuwenveld samen. Het gaat om voorzieningen voor in totaal 4.300 woningen in het eindbeeld. Om een vitale wijk te krijgen én te houden zijn de volgende voorzieningen wenselijk om in de (gehele) wijk te hebben: jongerencentrum
215 m2
huis van de wijk
258 m2
buurtkamers
258 m2
culturele wijkvoorziening
1075 m2
speeltuingebouw
43 m2
speeltuinterrein (buiten)
774 m2
Hierbij hebben we de ruimte voor een grootstedelijke culturele voorziening, die aan Weesp toegevoegd zou moeten worden op basis van het aantal nieuwe woningen in Weespersluis4, nog buiten beschouwing gelaten. Bij elkaar opgeteld zou het dus gaan om ruim 1.800 m2 (binnen)voorzieningen binnen onze wijk. Tot nu toe is alleen één buurtkamer (95 m2) gerealiseerd! Wij denken dat het zeer wenselijk is om deze voorzieningen, in gecombineerde vorm, toe te voegen aan onze wijk. De 500 m2 die in het SP van deelplan 6 is opgenomen, is hiervoor niet toereikend. [Advies 6.] Wij adviseren om in de hele wijk, en in het bijzonder binnen dit SP van deelplan 6, meer ruimte te creëren voor maatschappelijke voorzieningen die op de wijk gericht zijn. Wij stellen voor om te kiezen voor flexibele combinaties van maatschappelijke voorzieningen. Voor onze wijk zijn verschillende combinaties denkbaar. Bijvoorbeeld een huis van de wijk/jongerencentrum/culturele wijkvoorziening, bij voorkeur op een goed bereikbare plek waar levendigheid gewenst is (zoals rond het bassin). Een dergelijke voorziening zou op den duur (ook) tegemoet moeten komen aan behoeften van oudere bewoners, wanneer er vergrijzing gaat optreden in onze wijk. Ook dan is een centrale ligging van deze ontmoetingsplek van belang. De voorgestelde Natuurschuur is hiervoor onvoldoende centraal gelegen. 4
Een grootstedelijke culturele voorziening heeft minimaal een regionale functie. Met 3.550 woningen extra in Weespersluis zou er 700 m2 bij moeten komen voor zo’n voorziening. Met 11.000 woningen in Weesp in 2025 zou dit 2.200 m2 moeten zijn; een groei naar 14.000 woningen in 2040 zou moeten resulteren in 2.800 m2 moeten worden. Ter referentie: het vloeroppervlak van Theater City of Wesopa is bij elkaar ca. 300 m2.
De Natuurschuur lijkt ons met name geschikt voor voorzieningen voor de vele kinderen in de wijk. Een combinatie speeltuinterrein/speeltuingebouw/buurtkamer/horeca is passend voor onze wijk. Ook een combinatie van speeltuinterrein/speeltuingebouw/KDV is in onze ogen denkbaar, bij kinderopvang gaan we hier verderop in. Kinderopvang en basisscholen Daarmee komen we op de meest urgente maatschappelijke voorzieningen: die voor kinderopvang en basisscholen. Zoals uit ons eerdere onderzoek is gebleken, lijden veel ouders van kinderen tot 12 jaar onder het tekort aan kinderopvang (KDV/BSO) en basisschoolvoorzieningen in de wijk en in Weesp. Deelplan 6 zal een significante bijdrage leveren aan het dichten van tekorten op dit vlak. Maar nog steeds baart het ons zorgen dat de voorgestelde voorzieningen in het SP de tekorten niet oplossen, mede door de prognoses die wij zeer onwaarschijnlijk vinden.5 Onze wens is dat er in een vroeg stadium geanticipeerd wordt op realistische prognoses, om te voorkomen dat er wederom groen- en speelplekken moeten wijken voor scholen en kinderopvang, en er wederom verdeeldheid ontstaat binnen onze wijk. Een zeer snelle realisatie van de twee scholen is voor het dichten van tekorten bij KDV en BSO essentieel.
Wij zijn blij te hebben vernomen dat deze snelle realisatie hoge prioriteit heeft, maar we zien de voorgenomen stappen, om indien nodig de scholen buitenplans te ontwikkelen om realisatie vóór september 2028 te garanderen, graag expliciet gemaakt in het SP. Aanvullende BSO-locaties zouden wellicht in de plinten van Hofrijk, grenzend aan groen- en speelplekken gecreëerd kunnen worden. Aanvullende KDV-locaties zijn niet wenselijk in gebouwen met appartementen, omdat hiervoor buitenruimte nodig is die geluidsoverlast geeft aan bewoners. KDV-locaties zouden daarom zo veel mogelijk ín het groen een plek moeten krijgen. Vandaar onze suggestie om een combinatie speeltuinterrein/speeltuingebouw/KDV te creëren. [Advies 7.] Wij adviseren om bij het vaststellen van het SP mogelijkheden te identificeren voor het realiseren van meer (tijdelijke) kinderopvang binnen deelplan 6. [Advies 8.] Wij adviseren het voorgestelde scenario om de schoolgebouwen (met KDV/BSO) middels een BOPA te ontwikkelen om deze te kunnen realiseren vóór september 2028, expliciet vast te leggen.
5
Zie onze recente analyse van deze prognoses, https://leeuwensluis.nl/wp-content/uploads/2025/04/LS-Analyse-prognoses-voor-wijk-Bloemendalerpol der-v2304.pdf
[Advies 9.] Wij adviseren om de prognose te herzien en op basis daarvan (en een nieuwe leerlingenprognose PO) zorg te dragen voor voldoende kinderopvang en scholen. De ligging van de schoolgebouwen in het SP vinden wij als eindbeeld niet ideaal. Een centrale ligging, aan de zuidkant van het bassin, was beter geweest voor de bereikbaarheid en daarmee de stimulans om te voet of op de fiets naar school te komen. Wij begrijpen dat de huidige locatie wordt gekozen om tot snelle ontwikkeling over te kunnen gaan. De huidige ligging zorgt er echter voor dat kinderen, die daar veel tijd doorbrengen, relatief veel last zullen ervaren van auto- en treinverkeer. De schoolgebouwen zijn nu teveel op de Waterlinie-zijde gericht. Onze wens is dat de schoolgebouwen een blinde zijde krijgen aan de kant van de Waterlinie en een flinke hoeveelheid bomen tussen de scholen en de weg. Zo hopen we dat de kinderen minder hinder zullen ervaren van de ligging van hun school. [Advies 10.] Wij adviseren om geluidsbeperkende maatregelen te treffen bij het schoolgebouw en hierbij een blinde zijde aan de kant van de Waterlinie te overwegen. Duurzaamheid en openbaar groen Om verdichting in deelplan 6 mogelijk te maken, wordt er ingeleverd op de kwantiteit groen/blauw.
In het SP missen wij ambitie in de duurzaamheid, biodiversiteit en klimaatbestendigheid van onze wijk, zoals groene daken, een doorlopende groenstructuur en maatregelen voor een goede waterhuishouding. Wij begrijpen dat er hogere ambities zijn bij de verschillende ontwikkelaars dan in het SP geformuleerd. Het zou ons vertrouwen doen toenemen als deze ambities concreet in het SP worden opgenomen. Gezien de grotere afstand tot water in deelplan 6, zijn wij benieuwd wat de invloed is op de waterbergingsmogelijkheden. Wij vinden de ideeën voor het Weesperlint op zich aantrekkelijk, maar maken ons zorgen over de haalbaarheid hiervan, gezien de informatie die wij hebben ingewonnen bij de Gasunie. We zouden graag een scenario uitgewerkt zien voor het openbaar groen, in het geval de mogelijkheden op het gaslint tegenvallen. [Advies 11.] Wij adviseren om voor het Weesperlint eerst een haalbaarheidsstudie te doen of alle groene plannen voor dit gebied ook daadwerkelijk realistisch zijn. [Advies 12.] Wij adviseren om een alternatief scenario uit te werken voor het openbaar groen, in het geval de mogelijkheden op het gaslint tegenvallen. [Advies 13.] Wij adviseren om de bestaande groene ambities concreter in het SP op te nemen. [Advies 14.] Wij adviseren om onderzoek naar de consequenties van het verkleinen van de oppervlakte water op de waterhuishouding transparant te maken.
Sport en Spelen Het Weesperlint is naast een plek voor het toevoegen van groen, aangemerkt als plek voor het toevoegen van speelvoorzieningen. Wij hebben zorgen over de wenselijkheid om kinderen te laten verblijven en spelen op een gasleiding. Bovendien ligt het gaslint tussen twee wegen in, die als ontsluitingswegen voor de wijk gaan fungeren (en waar geheid te hard gaat worden gereden). Voor de realisatie van het natuurpark is eerst een uitruil nodig, omdat dit gebied nu aangemerkt is als natuurcompensatiegebied. Ook op dit vlak hebben wij twijfels wat betreft haalbaarheid. Wat ons betreft zouden er verschillende scenario’s uitgewerkt moeten worden voor sport- en speelvoorzieningen; wanneer de mogelijkheden rond het gaslint en in het natuurpark tegenvallen, zou er een alternatief plan moeten liggen voor het toevoegen van speelvoorzieningen op andere locaties in de wijk. De behoefte aan informele sportvoorzieningen in de wijk groeit ook, doordat er zorgen in de wijk zijn over de capaciteit bij formele sportvoorzieningen. Ook hier zijn realistische prognoses en proactief handelen bij voorziene schaarste, heel belangrijk. [Advies 15.] Wij adviseren om voor het Weesperlint en het Natuurpark eerst een haalbaarheidsstudie te doen of alle plannen voor sport- en speelvoorzieningen hier daadwerkelijk realistisch zijn.
[Advies 16.] Daarbij adviseren wij om een alternatief scenario uit te werken voor sporten speelvoorzieningen, in het geval de mogelijkheden op het gaslint en in het natuurpark tegenvallen. Gezien het tekort aan ruimte voor sporten en spelen verwachten wij van deelplan 6 dat hier niet alleen voldoende sport- en speelvoorzieningen komen voor de te verwachten jeugd in deelplan 6, maar dat hier ook extra ruimte wordt gecreëerd voor oudere kinderen. Wij verwachten dat er over een jaar of tien circa 2.000 jongeren tussen 10 en 24 jaar in de wijk zullen wonen. Zoals in eerdere plannen is vastgesteld, hebben oudere kinderen juist ruimte nodig aan de randen van de wijk. Dat is alleen mogelijk als de perceelgrenzen van de woningen niet direct grenzen aan het natuurcompensatiegebied. [Advies 17.] Wij adviseren om ruimte te laten aan de randen van Veldrijk voor het toevoegen van sport- en speelvoorzieningen met ontmoetingsplekken voor oudere kinderen/jongeren. In de afgelopen maanden zijn er door het team Sport&Spelen verschillende memo’s opgesteld om de behoeften vanuit de wijk kenbaar te maken. Kort samengevat is er een groot tekort aan (uitdagende) sport- en speelvoorzieningen voor de leeftijdsgroepen 7+ en 12+.
Ons uitgangspunt is daarbij geweest dat er spreiding door de wijk moet zijn om overlast te voorkomen en dat de plekken die er zijn zo multifunctioneel mogelijk worden ingericht, met een hogere dichtheid van uitdagende toestellen.
Een opsomming van suggesties: - mini-klimbos - mini-klimwand - verstopplekken - draaiende toestellen - (grote) schommels - waterspeelplekken (met stapstenen) - uitdagende obstakels voor skaten en skeeleren - meer picknickbanken en overdekte zitplekken - multifunctionele kunstgrasvelden, die continu bruikbaar zijn - grote (klim)bomen - plekken om hutten te kunnen bouwen - kabelbaan - tafeltennistafels - voetvolleytafels - “no problem”-plekken (waar jongeren hun gang kunnen gaan en niet snel overlast veroorzaken) - calisthenics rekken - hangmatten Al deze suggesties zijn in de betreffende memo’s toegelicht met concrete voorbeelden en geïllustreerd met foto’s van bestaande voorzieningen. [Advies 18.] Wij adviseren om de adviezen in de memo’s van team Sport&Spelen ook toe te passen op deelplan 6, en in het SP meer (uitdagende) sport- en speelvoorzieningen voor 7+ en 12+ toe te voegen, om het tekort dat is ontstaan te compenseren. Wat betreft referentienormen constateren wij dat de Amsterdamse normen niet goed aansluiten bij het woonmilieu in onze wijk en te weinig specifiek zijn als kader om de benodigde sport- en speelvoorzieningen in onze wijk te bepalen. De Weesper normen, die gebaseerd zijn op gebiedskennis, die goed aansluiten bij het karakter van onze wijk én die verankerd zijn in het Programma van Eisen (Rood) voor Weespersluis, bieden meer houvast.
Daarin worden vier parameters gehanteerd: de leeftijden van kinderen, het aantal kinderen, de ruimte die kinderen nodig hebben en de actieradius van kinderen. De normen zoals die zijn opgesteld voor onze wijk: - differentiatie in leeftijd: drie leeftijdsgroepen (0-6 jr, 7-12 jr, 13+ jr); - één speelplek per 100 kinderen; - oppervlak: een speelplek voor 0-6 jr is 100-150 m2, een plek voor 7-12 jr is 250-300 m2, een plek voor 13+ jr is 500m2; - actieradius: elk kind zou afhankelijk van leeftijd resp. maximaal 150m, 300m of 600m af moeten hoeven leggen tot een passende speelplek.
De vertaling van deze normen, met name de oppervlaktes, zien wij niet terug in het SP en dat vinden wij wel noodzakelijk. De integrale visie op sport- en speelvoorzieningen voor onze wijk zou deze normen als uitgangspunt moeten nemen. [Advies 19.] Wij adviseren om de referentienormen voor sport- en speelvoorzieningen, zoals vastgelegd in het PvE voor Weespersluis, te hanteren bij het opstellen van dit SP en bij een integrale visie op sport- en speelvoorzieningen in onze wijk. Niet alleen mensen(kinderen) willen ruimte om te spelen, honden willen dat ook. Er is momenteel geen formeel hondenlosloopgebied in onze wijk. We zien in de wijk dat er grote behoefte is aan deze voorziening, zodat honden niet tussen spelende kinderen of bij groenstroken langs huizen los lopen. In het Programma van Eisen is als norm opgenomen: één hondenlosloopplaats per 2.500 inwoners van minimaal 750 m2. Bij een verwacht inwoneraantal van 13.000 betekent dit vijf hondenlosloopplaatsen van 750 m2. Graag zien wij maatregelen om ruimte te creëren voor het loslopen van honden in of in de directe nabijheid van onze wijk. [Advies 20.] Wij adviseren om de referentienormen voor hondenlosloopgebieden zoals vastgelegd in het PvE voor Weespersluis te hanteren bij het opstellen van dit SP en maatregelen te treffen voor de rest van de wijk.
Woningaanbod Uit het SP wordt nog niet duidelijk wáár precies de sociale en betaalbare woningen en het begeleid wonen zijn plek zal vinden. Wij achten het niet wenselijk als er een heel duidelijk onderscheid komt tussen deze woningen en het duurdere woningaanbod, of dat er grootschalige gebouwen komen met enkel goedkopere woningen. We zien dus graag dat verschillende woningtypen zo veel mogelijk met elkaar vermengd worden. We verwachten dat dit ten goede komt aan het sociaal weefsel van de wijk. [Advies 21.] Wij adviseren om betaalbare woningen en duurdere woningen te mengen. Wat betreft begeleid wonen kunnen we ons vanuit onze wijk (en heel Weesp) voorstellen dat zo’n voorziening een toegevoegde waarde is voor de diversiteit in onze wijk, en bijdraagt aan de behoefte in de stad. We geven hier met name onze ideeën over de locatie. Als het een concept zoals een Parentshouse wordt, is het voor deze gezinnen met kinderen logisch dit te realiseren in de buurt van groen en speelplekken. Wanneer het om mensen met gezondheidsproblemen gaat (bijv. dementie), is het logischer om dit te realiseren in de buurt van zorgvoorzieningen. Wanneer het om jongeren gaat, is het logisch om dit te realiseren nabij levendigheid en jongerenvoorzieningen.
We raden daarom aan om de locatiekeuze niet ad-random te bepalen, maar te streven naar een bewuste match van welk soort begeleid wonen passend is bij onze wijk en vervolgens welke locatie daarop aansluit.
Wanneer er een vorm van begeleid wonen wordt gekozen waar overlast van te verwachten is, raden wij aan om een locatie te kiezen met grotere afstand van Lanenrijk 1B2, waar bewoners al op verschillende vlakken gedupeerd zijn. [Advies 22.] Wij adviseren om een bewuste match te maken welk soort begeleid wonen passend is bij onze wijk en vervolgens bij de locatiekeuze voor begeleid wonen rekening te houden met het karakter van deze voorziening. [Advies 23.] Wij adviseren om in de locatiekeuze voor begeleid wonen rekening te houden met bewoners van Lanenrijk 1B2. Verkeer en mobiliteit De parkeernorm zoals die gehanteerd wordt voor deelplan 6 vinden wij niet realistisch. Voor een groot deel van onze wijk ligt het dichtstbijzijnde OV-punt ver weg (>300 meter). Voor Veldrijk wordt deze afstand zelfs 2 kilometer. Daarmee is de wijk slecht ontsloten wat betreft openbaar vervoer. Zelfs als er na 2032 één buslijn door de wijk gaat lopen, verwachten wij dat de auto een belangrijk vervoersmiddel blijft voor veel bewoners. De lage parkeernorm is daarmee meer wensdenken dan een realistisch scenario. Onze zorg is hierbij uiteraard dat er te hoge parkeerdruk ontstaat in aangrenzende buurten. Daarnaast leidt een lage parkeernorm tijdens de ‘bezoekersspits’ tot wildparkeren in het groen.
Als gevolg vrezen wij dat er betaald parkeren zal worden ingevoerd en dat er groen structureel zal worden opgeofferd aan extra parkeerplekken. Daarom zien wij liever vooraf een realistische parkeernorm en voldoende parkeerplaatsen in openbaar gebied, die niet ten koste gaan van groen en speelvoorzieningen. Achteraf transformeren van parkeerplaatsen naar groen is wenselijker dan andersom. [Advies 24.] Wij adviseren een realistische (lees: hogere) parkeernorm te hanteren voor deelplan 6 en voldoende parkeerplekken in openbaar gebied te realiseren. Door slechts één auto-ontsluitingsweg uit deelplan 6 te creëren, namelijk via Waterrijk, verwachten wij dat dit een knelpunt gaat worden in de spits. Wij zijn benieuwd naar het onderzoek dat ten grondslag ligt aan dit voorstel. Ook zijn er grote zorgen dat een slechte bereikbaarheid van deelplan 6, zowel in een tijdelijke situatie als in het eindbeeld, gaat leiden tot veel extra autoverkeer en parkeren in de naastgelegen delen van Lanenrijk. Een knip binnen deelplan 6, waarbij het zuidelijk deel inclusief de scholen via de Waterlinie wordt ontsloten voor autoverkeer, en het noordelijk deel via Waterrijk, zien wij als voorkeursscenario. Daarmee wordt de wijk ook toekomstbestendiger, omdat er in de loop der tijd meer autoverkeer verwacht kan worden van langer thuiswonende kinderen.
[Advies 25.] Wij adviseren het onderzoek naar verkeersbewegingen in deelplan 6 transparant te maken en ontsluiting van het zuidelijk deel van deelplan 6 via de Waterlinie als voorkeursscenario te behandelen.
Wij maken ons zorgen om de veiligheid van fietsers en voetgangers op de verbindingswegen tussen onze wijk, het centrum van Weesp en de spoorbrug richting Diemen/Amsterdam. Deze drie verbindingen zijn nu al onveilig en krijgen straks nog veel meer langzaam verkeer te verwerken, mét nog meer verkeer over de Waterlinie. Door te kiezen voor verdichting in deelplan 6, moet de consequentie hiervan zijn dat maatregelen voor deze verbindingen prioriteit krijgen vóórdat deelplan 6 gerealiseerd wordt. Graag worden wij meegenomen in de planvorming voor bovenplanse maatregelen, zodat wij een bijdrage kunnen leveren aan deze planvorming. [Advies 26.] Wij adviseren prioriteit te geven aan bovenplanse maatregelen voor de verbinding tussen onze wijk, Weesp en Diemen/Amsterdam, en bewoners in een vroeg stadium te betrekken bij de planvorming via ons buurtplatform. In het SP missen wij een reflectie op de verkeersonveiligheid die op bepaalde plekken in deelplan 1 t/m 5 wordt ervaren, zoals te hoge snelheidslimiet in Waterrijk, te hoge snelheden op verschillende (hoofd)wegen in de wijk, te smalle bruggen en onveilige samenvoegingen van fietspaden en autoverkeer. Graag zien wij de geleerde lessen terug in het SP. [Advies 27.] Wij adviseren in het SP te reflecteren op de geleerde lessen wat betreft verkeersveiligheid vanuit deelplan 1 t/m 5.
Omgevingshinder Het SP benoemt verricht akoestisch onderzoek naar wegen en spoor, waarbij de oplossing gezocht wordt in een geluidsluwe zijde van de woningen. Wij attenderen u erop dat het geluidscherm langs het spoor ter hoogte van deelplan 6 (nog) niet is doorgetrokken. Ook valt het ons op dat andere vormen van omgevingshinder geen deel uitmaken van dit (akoestisch) onderzoek. Het gaat dan om de (plannen) voor windmolens aan de andere kant van het kanaal, de mogelijkheid van hinder door slagschaduw en geluid. De gemeente Diemen hield hierbij geen rekening met de huidige plannen voor deelplan 6. Het gaat ook om de recente plannen voor hoogspanningsmasten, om de hinder van vliegtuiglawaai en van de spoorbrug. Dit soort omgevingshinder kan effect hebben op de volksgezondheid van toekomstige bewoners van deelplan 6. [Advies 28.] Wij adviseren om nader onderzoek te doen naar omgevingshinder en het effect op de gezondheid van toekomstige bewoners, en zo nodig aanvullende maatregelen te nemen. Fasering Uiteraard betekent wonen in een nieuwbouwwijk ook pionieren, dat zal voor de toekomstige bewoners van deelplan 6 ook weer zo zijn. Deels is dit ook een charme van nieuwbouw en verbindt het bewoners met elkaar. Maar voor een deel van de bewoners in onze wijk heeft
de periode van pionieren té lang geduurd. Zij kijken al jaren tegen groene schermen aan of tegen hoge zandbergen, hun kinderen hebben na jaren nog geen passende speelvoorzieningen en het groen in de wijk wordt pas jaren later aangeplant dan dat de woningen werden opgeleverd. Het meest in het oog springt daarbij het tekort aan kinderopvang en scholen in de wijk, waarbij de plaatsing van een tijdelijke school tot veel frustraties en onderlinge spanningen in de wijk heeft gezorgd. Graag zien wij in het SP een reflectie op de tegenslagen in het parallel ontwikkelen van groen, openbare ruimte en sporten speelvoorzieningen in de wijk, en expliciete maatregelen om te zorgen dat hier in deelplan 6 geen herhaling van zetten zal plaatsvinden. [Advies 29.] Wij adviseren in het SP te reflecteren op geleerde lessen wat betreft fasering en parallel ontwikkelen van groen, sport- & speelplekken en openbare ruimte uit deelplan 1 t/m 5, en expliciet maatregelen op te nemen die hieruit volgen.
Samenvatting Buurtplatform Leeuw&Sluis adviseert om: Architectuur: 1 het hoogteaccent bij het bassin niet hoger te maken dan aan het Gouwplein, en bij voorkeur maximaal 1,5 keer de meest voorkomende bouwhoogte in Weespersluis. Commerciële voorzieningen: 2 rond het bassin bewuste (ruimtelijke) keuzes te maken die bijdragen aan levendigheid en ontmoeting. 3 voor DP6 vanuit een duidelijker gebiedsgerichte visie voor detailhandel te werken en het plan voldoende flexibel te maken voor een diverser aanbod aan commerciële voorzieningen. 4 in deze gebiedsgerichte visie voor detailhandel zorg te dragen voor commerciële voorzieningen die aansluiten bij doelgroepen van de woningen in Hofrijk. 5 bij het bassin overal plinthoogtes op te nemen die het mogelijk maken hier in de toekomst commerciële en maatschappelijke voorzieningen te faciliteren. Maatschappelijke voorzieningen: 6 in de hele wijk, en in het bijzonder binnen dit SP van deelplan 6, meer ruimte te creëren voor maatschappelijke voorzieningen die op de wijk gericht zijn. Kinderopvang en basisscholen: 7 bij het vaststellen van het SP mogelijkheden te identificeren voor het realiseren van meer (tijdelijke) kinderopvang binnen deelplan 6. 8 het voorgestelde scenario om de schoolgebouwen (met KDV/BSO) middels een BOPA te ontwikkelen om deze te kunnen realiseren vóór september 2028, expliciet vast te leggen.
9 de prognose te herzien en op basis daarvan (en een nieuwe leerlingenprognose PO) zorg te dragen voor voldoende kinderopvang en scholen. 10 geluidsbeperkende maatregelen te treffen bij het schoolgebouw en hierbij een blinde zijde aan de kant van de Waterlinie te overwegen. Duurzaamheid en openbaar groen: 11 voor het Weesperlint eerst een haalbaarheidsstudie te doen of alle groene plannen voor dit gebied ook daadwerkelijk realistisch zijn. 12 een alternatief scenario uit te werken voor het openbaar groen, in het geval de mogelijkheden op het gaslint tegenvallen. 13 de bestaande groene ambities concreter in het SP op te nemen. 14 onderzoek naar de consequenties van het verkleinen van de oppervlakte water op de waterhuishouding transparant te maken. Sport en Spelen: 15 voor het Weesperlint en het Natuurpark eerst een haalbaarheidsstudie te doen of alle plannen voor speelvoorzieningen hier ook daadwerkelijk realistisch zijn. 16 een alternatief scenario uit te werken voor speelvoorzieningen, in het geval de mogelijkheden op het gaslint en in het natuurpark tegenvallen.
17 ruimte te laten aan de randen van Veldrijk voor het toevoegen van sport- en speelvoorzieningen met ontmoetingsplekken voor oudere kinderen/jongeren. 18 Wij adviseren om de adviezen in de memo’s van team Sport&Spelen ook toe te passen op deelplan 6, en in het SP meer (uitdagende) sport- en speelvoorzieningen voor 7+ en 12+ toe te voegen, om het tekort dat is ontstaan te compenseren. 19 de referentienormen voor sport- en speelvoorzieningen, zoals vastgelegd in het PvE voor Weespersluis, te hanteren bij het opstellen van dit SP en bij een integrale visie op sport- en speelvoorzieningen in onze wijk. 20 de referentienormen voor hondenlosloopgebieden zoals vastgelegd in het PvE voor Weespersluis te hanteren bij het opstellen van dit SP en maatregelen te treffen voor de rest van de wijk. Woningaanbod: 21 betaalbare woningen en duurdere woningen te mengen. 22 een bewuste match te maken welk soort begeleid wonen passend is bij onze wijk en vervolgens bij de locatiekeuze voor begeleid wonen rekening te houden met het karakter van deze voorziening. 23 Wij adviseren om in de locatiekeuze voor begeleid wonen rekening te houden met bewoners van Lanenrijk 1B2. Verkeer en mobiliteit: 24 een realistische (lees: hogere) parkeernorm te hanteren voor deelplan 6 en voldoende parkeerplekken in openbaar gebied te realiseren.
25 het onderzoek naar verkeersbewegingen in deelplan 6 transparant te maken en ontsluiting van het zuidelijk deel van deelplan 6 via de Waterlinie als voorkeursscenario te behandelen. 26 prioriteit te geven aan bovenplanse maatregelen voor de verbinding tussen onze wijk, Weesp en Diemen/Amsterdam, en bewoners in een vroeg stadium te betrekken bij de planvorming via ons buurtplatform. 27 in het SP te reflecteren op de geleerde lessen wat betreft verkeersveiligheid vanuit deelplan 1 t/m 5. Omgevingshinder: 28 nader onderzoek te doen naar omgevingshinder en het effect op de gezondheid van toekomstige bewoners, en zo nodig aanvullende maatregelen te nemen. Fasering: 29 in het SP te reflecteren op geleerde lessen wat betreft fasering en parallel ontwikkelen van groen, sport- & speelplekken en openbare ruimte uit deelplan 1 t/m 5, en expliciet maatregelen op te nemen die hieruit volgen.