CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6. Emancipatiemonitor 2025 - Veiligheid.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 15 april 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief voortgang gendergelijkheid en Emancipatiemonitor 2025 (VN2026-003222)7.984 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

16 alinea's met “deur”: 45 84 86 87 89 91 93 97 98 102 103 106 109 111 252 253

Emancipatiemonitor 2025: Veiligheid Veiligheid Onderzoek en Statistiek

In opdracht van: Projectnummer: Auteur:

afdeling Diversiteit 240263 Claire Knijff Met medewerking van Sara Rubingh, Iris Regeer, Eliza van der Beek, Anne Huijzer en Sara de Wilde

E-mailadres:

c.knijff@amsterdam.nl

Bezoekadres: Post: Telefoon: Website:

President Kennedylaan 923 Postbus 658 1000 AR Amsterdam 020 251 0333 onderzoek.amsterdam.nl

Foto voorzijde:

Vrouw zit op het bankje, fotograaf Denzel van Engel (2023)

Amsterdam, februari 2026

Inhoud

Inhoud

2

Samenvatting

3

Inleiding

6

1

Veiligheidsbeleving

7

2

Vermijding

13

3

Weerbaarheid

21

4

Slachtofferschap

23

5

Straatintimidatie

27

6

Huiselijk geweld

32

7

Femicide

34

Literatuurlijst

35

Bijlage vermijdingsgedrag naar stadsdeel

37

Samenvatting

Deze deelrapportage van de Emancipatiemonitor gaat in op de (ervaren) veiligheid van Amsterdamse vrouwen. De voornaamste gebruikte bron is de Veiligheidsmonitor (VM). In 2024 vulde ruim 12.000 Amsterdammers van 15 jaar en ouder de vragenlijst in. We kijken daarbij naar veiligheidsbeleving, vermijdingsgedrag, weerbaarheid, slachtofferschap van criminaliteit, straatintimidatie, huiselijk geweld en femicide, waaruit blijkt dat de positie van vrouwen en mannen in meerdere opzichten verschilt. Amsterdamse vrouwen voelen zich vaker weleens onveilig dan mannen De helft van de Amsterdamse vrouwen geeft aan zich weleens onveilig te voelen, tegenover 31 procent van de mannen. Dit verschil tussen vrouwen en mannen geldt ook voor de ervaren onveiligheid in de eigen buurt (30% tegenover 20%). Voor beide vormen van onveiligheidsbeleving geldt dat deze het sterkst zijn voor vrouwen onder de 35 jaar oud en afneemt naarmate vrouwen ouder zijn. Als het gaat om de ervaren veiligheid in het algemeen, dan zien we verder een relatief hoge onveiligheidsbeleving onder vrouwen met een hbo/wo opleiding en vrouwen zonder migratieachtergrond. Voor de onveiligheidsbeleving in de eigen buurt zijn de verschillen tussen verschillende groepen vrouwen minder groot en zien we iets meer verschillen naar stadsdelen: met name in NieuwWest, Noord en Zuidoost voelen vrouwen zich onveilig in de eigen buurt.

Amsterdamse vrouwen zijn meer vermijdend dan mannen In het onderzoek is gekeken naar vier vormen van vermijdingsgedrag vanwege onveiligheidsgevoelens: ’s avonds niet opendoen, omlopen of omrijden in de eigen buurt om onveilige plekken te vermijden, 's avonds of 's nachts niet meer de deur uit gaan om bepaalde activiteiten te doen (pinnen, boodschappen, wandeling maken, apotheek etc.) en niet alleen de deur uit gaan. Over het algemeen geven Amsterdamse vrouwen vaker dan mannen aan dat zij deze vormen van vermijdingsgedrag weleens vertonen. Vrouwen uit alle stadsdelen geven vaker dan mannen aan verschillende situaties, plekken en tijdstippen te vermijden vanwege een onveilig gevoel. Gemiddeld zeggen vrouwen uit Nieuw-West, Zuidoost en Noord dat vaker dan vrouwen uit de andere stadsdelen. Vrouwen van 55 jaar of ouder rapporteren op bijna alle stellingen vaker vermijdingsgedrag dan jongere vrouwen, met uitzondering van het omrijden of omlopen in de eigen buurt om onveilige plekken te vermijden. Vrouwen met een hbo/wo opleiding rapporteren alle vermijdingsgedragingen het minst vaak, met wederom als uitzondering het omrijden of omlopen in de eigen buurt. Amsterdamse vrouwen voelen zich minder weerbaar in onveilige situaties dan mannen Vrouwen voelen zich minder weerbaar dan mannen in situaties die met veiligheid te maken hebben.

De weerbaarheidsscore is gebaseerd op een aantal stellingen. De lagere gerapporteerde weerbaarheid voor vrouwen ten opzichte van mannen komt naar voren bij alle voorgelegde stellingen over weerbaarheid. Amsterdamse vrouwen zonder migratieachtergrond voelen zich iets weerbaarder dan vrouwen met een migratieachtergrond. Dit verschil geldt niet voor Amsterdamse mannen. Amsterdamse vrouwen zijn vaker slachtoffer van fysieke seksuele grensoverschrijding Vrouwen rapporteren vaker slachtofferschap van fysiek seksueel grensoverschrijdend gedrag dan mannen: 5 procent van de vrouwen tegenover 1 procent van de mannen geeft

3

aan in het afgelopen jaar tegen de wil te zijn aangeraakt of vastgepakt met seksuele bedoelingen. Vooral vrouwen jonger dan 35 jaar rapporteren dit relatief vaak (9%), terwijl dit onder mannen in die leeftijdsgroep 1 procent is. Amsterdamse mannen zijn vaker slachtoffer van bedreiging en fysieke mishandeling Vrouwen geven minder vaak aan bedreigd te zijn in de afgelopen 12 maanden dan mannen, namelijk zeven procent tegenover negen procent van de mannen. Zowel jongere mannen als vrouwen geven vaker aan slachtoffer te zijn geworden van bedreiging. Voor slachtofferschap van fysieke mishandeling zien we een verschil tussen vrouwen (1%) en mannen (3%), maar geen verschillen naar achtergrondkenmerken. Vrouwen en mannen even vaak slachtoffer van (online) pesten, vrouwen vaker van stalking Amsterdamse vrouwen en mannen geven even vaak aan in de afgelopen 12 maanden (online) gepest te zijn (allebei 2%). Een even groot aandeel van de Amsterdamse vrouwen (2%) geeft aan in de afgelopen 12 maanden weleens voor langere tijd gestalkt te zijn, dat aandeel is iets groter dan onder mannen (1%). Amsterdamse vrouwen en mannen zijn even vaak slachtoffer van sexting-misbruik Amsterdamse vrouwen en mannen maakten even vaak ooit sexting-misbruik mee (3%). Verschillen tussen Amsterdammers zijn er met name naar leeftijd; hoe jonger, hoe groter het aandeel dat ooit sexting-misbruik meemaakte.

Naar leeftijd zien we bovendien een verschil tussen vrouwen en mannen: vrouwen jonger dan 35 jaar (5%) geven iets vaker aan ooit slachtoffer te zijn geweest van sexting-misbruik dan mannen (4%) in dezelfde leeftijdscategorie. Amsterdamse vrouwen ervaren straatintimidatie vaker dan mannen Iets meer dan de helft (55%) van de vrouwen geeft aan in de afgelopen 12 maanden slachtoffer te zijn geweest van één of meer vormen van straatintimidatie. Bij mannen ligt dit aandeel lager (36%). Verschillen tussen vrouwen en mannen zien we in alle leeftijdsgroepen, maar Amsterdamse vrouwen onder de 35 jaar worden het vaakst geconfronteerd met straatintimidatie (72%). Vrouwen in die leeftijdsgroep worden het vaakst nagefloten (58%) en nageroepen of aangesproken met seksuele opmerkingen (52%). Jonge mannen zijn aanzienlijk minder vaak geconfronteerd met de verschillende vormen van straatintimidatie. Wanneer zij wel te maken kregen met straatintimidatie, ging het relatief vaak om nageroepen of aangesproken worden met beledigende opmerkingen (31%), hoewel vrouwen dat alsnog vaker meemaken (39%). De meeste vormen van straatintimidatie worden het vaakst ervaren door vrouwen uit stadsdeel West.

Nederlandse vrouwen vaker slachtoffer van huiselijk geweld dan mannen Uit de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag (CBS, 2024b) en de Impactmonitor Aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (CBS, 2024c) met landelijke cijfers over huiselijk geweld, blijkt dat in 2024 ongeveer 9 procent van de Nederlandse bevolking van 16 jaar en ouder (circa 1,3 miljoen mensen) slachtoffer was van een of meer vormen van huiselijk geweld in het afgelopen jaar. Vrouwen rapporteren dit vaker dan mannen (10% tegenover 7%). Huiselijk geweld wordt doorgaans gepleegd door een (ex-)partner, en mannen zijn vaker pleger dan vrouwen. Bovengenoemde cijfers zijn niet beschikbaar voor Amsterdam specifiek. Wel weten we dat er in Amsterdam 8.550 meldingen van huiselijk geweld zijn geregistreerd bij Veilig Thuis in 2024, waarvan 3.555 meldingen van (ex-)partnergeweld. Onbekend is in hoeveel gevallen het slachtoffer vrouw is. Ook weten we uit het onderzoeksrapport ‘Huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld 2024’ dat 38 procent van de inwoners van Amsterdam-Amstelland tekenen van huiselijk geweld in

4

hun omgeving ziet, waarvan een derde (33%) contact opnam met een hulpinstantie, meestal politie of huisarts (O&S, 2025). Vrouwen blijken vaker dan mannen hun zorgen te bespreken (89% tegenover 82%) en zoeken daarvoor ook vaker professionele hulp (36% tegenover 29%). Zij maken zich bovendien vaker zorgen over seksueel geweld (19% tegenover 12%). Cijfers over femicide alleen op landelijk niveau beschikbaar De Universiteit Leiden is in april 2025 de ‘Femicide Monitor’ gestart om systematisch gegevens over vrouwenmoord in Nederland te verzamelen en te analyseren. Uit de factsheet Femicide in Nederland 2014–2024 blijkt dat in deze periode 448 vrouwen het slachtoffer werden van moord of doodslag, waarvan 80 procent binnenshuis en 91 procent door een man (Universiteit Leiden, 2025). Van alle vrouwelijke slachtoffers van moord en doodslag tussen 2014 en 2024 ging het in 243 van de gevallen om vrouwen die om het leven kwamen door (ex)partnerdoding.

5

Inleiding

Eind 2024 is de landelijke Emancipatiemonitor uitgebracht door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), waarin recente gegevens over de positie van vrouwen en mannen op diverse terreinen worden gepresenteerd. Uit deze monitor blijkt dat ongelijkheid tussen vrouwen en mannen op een aantal terreinen blijft bestaan (CBS, 2024a). Ook in Amsterdam zagen we in de laatste Amsterdamse Emancipatiemonitor ongelijkheid tussen vrouwen en mannen (O&S, 2018). De afdeling Diversiteit heeft Onderzoek en Statistiek (O&S) gevraagd een aantal van deze cijfers te updaten en een nieuwe Emancipatiemonitor te ontwikkelen, die middels deelrapportages ingaat op de domeinen bevolking, onderwijs, werk en inkomen, veiligheid, gezondheid en politieke participatie. In deze deelrapportage wordt gekeken naar de (ervaren) veiligheid van Amsterdamse vrouwen. We kijken naar de veiligheidsbeleving van vrouwen ten opzichte van mannen, naar weerbaarheid, slachtofferschap van criminaliteit, straatintimidatie, huiselijk geweld, femicide en naar verschillende vormen van vermijdingsgedrag vanwege onveiligheidsgevoelens. Methode In dit rapport zijn verschillende databronnen gebruikt om de veiligheidsbeleving van Amsterdammers in kaart te brengen, waaronder de Veiligheidsmonitor (VM).

De VM is een enquête waarin vragen over slachtofferschap, veiligheidsbeleving, overlast, leefbaarheid en functioneren van de gemeente/politie worden gesteld aan inwoners van de regio Amsterdam-Amstelland. Jaarlijks vullen ongeveer 12.000 inwoners van 15 jaar en ouder uit de gemeente Amsterdam (inclusief Weesp) de enquête in. O&S voert het onderzoek uit in samenwerking met het CBS. De resultaten zijn gewogen en daarmee representatief voor de Amsterdamse bevolking als het gaat om geslacht (volgens registratie), migratieachtergrond, leeftijd, opleiding en samenstelling van het huishouden. In dit onderzoek worden vergelijkingen tussen vrouwen en mannen gemaakt op basis van een enquêtevraag naar genderidentiteit. Deze vraag omvat mensen die zich identificeren als man, vrouw, non-binair, anders of die het nog niet weten. Enkel de responsaantallen van de Amsterdammers die zich als man of vrouw identificeren zijn groot genoeg om mee te nemen in het onderzoek, de andere groepen zijn te klein. In dit rapport worden niet alleen vrouwen met mannen vergeleken, maar wordt ook gekeken naar achtergrondkenmerken als leeftijd, stadsdeel, opleidingsniveau, migratieachtergrond en levensbeschouwing. Door deze kenmerken mee te nemen, ontstaat een vollediger en genuanceerder beeld, omdat niet alle Amsterdamse vrouwen en mannen dezelfde ervaringen hebben.

Voor het in kaart brengen van de landelijke cijfers over huiselijk geweld zijn de bevindingen uit twee rapporten van het CBS gebruikt, namelijk de ‘Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag’ (CBS, 2024b) en de ‘Impactmonitor Aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling’ (CBS, 2024c). Daarnaast is gekeken naar vermoedens van huiselijk geweld, waarbij de gegevens uit het onderzoeksrapport ‘Huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld 2024’ van O&S integraal zijn overgenomen (2025). Tot slot zijn de bevindingen over femicide gebaseerd op de factsheet ‘Femicide in Nederland 2014–2024’, die onderdeel uitmaakt van de Femicide Monitor (2025).

6

1 Veiligheidsbeleving

41 procent van de Amsterdammers voelt zich weleens onveilig, waarvan 3 procent vaak, 22 procent soms en 16 procent zelden (figuur 1.1). Het aandeel Amsterdammers dat zich weleens onveilig voelt in de eigen buurt is kleiner (25%). Amsterdammers voelen zich vaker onveilig dan gemiddeld in Nederland, zowel in het algemeen als in de eigen buurt (in Nederland respectievelijk 35% en 15%; CBS, 2024a). Figuur 1.1 Onveiligheidsbeleving van Amsterdammers in het algemeen en in de eigen buurt, 2024 (procenten)

Amsterdamse vrouwen voelen zich vaker onveilig dan mannen. Zo voelt de helft van de Amsterdamse vrouwen zich in het algemeen weleens onveilig, tegenover 31 procent van de mannen (figuur 1.2). Ook in de eigen buurt voelen vrouwen zich vaker onveilig dan mannen. Van de Amsterdamse vrouwen geeft 30 procent aan zich weleens onveilig te voelen in de eigen buurt, tegenover 20 procent van de mannen. Dit patroon is ook landelijk te zien (CBS, 2024a). Figuur 1.2 Onveiligheidsbeleving in het algemeen en in de eigen buurt, naar geslacht, 2024 (procenten) Onveiligheidsbeleving in het algemeen

Onveiligheidsbeleving in de eigen buurt (vervolg)

7

Jonge vrouwen voelen zich het vaakst onveilig in het algemeen en in de eigen buurt In alle leeftijdsgroepen verschillen vrouwen en mannen in de veiligheidsbeleving. Van de vrouwen jonger dan 35 jaar geeft 58 procent aan zich weleens onveilig te voelen, tegenover 34 procent van de mannen in die leeftijdsgroep (figuur 1.3). Ook in de eigen buurt voelen jongere Amsterdamse vrouwen (onder de 35 jaar) zich vaker onveilig. Hoe ouder vrouwen zijn, hoe kleiner het aandeel dat zich weleens onveilig voelt. Bij mannen zijn de verschillen naar leeftijd wat minder groot, waardoor het verschil tussen vrouwen en mannen steeds kleiner wordt naarmate de leeftijd toeneemt. Het afnemende verschil tussen vrouwen en mannen in veiligheidsbeleving naar oplopende leeftijd is in lijn met het landelijke beeld (CBS, 2024a). Figuur 1.3 Aandeel dat zich weleens onveilig voelt in het algemeen en in de eigen buurt, naar geslacht en leeftijd, 2024 (procenten) vaak/soms/zelden onveilig in het algemeen

vaak/soms/zelden onveilig in de eigen buurt

Vrouwen met een hbo/wo-opleiding voelen zich het vaakst onveilig in het algemeen Voor alle opleidingsniveaus geldt dat een groter aandeel van de vrouwen zich onveilig voelt dan van de mannen, zowel in het algemeen als in de eigen buurt. Als het gaat om de onveiligheidsbeleving in het algemeen, dan zien we dat vrouwen met een hbo/wo opleiding zich het vaakst weleens onveilig voelen (56%, figuur 1.4). Hierbij dient te worden opgemerkt dat relatief veel hbo-/wo-opgeleide vrouwen tot de jongere leeftijdsgroep behoren, waaronder ook een grotere onveiligheidsbeleving te zien is (figuur 1.3).

8

Figuur 1.4 Aandeel dat zich weleens onveilig voelt in het algemeen en in de eigen buurt, naar geslacht en opleiding, 2024 (procenten) vaak/soms/zelden onveilig in het algemeen

vaak/soms/zelden onveilig in de eigen buurt

Vrouwen zonder migratieachtergrond voelen zich het vaakst onveilig in het algemeen Wanneer we kijken naar verschillende migratieachtergronden, is te zien dat vrouwen zonder migratieachtergrond zich in het algemeen het vaakst onveilig voelen (56%, figuur 1.5). Van de vrouwen met een Europese migratieachtergrond zegt 51% zich wel eens onveilig te voelen en van de vrouwen met een migratieachtergrond buiten Europa is dat 45%. Onder mannen is er geen verschil te zien in veiligheidsgevoel tussen verschillende migratieachtergronden. Wat betreft de veiligheidsbeleving in de buurt is er zowel voor vrouwen als voor mannen geen verschil naar migratieachtergrond.

9

Figuur 1.5 Aandeel dat zich weleens onveilig voelt in het algemeen en in de eigen buurt, naar geslacht en migratieachtergrond, 2024 (procenten) vaak/soms/zelden onveilig in het algemeen

vaak/soms/zelden onveilig in de eigen buurt

Verschillen in veiligheidsbeleving tussen vrouwen en mannen naar religie en levensovertuiging Voor veel religies en levensbeschouwingen geldt dat vrouwen die zich daartoe rekenen zich in het algemeen onveiliger voelen dan mannen die zich daartoe rekenen (figuur 1.6). Dit geldt echter niet voor het boeddhisme, hindoeïsme en jodendom als het gaat om veiligheidsgevoel in het algemeen, en om het boeddhisme, hindoeïsme, jodendom en een andere religie of levensbeschouwing als het gaat om ervaren buurtveiligheid. Voor die religies zijn de verschillen tussen vrouwen en mannen niet significant en voor een aantal van die groepen zijn de respondentaantallen relatief klein. De groep mannen in de boeddhistische geloofsovertuiginggroep is bovendien te klein (n < 50) waardoor een vergelijking tussen vrouwen en mannen niet mogelijk is. Omdat de responsaantallen ook binnen de groep vrouwen variëren en voor sommige groepen relatief klein zijn, dienen de verschillen tussen de groepen vrouwen naar religie en levensbeschouwing met voorzichtigheid te worden geïnterpreteerd.

10

Figuur 1.6 Aandeel dat zich weleens onveilig voelt in het algemeen en in de eigen buurt, naar geslacht en levensbeschouwing/religie, 2024 (procenten) vaak/soms/zelden onveilig in het algemeen

vaak/soms/zelden onveilig in de eigen buurt

In alle stadsdelen voelen vrouwen zich onveiliger in hun buurt dan mannen Voor vrijwel alle stadsdelen geldt dat vrouwelijke inwoners zich vaker onveiliger voelen in het algemeen en in hun eigen buurt dan mannen. Voor de onveiligheidsbeleving in het algemeen geldt dat in alle stadsdelen min of meer de helft van de vrouwen zich onveilig voelt. Iets grotere verschillen tussen groepen vrouwen zijn er als er gekeken wordt naar de ervaren buurtveiligheid. In Nieuw-West, Noord en Zuidoost voelen de meeste vrouwen zich

11

weleens onveilig in hun eigen buurt, in stadgebied Weesp en stadsdeel Zuid het minst (figuur 1.7). Figuur 1.7 Aandeel dat zich weleens onveilig voelt in het algemeen en in de eigen buurt, naar geslacht en stadsdeel, 2024 (procenten) vaak/soms/zelden onveilig in het algemeen

vaak/soms/zelden onveilig in de eigen buurt

12

2 Vermijding

In dit hoofdstuk gaan we in op vermijdingsgedrag van vrouwen en mannen vanwege een onveilig gevoel. Vrouwen vermijden vaker situaties vanwege onveiligheidsgevoelens dan mannen (figuur 2.1). Zo doet twee derde (66%) van de vrouwen ‘s avonds weleens niet open omdat zij het niet veilig vinden, tegenover 46 procent van de mannen. 48 procent van de vrouwen loopt of rijdt in de eigen buurt weleens om om onveilige plekken te vermijden, tegenover van 32 procent van de mannen. Ook landelijk zien we verschillen tussen vrouwen en mannen voor deze vermijdingsgedragingen (CBS, 2024a). Daarnaast geeft de helft van de Amsterdamse vrouwen aan dat zij 's avonds of 's nachts niet meer de deur uit gaan om bepaalde activiteiten te doen, onder mannen is dat 30 procent. Bijna twee keer zo’n groot aandeel van de vrouwen ten opzichte van mannen geeft tot slot aan niet alleen de deur uit te gaan vanwege onveiligheidsgevoelens (39% versus 20%). Voor deze vormen van vermijdingsgedrag is geen vergelijking met landelijke cijfers beschikbaar. Figuur 2.1 Vermijdingsgedrag, naar geslacht, 2024 (procenten) 's Avonds niet opendoen omdat men het niet veilig vindt

Omlopen of omrijden in de eigen buurt om onveilige plekken te vermijden

's Avonds of 's nachts niet meer de deur uit gaan om bepaalde activiteiten te doen omdat men zich daarbij onveilig voelt

Niet alleen de deur uit gaan omdat men zich anders onveilig voelt

13

Vrouwen van 55 jaar en ouder zijn het meest vermijdend In alle leeftijdsgroepen geven Amsterdamse vrouwen vaker dan mannen aan dat zij verschillende vormen van vermijdingsgedrag weleens vertonen (figuur 2.2). Amsterdamse vrouwen van 55 jaar en ouder geven vaker aan verschillende plekken, tijden of situaties te vermijden dan jongere vrouwen. Zo geeft 72 procent van de vrouwen van 55 jaar en ouder aan weleens ’s avonds niet open te doen omdat zij het niet veilig vinden, 57 procent gaat weleens 's avonds of 's nachts niet meer de deur uit om bepaalde activiteiten te doen en 44 procent gaat weleens niet alleen de deur uit vanwege onveiligheidsgevoelens. Uit de Nederlandse cijfers blijkt eveneens dat vrouwen (en mannen) in hogere leeftijdscategorieën ’s avonds vaker de deur niet opendoen dan jongere Nederlanders (CBS, 2024a). Voor omlopen of omrijden in de eigen buurt blijkt dat juist jongere Nederlandse vrouwen dat vaker doen. In de Amsterdamse cijfers is het verschil voor deze vorm van vermijding minder groot naar leeftijd. Figuur 2.2 Vermijdingsgedrag, naar geslacht en leeftijd (aandeel vaak/soms/zelden), 2024 (procenten) 's Avonds niet opendoen omdat men het niet veilig vindt

Omlopen of omrijden in de eigen buurt om onveilige plekken te vermijden

's Avonds of 's nachts niet meer de deur uit gaan om bepaalde activiteiten te doen omdat men zich daarbij onveilig voelt

14

Figuur 2.2 (vervolg) Niet alleen de deur uit gaan omdat men zich anders onveilig voelt

Vrouwen met hbo-/wo-opleiding zijn minder vermijdend Voor alle opleidingsniveaus zijn er verschillen tussen vrouwen en mannen in het vermijdingsgedrag, waarbij meer vrouwen dan mannen vermijden. Wel blijkt dat vrouwen met een hbo-/wo-opleiding vrijwel alle vermijdingsvormen minder vaak rapporteren dan vrouwen met een vmbo/mbo-1 opleiding of een havo/vwo/mbo-2 t/m 4 opleiding. Alleen voor omlopen of omrijden in de eigen buurt is dat verschil er niet. Daarbij dient te worden opgemerkt dat de groep hbo-/wo-opgeleiden relatief jong is; in figuur 2.2 is te zien dat met name vrouwen van 55 jaar en ouder gedragingen en situaties vermijden. Figuur 2.3 Vermijdingsgedrag, naar geslacht en opleiding (aandeel vaak/soms/zelden), 2024 (procenten) 's Avonds niet opendoen omdat men het niet veilig vindt

Omlopen of omrijden in de eigen buurt om onveilige plekken te vermijden

15

Figuur 2.3 (vervolg) 's Avonds of 's nachts niet meer de deur uit gaan om bepaalde activiteiten te doen omdat men zich daarbij onveilig voelt

Niet alleen de deur uit gaan omdat men zich anders onveilig voelt

Vrouwen met een migratieachtergrond binnen Europa vermijden het minst vaak Ook naar migratieachtergrond zijn er op alle vormen van vermijdingsgedrag verschillen tussen vrouwen en mannen. Als het gaat om verschillen tussen Amsterdamse vrouwen met verschillende migratieachtergronden, zien we voor de meeste vormen dat met name dat vrouwen met een migratieachtergrond van binnen Europa het minst vaak vermijdingsgedrag vertonen. Figuur 2.4 Vermijdingsgedrag, naar geslacht en migratieachtergrond (aandeel vaak/soms/zelden), 2024 (procenten) 's Avonds niet opendoen omdat men het niet veilig vindt

16

Figuur 2.4 (vervolg) Omlopen of omrijden in de eigen buurt om onveilige plekken te vermijden

‘s Avonds of 's nachts niet meer de deur uit gaan om bepaalde activiteiten te doen omdat men zich daarbij onveilig voelt

Niet alleen de deur uit gaan omdat men zich anders onveilig voelt

Vrouwen zonder religie of levensbeschouwing rapporteren het minst vermijdingsgedrag Voor de meeste religies en levensbeschouwingen geldt dat vrouwen die deze aanhangen, vaker vermijdingsgedrag vertonen dan mannen (figuur 2.5). Hierop zijn enkele uitzonderingen. Voor alle vormen van vermijding geldt dat er geen verschillen zijn tussen hindoeïstische vrouwen en mannen. Voor drie van de vier vormen (de eerste, derde en vierde uit figuur 2.5) zijn er geen verschillen tussen joodse vrouwen en mannen. En voor de derde en vierde vorm zijn er geen verschillen tussen boeddhistische vrouwen en mannen. Deze drie religieuze groepen (hindoeïsme, jodendom en boeddhisme) hebben in de

17

Veiligheidsmonitor relatief kleine respondentaantallen en de uitkomsten dienen daarom met voorzichtigheid geïnterpreteerd te worden. Over het algemeen zien we dat vrouwen zonder religie of levensbeschouwing de vermijdingsgedragingen het minst vaak rapporteren van alle groepen. Islamitische vrouwen rapporteren juist het vaakst de verschillende vormen van vermijdingsgedrag. ’s Avonds niet opendoen omdat men het niet veilig vindt (74%) en 's avonds of 's nachts niet meer de deur uit te gaan om bepaalde activiteiten te doen vanwege een onveilig gevoel (57%) worden het vaakst gerapporteerd door deze vrouwen. Wel geldt hierbij dat de groepsgrootte van sommige levensbeschouwelijke/religieuze groepen klein is, waardoor de uitkomsten en vergelijkingen tussen groepen met voorzichtigheid dienen te worden geïnterpreteerd. Figuur 2.5 Vermijdingsgedrag, naar geslacht en levensbeschouwing/religie (aandeel vaak/soms/zelden), 2024 (procenten) 's Avonds niet opendoen omdat men het niet veilig vindt

18

Figuur 2.5 (vervolg) Omlopen of omrijden in de eigen buurt om onveilige plekken te vermijden

's Avonds of 's nachts niet meer de deur uit gaan om bepaalde activiteiten te doen omdat men zich daarbij onveilig voelt

19

Figuur 2.5 (vervolg) Niet alleen de deur uit gaan omdat men zich anders onveilig voelt

Meer vermijding in Nieuw-West, Zuidoost en Noord Vrouwen uit alle stadsdelen geven vaker dan mannen aan verschillende situaties, plekken en tijdstippen te vermijden vanwege een onveilig gevoel. Gemiddeld zeggen vrouwen uit Nieuw-West, Zuidoost en Noord dat vaker dan vrouwen uit de andere stadsdelen. Voor mannen komen ook deze stadsdelen naar voren, met als aanvulling dat mannen uit stadsdeel Oost relatief vaak omlopen of omrijden in de eigen buurt. In de bijlage zijn de cijfers per stadsdeel te vinden.

20

3 Weerbaarheid

In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de weerbaarheid van Amsterdammers: de mate waarin Amsterdammers zichzelf in staat schatten om met onveilige situaties om te gaan. In de Veiligheidsmonitor worden hierover vijf stellingen voorgelegd aan Amsterdammers: 1. Ik ben iemand die zich makkelijk uit lastige situaties redt 2. Ik ben goed in staat mijn grenzen aan anderen duidelijk te maken 3. Ik durf anderen aan te spreken op ongewenst gedrag 4. Ik vind het moeilijk om nee te zeggen als anderen vragen iets te doen wat ik liever niet doe 5. Ik ben iemand die zich in het algemeen snel angstig voelt Bij de laatste twee stellingen betekent meer instemming juist minder weerbaarheid. Deze twee stellingen zijn eerst omgescoord. Daarna zijn de scores van alle stellingen samengevoegd tot een totaalscore, en vervolgens omgerekend naar een gemiddelde weerbaarheidsscore. Deze samengestelde score geeft een algemene indicatie van de weerbaarheid van Amsterdammers. Hoe hoger iemand op de schaal scoort, hoe meer weerbaar die zichzelf inschat. Amsterdammers scoren gemiddeld een 3,5 op de weerbaarheidsschaal van 1 (helemaal niet weerbaar) tot 5 (helemaal wel weerbaar). De gemiddelde weerbaarheidsscore van vrouwen (3,4) is lager dan die van mannen (3,6), wat betekent dat zij gemiddeld minder eens zijn met de stellingen en zich minder weerbaar voelen dan mannen.

Vrouwen jonger van 35 jaar voelen zich gemiddeld genomen minder weerbaar dan oudere vrouwen. Amsterdamse vrouwen zonder migratieachtergrond voelen zich iets weerbaarder dan vrouwen met een migratieachtergrond. Deze verschillen gelden niet voor Amsterdamse mannen. Vrouwen scoren op alle stellingen minder weerbaar dan mannen Als we de verschillen tussen Amsterdamse vrouwen en mannen per stelling bekijken, wordt het verschil in weerbaarheid duidelijker zichtbaar. Zo hebben vrouwen minder vaak dan mannen het idee dat zij zich makkelijk uit lastige situaties kunnen redden (61% tegenover 70%, figuur 3.1) en dat zij goed in staat zijn hun grenzen aan te geven (72% tegenover 79%). Ook durven vrouwen naar eigen zeggen minder snel dan mannen onbekenden aan te spreken op onwenselijk gedrag (33% tegenover 41%, zie figuur 3.1). Tot slot zeggen vrouwen vaker dan mannen het moeilijk te vinden om ‘nee’ te zeggen als anderen vragen iets te doen wat zij liever niet doen (27% tegenover 22%) en geven zij vaker dan mannen aan dat ze iemand zijn die zich in het algemeen snel angstig voelt (22% tegenover 12%, figuur 3.2).

21

Figuur 3.1 Weerbaarheid, naar geslacht, 2024 (procenten) Ik ben iemand die zich makkelijk uit lastige situaties redt

Ik ben goed in staat mijn grenzen aan anderen duidelijk te maken

Ik durf onbekenden aan te spreken op onwenselijk gedrag

Figuur 3.2 Weerbaarheid, naar geslacht, 2024 (procenten) Ik vind het moeilijk om ‘nee’ te zeggen als anderen vragen iets te doen wat ik liever niet doe vrouw man

13

36

17

23 40

23 21

0% 20% 40% 60% Ik ben iemand die zich in het algemeen snel angstig voelt helemaal oneens oneens niet eens, niet oneens vrouw man

15

41

0% helemaal oneens

18

eens

oneens

40%

helemaal eens

17 60%

niet eens, niet oneens

100%

17

47 20%

4

80%

21

24

4

5 10

80% eens

2 100%

helemaal eens

22

4 Slachtofferschap

In de Veiligheidsmonitor wordt gevraagd of Amsterdammers slachtoffer zijn geworden van diverse misdrijven. In dit hoofdstuk wordt gekeken of bepaalde groepen in de afgelopen 12 maanden vaker slachtoffer werden dan andere groepen. Het gaat om slachtofferschap van fysiek seksueel grensoverschrijdend gedrag, bedreiging, fysieke mishandeling, (online) pesten, stalken, en sexting-misbruik. Bij al deze vormen gaat het om slachtofferschap in het algemeen, ongeacht de context zoals plek, dader en impact van het voorval. Vrouwen vaker slachtoffer van fysiek seksueel grensoverschrijdend gedrag Over fysiek seksueel grensoverschrijdend gedrag is eerder een uitgebreidere rapportage opgesteld (O&S, 2025a). Het gaat hierbij om tegen de zin aangeraakt of vastgepakt te zijn met seksuele bedoelingen. Bijna een op de vijf Amsterdammers geeft aan ooit tegen de zin aangeraakt of vastgepakt te zijn met seksuele bedoelingen (figuur 4.1). Bij drie procent gebeurde dit (ook) in de afgelopen 12 maanden. Figuur 4.1 Aandeel Amsterdammers dat ooit tegen de zin werd aangeraakt of vastgepakt met seksuele bedoelingen, 2024 (procenten)

Onder Amsterdamse vrouwen (5%) lag dit aandeel hoger dan onder mannen (1%, figuur 4.2). Dit is in lijn met het landelijke beeld: ook hier rapporteren vijf keer zoveel vrouwen dan mannen slachtofferschap van seksueel geweld (CBS, 2024a). Vooral Amsterdamse vrouwen jonger dan 35 jaar kregen de afgelopen 12 maanden relatief vaak te maken met fysiek seksueel grensoverschrijdend gedrag (9%). Onder mannen zijn geen verschillen te zien tussen verschillende leeftijdsgroepen.

23

Figuur 4.2 Aandeel Amsterdammers dat in de afgelopen 12 maanden slachtoffer is geworden van fysiek seksueel grensoverschrijdend gedrag, naar geslacht en leeftijd, 2024 (procenten) 5

totaal Amsterdammers

1 9

< 35 jaar

1

3

35-54 jaar

1 1 0

> 55 jaar

0%

10%

20%

vrouw

30%

man

Vrouwen met een vmbo of mbo-1-opleiding (6%) geven het vaakst aan in de afgelopen 12 maanden tegen de wil te zijn aangeraakt of vastgepakt met seksuele bedoelingen, gevolgd door vrouwen met een hbo- of wo-opleiding (5%; figuur 4.3). Bij mannen zijn er minder verschillen tussen de verschillende opleidingsniveaus. Verder geven Amsterdamse vrouwen zonder een migratieachtergrond (6%) iets vaker aan slachtoffer te zijn geworden van fysiek seksueel grensoverschrijdend gedrag dan vrouwen met een migratieachtergrond binnen (5%) en buiten Europa (4%). Wanneer we naar religie of levensbeschouwing en stadsdelen kijken zien we geen significante verschillen tussen Amsterdamse vrouwen en mannen. Figuur 4.3 Aandeel Amsterdammers dat in de afgelopen 12 maanden slachtoffer is geworden van fysiek seksueel grensoverschrijdend gedrag, naar geslacht en opleiding, 2024 (procenten) 6

vmbo/mbo-1

havo/vwo, mbo-2t/m4

hbo/wo

0 3

1 5 1

0% vrouw

10%

20%

30%

man

Vrouwen minder vaak dan mannen bedreigd 8 procent van de Amsterdammers geeft in 2024 aan in de afgelopen 12 maanden slachtoffer te zijn geworden van bedreiging. Onder vrouwen (7%) ligt dit aandeel lager dan onder mannen (9%). Jongere vrouwen en mannen werden vaker bedreigd dan oudere vrouwen en mannen (figuur 4.4). Hoewel Amsterdamse vrouwen en mannen vaker aangeven slachtoffer te zijn geworden van bedreiging dan gemiddeld in Nederland, zien we op landelijk niveau eveneens dat meer mannen dan vrouwen dit type slachtofferschap rapporteren (CBS, 2024a)

24

Figuur 4.4 Aandeel Amsterdammers dat in de afgelopen 12 maanden slachtoffer is geweest van bedreiging zonder dat men werd aangevallen of mishandeld, naar geslacht en leeftijd, 2024 (procenten)

Vrouwen minder vaak dan mannen aangevallen of fysiek mishandeld 2 procent van de Amsterdammers geeft aan in de afgelopen 12 maanden aangevallen of mishandeld te zijn, bijvoorbeeld door slaan, schoppen of het gebruik van een mes of ander wapen. Amsterdamse vrouwen (1%) geven dat minder vaak aan dan mannen (3%). Wanneer we naar achtergrondkenmerken kijken, zien we geen significante verschillen tussen Amsterdamse vrouwen en mannen. Hoewel Amsterdamse vrouwen en mannen vaker aangeven slachtoffer te zijn geworden van fysieke mishandeling dan gemiddeld in Nederland, zien we op landelijk niveau eveneens dat meer mannen dan vrouwen dit type slachtofferschap rapporteren (CBS, 2024a) Vrouwen en mannen even vaak slachtoffer van (online) pesten 2 procent van de Amsterdammers geeft aan in de afgelopen 12 maanden weleens (online) gepest te zijn. Dat gold even vaak voor vrouwen als voor mannen. Wanneer we naar achtergrondkenmerken kijken, zien we geen significante verschillen tussen Amsterdamse vrouwen en mannen. Vrouwen iets vaker gestalkt dan mannen 1 procent van de Amsterdammers geeft aan in de afgelopen 12 maanden weleens voor langere tijd gestalkt te zijn. Zij werden bijvoorbeeld voortdurend bespioneerd, lastiggevallen of ontvingen steeds ongewenste e-mails of appjes. Dit gold iets vaker voor vrouwen (2%) dan voor mannen (1%).

Wanneer we naar achtergrondkenmerken kijken, zien we geen significante verschillen tussen Amsterdamse vrouwen en mannen. Jongere vrouwen vaker slachtoffer van sexting-misbruik dan jongere mannen 3 procent van de Amsterdammers geeft aan dat iemand ooit tegen de wil naaktfoto’s of filmpjes van hen online verspreid heeft of gedreigd heeft dit te doen (sexting-misbruik). Dat gold even vaak voor vrouwen als voor mannen. Onder jongere Amsterdammers (jonger dan 35 jaar) komt sexting-misbruik vaker voor (5%) dan onder Amsterdammers tussen de 35-54 jaar (2%) en Amsterdammers van 55 jaar en ouder (1%, figuur 4.5). Vooral onder jonge vrouwen (onder de 35 jaar) komt sexting-misbruik relatief vaak voor (5%, onder jonge mannen is dit 4%).

25

Figuur 4.5 Aandeel Amsterdammers dat ooit slachtoffer is geweest van sexting-misbruik, naar geslacht en leeftijd, 2024 (procenten)

26

5 Straatintimidatie

In dit onderdeel van het rapport wordt ingegaan op straatintimidatie. Daarbij gaat het om bespuugd worden, in het nauw gedreven worden, betast worden, nagelopen of achternagezeten worden, nageroepen of aangesproken worden met beledigende opmerkingen, nageroepen of aangesproken worden met seksuele opmerkingen, nagesist worden en nagefloten worden. Over straatintimidatie in Amsterdam is eerder een uitgebreidere rapportage opgesteld (O&S, 2025b). Er zijn geen landelijke vergelijkbare cijfers beschikbaar over straatintimidatie. Jongere vrouwen vaker slachtoffer van straatintimidatie Van de ruim 12.000 ondervraagde Amsterdammers geeft 45 procent in 2024 aan de afgelopen 12 maanden te zijn geconfronteerd met één of meer vormen van straatintimidatie (figuur 5.1). Onder vrouwen (55%) ligt dit aandeel hoger dan onder mannen (36%). Figuur 5.1 Aandeel Amsterdammers dat de afgelopen 12 maanden slachtoffer werd van één of meer vormen van straatintimidatie, 2024 (procenten) 45 slachtoffer van een of meer vormen van intimidatie

55 36 0%

10%

20%

totaal Amsterdammers

30%

40% vrouw

50%

60%

70%

80%

man

Jongere Amsterdamse vrouwen (onder de 35 jaar) werden het vaakst geconfronteerd met straatintimidatie: 72 procent van hen werd slachtoffer van één of meer vormen van straatintimidatie (zie figuur 5.2). Onder mannen in die leeftijdscategorie was dit 40 procent. Van de vrouwen tussen de 35 en 54 jaar werd 54 procent slachtoffer, onder mannen in dezelfde leeftijdsgroep was dit 40 procent. Van de Amsterdamse vrouwen van 55 jaar en ouder werd 31 procent slachtoffer, tegenover 26 procent van de mannen.

27

Figuur 5.2 Aandeel Amsterdammers dat de afgelopen 12 maanden slachtoffer werd van één of meer vormen van straatintimidatie, naar geslacht en leeftijd, 2024 (procenten) 72

< 35 jaar

40

54

35-54 jaar

40 31

55 > jaar 0%

26 10%

20% vrouw

30%

40%

50%

60%

70%

80%

man

Amsterdamse vrouwen met een hbo-/wo-opleiding vaker slachtoffer van straatintimidatie Amsterdamse vrouwen met een hbo-/wo-opleiding (62%) geven vaker aan slachtoffer te zijn geworden van één of meer vormen van straatintimidatie, dan vrouwen met een havo/vwo of mbo-2 t/m 4 opleiding (55%) of een vmbo/mbo-1 opleiding (44%, figuur 5.3). Daarbij geldt dat de hbo-/wo-opgeleide groep relatief veel jongere vrouwen bevat, waarvoor uit figuur 5.2 eveneens een hoger percentage slachtofferschap blijkt. Hoewel het aandeel slachtoffers onder vrouwen in alle opleidingsgroepen hoger ligt dan onder mannen, zien we dezelfde verschillen naar opleidingsniveau terug bij mannen. Zo worden mannen met een hbo-/woopleiding (41%) vaker geconfronteerd met één of meer vormen van straatintimidatie, dan mannen met een havo/vwo of mbo-2 t/m 4 opleiding (36%) of een vmbo of mbo-1 opleiding (29%). Figuur 5.3 Aandeel dat de afgelopen 12 maanden slachtoffer werd van één of meer vormen van straatintimidatie, naar geslacht en opleiding, 2024 (procenten)

Vrouwen met migratieachtergrond van buiten Europa het minst vaak slachtoffer van straatintimidatie Van de vrouwen zonder migratieachtergrond geeft 59% aan de afgelopen 12 maanden slachtoffer te zijn geweest van één of meer vormen van straatintimidatie (figuur 5.4). Dat is meer dan vrouwen met een migratieachtergrond buiten Europa (49%), maar vergelijkbaar 28

met vrouwen met een migratieachtergrond binnen Europa (58%). Bij mannen is hetzelfde patroon te zien, maar mannen uit alle herkomstgroepen geven wel minder vaak aan slachtoffer te zijn geworden dan vrouwen. Figuur 5.4 Aandeel dat de afgelopen 12 maanden slachtoffer werd van één of meer vormen van straatintimidatie, naar geslacht en migratieachtergrond, 2024 (procenten)

Amsterdammers uit Centrum, Oost en West vaker slachtoffers van straatintimidatie Onder Amsterdammers uit stadsdeel Centrum, Oost en West ligt het aandeel dat in de afgelopen 12 maanden te maken kreeg met straatintimidatie het hoogst (figuur 5.5). Dat geldt voor zowel vrouwen als mannen. In Weesp was dit aandeel voor zowel vrouwen als mannen het laagst. Figuur 5.5 Aandeel Amsterdammers dat de afgelopen 12 maanden slachtoffer werd van één of meer vormen van straatintimidatie, naar geslacht en stadsdeel, 2024 (procenten)

29

Nafluiten en naroepen meest voorkomende vorm van straatintimidatie Amsterdammers werden op straat het meest nageroepen of aangesproken met beledigende opmerkingen; 30 procent maakte dit in de afgelopen 12 maanden mee. Andere vormen van straatintimidatie die relatief vaak voorkomen zijn nagefloten worden (22%) en nageroepen of aangesproken worden met seksuele opmerkingen (19%). Bespuugd worden (6%), in het nauw gedreven worden (4%) en betast worden (4%) zijn de vormen die relatief minder vaak voorkomen. Vrouwen maken de meeste vormen van straatintimidatie aanmerkelijk vaker mee dan mannen (figuur 5.6). Wel werden vrouwen en mannen ongeveer even vaak bespuugd en in het nauw gedreven. Figuur 5.6 Aandeel dat de afgelopen 12 maanden slachtoffer werd van straatintimidatie, naar soort en geslacht, 2024 (procenten)

Jonge vrouwen (onder de 35 jaar) worden vooral vaak nagefloten (58%) en nageroepen of aangesproken met seksuele opmerkingen (52%). 39 procent van hen werd in de afgelopen 12 maanden nageroepen of aangesproken met beledigende opmerkingen en 38 procent werd nagesist. Jonge mannen werden vooral vaak nageroepen of aangesproken met beledigende opmerkingen (31%). Hoewel jonge vrouwen vaker dan jonge mannen werden nageroepen of aangesproken met beledigende opmerkingen, verdwijnen deze verschillen tussen vrouwen en mannen in de oudere leeftijdsgroepen. Er zijn vaak geen verschillen te zien tussen vrouwen met verschillende migratieachtergronden, dit geldt voor vrouwen die zijn nagefloten, achternagelopen, betast, in het nauw gedreven en bespuugd. Wel is te zien dat vrouwen met een migratieachtergrond buiten Europa minder vaak zijn nageroepen met seksuele en beledigende opmerkingen dan

30

vrouwen zonder migratieachtergrond en vrouwen met een Europese migratieachtergrond. Ook zijn vrouwen zonder migratieachtergrond vaker nagesist dan vrouwen met een migratieachtergrond. Voor de zwaardere vormen van straatintimidatie (achternagelopen, betast, in het nauw gedreven en bespuugd) zijn er geen verschillen in opleiding. Voor de andere vormen van straatintimidatie (nagefloten, nasissen, nageroepen met seksuele en beledigende opmerkingen) is te zien dat hbo/wo opgeleide vrouwen dit vaker hebben meegemaakt dan vrouwen met een andere opleiding. Hierbij dient wederom te worden opgemerkt dat de hbo-/wo-opgeleide groep relatief veel jongere vrouwen bevat. Tot slot is te zien dat de meeste vormen van straatintimidatie het vaakst zijn ervaren door vrouwen uit stadsdeel West. Bespuugd zijn wordt daarnaast even vaak door vrouwen uit West ervaren als door vrouwen uit Nieuw-West en Oost. Voor in het nauw gedreven zijn geldt dat ook voor vrouwen uit Centrum en Nieuw-West en voor betast zijn ook voor vrouwen uit Nieuw-West, Oost en Zuidoost. Achternagelopen zijn is het vaakst voorgekomen bij vrouwen uit Centrum.

31

6 Huiselijk geweld

Huiselijk geweld is moeilijk in cijfers uit te drukken. Dit komt onder meer doordat het vaak niet (direct) wordt onderkend, zowel door de slachtoffers zelf als door hun omgeving (Rijksoverheid, 2011; Movisie, 2025). Het is daarnaast ook waarschijnlijk dat huiselijk geweld vaak niet gemeld wordt door slachtoffers. In 2024 heeft het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) twee rapporten uitgebracht met de landelijke cijfers met betrekking tot huiselijk geweld: de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en, Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag (CBS, 2024b) en de Impactmonitor Aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (CBS, 2024c). Deze onderzoeken zijn op dit moment niet beschikbaar op lokaal, Amsterdams niveau. De bevindingen uit beide landelijke rapporten worden daarom in dit hoofdstuk kort besproken. Het CBS definieert huiselijk geweld als eén of meerdere vormen van geweld gepleegd door iemand uit de huiselijke kring, zoals een (ex-)partner, familielid of huisgenoot (CBS, 2024b). Het CBS gaat daarbij in op psychisch- of fysiek geweld, stalking door een expartner en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Verder worden in dit hoofdstuk cijfers over meldingen bij Veilig Thuis in Amsterdam beschreven en vermoedens van Amsterdammers over huiselijk geweld.

Nederlandse vrouwen krijgen vaker te maken met verschillende vormen van huiselijk geweld dan mannen Uit beide monitors blijkt dat naar schatting in 2024 ongeveer 9 procent van de Nederlandse bevolking van 16 jaar en ouder (ongeveer 1,3 miljoen mensen) slachtoffer was van een of meerdere vormen van huiselijk geweld in de afgelopen 12 maanden (CBS, 2024b; CBS, 2024c). Van de verschillende vormen van huiselijk geweld kwam psychisch geweld het meest voor (6%). Fysiek geweld volgde met 4 procent, terwijl stalking door een ex-partner bij 2 procent voorkwam. Seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen de huiselijke kring werd het minst gerapporteerd, namelijk door 1 procent van de Nederlandse respondenten. Vrouwen (10%) rapporteren vaker dan mannen (7%) slachtoffer te zijn geworden van huiselijk geweld. Nederlandse vrouwen kregen iets vaker dan mannen te maken met psychisch geweld binnen de huiselijke sfeer (7% tegenover 5%). Bij fysiek geweld en stalking door een ex-partner zijn de verschillen tussen vrouwen en mannen kleiner. Zo geeft 4 procent van de vrouwen en 3 procent van de mannen aan in de afgelopen 12 maanden slachtoffer te zijn geworden van fysiek geweld in de huiselijke kring. 3 procent van de Nederlandse vrouwen en 2 procent van de mannen werd in de afgelopen 12 maanden gestalkt door een ex-partner.

Er dient echter rekening te worden gehouden met onderrapportage door mannen als het gaat om huiselijk geweld. Uit een studie van Movisie blijkt dat mannen zichzelf minder snel als slachtoffer zien en daardoor minder vaak slachtofferschap van partnergeweld rapporteren (Van der Brugge & Verlinden, 2020). Ook blijkt uit onderzoek van het WODC dat mannen minder vaak slachtofferschap melden bij de politie dan vrouwen (Van der Veen & Bogaerts, 2010). Huiselijk geweld het vaakst gepleegd door (ex-)partner Huiselijk geweld wordt het vaakst gepleegd door een partner. Bij psychisch geweld noemt 41 procent van de slachtoffers de huidige partner als pleger. Bij fysiek geweld binnen de huiselijke kring gaat het om 31 procent. Ook ex-partners worden regelmatig genoemd: respectievelijk 19 procent bij psychisch geweld en 11 procent bij fysiek geweld. Slachtoffers

32

van psychisch geweld in huiselijke kring wijzen daarnaast relatief vaak een ouder aan als pleger. Bij ruim een kwart van de slachtoffers is de pleger een ouder, waarbij vader en moeder even vaak worden genoemd (ongeveer 19–20%). Mannen vaker genoemd als pleger van huiselijk geweld dan vrouwen 37 procent van de ondervraagde slachtoffers van psychisch geweld geeft aan dat de dader een man was, bij 27 procent van de slachtoffers was de pleger een vrouw, bij 28 procent kregen de slachtoffers met zowel mannelijk als vrouwelijk plegers te maken en door 9 procent werd niet gerapporteerd wat het geslacht van de pleger was (CBS, 2024b). Bij fysiek geweld ligt het aandeel genoemde mannelijke daders nog hoger: van de plegers was 48 procent man tegenover 28 procent vrouw. Bij stalking door een ex-partner zegt 61 procent van de slachtoffers dat de pleger een man was, en 39 procent dat het een vrouw betrof. Hiernaast blijkt ook dat bij vrouwelijke slachtoffers de pleger vaker een man is dan een vrouw (51% tegenover 11%). Bij mannelijke slachtoffers is dat patroon omgekeerd: zij rapporteren vaker een vrouwelijke pleger dan een mannelijke (48% tegenover 16%). 8.550 meldingen van huiselijk geweld in Amsterdam Van de meldingen van huiselijk geweld die Veilig Thuis ontvangt, is niet bekend in hoeveel van de gevallen het ging om een vrouwelijk slachtoffer. Wel zijn er totaalcijfers bekend.

In 2024 ontving Veilig Thuis 129.250 meldingen van huiselijk geweld uit heel Nederland (CBS, 2025). In de gemeente Amsterdam werden 8.550 meldingen van huiselijk geweld gedaan. Het aantal meldingen over (ex-)partnergeweld was in Amsterdam 3.555. Amsterdamse vrouwen meer bereid om vermoedens van huiselijk geweld te bespreken Bij het schatten van de daadwerkelijke omvang van huiselijk geweld spelen naast meldingen ook zorgen en vermoedens van huiselijk geweld een belangrijke rol. O&S onderzocht in 2024 in hoeverre inwoners uit de regio Amsterdam-Amstelland tekenen van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld signaleren, wat de bekendheid is met de wegen naar professionele hulp of advies en wat de actiebereidheid van inwoners is naar aanleidingen van tekenen van huiselijk en seksueel geweld. Uit dit onderzoek blijkt dat 38 procent van de inwoners van Amsterdam-Amstelland in 2024 signalen van huiselijk geweld in de omgeving heeft opgemerkt. Van hen nam een derde (33%) daadwerkelijk contact op met een hulpinstantie voor professionele ondersteuning. Zij wenden zich daarbij vooral tot de politie of de huisarts. De meeste inwoners van Amsterdam-Amstelland zijn bereid om vermoedens van huiselijk geweld bespreekbaar te maken. Net als in de voorgaande meting van 2021 blijkt dat vrouwen (89%) hun zorgen vaker ter sprake brengen dan mannen (82%).

Vrouwen (36%) geven in 2024 ook vaker dan mannen (29%) aan een beroep te doen op professionele ondersteuning wanneer zij vermoedens van huiselijk geweld ervaren. Ook blijkt dat jongere vrouwen (19%) zich in 2024 vaker zorgen maakten over de seksuele veiligheid van minimaal één persoon in de sociale omgeving, dan mannen (12%).

33

7 Femicide

De meest ernstige vorm van geweld tegen vrouwen is femicide. Femicide is het opzettelijk doden van vrouwen of meisjes, omdat ze vrouw zijn (Openbaar Ministerie, z.d.). Uit de factsheet ‘Femicide in Nederland 2014-2024’ van de Universiteit Leiden (Universiteit Leiden, 2025) blijkt dat in de periode 2014–2024 in Nederland 448 vrouwelijke slachtoffers van moord en doodslag geregistreerd zijn. In 80 procent van deze zaken vond het dodelijk geweld binnenshuis plaats (Universiteit Leiden, 2025). In 91 procent van de gevallen was de dader een man. Van alle vrouwelijke slachtoffers van moord en doodslag tussen 2014 en 2024 ging het in 243 van de gevallen om vrouwen die om het leven kwamen door (ex)partnerdoding. Cijfers over Amsterdam zijn op dit moment nog niet bekend.

34

Literatuurlijst

CBS. (2024a). Emancipatiemonitor 2024. Opgehaald van https://longreads.cbs.nl/emancipatiemonitor-2024 CBS. (2024b). Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag 2024. CBS. Opgehaald van https://www.cbs.nl/nlnl/longread/rapportages/2024/prevalentiemonitor-huisleijk-geweld-en-seksueelgrensoverschrijdend-gedrag-2024 CBS. (2024c). Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling 2024. Opgehaald van https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2024/impactmonitoraanpak-huiselijk -geweld-en-kindermishandeling-2024 CBS. (2025). Huiselijk geweld; aard geweld, aanvullende informatie, regio. Opgehaald van https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/84851NED/table?ts=1763653257562 Gemeente Amsterdam. (2025a, 10 juli). Jaarverslag Veilig Thuis 2024. Opgehaald van https://beleidsradar.nl/documenten/jaarverslag-veilig-thuis-2024-d9e35862-d4ac477c-afe5-01f79e4bcf20 Movisie (2025). Een meldpunt moet veilig zijn. Opgehaald van https://www.movisie.nl/artikel/meldpunt-moet-veilig-zijn Openbaar Ministerie. (z.d.). Femicide. Opgehaald van https://www.om.nl/onderwerpen/femicide/ O&S. (2018). Monitor Vrouwenemancipatie 2017. Opgehaald van https://onderzoek.amsterdam.nl/publicatie/monitor-vrouwenemancipatie-2017 O&S. (2025a). Fysieke seksuele grensoverschrijding en sexting-misbruik 2024.

Opgehaald van https://onderzoek.amsterdam.nl/publicatie/fysieke-seksuelegrensoverschrijding-en-sexting-misbruik-2024 O&S. (2025b). Straatintimidatie Amsterdam 2024. Opgehaald van https://onderzoek.amsterdam.nl/publicatie/straatintimidatie-amsterdam-2024 O&S. (2025c, oktober). Huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld 2024 Amsterdam-Amstelland. Opgehaald van https://onderzoek.amsterdam.nl/publicatie/huiselijk-geweld-kindermishandeling-enseksueel-geweld-2024 Rijksoverheid. (2021). Aanpak van huiselijk geweld. Opgehaald van https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/huiselijk-geweld/aanpak-huiselijkgeweld

35

Universiteit Leiden (2025). Femicide Monitor: Factsheet Femicide in Nederland 3.0. Opgehaald van https://www.universiteitleiden.nl/binaries/content/assets/governance-and-globalaffairs/isga/factsheet-femicide-in-nederland-3.0.pdf Van der Brugge, E., & Verlinden, A. (2020). Literatuurstudie huiselijk geweld verklaard vanuit een genderperspectief. Movisie. Opgehaald van https://www.movisie.nl/sites/default/files/publication-attachment/Literatuurstudiehuiselijk-geweld-verklaard-vanuit-genderperspectief%20%5BMOV-102717471.0%5D.pdf Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum (WODC). (2025). Femicide in perspectief. Justitiële Verkenningen, 51(3). Opgehaald van https://repository.wodc.nl/bitstream/handle/20.500.12832/3479/Volledige%20tekst %20-%20JV202503.pdf?sequence=1&isAllowed=y Van der Veen, H., & Bogaerts, S. (2010). Huiselijk geweld: een complex en hardnekkig probleem. WODC. Opgehaald van https://repository.wodc.nl/bitstream/handle/20.500.12832/754/jv1008-volledigetekst_tcm28-77112.pdf

36

Bijlage vermijdingsgedrag naar stadsdeel

Figuur B1 ’s Avonds niet open doen omdat men het niet veilig vindt, naar geslacht en stadsdeel (aandeel vaak/soms/zelden), 2024 (procenten)

Figuur B2 Omlopen of omrijden in de eigen buurt om onveilige plekken te vermijden, naar geslacht en stadsdeel, (aandeel vaak/soms/zelden), 2024 (procenten)

37

Figuur B3 's Avonds of 's nachts niet meer de deur uit gaan om bepaalde activiteiten te doen omdat men zich daarbij onveilig voelt, naar geslacht en stadsdeel, (aandeel vaak/soms/zelden), 2024 (procenten)

Figuur B4 Niet alleen de deur uit gaan omdat men zich anders onveilig voelt, naar geslacht en stadsdeel, (aandeel vaak/soms/zelden), 2024 (procenten)

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16788748/1