CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Bijlage 1 bij de NvB zienswijzen geanonimiseerde zienswijzen.pdf

RAAD 18 september 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Basisregeling. (VN2024-007101)27.337 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Inhoud van het wijzigingsbesluit Met het voorgenomen Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling) wordt een basisregeling voor het omgevingsplan vastgelegd, van waaruit het omgevingsplan verder wordt opgebouwd. Met het wijzigingsbesluit wordt voorzien in het vervangen van veel van de rijksregels (bruidsschat) die in het omgevingsplan van rechtswege zijn komen te staan. In paragraaf 11.22 van de algemene toelichting van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam wordt nader ingegaan op de wijze waarop dit gebeurt. Het wijzigingsbesluit voorziet ook in het vervangen van enkele gemeentelijke verordeningen. Het gaat allereerst om inpassing van de Hemelwaterverordening Amsterdam. Daarbij wordt met het Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling) voorzien in het intrekken van die verordening. Ook voorziet de basisregeling in regels ter bescherming van cultuurhistorische waarden. Deze regels komen deels in de plaats van (delen van) de Erfgoedverordening Amsterdam. Intrekking van de Erfgoedverordening is op een later moment voorzien. Pas na intrekking worden de vervangende regels in het omgevingsplan van toepassing. Verder wordt met het wijzigingsbesluit voorzien in veel regels waarmee op een later moment onder oud recht vastgestelde bestemmingsplannen kunnen worden vervangen.

Het gaat om ruimtelijke regels over met name gebruik, bouwwerken en aanlegactiviteiten. Deze regels worden als het ware klaargezet in het omgevingsplan, maar ze vervangen de onder oud recht vastgestelde bestemmingsplannen nog niet. Pas wanneer later ergens een onder oud recht vastgesteld bestemmingsplan wordt vervangen, gaan deze regels bepalen waar een gebouw mag komen en welk gebruik is toegestaan. Totdat het onder oud recht vastgestelde bestemmingsplan is vervangen, wordt dat bepaald door de daarin opgenomen regels. Het vervangen van een onder oud recht vastgesteld bestemmingsplan zal te zijner tijd ook weer met een wijzigingsbesluit gebeuren. En ook daarvoor zal een wijzigingsprocedure worden doorlopen. Een en ander betekent dat niet alle regels van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam overal gaan gelden. Een groot deel van de regels (waar later bestemmingsplannen mee moeten worden vervangen) gaat zelfs nog nergens gelden. Via de viewer 'Regels op de kaart' is te zien welke regels na inwerkingtreding van dit eerste wijzigingsbesluit waar gaan gelden. De toelichting bij het Ontwerp Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling) en de algemene toelichting bij het Omgevingsplan gemeente Amsterdam bevatten een meer uitgebreide toelichting op de opzet, inhoud en wijze van opbouw van het omgevingsplan.

• Hoofdstuk 1 tot en met 5 van de algemene toelichting geven de nodige achtergrond bij de Omgevingswet en het nieuwe instrumentarium. Hoofdstuk 6 van de algemene toelichting beschrijft de wijze waarop de transitie vanuit het omgevingsplan van rechtswege naar daadwerkelijk een integraal omgevingsplan is voorzien. In hoofdstuk 7 van de algemene toelichting wordt ingegaan op het locatiegerichte karakter van veel regels, en op de wijze hoe dit wordt vormgegeven. In hoofdstuk 8 van de algemene toelichting wordt kort stilgestaan bij de digitale raadpleegbaarheid van het omgevingsplan. Hoofdstuk 9 tot en met 11 van de algemene toelichting bevat een inhoudelijke motivering van de regeling. In hoofdstuk 9 is aangegeven op welke wijze aan de instructieregels van het Rijk en de Provincie uitvoering wordt gegeven. In hoofdstuk 10 wordt op een aantal inhoudelijke thema's ingegaan. In hoofdstuk 11 wordt een nadere toelichting per hoofdstuk van de regeling gegeven.

Beoogde opzet en inhoud omgevingsplan

2

Gemeenteblad 2024 nr. 48475

31 januari 2024

X Gemeente X Amsterdam X Met het wijzigingsbesluit wordt een structuur met inhoud voor het Omgevingsplan Amsterdam neergezet. Nadat het wijzigingsbesluit is genomen, bevat het omgevingsplan de volgende hoofdstukken: • Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen • Hoofdstuk 2 Gebruiksdoel van gronden en bouwwerken, regels over gebruiksactiviteiten • Hoofdstuk 3 Overige regels over het gebruik van gronden en bouwwerken • Hoofdstuk 4 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken • Hoofdstuk 5 Ruimtelijke regels over bouwwerken • Hoofdstuk 6 Aanlegactiviteiten (het uitvoeren van een werk, geen bouwwerken zijnde, of van een werkzaamheid) • Hoofdstuk 7 Het aanleggen of wijzigen van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg, of het wijzigen van gebruik van een lokale spoorweg (geluidsbeoordeling) • Hoofdstuk 8 Kostenverhaal • Hoofdstuk 9 Milieubelastende activiteiten • Hoofdstuk 10 Monumenten en activiteiten met betrekking tot monumenten • Hoofdstuk 11 tot en met 20 zijn gereserveerd • Hoofdstuk 21 Overige vanwege instructieregels aangewezen locaties • Hoofdstuk 22 Activiteiten ['bruidsschat' van het Rijk] • Hoofdstuk 23 Algemeen overgangsrecht • Hoofdstuk 24 Slotbepalingen

Voor een deel van de regels geldt dat die al wel worden vastgesteld, maar dat ze nog nergens gaan gelden. Het betreft locatiegerichte regels. Het gaat veelal om regels waarmee op een later moment onder oud recht vastgestelde bestemmingsplannen zullen worden vervangen. Deze regels staan met name in de hoofdstukken 2, 3, 5 en 6 van de regels. Deze regels zullen in eerste instantie aan een punt in het IJmeer worden verboden. Bij het vervangen van bestemmingsplannen worden de locaties waaraan deze regels zijn verbonden steeds verder uitgebreid. In hoofdstuk 7 van de algemene toelichting bij het omgevingsplan wordt dit nader toegelicht. Hieronder volgt een korte inhoudsindicatie per hoofdstuk. Voor een meer uitgebreide beschrijving van de opzet en inhoud per hoofdstuk wordt kortheidshalve verwezen naar hoofdstuk 11 van de algemene toelichting. Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Hoofdstuk 1 bevat inleidende bepalingen, die na vaststelling overal gaan gelden. Het hoofdstuk bevat regels over begrippen (artikel 1.1), het oogmerk van de regels (artikel 1.2), het geografisch werkingsgebied van regels (artikel 1.3), de normadressaat van regels (artikel 1.4), en regels over het verstrekken van gegevens en bescheiden (artikel 1.5). Deze bepalingen hebben een algenneen karakter en zijn van belang voor het volledige Omgevingsplan.

Hoofdstuk 2: Gebruiksdoel van gronden en bouwwerken, regels over gebruiksactiviteiten Hoofdstuk 2 bevat locatiegerichte regels waarmee gebruiksdoelen aan locaties worden toegekend. Met deze regels wordt bepaald welke vormen van gebruik waar zijn toegestaan. Daarmee bevat dit hoofdstuk regels over gebruik zoals die voorheen in bestemmingsplannen werden opgenomen. De gebruiksdoelen en de daarop betrekking hebbende regels zijn bepalend voor het gebruik dat is toegestaan. Anders dan bij bestemmingen bevatten de regels over gebruiksdoelen alleen regels over gebruik. Regels over bouwwerken of werkzaamheden en werken, geen bouwwerken zijnde (aanlegactiviteiten) worden in aparte hoofdstukken van dit omgevingsplan geregeld. Met de ruimtelijke regels over gebruik zullen de nog geldende bestemmingsplannen worden vervangen. Ze zullen pas ergens gaan gelden nadat het nog geldende bestemmingsplan is vervangen. Hoofdstuk 3: Algemene regels over het gebruik van gronden en bouwwerken Hoofdstuk 3 bevat generieke regels over het gebruik van gronden en bouwwerken. Deze regels zijn niet beperkt tot een specifiek gebruiksdoel. Wel is het toepassingsbereik van bepaalde onderdelen beperkt tot specifieke gebieden of situaties.

Zo gelden de beperkingen voor beperkt kwetsbare en kwetsbare gebouwen in een beperkingengebied plaatsgebonden risico (paragraaf 3.2.10) alleen ter plaatse van een beperkingengebied plaatsgebonden risico. Ook is het mogelijk dat op enig moment met een locatiegerichte regels met maatwerk wordt afgeweken van de in dit hoofdstuk opgenomen algemene regels.

3

Gemeenteblad 2024 nr. 48475

31 januari 2024

X Gemeente X Amsterdam X

Een groot deel van de regels in hoofdstuk 3 bevat regels over onderwerpen die voorheen in bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen werden geregeld. Hoewel de regels in dit hoofdstuk veelal bedoeld zijn uiteindelijk overal te gaan gelden, kunnen bestaande bestemmingsplannen afwijkende regels over dezelfde onderwerpen bevatten. Maatwerk via een lokaal afwijkende regel in het omgevingsplan is altijd mogelijk. De afweging of die afwijkende regel moet blijven gelden, of dat de algemene regel van toepassing kan zijn, moet in principe per wijzigingsbesluit, waarmee een bestemmingsplan wordt vervangen, worden gemaakt. Om die reden is voor de meeste onderdelen in dit hoofdstuk bepaalt dat het onderdeel weliswaar overal geldt, maar dat de regels buiten toepassing blijven als ze in strijd zijn met regels die zijn opgenomen in een nog geldend bestemmingsplan. In dat geval gelden de regels uit het nog niet vervallen bestemmingsplan. Hoofdstuk 4: Algemene regels over activiteiten met betrekking tot bouwwerken Hoofdstuk 4 bevat algemene regels over bouwwerken. In afdeling 4.2 van dit hoofdstuk is de vergunningplicht voor een bouwactiviteit opgenomen zoals die voorheen was geregeld in de toenmalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

Daarbij zijn ook de uitzonderingen op de vergunningplicht (vergunningvrije bouwwerken) en beoordelingsregels opgenomen (of ze ook zijn toegestaan, wordt bepaald in hoofdstuk 5). Ten opzichte van de Wabo zijn er extra beoordelingsregels toegevoegd. Zo wordt het concrete bouwplan straks niet alleen getoetst op welstand en passendheid binnen ruimtelijke bouwregels, maar ook op bijvoorbeeld windhinder bij hoogbouw en (grond)watereffecten bij ondergrondse bouwwerken. Dergelijke regels werden vaak opgenomen in bestemmingsplannen als mogelijkheid om nadere eisen te stellen of als binnenplanse afwijkmogelijkheid. Met uitzondering van een aantal locatiespecifieke beoordelingsregels gaan de regels in afdeling 4.2 na vaststelling overal gelden. In afdeling 4.3 is een vergunningplicht opgenomen voor sloopactiviteiten, voor zover die plaatsvinden binnen beschermd stads- of dorpsgezicht. Deze regels komen over vanuit de Erfgoedverordening. Het toepassingsbereik ervan wordt vergoot van alleen gemeentelijk beschermde gezichten naar zowel gemeenlijk- als rijksbeschermde gezichten. Deze regels gelden alleen waar sprake is van een aangewezen beschermd stads- of dorpsgezicht. Daarbij is bepaald dat dit onderdeel pas wordt toegepast nadat het betreffende onderdeel in de erfgoedverordening is vervallen.

Afdeling 4.4 bevat enkele overige regels over bouwwerken en activiteiten met betrekking tot bouwwerken. Het betreft regels inzake het repressief welstandstoezicht, en regels over hemelwaterafvoer. Deze laatste regels worden overgenomen uit de geldende hemelwaterverordening. De regels in deze afdeling gaan overal binnen Amsterdam gelden. Per datum van inwerkingtreding van de afdeling 4.4 van het omgevingsplan, kan de hemelwaterverordening worden ingetrokken. Met afdeling 4.5 tot slot wordt invulling gegeven aan artikel 5.14 Besluit kwaliteit leefomgeving ten aanzien van brandvoorschriftengebieden en explosievoorschriftengebieden. Het gevolg aanwijzing van deze gebieden is dat op grond van paragraaf 4.2.14 van het Besluit bouwwerken leefomgeving ter plaatse van de aanduiding 'explosievoorschriftengebied' aanvullende bouwmaatregelen moeten worden getroffen op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving. De artikelen in afdeling 4.5 dienen daarvoor. Of een gebied moet worden aangewezen als voorschriftengebied, wordt op een later moment bepaald bij het vervangen van de bestemmingsplannen. Hoofdstuk 5: Ruimtelijke regels over bouwwerken In hoofdstuk 5 zijn ruimtelijke regels over bouwwerken opgenomen. Voor een groot deel gaat het om ruimtelijke regels over bouwwerken zoals die onder oud recht in bestemmingsplannen werden opgenomen.

Het gaat om locatiegerichte regels, die bepalen wat waar gebouwd mag worden. Deze regels bepalen waar gebouwd mag worden, hoe hoog gebouwd mag worden, etcetera. Deze regels komen met name terecht in afdeling 5.4 tot en met afdeling 5.8. Deze regels moeten de regels over bouwwerken uit de bestemmingsplannen gaan vervangen. De regels zijn locatiegericht. Ze gaan pas gelden wanneer ergens een bestemmingsplan is vervangen, en een betreffende regel daarbij van toepassing is gemaakt. Daarnaast bevat dit hoofdstuk regels over bouwwerken die in beginsel overal gelden (afdeling 5.3). Het gaat om regels die onder de toenmalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht waren opgenomen in artikel 2, Bijlage II Bor. Voor deze bouwwerken was onder oud recht geen omgevingsvergunning nog voor de activiteit bouwen, maar ook als sprake was van strijd met het geldende bestemmingsplan was er geen omgevingsvergunning nodig om of te wijken van het bestemmingsplan. Diezelfde systematiek is ook in dit omgevingsplan gevolgd, zie meer uitgebreid paragraaf 11.4.2.2 van deze toelichting. Deze regeling gaat ineens overal gelden, zij het dat in het onderdeel zelf locatiegerichte uitzonderingen zijn opgenomen. Hoofdstuk 6: Aanlegactiviteiten

4

Gemeenteblad 2024 nr. 48475

31 januari 2024

X Gemeente X Amsterdam X

Hoofdstuk 6 bevat regels over aanlegactiviteiten. Met aanlegactiviteiten wordt gedoeld op het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Het hoofdstuk bevat vergunningplichten voor het uitvoeren van specifiek bepaalde aanlegactiviteiten. Het kan een grote verscheidenheid aan activiteiten betreffen. Het kan bijvoorbeeld gaan om het uitvoeren van grondbewerkingen onder maaiveld, het aanbrengen van drainage, het aanleggen en verbreden van wateren, het wijzigen van het waterpeil en het aanbrengen van hoogopgaande of diepwortelende beplanting en bomen. Onder de Wet ruimtelijke ordening kon voor dergelijke activiteiten een aanlegvergunningplicht worden opgenomen. Dat wordt in dit omgevingsplan voortgezet. Er zijn verschillende doelen met het oog waarop een aanlegvergunningplicht nodig kan zijn. Deze meeste van deze oogmerken gelden alleen specifieke gebieden, en de bescherming van een bepaalde status of gebruiksdoel van het betreffende gebied. Deze regels zijn locatiegericht, en gelden alleen op de aangewezen locaties. Ze gaan pas gelden wanneer ergens een bestemmingsplan is vervangen, en een betreffend onderdeel daarbij van toepassing is gemaakt.

Hoofdstuk 7: Het aanleggen of wijzigen van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg, of het wijzigen van gebruik van een lokale spoorweg (geluidsbeoordeling) Hoofdstuk 7 bevat een regeling met betrekking tot het aanleggen of wijzigen van bepaalde gemeentewegen, waterschapswegen en lokale spoorwegen, of het wijzigen van gebruik van een lokale spoorweg. Met de regeling wordt uitvoering gegeven aan de instructieregels zoals opgenomen in paragraaf 5.1.4.2a.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn nieuwe regels gesteld voor gemeentewegen en lokale spoorwegen om woningen en andere geluidgevoelige gebouwen beter to beschermen tegen geluidhinder. Kort gezegd bevat hoofdstuk 7 een vergunningplicht voor het aanleggen of wijzigen van bepaalde gemeentewegen, waterschapswegen en lokale spoorwegen, of het wijzigen van gebruik van een lokale spoorweg. Daarbij wordt uitsluitend getoetst aan passendheid binnen de ruimtelijke regels over gebruik, gesteld in hoofdstuk 2, en een aanvaardbaar geluid. Dat wordt getoetst aan ruimtelijke regels over gebruik impliceert dat bij wijziging van het omgevingsplan, waarmee op een bepaalde locatie bijvoorbeeld een weg wordt toegestaan, een brede belangenafweging plaatsvindt omtrent aanvaardbaarheid en wenselijkheid.

Voorafgaand aan de daadwerkelijke aanleg of wijziging vindt een finale beoordeling op aanvaardbaarheid van het geluid plaats. Hoofdstuk 8 Kostenverhaal Met hoofdstuk 8 is voorzien in een regelonderdeel waarin regels over kostenverhaal kunnen worden opgenomen. De beoordeling of die regels nodig zijn, wordt per wijziging van het omgevingsplan gemaakt. Uitgangspunt is en blijft dat kostenverhaal waar mogelijk anterieur, en dus buiten het omgevingsplan om, wordt geregeld. Hoofdstuk 9 Milieubelastende activiteiten Hoofdstuk 9 bevat regels over milieubelastende activiteiten. De regels over milieubelastende activiteiten komen in de plaats van regels die nu nog worden gesteld in het Activiteitenbesluit milieubeheer. In de Wet milieubeheer wordt nu nog het begrip 'inrichting' gebruikt, waarop ook het Activiteitenbesluit van toepassing is. Inrichtingen worden door dit besluit gereguleerd. De Omgevingswet gebruikt het begrip inrichting niet meer, maar de bredere term 'milieubelastende activiteit'. Daaronder wordt verstaan een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken. Bepaalde activiteiten worden echter als een aparte categorie beschouwd, zoals lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam of lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werk of wateronttrekkingsactiviteiten.

Desondanks is deze begripsbepaling zeer ruim en omvat het een breed scala aan activiteiten met grote verschillen in aard en omvang van de gevolgen voor het milieu. Dit begrip is dus breder dan het begrip 'inrichting' uit de voormalige Wet milieubeheer. Naast bedrijfsmatige activiteiten, zoals cafés, garages of grote industriele fabrieken, die voorheen als inrichting werden beschouwd, vallen ook de volgende activiteiten onder de noemer milieubelastende activiteit: a. activiteiten bij particulieren, zoals het in werking hebben van een open haard of een lozing van afvalwater in het gemeentelijk rioolstelsel; b. kortstondige en eenmalige activiteiten, denk aan het houden van evenementen, bouw- en sloopwerkzaamheden of activiteiten in de openbare ruimte; c. activiteiten zonder vaste locatie, bijvoorbeeld het rondrijden met een omroepwagen. Die verruiming is het gevolg van landelijke wetgeving. De meeste regels in hoofdstuk 9 gelden echter niet voor alle milieubelastende activiteiten, maar alleen voor een specifieke groep van activiteiten (met name bedrijfsmatige activiteiten met een vaste locatie, voorheen inrichtingen).

5

Gemeenteblad 2024 nr. 48475

31 januari 2024

X Gemeente X Amsterdam X

De regels over milieubelastende activiteiten gelden net als voorheen het Activiteitenbesluit binnen heel Amsterdam, en hebben (behoudens locatiegerichte uitzonderingen) direct overal een rechtsgevolg. Deze regels zijn inhoudelijk grotendeels gelijk van strekking als voorheen in het Activiteitenbesluit het geval was. Wel zijn ze aangepast, zodat wordt voldaan aan de erop van toepassing zijnde instructieregels. Voor zover sprake is van beleidsvernieuwing wordt dat toegelicht in paragraaf 11.9 van de algemene toelichting bij het omgevingsplan. Hoofdstuk 10: Monumenten en activiteiten met betrekking tot monumenten Afdeling 10.1 bevat regels over gemeentelijke monumenten die nu nog in de Erfgoedverordening staan. Daarbij is bepaald dat deze regels niet eerder worden toegepast dan met ingang van de dag dat hoofdstuk 3 van de Erfgoedverordening Amsterdam vervalt. Afdeling 10.2 gaat over provinciale monumenten. Deze regels zijn conform de provinciale omgevingsverordening opgenomen. Deze regels gaan na vaststelling overal gelden. Hoofdstuk 11 tot en met 20 zijn gereserveerd Hoofdstuk 21 Overige vanwege instructieregels aangewezen locaties Dit hoofdstuk bevat regels waarmee op bepaalde locaties kunnen worden aangewezen met het oog op bepaalde instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. Zonder dat daaraan in het omgevingsplan inhoudelijke regels worden verbonden.

Door de aanwijzing gaan bijvoorbeeld bepaalde regels uit het Besluit activiteiten leefomgeving daar doorwerken. Of locaties worden aangewezen, wordt later bepaald bij het vervangen van een onder oud recht vastgesteld bestemmingsplan. Hoofdstuk 22 Activiteiten ('bruidsschat' van het Rijkj Vanaf het moment dat de Omgevingswet in werking is getreden, bestaat het omgevingsplan uit de hoofdstukken 1, 22 en 23. Hoofdstuk 1 bevatte uitsluitend een artikel met betrekking tot begripsbepalingen, en hoofdstuk 23 uitsluitend de citeertitel. Hoofdstuk 22 bevatte een grote hoeveelheid regels die voorheen door het Rijk werden gesteld, maar waarover de bevoegdheid tot het stellen van regels is overgeheveld naar gemeenten. Deze regels zijn naar het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeenten verhuisd, en terechtgekomen in hoofdstuk 22. Dit wordt de 'bruidsschat' genoemd. Van een groot deel van deze regels is bepaald dat deze (veelal inhoudelijk aangepast) op een andere plek in het omgevingsplan worden opgenomen. Er zijn ook regels vervallen. Een groot deel van de regels blijft echter in hoofdstuk 22 gehandhaafd, al dan niet met een beperkt toepassingsbereik. In paragraaf 11.22 van de algemene toelichting wordt een en ander nader toegelicht. Hoofdstuk 23 Algemeen overgangsrecht In hoofdstuk 23 is algemeen overgangsrecht opgenomen.

Hoofdstuk 24 Slotbepalingen Hoofdstuk 24 bevat den artikel dat bepaalt dat dit omgevingsplan wordt aangehaald als: Omgevingsplan gemeente Amsterdam. Terinzagelegging Het Ontwerp Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling) ligt met ingang van 01-02-2024 gedurende een termijn van zes weken (tot en met 13-03-2024) ter inzage. Het ontwerpbesluit is bekendgemaakt en vindbaar in het Gemeenteblad: Gemeenteblad 2024, 33950 Overheid.nl > Officiele bekendmakingen (officielebekendmakingen.n1). Daarnaast is een geconsolideerde versie van het omgevingsplan (het omgevingsplan zoals dat komt to luiden nadat het wijzigingsbesluit in werking is getreden) raadpleegbaar via de viewer 'Regels op de kaart': https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/. U kunt daarbij zoeken vanuit de kaart, op naam (titel: Omgevingsplan gemeente Amsterdam), of op identificatienummer (akn/n1 /act/gm0363/2020/omgevingsplan).

6

Gemeenteblad 2024 nr. 48475

31 januari 2024

X Gemeente X Amsterdam X Het ontwerpbesluit ligt gedurende de hiervoor genoemde termijn van zes weken ook ter inzage bij de stadsloketten. Bel voor adres en openingstijden van de stadsloketten 14 020 of kijk op www.amsterdam.nl/adressengids. Het ontwerpbesluit en de bijbehorende algemene en artikelgewijze toelichting zijn als pdf-bestand tevens te vinden via: https://www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/bestemmingsplannen-omgevingsplan/ba sisregeling-omgevingsplan-amsterdam/. Zienswijzen Gedurende bovengenoemde termijn van terinzagelegging kan een ieder zienswijzen over het Ontwerp Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling) naar voren brengen bij de gemeenteraad van Amsterdam. Schriftelijke zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht bij de gemeenteraad van Amsterdam, per adres: directeur Ruimte en Duurzaamheid, T , Postbus 2758, 1000 CT Amsterdam. Het is niet mogelijk om een zienswijze per e-mail in te dienen. Voor het indienen van mondelinge zienswijzen over het ontwerpbesluit kan contact worden opgenomen met Remco Bakker van Ruimte & Duurzaamheid, team juridische planvorming (tel. 14020). Gegevensbescherming Uw gegevens worden in overeenstemming met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) verwerkt. Op deze verwerking van persoonsgegevens is een privacyreglement van toepassing.

Dit regiement kunt u raadplegen op de website van de Gemeente Amsterdam. Ondertekening Amsterdam, 31 januari 2024 Burgemeester en wethouders, Peter Teesink, Gemeentesecretaris Femke Halsema, Burgemeester

7

Gemeenteblad 2024 nr. 48475

31 januari 2024

an't 3 NAN 2024 Ontvangen

GHJ/20234414

ti7 postril

Hemwood Ketzersgracht 477 c 1017DL AMSTERDAM The Netherlands

R Aangetekend 3SAUCL6572918 Recommande

D-A-1

Frankering betaald

Gemeenteraad van Amsterdam p/a Directeur v Ruimte&Duurzaamheid t.a.v. Postbus 2758 1000CT AMSTERDAM

NL

0

N CN a-

11 0 3SAUCL6572918

1 3 11141,11 2024 Aan de Gemeenteraad van Amsterdam

,arif7f1‘r)

t.a.v. de raadscommissies RO en SED en de directeur Ruimte & Duurzaamheid, Postbus 2758 1000 CT Amsterdam per site-mail

5-3-2024

Betreft: Zienswijze op het Ontwerp Omgevingsplan

Geachte Raad, Met de bijgaande bekendmaking dd. 31-1-2024 heeft B&W een

Ontwerp Wijzigingsbesluit

Omgevingsplan gemeente Amsterdam ter inzage gelegd, een voor de gemiddelde bewoner totaal onbegrijpelijk & ontoegankelijk geheel. Nog wel duidelijk is dat zienswijzen in ieder geval niet moeten worden ingediend bij B&W / R&D maar bij uw Raad; dat is vreemd, voor zo ver ik overzie is uw Raad nog niet aan zet, B&W moet met een Antwoordnota komen en een voordracht aan uw Raad. Bovendien herinner ik me niet dat uw Raad welk besluit dan ook heeft genomen dat voor zienswijze / inspraak in aanmerking komt, maar misschien heb ik iets gemist of betekent de formulering "naar voren brengen bij " iets anders dan indienen bij De wijze waarop B&W de inspraak heeft georganiseerd geeft reden de inspraak over to doen; voor zo ver het Ontwerpbesluit verborgen inhoudelijke wijzigingen omvat en B&W niet zelf komt met een nieuwe inspraak-ronde kan uw Raad B&W daartoe zo nodig oproepen. Hoe een & ander ook zij, de onderstaande zienswijze I, II en Ill dien ik hierbij in bij uw Raad, zoals door of namens B&W in de bekendmaking is voorgeschreven. Hiermee kom ik bij een ander vreemd punt, het postadres van uw Raad staat niet in de bekendmaking. Voor alle zekerheid hanteer ik uw reguliere postadres, daarnaast zorg ik voor indiening bij de dienst R&D zodat die meteen aan de slag kan. Nadere toelichting geef ik desgewenst graag.

Uitziend naar een nieuwe inspraak-ronde dan wel de Antwoordnota en de raadsvoordracht van B&W, met vriendelijke groet,

bekendmaking 31-1-2024

I. De inspraak op het Omgevingsplan is niet goed georganiseerd Een van de randvoorwaarden voor inspraak op beleidsvoornemens is duidelijkheid vooraf waarover het gaat en welk verschil de insprekers kunnen maken, in uw Beleidskader Participatie en artikel 4 en 5 de ontwerp-Participatieverordening van B&W aangeduid met het sleutelbegrip beleidsruimte . Helaas, aan die basis-regels voor deugdelijke participatie voldoen de bekendmaking, het Ontwerpbesluit en de verdere stukken ter inzage niet: het Ontwerpbesluit is een ondoordringbaar oerwoud van detail-bepalingen, het lijkt slechts een stapeling van alle bestaande bestemmingsplannen en alle andere wet- & regelgeving fysieke leefruimte van rijk en gemeente en misschien ook de provincie en de waterschappen met een spreekwoordelijk nietje er door, maar is dat wel zo ? Anderzijds, in de bekendmaking en de stukken ter inzage staat niet dat regels in het Ontwerpbesluit inhoudelijk nieuw zijn ten opzichte van de planologisch-juridische situatie die geldt tot het ondeelbare moment op 31-12-2023, 24.00 uur, van het van kracht worden van de Omgevingswet en het Omgevingsplan gemeente Amsterdam op 1-1-2024, 00.00 uur, dus dit lijkt een geruststelling.

Een & ander heeft tot gevolg dat zelfs gemiddeld ingevoerde bewoners zoals ik al niet weten wat de voorstellen van B&W in het Ontwerpbesluit nu eigenlijk zijn en niet voor hun belangen kunnen opkomen als die ondanks de geruststellende stukken toch wel in het geding zouden zijn, met als gevolg dat de zienswijzen voor zo ver die dan nog wel worden ingediend weinig tot niks zeggen wat de bewoners van de voorstellen van B&W vinden. Als de juristen van de dienst R&D toch wel in de spreekwoordelijke kleine lettertjes inhoudelijke wijzigingen hebben verstopt faalt deze inspraak volledig, dit is dan niet meer terug te draaien, het minste dat het hiervoor verantwoordelijke College van B&W dan nog kan doen is de besluitvorming door uw Raad nog zo goed mogelijk te organiseren, dan wel om bewoners-vertrouwen niet te verspelen de besluitvorming uit te stellen, de bekendmaking in te trekken en een nieuwe inspraakronde te organiseren die alsnog aan de basis-voorwaarden voor deugdelijke inspraak voldoet.

Oplossing: A. De bekendmaking dd. 31-1-2024 intrekken, een nieuw Ontwerpbesluit ter inzage leggen waarin of waarbij alsnog in zakelijk-inhoudelijke termen is gespecificeerd of en zo ja welke inhoudelijke wijzingen ten opzichte van de planologisch-juridische situatie op 31-12-2023, 24.00 uur met het Ontwerpbesluit worden voorgesteld en wat de beleidsruimte voor de insprekers is; B. In de voordracht aan de Raad specificeren tot welke inhoudelijke wijzigingen de voordracht na de inspraak strekt ten opzichte van de planologisch-juridische situatie op 31-12-2023, 24.00 uur; C. Bij de nieuwe inspraakronde sub A en/of bij de raadsvoordracht sub B tevens specificeren welke gemeentelijke regelgeving fysieke leefomgeving reeds met dit Ontwerp Wijzigingsbesluit in het Omgevingsplan wordt overgenomen en welke gemeentelijke regelgeving met volgende wijzigingsbesluiten in het Omgevingsplan worden overgenomen, voorzien van tijds-indicaties van die vervolg-stappen. Niet B&W / R&D maar mensen die over de Omgevingswet hebben doorgeleerd attendeerden me op een inhoudelijke wijziging ingaande 1-1-2024, de participatie op vergunning-aanvragen voor veranderingen in de fysieke leefomgeving.

Daar heb ik naar gezocht in het Ontwerpbesluit dat nu voor zienswijze / inspraak voorligt maar terwijl de inspraak op het Ontwerp Omgevingsplan nu juist over dergelijke inhoudelijke wijzigingen zou moeten gaan heb ik over de participatie op de vergunning-aanvragen niks kunnen vinden; bizar. Paragraaf III hierna gaat hierop nader in.

3 II. Bezwaar tegen elke inhoudelijke wijziging ten opzichte van de situatie op 31-12-2023, 24.00 uur Indien & voor zo ver het Ontwerpbesluit al zou strekken tot inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van de planologisch-juridische situatie op 31-12-2023, 24.00 uur, zijn deze in de bekendmaking en in het Ontwerpbesluit en de verdere stukken ter inzage niet kenbaar gemaakt en niet gemotiveerd, tegen elke inhoudelijke wijziging dien ik bij deze bezwaar in. Intrekking van deze zienswijze zal ik graag overwegen na aisnog kennis te hebben kunnen nemen van de wijzigingen, de motivering daarvan en de beleidsruimte die de insprekers hebben.

III. Participatie op vergunning-aanvragen ten onrechte niet geregeld Hoe onbegrijpelijk & ontoegankelijk dit Ontwerpbesluit Omgevingsplan ook is, zoveel is dan nog wel duidelijk dat in ieder geval een cruciaal onderdeel ontbreekt, de participatie op de vergunningaanvragen fysieke Ieefomgeving is niet geregeld. Hierover het volgende. De wetgever en uw Raad hebben onderkend dat bewoners onvoldoende invloed hebben op veranderingen in onder meer de fysieke Ieefomgeving, bewoners-participatie is dan ook een kernpunt in zowel de Omgevingswet ingaande 1-1-2024 als in het wetsontwerp Versterking Participatie op decentraal niveau , dit Iigt voor bij de Eerste Kamer. Wat betreft de gemeente wijs ik op uw Beleidskader Participatie uit 2021, de Participatiehandreiking 2024 en de Participatieverordening die uw Raad eveneens binnenkort na inspraak zal gaan vaststellen, naar de bewoners mogen vertrouwen in onderlinge afstemming op en samenhang met het Omgevingsplan, zo mogelijk tegelijk maar ongetwijfeld beide via de commissies SED en RO. Over de participatie op de fysieke Ieefomgeving zegt B&W / VTH in zijn Nota VTH-beleid 2024: " De gemeenteraad kan op grond van de Omgevingswet gevallen aanwijzen waarbij het organiseren van participatie verplicht is. Dit kan alleen bij een aanvraag om omgevingsvergunning tot afwijking van het omgevingsplan.

" ( Raadscommissie RO 7 februari 2024, agendapunt 9, blz. 47 ) https://amsterdam.raadsinformane.nlidocument/13730026/1/09012f9780f8d086

Echter, deze voorstelling van zaken is onvolledig en daardoor ronduit misleidend: een plicht tot participatie kan niet alleen worden ingesteld op vergunning-aanvragen voor buitenplanse afwijking ( Omgevingswet, artikel 16.55 lid 7) maar in beginsel ook op alle andere vergunning-aanvragen.

En niet een VTH-nota van B&W maar het Omgevingsplan van uw Raad is het daartoe door de wetgever geboden kader, het voorstel van B&W voor het Omgevingsplan gaat ook hieraan ten onrechte voorbij. Hierbij roep ik u op om deze lacune in het voorstel van B&W voor het Omgevingsplan als volgt te herstellen. Ook al kan participatie in het Omgevingsplan in beginsel verplicht worden gesteld op alle soorten vergunning-aanvragen, dit Iijkt niet nodig, voor de meeste aanvragen kan worden volstaan met de spelregels zoals die al zijn neergelegd in de Handreiking Participatie 2024.

Bovendien, laten we eerst maar eens zien hoe de nieuwe participatie-regels van de Omgevingswet en de aanstaande Participativerordening en aanstaand Omgevingsplan in de praktijk uitpakken, meer participatie-plichten invoeren kan zo nodig altijd nog wel. Echter, in de voorstellen van VTH en R&D ontbreekt de clou, ongetwijfeld in onderlinge afstemming: de landelijke wetgever heeft in de Omgevingswet slechts enkele participatie-plichten opgelegd, de verder benodigde regelgeving is overgelaten aan de gemeenten. Dit mede gezien het voornoemde wetsontwerp Versterking Participatie op decentraal niveau . Op aangeven van VTH en R&D is B&W aan deze systematiek van het landelijke en het lokale bestuur viervoudig voorbij gegaan: in zijn nota VTH 2024, Participatie Handreiking 2024, Ontwerp Participatieverordening en Ontwerpbesluit Omgevingsplan. Het gaat om de volgende soorten van vergunning-aanvragen:

1. Vergunning-aanvragen fysieke leefomgeving buiten de Omgevingswet De nota VTH-beleid fysieke leefomgeving 2024 omvat op goede gronden ook de vergunningverlening fysieke leefomgeving die nu nog even niet in de Omgevingswet is ondergebracht, zoals de aanvragen voor terrassen, evenementen en woning onttrekken aan de woningvoorraad. Echter, hoe klip & klaar de scope van nota VTH 2024 ook is, de scope van de Handreiking Participatie 2024 is mistig: vallen de aanvragen fysieke leefomgeving voor bijvoorbeeld terrassen, evenementen en woning-onttrekking nu wel of niet onder de Handreiking ? Kortom, deze door uw Raad bij motie nu juist gevraagde richtlijnen om het verkeer in de driehoek tussen omwonenden, vergunning-aanvrager en gemeente in goede banen to leiden schieten alleen al op dit punt danig tekort. Bovendien, zoals de naam al aangeeft, een Handreiking heeft sowieso al geen regel-gevende werking, ook al is de Handreiking ingevoerd bij motie van uw Raad. Oplossing: A. In het Omgevingsplan de bepaling opnemen dat de aspirant aanvrager van een vergunning fysieke leefomgeving buiten de Omgevingswet voorafgaand aan de indiening van de aanvraag de omgeving in beginsel participatie moet bieden en dat in ieder geval het verslag van de geboden participatie in de zin van artikel 16.55 lid 6 van de Omgevingswet bij de vergunning-aanvraag moet worden gevoegd; B.

In het Omgevingsplan specificeren op welke vergunning-aanvragen fysieke leefomgeving buiten de Omgevingswet de plicht sub A nog meer van toepassing is, naast de aanvragen in het kader van de APV en de H uisvestingsverordening C. In de Handreiking Participatie 2025 expliciet maken dat de Handreiking mede betrekking heeft op de sub B aangewezen vergunning-aanvragen fysieke leefomgeving buiten de Omgevingswet.

2. Vergunning-aanvragen fysieke leefomgeving binnen de Omgevingswet voor buitenplans afwijken Al in 2022 heeft uw Raad in het aanwijzingsbesluit in de zin van artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet bepaald dat op alle aanvragen voor buitenplans afwijken de aspirant aanvrager aan de omgeving voorafgaand aan de aanvraag participatie moet bieden. Echter, deze plicht ontbreekt ten onrechte in de Participatiehandreiking 2024, evenals de plicht tot indiening van het verslag van de participatie. Oplossing: A. In het Omgevingsplan de bepaling opnemen dat de aspirant aanvrager van een vergunning fysieke leefomgeving binnen de Omgevingswet voor buitenplans afwijken voorafgaand aan de indiening van de aanvraag de omgeving participatie moet bieden en dat het verslag van de geboden participatie in de zin van artikel 16.55 lid 6 van de Omgevingswet bij de vergunning-aanvraag moet worden gevoegd; B. De participatie-plichten sub A expliciet maken in de Handreiking Participatie 2025. NB de oplossingen 1-A en 2-A lijken hetzelfde maar zijn dat niet, ze sluiten aan op lid 6, respectievelijk lid 7 van artikel 16.55 van de Omgevingswet; oplossing 3-A onderstaand sluit weer aan op lid 6. https://wetten.overheid.nl/BWBRO037885/2024-01-01/0#Hoofdstuk16 Afdeling16.5 Paragraaf16.5.1 Artike116.55

3. Vergunning-aanvragen fysieke leefomgeving binnen de Omgevingswet voor alle activiteiten / werkzaamheden anders dan in buitenplanse afwijking Artikel 16.55 lid 6 van de Omgevingswet omvat de plicht tot indiening van het verslag van de participatie die de aspirant aanvrager heeft geboden aan de omgeving. Dit lijkt voldoende, vooralsnog is er geen reden tot een verdere plicht. Oplossing: A. In het Omgevingsplan de bepaling opnemen dat de aspirant aanvrager van een vergunning fysieke leefomgeving binnen de Omgevingswet voor alle activiteiten / werkzaamheden anders dan in buitenplanse afwijking de omgeving in beginsel participatie moet bieden en dat in ieder geval het verslag van de geboden participatie in de zin van artikel 16.55 lid 6 van de Omgevingswet bij de vergunning-aanvraag moet worden gevoegd; B. De participatie-plicht sub A expliciet maken in de Handreiking Participatie 2025.

pgl BRIEF AANGETEKEND NL NL Frankering betaald €9.8 30 gr.

219473

PostNL 12-03-2024 17:43

NL

3SRPKS537325357

HI 1000CT 2758

'1 11 OPEN HERE

Aan de Gemeenteraad van Amsterdam t.a.v. de raadscommissies RO en SED en de directeur Ruimte & Duurzaamheid, Postbus 2758 1000 CT Amsterdam per site-mail 5-3-2024

Betreft: Zienswijze op het Ontwerp Omgevingsplan

Geachte Raad, Met de bijgaande bekendmaking dd. 31-1-2024 heeft B&W een Ontwerp Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam ter inzage gelegd, een voor de gemiddelde bewoner totaal onbegrijpelijk & ontoegankelijk geheel. Nog wel duidelijk is dat zienswijzen in ieder geval niet moeten worden ingediend bij B&W / R&D maar bij uw Raad; dat is vreemd, voor zo ver ik overzie is uw Raad nog niet aan zet, B&W moet met een Antwoordnota komen en een voordracht aan uw Raad. Bovendien herinner ik me niet dat uw Raad welk besluit dan ook heeft genomen dat voor zienswijze / inspraak in aanmerking komt, maar misschien heb ik iets gemist of betekent de formulering “ naar voren brengen bij “ iets anders dan indienen bij . De wijze waarop B&W de inspraak heeft georganiseerd geeft reden de inspraak over te doen; voor zo ver het Ontwerpbesluit verborgen inhoudelijke wijzigingen omvat en B&W niet zelf komt met een nieuwe inspraak-ronde kan uw Raad B&W daartoe zo nodig oproepen. Hoe één & ander ook zij, de onderstaande zienswijze I, II en III dien ik hierbij in bij uw Raad, zoals door of namens B&W in de bekendmaking is voorgeschreven. Hiermee kom ik bij een ander vreemd punt, het postadres van uw Raad staat niet in de bekendmaking. Voor alle zekerheid hanteer ik uw reguliere postadres, daarnaast zorg ik voor indiening bij de dienst R&D zodat die meteen aan de slag kan.

Nadere toelichting geef ik desgewenst graag. Uitziend naar een nieuwe inspraak-ronde dan wel de Antwoordnota en de raadsvoordracht van B&W, met vriendelijke groet,

bijlage: bekendmaking 31-1-2024

I. De inspraak op het Omgevingsplan is niet goed georganiseerd Eén van de randvoorwaarden voor inspraak op beleidsvoornemens is duidelijkheid vooraf waarover het gaat en welk verschil de insprekers kunnen maken, in uw Beleidskader Participatie en artikel 4 en 5 de ontwerp-Participatieverordening van B&W aangeduid met het sleutelbegrip beleidsruimte . Helaas, aan die basis-regels voor deugdelijke participatie voldoen de bekendmaking, het Ontwerpbesluit en de verdere stukken ter inzage niet: het Ontwerpbesluit is een ondoordringbaar oerwoud van detail-bepalingen, het lijkt slechts een stapeling van alle bestaande bestemmingsplannen en alle andere wet- & regelgeving fysieke leefruimte van rijk en gemeente en misschien ook de provincie en de waterschappen met een spreekwoordelijk nietje er door, maar is dat wel zo ? Anderzijds, in de bekendmaking en de stukken ter inzage staat niet dat regels in het Ontwerpbesluit inhoudelijk nieuw zijn ten opzichte van de planologisch-juridische situatie die geldt tot het ondeelbare moment op 31-12-2023, 24.00 uur, van het van kracht worden van de Omgevingswet en het Omgevingsplan gemeente Amsterdam op 1-1-2024, 00.00 uur, dus dit lijkt een geruststelling.

Eén & ander heeft tot gevolg dat zelfs gemiddeld ingevoerde bewoners zoals ik al niet weten wat de voorstellen van B&W in het Ontwerpbesluit nu eigenlijk zijn en niet voor hun belangen kunnen opkomen als die ondanks de geruststellende stukken toch wel in het geding zouden zijn, met als gevolg dat de zienswijzen voor zo ver die dan nog wel worden ingediend weinig tot niks zeggen wat de bewoners van de voorstellen van B&W vinden. Als de juristen van de dienst R&D toch wel in de spreekwoordelijke kleine lettertjes inhoudelijke wijzigingen hebben verstopt faalt deze inspraak volledig, dit is dan niet meer terug te draaien, het minste dat het hiervoor verantwoordelijke College van B&W dan nog kan doen is de besluitvorming door uw Raad nog zo goed mogelijk te organiseren, dan wel om bewoners-vertrouwen niet te verspelen de besluitvorming uit te stellen, de bekendmaking in te trekken en een nieuwe inspraakronde te organiseren die alsnog aan de basis-voorwaarden voor deugdelijke inspraak voldoet. Oplossing: A. De bekendmaking dd. 31-1-2024 intrekken, een nieuw Ontwerpbesluit ter inzage leggen waarin of waarbij alsnog in zakelijk-inhoudelijke termen is gespecificeerd of en zo ja welke inhoudelijke wijzingen ten opzichte van de planologisch-juridische situatie op 31-12-2023, 24.00 uur met het Ontwerpbesluit worden voorgesteld en wat de beleidsruimte voor de insprekers is; B.

In de voordracht aan de Raad specificeren tot welke inhoudelijke wijzigingen de voordracht na de inspraak strekt ten opzichte van de planologisch-juridische situatie op 31-12-2023, 24.00 uur; C. Bij de nieuwe inspraakronde sub A en/of bij de raadsvoordracht sub B tevens specificeren welke gemeentelijke regelgeving fysieke leefomgeving reeds met dit Ontwerp Wijzigingsbesluit in het Omgevingsplan wordt overgenomen en welke gemeentelijke regelgeving met volgende wijzigingsbesluiten in het Omgevingsplan worden overgenomen, voorzien van tijds-indicaties van die vervolg-stappen. .

Niet B&W / R&D maar mensen die over de Omgevingswet hebben doorgeleerd attendeerden me op een inhoudelijke wijziging ingaande 1-1-2024, de participatie op vergunning-aanvragen voor veranderingen in de fysieke leefomgeving. Daar heb ik naar gezocht in het Ontwerpbesluit dat nu voor zienswijze / inspraak voorligt maar terwijl de inspraak op het Ontwerp Omgevingsplan nu juist over dergelijke inhoudelijke wijzigingen zou moeten gaan heb ik over de participatie op de vergunning-aanvragen niks kunnen vinden; bizar. Paragraaf III hierna gaat hierop nader in.

II. Bezwaar tegen elke inhoudelijke wijziging ten opzichte van de situatie op 31-12-2023, 24.00 uur Indien & voor zo ver het Ontwerpbesluit al zou strekken tot inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van de planologisch-juridische situatie op 31-12-2023, 24.00 uur, zijn deze in de bekendmaking en in het Ontwerpbesluit en de verdere stukken ter inzage niet kenbaar gemaakt en niet gemotiveerd, tegen elke inhoudelijke wijziging dien ik bij deze bezwaar in. Intrekking van deze zienswijze zal ik graag overwegen na alsnog kennis te hebben kunnen nemen van de wijzigingen, de motivering daarvan en de beleidsruimte die de insprekers hebben.

III. Participatie op vergunning-aanvragen ten onrechte niet geregeld Hoe onbegrijpelijk & ontoegankelijk dit Ontwerpbesluit Omgevingsplan ook is, zoveel is dan nog wel duidelijk dat in ieder geval een cruciaal onderdeel ontbreekt, de participatie op de vergunningaanvragen fysieke leefomgeving is niet geregeld. Hierover het volgende. De wetgever en uw Raad hebben onderkend dat bewoners onvoldoende invloed hebben op veranderingen in onder meer de fysieke leefomgeving, bewoners-participatie is dan ook een kernpunt in zowel de Omgevingswet ingaande 1-1-2024 als in het wetsontwerp Versterking Participatie op decentraal niveau , dit ligt voor bij de Eerste Kamer. Wat betreft de gemeente wijs ik op uw Beleidskader Participatie uit 2021, de Participatiehandreiking 2024 en de Participatieverordening die uw Raad eveneens binnenkort na inspraak zal gaan vaststellen, naar de bewoners mogen vertrouwen in onderlinge afstemming op en samenhang met het Omgevingsplan, zo mogelijk tegelijk maar ongetwijfeld beide via de commissies SED en RO. Over de participatie op de fysieke leefomgeving zegt B&W / VTH in zijn Nota VTH-beleid 2024: “ De gemeenteraad kan op grond van de Omgevingswet gevallen aanwijzen waarbij het organiseren van participatie verplicht is. Dit kan alleen bij een aanvraag om omgevingsvergunning tot afwijking van het omgevingsplan.

“ ( Raadscommissie RO 7 februari 2024, agendapunt 9, blz. 47 ) https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/13730026/1/09012f9780f8d086

Echter, deze voorstelling van zaken is onvolledig en daardoor ronduit misleidend: een plicht tot participatie kan niet alleen worden ingesteld op vergunning-aanvragen voor buitenplanse afwijking ( Omgevingswet, artikel 16.55 lid 7 ) maar in beginsel ook op alle andere vergunning-aanvragen. En niet een VTH-nota van B&W maar het Omgevingsplan van uw Raad is het daartoe door de wetgever geboden kader, het voorstel van B&W voor het Omgevingsplan gaat ook hieraan ten onrechte voorbij. Hierbij roep ik u op om deze lacune in het voorstel van B&W voor het Omgevingsplan als volgt te herstellen. Ook al kan participatie in het Omgevingsplan in beginsel verplicht worden gesteld op alle soorten vergunning-aanvragen, dit lijkt niet nodig, voor de meeste aanvragen kan worden volstaan met de spelregels zoals die al zijn neergelegd in de Handreiking Participatie 2024.

Bovendien, laten we eerst maar eens zien hoe de nieuwe participatie-regels van de Omgevingswet en de aanstaande Participativerordening en aanstaand Omgevingsplan in de praktijk uitpakken, meer participatie-plichten invoeren kan zo nodig altijd nog wel. Echter, in de voorstellen van VTH en R&D ontbreekt de clou, ongetwijfeld in onderlinge afstemming: de landelijke wetgever heeft in de Omgevingswet slechts enkele participatie-plichten opgelegd, de verder benodigde regelgeving is overgelaten aan de gemeenten. Dit mede gezien het voornoemde wetsontwerp Versterking Participatie op decentraal niveau . Op aangeven van VTH en R&D is B&W aan deze systematiek van het landelijke en het lokale bestuur viervoudig voorbij gegaan: in zijn nota VTH 2024, Participatie Handreiking 2024, Ontwerp Participatieverordening en Ontwerpbesluit Omgevingsplan. Het gaat om de volgende soorten van vergunning-aanvragen:

1. Vergunning-aanvragen fysieke leefomgeving buiten de Omgevingswet De nota VTH-beleid fysieke leefomgeving 2024 omvat op goede gronden ook de vergunningverlening fysieke leefomgeving die nu nog even niet in de Omgevingswet is ondergebracht, zoals de aanvragen voor terrassen, evenementen en woning onttrekken aan de woningvoorraad. Echter, hoe klip & klaar de scope van nota VTH 2024 ook is, de scope van de Handreiking Participatie 2024 is mistig: vallen de aanvragen fysieke leefomgeving voor bijvoorbeeld terrassen, evenementen en woning-onttrekking nu wel of niet onder de Handreiking ? Kortom, deze door uw Raad bij motie nu juist gevraagde richtlijnen om het verkeer in de driehoek tussen omwonenden, vergunning-aanvrager en gemeente in goede banen te leiden schieten alleen al op dit punt danig tekort. Bovendien, zoals de naam al aangeeft, een Handreiking heeft sowieso al geen regel-gevende werking, ook al is de Handreiking ingevoerd bij motie van uw Raad. Oplossing: A. In het Omgevingsplan de bepaling opnemen dat de aspirant aanvrager van een vergunning fysieke leefomgeving buiten de Omgevingswet voorafgaand aan de indiening van de aanvraag de omgeving in beginsel participatie moet bieden en dat in ieder geval het verslag van de geboden participatie in de zin van artikel 16.55 lid 6 van de Omgevingswet bij de vergunning-aanvraag moet worden gevoegd; B.

In het Omgevingsplan specificeren op welke vergunning-aanvragen fysieke leefomgeving buiten de Omgevingswet de plicht sub A nog meer van toepassing is, naast de aanvragen in het kader van de APV en de Huisvestingsverordening C. In de Handreiking Participatie 2025 expliciet maken dat de Handreiking mede betrekking heeft op de sub B aangewezen vergunning-aanvragen fysieke leefomgeving buiten de Omgevingswet. .

2. Vergunning-aanvragen fysieke leefomgeving binnen de Omgevingswet voor buitenplans afwijken Al in 2022 heeft uw Raad in het aanwijzingsbesluit in de zin van artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet bepaald dat op alle aanvragen voor buitenplans afwijken de aspirant aanvrager aan de omgeving voorafgaand aan de aanvraag participatie moet bieden. Echter, deze plicht ontbreekt ten onrechte in de Participatiehandreiking 2024, evenals de plicht tot indiening van het verslag van de participatie. Oplossing: A. In het Omgevingsplan de bepaling opnemen dat de aspirant aanvrager van een vergunning fysieke leefomgeving binnen de Omgevingswet voor buitenplans afwijken voorafgaand aan de indiening van de aanvraag de omgeving participatie moet bieden en dat het verslag van de geboden participatie in de zin van artikel 16.55 lid 6 van de Omgevingswet bij de vergunning-aanvraag moet worden gevoegd; B. De participatie-plichten sub A expliciet maken in de Handreiking Participatie 2025. NB de oplossingen 1-A en 2-A lijken hetzelfde maar zijn dat niet, ze sluiten aan op lid 6, respectievelijk lid 7 van artikel 16.55 van de Omgevingswet; oplossing 3-A onderstaand sluit weer aan op lid 6. https://wetten.overheid.nl/BWBR0037885/2024-01-01/0#Hoofdstuk16_Afdeling16.5_Paragraaf16.5.1_Artikel16.55

3. Vergunning-aanvragen fysieke leefomgeving binnen de Omgevingswet voor alle activiteiten / werkzaamheden anders dan in buitenplanse afwijking Artikel 16.55 lid 6 van de Omgevingswet omvat de plicht tot indiening van het verslag van de participatie die de aspirant aanvrager heeft geboden aan de omgeving. Dit lijkt voldoende, vooralsnog is er geen reden tot een verdere plicht. Oplossing: A. In het Omgevingsplan de bepaling opnemen dat de aspirant aanvrager van een vergunning fysieke leefomgeving binnen de Omgevingswet voor alle activiteiten / werkzaamheden anders dan in buitenplanse afwijking de omgeving in beginsel participatie moet bieden en dat in ieder geval het verslag van de geboden participatie in de zin van artikel 16.55 lid 6 van de Omgevingswet bij de vergunning-aanvraag moet worden gevoegd; B. De participatie-plicht sub A expliciet maken in de Handreiking Participatie 2025.

GEMEENTEBLAD

Nr. 48475 31 januari 2024

Officiële uitgave van de gemeente Amsterdam

Kennisgeving ontwerp Aanhef Burgemeester en wethouders van Amsterdam maken gelet op artikel 16.30 van de Omgevingswet en artikel 12 van de Bekendmakingswet bekend dat zij bij besluit van 5 december 2023 het Ontwerp Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling) hebben vrijgegeven voor terinzagelegging.

Ontwerp wijziging omgevingsplan Op 1 januari jongstleden is de Omgevingswet in werking getreden. Gemeenten moeten op grond van deze wet één integraal omgevingsplan voor het gehele grondgebied vaststellen. Wat is het Omgevingsplan? Het omgevingsplan is het gemeentelijk juridisch instrument waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. Het wordt het juridisch kader voor allerlei activiteiten die plaatsvinden in de fysieke leefomgeving. Het reguleert activiteiten om ongewenste gevolgen voor de fysieke leefomgeving te voorkomen. Het omgevingsplan wordt daarmee voor iedereen in Amsterdam relevant. Het omgevingsplan komt in de plaats van allerlei bestaande regelingen. Zo zal het omgevingsplan ruimtelijke regels bevatten over gebruik en bouwwerken. Bijvoorbeeld regels over waar wonen of detailhandel is toegestaan, en regels over waar gebouwd mag worden en hoe hoog. Daarmee komt het omgevingsplan in de plaats van bestemmingsplannen. Maar ook regels uit een aantal gemeentelijke verordeningen worden in het omgevingsplan opgenomen. Bijvoorbeeld regels over gemeentelijke monumenten. Daarnaast zal het omgevingsplan regels bevatten die op rijksniveau zijn vervallen.

Gedacht kan worden aan de bouwvergunningplicht, zoals die gold op grond van de toenmalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, en aan regels over milieubelastende activiteiten, zoals die werden gereguleerd door het toenmalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Het omgevingsplan zal niet in een keer al die bestaande regelingen vervangen. Dat zal gebied voor gebied en onderwerp voor onderwerp gebeuren. Het in procedure gebracht Ontwerp Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling) is in dat proces een eerste stap. Context: de situatie vanaf het moment dat de Omgevingswet in werking is getreden Vanaf het moment dat de Omgevingswet in werking is getreden, hebben alle gemeenten direct al een omgevingsplan. Met overgangsrecht heeft het Rijk ervoor gezorgd dat dat zo is. Dat omgevingsplan wordt ook wel het ‘omgevingsplan van rechtswege’ genoemd. Het omgevingsplan is raadpleegbaar via de landelijke viewer ‘Regels op de kaart’: https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/. Het omgevingsplan van rechtswege is in juridisch opzicht één omgevingsplan, maar het bestaat uit verschillende losse onderdelen. Het bestaat allereerst uit alle bestaande bestemmingsplannen, uitwerkingsplannen, wijzigingsplannen, exploitatieplannen en vergelijkbare ruimtelijke besluiten die nog op grond van de toenmalige Wet ruimtelijke ordening zijn vastgesteld.

Deze plannen zijn in naam onderdeel geworden van het omgevingsplan, maar zijn inhoudelijk niet gewijzigd. Ze zijn ook nog niet technisch geïntegreerd in het omgevingsplan, maar als ‘los’ onderdeel van het omgevingsplan digitaal raadpleegbaar via de viewer ‘Regels op de kaart’ (voorlopig zijn ze ook nog vindbaar op www.ruimtelijkeplannen.nl). Het omgevingsplan van rechtswege bestaat verder uit regels die per 1 januari 2024 op rijksniveau zijn vervallen. Deze regels zijn opgenomen in hoofdstuk 22 van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam. Dit wordt ook wel aangeduid als de ‘bruidsschat’. Het betreft onder meer regels over bouwwerken die voorheen in de toenmalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het toenmalige Besluit omgevingsrecht waren opgenomen, zoals de vergunningplicht voor bouwwerken en een regeling voor vergunningvrije bouwwerken. Ook zijn in dit hoofdstuk 22 regels opgenomen over milieubelastende activiteiten, ter vervanging van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Deze voormalige rijksregels zijn technisch al wel in het Omgevingsplan gemeente Amsterdam opgenomen. Ook dit deel van het omgevingsplan van rechtswege is digitaal raadpleegbaar via de viewer ‘Regels op de kaart’. Het heeft als titel: Omgevingsplan gemeente Amsterdam, en identificatienummer: /akn/nl/act/gm0363/2020/omgevingsplan.

1

Gemeenteblad 2024 nr. 48475

31 januari 2024

Tot slot zijn ook de Hemelwaterverordening Amsterdam en een deel van de Erfgoedverordening Amsterdam onderdeel geworden van het omgevingsplan van rechtswege. Deze regelingen zijn niet vindbaar via de viewer 'Regels op de kaart', maar op https://lokaleregelgeving.overheid.nl/zoeken. Het omgevingsplan van rechtswege bestaat dus uit allemaal losse onderdelen die moeten worden geïntegreerd in één regeling. Daarbij moeten veel van de regels worden vervangen door nieuwe regels. Dat is omdat ze veelal niet voldoen aan de nieuwe wetgeving. De losse onderdelen van het omgevingsplan van rechtswege gezamenlijk worden daarom ook wel aangeduid als tijdelijk (deel) omgevingsplan. Ze moeten worden vervangen. Dat vervangen gebeurt niet in één keer, maar gebied voor gebied, en onderwerp voor onderwerp. Dat gebeurt telkens met afzonderlijke wijzigingsbesluiten. Zo ontstaat het daadwerkelijke omgevingsplan. Gemeenten hebben daarvoor de tijd tot in elk geval 2032. Het nemen van het Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling) is een eerste stap in dat proces. Inhoud van het wijzigingsbesluit Met het voorgenomen Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling) wordt een basisregeling voor het omgevingsplan vastgelegd, van waaruit het omgevingsplan verder wordt opgebouwd.

Met het wijzigingsbesluit wordt voorzien in het vervangen van veel van de rijksregels (bruidsschat) die in het omgevingsplan van rechtswege zijn komen te staan. In paragraaf 11.22 van de algemene toelichting van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam wordt nader ingegaan op de wijze waarop dit gebeurt. Het wijzigingsbesluit voorziet ook in het vervangen van enkele gemeentelijke verordeningen. Het gaat allereerst om inpassing van de Hemelwaterverordening Amsterdam. Daarbij wordt met het Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling) voorzien in het intrekken van die verordening. Ook voorziet de basisregeling in regels ter bescherming van cultuurhistorische waarden. Deze regels komen deels in de plaats van (delen van) de Erfgoedverordening Amsterdam. Intrekking van de Erfgoedverordening is op een later moment voorzien. Pas na intrekking worden de vervangende regels in het omgevingsplan van toepassing. Verder wordt met het wijzigingsbesluit voorzien in veel regels waarmee op een later moment onder oud recht vastgestelde bestemmingsplannen kunnen worden vervangen. Het gaat om ruimtelijke regels over met name gebruik, bouwwerken en aanlegactiviteiten. Deze regels worden als het ware klaargezet in het omgevingsplan, maar ze vervangen de onder oud recht vastgestelde bestemmingsplannen nog niet.

Pas wanneer later ergens een onder oud recht vastgesteld bestemmingsplan wordt vervangen, gaan deze regels bepalen waar een gebouw mag komen en welk gebruik is toegestaan. Totdat het onder oud recht vastgestelde bestemmingsplan is vervangen, wordt dat bepaald door de daarin opgenomen regels. Het vervangen van een onder oud recht vastgesteld bestemmingsplan zal te zijner tijd ook weer met een wijzigingsbesluit gebeuren. En ook daarvoor zal een wijzigingsprocedure worden doorlopen. Een en ander betekent dat niet alle regels van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam overal gaan gelden. Een groot deel van de regels (waar later bestemmingsplannen mee moeten worden vervangen) gaat zelfs nog nergens gelden. Via de viewer ‘Regels op de kaart’ is te zien welke regels na inwerkingtreding van dit eerste wijzigingsbesluit waar gaan gelden. De toelichting bij het Ontwerp Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling) en de algemene toelichting bij het Omgevingsplan gemeente Amsterdam bevatten een meer uitgebreide toelichting op de opzet, inhoud en wijze van opbouw van het omgevingsplan. • Hoofdstuk 1 tot en met 5 van de algemene toelichting geven de nodige achtergrond bij de Omgevingswet en het nieuwe instrumentarium.

• Hoofdstuk 6 van de algemene toelichting beschrijft de wijze waarop de transitie vanuit het omgevingsplan van rechtswege naar daadwerkelijk één integraal omgevingsplan is voorzien. • In hoofdstuk 7 van de algemene toelichting wordt ingegaan op het locatiegerichte karakter van veel regels, en op de wijze hoe dit wordt vormgegeven. • In hoofdstuk 8 van de algemene toelichting wordt kort stilgestaan bij de digitale raadpleegbaarheid van het omgevingsplan. • Hoofdstuk 9 tot en met 11 van de algemene toelichting bevat een inhoudelijke motivering van de regeling. In hoofdstuk 9 is aangegeven op welke wijze aan de instructieregels van het Rijk en de Provincie uitvoering wordt gegeven. In hoofdstuk 10 wordt op een aantal inhoudelijke thema's ingegaan. In hoofdstuk 11 wordt een nadere toelichting per hoofdstuk van de regeling gegeven.

Beoogde opzet en inhoud omgevingsplan

2

Gemeenteblad 2024 nr. 48475

31 januari 2024

Met het wijzigingsbesluit wordt een structuur met inhoud voor het Omgevingsplan Amsterdam neergezet. Nadat het wijzigingsbesluit is genomen, bevat het omgevingsplan de volgende hoofdstukken: • Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen • Hoofdstuk 2 Gebruiksdoel van gronden en bouwwerken, regels over gebruiksactiviteiten • Hoofdstuk 3 Overige regels over het gebruik van gronden en bouwwerken • Hoofdstuk 4 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken • Hoofdstuk 5 Ruimtelijke regels over bouwwerken • Hoofdstuk 6 Aanlegactiviteiten (het uitvoeren van een werk, geen bouwwerken zijnde, of van een werkzaamheid) • Hoofdstuk 7 Het aanleggen of wijzigen van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg, of het wijzigen van gebruik van een lokale spoorweg (geluidsbeoordeling) • Hoofdstuk 8 Kostenverhaal • Hoofdstuk 9 Milieubelastende activiteiten • Hoofdstuk 10 Monumenten en activiteiten met betrekking tot monumenten • Hoofdstuk 11 tot en met 20 zijn gereserveerd • Hoofdstuk 21 Overige vanwege instructieregels aangewezen locaties • Hoofdstuk 22 Activiteiten ['bruidsschat' van het Rijk] • Hoofdstuk 23 Algemeen overgangsrecht • Hoofdstuk 24 Slotbepalingen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14509264/1