CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5. Waternet de Meervaart

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 9 juni 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vrijgeven opgevraagde informatie raad omtrent theater de Meervaart Nr. VN2021-0141796.720 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag overleg waternet over de Meervaart in de Sloterplas. Datum: woensdag 13 -11 -2019 Aanwezig: -

.

doet onderzoek naar een locatie voor de Nieuwe Meervaart. Na een onderzoek voor een locatie aan de Sloterplas, in het park en een sloop-nieuwbouw variant is door wethouders gevraagd naar een variant in of gedeeltelijk in de Sloterplas. Voor de variant in de Sloterplas zijn met Ruimte en Duurzaamheid (stedenbouw) 3 varianten geschetst. Naast divers ander onderzoek wil weten wat de kaders en regels zijn om in het water van de Sloterplas te kunnen bouwen. Het overleg is bedoeld om inzicht te krijgen op hoofdlijn en de maakbaarheid van deze variant(en). De volgende items zijn besproken: -

-

-

-

Bouwen in de Sloterlas heeft een aantal beperkingen waarvan waterkwaliteit, water compensatie, en oevercompensatie de belangrijkste zijn. Het vraagstuk van de waterkwaliteit van de Sloterplas is belegd bij het stadsdeel Nieuw West, portefeuillehouder Erik Bobeldijk. Er is geen wethouder centrale stad. Financiering voor maatregelen moet wel van de centrale stad komen. De gemeente is eigenaar van de Sloterplas. Amsterdam heeft de verplichting binnen de Europese kaders voor waterkwaliteit de Sloterplas op te waarderen. Nu te veel nutriënten in het water en het gevolg is blauwalg, groenalg, wierwildgroei etc. in de zomer. Zelfs zeilvereniging heeft daarvan last. De richtlijn is vertaald in het KRW. Kader Richtlijn Waterkwaliteit. Op dit moment worden een aantal maatregelen onderzocht en ontworpen en de kosten worden bepaald. Deze maatregelen worden begin volgend jaar voorgelegd. Een paar maatregelen worden genoemd: o Beluchten – helpt alleen voor helder maken o De plas afsluiten van omliggend gebied waardoor minder nutriënten in de plas komen. o Het aanleggen van helofytenfilters en mosselbanken. Een deel van de kosten wordt gedragen door de Gemeente, andere delen door Waternet, en de provincie, subsidies? Provincie heeft ook een rol. Plannen worden ook door provincie getoetst. Gaat normaal bij een aanvraag voor vergunning.

Er is nog geen dekking voor het Amsterdamse deel van de kosten. Maar Amsterdam moete de kwaliteit per 2017 wel hebben verbeterd. Het idee wordt geopperd plannen en financiering te combineren.

Notitie Sloterstrand Aan Gemeente Amsterdam

Datum 8 januari 2020 Contactpersoon

Inhoud Aanleiding ................................................................................................................... 2 Situering en ontwikkelingen ........................................................................................ 2

@ waternet.nl Mobiel nummer

Analyse waterkwaliteit ................................................................................................ 3 Nutriënten ............................................................................................................... 3

Collegiale toets

Blauwalgen ............................................................................................................. 3 Bacteriologische waterkwaliteit ............................................................................... 4 Conclusie oorzaken slechte bacteriologische waterkwaliteit ....................................... 7 Maatregelen verbeteren bacteriologjsche zwemwaterkwaliteit ................................... 8

Onderwerp Sloterplas strand analyse

Notitie Sloterstrand Aanleiding

Datum 8 januari 2020

Sinds 2014 is er in de Sloterplas een officiële zwemlocatie die eerst de Varkensbaai en nu Sloterstrand heet. De eerste jaren waren er waterkwaliteitsproblemen door te veel blauwalgen. Dat gold voor de hele plas en is voor de zwemlocatie tijdelijk verholpen met een lokale maatregel in 2013, 2014 en 2015. De blauwalgenoverlast in de hele plas is inmiddels beduidend minder dan voor 2012, waarschijnlijk door de quaggamosselen. De laatste jaren echter, kampt de locatie voornamelijk met te hoge meetwaarden van fecale bacteriën. Het waterschap heeft daarom dit onderzoek gedaan naar de oorzaken en mogelijke maatregelen om de bacteriologische waterkwaliteit bij het Sloterstrand te verbeteren.

Pagina 2 van 9

Situering en ontwikkelingen De Sloterplas is gelegen in de gemeente Amsterdam, in het stadsdeel Nieuw West. De plas is in zijn huidige vorm in de jaren vijftig door zandwinning ontstaan, beslaat 89 hectare en is maximaal circa 35 meter diep. In de omgeving van de plas bevinden zich woonwijken met winkels, een ziekenhuis en een sportcomplex. Aan de west- en oostzijde van de plas liggen stadsparken. De oevers rondom de Sloterplas zijn verschillend van aard. Aan de noordoostzijde (bij het paviljoen) is een hoge en harde oever waarlangs geen enkele plantengroei aanwezig is. Aan de zuidrand wordt de plas begrensd door een brede boulevard met bankjes en is door de ondiepte waterplantengroei mogelijk. Vooral aan de oostkant van de plas en in mindere mate ook bij het westelijke parkgebied zijn meer natuurlijke oevers met een begroeiing van opgaande planten als wilgenroosje en riet. Aan de Sloterplas ligt één officiële zwemlocatie; het Sloterstrand, eerder ook bekend als het strandje bij de Varkensbaai. Naast zwemwater en waterrecreatie draagt de Sloterplas ook als waterlichaam bij aan de Kaderrichtlijn Water (KRW) en is geïdentificeerd als KRW-watertype M20 (kunstmatige, grote diepe plassen). Tot en met 2013 was er ook een zwemlocatie bij het Sloterparkbad, maar deze is vanwege de slechte staat opgeheven.

Sindsdien is er door het stadsdeel en waterschap meer geïnvesteerd in de locatie bij de Varkensbaai. De locatie werd sinds 2010 gemonitord en is in 2014 opgevoerd als officiële locatie. In 2015 is er extra zand aangebracht en in 2016 is gestart met het vergroten het strand tot de gehele breedte van de Varkensbaai, alsook de aanleg van het quaggafilter parallel aan het strand, de bouw van de nieuwe woonwijk ten noordwesten van het strand en het vernieuwde pand voor Hotel Buiten (Figuur 1). Aan het eind van zomer 2016 zijn al deze werkzaamheden op en rond de locatie afgerond en staat de locatie officieel te boek als Sloterstrand.

Notitie Sloterstrand Datum 8 januari 2020 Pagina 3 van 9

Figuur 1: Satellietbeelden van de ontwikkelingen op en rond het Sloterplas strand. Links boven: beeld uit oktober 2013 met het eerdere kleinere strand, kleinschalige locatie Hotel Buiten onder de bomen en nog geen woonwijk. Rechts boven: beeld uit juni 2015, met het blauwalgen scherm en pomp installatie ter bestrijding van blauwalg, start bouw de nieuwe woonwijk in het noordwesten. Links onder: beeld uit januari 2016, het strand is al iets aangevuld en de bouw van de woonwijk vergevorderd. Rechts onder: april 2018, huidige situatie strand en omgeving.

Analyse waterkwaliteit Nutriënten De Sloterplas ligt in de Sloterbinnen- en Middelveldsche gecombineerde polders (Sloterbinnenpolder) en heeft een streefpeil van NAP -2,10 meter. De plas is onderdeel van de polder en wordt niet apart beheerd. De plas heeft een open verbinding met zes poldersloten/stadsgrachten. De polder en zodoende ook de plas wordt niet actief doorgespoeld. De totale acceptabele fosforbelasting voor de Sloterplas is 0.5-1.1 mgP/m2/d. De externe belasting als gevolg van lozingen en stromingen bedraagt 14 mgP/m2/d. De interne belasting door nalevering van de diepe waterbodem is berekend als 2-3 mgP/m2/d gedurende vier zomermaanden. De plas heeft dus een extreem hoge fosforbelasting. De externe belasting is voornamelijk het gevolg van de uitwisseling met het grachtenwater van het omringende stedelijke water. De interne belasting is het resultaat van decennia aan oplading van de waterbodem met fosfor en van de ongunstige chemische samenstelling van de waterbodem voor het binden van fosfor ( , 2016)1 (B-ware, 2011)2. Blauwalgen De hoge belasting door nutriënten resulteert al vele jaren tot blauwalgen met regelmatige waarschuwingen op de zwemlocatie. In de zwemseizoenen 2013, 2014 en 2015 is een blauwalgwerend scherm

1

(2016). Sloterplas: Systeemanalyse, blauwalgbestrijding en maatregelen KRW Hoofdrapport. Waternet, Amsterdam 2 Bware (2011). Eigenschappen en P-nalevering onderwaterbodems Sloterplas

Notitie Sloterstrand geïnstalleerd dat de zwemzone afschermt van de rest van de plas. Dit was een tijdelijke maatregel, een gezamenlijk project van waterschap en gemeente. De zwemzone werd dan ververst met opgepompt water van 6-10 meter diepte dat minder blauwalgen bevat. Dit heeft geresulteerd in lagere blauwalgconcentraties en minder waarschuwingsdagen tijdens het zwemseizoen (Figuur 2). Deze maatregel was echter niet duurzaam gezien de hoge energiekosten en het slechts lokale effect. Ook zorgde het voor 2-4 graden kouder water in de zwemzone ( , 2016)3.

Figuur 2: Blauwalg concentraties zoals gemeten bij Sloterstrand (oranje) en bij de meetpunten in de rest van de plas (blauw). De zwarte lijn is de norm van 12,5ug/l cyanochlorofyl voor zwemwater. Daarnaast lieten de blauwalgconcentraties in de gehele plas in de jaren 2013 en 2015 ook een afname zien, waardoor de afname bij de Varkensbaai niet enkel aan het blauwalgscherm te wijten valt (Figuur 2). Het vermoeden bestaat dat de quaggamossel die sterk in opmars was in de plas door haar filtrerend vermogen de blauwalgwaardes ook heeft laten dalen. Aangezien er in 2015 geen overschrijdingen meer waren van de norm van 12,5 ug/l cyanochlorofyl, is besloten het blauwalg werend scherm niet opnieuw te installeren. Daarvoor in de plaats is er in 2016 gestart met een proef met een open scherm rondom de zwemzone waarop quaggamossels zich kunnen vestigen voor extra zuivering van de zwemzone. Deze proef loopt nog, maar gezien het open doorstroombare karakter van het scherm heeft het zeker niet zo’n sterk effect als het compartimenteren en doorspoelen in 2013 t/m 2015. Bacteriologische waterkwaliteit Volgens de Europese zwemwaterrichtlijn worden alle zwemlocaties beoordeeld op basis van twee fecale bacteriologische parameters, te weten: Escherichia coli (E. coli) en intestinale enterococcen (IE).

Op basis van de metingen over de laatste 4 jaar wordt via een statische berekening een kwaliteitsscore bepaald die aangeeft of de locatie in de klasse ‘Uitstekend, Goed, Aanvaardbaar of Slecht’ valt.

3

(2016). Evaluatie waterkwaliteit Varkensbaai 2015.

Datum 8 januari 2020 Pagina 4 van 9

Notitie Sloterstrand Voor de beoordeling van de bacteriologische kwaliteit gedurende het badseizoen worden de resultaten van de Escherichia coli (E.coli) en intestinale enterococcen (IE) gebruikt. Voor E.coli heeft VROM in het voorjaar van 2013 een norm vastgesteld. Deze actuele norm is 1800 kve per 100 ml. Voor IE bedraagt de actuele norm 400 kve per 100 ml. Landelijk is besloten om vanaf 2013 niet meer direct een waarschuwing af te geven bij een enkele overschrijding van de norm aangezien het vaak om incidentele, plaatselijke overschrijdingen blijkt te gaan. Bij een overschrijding van de norm wordt zo snel mogelijk een extra bemonstering uitgevoerd. Als deze ook boven de norm is, wordt een negatief zwemadvies ingesteld. De zwemwaterkwaliteit bij het Sloterstrand wordt sinds 2010 gemeten en valt sinds 2019 in de klasse ‘Slecht’. Dit komt door de regelmatig verhoogde waarden van E. coli, voornamelijk in 2018. De score voor IE is ‘Aanvaardbaar’, echter de slechtste score is maatgevend, dus blijft de score ‘Slecht’. Een klasse ‘Slecht’ geeft aan dat er altijd een mogelijk risico is op gezondheidsklachten naar aanleiding van zwemmen, aangezien het vóórkomen van fecale verontreinigingen nauwelijks te voorspellen valt en de actuele concentratie aan fecale verontreiniging niet bepaald kan worden omdat het resultaat van een meting 48 uur op zich laat wachten.

Een klasse ‘Slecht’ houdt ook in dat er dat zwemseizoen altijd een negatief zwemadvies geldt volgens de EUzwemwaterwet, dit staat op de officiële borden op locatie en op www.zwemwater.nl en in de zwemwaterapp. Voor het slechte jaar 2018 zat het Sloterstrand steevast in de klasse ‘Aanvaardbaar’. Bij het Sloterstrand zijn er de afgelopen 4 jaar (t/m 2020) elf overschrijdingen geweest van de actuele norm voor fecalen. Van deze elf vielen er zeven in het jaar 2018. Dit heeft ook geleid tot een negatief zwemadvies op basis van opeenvolgende overschrijdingen voor fecalen (Figuur 3).

Figuur 3: Metingen fecale bacteriën Sloterstrand (Blauw = E. coli, oranje is IE, actuele normen aangegeven met horizontale lijn in bijbehorende kleur). Gedurende het zwemseizoen 2016 is er in opdracht van het waterschap een DNA bronnenanalyse uitgevoerd door KWR waarbij is getracht de herkomst van fecalen te herleiden naar bronnen van mensen, vogels, honden en/of herkauwers ( ,

Datum 8 januari 2020 Pagina 5 van 9

Notitie Sloterstrand 2016)4. Hierbij werden menselijke bronnen van fecalen het vaakst aangetroffen, gevolgd door die van vogels. De tegelijkertijd genomen zwemwatermonsters lieten echter in 2016 geen overschrijdingen zien, waardoor er niet een directe correlatie vast te stellen viel tussen een overschrijding en een specifieke bron. Wel zitten er sinds de vogelwering kapot is (2016) veel vogels op het quaggafilter. De zomer van 2018 was een warm en druk zwemjaar (Figuur 4), en juist dat jaar waren er de meeste overschrijdingen.

Figuur 4: Links: vogels op het quaggascherm en het strand tijdens een veldbezoek in 2019. Rechts: badgasten tijdens de warme zomer in 2018 (foto Westkrant) Ook is er gekeken naar verbanden tussen overschrijdingen van fecalen en meteorologie door te kijken naar neerslag, temperatuur, zonuren en bewolking 48 uur voorafgaand aan de E.coli en IE metingen. Hierbij geldt dat er geen verband is als r2<0.01, zwak als r2<0.09, middelsterk als r2<0.25 en sterk als r2>0.25. Er blijkt geen correlatie tussen de hoeveelheid neerslag en E.coli of IE (Figuur 5 en Figuur 6, de lichtblauwe punten). De E.coli overschrijdingen komen dus niet door afspoeling of hemelwateruitlaten. Er lijkt wel enig verband tussen de gemeten E.coli en IE waarden en de temperatuur met een r2 van 0,1346 (E.coli) en r2 van 0,1065 (IE), zie ook de oranje vergelijking in Figuur 5 en Figuur 6. Dit is een positief verband waar bij een hogere temperatuur ook hogere E.coli en IE waarden gemeten worden. Bij hogere temperaturen zullen meer mensen gaan zwemmen, dus zal dit verband waarschijnlijk te verklaren zijn door meer badgasten. Dit wordt ondersteund door het beeld van wanneer de verhoogde waarden in het zwemseizoen optreden: niet in het begin van het zwemseizoen als het water nog kouder is en het weer nog niet zo zomers, dan zullen er minder badgasten zijn.

De E.coli bacterie overleeft juist korter in warm water en sterft ook eerder bij zonneschijn, bij gelijke belasting jaarrond zouden dan juist de hoogste waardes dus in april en mei te verwachten zijn. Naast een verband met temperatuur is er ook een zwak negatief verband te zien met de winsnelheid voor zowel E.coli en IE (donkerblauwe stippen in Figuur 5 en Figuur 6) met een r2 van 0,0449 voor E.coli en r2 van 0,0235 voor IE. Dit geeft aan dat er bij hardere wind (= hogere windsnelheid) minder E.coli en IE wordt gemeten. De verklaring hiervoor is dat meer wind zal zorgen voor meer doorstroming en dus verspreiding (en verdunning) van E.coli en IE.

4

(2016). Analyserapport: Bronopsporing fecale verontreiniging op zwemwaterlocaties in het beheergebied van Waternet/AGV met behulp van DNA technieken.

Datum 8 januari 2020 Pagina 6 van 9

Notitie Sloterstrand Datum 8 januari 2020 Pagina 7 van 9

Figuur 5: Relatie tussen meteorologische gegevens (48u voorafgaand aan metingen fecalen) en de gemeten E.coli waarden. De lichtblauwe punten geven regen aan (in mm). De groene punten geven de bewolkingsgraad aan, de grijze punten zonuren. Oranje punten geven de maxmale temperatuur aan, en de donkerblauwe punten de windsnelheid.

Figuur 6: Relatie tussen meteorologische gegevens (48u voorafgaand aan metingen fecalen) en de gemeten IE waarden. De lichtblauwe punten geven regen aan (in mm). De groene punten geven de bewolkingsgraad aan, de grijze punten zonuren. Oranje punten geven de maxmale temperatuur aan, en de donkerblauwe punten de windsnelheid. Conclusie oorzaken slechte bacteriologische waterkwaliteit Op basis van de gemeten trends en informatie over ontwikkelingen in de omgeving is gekeken naar mogelijke factoren voor de overschrijdingen van de fecale normeringen (Figuur 7). Uit DNA-onderzoek uit 2016 blijkt dat de voornaamste bron van fecale bacterien mensen zijn, gevolgd door vogels.

Notitie Sloterstrand Er lijkt geen verband tussen neerslag en fecalen, waarmee hemelwateruitlaten en afspoeling geen voorname oorzaak lijken. Wel lijkt er een verband tussen de gemeten temperatuur en fecalen, alsook de hoeveelheid wind en fecalen.

Figuur 7: Gemeten maandelijkse gemiddelden bij Sloterplas strand en ontwikkelingen in diezelfde tijd. In het algemeen geldt dat er sinds 2017 een groter strand is met meer ruimte voor badgasten, waarbij meer badgasten kunnen zorgen voor een hogere fecale belasting. Daarnaast is de vogelwering op het quaggafilter al enkele jaren kapot en zullen de ontwikkelingen in de omgeving zoals de nieuwe woonwijk en Hotel Buiten wellicht ook hebben gezorgd voor een grotere aantrekkende werking van badgasten. De meeste overschrijdingen van fecalen waren in 2018 en 2020, beide jaren hadden warme zomers waarbij veel badgasten te verwachten zijn. 2018 was een extreem warm en droog jaar: de warmte zal meer badgasten hebben aangetrokken. Daarnaast kan minder wind ook gezorgd hebben voor minder doorspoeling. Voor 2020 geldt dat corona wellicht heeft gezorgd voor meer badgasten. Het Sloterstrand trekt vooral publiek van buurtbewoners en veel alternatieve recreatievormen en reizen naar het buitenland zijn weggevallen.

Maatregelen verbeteren bacteriologjsche zwemwaterkwaliteit Om de belasting van fecale bacterien te verlagen zal moeten worden ingezet op meerdere maatregelen. 1. Beheer en onderhoud kan hier een belangrijke rol in spelen. Bijvoorbeeld het dagelijks schoonmaken van het strand, plaatsen van voldoende toiletten en het beschikbaar maken van zwemluiers. Dit zou gepaard moeten gaan met zo duidelijk mogelijk, niet te missen communicatie en handhaving. Bijvoorbeeld door: a. het plaatsen van borden in het water waarop duidelijk staat dat poep in het water zorgt voor een slechte zwemwaterkwaliteit en dus sluiting van de zwemzone en waar de toiletten zijn b. dagelijkse opzichters die met bezoekers in gesprek kunnen gaan.

Datum 8 januari 2020 Pagina 8 van 9

Notitie Sloterstrand

2.

3.

4.

Dit zal allemaal bijdragen aan een lagere poep-belasting door mensen en minder vervuiling van het water door afval. Daarnaast zal de vogelwering op het quaggafilter moeten worden gerepareerd, zodat er zo min mogelijk belasting is door vogelpoep. Het vogelscherm is in 2016 al stuk gegaan door hoge waterstanden, dus dat is iets om rekening mee te houden bij de aanleg. Doorspoelen zonder compartimentering: een sigarendoosberekening geeft aan dat het rondpompen van 10 m3/u ongeveer 30 cm/u verplaatst. Dit kan al met een pomp vermogen 0.5 kW. Dus met 2 zonnepanelen (en al dan niet met accus’s) is dit te realiseren. Je zult waarschijnlijk meerdere pompjes over de breedte van het strand willen installeren. Stel dat je 10 pompjes neerzet dan zijn 20 panelen nodig. Voor blauwalgbestrijding is dit onvoldoende (door de snelle groei en ophoping door wind), maar voor fecalen is dit wel voldoende omdat deze mee stromen met het water. Een voordeel van zonnepanelen is dat dit vooral werkt bij mooi weer, dus wanneer de bezoekers aantallen het hoogst te verwachten is. Dit kan eenvoudig worden getest door 2 pompen naast elkaar te zetten en te monitoren: het vergelijken van de kwaliteit tussen de pompen met een locatie ver van de pompen vertelt of dit voldoende werkzaam is. Doorspoelen met compartimentering.

Dit zal vrij zeker helpen om de concentraties van fecalen te verlagen en kan met een lager debiet dan in de periode 2013-2015 is gebruikt om blauwalgen te bestrijden. Het is echter een vrij ingrijpende en kunstmatige maatregel (je sluit immers het zwemwater volledig af van de rest van de plas) die niet nodig is wanneer de eerder genoemde minder ingrijpende maatregelen goed worden ingezet. Bovendien kan deze maatregel ook juist blauwalgen het compartiment inbrengen. Dus dit lijkt vooral een maatregel die alleen aan de orde moet komen als voorgaande maatregelen zijn uitgeprobeerd.

De doorspoelvarianten (3 en 4) zouden als meekoppelkans kunnen worden gekoppeld aan een ander project, zoals bijv. aquathermie dat op dit moment wordt onderzocht. Daarbij wordt water onttrokken voor de opwarming of afkoeling van gebouwen en daarna (al dan niet gefilterd) teruggebracht in de plas. Wanneer dit water wordt teruggebracht kan dit dus zorgen voor doorspoeling. Over dit project is echter nog geen zekerheid.

Datum 8 januari 2020 Pagina 9 van 9

S LOTERPLAS

B ESCHRIJVING VAN HET GEBIED EN WATERSYSTEEM OP HOOFDLIJNEN

Het waterlichaam Sloterplas NL11-3-1 heeft watertype ”matig grote diepe gebufferde meren (M20)” en bestaat uit de deelgebieden: 8070-EAG-1 (Sloterbinnen en Middelveldsepolder, Sloterplas). De Sloterplas (voorheen Slotermeer) is in 1956 uitgegraven om zand te winnen voor de ophoging van bouwgrond en voor de aanleg van dijklichamen voor de wegen. Voordeel van de aanleg van de Sloterplas was dat hiermee ook een groot park en recreatiegebied (inclusief zwemwater) te midden van de nieuwe woonwijk kon worden aangelegd. De Sloterplas heeft een oppervlakte van ca. 89 hectare en een maximale diepte van 30 meter. De plas maakt deel uit van de Sloterbinnenpolder en maakt onderdeel uit van de Groene As, wat een ecologische verbindingszone is van Spaarnewoude tot aan Amstelveen. Ten oosten en westen van de plas ligt het Sloterpark. Het beheer is in handen van de verschillende stadsdelen op hun grondgebied. Om de plassen op peil te houden laat AGV in de zomer water in vanuit de boezem van Rijnland. Het waterlichaam ligt in de provincie(s) Noord-Holland en gemeente(n) Amsterdam. Het waterlichaam Sloterplas heeft de status KRW waterlichaam en zwemwaterlocatie en is in eigendom van Gemeente Amsterdam.

H ET ECOSYSTEEM IN BEELD

L IGGING WATERLICHAAM

L IGGING DEELGEBIEDEN

H UIDIGE TOESTAND

E COLOGISCHE ANALYSE OP H OOFDLIJNEN Doel: Het KRW-doel is het realiseren van een goede ecologische toestand voor Matig grote diepe gebufferde meren (M20), met scores voor fytoplankton, macrofauna, waterflora en vis in het groen. De huidige toestand: ontoereikend De toestand in Sloterplas (zwarte lijnen in de figuur hierboven) is ontoereikend. Het slechts scorende biologische kwaliteitselement is Ov. waterflora. De slechts scorende deelmaatlat van dit kwaliteitselement is Soortensamenstelling macrofyten. Midden op de plas zijn de chlorofylconcentraties (algen) laag, maar aan de rand van de plas hoog omdat algen naar de kant waaien. De vegetatie is zeer soortenarm: er komt alleen waterpest voor. Er zit extreem veel perifyton (kortsvormige algen) op vegetatie. In de Sloterplas is een grote filtratiecapaciteit van quaggamossels aanwezig. Deze filtreren algen en ander organisch materiaal uit het water en kunnen zo de plas helder houden. Dat lukt niet altijd. De afgelopen 8 jaar zijn in 3 jaren blauwalgenbloeien voorgekomen. Bij die blauwalgenbloeien is de kolonievormende, drijflaagvormende, potentieel toxische Microcystis dominant. De score op de maatlat Fytoplankton vertoont een positieve trend (0.15 ekr per planperiode tussen 2006 en 2019). De score op de maatlat Waterflora vertoont een positieve trend (0.18 ekr per planperiode tussen 2006 en 2019).

De score op de maatlat Macrofauna vertoont geen trend. De score op de maatlat Vis vertoont een positieve trend (0.37 ekr per planperiode tussen 2006 en 2019). De pH (afname) gaat vooruit. De overige fysisch chemische parameters vertonen tussen 2006 en 2019 echter geen duidelijke trend. Oorzaken: De oorzaak van deze onvoldoende kwaliteit is de hoge voedselrijkdom van het waterlichaam. De Sloterplas is zeer hoog belast met voedingsstoffen en heeft een kleine draagkracht. Er is sprake van een zeer hoge belasting uit de omliggende stedelijke polder. In deze polder zijn veel woningen fout aangesloten op het hemelwater en wordt frequent vuilwater geloosd op het oppervlaktewater. Door lange geschiedenis van hoge belasting is de bodem in de diepe plas en op slibrijke ondiepe plekken ook zeer voedselrijk en een grote bron van voedingsstoffen. Er bevinden zich lokaal bomen- en struiken langs de oevers, er is weinig ondiep oppervlak aanwezig in de plas en een natuurlijk verloop van de oevers van land naar water ontbreekt door toepassing van harde beschoeiing. Maatregelen: De maatregelen die voorlopig worden opgenomen zijn gericht op het reduceren van de belasting door fosfor, bijvoorbeeld door de plas hydrologisch te isoleren, waterstromen uit de parken te zuiveren en lozingen van hemelwaterriolen buiten de plas te laten lozen.

Isolatie is conflicterend met de recreatieve gebruiksfuncties van de plas. Bij de Sloterplas is fosforverwijdering voor de gehele polder duur vanwege de extreem hoge concentraties. Er wordt op dit moment onderzoek gedaan naar een alternatief maatregelenpakket dat zich richt op het reduceren van de belasting door stikstof, bijvoorbeeld door (onderwater)vegetatie en drijvende eilanden in de omliggende poldergrachten. En door gemaal Nico Broekhuizen te amoveren. Ook is er een maatregel gericht op het stimuleren van mosselaangroei, omdat mosselen de algen uit het water filteren en zijn er maatregelen geformuleerd om natuurvriendelijke oevers te herstellen. Er is een focus om aquathermie uit de plas te generen. Hiervoor wordt een proefproject opgezet waarbij waterkwaliteitsverbetering als neveneffect een randvoorwaarde is.

E COLOGISCHE S LEUTELFACTOREN Productiviteit water vormt een probleem. Midden op de plas zijn de chlorofylconcentraties (algen) laag, maar aan de rand van de plas hoog omdat algen naar de kant waaien. De vegetatie is zeer soortenarm: er komt alleen waterpest voor. Er is sprake van een zeer hoge belasting uit de omliggende stedelijke polder. In deze polder zijn veel woningen fout aangesloten op het hemelwater en wordt frequent vuilwater geloosd op het oppervlaktewater. Door lange geschiedenis van hoge belasting is de bodem in de diepe plas en op slibrijke ondiepe plekken ook zeer voedselrijk en een grote bron van voedingsstoffen. Het komt er op neer dat de analyse op basis van P-belastingen en op basis van doelafleidingen (correlaties) hetzelfde zeggen: er gebeurt pas iets positiefs bij P-reductie ¿ 95%. Zowel qua vracht op de plas, concentratie in de stadsgrachten als concentratie in de plas. Het lijkt uitgesloten dat dit met Nico B en hemelwater alleen te realiseren is. Of dit met andere nevenmaatregelen wel te realiseren is weten we niet. Lichtklimaat vormt een probleem. Lichtuitdoving is in het voorjaar laag. Het lichtklimaat wordt bepaald door grote perifytongroei. In de zomer is het zicht veelal laag als blauwalg toeneemt (vooral in de jaren na 2016). Mede door de mossels is het water in het voorjaar altijd helder.

Dat levert normaliter een goed vestigingsklimaat op voor onderwaterplanten. Echter, de hoge belasting zorgt ervoor dat er veel aangroei op de planten aanwezig is. Deze ervaren dan toch een gebrek aan licht terwijl het water helder is. Dit resulteert in minder waterplanten en een lage soortenrijkdom. Er groeit vooral smalle waterpest. De waterplanten blijven in een helder jaar aanwezig, in een blauwalgenjaar verdwijnen ze gedurende de zomer. Productiviteit bodem vormt lokaal een probleem. Er is sprake van wisselende slibgehalten op verschillende locaties in de plas. Bladeren vormen een bron bij bomenrijke oevers en slibrijke diepe delen. Habitatgeschiktheid vormt een probleem. Op sommige plekken komen bomenrijke oevers voor. Er is genoeg ruimte voor emerse soorten (riet e.d.), maar voor de onderwaterplanten is het areaal te klein. De plas is wel op meerdere plaatsen verbonden aan de stadsgrachten, maar deze zijn over het algemeen ook niet in een ecologisch goede conditie. Dit is beperkend voor macrofauna en vis. Verspreiding vormt geen probleem. De doelsoorten zijn in de omgeving aanwezig en kunnen er ook komen. Verwijdering is onbekend. Organische belasting is onbekend. Toxiciteit is onbekend.

Auteur: @waternet.nl. Deze factsheet is gebaseerd op de KRW toetsing aan (maatlatten 2018) uit 2019, begrenzing waterlichamen 2015-2021, hydrobiologische data 2006-2018 en conceptmaatregelen en doelen voor SGBP3 en Factsheet Sloterplas (2018), Factsheet maatregelen Sloterplas (2019).

S LOTERPLAS M AATREGELEN OM DE WATERKWALITEIT TE VERBETEREN .

Overzicht van maatregelen ESFoordeel

Periode

Naam

Toelichting

Initiatief

SGBP3 2021-2027

Beperken fosfaatbelasting uit park en inliggende watergangen Beperken van de interne belasting in de Sloterplas (waterbodem) Sloterplas isoleren van externe belasting

Onderdeel P-pakket. PLIKO/puridrains (ijzerhoudende drains). Niet zinvol te doen zonder volledig P-pakket. Dit heeft alleen maar zin als de plas geisoleerd wordt. Op zichzelf staand levert dit onvoldoende beslating reductie op. In het park zelf is het duurzamer om op te hogen ipv te draineren. Onderdeel P-pakket. Met PolyAluminiumChloride wordt P in de bodem vastgelegd. Niet zinvol te doen zonder volledig P-pakket.

SGBP3 2021-2027

Kleinere maximumhoeveelheid toestaan voor het onttrekken van water oppervlaktewater

SGBP3 2021-2027 SGBP3 2021-2027

Schutverlies voorkomen bij sluizen N-pakket als alternatief voor het P-pakket

SGBP2 2015-2021 SGBP2 2015-2021 SGBP2 2015-2021

Isoleren Sloterplas van externe belasting Beperken interne belasting Sloterplas (waterbodem) Beperken fosfaatbelasting uit park en inliggende watergangen Beperken van inlaten vanuit andere gebieden Omleiden van regenwateruitlaten Uitvoeren maatregelen om Sloterplas van externe belasting te isoleren Onderzoeken maatregelen rondom Sloterplas

SGBP3 2021-2027 SGBP3 2021-2027

SGBP1 2009-2015 SGBP1 2009-2015 SGBP1 2009-2015 SGBP1 2009-2015

Uitvoering

Afweging

Waterschap AGV

Gebiedspartner Gemeente Amsterdam

2021-2027

Waterschap AGV

Gemeente Amsterdam

2021-2027

Onderdeel P-pakket. Aanleg van een set stuwen en sluizen. Voor de aanvoer wordt een defosfateriing gebouwd

Waterschap AGV

Gemeente Amsterdam

2021-2027

Zonder vergunning of melding maximaal 500 m3 (500.000 liter) water per uur uit boezemwater halen. Dit zijn rivieren of kanalen die hoger liggen dan het land achter de dijk. Voor wateren zoals grachten en ander water geldt een maximum van 120 m3 per uur. Nabij (in hetzelfde peilvak) diepe plassen en kleine ondiepe plassen willen we ontrekkingen zoveel mogelijk voorkomen, door een alternatieve locatie te zoeken in een ander peilvak. In uitzonderlijke situaties (groot belang van onttrekking, geen andere bronnen mogelijk) dan is een maximum van 20 m3 per uur toegestaan. Onderdeel P-pakketSchutverliezen vergroten de fosforbelasting op de plas. De Cramersluis wordt voorzien van een terugpompsysteem Mogelijk alternatief voor P-pakket. Om de aquatische ecologie te verbeteren is het van belang om óf de fosfor-, óf de stikstofconcentraties laag te laten zijn. Sturen op stikstof wordt veel minder toegepast dan sturen op fosfor, vooral omdat het technisch meestal eenvoudiger is om fosfor te verwijderen. Bij de Sloterplas wordt fosforverwijdering in de gehele polder onhaalbaar geacht vanwege de extreem hoge concentraties. Stikstofverwijdering lijkt wel een optie omdat de concentraties al veel lager zijn. Dit kan met innovatieve, natuurlijke en circulaire technieken.

Zo kan met drijflanden (drijvende eilanden) of andere constructies een slecht ingerichte watergang grootschalig met water- en landplanten worden uitgerust. Dit levert directe winst op voor de biodiversiteit in het water en op het gecreëerde land. De oogst wordt gebruikt om biocomposiet te maken. Het verplaatsen van het gemaal levert een zeer grote reductie in de stikstof- en fosforbelasting van de gehele polder (80%), maar is waarschijnlijk onvoldoende om de fosforbelasting van de plas te reduceren tot onder de toelaatbare fosforbelasting. De kwaliteit van de polder en aanvoerwater kan hiermee wel veel verbeteren. Wanneer de kwaliteit van de polder verbetert, dan wordt de stikstofverwijdering in de polder ook groter en zal de plas daarvan profiteren. Nabij het oude gemaal lekt oppervlaktewater van veenweide richting Eendracht, dus het renoveren van dit gemaal en lek zou een win-win kunnen zijn voor een aanzienlijk oppervlak. gefaseerd naar 667

Waterschap AGV

Waterschap AGV

2021-2027

faseren tot andere maatregelen zijn uitgevoerd faseren tot andere maatregelen zijn uitgevoerd afweging verlies functie: bestuurlijke keuze aanpassen beleid KEUR: bestuurlijke keuze

Waterschap AGV Waterschap AGV

Gemeente Amsterdam Gemeente Amsterdam

2021-2027

Waterschap AGV Waterschap AGV Waterschap AGV

Gemeente Amsterdam Gemeente Amsterdam Gemeente Amsterdam

2015-2021

gefaseerd

2015-2021

gefaseerd

2015-2021

gefaseerd

Waterschap AGV Gemeente Amsterdam Waterschap AGV

Gemeente Amsterdam Waterschap AGV Gemeente Amsterdam

2009-2015

vervangen

niet

ingetrokken

2009-2015

gefaseerd

Het betreft het uitvoeren van drie deelonderzoeken:1 Onderzoeken mogelijkheden visstandbeheer2 Onderzoeken mogelijkheden aanleg helofytenfilter voor zuiveren afstromend hemelwater3 Onderzoeken mogelijkheden en effecten verondiepen Sloterplas met bagger Dit is een oude maatregel, die nooit is ingetrokken en geldt als bestaand plan. De oevers, ook die van het moerasgebied, zijn zwaar overgroeid door bomen. Het plan is om het rietland weer te herstellen.

Waterschap AGV

Gemeente Amsterdam

2009-2015

uitgevoerd

Gemeente Amsterdam

Waterschap AGV

2021-2027

Onderdeel P-pakket. Maakt systeem robuster. Verminderd kans op troebel water. Vooral in het westen-midden van de plas: structuur aanbrengen waar mossels op kunnen groeien. Ook aanvullend op eventuele andere pakketten. Deze maatregel staat in het bestuursvoorstel. Verondiepen van de plas voor vegetaties in het zuidelijk deel van de plas. Er wordt nog gekeken naar ontwerpen die technisch haalbaar zijn in andere delen van de plas. Deze levert alleen in een ondiep deel van de plas winst op. Deze maatregel heeft ook invloed op ESF4, habitatgeschiktheid. Als vooral diepe delen van de plas worden afgedekt, dan kan ook de wegzijging verminderen (ESF1) en de bodem afdekken (ESF1). Dit is een oude maatregel, nooit ingetrokken (?) en geldt als bestaand plan. De oevers, ook die van het moerasgebied, zijn zwaar overgroeid door bomen. Het plan was om het rietland weer te herstellen.

Waterschap AGV

Gemeente Amsterdam

2021-2027

faseren tot andere maatregelen zijn uitgevoerd afweging kosten: bestuurlijke keuze

Gemeente Amsterdam

Waterschap AGV

2021-2027

afweging kosten: bestuurlijke keuze

Gemeente Amsterdam

Waterschap AGV

2015-2021

gefaseerd

gefaseerd naar 666 gefaseerd naar 665

dit is een voorloper van het later uitgewerkte pakket. Wordt dus daardoor vervangen 70-80% is er al vanaf. Dat maakt deze maatregel overbodig gefaseerd naar 667

2021-2027

afweging kosten: bestuurlijke keuze afweging kosten: bestuurlijke keuze

SGBP3 2021-2027

Herstel natuurvriendelijke oevers volgens inrichtingsplan Sloterplas Stimuleren filtering door quagga mossels

SGBP3 2021-2027

Verondiepen van het zuidelijk deel van de Sloterplas

SGBP2 2015-2021

Herstel natuurvriendelijke oevers volgens inrichtingsplan Sloterplas

SGBP1 2009-2015

Toepassen ecologisch onderhoud oevers hoofdwateren - fase 1

Een gebiedsbrede maatregel in alle waterlichamen

Waterschap AGV

geen

2009-2015

uitgevoerd

SGBP1 2009-2015

Verwijderen drijflagen op en rondom zwemwaterlocatie

Het betreft het verwijderen van drijfalgen op ongeveer 5 hectare in de plas

Waterschap AGV

Gemeente Amsterdam

niet

ingetrokken

SGBP3 2021-2027

Disclaimer: SGBP3 maatregelen zijn nog niet bestuurlijk vastgesteld en kunnen nog worden gewijzigd.

Auteur: , @waternet.nl. Deze factsheet is gebaseerd op de KRW toetsing aan (maatlatten 2018) uit 2019, begrenzing waterlichamen 2015-2021, hydrobiologische data 2006-2018 en conceptmaatregelen en doelen voor SGBP3 en Factsheet Sloterplas (2018), Factsheet maatregelen Sloterplas (2019). De R- en LaTeX-code om deze pdf’s te genereren is ontwikkeld door , @waternet.nl.

S LOTERPLAS

TOELICHTING EN ONDERBOUWING ESF- EN , MONITORING EN BEGRENZING M OTIVERING KRW STATUS EN HERBEGRENZING

M ONITORINGSWENSEN

Geen herbegrenzing nodig.

In dit waterlichaam wordt de vegetatie 1 keer per 3 jaar gemeten. Macrofauna wordt 1 x per 6 jaar gemeten. Fytoplankton wordt 1 keer per 3 jaar gemeten. Vis wordt 1 x per 6 jaar gemeten. Daarnaast worden maandelijks verschillende fysisch chemische parameters gemeten in het waterlichaam en het inlaatwater van het waterlichaam.

ESF1 PRODUCTIVITEIT

ESF2 LICHTKLIMAAT

ESF4 WATERDIEPTE

Fosforbelasting per bron (bar) en kritische

Lichtklimaat obv extinctie (2010 - 2019).

Waterdiepte in sloten.

belasting (rode stip is berekend met PCDitch, roze stip met PCLake). Bron: water- en stoffenbalansen

Bron: monitoringsresultaten uit meetprogramma’s fysisch-chemie en hydrobiologie.

Bron: monitoringsresultaten uit meetprogramma’s fysisch-chemie en hydrobiologie.

ESF1 EN 3 WATERBODEM

ESF1 EN 3 WATERBODEM

Voedselrijkdom waterbodem.

Nalevering waterbodem.

Bron: Monitoringsresultaten uit meetprogramma waterbodemchemie.

Bron: Monitoringsresultaten uit meetprogramma waterbodemchemie.

Auteur: , @waternet.nl. Deze factsheet is gebaseerd op de KRW toetsing aan (maatlatten 2018) uit 2019, begrenzing waterlichamen 2015-2021, hydrobiologische data 2006-2018 en conceptmaatregelen en doelen voor SGBP3 en Factsheet Sloterplas (2018), Factsheet maatregelen Sloterplas (2019). De R- en LaTeX-code om deze pdf’s te genereren is ontwikkeld door , @waternet.nl.

S LOTERPLAS B EGRIPPENLIJST EN AFKORTINGEN

B EGRIPPEN EN AFKORTINGEN

Waterlichaam De waterlichamen vormen de basisrapportageeenheden van de KRW. Op basis van artikel 5 KRW zijn in 2004 Nederlandse oppervlaktewateren aangewezen als KRW-waterlichamen: natuurlijk, kunstmatig of sterk veranderd. Een oppervlaktewaterlichaam kan als kunstmatig of sterk veranderd worden aangewezen vanwege ingrepen in de hydromorfologie (art. 4 lid 3 KRW), die het bereiken van de Goede Ecologische Toe-stand verhinderen. In Nederland zijn vrijwel alle waterlichamen kunstmatig of sterk veranderd. Emerse waterplanten Emerse waterplanten steken gedeeltelijk boven het wateroppervlak uit en wortelen in de (water)bodem. Helofyten De moerasplanten of helofyten kan men vinden in vochtige gebieden, oevers, tijdelijke wateren en overstromingsgebieden. Typerend voor vele moerasplanten is dat ze zich hebben aangepast aan een droge periode (zoals het uitdrogen van een rivierbedding) en een periode van gedeeltelijke of volledige onderdompeling. Voor sommige soorten is deze afwisseling noodzakelijk voor het bestaan. Terwijl de ’echte’ waterplanten niet in de bodem wortelen en vaak onder water kunnen leven (met uitzondering van de bloeiwijzen), wortelen de helofyten of moerasplanten in de bodem en steken gewoonlijk boven de wateroppervlakte uit. Submerse waterplanten De term submers (ondergedoken) wordt gebruikt voor waterplanten die geheel onder water groeien.

Alleen de bloeiwijze kan bij sommige soorten boven het water uitsteken. Hydrofyten De ’echte waterplanten’ of hydrofyten komen voor in stilstaande of traag stromende permanente meren of rivieren. Deze planten zijn aangepast aan een submers leven. Indien het biotoop uitdroogt wordt het voortbestaan van deze planten bedreigd. De wortels dienen tot verankering van de plant. De stengels kunnen tot tien meter lang worden en zijn soepel en buigbaar. De drijvende bladeren kunnen hierdoor aanpassen aan de waterstand, waardoor de lichtopname niet in het gedrang komt. Andere soorten drijven, onafhankelijk van de bodem, net onder of boven het wateroppervlak. Er bestaan dus hydrofyten met zowel een submerse als emerse groeivorm. In beide gevallen zullen de voedingstoffen hoofdzakelijk via het blad opgenomen worden. GAF Een afvoergebied of een cluster van peilgebieden met als gemeenschappelijk kenmerk dat ze via een gemeenschappelijk punt hun water lozen op een hoofdsysteem. EAG Ecologische analysegebieden zijn nieuwe opdelingen van de bestaande af- en aanvoergebieden (GAF’s), meestal (delen van) polders. De opdeling in EAG’s is gemaakt op basis van een aantal kenmerken zoals vorm, verblijftijd, waterdiepte, strijklengte, de aanwezigheid van kwel of wegzijging en de afvoerrichting van het water. Een EAG valt altijd volledig binnen een afvoergebied.

Af-en aanvoergebieden, maar ook KRW-waterlichamen, zijn dus opgebouwd uit één of meer EAG’s. KRW Kaderrichtlijn water N2000 Natura 2000 De verzameling van Nederlandse natuurgebieden die in Europees verband een beschermde status genieten (Vogel- en habitatrichtlijngebieden). EKR Ecologische kwaliteitratio, een getal tussen 0 en 1 waarmee de kwaliteit van een ecologische parameter wordt aangegeven. 0 is zeer slecht, 1 is zeer goed. De grens voor het GEP wordt gewoonlijk bij een EKR van 0,6 gelegd. Biologisch kwaliteitselement Een ecologische groep de waarmee de situatie van het waterlichaam wordt beoordeeld. Gebruikt worden: fytoplankton en diatomeeën (algen), waterplanten, macrofauna (waterdieren) en vissen. Maatlat Een schaal die gebruikt wordt om de situatie van een ecologische parameter te beoordelen. De uitkomst is een EKR. Deelmaatlat Voor elk biologisch kwaliteitselement zijn één of meerdere deelmaatlattenonderscheiden op basis van de soortsamenstelling en de (relatieve) aanwezigheidvan soorten, en voor vis de leeftijdsopbouw. De uitkomst is een EKR. Indicator Een verder opdeling van biologische deelmaatlatten. De uitkomst is in een aantal gevallen een EKR. GEP of KRW doel De KRW heeft voor natuurlijke waterlichamen als doel dat een goede toestand (zowel ecologisch als che-misch) moet worden gehaald (GET).

Voor de kunstmatig of sterk veranderde oppervlaktewaterlichamen moet een goed ecologisch potentieel (GEP) en een goede chemische toestand worden bereikt. Het GEP voor rijkswateren wordt afgeleid door Rijkswaterstaat namens de Ministers van Infrastructuur en Waterstaat, Economische Zaken en Klimaat (en mogelijk Landbouw, Visserij en Voedselveiligheid) en gepresenteerd in het Beheerplan rijkswateren (BPRW, vastgesteld door de ministers). De provincies zijn verantwoordelijk voor het afleiden van het GEP voor regionale wateren. Dit gebeurt in regionale waterplannen. Hoewel de provincie formeel het GEP moet vaststellen in het regionaal waterplan, levert het waterschap vanwege de kennis over watersystemen meestal het GEP aan, als beheerder van het regionaal oppervlaktewaterlichaam. Beide kunnen hierbij de Handreiking KRW-doelen volgen. De KRW biedt uitzonderingsmogelijkheden waarbij het doel later (doelvertraging) of niet (minder streng doel) gehaald hoeft te worden. Alleen in het laatste geval is het GEP niet meer het doel. In deze handreiking is het GEP-synoniem voor het doel, tenzij anders aangegeven. In hoofdstuk 3 en 4 wordt het afleiden van de doelen technisch beschreven. SGBP Naast het definiëren van waterlichamen en doelen schrijft de KRW voor dat er stroomgebiedbeheerplan-nen (SGBP) worden opgesteld (art. 13 KRW).

De bouwstenen van de stroomgebiedbeheerplannen staan in de waterplannen van het Rijk en de provincies en in de beheerplannen van de waterbeheerders. De SGBP’s geven een overzicht van de toestand, de problemen, de doelen en de maatregelen voor het verbeteren van de waterkwaliteit voor de inliggende waterlichamen. Nederland kent vier stroomgebieden: Rijn, Maas, Schelde, en Eems. De beheerplannen voor de stroomgebie-den worden iedere zes jaar geactualiseerd. Volgens bijlage VII van de KRW bevatten de SGBP’s onder andere:de beschrijving van de kenmerken van het stroomgebieddistrict;de ligging, begrenzing en typering van waterlichamen (voor sterk veranderd en kunstmatig inclusief een motivering); de huidige toestand op basis van de resultaten van de monitoring over de afgelopen periode;de doelen voor waterlichamen en een eventueel beroep op uitzonderingsmogelijkheden inclusief motivering; een samenvatting van de te nemen maatregelen om de doelen te bereiken. Watersysteemanalyse Om goede keuzes te maken voor doelen en maatregelen is het essentieel te weten hoe een waterlichaam werkt. De systeemanalyse heeft als doel inzicht te verschaffen in het systeemfunctioneren, wat via verschillende methoden bereikt kan worden. Dit vormt het vertrekpunt voor het antwoord op de vraag hoe (met welke maatregelen) kan worden gekomen tot een betere toestand.

Zonder goed inzicht in het systeem-functioneren is het risico groot dat niet de juiste maatregelen in beeld zijn, of dat maatregelen uiteindelijk niet opleveren wat ervan wordt verwacht.

Auteur: , @waternet.nl. Deze factsheet is gebaseerd op de KRW toetsing aan (maatlatten 2018) uit 2019, begrenzing waterlichamen 2015-2021, hydrobiologische data 2006-2018 en conceptmaatregelen en doelen voor SGBP3 en Factsheet Sloterplas (2018), Factsheet maatregelen Sloterplas (2019). De R- en LaTeX-code om deze pdf’s te genereren is ontwikkeld door , @waternet.nl.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10194284/1