Bijlage 6 Bijlage 1 bij de NvB zienswijzen geanonimiseerde zienswijzen.pdf
Tekst van het document
TULPSTRAIIT 20
BRAKENHOFF
3071 VS ROTTERDAM WWW.BKHF.AL
TEL 010-8439642 EMAIL INFOBBKHENL KVK 53091671
AdvocatuurarConflictmanagement
AANGETEKEND EN PER GEWONE POST
1 1 PIAA;i1'92024
De gemeenteraad van Amsterdam P/a directeur Ruimte en Duurzaamheid T.a.v. Postbus 2758 1000 CT AMSTERDAM
Datum: Ref.: Uw kenmerk: Betreft:
OntVancen
8 maart 2024 24003.01-09 Zienswijzen tegen het Ontwerp Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente
Amsterdam (Basisregeling)
Geachte raad, Namens cliente, de stichting , gevestigd te ( Amsterdam aan het (hierna: `SOSA'), te dezer zake woonplaats kiezende op mijn kantooradres ), dien ik hierbij zienswijzen in tegen het Ontwerp Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling) (hierna: 'Ontwerpplan'). Het Ontwerpplan is door u ter inzage gelegd met ingang van 1 februari 2024 (zie Gemeenteblad d.d. 31 januari 2024, nr. 48475). Inleiding op de zienswijzen
Aan SOSA is op 16 oktober 2023 een omgevingsvergunning milieu verleend. Onder de nieuwe Omgevingswet zijn de milieuactiviteiten van SOSA niet !anger vergunningplichtig (zie hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, 'Ban. Ingevolge art. 4.13, lid 3 van de Invoeringswet Omgevingswet ('InvW') gelden de voorschriften van de omgevingsvergunning, vanaf het moment dat deze onherroepelijk is, als zg. maatwerkvoorschriften, `voor zover het voorschrift gaat over een onderwerp waarvoor het bevoegd gezag maatwerkvoorschriften kan stellen als bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, van de Omgevingswet'. Deze voorschriften prevaleren dan ook aan de regels uit het Ontwerpplan. SOSA hecht er evenwel aan zienswijzen in te dienen tegen het Ontwerpplan en, bij wijze van zienswijze, om toelichting te vragen omtrent aspecten van het Ontwerpplan.
1
Zienswijzen SOSA dient hierbij de volgende zienswijzen in tegen het Ontwerpplan:
1.
Maatwerkvoorschriften
Inleiding In art. 9.5 van het Ontwerpplan staat dat een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over hoofdstuk 9 (lid 1). In lid 2 staat dat met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van dit hoofdstuk (9), met uitzondering van artikel 9.3, 9.4 en 9.12. In art. 9.52, lid 1 wordt bepaald wat de bevoegdheid ex art. 9.5 'in ieder geval' inhoudt, nl. dat andere waarden dan die uit hoofde van de artt. 9.42 t/m 9.51 kunnen worden vastgesteld. In lid 2 wordt bepaald dat in afwijking van art. 9.25 kan worden bepaald dat de waarden uit hoofde van de artt. 9.42 t/m 9.51 niet van toepassing zijn. In art. 9.54 wordt bepaald dat bij maatwerkvoorschrift gedurende twee dagen kan worden afgeweken van de artt. 9.42 t/m 9.51 in geval van 'incidentele festiviteiten en andere evenementen binnen een horecabedrijf' (lid 1). In art. 9.55 wordt bepaald dat met een maatwerkvoorschrift van de waarden als bedoeld in artt. 9.42 t/m 9.51 kan worden afgeweken voor ten hoogste twaalf dagen of delen van dagen per kalenderjaar ten behoeve van incidentele festiviteiten of andere evenementen binnen een sport- of recreatiebedrijf.
Zienswijzen Met betrekking tot deze bepalingen heeft SOSA de volgende zienswijzen c.q. vragen: In hoeverre vormen de artt. 9.52, 9.54 en 9.55 een afwijking, aanvulling en/of beperking op de maatwerkbevoegdheid van art. 9.5, leden 1 en 2? In hoeverre vormt art. 9.52, lid 2 een afwijking, aanvulling en/of beperking op de maatwerkbevoegdheid van art. 9.52, lid 2? Wat is het verschil tussen kunnen afwijken van artt. 9.42 t/m 9.51 en het niet van toepassing zijn van die artikelen? Wat wordt verstaan onder de begrippen 'festiviteit, 'evenement, 'horecabedrijf' en 'sportbedrijf'? SOSA zou meer in het bijzonder willen weten of haar activiteiten gelden als activiteiten van een sportbedrijf. In de toelichting op art. 9.10, lid 1 onder e staat: "Uit onderdeel 3 volgt dat evenementen als bedoeld in artikel 9.53, 9.54 en 9.55 ook niet worden uitgezonderd. Dat zijn evenementen die bij een horecabedrijf of sportvereniging kunnen worden gehouden. Dergelijke bedrijven vallen onder deze afdeling, inclusief de incidentele festiviteiten." Hier wordt met betrekking tot het begrip `sportbedrijf' (dat immers in art. 9.55 wordt genoemd) gesproken over 'sportvereniging'. Daaruit zou kunnen worden afgeleid dat het begrip 'sportbedrijf' beperkt is tot sportverenigingen. Nog daargelaten dat SOSA een stichting is, lijkt het begrip `sportvereniging' slecht toepasbaar op SOSA.
Bij een sportvereniging wordt eerder gedacht aan kleinschaliger activiteiten. SOSA zou dit graag verhelderd zien. Verder staat in art. 9.56 dat de artt. 9.53 t/m 9.55 buiten toepassing blijven zolang art, 5.6 van de Algemene Plaatselijke Verordening nog niet is komen to vervallen. Daarbij gaat het kennelijk op zg. 2
APV-evenementen. Art. 5.6 van de APV verwijst naar regels uit het vervallen Activiteitenbesluit. Daarmee is echter nog niet het artikel uit de APV vervallen. Dit creeert onduidelijkheid omtrent de toepasselijke regels. 2.
Evenementen
Inleiding Art. 9.10 van het Ontwerpplan bepaalt dat de milieuregels van afd. 9.2 van toepassing zijn op milieubelastende activiteiten ('mba's') met uitzondering van o.a.: "c. een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht; e. een evenement: 1. waarover geluidregels zijn gesteld bij of krachtens de Algemene Plaatselijke Verordening; 2. dat ergens anders plaatsvindt dan op een locatie voor evenementen; of 3. dat geen festiviteit of ander evenement is als bedoeld in artikel 9.53, 9.54 of 9.55;" Zienswijzen Met betrekking tot deze bepaling heeft SOSA de volgende zienswijzen c.q. vragen: Wat wordt bedoeld met een 'locatie voor evenementen'? In het bestemmingsplan 'Olympisch Stadion e.o' uit 2014 (thans onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan) heeft het stadion en directe omliggende percelen (het omliggende buitenterrein) de aanduiding 'evenemententerrein'. Voor het buitenterrein zijn ook zg. locatieprofielen vastgesteld. Betekent dit dat met betrekking tot het buitenterrein sprake is van een 'locatie voor evenementen' in de zin van art. 9.10? SOSA ziet dit graag verduidelijkt. Indien het buitenterrein van het Olympisch Stadion heeft te gelden als een 'locatie voor evenementen, welke regels zijn daar dan op van toepassing? Kennelijk valt het terrein dan onder de regeling van afd. 9.2 van het Ontwerpplan.
Daarin lijken echter geen specifieke geluidsnormen voor evenementen te staan. SOSA vraagt zich in dit verband ook of of er geluidsregels zijn vastgesteld bij of krachtens de APV (i.z.v. art. 9.10, onder e, sub 1). SOSA vindt de regeling onduidelijk en de tijdelijke verwijzingen naar andere regelingen die op hun beurt weer verwijzen naar reeds vervallen besluiten ondoorzichtig en onnodig complex. 3.
Best Beschikbare Technieken (BBT)
Inleiding Art. 9.4 betreft een zg. specifieke zorgplicht. Deze zorgplicht geldt kennelijk doorlopend (zolang de mba wordt verricht). Art. 9.12 betreft een uitwerking van deze zorgplicht. Lid 1 van dat artikel bepaalt: "De plicht, bedoeld in artikel 9.4 houdt met betrekking tot activiteiten als bedoeld in artikel 9.10 in ieder geval in dat: c. de beste beschikbare technieken worden toegepast (...)"
3
Zienswijze SOSA leidt uit deze artikelen of dat de BBT derhalve ook doorlopend dienen te worden toegepast. Dat zou impliceren dat herzieningen van de BBT-documenten direct en automatisch van toepassing zijn op mba's, en wel zonder dat ter zake voorafgaand eerst een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit wordt genomen over die toepassing. Dat was tot nog toe niet de praktijk: BBT's werden van toepassing verklaard in omgevingsvergunningen ex art. 2.14 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ('Wabo'). De verlening van die vergunning was het toets- en toepassingsmoment. Inrichtingen dienden zich te houden aan de in de vergunning beschreven BBT's. Indien deze BBT's niet meer voldeden, diende het bevoegd gezag bij afzonderlijk besluit te besluiten omtrent de toepassing van herziene BBT's (zie artt. 2.30 en 2.31 van de vml. Wabo). Daartegen stond dan altijd de mogelijkheid open om bezwaar en beroep in te stellen tegen een wijzigingsbesluit. Die mogelijkheid wordt in art. 5.12 van het Omgevingsplan ten onrechte aan bedrijven onthouden. BBT-herzieningen worden kennelijk automatisch van toepassing. SOSA meent dat dat in strijd is met, bijvoorbeeld, art. 6 van het EVRM. Zij dient wijzigingen van haar rechten en plichten te kunnen voorleggen aan een rechterlijke instantiel. Conclusie Wij vernemen graag uw nadere toelichting op voornoemde zienswijzen en aanpassing c.q.
herziening van het Ontwerpplan zoals gevraagd.
dvocaat I conflictcounselor
1 Het vml. Activiteitenbesluit kende ook geen bepaling op grond waarvan BBT-herzieningen direct en automatisch van
toepassing waren op type A en -B-inrichtingen. 4
X Gemeente
Arylore,rdn,,,,
'
pp BRIEF AANGETEKEND NL NL Frankering betaald €9.8 113216
25 gr.
II
II
3SRPKS150405763
PostNL 08-03-2024 11:20
11 11 11
1000CT 2758
11 MAARI 2024
NL
11
97
44
1 2 MAAR 2024 Ontvangen Amsterdam, 10 maart 2024 Gemeenteraad van Amsterdam, d.t.v. B&W T.a.v. Directeur Ruimte en Duurzaamheid Postbus 2758 1000 CT Amsterdam Betreft: Zienswijze Basisregeling Omgevingsplan L.S., Hierbij presenteer ik een zienswijze met betrekking tot het Ontwerp Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling), dat B&W voor inspraak ter inzage heeft gelegd. Het voorstel is ontoegankelijk, incompleet en onoverzichtelijk, maar dnarover nu geen suggesties. Als ik het goed zie, is de voorliggende Ontwerp Basisregeling nog (lang) niet compleet. Het spreekt vanzelf dat u bij nog volgende toevoegingen van vergunningplichtige onderwerpen (groen, terrassen evenementen, woningonttrekking, etc.) analoge voorschriften als hierna voorgesteld toevoegt. Voorzover nu duidelijk ontbreekt in de systematiek van de beoordelingsregels m.b.t. aanvragen in het Omgevingsplan een onderscheid tussen twee toetsmomenten: - de volledigheid en ontvankelijkheid van de aanvraag nog voordat deze in behandeling wordt genomen. Deze beoordeling ontbreekt nog in de Basisregeling. - de aanvaardbaarheid of weigering van de in de aanvraag besloten activiteit/ingreep in de leefomgeving. Daarvoor biedt de Basisregeling al wel de nodige voorschriften.
Het eerste toetsmoment is sowieso nodig om te voorkomen dat bij een onvolledige of onbruikbare aanvraag de beslistennijn (doorgaans 8 weken) niet gehaald kan worden als eerst nog aanpassingen nodig zijn. Het toevoegen van deze toetsing is ook wenselijk om te bepalen of er wel sprake is van het belang-vereiste uit de Algemene Wet Bestuursrecht en evidente privaatrechtelijke of publiekrechtelijke belemmeringen. Het kan ook gelegenheid openen voor feedback en eventuele verbetering van de participatie zoals die uit het versiag bij de aanvraag blijkt te zijn uitgevoerd. Daarom verzoek ik u om in het voorstel van B&W voor Wijziging van het Omgevingsplan aparte beoordeling op de ontvankelijkheid van de aanvraag toe te voegen. Bij de aanvraagvereisten mis ik de verplichting uit artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet en uit artikel 7.4. van de Omgevingsregeling (ministeriele regeling op basis van artikel 16.55 lid 2) om bij de aanvraag-documenten een versiag van de (al dan niet) ondemomen participatie te voegen. Ik verzoeken u om in de aanvraagvereisten het participatieverslag toe te voegen.
Artikel 16.55 lid 4 biedt straks gelegenheid om, al dan niet vrijblijvend, een formulier te ontwerpen en beschikbaar te stellen aan initiatiefnemers, waarin de gemeente kan laten doorschemeren wat behoorlijke informatie en overleg meebrengt tussen initiatiefnemers en de betrokken personen en partijen die effecten van hun plannen op de leefomgeving gaan ondervinden. Een voorstel voor een dergelijk formulier treft u in de bijlage.
Dit lijkt de maximale bemoeienis met participatie die de genoemde Omgevingsregeling toestaat. Ik betreur dit sterk en achten het in strijd met de beloften van de overheid, vooral ook rond de totstandkoming van de Omgevingswet, om burgers en omwonenden meer serieus te nemen bij de voorbereiding van plannen, voorafgaand aan aanvragen. Juist in Amsterdam leeft de belofte van dialoog en co-creatie de laatste jaren sterk en er wordt nu serieus aan gewerkt. Het is tegenstrijdig dat juist bij de effecter op de leefomgeving de handen van de sturende gemeente door de rijksoverheid worden gebonden door juist elke nadere regeling van de lokaal wenselijk geachte participatie te verbieden. Weer hebben de bewoners en andere betrokkenen het nakijken ten opzichte van de aanvragers, voor wie in het vergunningensysteem 'de rode loper' wordt uitgerold (zie ons raadsadres d.d. 7 januari jl, bij agendapunt 9, Raadscommissie RO 7-2-2024) De rest van deze zienswijze zal worden gewijd aan dit onderwerp. Participatie bij veranderingen in de fysieke leefomgeving Bewoners hebben onvoldoende invloed hebben op veranderingen in de fysieke leefomgeving. Bewoners-participatie is dan ook kernpunt in het Beleidskader Participatie uit 2021, de Participatiehandreiking 2024 en de concept-Participatieverordening, die uw raad binnenkort zal gaan vaststellen, hopelijk nog sterk verbeterd na de inspraak.
In de Participatiehandreiking 2024 wordt hetgeen van initiatiefnemers wordt verwacht gekoppeld aan de aard en ingrijpendheid van de impact van plannen op de leefomgeving. Nog niet is vermeld dat bij buitenplanse activiteiten participatie zelfs verplicht is. Zoals het nu is, zijn er nog belangrijke lacunes voor het realiseren van de met de Participatiehandreiking voor bewoners en andere betrokkenen beoogde situatie. Ik verzoek u die lacunes op de hierna aangegeven wijze op te vullen. Die lacunes betreffen: - de communicatie in de pre-fase voordat een initiatief met impact op de leefomgeving wordt gestart, - de begeleiding en concretisering van de gewenste participatie tijdens de voorbereiding van en verslaglegging daarvan in de aanvraag (zie het in de bijlage voorgestelde formulier voor dat verslag). - bij de toetsing van de aanvraag mag het bevoegd gezag alleen bij de buitenplanse afwijkingen verplichtingen opleggen; bij de binnenplanse afwijkingen wel informeel feedback geven. Zo kan de passage in de Nota VTH beleid in de fysieke leefomgeving op blz. 48 ook worden uitgelegd. In de hierna volgende paragraaf wordt deze gelegenheid aangegrepen om de rol van de gemeente bij het bevorderen van participatie verder uit te werken.
Uitwerking, gemeentelijke rol bij verbetering participatie in de leefomgeving De aanwijzingen in de Participatiehandreiking 2024 moeten op een niet dwingende wijze hun werk doen. Daarbij kan de gemeente nog wel een aantal stappen zetten. De opzet van de Participatiehandreiking is gericht op differentiatie van hetgeen van aanvragers verlangd mag worden naargelang de zwaarte van het plan en de gevolgen op de leefomgeving. Een minimumvereiste gaat echt niet verder dan hetgeen van goed nabuurschap in het maatschappelijk verkeer verlangd mag worden. Deze voorbereidingshandelingen worden door de meeste initiatiefnemers ook al uit eigen beweging ter hand genomen, maar het gaat om kwaadwillende of lakse initiatiefnemers die juist ook het meeste kwaad in de leefomgeving plegen aan te richten. De participatie die de vergunning-aanvrager geacht wordt aan te bieden brengt een aantal nieuwe taken voor de gemeente mee, voorzover zij zich tot voor kort niet met het voortraject inliet (hieronder in rood aangeduid).
In het vergunning-proces onderscheiden we drie lasen: A. Voordat een initiatief van start gaat en de participatie begirt: Initiatiefnemers moeten op de hoogte gesteld worden over hetgeen van hen wordt verwacht voordat ze een aanvraag kunnen indienen. Voor iedereen moet duidelijk en in eenvoudige taal een stappenplan met voorbeelden beschikbaar zijn. Ook natuurlijk wat minimum eisen zijn waaraan straks wordt getoetst. Een itelpdesli wordt ingericht, is al rudimentair beschikbaar (door tussenkomst van de gebiedsmakelaars?). Belangrijk is dat de suggesties en eisen goed te vinden zijn. Momenteel treffen we op amsterdam.n1 alleen relevante informatie aan onder de rubriek `Woven en leefomgeving'. Dat is veel te beperkt qua handreiking (hoe voer je overleg) en qua reikwijdte (niet alleen bij verbouwing, ook bij andere vergunningen). Het ligt voor de hand om voor abonnees van Terichten over de buurt' ook attendering van voorgenomen aanvragen zichtbaar te maken. Initiatiefnemers zouden hiertoe via de gemeente een melding moeten kunnen plaatsen. B. Op weg naar de aanvraag, het feitelijke participatieproces. De gemeente biedt vervolgens initiatiefnemers inspiratie aan voor het inrichten van een passend participatieproces, allemaal nog voordat er sprake kan zijn van een aanvraag.
De Participatiehandreiking heeft die functie al ten dele, is alleen voor niet-ingewijden niet makkelijk te vinden. De gemeente publiceert 't voorbeeldformulier voor een aanvraag, waaruit blijkt (of en) hoe de participatie is aangepakt en verlopen. Ook kan desgevraagd worden verwezen naar handzame Iiteratuur. In de tenninologie van de Concept-Participatieverordening mild de communicatie op het niveau van `reageren' (meer gangbaar is de term consulteren). Dan wel met zinvolle interactie over gebleken meningsverschillen. Alleen `informeren' is geen participatie en `coproduceren' of `meebeslissen' passen meestal niet in de eigendomsverhoudingen bij deze aanvragen. Daarom zal de gemeente uitkomen op de trede `consulteren' in de bekende Participatieladder. C. Toetsingsfase. De gemeente toast of de aanvraag op het vlak van participatie aan minimum-eisen voldoet. Bij de weinige buitenplanse activiteiten dwingend, bij andere past hierover feedback naar de aanvrager nog voordat de aanvraag in behandeling wordt genomen. Waarop letten?, wat zijn toetsingscriteria? 1. Onvoldoende betrokkenen zijn geinformeerd of ui genodigd. Betrokkenen zijn niet beperkt tot degenen die binnen zoveel meter van het object wonen. Afhankelijk van de impact van het project, kunnen bijvoorbeeld mensen die last krijgen van geluid of trillingen of van verkeersdrukte ertoe gerekend worden.
Als het initiatief invloed heeft op erfgoed of groen, zijn ook lokale belangenverenigingen die deze belangen behartigen betrokkenen. De wijze van informeren en uitnodigen is vrij, mits doeltreffend. De gemeente is behulpzaam met adressen of persoonlijke contacten en met `Berichten over de buurt' 2. Betrokkenen hadden niet (tijdig) toegang tot alle relevante informatie. In principe zijn alle onderdelen van het plan die een ruimtelijke impact hebben relevant, en initiatiefnemers moeten daarom tekeningen en motivaties behorende bij het plan beschikbaar stellen tijdens de participatie. Er zijn wel uitzonderingen, zaken die niet openbaar gemaakt hoeven te worden, bijvoorbeeld als ze de concurrentiepositie van initiatiefnemer kunnen schaden en zaken die nog niet bekend zijn. 3. Betrokkenen konden hun meting met (volledig) naar voren brengen. Dit is bijvoorbeeld het geval als de termijn die de initiatiefnemer heeft geboden om te reageren te kort was, weer afhankelijk van de complexiteit en de impact van het initiatief. Soms is reageren in verschillende fasen van de
planvorming nodig. De tijdsfactor is niet het enige hier. Met respect behandelen van alle betrokkenen is nodig voor procedurele rechtvaardigheid van het proces en om ieders inbreng naar voren te krijgen. Praktische zaken betreffen de wijze van reageren en van de verslaglegging (belangrijk als ook mondelinge en telefonische reacties worden toegelaten). Vraag ook steeds om toestemming om NAWgegevens te mogen vermelden in het verslag. 4. De initiatiefnemer heeft niet of onvoldoende gereageerd op inbreng van betrokkenen. Wanner de initiatiefnemer een idee afwijst of een belang minder zwaar laat wegen dan een ander belang, moet de initiatiefnemer laten zien dat hij de reactie heeft begrepen en overwogen, maar dat er gegronde redenen zijn om de wens van de betrokkene niet over te nemen. Deze 'gegronde redenen' dienen ook in lijn te liggen met het algemeen belang, zoals dat uit het gemeentelijke beleid blijkt. 5. De initiatiefnemer motiveert onvoldoende of uitsluitend vanuit zijn eigen belang waarom de inbreng van betrokkenen niet (volledig) wordt overgenomen. Wensen van omwonenden die zouden leiden tot een financieel onhaalbare businesscase, mogen wel om die reden door de initiatiefnemer terzijde worden geschoven. Maar andere verbeteringen zijn serieuze overweging waardig. 6.
De initiatiefnemer informeert de gemeente met, onvolledig of incorrect over het doorlopen participatieproces. Alle bovengenoemde aspecten zijn bij voorkeur zodanig in het aanvraagformulier/ participatieverslag verwerkt dat de gemeente ze op basis daarvan kan beoordelen.
Met vriendelijke groet,
BIJLAGE voorbeeld-formulier Verslag van aangeboden overleg en/of participatie In to dienen als bijlage bij de vergunning-aanvraag naam vergunning-aanvrager datum van de aanvraag• aard van het plan in de aanvraag1.Aan wie en hoe is overleg en/of participatie aangeboden: 2.Welke informatie is verstrekt? Hoe is gecommuniceerd? 3. Wat waren de reacties:
datum van dit verslag-
TOELICHTING (ELDERS TE VERMELDEN): 1.1.1. Aankondiging/Uitnodiging: Aan wie/hoe is overleg en/of participatie aangeboden? 1.1 Waarom deze selectie van personen/instanties? 1.2. Hoe gecommuniceerd/uitgenodigd? 1.3. Wanneer is informatie hierover uitgegaan? 2.2.1. Informatie en interactie: Hoeveel tijd was beschikbaar voor bestudering en reactie? 2.2. Hoe kon nadere toelichting worden verkregen? 2.3. Welke opgevraagde informatie is niet verstrekt, redengeving? 2.4. Op welke wijze werd gecommuniceerd? 2.5. Was er gelegenheid tot het voeren van mondeling overleg? Meerdere ronden? 2.6. Welke voorwaarden waren daarbij geschapen voor een open gedachtewisseling? 2.7. Verslag(en) van het overleg svp meesturen. 3.3.1. Reacties:Tegengestelde belangen.... 3.2. Afwijkende meningen .... 3.3. Constructieve suggesties.... 3.4. Hoe is daarmee omgegaan: Overgenomen, gemodificeerd, afgewezen? 3.5. Motivering bij (gedeeltelijke) afwijzing, in Iijn met algemeen belang 3.6. Meningen van de participanten over het proces: 3.7. Wat was uw eigen ervaring met de participatie? 3.8 Evaluatie over de ondersteuning van de kant van de gemeente:
(75Th Duurz
be7org
y,"trta
lot ArIct. Vigil 2024 I 00NarSCrl
GaNA6eAkefaolaIsb6crovAii\AI c)-±v.
reci-e,W'Ruir\nt-e_ ex) Duu-e-zamhet8
Po.51_bvs 275 1000 CT Arn5-eroarY)
#4 Port of 4-# Amsterdam Gemeenteraad van de gemeente Amsterdam Directeur Ruimte en Duurzaamheid Postbus 2758 1000 CT Amsterdam PER GEWONE POST EN AANGETEKENDE POST
Datum: Ons kenmerk: Uw kenmerk: Onderwerp:
12 maart 2024 24/02175 n.v.t.
Havenbedrijf Amsterdam NV Postbus 19406 1000 GK Amsterdam Bezoekadres De Ruijterkade 7 1013 AA Amsterdam Telefoon: 020 - 523 45 00 info@portofamsterdam.com www.portofamsterdam.com KvK nr.: NL 57398879 IBAN: NL93 RABO 0385 2656 97 BIC: RABONL2U BTW nr.: NL 8525.63.528. B01
Behandeld door: Telefoon: E- mail:
@portofamsterdam.com
Zienswijzen over het Ontwerp Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling)
Geachte Raad, Naar aanleiding van de bekendmaking op 31 januari 2024 van het eerste Ontwerp Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling), maken wij onze zienswijze kenbaar over dit ontwerp. Allereerst willen wij u complimenteren met het hanteerbaar krijgen van deze omvangrijke regelombouw voor de gemeente Amsterdam. Wij hebben eerder een uitgebreide reactie aan het college gezonden op het voorontwerp van de basisregeling (d.d. 28 februari 2023) en voor de volledigheid bijgevoegd als bijlage. Wij constateren dat de strekking van het ontwerp, en daarmee de betekenis van de basisregeling, overwegend gelijkluidend is aan het voorontwerp. Daarom verwijzen wij voor onze algemene aandachts- en zorgpunten, met name over de toegankelijkheid en toepasbaarheid van de geldende en gewijzigde omgevingsplanregels voor bedrijf en burger naar die reactie. Het college is uitgebreid ingegaan op onze eerdere reactie in de Nota van Antwoord. Wij constateren dat op basis daarvan diverse onderdelen in regels en met name de toelichting zijn verhelderd en verbeterd. Daar zijn wij tevreden over. Wel signaleren wij dat veel inhoudelijke gebiedsregels die om verandering en afstemming vragen worden doorgeschoven naar de toekomstige wijzigingsprocedure omgevingsplan voor het 'vervangen van aldaar geldende bestemmingsplannen'.
De noodzaak van deze fasering is begrijpelijk, maar wij wijzen op de behoefte aan duidelijkheid en zekerheid over de (toekomstig) geldende regels in relatie tot ontwikkelingen in en rondom het havengebied. Zolang dit niet gebeurt bestaan oude en nieuwe wetgeving naast elkaar en zijn veel overgangsregelingen nodig. Dit creeert onduidelijkheid en remt ontwikkeling. Wij zien dit graag snel weggenomen worden en werken daarom samen met de gemeente onder andere aan het gebiedsgericht omgevingsprogramma. Dit programme zal mede de grondslag gaan vormen voor een gebiedsgewijze omgevingsplanwijziging voor het havengebied en de Havenverordening. Wij benadrukken dan ook het belang dit project gezamenlijk en voortvarend uit te voeren. Wij blijven in dat licht om expliciete aandacht vragen in de regels en de toelichting van het omgevingsplan en/of wijzigingsbesluit voor: a. De afstemming tussen de bedrijfscontinufteit in het havengebied en ontwikkelingen in omliggende (woon)gebieden. Bij gebiedsgewijze wijzigingen, waaronder gebiedsaanwijzingen voor veiligheid, geluid, geur etc., dient vanuit het vereiste van een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' rekening te worden gehouden met de gevolgen voor het gebruik binnen en buiten het betreffende wijzigingsgebied. b.
De afstemming van wijzigingen van het omgevingsplan met de Havenverordening, waar het gaat om toekomstige regeltoedeling, begrippen (zoals haven, oliehaven, overslag, ligplaats) e.d. De
+-4 Port of 4# Amsterdam
12 maart 2024 Kenmerk 24/02175 Pagina 2 van 3
Havenverordening behartigt het nautisch belang van het scheepvaartverkeer, en kent zijn eigen context en dynamiek. Aandacht daarvoor in de algemene toelichting, net als voor APV of Huisvestingsverordening, achten wij daarom nodig. c. Ons eerdere pleidooi om het stapelen van vergunningen en andere verplichtingen voor bedrijven in het omgevingsplan te vermijden, heeft ertoe geleid dat ons voorbeeld over een extra vergunningplicht rondom veiligheid is opgelost in het ontwerp. Wij verzoeken de gemeente in algemene zin alert te blijven op onnodige stapeling van regels en verplichtingen voor bedrijven bij het verder ontwikkelen van het omgevingsplan. d. Meer aandacht voor de geluidproductieplafonds als omgevingswaarden voor Westpoort op alle relevante plekken in de toelichting. In par 5.8 'Omgevingswaarden' ontbreekt dit aspect. Ons verzoek is daar ten minste een verwijzing naar par 9.2.5.2 op te nemen. Gelet op het belang van de nieuwe regeling met geluidproductieplafonds voor de industrie en de omgeving ervan, is ons verzoek om een doorkijk naar de opname ervan in het omgevingsplan en de afstemming daarover met de provincie Noord-Holland, die verantwoordelijk is voor -alleen- de eerste vaststelling van deze geluidproductieplafonds voor Westpoort. e.
Een aanpassing van artikel 9.85 'Voorkomen of beperken van geurhinder' mede naar aanleiding van onze eerdere reactie over het verlangen van een geuronderzoek, ook als een bedrijf aan de vereisten van zijn vergunning voldoet: Lid 2. De bevoegdheid om een maatwerkvoorschrift te stellen als bedoeld in artikel 9.5 houdt in ieder geval in dat het bevoegd gezag, indien het redelijk vermoeden bestaat dat er sprake is van geurhinder, in een maatwerkvoorschrift kan voorschrijven dat een rapport van een geuronderzoek wordt overgelegd. < > •
De gemeente geeft op pag. 24/25 van de Nota van Antwoord allereerst aan dat als een bedrijf aantoonbaar voldoet aan alle vergunningvoorschriften geuronderzoek niet gauw voor de hand ligt. 'Er zijn echter situaties denkbaar wanneer een verzoek zelfs in dat geval redelijk kan zijn. Bijvoorbeeld als de vergunning geen geurvoorschriften bevat en in de omgeving ineens veel geurklachten ontstaan'. Wij zouden graag in de toelichting toegevoegd zien dat in geval van oprukkende woningbouw, de verantwoordelijkheid daarvoor niet ligt bij het vergunde bedrijf. En dat dit een aandachtspunt is bij het veranderen van een omgevingsplandeel in de omgeving van het havengebied naar woongebied.
Lid 3. Bij het bepalen van een aanvaardbaar niveau van geurhinder kan, voor zover relevant, onder meer rekening worden gehouden met de volgende aspecten: a. de bestaande toetsingskaders, waaronder lokaal geurbeleid; b. < > •
f.
Wij constateren dat de beoordelingscriteria voor het bepalen van een aanvaardbaar niveau van geurhinder in art. 9.85 ten opzichte van het voorontwerp nog vager zijn geworden, met termen ?ran, voor zover relevant' en 'onder meer', terwijI 'rekening worden gehouden met' de enige juridisch betekenisvolle term is in deze bepaling. • Ons verzoek om een verwijzing naar 'lokaal geurbeleid' in de regel te schrappen zolang dat beleid er niet is, is terzijde gelegd, onder verwijzing naar geurbeleid van de provincie dat van toepassing is op provinciale bedrijven. Provinciaal beleid is echter geen lokaal beleid; zodra de provincie bevoegd is, bepaalt de provincie of onderzoek nodig is, de gemeente behoort daarin niet te treden via het omgevingsplan. Wij achten dit punt ook in algemene zin relevant, vanuit het oogpunt om juiste bevoegdheidsverhoudingen bij het omgevingsplan in acht te nemen. Wij verzoeken nogmaals artikel 9.85 en de toelichting op bovengenoemde punten aan te scherpen. Daarnaast worden wij graag vroegtijdig betrokken wanneer de gemeente voorbereidingen treft voor het opstellen van lokaal geurbeleid. Subparagraaf 9.3.2.8 'Lozingen bij opslaan en overslaan van goederen' waarbij wij enkele kleine aanvullingen hebben op de artikelgewijze toelichting bij overslag op water (art. 9.269): • naast genoemd par. 4.104 Bal bevat par.
4.107 Bal algemene rijksregels voor het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen (bij milieubelastende activiteiten volgens hst. 3 Bal); • voor de lozing op rijkswateren bij op- en overslag van goederen zijn (beperkt) regels opgenomen in onderdeel 6.2.7.3 van het Bal, en qeldt de specifieke zorqplicht van art 6.6 Bal.
+4 Port of 4 # Amsterdam
12 maart 2024 Kenmerk 24/02175 Pagina 3 van 3
Naar aanleiding van het voorgaande verzoeken wij u met inachtneming van onze zienswijze het ontwerp omgevingsplan gewijzigd vast te stellen. Ten slotte herhalen wij ons verzoek om vroegtijdig betrokken te worden bij de voorbereiding van nieuwe (ruimtelijke) regels voor zowel het havenindustriegebied als in de directe omgeving ervan. Met vriendelijke groet,
Hoofd ruimte, milieu en geoinfo
Bijlage: Reactie Havenbedrijf op voorontwerp Omgevingsplan Amsterdam, basisregeling, 28 februari 2023
4 Port of # Amsterdam
.t•
P.O. Box 19406, 1000 GK Amsterdam, The Netherlands
tb postnl
3ven bedrijf Amsterdam N.V. Ruijterkade 7 1013AA AMSTERDAM The Netherlands ,
R Aangetekend
D-A-1
Frankering betaald
GEMEENTERAAD VD GEM. AMSTERDAM 3SYHOD978457459 ecommande
Postbus 2758 1 000CT AMSTERDAM
JL
NI
N
3SYHOD97 457459
DocuSign Envelope ID: C7A6AD33-4075-4C05-A9D5-27E8F97EE763
+4 Port of 4 Amsterdam
‹f' 10.
3 NAM! 2021: C::"..' arcen
Het college van B en W Amsterdam T.a.v. p/a Directeur Ruimte & Duurzaamheid Postbus 2758 1000 CT AMSTERDAM
Uw kenmerk:
28 februari 2023 23/02136 n.v.t.
Onderwerp:
reactie Omgevingsplan Amsterdam, Basisregeling
Datum: Ons kenmerk:
Havenbedrijf Amsterdam NV Postbus 19406 1000 GK Amsterdam Bezoekadres De Ruijterkade 7 1013 AA Amsterdam Telefoon: 020 - 523 45 00 info@portofamsterdam.com www.portofamsterdam.com KvK nr.: NL 57398879 IBAN: NL93 RABO 0385 2656 97 BIC: RABONL2U BTW nr.: NL 8525.63.528. B01
Behandeld door: Telefoon: E-mail:
Geacht college van Burgemeester en Wethouders,
Wij hebben kennisgenomen van de participatieversie van de basisregeling voor het Omgevingsplan Amsterdam. Allereerste willen wij u complimenteren met het huzarenstuk dat is opgesteld. Het is indrukwekkend hoe de gemeente Amsterdam het omvangrijke en complexe regelkader van de Omgevingswet heeft gestructureerd en heeft vertaald naar de gemeentelijke situatie. Wij hebben in dit stadium met name bekeken in hoeverre de basisregeling bijdraagt aan de hoofddoelen van de Omgevingswet en het Amsterdamse Omgevingsplan: eenvoud en gebruiksgemak, uniformiteit en harmonisatie met ruimte voor lokaal maatwerk en snellere besluitvorming. Kijkend naar deze doelstellingen maken wij ons als Havenbedrijf Amsterdam wel zorgen over het omgevingsplantraject en hebben we diverse aandachtspunten en suggesties. Die willen we graag met u delen. Wij hebben onze punten onderverdeeld in 1) algemeen en procedurele, 2) juridisch-planologische en 3) ruimtelijke en milieukundige onderwerpen. Daarnaast kunnen wij indien gewenst een tabel nasturen met overige vragen of opmerkingen die te specifiek of detaillistisch van aard zijn om in deze brief op te nemen. 1. Algemeen en procedureel a. De gebruiker zou erop vooruit moeten gaan qua eenvoud en eenduidigheid van het stelsel.
Qua structuur is er bijvoorbeeld geen sprake van het duidelijk trechteren van hoofdzaken als een bestemming en bouwregels naar randzaken als uitzonderingen en mogelijkheden om of te wijken. Onze ervaring is dat de nieuwe regels in deze structuur lastig te begrijpen en doorgronden zijn. Wij vragen daarom aandacht voor de leesbaarheid en de bedoeling achter deze structurering van omgevingsplanregels. Ook zullen bedrijven in het havengebied in de eerste jaren na inwerkingtreding te maken hebben met oude en nieuwe regels naast elkaar. Hoe wordt ervoor gezorgd dat individuele bedrijven zelf de gevolgen van het nieuwe regelkader voor hun bedrijfsvoering kunnen nagaan? b. Wij verzoeken de gemeente na te denken over de toegankelijkheid van de omgevingsplandocumenten voor alle gebruikers. De huidige algennene toelichting is nogal omvangrijk; hieruit spreekt de regeltechnische zoektocht. In plaats daarvan zouden de gemeentelijke beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving waarvoor
DocuSign Envelope ID: C7A6AD33-4075-4C05-A9D5-27E8F97EE763
++ Port of 4 # Amsterdam
28 februari 2023 Kenmerk 23/02136 Pagina 2 van 5
de regels worden ingezet, centraler kunnen worden gesteld. Ook is in het licht van de overgangssituatie een vergelijking van oud en nieuw praktisch wenselijk. Transponeringstabellen kunnen hierbij wellicht behulpzaam zijn, zoals de tabel voor de omzetting van de bruidsschat naar de basisregels. Dit soort werkbestanden zouden dan opzichzelfstaand en actueel moeten zijn. Betreft dat laatste constateren wij dat de bruidsschat-tabel, alweer verouderd is t.o.v. de actuele versie van de bruidsschat. c. Wat betreft uniformiteit en harmonisatie benadrukken wij, dat het havengebied ook te maken heeft met andere gemeenten en hun omgevingsplannen. Het is voor bedrijven van belang dat zij niet geconfronteerd worden met telkens andere regelkaders. Uitgaande van de gemeentelijke autonomie in het vaststellen van het omgevingsplan, pleiten wij wel om deze of te stemmen met de omringende gemeenten. Het gaat dan met name om regels met betrekking tot bedrijven. Graag vernemen wij van de gemeente hoe zij invulling wilt geven aan deze afstemming. d. De stapsgewijze benadering met eerst de basisregeling en daaropvolgend gebiedsgewijze omzettingen in de konnende jaren is vanuit het oogpunt van beheersbaarheid begrijpelijk. Wij vragen bij deze benadering om aandacht voor de mogelijke gevolgen daarvan voor aangrenzende gebieden.
De integratie van de milieuregels in het omgevingsplan brengt een interactie tussen stedelijke gebieden en het havenindustriegebied. De wederzijdse gevolgen in met name de gebruiksmogelijkheden van het havenindustriegebied en de aangrenzende gebieden zullen vooraf goed doordacht moeten worden. e. We vragen aandacht voor de objectiveerbaarheid en handhaafbaarheid van de regels. Met name maatwerkregels, -voorschriften en zorgplichtbepalingen zijn bewerkelijk in de uitvoering. Het is van belang dat iedereen eenvoudig kan begrijpen welke regelsituatie voor hem of haar van toepassing is zodat de rechtszekerheid niet in het geding komt. Handhaving van de zorgplicht is inhoudelijk en procedureel niet eenvoudig. Wij vernemen graag hoe de gemeente de toepassing van dergelijke bepalingen gaat faciliteren. f. Ten slotte zien wij graag een duidelijke afbakening tussen het domein van het omgevingsplan (de fysieke leefomgeving) en het nautische belang (alles dat te maken heeft met de scheepvaart), dat overwegend is neergelegd in de Havenverordening. Deze verschillende regelkaders zullen in de toekomst naast elkaar blijven bestaan, en dat vraagt om afstemming. De Havenverordening neemt een andere positie in dan andere verordeningen, die geleidelijk opgaan in het omgevingsplan.
Wij zien dan ook graag dat de toelichting bij het omgevingsplan stilstaat bij de positie van, en de afstemming met de Havenverordening. 2. Juridisch-planologisch a. Het ontbreken van een kaart of viewer, maakt de beoordeling van het nieuwe regelstelsel nog abstract. Wij vernemen graag wanneer en op welke wijze de gemeente ons en andere gebruikers in de gelegenheid stelt tot de elektronische raadpleegbaarheid van het omgevingsplan. Wij verwachten op basis daarvan opnieuw een inhoudelijke reacties te kunnen leveren. b. We constateren dat er veel ruimte wordt gecreeerd voor het leveren van maatwerk. Enerzijds zien wij daarvan het voordeel in, bijvoorbeeld flexibiliteit. Anderzijds wordt de ruimtelijke ordening meer complex en zorgt het voor extra regeldruk. Het vergroot ook het risico dat de nadruk gelegd wordt op de uitzondering. Dat kan ten koste gaan van bijvoorbeeld eenduidigheid, rechtszekerheid en handhaving. c. Wij vragen aandacht bij de ombouw van regels voor het beperken van het stapelen van regels en verplichtingen voor bedrijven. Het gaat dan onder andere om het introduceren van nieuwe, aanvullende vergunningplichten. Is het bijvoorbeeld mogelijk om bij een aanwijzing van een risicogebied (waarvoor een inhoudelijke ruimtelijke afweging is gemaakt) een nieuwe/ aanvullende vergunningplicht voor risico-gevende
DocuSign Envelope ID: C7A6AD33-4075-4C05-A9D5-27E8F97EE763
+4 Port of 4 # Amsterdam
28 februari 2023 Kenmerk 23/02136 Pagina 3 van 5
bedrijven binnen dat specifieke gebied, boven op de regelgeving van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), achterwege te laten? d. Het regelkader bevat wat ons betreft nog geen duidelijk raamwerk voor het havenindustriegebied. Wij zien kansen om de basisregeling en de toelichting te verrijken met onderdelen die specifiek toezien op de primaire activiteiten die kenmerkend zijn voor het havenindustriegebied. Zo zien wij graag dat relevante begrippen nader uitgewerkt worden, zoals de functieaanduiding van havengebonden en havengerelateerde bedrijvigheid, circulaire en duurzame industrie, ondersteunende (neven-)functies en 'activiteitenbesluitbedrijventerrein'. Wij worden graag betrokken bij de detaillering hiervan en hebben alvast enkele suggesties bijgevoegd. e. Wij vragen bijzondere aandacht voor de milieucategorisering van bedrijvigheid. We constateren enerzijds dat van de huidige systematiek van Bedrijven en Milieuzonering (VNG) zal worden afgestapt, maar zien tegelijkertijd een vergelijkbare systematiek in de basisregeling (Lijst van Bedrijfsactiviteiten) terug. Dit wekt de indruk dat het om een tijdelijke oplossing gaat. Er dient wat ons betreft snel duidelijkheid te komen over het toekomstige systeem van het toelaten van bedrijven door middel van zonering en milieucategorisering in het omgevingsplan.
Zolang deze systematiek gehandhaafd blijft pleiten wij dan ook voor een geactualiseerde Lijst van Bedrijfsactiviteiten. g. Er worden nieuwe definities gehanteerd die van toepassing zullen zijn op het omgevingsplan. De wettelijke begrippen die gehanteerd worden in de Omgevingswet (ook in het Bal) worden een-op-een overgenomen. Wat ons betreft is deze lijst van begrippen nog niet volledig. Wij vragen daarom aandacht voor de definiering en de algemene toepasbaarheid van relevante begrippen. h. Op grond van de huidige Wabo/ Bor kennen we de buitenplanse afwijkmogelijkheid voor aangewezen kruimelgevallen. De lijst met kruimelgevallen op rijksniveau vervalt. Deze zit nu in de basisregeling als binnenplanse afwijkmogelijkheid. Aileen de afwijkmogelijkheid voor wijziging van gebruik is niet overgenomen. Kan de gemeente toelichten waarom hiervoor gekozen is? Hoe voorkomt de gemeente dat dit voornemen onbedoeld wat flexibiliteit wegneemt? i. Zoals u zelf al vaststelde is de basisregeling nog lang niet compleet en volledig. Om de introductie/ omzetting bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet goed navolgbaar to houden vragen we aandacht voor de volgende zaken: • Nog niet alle hoofdstukken zijn ingevuld. Het is wenselijk om daarbij in ieder geval de onderwerpreserveringen aan to geven.
• De verhouding tussen de basisregeling en het afwijken van een bestemmingsplan als onderdeel van het `tijdelijke omgevingsplan': hoe garandeert dit stelsel dat gewenste ontwikkelingen in het havengebied planologisch praktisch uitvoerbaar zijn? Hoe garandeert de gemeente een voortvarende vergunningverlening? • Het overgangsrecht is voor veel aparte planregels doorgevoerd. Dit komt echter de leesbaarheid, eenvoud en toepasbaarheid niet ten goede. Is hier een oplossing voor te bedenken? Bij artikel 23.1 van het overgangsrecht zien wij graag verduidelijkt dat met een wijziging ook een • ambtshalve wijziging wordt bedoeld.
3. Ruimtelijk en milieukundig Algemeen a. Door de hoge van mate van maatwerkmogelijkheden is het voor ons niet duidelijk in hoeverre de balans wijzigt tussen enerzijds ruimte voor milieubelastende activiteiten, en anderzijds ruimte voor milieugevoelige
DocuSign Envelope ID: C7A6AD33-4075-4C05-A9D5-27E8F97EE763
+4 Port of ## Amsterdam
28 februari 2023 Kenmerk 23/02136 Pagina 4 van 5
activiteiten. Het is voor ons van belang dat de bestaande balans in Amsterdam in stand gehouden wordt. Hoe zorgt de gemeente dat deze balans niet ten nadele van de activiteiten in het havengebied doorslaat? b. Het Bkl verlangt voor diverse milieuthema's allerlei gebiedsbegrenzingen, die samenhangen met het omgevingsplan, en waar bedrijven mee te maken kunnen krijgen. Wij noemen vanuit geluid de aandachtsgebieden en het geluidproductieplafond rond industrie; vanuit externe veiligheid aandachtsgebieden (rondom wegen, sporen, vaarwegen, bedrijven, buisleidingen), risicogebieden en voorschriftengebieden; vanuit geur de bebouwingscontouren geur en vanuit houtopstanden de bebouwingscontour houtkap. Wij worden graag vroegtijdig betrokken bij het begrenzen en op kaart zetten van deze gebieden op het moment dat dit voor ons van belang wordt. Geluid c. Wij missen in de toelichting van het omgevingsplan aandacht voor de ingrijpende veranderingen vanwege de komende omzetting van de huidige zonering industrielawaai met het Geluidverdeelplan naar het stelsel van geluidproductieplafonds als omgevingswaarden. Ook paragraaf 5.8 Omgevingswaarden noemt dit niet. Wij zijn benieuwd naar de planning van de gemeente en de provincie Noord-Holland met betrekking tot de eerste vaststelling van deze geluidproductieplafonds. d.
Ten aanzien van de extra beoordelingsregel Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden: Amsterdam kiest ervoor om de beoordeling van de geluidssituatie door te schuiven naar het moment van de omgevingsvergunning. Het Havenbedrijf leest hierin dat geluid pas in dat (relatief late) stadium geluid in detail onderzocht wordt. Wij benadrukken het belang om in een vroeg stadium van planvorming volwaardig onderzoek te doen naar de geluidssituatie en daarmee naar de uitvoerbaarheid van het plan, om bij de concrete vergunningverlening afwentelkwesties naar de geluidbron of gevoelig gebouw te voorkomen. e. Wij constateren dat de basisnormering voor piekgeluid in de basisregeling afwijkt van de basisnormering zoals opgenomen in de Bruidsschat. Hierdoor ontstaat mogelijk ruimte om geluidsgevoelige functies dichter op een industrieterrein te plaatsen. We kunnen uit de toelichting de afwijkende waarden niet goed herleiden. Onze vraag is om in de toelichting een duidelijke 'was-wordt' tabel op te nemen en aan te geven waarom de er voor afwijkende waarden gekozen wordt. Externe veiligheid f. Voor buisleidingen zien wij ruimte in de regels waarvan wij ons afvragen of dat zo bedoeld is: Bij veranderingen in het aandachtsgebied is altijd een omgevingsvergunning. nodig.
De toelichting • suggereert dat dit alleen geldt bij een ruimer aandachtsgebied, maar de formulering maakt dat dit ook zou gelden bij een kleiner aandachtsgebied. • In geval van een groter aandachtsgebied kunnen maatregelen aan bestaande gebouwen noodzakelijk zijn. Dit wijkt of van de systematiek van het Bkl en Bbl, waarin maatregelen alleen gelden voor nieuwbouw. g. In de artikelen 2.47/2.48 is uitgewerkt hoe omgegaan wordt met functiewijziging van niet kwetsbaar naar beperkt kwetsbare functies. Functiewijziging van niet kwetsbaar naar kwetsbaar of zeer kwetsbaar ontbreekt. Daarnaast wordt er ook het begrip 'functionele binding' gehanteerd. Dit begrip lijkt achterhaald te zijn. Het Bkl hanteert dit begrip niet meer, bijvoorbeeld in relatie tot een risicogebied, en spreekt van 'noodzakelijk voor...' h. De artikelsgewijze toelichting (p. 200, 201 en 202) suggereert dat bij de aanwijzing van een voorschriftengebied altijd bouwkundige maatregelen moeten worden getroffen. Dit lijkt ons niet correct: 1) de verplichting geldt uitdrukkelijk alleen voor nieuwbouw, en 2) er mogen ook andere, gelijkwaardige maatregelen worden getroffen. Wij verzoeken daarom deze tekst aan te passen.
DocuSign Envelope ID: C7A6AD33-4075-4C05-A9D5-27E8F97EE763
+4 Port of 4 # Amsterdam
28 februari 2023 Kenmerk 23/02136 Pagina 5 van 5
Geur i. Wij zien dat de basisregeling (artikel 10.56) een specifieke zorgplicht voor geur bevat, in aanvulling op de bruidsschat. Op grond hiervan kan het bevoegd gezag bij 'een redelijk vermoeden van ... geurhinder' een geuronderzoek verlangen. Deze directe verplichting voor bedrijven is nieuw, en kan zelfs worden opgelegd als een bedrijf aantoonbaar aan alle vereisten uit de vergunning voldoet. Dat lijkt ons niet de bedoeling. Er zou in ieder geval sprake moeten zijn van overgangsrecht. De beoordelingscriteria voor het bepalen van een aanvaardbaar niveau van geurhinder in lid 3, zijn vervolgens erg ruim geformuleerd: er kan onder meer rekening worden gehouden met de volgende aspecten. De lijst is ook niet uitputtend bedoeld volgens de toelichting. Dat biedt bedrijven weinig houvast. Opmerkelijk is bovendien het beoordelingsaspect onder a. lokaal geurbeleid'. Dat is er naar ons weten niet. Dit criterium hoort onzes inziens geen plek te hebben in de regels, zolang dat beleid er niet is. Lozingen k. Wat betreft lozingen bij overslag op water (subparagraaf 10.3.2.7) geven wij mee dat het toepassingsbereik van het omgevingsplan op dat vlak beperkt is. De regels voor lozingen buiten inrichtingen volgen de bevoegdheden in het waterspoor voor het waterkwaliteitsbeheer: voor Rijkwateren als de havenbekkens en het Noordzeekanaal is dat Rijkswaterstaat.
Voor lozingen bij overslag op Rijkswater gelden regels in het Bal (hoofdstuk 6). Wij verzoeken deze inkadering van het toepassingsbereik in de toelichting bij het artikel (10.187) op te nemen. Windturbines I. Wij vragen om aandacht voor de afstemming tussen windturbines en beperkt kwetsbare gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'plaatsgebonden risico 10-5 windturbine' (beoordelingsregels artikelen 2.49 en 4.57). Hierdoor dreigen enkele windturbineposities in het havengebied of te vallen. De Iandelijke normering kent hiervoor een uitzondering, namelijk als er sprake is van organisatorisch, functionele of technische binding. Dan mag de 10-5 contour wel over (beperkt) kwetsbare objecten komen. Wij verzoeken dit conform de landelijke lijn aan te passen. Ten slotte Zoals in het begin gesteld spreken wij onze waardering uit over het feit dat de gemeente al zo ver is met de implementatie van de Omgevingswet en het samenvoegen en omzetten van de bestaande ruimtelijke en milieuregelgeving. Graag treden wij in overleg over de nadere vormgeving van het omgevingsplan. Wij zijn vanzelfsprekend graag vroegtijdig betrokken bij de voorbereiding van de nieuwe regels voor het havenindustriegebied en de directe omgeving.
Met vriendelijke groet,
Algemeen Directeur
Hoofd Divisie Havenmeester
Port of Arnctardam venbedrijf Amsterdam N.V. Ruijterkade 7 1013AA AMSTERDAM The Netherlands
R Aangetekend
postn1
D-A-1
Frankering betaald
GEMEENTERAAD VD GEM. AMSTERDAM
ommande
3SYHOD274576462 Postbus 2758 1000CT AMSTERDAM
L
3SYHOD274576462
nte Amsterdam 1 4 Ng 2024 X Directeur Ruimte en Duurzaamheid Ontva nee n Postbus 2758 1000 CT Amsterdam Amsterdam 12 maart 2024 Geachte raad, lnzake: Wiizigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling)) Hierbij dien ik een zienswijze in tegen bovenvermeld ontwerp, dat thans ter inzage ligt. lk ben woonachtig op adres
te Amsterdam.
Voor mij is het een raadsel wat het omgevingsrechtelijk regiem voor mijn perceel behelst. De van het Omgevingsloket deel uitmakende voorziening Regels op de kaart verschaft dienaangaande geen, dan wel onvoldoende duidelijkheid. Er gelden maar liefst 96 aanduidingen ter plaats van mijn perceel. Wat die allemaal qua toepasselijke regels behelzen, valt niet te doorgronden. En dan zal het Omgevingsplan - naar ik aanneem - ook nog bol staan van regels, die niet locatiespecifiek zijn en daarom overal - dus ook voor mijn perceel zullen gelden. Voor mij is het ook onduidelijk is om welke regels het hier dan gaat? Voorts werkt de voorziening Regels op de kaart bij voortduring niet. Het is aldus ook niet goed mogelijk om deze voorziening te raadplegen. Voor mijn perceel geldt onder meer de aanduiding ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen. Voorzover dat te begrijpen valt, betekent dat - kort gezegd - dat in het omgevingsplan - de thans aan de orde zijnde wijziging daarvan? - opgenomen regels buiten toepassing blijven, voorzover het ter plaatse geldende ruimtelijke plan daarvan afwijkt.
Hier rijzen vragen als: 1) om welk geldend ruimtelijk plan gaat het dan, 2) kan thans niet tegen de van het ruimtelijk plan afwijkende regels, als opgenomen in het omgevingsplan - de thans aan de orde zijnde wijziging daarvan? worden opgekomen, omdat deze (nog) niet op mijn perceel gelden, 3) maar wanneer kan dat dan wel, en 4) kan dan worden opgekomen tegen de thans nog niet voor mijn perceel geldende regels uit het omgevingsplan (de aan de orde zijnde wijziging daarvan?). Eerst zal van bevoegde zijde van uw gemeente een schriftelijk antwoord op deze vragen moeten worden gegeven, voordat terzake verder inhoudelijk door mij kan worden gereageerd. Na ontvangst van een dergelijke mededeling, wil ik een aanvullende zienswijze kunnen indien. lk verzoek mij schriftelijk een termijn te willen stellen, waarbinnen een dergelijke aanvullende zienswijze dan kan worden ingediend. Kortom, het thans terzage gelegde omgevingsplan is om diverse redenen in strijd met de rechtszekerheid. Voor mij valt niet begrijpen welke regels nu en straks voor mijn perceel gelden. lk verzoek u mij terzake eerst duidelijkheid te verschaffen en - nadat dat is gebeurd - mij in de gelegenheid te stellen een aanvullende zienswijze in te dienen. Met vriendelijke groet,
oyzq-[eNI R Rut
0(AuRzcicArnre,:oi
trait
NSib, 000
Aivottizoctif) •
D BRIEF AANGETEKEND NL R NL Frankering betaald €9.8 14 gr.
114828
D PosIsiL 13-03-2024 11:53
NL
3SRPKS540116520
1000CT 2758
11
0,4 Ci-meente lit
7024
13
Per aangetekende post
Hemwood
Gemeenteraad van Amsterdam
Keizersgracht 477
p/a directeur Ruimte en Duurzaamheid
1017 DL Amsterdam
Postbus 2758
Gijs Heutink
1000 CT Amsterdam
Advocaat T +31 (0)20 305 01 20
Amsterdam, 12 maart 2024
E gijs@hemwood.nl Charlotte Pasteuning Advocaat T +31 (0)31 03 05 01 20 E charlotte@hemwood.n1
Onze referentie
: GHJ/20234414
Uw referentie
: Ontwerp Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling)
Bet reft
: Johan Cruijff Arena / zienswijze / tevens verzoek tot overleg
Voorzitter, leden van de gemeenteraad, Namens clienten, Stadion Amsterdam N.V., Stadion Amsterdam C.V. en Amsterdam Exploitatie B.V., dienen wij hierbij een zienswijze in tegen het Ontwerp Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (hierna: Ontwerp), zoals dat ter inzage ligt van 1 februari 2024 tot en met 13 maart 2024. Een kopie van de bekendmaking in het Gemeenteblad is aangehecht als Bijlage 1. De kern van deze zienswijze wordt hierna samengevat. Clienten behouden zich het recht voor om deze zienswijze op een later moment aan te vullen. Clienten hebben - in goede onderlinge afstemming met de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en de gemeente - een uitgebreid traject doorlopen voor de voorbereiding van een aanpassing van de omgevingsvergunning milieu. De aanvraag is ingediend voor 1 januari 2024, zodat de aanvraag onder het recht zoals dat gold voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal worden behandeld en beoordeeld. De vergunning wordt naar verwachting op korte termijn vastgesteld en bekendgemaakt. Bij clienten bestaat op dit moment onvoldoende zicht op de beantwoording van de vraag of de - met de gemeente en de Omgevingsdienst besproken - aangepaste vergunningvoorschriften deugdelijk zijn geborgd in het Ontwerp. Zo is voor clienten niet voldoende duidelijk of en op welke wijze de Johan Cruijff ArenA in het Ontwerp is gekwalificeerd.
Clienten willen graag met u in overleg over de vraag of het aanbeveling zou verdienen voor de ArenA een separate, bijzondere kwalificatie in de regels op te nemen. Zo'n separate kwalificatie zou - in samenhang met daaraan te verbinden voorschriften - naar de overtuiging van clienten recht doen aan de in zorgvuldig overleg met de gemeente en Omgevingsdienst gemaakte afspraken alsmede aan de bijzondere positie en functie van de Johan Cruijff ArenA in de stad. Van belang is ook dat dit naar het oordeel van clienten zou kunnen bijdragen aan de rechtszekerheid voor alle betrokkenen, zowel de exploitanten van de ArenA als omwonenden en andere derde belanghebbenden.
Hemwood — Keizersgracht 477 —1017 DL Amsterdam T +31 (0)20 30 50 120 — F +31 (0)20 30 50 129 — E info@hemwood.nl — www.hemwood.n1
•
De voorlopige conclusie van clienten is dat zij met het huidige Ontwerp in de hand (nog) niet goed kunnen vaststellen of de regels van dit Ontwerp in de toekomst beperkingen met zich kunnen brengen voor de
bedrijfsvoering van de ArenA. Gelet op het voorgaande, zouden clienten graag met u in overleg gaan om te bepalen of - en zo ja: welke - speciale (overgangs)regels (bijvoorbeeld: een bijzondere kwalificatie van ArenA) in het Ontwerp aangewezen zouden kunnen zijn. Voorkomen moet immers worden dat de ArenA in de toekomst met beperkingen of aanpassingen in de bedrijfsvoering zou kunnen worden geconfronteerd en dat de recent afgeronde gesprekken en afwegingen in samenspraak met gemeente en Omgevingsdienst die hebben geleid tot de omgevingsvergunning milieu - al dan niet met (nieuwe) maatwerkvoorschriften - hernieuwd zouden moeten worden opgestart. Wij zien uw reactie graag zo spoedig mogelijk tegemoet en horen graag of er uwerzijds aanleiding en bereidheid bestaat met clienten in gesprek te gaan over de voorgestelde aanvullingen.
Met vriendelijke groet,
20234414/v 0.6
2/2
•
BIJ LAG E 1
X Gemeente X Amsterdam
GEMEENIEBLAD
Nr. 48475 31 januari 2024
Officiele uitgave van de gemeente Amsterdam
Kennisgeving ontwerp Aanhef Burgemeester en wethouders van Amsterdam maken gelet op artikel 16.30 van de Omgevingswet en artikel 12 van de Bekendmakingswet bekend dat zij bij besluit van 5 december 2023 het Ontwerp Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling) hebben vrijgegeven voor terinzagelegging. Ontwerp wijziging omgevingsplan Op 1 januari jongstleden is de Omgevingswet in werking getreden. Gemeenten moeten op grond van deze wet een integraal omgevingsplan voor het gehele grondgebied vaststellen. Wat is het Omgevingsplan? Het omgevingsplan is het gemeentelijk juridisch instrument waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. Het wordt het juridisch kader voor allerlei activiteiten die plaatsvinden in de fysieke leefomgeving. Het reguleert activiteiten om ongewenste gevolgen voor de fysieke leefomgeving to voorkomen. Het omgevingsplan wordt daarmee voor iedereen in Amsterdam relevant. Het omgevingsplan komt in de plaats van allerlei bestaande regelingen. Zo zal het omgevingsplan ruimtelijke regels bevatten over gebruik en bouwwerken. Bijvoorbeeld regels over waar wonen of detailhandel is toegestaan, en regels over waar gebouwd mag worden en hoe hoog. Daarmee komt het omgevingsplan in de plaats van bestemmingsplannen. Maar ook regels uit een aantal gemeentelijke verordeningen worden in het omgevingsplan opgenomen.
Bijvoorbeeld regels over gemeentelijke monumenten. Daarnaast zal het omgevingsplan regels bevatten die op rijksniveau zijn vervallen. Gedacht kan worden aan de bouwvergunningplicht, zoals die gold op grond van de toenmalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, en aan regels over milieubelastende activiteiten, zoals die werden gereguleerd door het toenmalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Het omgevingsplan zal niet in een keer al die bestaande regelingen vervangen. Dat zal gebied voor gebied en onderwerp voor onderwerp gebeuren. Het in procedure gebracht Ontwerp Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling) is in dat proces een eerste stap. Context: de situatie vanaf het moment dat de Omgevingswet in werking is getreden Vanaf het moment dat de Omgevingswet in werking is getreden, hebben alle gemeenten direct al een omgevingsplan. Met overgangsrecht heeft het Rijk ervoor gezorgd dat dat zo is. Dat omgevingsplan wordt ook wel het 'omgevingsplan van rechtswege' genoemd. Het omgevingsplan is raadpleegbaar via de landelijke viewer 'Regels op de kaart': https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/. Het omgevingsplan van rechtswege is in juridisch opzicht een omgevingsplan, maar het bestaat uit verschillende losse onderdelen.
Het bestaat allereerst uit alle bestaande bestemmingsplannen, uitwerkingsplannen, wijzigingsplannen, exploitatieplannen en vergelijkbare ruimtelijke besluiten die nog op grond van de toenmalige Wet ruimtelijke ordening zijn vastgesteld. Deze plannen zijn in naam onderdeel geworden van het omgevingsplan, maar zijn inhoudelijk niet gewijzigd. Ze zijn ook nog niet technisch geintegreerd in het omgevingsplan, maar als 'los' onderdeel van het omgevingsplan digitaal raadpleegbaar via de viewer 'Regels op de kaart' (voorlopig zijn ze ook nog vindbaar op www.ruimtelijkeplannen.nl). Het omgevingsplan van rechtswege bestaat verder uit regels die per 1 januari 2024 op rijksniveau zijn vervallen. Deze regels zijn opgenomen in hoofdstuk 22 van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam. Dit wordt ook wel aangeduid als de 'bruidsschat'. Het betreft onder meer regels over bouwwerken die voorheen in de toenmalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het toenmalige Besluit omgevingsrecht waren opgenomen, zoals de vergunningplicht voor bouwwerken en een regeling voor vergunningvrije bouwwerken. Ook zijn in dit hoofdstuk 22 regels opgenomen over milieubelastende activiteiten, ter vervanging van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Deze voormalige rijksregels zijn technisch al wel in het Omgevingsplan gemeente Amsterdam opgenomen.
Ook dit deel van het omgevingsplan van rechtswege is digitaal raadpleegbaar via de viewer 'Regels op de kaart'. Het heeft als titel: Omgevingsplan gemeente Amsterdam, en identificatienummer: /akn/nl/act/gm0363/2020/omgevingsplan.
1
Gemeenteblad 2024 nr. 48475
31 januari 2024
X Gemeente X Amsterdam X Tot slot zijn ook de Hemelwaterverordening Amsterdam en een deel van de Erfgoedverordening Amsterdam onderdeel geworden van het omgevingsplan van rechtswege. Deze regelingen zijn niet vindbaar via de viewer 'Regels op de kaart', maar op https://lokaleregelgeving.overheid.nlizoeken. Het omgevingsplan van rechtswege bestaat dus uit allemaal losse onderdelen die moeten worden geIntegreerd in een regeling. Daarbij moeten veel van de regels worden vervangen door nieuwe regels. Dat is omdat ze veelal niet voldoen aan de nieuwe wetgeving. De losse onderdelen van het omgevingsplan van rechtswege gezamenlijk worden daarom ook wel aangeduid als tijdelijk (deel) omgevingsplan. Ze moeten worden vervangen. Dat vervangen gebeurt niet in een keer, maar gebied voor gebied, en onderwerp voor onderwerp. Dat gebeurt telkens met afzonderlijke wijzigingsbesluiten. Zo ontstaat het daadwerkelijke omgevingsplan. Gemeenten hebben daarvoor de tijd tot in elk geval 2032. Het nemen van het Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling) is een eerste stap in dat proces.