Bijlage 6c. Memo indexering.pdf
Tekst van het document
Memo voor raden en staten Datum 11 april 2023 Onderwerp Indexatie financiële stukken recreatieschappen Aanleiding De indexatieberekening in de financiële stukken (kadernota, begrotingswijziging en programmabegroting) van de recreatieschappen wordt aangepast. Deze wijziging is nodig vanwege de forse inflatiepercentages. Nu de prijzen flink zijn gestegen, moet de huidige manier van verwerken van indices in de kadernota, begrotingswijziging en programmabegroting worden aangepast aan deze realiteit. De nieuwe werkwijze is al toegepast in de begrotingswijziging 2023 en de programmabegroting 2024. De recreatieschappen TW, SPW en GGA werkten met CPI november en de recreatieschappen RAUM en GAB werken met index Noord-Holland Noord (NHN). Het momentum van CPI van november is historisch bepaald maar staat niet als dusdanig vermeld in de tekst van de Gemeenschappelijke Regelingen. Het momentum kan het recreatieschap zelf bepalen. Het indexcijfer NHN kan het recreatieschap niet zelf bepalen en ontvangt het recreatieschap in het laatste kwartaal voorafgaand aan het betreffend jaar. Aanpassingen Voor de recreatieschappen TW, SPW en GGA gaat het om de volgende aanpassingen: 1.
In de kadernota voor het betreffende begrotingsjaar te rekenen met het gemiddeld CPI van de eerste 6 maanden van het jaar waarin de kadernota wordt geschreven (T-2, dat wil zeggen 2 jaar voorafgaand aan het jaar waar de kadernota betrekking op heeft) in plaats van CPI november T-3 (dat is 3 jaar voorafgaand aan het jaar waar de kadernota betrekking op heeft). 2. Voor de meerjarenraming in de kadernota uit te gaan van een gemiddelde CPI januari – juni van de laatste 3 jaar (T-2, T-3, T-4) in plaats van CPI november T-3. 3. Voor de meerjarenraming in de programmabegroting uit te gaan van een gemiddelde CPI januari – juni van de laatste 3 jaar (T-2, T-3, T-4) in plaats van CPI november T-2. 4. In de begrotingswijziging uit te gaan van het laatst bekende indexcijfer (gemiddelde indexcijfer januari – juni van T-1, dus het jaar voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar) in plaats van het indexcijfer van het jaar ervoor (CPI november T-2). Er geldt een eenmalige uitzondering m.b.t. participantenbijdragen 2023 (overgangsjaar), die wordt nog berekend op basis van CPI november 2021. Voor de recreatieschappen RAUM en GAB gaat het om de volgende aanpassingen: 1. In de kadernota te blijven uitgaan van de index NHN (T-3). 2. Voor de meerjarenraming in de kadernota uit te gaan van gemiddelde index NHN over 3 jaar (T-3, T-4, T-5) in plaats van index T-3. 3.
Voor de meerjarenraming in de programmabegroting uit te gaan van de gemiddelde index NHN over de laatste 3 jaren (T-2, T-3, T-4) in plaats van de laatst bekende (T-2). 4. In de begrotingswijziging gaan uit te gaan van de laatst bekende indexcijfer (T-1) in plaats van het indexcijfer van het jaar ervoor (T-2), met uitzondering van de participantenbijdrage. Bij de 1
participantenbijdrage uit te blijven gaan van de index van het jaar ervoor (T-2) conform de brief van de Regietafel Noord-Holland Noord. Concrete doorwerking in begrotingswijziging 2023 en programmabegroting 2024 Voor de recreatieschappen TW, SPW en GGA is de concrete verandering nu als volgt: In de oude situatie zouden de kosten in de begrotingswijziging 2023 geïndexeerd worden met 5,17% (CPI cijfer november 2021) en in de nieuwe methodiek gebeurt dit met 8,2% (CPI gemiddelde januari – juni 2022), m.u.v. de participantenbijdrage in 2023 (5,17%). Voor de programmabegroting 2024 zou een index van 9,9% gelden (CPI cijfer november 2022) maar dat is in de nieuwe methodiek 8,2% voor 2024 (CPI gemiddelde januari – juni 2022) en 3,9% in de jaren 2025 en verder (gemiddelde CPI van de laatste 3 jaren: steeds van januari – juni uit 2020-2022). Voor de recreatieschappen RAUM en GAB is de concrete verandering nu als volgt: In de oude situatie zouden de kosten in de begrotingswijziging 2023 geïndexeerd worden met 2,3% (NHN index die eind 2021 bekend is gemaakt) en in de nieuwe methodiek gebeurt dit met 7,1% (NHN index die eind 2022 bekend is gemaakt), m.u.v. de participantenbijdrage in 2023 (2,3%).
Voor de programmabegroting 2024 wijzigt alleen de index voor de meerjarenbegroting naar 3,6% voor de jaren 2025 en verder (gemiddelde NHN index van 2020-2022) in plaats van 7,1% (NHN index die eind 2022 bekend is gemaakt).
2