CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5a - Onderzoeken 1-9 Nieuwe Meer Oost.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 7 januari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de investeringsnota en het beeldkwaliteitsplan Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier, de grondexploitaties Nieuwe Meer Oost en Grote Werken Schinkelkwartier en het beschikbaar stellen van bijbehorende uitvoeringskredieten (VN2025-015502)22.388 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

7.1.4

Chemische waterkwaliteit van de nieuwe waterstructuren

De watergangen in het Riekerpark en Nieuwe Meer Oost worden extra verbonden, hierdoor zal er meer uitwisseling van stoffen (ook nutriënten) zijn tussen de watergangen. In de huidige situatie

37/70

Kenmerk

R001-1295613GDE-V03

staan de watergangen ook met elkaar in verbinding. Het is onbekend of de fosforconcentratie in het water in het Riekerpark en Nieuwe Meer Oost veel verschillen, maar de verwachting is dat dit in dezelfde ordegrootte ligt. De verbinding zal dan niet voor verslechtering zorgen. Om zeker te zijn hiervan, wordt het aangeraden om een fosformeting in de beide deelgebieden uit te voeren. Het is niet gewenst dat de waterkwaliteit verder verslechtert. In het ontwerp wordt het wateroppervlak in de Nieuwe Meer Oost vergroot doordat het in verbinding komt te staan met (nog aan te leggen) watergangen in het Riekerpark via het Spoorpark. De nieuwe waterbodem van de afgegraven watergangen geeft mogelijk een extra interne fosforbelasting, afhankelijk van het historisch bodemgebruik op de plaatsen van afgraving. Om een betere uitspraak te doen over het effect van het ontwerp op de chemische kwaliteit, is het belangrijk om een beter beeld te hebben van de fosforconcentraties in water en bodem van de verschillende deelgebieden. In de huidige situatie is de voedselrijkdom van het water hoog. Een optie is hemelwater vanuit de nieuw te bouwen gebouwen in het watersysteem te laten. Nieuwe gebouwen in Amsterdam moeten voldoen aan de Basisregeling Omgevingsplan (voorheen: Hemelwaterverordening). Ze moeten dan 60 mm neerslag vasthouden gedurende 60 uur.

Dat gebeurt veelal in groene daken met waterberging, of door infiltratie in de bodem. Het doel er van is het ontlasten van het (gemeentelijk) riool en maaiveld. Het is niet verboden om hemelwater van gebouwen rechtstreeks op oppervlaktewater te brengen. Het komt dan immers niet in riool of straat. Een nadeel is dat je het water niet vasthoudt, maar als voldaan wordt aan de watercompensatie voor verhardingstoename mag het binnen de Waterschapsverordening. Praktisch gezien is dergelijke afkoppeling alleen handig als gebouwen vlak naast het water liggen en de daken niet van koper of andere uitlogende materialen zijn gemaakt. Regenwater dat van daken direct het water in stroomt en daarmee geen straatvuil inspoelt zal schoner zijn dan het ontvangende oppervlaktewater. Regenwater is arm aan voedingsstoffen, zeker wanneer de zogenaamde first-flush (het begin van de bui dat ook vuil van de straten meeneemt) wordt opgevangen in bezinkbassins. Doordat er meer watergangen komen, is er meer berging van hemelwater en/of water vanuit de Schinkelhaven mogelijk. Om de fosforconcentratie in het water te verlagen, kan er ook doorgespoeld worden met water dat ingelaten wordt vanuit de Schinkelhaven want hier zijn de concentraties fosfor een stuk lager. Dit moet echt gezien worden als een noodmaatregel want in feite komt dit ook neer op afwenteling op een van de waterlichamen.

7.1.5 Verbinding vijver bij Korfbalpad De vijver bij het Korfbalpad in Riekerhaven is in dit ontwerp nog een belangrijk aandachtspunt. In de huidige situatie is dit een geïsoleerde vijver die als enig water in het Schinkelkwartier een hoge bedekking van submerse vegetatie heeft. Er is sprake van een productieve bodem en voedselrijk water. In de vijver is veel luwte door het rondom, hoog opgaande riet en het feit dat het water niet

38/70

Kenmerk

R001-1295613GDE-V03

verbonden is met andere watergangen. In het beoogde ontwerp lijkt de vijver aangepast te worden naar een grotere vijver. Of er een verbinding met het water uit de Nieuwe Meer Oost (middels een duiker) komt, is onduidelijk. De verbinding van de vijver met nieuwe watergangen zorgt ervoor dat de vijver als bronpopulatie kan dienen voor de nieuwe watergangen, maar kan ook voor diffusie van nutriënten zorgen. De submerse vegetatie van de vijver kan dienen als lokale bronpopulatie. We raden aan om voor de werkzaamheden aan de vijver, een transplantatie project te starten op verschillende plaatsen in het Schinkelkwartier waarbij het grof hoornblad verspreid wordt. Het is belangrijk dat de waterplanten gescheiden zijn van flab, want dat moet niet verspreid worden. In verband met de productieve bodem en de voedselrijkdom raden we ook aan om eerst de vijver te baggeren voordat de verbinding met nieuw water wordt gemaakt. Het baggeren moet na de vegetatietransplantatie gedaan worden. Daarbij is het verstandig om een deel van de vijver ongemoeid te laten zodat de vegetatie vanuit een deel van de vijver weer kan teruggroeien.

7.2

Ontwikkeling waterstructuur Schinkelhaven

Een belangrijk uitgangspunt is dat in de huidige plannen de watergangen in de Riekerhaven het peil van de Riekerpolder (NAP -1,9 m) krijgen. Alleen de watergangen aan de randen blijven op NAP -1,2 m. 7.2.1 Verbinding van Schinkelhaven met Westlandgracht De grootste ontwikkeling die ontworpen is voor de Schinkelhaven is het verbinden van de Riekerhaven (WSTLG007) met de Westlandgracht (WSTLG006). Tussen WSTLG007 en WSTLG006 ligt een geïsoleerde vijver (Figuur 7.5) die in het ontwerp ook wordt verbonden. Uit het veldbezoek is gebleken dat de waterkwaliteit van de Westlandgracht en de geïsoleerde vijver, slechter is dan de kwaliteit van het water in de Schinkelhaven. De geïsoleerde vijver heeft een 100% bedekking met kroos (Figuur 7.5). In WSTL006 is er een lager doorzicht gemeten (65 cm) ten opzichte van (1 m) bij WSTL007, en het water was troebel. Daarnaast was er geen gele plomp aanwezig, die wel is waargenomen bij WSTLG007. Het verschil in de waterkwaliteit kan komen door chemische verschillen, maar er zijn geen metingen bekend. Het effect van het verbinden van de watergangen is met name voor WSTLG006 en de geïsoleerde vijver positief; er ontstaat diffusie/ stroming van water met een betere kwaliteit en mogelijk kan de gele plomp uit WSTLG007 als bronpopulatie dienen.

De verbinding van de watergangen zorgt ervoor dat het water in de geïsoleerde vijver ververst kan worden, waardoor de kroosbedekking af zal nemen. Vermoedelijk ligt er in deze vijver een dikke sliblaag die verwijderd zou moeten worden. Voor WSTLG007 zal de verbinding mogelijk negatief zijn, doordat er een verbinding wordt gemaakt met water van een slechtere kwaliteit. We adviseren om de chemische waterkwaliteit bij WSTLG006 te vergelijken met meetpunt ADM060 (paragraaf 4.2.1). De slechtere

39/70

Kenmerk

R001-1295613GDE-V03

waterkwaliteit die in WSTLG006 is waargenomen kan ook komen doordat het einde van een gracht is. Doorstroom kan dan een goede bijdrage leveren. Een negatief effect van het ontwerp op de waterflora in WSTLG007 is dat er meer golfslag ontstaat door recreatievaart dat gebruik kan maken van de verbinding. De aanwezigheid van de gele plomp in WSTLG007 kan komen doordat het een doodlopende watergang is, waardoor er weinig golfslag en verstoring is. Met name voor het golfslag knelpunt zijn er kansen om op te nemen in het ontwerp. Dit kan onder andere door nvo’s met damwanden van het open water te scheiden en hierin wel om de 20 meter openingen in te maken voor uitwisseling van water en toegankelijkheid van fauna.

Figuur 7.5 Geïsoleerde vijver tussen WSTLG007 en WSTLG006 met 100% kroosbedekking.

40/70

Kenmerk

R001-1295613GDE-V03

Figuur 7.6 Verschillen tussen de huidige situatie (link) en beoogde nieuwe situatie (rechts) in de Schinkelhaven. De blauwe pijl wijst naar de plek van de kroosvijver

7.2.2

Verlagen kademuur met plasberm

Aan de westoever van de nieuwe verbinding tussen de Schinkelhaven en Westlandgracht, wordt de kademuur verlaagd. Hier komt een plasberm (zie Figuur 7.7). De verlaagde kademuur heeft ook faunatrappetjes. Er zijn een aantal aanmerkingen op de ontwerpen zoals ze in Figuur 7.7 zijn weergegeven. Voor de plasberm in de Westlandgracht is het belangrijk dat er golfbreking is vanwege recreatievaart, in de vorm van een bovenwaterbeschoeiing. Dit creëert meer luwte in de plasberm wat het vestigingsklimaat voor waterplanten optimaliseert. De manier om dat te doen is om de plasberm gedeeltelijk af te sluiten van de waterkolom. Hierbij is het belangrijk dat er nog steeds uitwisseling van water plaatsvindt. Dit is mogelijk door de afsluiting op een aantal plaatsen open te laten. Plaats om de 25 meter aaneengesloten beschoeiing een opening van minimaal 1 m. Deze opening moet diep genoeg zijn (circa 30 cm onder het gemiddeld waterpeil) zodat vissen in en uit de plasberm kunnen bewegen. Indien om de 10 m een opening wordt gemaakt dient deze opening minimaal 0,6 m te bedragen. Achter openingen >1 meter kan, afhankelijk van de mate van golfslag, extra verdediging nodig zijn. Door openingen te plaatsen in de beschoeiing wordt de doorstroming/verversing van water in de plasberm vergroot. Dit verkleint de kans op ontwikkeling van flab, kroos en blauwalgen.

Daarnaast geeft het macrofauna en vis de kans om zich in en uit de plasberm te bewegen (de Kwaadsteniet et al., 2023). Een plasberm stelt nog een aantal eisen in relatie tot het ecologisch functioneren. Zo dient deze plasberm (met bovenwaterbeschoeiing) minimaal 1,5 meter breed te zijn, 0,1 tot 0,5 meter onder het gemiddelde waterpeil te liggen zodat het permanent onderwater te staan, en heeft een flauw

41/70

Kenmerk

R001-1295613GDE-V03

aflopend talud (hanteer minimaal 0,3 meter diep om functie als paai/leef plekken voor vis te behouden) (de Kwaadsteniet et al., 2023).

Figuur 7.7 links: In de rode contour geeft het lichtgroene tracé de locatie weer waar de verlaagde kademuur komt te liggen. Rechts: doorsnede Westlandgracht met aan de westelijke oever een verlaagde kademuur met plasberm.

Voor het onderhoud is het daarnaast belangrijk dat de plasberm maximaal 2 meter breed is, indien het onderhoud varend wordt uitgevoerd. Wanneer het onderhoud vanaf de kant wordt gedaan, is er een maximale breedte van 6 meter toegestaan. Wanneer het beheer vanaf de landzijde wordt uitgevoerd, moet het ontwerp daarop aangepast worden. Er is namelijk een obstakelvrije strook van minimaal 5 meter breed zijn vanaf de waterlijn. In Figuur 7.7 is nu te zien dat er dicht op de waterlijn bomen staan, en het ontwerp dus niet voldoet als het beheer vanaf de landzijde wordt gepland. Wanneer er een talud in de obstakelvrije zone aanwezig is, dient deze niet steiler te zijn dan 1:3. In Figuur 7.7 is nog een aspect te zien dat aandacht behoeft, namelijk de erosiegevoeligheid van de getoonde constructie. Een open plasberm zal in een breder water of een water met scheepvaart snel kapot gaan. In Figuur 7.8 is in rood aangegeven wat nodig is om de plasberm te beschermen tegen golfslag. Een damwand in de lengterichting zal er voor zorgen dat de plantgroei in de plasberm een kans krijgt. Openingen in de damwand zorgen ervoor dat het water in de plasberm kan uitwisselen met het open water.

42/70

Kenmerk

R001-1295613GDE-V03

Figuur 7.8 Rechts: Een uitsnede uit de rode contour uit Figuur 7.7 maar dan gekanteld. Met rood is de ligging van een damwand aangegeven die de plasberm aan de waterzijde beschermt. De openingen zijn voor uitwisseling van water en fauna. Links uitsnede uit doorsnede Westlandgracht met in rood dezelfde damwand plasberm.

De bomen langs de kant kunnen tevens voor beschaduwing van het water zorgen, waardoor het beter is dat er alleen sporadisch bomen aanwezig zijn, met een minimale afstand van 20 meter tussen de bomen. Dit geldt wanneer het onderhoud vanaf het water wordt uitgevoerd.

7.3

Conclusie beoordeling ontwerpen

De huidige ontwerpen in Nieuwe Meer Oost vergroten het potentiële areaal voor emerse, submerse en oevervegetatie door middel van natuurvriendelijke oevers. Dat is een positieve bijdrage aan de waterkwaliteit. Wanneer de fosforconcentraties in het water hoog blijven, is de kans wel groot dat er monoculturen ontstaan in de NVO’s. Hierdoor levert de herinrichting mogelijk niet het optimale resultaat. Bij de aanleg van de NVO’s kan de vegetatieontwikkeling gestuurd worden door aanplanting van vegetatie en in mindere mate door intensiever beheer, waardoor de kans op monoculturen verkleind wordt. Daarnaast zijn er kleine aanpassingen aan het ontwerp in de Nieuwe Meer Oost nodig, zoals het rekening houden met een onderhoudspad voor de NVO’s, en een obstakelvrije zone vanaf de waterlijn. Het effect van de nieuwe watergangen die Riekerpark en Nieuwe Meer Oost verbinden is onduidelijk. Mogelijk is er een effect op de waterkwaliteit, maar hiervoor zijn meer gedetailleerde gegevens nodig. De aanpassingen in de Schinkelhaven hebben waarschijnlijk positieve werking op de watergangen gelegen noordelijk van de Schinkelhaven. Deze watergangen worden verbonden met de watergangen in de Schinkelhaven. De waterkwaliteit in de Schinkelhaven lijkt hoger te liggen, waardoor de verbinding mogelijk negatieve effecten heeft op de watergangen in de Schinkelhaven.

De toenemende golfslag is daarbij een aandachtspunt. Voor plasbermen zoals in de Westlandgracht is het belangrijk dat er golfbreking is vanwege recreatievaart, in de vorm van een bovenwaterbeschoeiing. De manier om dat te doen is om de plasberm gedeeltelijk af te sluiten van de waterkolom. Een open plasberm zal in een breder water of een water met scheepvaart snel kapot gaan. Een damwand in de lengterichting zal er voor zorgen dat de plantgroei in de plasberm een kans krijgt. Openingen in de damwand zorgen ervoor dat het water in de plasberm kan uitwisselen met het open water.

43/70

Kenmerk

R001-1295613GDE-V03

8 Conclusies en Kansen 8.1

Huidige waterkwaliteit Schinkelkwartier

Het algemene beeld is dat de huidige watergangen een matige ecologische waterkwaliteit hebben. De meeste watergangen hebben in de huidige toestand kwaliteitsniveau ‘Zichtbaar’ conform de Ecoscan Methode. Voor sommige watergangen geldt het niveau ‘Levendig’ of ‘Laag’. De plantenbedekking is de laagst scorende parameter. Het lage kwaliteitsniveau kent meerdere oorzaken: • Hoge voedselrijkdom • Onvoldoende lichtklimaat • Onvoldoende geschikt areaal voor vegetatie Op sommige plaatsen is daarnaast sprake van een productieve bodem. De belangrijkste knoppen om aan te draaien zijn de voedselrijkdom en de inrichting van de watergangen. De inrichting kan het geschikte areaal voor waterflora vergroten. Het is belangrijk om bij de nieuwe inrichting hierop te sturen en het ontwerp voorziet daar in grote lijnen ook in. De waterkwaliteit voor met name fosfor is onvoldoende. Wanneer de voedselrijkdom te hoog blijft, wordt met een betere inrichting mogelijk niet het gewenste resultaat behaald. Om de voedselrijkdom in het water aan te pakken, is er meer inzicht nodig in bronnen hiervan. Het verwijderen van de sliblagen uit de watergangen is zowel uit het oogpunt van nalevering en als inrichtingsmaatregel sowieso gewenst.

8.2

Beoordeling van het ontwerp op habitat voor watervegetatie

In het ontwerp zijn al een aantal pluspunten voor waterflora opgenomen, ten opzichte van de huidige situatie. Het ontwerp in de Nieuwe Meer Oost vergroot het beschikbare areaal voor watervegetatie door de aanleg van natuurvriendelijke oevers. De onderzoeksvraag ‘Voorzien de beoogde ontwikkelingen in het habitat dat in de huidige situatie gefaciliteerd wordt voor watervegetatie?’, wordt met ja beantwoord voor de Nieuwe Meer Oost. Door de afwezigheid van submerse vegetatie in de huidige situatie, is er met een kleine ingreep al een grote verbetering mogelijk. Echter wordt daarbij nogmaals de kanttekening gemaakt dat door de hoge voedselrijkdom de NVO’s kunnen veranderen in monoculturen. Bovendien is het lichtklimaat onder water daarmee ook niet in alle gevallen opgelost. De plasberm die wordt aangelegd in de Schinkelhaven voorziet ook in meer areaal voor watervegetatie. Door de verbinding met de Westlandgracht zal er meer gevaren worden en komt er meer golfslag. Het is daarom van belang het ontwerp aan te passen door golfbreking in de plasberm in te passen. De extra golfslag zorgt ook voor het mogelijk verdwijnen van de reeds aanwezige vegetatie in de Schinkelhaven. Daarnaast lijkt het water van de Westlandgracht van minder goede kwaliteit, waardoor ook de chemische kwaliteit van de Schinkelhaven achteruit kan gaan. We bevelen aan om deze check uit

44/70

Kenmerk

R001-1295613GDE-V03

te voeren voor aankoppeling en anders moet worden nagedacht over maatregelen die de waterkwaliteit in de Westlandgracht verbeteren.

8.3

Aanbevelingen

Op basis van de analyse, zijn er een aantal aanbevelingen geformuleerd om de ecologische gezondheid van het water en/of de habitatgeschiktheid van waterflora te vergroten. 1.

De maatregelen zoals NVO's in het ontwerp hebben altijd een positieve invloed ongeacht of de voedselrijkheid van het water kan worden aangepakt. De mate van invloed is daar alleen wel sterk van afhankelijk. Er zijn wel aanvullende maatregelen gewenst.

2.

In beginsel zouden de natuurvriendelijke oevers zonder aanplant opgeleverd moeten worden omdat spontane vestiging van planten ook de soorten oplevert die het meeste kans hebben om stand te houden. Door de voedselrijke omstandigheden is de kans op monoculturen van Riet, Liesgras en verruiging echter vrij groot. Hebben die soorten zich eenmaal gevestigd dan is er voor andere soorten geen ruimte meer. Daarom kan er voor gekozen worden om delen van de oevers in te zaaien met meer gewenste soorten of kokosmatten met zaden in de oeverzone te leggen. Dit zijn delen waar Riet minder makkelijk zal ingroeien. Te denken valt aan soorten: Oeverzegge, Beekpunge, Dotterbloem, Moerasvergeet-mij-nietje, Watermunt, Grote kattenstaart, Moerasandoorn, Gele lis, Grote waterweegbree, Grote egelskop, Kleine lisdodde, Pijlkruid, Zwanenbloem, Mattenbies en onder water Smalle waterpest, Klein fonteinkruid, Kransblad of het in de buurt groeiende Grof hoornblad.

3.

4.

Aandacht voor de erosiegevoeligheid van oeverconstructies. Een open plasberm zal in een breder water met windwerking of een water met scheepvaart snel kapot gaan. Een damwand in de lengterichting zal er voor zorgen dat de plantgroei in de plasberm een kans krijgt. Openingen in de damwand zorgen ervoor dat het water in de plasberm kan uitwisselen met het open water. Het verwijderen van de sliblaag in de bestaande wateren (zeker die met veel bomen rondom) is altijd een goede maatregel. Het zorgt voor afvoer van voedingsstoffen en zal dus positief zijn tegen de nalevering. Maar de sliblaag is ook voor de meeste planten te slap om in te wortelen. In de vaste bodem eronder zal dat makkelijker gaan. Het is verstandig om voorafgaande een idee van de slibdikte van de verschillende wateren te krijgen. Dat kan met multibeam metingen die de bovenkant van de sliblaag vlakdekkend meten en kunnen vergelijken met de leggerdiepte.

5.

6.

Mogelijk kan de stroming en daardoor de mate van menging toch nog nader bekeken worden in het SOBEK model van Waternet. Mogelijk stroomt veel water naar gemaal Jaagpad waardoor de menging in het oostelijk deel van het Schinkelkwartier zou kunnen meevallen en de kansen toenemen dat NVO's aanslaan. Er worden extra chemische metingen gedaan in en rondom de deelgebieden om te achterhalen of er deelgebieden zijn waarbij de waterkwaliteit beter is. Op een moment in de zomerperiode op 1 dag circa 15 watermonsters nemen in het gebied en in de Schinkel, Nieuwe Meer en Haarlemmermeer ringvaart om ieder geval de fosforparameters te meten (ortho fosfaat, totaal fosfaat, maar waarschijnlijk kan tegen

45/70

Kenmerk

R001-1295613GDE-V03

geringe meerkosten ook stikstof, sulfaat, chloride etc worden meegemeten). Wel wat meer werk maar ook veel informatie verschaffend is het laten uitvoeren van een naleverings onderzoek aan waterbodems. Er moet dan op de plekken van de watermonsters met een zuigerboor ook een waterbodem monster worden genomen waaraan zowel direct metingen worden gedaan (P, S, Fe, anorganisch koolstof), als ook dat de monsters worden ingezet om middels kolomproeven de mogelijke nalevering van de bodem te bepalen. Dit kan leiden tot: 7. 8.

Als de bodem onder de baggerlaag ook voedselrijk blijkt te zijn, is het afdekken met nutriëntarmere grond een optie. De bron van fosforrijkwater aanpakken. Het probleem kan mogelijk bij bekende bronnen aangepakt worden. Denk bijvoorbeeld aan aansluiting riolering en een meststop op de volkstuincomplexen, of afkoppeling van de volkstuinencomplexen van de rest van het water om diffusie te verminderen. Wanneer het om een inlaat gaat, kunnen er keuzes

9.

gemaakt worden over veranderen van de inlaat. Het hemelwater van nieuwe gebouwen die vlak naast het water liggen zou, rechtstreeks op het oppervlaktewater kunnen uitstromen. In veel ontvangende wateren zijn er grote voordelen voor de waterkwaliteit wanneer regenwater dat niet via het straatoppervlak loopt in de watergangen komt. Koperen of zinken daken zijn daarvoor niet geschikt.

Schinkelhaven: • Chemische waterkwaliteit van de Westlandgracht (WSTLG006) in beeld krijgen. Wanneer de fosfor- en stikstofconcentraties hoger dan in Schinkelhaven, wordt geadviseerd om de •

verbinding van de watergangen te heroverwegen. Het meest te prefereren is ook in WSTLG006 het aanleggen van plasbermen langs de bestaande kaden. Hier zijn golfbrekende constructies wel noodzakelijk voor het beschermen

•

van de plasberm. Waar wel maatregelen zijn gewenst maar andere typen nvo’s niet kunnen is het toepassen van floatlands met vegetatie ( bv bij WSTLG007 waar het waterpeil veel lager dan de kadehoogte is) een optie. Floatlands zijn drijvende constructies gemaakt van gaas met hout, eventueel met kokosmatten, dood plantmateriaal of drijfmatten van wilgentenen. (zie intermezzo). In de beoogde situatie zal er meer golfslag zijn van boten doordat de watergangen niet meer doodlopend zijn. Floatlands zijn enigszins bestand tegen golfslag, dus dit biedt uitkomst wanneer er meer boten zullen varen door de verbinding met de Westlandgracht.

•

Het doorzicht is hier goed en de kades zijn hoog. Het is hierdoor mogelijk om onderwaterkorven (schanskorven) aan te leggen voor de ontwikkeling van submerse- en drijfbladvegetatie in de watergang (zie tweede intermezzo).

46/70

Kenmerk

R001-1295613GDE-V03

Floatlands Floatlands, ook wel drijvende eilanden genoemd, bieden verschillende ecologische voordelen voor aquatische ecosystemen. Verbetering van Waterkwaliteit: Floatlands kunnen helpen bij het verminderen van nutriënten zoals stikstof en fosfor in het water, doordat de planten op de eilanden deze nutriënten opnemen voor hun groei. Habitat Creëren: Ze fungeren als drijvende habitats voor een verscheidenheid aan organismen, inclusief vissen, vogels en ongewervelden, waardoor de biodiversiteit toeneemt. De wortelstructuren onder water bieden schuilplaatsen en opgroeimogelijkheden voor jonge vissen en andere aquatische soorten. Esthetische en Recreatieve Waarde: Naast ecologische voordelen verbeteren floatlands vaak de esthetische waarde van waterlichamen, wat recreatie en toerisme kan bevorderen. Koolstofopslag: De planten op floatlands kunnen koolstof vastleggen, wat bijdraagt aan de vermindering van koolstofdioxide in de atmosfeer. Door deze voordelen kunnen floatlands een waardevolle rol spelen in het beheer en herstel van stedelijke en natuurlijke aquatische omgevingen

.

•

Het doorzicht is hier goed. Het is hierdoor mogelijk om onderwaterkorven (schanskorven) aan te leggen voor de ontwikkeling van submerse- en drijfbladvegetatie in de watergang

47/70

Kenmerk

R001-1295613GDE-V03

.

Daarnaast zijn er een aantal aanvulling op het huidige ontwerp, gericht op de inrichting: Riekerpark: • Pilots starten met het transplanteren van grof hoornblad vanuit de vijver bij het Korfbalpad naar verschillende watergangen in het Schinkelkwartier. Deze pilot kan ingezet worden al

48/70

Kenmerk

R001-1295613GDE-V03

voordat de werkzaamheden beginnen in de watergangen die niet worden aangepast. In de watergangen waar het water wordt aangepast, kan deze transplantatie later volgen indien de pilot succesvol was. Het laten afzinken van in een zak sediment geplaatste waterplanten lijkt het meest voor de hand liggend. Regelmatige check op de plantengroei is wel aan te raden. Nieuwe Meer Oost: • •

Het toevoegen van een onderhoudspad voor het beheren van de natuurvriendelijke oever, met een minimale vrije ruimte van 1,20 meter. In het huidige ontwerp staan veel bomen te dicht tegen de waterlijn aan die voor beschaduwing en voor bladinval zorgen. Het wordt aanbevolen om het ontwerp aan te passen, waarbij bomen minimaal 5 meter uit de waterlijn staan. Bij voorkeur staan de bomen vooral aan de noordzijde van de watergangen.

Schinkelhaven: • Golfbreking toepassen bij de plasbermen. Dit kan door het plaatsen van •

wiepenconstructies (in elkaar gevochten wilgentenen) dwars op de kant. Het ontwerp aanpassen op het benodigde onderhoud van de plasbermen.

Sloterstrip: • Er is weinig ruimte in dit deelgebied, waardoor er weinig kansen liggen. Minder voor de hand liggend maar wel mogelijk is het water zuiveren middels een helofytenfilter of een biochemisch filter (bv. Nutreact of BioPhree) heeft een behoorlijk ruimtebeslag. Bovendien zou de bron dan toch enigszins lokaal moeten zijn. Een filter moet ook eens in de zoveel tijd vervangen worden.

49/70

Kenmerk

R001-1295613GDE-V03

9 Referenties •

Bos, P. (gemeente Amsterdam, Ingenieursbureau) en Dijkdrenth, V. (Waternet), 2019. Wateradvies MER Schinkelkwartier, kenmerk: 34164/001.

•

De Kwaadsteniet, P. en Koopman, J., 2023. Programma van Eisen Natuurvriendelijke Oevers, gemeente Amsterdam V&OR. Gemeente Amsterdam, 2024. Schetsontwerpen Schinkelkwartier.

• • • • •

•

Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV), 2014. Watergebiedsplan Amsterdam Nieuw-West, oktober 2014. KRW factsheets, 2024. Geraadpleegd september 2024 op: https://www.waterkwaliteitsportaal.nl/kaderrichtlijn-water Waternet, 2024. Waterkwaliteitsgegevens boezem meetpun(en) nabij Schinkelhaven en Riekerpolder. Wilhelm, M, P de Kwaadsteniet & R. Groenewold, 2021. Optimalisatie streefbeelden systematiek Netwerk Water & Klimaat, Aanpassingen aan de WINNET ecoscanmethode tot een preciezer streefbeeld. In opdracht van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. TAUW rapport 1275573MFW-V02 Witteveen+Bos en Waternet, 2023. NBW-toetsing Rikerpolder, ASD1352-1/abdm/002

50/70

Kenmerk

R001-1295613GDE-V03

Bijlage 1

Beschrijving veldwerk locaties

Schinkelhaven RIEKH001 & WSTLG007: ➔ Ecoscan ➔ Wateren lijken op elkaar

51/70

Kenmerk

R001-1295613GDE-V03

WSTLG006: Deze wordt in het nieuwe ontwerp verbonden met WSTLG007. Er is een klein geïsoleerd water tussen deze watergang en 007. Dit ligt vol met kroos. Deze wordt ook verbonden. Eerste indruk

De gracht is van slechtere kwaliteit dan WSTLG007, minder doorzicht en geen gele plomp.

Beschoeiing

Ja stenen muren , weerszijde. Op de kopsekant houten paaltjes.

Diepte en doorzicht en breedte

80 cm diep 65 cm doorzicht

Vegetatie

Klein beetje kroos in het water Op de kopse kant: riet, harig wilgenroosje, haagewinde

Quickwins

De oorzaak van slechtere kwaliteit zou chemisch kunnen zijn. Verbinden zou beter voor deze watergang kunnen zijn, maar slechter voor 006.

52/70

Kenmerk

R001-1295613GDE-V03

HTERV001, HTERV002, HTERV003, HTERV004: Vergelijkbare watergangen. Deels niet bereikbaar. Eerste indruk

Kleine donkere watergang met beschoeiing en veel beschaduwing. Er ligt een dik bladeren pakket op de grond. Er kwamen veel methaanbellen omhoog als de hark de grond raakt. Ligt rondom een begraafplaats

Beschoeiing

Ja, weerszijde

Diepte en doorzicht en breedte

Breedte = 3 meter. 80 cm diep 60 cm doorzicht Sliblaag van zeker 20 cm

Vegetatie

Oever: op de oever staan bomen en 5 verschillende soorten vochtminnende soorten Waterzone: geen submerse vegetatie en ook geen oever/ emerse vegetatie

Quickwins

Er is weinig ruimte en ook weinig ambitie waarschijnlijk

53/70

Kenmerk

R001-1295613GDE-V03

Riekerhaven RIEKE025: Slecht toegankelijk. Veel bomen aan weerszijde. Laatste deel is smal ~2 meter met bomen aan weerszijde.

54/70

Kenmerk

R001-1295613GDE-V03

RIEKE024: ➔ Ecoscan RIEKE023: Eerste indruk

Gewone doorgang met drijvend zwerfafval en weinig potentie. Vies water. Veel riet

Beschoeiing

Ja, weerszijde

Diepte en doorzicht en breedte

Breedte = 15 meter.

Vegetatie

Oeverzone: riet en een paar bomen Waterzone: geen submerse vegetatie

Quickwins

Er is wel weinig ruimte en ook weinig ambitie waarschijnlijk. Als herinrichting overwogen wordt, liggen hier kansen

55/70

Kenmerk

R001-1295613GDE-V03

RIEKE057: Veel grof zwerfvuil. Korte watergang in een betonnen bak aan weerszijde. Beschaduwing want loopt onder het spoor door. Weinig/ geen potentie. Geen ruimte. Loopt van RIEKE022 over in RIEKE023. Ook onderdeel van het te ontwikkelen water.

Nieuwe Meer Oost RIEKE022: Ziet er gelijk uit als RIEKE058. Watergang met aan beide kanten veel riet.

RIEKE064: ECOSCAN

56/70

Kenmerk

R001-1295613GDE-V03

RIEKE065: Eerste indruk

Vergelijkbaar met punt RIEKE064 qua vegetatie. Maar groener en groter. Aan een kant is een gebouw. Algenrijker en bomen langs de kant Vissen aanwezig

Beschoeiing

Nee, loopt flauw af in het water. Oever is minder flauw

Diepte en doorzicht en breedte

Doorzicht = 30 cm Grote plas

Vegetatie

Oeverzone: riet en een paar bomen Waterzone: geen submerse vegetatie Vergelijkbare vegetatie als RIEKE064

Quickwins

Beheer van riet, bomen weg

57/70

Kenmerk

R001-1295613GDE-V03

RIEKE021: Eerste indruk

Watergang met veel bomen langs weerszijde, groen.

Beschoeiing

Ja, weerszijde

Diepte en doorzicht

Beter doorzicht dan RIEKE065, ongeveer 50 cm

Vegetatie

Oeverzone: wilgen, elsen Waterzone: geen submerse vegetatie

Quickwins

Er is wel veel ruimte rond de watergang. Zachte oevers zou hier goed zijn. Hiervoor moet een gedeelte van de bomen weg. Waardoor er gelijk minder beschaduwing en bladval is

RIEKE058: Zone van prorail, niet toegankelijk. De kant van de spoortweg (zuidkant) heeft hoog riet. De andere kant heeft bomen. Er ligt veel afval op de oever. De watergang is het verlengde van RIEKE064 maar is minder soortenrijk. De breedte is 15-20 meter.

58/70

Kenmerk

R001-1295613GDE-V03

Nieuwe Meer West RIEKE4037 & RIEKE4038 ➔ ECOSCAN RIEKE4038 is vergelijkbaar met RIEKE4037.

RIEKE020 & RIEKE019: ➔ ECOSCAN Naast RIEKE020 is nog een vijver voor een appartementencomplex dat vol gegroeid is met lisdodde.

59/70

Kenmerk

R001-1295613GDE-V03

RIEKE055: Eerste indruk

Saaie watergang met vijver aan een kantoor. Vooral veel riet. Steile oevers

Beschoeiing

Ja, weerszijde

Diepte en doorzicht

-

Vegetatie

Riet en koninginnenkruid. Aan een kant is de oever begroeid met een lage haag.

Quickwins

Aan de kant van de A4 (zuidkant) is er best veel ruimte. Hier zou een flauw talud en lage begroeiing toegepast kunnen worden.

Vijver voor PWC: Grote vijver zonder beschoeiing aan de kant waar wij stonden (oostkant). Aan de zuidkant was een muur. Vooral veel riet, ook in het water. Waterlellies en lisdodde in het water. 1 wilg, moeras andoorn, kleine watereppe en watermunt gezien, in lage aantallen.

Zone Sloterstrip GECOM091, vergelijkbaar met GECOM090 maar minder beschaduwing

Zone De Plantijn GECOM090: ➔ ECOSCAN

60/70

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16378074/1