Bijlage 6 Aanbevelingen Rekenkamer Participatieparagraaf
Tekst van het document
Aanbevelingen Rekenkamer Participatieparagraaf Aan Van
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam Rutger Groot Wassink, wethouder Democratisering
Datum
dinsdag 2 december 2025
Introductie In 2022 heeft de Rekenkamer onderzoek gedaan naar de werking van de participatieparagraaf. In dit rapport doet de Rekenkamer drie aanbevelingen. In dit memo kunt u puntsgewijs lezen hoe het college opvolging geeft aan deze aanbevelingen.
Aanbeveling 1: Ga na of vooraf bewust en zorgvuldig is nagedacht over het inzetten van participatie De Rekenkamer beveelt op basis van het onderzoek aan na te gaan of er aan de voorkant zorgvuldig is nagedacht over participatie. Ook beveelt de Rekenkamer aan om na te gaan hoe de bestuurlijke betrokkenheid bij participatie is geregeld, daar dit niet uit de collegevoordrachten die Rekenkamer onderzocht, viel op te maken. Hoe monitoren we of er van tevoren goed is nagedacht over participatie? Met ingang van de Participatieverordening is het verplicht om vooraf een participatieplan op te stellen. De participatiemonitor bevat een kwalitatieve steekproef van participatieplannen die op openamsterdam.nl zijn gepubliceerd. Dit geeft een beeld over hoe bewust en zorgvuldig wordt nagedacht over participatie door de ambtelijke organisatie en of waar nog verbeterpunten zijn als het gaat om voorbereiding van participatie. Plannen zullen structureel wordt gemonitord. Conform de aanbeveling van de Rekenkamer wordt in de monitor structureel onderzoek gedaan naar participatieparagrafen als indicator voor hoe bestuurders betrokken zijn c.q. in positie worden gesteld om te kunnen sturen op participatie. De voorliggende evaluatie bevat een steekproef van collegevoordrachten en raadsvoordrachten.
De steekproef geeft een beeld van welke sturingsinformatie over participatie het college en de raad krijgt, maar creëert zoals de Rekenkamer terecht constateert geen volledig beeld van hoe bestuurders betrokken zijn. Daarvoor is meer onderzoek nodig. Dit doen we als volgt: • We verbreden de steekproef van paragrafen: het ligt in de verwachting dat in DB’s en wethouderstaven meer over participatie wordt gesproken. De volgende monitor bevat bevindingen uit een steekproef van paragrafen van DB’s en wethouderstaven. • In voorbereiding op de volgende evaluatie worden verdiepende focusgesprekken gevoerd met de organisatie en alle bestuurslagen over de bevindingen uit de eerste evaluatie en hun rol bij participatie. De opbrengsten daarvan zullen worden gedeeld bij de evaluatie van de Participatieverordening in september 2026. • Onderdeel van de monitor is een onafhankelijk etnografisch onderzoek over een periode van twee jaar naar een aantal participatiepraktijken door de HvA en de UvA. Daarin zal ook worden onderzocht hoe de bestuurders betrokken zijn bij participatie. Deze
Gemeente Amsterdam
Datum 2 december 2025 Pagina 2 van 2
evaluatie bevat de eerste bevindingen van dit etnografisch onderzoek. Bij de evaluatie van de verordening in Q2 2027 zal een uitgebreider rapport met aanbevelingen worden meegestuurd. Aanbeveling 2: Ga na of duidelijk is wat wordt verstaan onder participatie De Rekenkamer beveelt in het rapport Participatieparagraaf aan om na te gaan of er sprake is van gebrek aan kennis over participatie bij ambtenaren als mogelijke verklaring waarom participatieparagrafen onvoldoende worden ingevuld. Het college geeft als volgt invulling aan deze aanbeveling: Met de kwalitatieve steekproef van participatieplannen in de participatiemonitor wordt getoetst of ambtenaren goede participatieplannen kunnen opstellen, conform de proces- en kwaliteitseisen uit de verordening. Dat geeft een beeld over het kennisniveau van de ambtenaren. De evaluatie geeft hier een eerste analyse van. In het etnografisch onderzoek door de HvA en de UvA worden de ambtenaren gevolgd bij het voorbereiden en uitvoeren van participatie. Daarin zal ook gekeken worden welke vraagstukken en dilemma’s ambtenaren ervaren bij het voorbereiden en uitvoeren van participatie. In 2026 zullen er focusgroepen met ambtenaren worden georganiseerd over de bevindingen uit de eerste evaluatie en wordt verkend met de betrokken directies en stadsdelen hoe de organisatie waar nodig, kennis en vakmanschap over participatie kan vergroten.
Aanbeveling 3: Ga na of duidelijk is wanneer participatie wenselijk is en wanneer niet De Rekenkamer beveelt aan te onderzoeken in welke gevallen participatie wel en wanneer niet van toepassing is. In de participatiemonitor onderzoeken we steekproefsgewijs participatie paragrafen waar niet van toepassing is ingevuld. We toetsen inhoudelijk of deze n.v.t.’s passend zijn en participatie daadwerkelijk niet wenselijk is. De steekproef geeft een beeld van de legitimiteit van het ‘niet van toepassing zijn’ bij projecten en/ of waar ambtenaren worstelen met of er wel of geen participatie aan de orde. Het Stedelijk Team zal regelmatig zo'n steekproef uitvoeren. Dit wat betreft de aanbeveling onderzoek te doen naar wanneer participatie wel en wanneer niet wenselijk is. In de Participatieverordening is een lijst met uitzonderingen opgenomen. Op basis van de steekproeven zal steeds gekeken worden of de lijst met uitzonderingen aanvullingen behoeft c.q. zal een lijst worden opgesteld wanneer participatie niet aan de orde/wenselijk is, eventueel met concrete voorbeelden en voorbeeldzinnen voor een correcte invulling van de paragrafen. Op basis van de steekproef vinden gesprekken plaats met de directies en stadsdelen over de bevindingen.
Door het Stedelijk Team Participatie kunnen vervolgens concrete aanbevelingen worden gedaan om de organisatie beter in staat te stellen om paragrafen correct in te vullen.