Bijlage 6.Brief aan Bm 24-7-21 Klacht tegen gemeente-juristen rond verbod verbouwen van woningen voor kamergewijze exploitatie
Tekst van het document
Aan de Burgemeester van Amsterdam Stadhuis per site-mail 24-7-2021
Betreft: klacht tegen het doen & laten van gemeente-juristen rond het verbod op het verbouwen van woningen voor kamergewijze exploitatie ( “ woningvormen “ )
Geachte Burgemeester, Als ik het goed begrijp bent u verantwoordelijk voor de juridische kwaliteitszorg, daarom dien ik de onderstaand 1 t/m 7 uitgewerkte klacht bij u in. Het gaat om het doen & laten van uw Juridisch Bureau en Directie Juridische Zaken rond het verbod op het verbouwen van woningen voor kamergewijze exploitatie. Op de achtergrond zijn mogelijk juristen van de dienst Wonen betrokken. Als niet u hierover gaat graag uw bericht van doorzending. ( Awb art 2:3 lid 1 ) Hierbij verzoek ik u om de klacht gegrond te verklaren en in uw voor december 2021 aangekondigde visie op de juridische functie de maatregelen op te nemen die nodig zijn om herhaling te voorkomen. Uw beantwoording van de klacht zie ik in het kader van het hoor & wederhoor graag in concept tegemoet. ( Awb art 9:10 lid 1 ) met vriendelijke groet, X X X
bijlage 8-2-2020
1. In 2016 of eerder heeft de Gemeenteraad een verbod ingesteld op het aan de woningvoorraad onttrekken en voor kamergewijze exploitatie verbouwen van woningen naar kamers van 12m2 of minder. Ingaande 1-1-2020 heeft de Gemeenteraad het verbod aangescherpt, het voor kamergewijze exploitatie verbouwen van woningen is sindsdien helemaal verboden, hoe groot de kamers ook zijn. Dit betreft het verbouwen in de zin van art 21 lid 1 aanhef en d van de Huisvestingswet en de Huisvestingsverordening HVV, in de HVV in synoniem aangeduid met “ woningvormen “ . Het verbouw-verbod is neergelegd in HVV art 3.3.15 lid 1-a, ingaande 1-1-2021 vernummerd 1-c.
2. Bewoners merkten dat ambtelijke vergunningverleners van de stadsdelen in het belang van de huisjesmelkers nogal eens de hand lichten met het verbouw-verbod. Bijvoorbeeld begin 2020 te zien op AT5: een woning in NwWest verbouwd in 10 hokkies van 2 x 4 m. Nou ja, hoe onrechtmatig ook, dat er primair beslissend al dan niet door omkoping wel eens iets mis kan gaan is een fact of life / part of the game , de rechtsstaat voorziet in checks & balances , een in de wet weliswaar fors ingeperkte groep (rechts)personen kan tegen een misstand als deze opkomen door bezwaar in te dienen zodat in her-overweging herstel snel volgt en herhaling wordt voorkomen ( Awb art 1:2 lid 1; art 7:1; art 7:11 ). Dat hebben bewoners van Noord voorjaar 2018 dan ook gedaan, de zaak HH147. 3. Maar hoe onrechtmatig de vergunning voor HH147 ook is, de juristen haalden alles uit de kast om de vergunning met bizarre redeneringen overeind te blijven houden; eerst in hun her-overweging op bezwaar, na hun veroordeling dd. 21-11-2019 door de rechtbank tot aan de Raad van State aan toe.
Toen het hoger beroep op inhoudelijke argumentatie dreigde te mislukken volgden in kennelijke verbetenheid en onwil tot bezinning zelfs pogingen om de bewoners dan toch in ieder geval formeel-juridisch onderuit te halen, tot ongegronde verwijten van schenden van procesrecht en niet-ontvankelijkheid van de bewoners-organisatie aan toe, óók in vergelijkbare andere zaken. Pakt u de kronkel-redeneringen van de juristen in de beslissing op bezwaar HH147, in de achtereenvolgende onderbouwingen van hun hoger beroep HH147 en in de bezwaar-afwijzingen in tal van andere zaken over het verbouw-verbod er maar eens bij. 4. Eén van de vergelijkbare andere zaken is ECLI:NL:RBAMS:2020:1191, daarin heeft het Juridisch Bureau iets meer dan een maand na zijn veroordeling dd. 21-11-2019 in de zaak HH147 op 8-1-2020 verklaard: “ Ter zitting heeft verweerder verduidelijkt dat slechts in het geval van woningvorming minimumeisen worden gesteld aan de oppervlakte van een te creëren woning en dat deze eisen niet gelden
wanneer een zelfstandige woning wordt omgezet in onzelfstandige woonruimten. “ ( uitspraak, paragraaf 11; markering ondergetekende )
Echter, met het verbouw-verbod van de HVV en de veroordeling dd. 21-11-2019 in de hand is dat niks minder dan misleiding van de bezwaarindiener en van de rechtbank, kennelijk in het belang van de huisjesmelker en/of in eigen belang van het Juridisch Bureau om zijn min of meer vergelijkbare kronkel-redenering in de zaak HH147 overeind te blijven houden. 5. Niet alleen bewoners, ook de Gemeenteraad maakte zich zorgen over de ambtelijke naleving van het verbouw-verbod en over de veroordeling van het Juridisch Bureau dd. 21-11-2019 in de zaak HH147. Twee maanden na de veroordeling dd. 21-11-2019 en een maand na het verbijsterende optreden in de zitting van 8-1-2020 stelde B&W de Gemeenteraad op 4-2-2020 gerust: “ Bij het verbouwen van onzelfstandige woonruimten gold inderdaad een eis van minimaal twaalf vierkante meter. In de nieuwe HVV is het verbouwen tot onzelfstandige woonruimten volledig uitgesloten en mogen er alleen zelfstandige woonruimten worden verbouwd. Amsterdam wil niet dat een woning eerst bouwkundig kleiner wordt gemaakt, en daarnaast ook nog wordt omgezet. Dan wordt een woning namelijk twee keer ‘opgeknipt’. In die zin is juist tegemoet gekomen aan de wens om ‘ophokking’ te voorkomen. “ ( B&W, nr 178, antwoord 5 dd. 4-2-2020 op schriftelijke raads-vragen; markering ondergetekende )
Laat ik het zo zeggen, met mij voorspelde B&W met dit antwoord op 4-2-2020 wat de uitspraak op 18-11-2020 zal gaan worden in het door de Directie Juridische Zaken en het Juridisch Bureau in de zaak HH147 in december 2019 bij de Raad van State ingestelde hoger beroep.
6. Enkele dagen na B&W, met bijgaand raadsadres dd. 8-2-2020, heb ik de Gemeenteraad dan ook gevraagd om in te grijpen om in ieders belang nodeloos bezwaar en beroep te voorkomen en de besluiten te ( doen ) vernietigen waarin het 12m-vereiste van de HVV is geschonden. Het adres is in handen gesteld van B&W maar ook daarna kwamen de Directie Juridische Zaken en het Juridisch Bureau nu zelfs met het antwoord van B&W dd. 4-2-2020 in de hand niet terug op hun kronkel-redeneringen in de zaak HH147 sinds 2018 en in de zitting van 8-1-2020. In tegendeel, in de zaak HH147 deden de juristen er tegenover de Raad van State na het B&W-antwoord dd. 4-2-2020 en na het adres dd. 8-2-2020 met toenemend bizarre redeneringen zelfs nog een paar schepjes bovenop. En in nog weer een andere zaak kwam het Juridisch Bureau ná het hoor & wederhoor met het betoog in het belang van de huisjesmelker dat de rechtbank de wet niet redelijk zou uitleggen. En dát ook nog eens zonder een letter onderbouwing waaruit de beweerde verkeerde uitleg dan wel zou bestaan, een tegenover de bewoners hautaine schending van de motiveringsplicht.
( art 7:12 lid 1 ) Door de beslissing op bezwaar op een kernpunt buiten het hoor & wederhoor te houden en niet te motiveren stuurt het Juridisch Bureau willens & wetens aan op beroep, hetgeen op zich ook nog eens een schending is van het beginsel dat bewoners eerst ná bezwaar zonodig beroep instellen (art 7:1 lid 1); kennelijk hoopt het Juridisch Bureau dat de drempel van beroep voor de bewoners te hoog is en de vergunning zonder hoor & wederhoor op het kernpunt en zonder motivering in stand blijft. Burgemeester, in gemoede, dit alles is ondermijning van de checks & balances van de rechtsstaat, hoe diep kunnen uw juristen zinken ? 7. Samenvattend & concluderend: a. Het Juridisch Bureau heeft nodeloos aangestuurd op juridisering van de relatie tussen gemeente en bewoners, niet zoals voorgeschreven is gezocht naar een oplossing in overleg ( Regeling Bezwaar & Beroep art 4.1 ). b. Maar hoe juridiserend ook, als puntje bij paaltje komt schendt het Juridisch Bureau zijn plicht tot deugdelijke motivering ( art 7:12 lid 1 ), kennelijk is de juridisering selectief en daarmee te kwader trouw. c.
Ook de wettelijke her-overweging op bezwaar ( Awb art 7:11 ) is niet uitgevoerd, de bezwaarbehandeling strekt bij herhaling tot recht praten wat met het verbouw-verbod van de HVV in de hand krom is, een juridische cover up van door individuele ambtenaren klip & klaar onrechtmatig verleende vergunningen. d. Sinds zomer 2018 of eerder heeft het Juridisch Bureau jaren lang het “ lerend effect “ van de bezwaarprocedure tegengewerkt zodat ook na 2018 talloos veel vergunningen onrechtmatig zijn verleend. ( Regeling Bezwaar & Beroep, Toelichting op art 2.1 lid 2 ) e. Voor het in december 2019 instellen van hoger beroep bij de Raad van State en het in januari 2020 tegenover de rechtbank ontkennen van het verbouw-verbod is evident geen rechtsgrond aanwezig, het Juridisch Bureau en de Directie Juridische Zaken hebben het recht van hoger beroep en het recht van verweer in beroep misbruikt en zijn daarop zelfs na het B&W-antwoord dd. 4-2-2020 ten onrechte niet teruggekomen. ( het van bewoners terugvorderen van welgeteld € 74 wegens de wat te hoog bepaalde kostenvergoeding daargelaten )
Met de obstructie a t/m d van de bezwaar-behandeling en het onrechtmatig procederen e wanen het Juridisch Bureau en de Directie Juridische Zaken zich kennelijk boven de wet- & regel-geving verheven; lijnrecht tegen het verbouw-verbod in varen ze out of control een eigen onmiskenbaar onrechtmatige koers, in tal van vergunning-verleningen en bezwaar- en beroeps-zaken daartegen faalt de juridische functie in de kern van zijn reden van bestaan.