CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Rapport verduurzaming

Raadscommissie Kunst Diversiteit en Democratisering 23 juni 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Beschikbaar stellen van een uitvoeringskrediet van € 56,2 miljoen voor de renovatie van het Amsterdam Museum. Nr. VN2021-0149272.669 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

25 maart 2020

Duurzaamheidsrapportage Amsterdam Museum Versie 3.0

www.deerns.nl

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van de opdrachtgever. Indien dit rapport in opdracht werd uitgebracht, wordt voor de rechten en verplichtingen van opdrachtgever en opdrachtnemer verwezen naar de DNR 2011, en naar de betreffende ter zake tussen partijen gesloten overeenkomst.

Duurzaamheidsrapportage Amsterdam Museum Versie 3.0

David Wesdorp Senior Adviseur

Contact David Wesdorp david.wesdorp@deerns.com Deerns Nederland B.V. Den Haag, 25 maart 2020 Projectnr RNL150.04876.00.0002 Amsterdam Museum rapportage duurzaamheid 20200320 v3.0

Inhoud 1

Samenvatting

5

2 2.1 2.2

Inleiding Projectomschrijving Duurzaamheid

8 8 8

3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.4 3.5

Duurzame maatregelen Uitgangspunten Duurzame energie / aardgasvrij Beperken van het energiegebruik Aardgasvrij Eigen opwekking Schone lucht Klimaatbestendige stad Circulaire economie

9 9 9 9 10 10 11 12 12

4

Energielabel

13

5

BREEAM-in-Use

15

6

Energieneutraal

16

Bijlage 1: Circulariteit

17

Bijlage 2: BREEAM – in – Use

25

RNL150.04876.00.0002

1 Samenvatting ENERGIELABEL

CO2 UITSTOOT

huidig

na renovatie

GAS

GASLOOS

73%

27%

100%

ENERGIE NEUTRAAL

5

BREEAM-in-USE (Asset)

41,6%

70,7%

6

OVERZICHT MAATREGELEN Bouwkundig

Isoleren dichte gevel

Bouwkundig

Aanpassen transparante delen inclusief licht- en zonwering

Bouwkundig

Isoleren kelder en bovenste vloer

Bouwkundig

Toepassen van scheidingen (deuren/sluizen) tussen gebieden

Installatietechnisch LED verlichting Installatietechnisch Warmteterugwinning ventilatie Installatietechnisch Nachtverlaging ventilatie Installatietechnisch CO2 regeling ventilatie Installatietechnisch Aanwezigheidsdetectie verlichting Installatietechnisch Adiabatische bevochtiging en vochtterugwinning Installatietechnisch Regeltechnische installaties afgestemd op gebruik en buitencondities Installatietechnisch ASHREA A klimaat enkel voor de ruimten waar dit voor de collectie noodzakelijk is Installatietechnisch Ruimten en bouwdelen separate luchtbehandelingskasten Installatietechnisch Toepassen energiezuinige liften Organisatorisch

Uitschakelen van de klimaatinstallatie buiten bedrijfstijden

Organisatorisch

Het toelaten van seizoensinvloeden op de ruimtecondities

Organisatorisch

Goede afstemming tussen bezoekersklimaat en museaal klimaat

7

2 Inleiding 2.1

Projectomschrijving

Het Amsterdam Museum is sinds 1975 gehuisvest in een complex van gebouwen, gelegen tussen de Kalverstraat en de Nieuwezijds Voorburgwal. De geschiedenis van het complex gaat terug tot de middeleeuwen, toen er het Sint-Luciënklooster gevestigd was: een vrouwenklooster met een eigen bierbrouwerij en veestapel. Vanaf 1578 tot 1960 heeft het complex dienst gedaan als Burgerweeshuis van de stad Amsterdam. Het complex is in deze periode steeds weer aangepast aan de kaders van zijn functie en tijd. Doelstelling van het project is om vanuit de oorsprong van het gebouwencomplex tot een inpassing in de stedenbouwkundige context te komen die leidt tot een eigentijds, laagdrempelig, vindbaar, goed toegankelijk en logisch geordend stadsmuseum dat verbonden is aan zijn rijke historie en omgeving. Een duurzaam gebouw dat de komende decennia dienst doet als museum en van waarde is voor de stad Amsterdam.

2.2

Duurzaamheid

Voor Amsterdam is duurzaamheid een noodzakelijke voorwaarde in elke fase van het beslissingsproces. De stad wenst dan ook alle nieuwe gebouwontwikkelingen op een integrale duurzame manier aan te pakken: ecologisch, economisch en sociaal. Ecologisch duurzaam: gebouwen met een laag energie- en waterverbruik, aandacht voor materiaalgebruik, afval, vervuiling, mobiliteit, fauna en flora in de omgeving, gezondheid en welzijn.  Er wordt gebruik gemaakt van een circulaire bouwmethodiek en materiaalgebruik daar waar dit mogelijk is.  Het gebouw wordt asbestvrij gemaakt.  Alle functiezones worden voorzien van efficiënte en veilige systemen, waardoor  Amsterdam Museum gecertificeerd wordt met het BREEAM in Use certificaat.  Economisch duurzaam: gebouwen die hun meerwaarde op korte termijn ook op middellange én lange termijn weten te behouden. De structuur van het gebouw wordt zo ontworpen dat aanpassingen van de indeling in de toekomst mogelijk blijven, zodat het gebouw op middellange en lange termijn kan blijven functioneren met verschillende invullingen.  Er wordt een duurzame structuur bedacht, rekening houdend met de stedenbouwkundige voorschriften.  Het verlengen van de levensduur van het bestaande erfgoed door materiaalkeuze, onderhoud en restauratie, het inzetten op behoud op lange termijn en de omkeerbaarheid van nieuwe ingrepen.

 De relatie tussen binnen en buiten is belangrijk en ook criteria voor integrale toegankelijkheid worden meegenomen.  Sociaal duurzaam: dit gaat over de mate waarin een openbaar gebouw aanleiding geeft tot sociale interactie, identificatie en betrokkenheid. Voor gebouwen met erfgoedwaarde dient rekening te worden gehouden met de historisch- maatschappelijke waarde van het gebouw, de rol die het speelt in identiteitsvorming, sociaal bewustzijn, in het beleven van de omgeving, het bewust omgaan met de toekomst van het gebouw op langer termijn.

8

3 Duurzame maatregelen 3.1

Uitgangspunten

Om te komen tot een set duurzame maatregelen voor het Amsterdam Museum is uitgegaan van het beleid van de gemeente Amsterdam waarin de belangrijkste pijlers zijn: - 20/20/20 - Schone lucht - Circulaire Economie - Klimaatbestendige stad Het ontwerp is gebaseerd op deze uitgangspunten. De exacte invulling kan echter nog verder gaan indien er een ambitie wordt uitgesproken. Mogelijke richtingen voor de ambities zijn in het overleg besproken. De duurzaamheid aspecten zijn ondergebracht in een 6 tal thema’s:

3.2

Duurzame energie / aardgasvrij

Het Amsterdam Museum dient minstens aardgasvrij te zijn en bij voorkeur ook energie neutraal. Om dit te realiseren zijn er twee belangrijke stappen die zijn opgenomen in het ontwerp: 1) Het energie verbruik tot een minimum beperken 2) Het voorzien in eigen energie opwekking

3.2.1 Beperken van het energiegebruik Het beperken van het energiegebruik is de eerste stap in de Trias Energetica. Om het energiegebruik te reduceren worden diverse bouwkundige en installatietechnische maatregelen toegepast. In onderstaande tabel worden de belangrijkste hiervan weergegeven:

9

Opgenomen maatregelen Bouwkundig Bouwkundig Bouwkundig Bouwkundig Installatietechnisch Installatietechnisch Installatietechnisch Installatietechnisch Installatietechnisch Installatietechnisch Installatietechnisch Installatietechnisch Installatietechnisch Installatietechnisch Organisatorisch Organisatorisch Organisatorisch

Isoleren dichte gevel Aanpassen transparante delen inclusief licht- en zonwering Isoleren kelder en bovenste vloer Toepassen van scheidingen (deuren/sluizen) tussen gebieden LED verlichting Warmteterugwinning ventilatie Nachtverlaging ventilatie CO2 regeling ventilatie Aanwezigheidsdetectie verlichting Adiabatische bevochtiging en vochtterugwinning Regeltechnische installaties afgestemd op gebruik en buitencondities ASHREA A klimaat enkel voor de ruimten waar dit voor de collectie noodzakelijk is Ruimten en bouwdelen separate luchtbehandelingskasten Toepassen energiezuinige liften Uitschakelen van de klimaatinstallatie buiten bedrijfstijden Het toelaten van seizoensinvloeden op de ruimtecondities Goede afstemming tussen bezoekersklimaat en museaal klimaat

3.2.2 Aardgasvrij Er wordt voorzien in een gasloze eigen duurzame energieopwekking door middel van warmte- en koudeopslag in combinatie met warmtepompen. Op deze manier ontstaat er een all-electric energie opwekking voor het museum. Het museum wordt daarmee gasloos. De opslagbronnen worden gerealiseerd in het omliggende terrein van het Amsterdam Museum. De warmtepompen worden opgesteld in de technische ruimte en vormen samen met de bronnen de opwekking voor de benodigde warmte en koude voor het museum gedurende alle seizoenen. Een dergelijk (in Amsterdam veel toegepaste) configuratie werkt op basis van een zogenaamd ‘laag temperatuur systeem’. De energie (warmte en koude) wordt per seizoen opgeslagen in de bodem en bij gebruik verder gekoeld of naverwarmd. Dit gebeurt elektrisch. Een dergelijk systeem is alleen mogelijk indien een gebouw een goede mate van gevelisolatie kent. Bij het Amsterdam museum is dit ook het geval.

3.2.3 Eigen opwekking Ondanks alle maatregelen zal er bij een museum in een monumentaal gebouw toch altijd nog een aanzienlijke energiebehoefte over blijven. Teneinde deze energievraag geheel te compenseren zijn de mogelijkheden: 1) Het voorzien van een eigen opwekking op de locatie; 2) Het voorzien in een eigen opwekking buiten de locatie. Voor de eigen opwekking kan men denken aan zonne-energie, windenergie of opwekking middels een andere duurzame energiebron. PV-panelen zijn in de binnenstad de meest geschikte energiebron echter is de mogelijkheid voor het plaatsen van PV-panelen op een monument zeer beperkt mogelijk vanwege het zicht. Op basis van een PV-plan lijkt het mogelijk maximaal een 200 m2 PV-panelen kwijt te kunnen op de daken, echter een bijna 20-voudig aantal is nodig om volledig in de energievraag te kunnen voorzien.

10

Optie 2 het plaatsen van een eigen opwekking buiten de locatie (allocatie genoemd) lijkt dus de enige optie om geheel energie neutraal te kunnen zijn. Het inkopen van groene energie (b.v. met een CO2vrij certificaat) is een technisch vergelijkbare oplossing zonder de directe investering van een eigen duurzame energieopwekking. Naast het toepassen van zonnepanelen is er ook de mogelijkheid tot het opwekken van elektriciteit met behulp van windenergie. Een windmolen nabij het Amsterdam museum is niet mogelijk. Energie opwekken met windenergie buiten de locatie is theoretisch wel mogelijk. NB. De Allocatie regeling is Nederland is vastgelegd in de NTA 8800. De nieuwe NTA gaat (na enkele malen van uitstel) naar alle waarschijnlijkheid in op 1 januari 2021. Deze (nieuwe) NTA schrijft voor dat het niet langer is toegestaan om de extern opgewekte energie contractueel toe te kennen aan een gebouw. Er dient, om een gebouw op deze manier energieneutraal te krijgen, een ‘dedicated’ kabel te worden aangelegd tussen de opwekking en het gebouw zelf.

3.3

Schone lucht

Bij schone lucht is de doelstelling het sterk reduceren van fijnstof. CO2 maakt daar onderdeel vanuit. Het huidige gebouw kent een energieopwekking waar gebruik wordt gemaakt van gasketels. Het nieuwe ontwerp gaat uit van een energieopwekking met een warmte- en koude opslag systeem in combinatie met warmtepompen. Daarmee ontstaat een ‘all-electric’ systeem. Het gebouw gebruikt na renovatie dus geen aardgas meer. De locatie uitstoot van CO2 is er dan niet meer. Echter, het gebouw gebruikt nog steeds (elektrische) energie. De resultaten van het energiegebruik van het huidige energielabel (zie H4) zijn omgerekend naar hoeveelheid gas (m3) en elektriciteit (kWh). Op basis daarvan is de huidige CO2 uitstoot bepaald. De opzet van de nieuwe configuratie is eveneens doorgerekend. Onderstaande tabel geeft daarmee de huidige, verwachte nieuwe en verbetering van de CO2 uitstoot weer.

De CO2 uitstoot van het ontwerp wordt gereduceerd met ca. 70% ten opzicht van de huidige situatie. De opwekking van de benodigde elektrische energie voor het museum vindt plaats in de in Nederland aanwezige elektriciteitscentrales. De uitstoot van CO2 is bepaald in geval er ‘grijze’ stroom wordt ingekocht.

11

Om het gebouw CO2 neutraal te krijgen dient de benodigde elektrische energie te worden opgewekt met renewable (duurzame) energie o.b.v. zon of wind (of water). Het inkopen van ‘normale’ elektriciteit zorgt immers nog steeds voor CO2 uitstoot bij een elektriciteitscentrale.

3.4

Klimaatbestendige stad

Het Nederlandse klimaat is aan het veranderen. Zomers worden heter en droger, tussenseizoenen worden natter. Er dienen, voor een klimaatbestendige stad, maatregelen genomen te worden om de effecten van hitte, droogte en natte periodes op te vangen. Twee belangrijke maatregelen worden toegepast bij de renovatie van het AM.

3.5

-

Waterbuffers worden toegepast om hemelwater op te vangen gedurende een regenbui. Het water wordt gebufferd zodat het riool wordt ontlast. Daarnaast kan het opgevangen water eventueel worden gebruikt voor irrigatie, spoelwater van toiletten, of zelf ten behoeve van bevochtiging van lucht in de musea. Water dat voor concrete doeleinden wordt gebruikt dient wel te worden behandeld. Momenteel is een waterbuffer aanwezig.

-

Het toepassen van groenvoorzieningen zorgt voor een reductie in de opwarming van gebouwdelen en straten. Massieve delen (gebouwen) warmen op door de zon. Door gebruik van groen wordt dit gereduceerd. Mogelijke hotspots worden hierdoor gereduceerd, mogelijk vermeden.

Circulaire economie

Grondstoffen worden steeds schaarser. In een 100% circulaire economie worden bestaande materialen (her-) gebruikt als grondstof. Er is dan dus geen afval meer. Bij het Amsterdam Museum is sprake van een grote mate van circulariteit doordat het huidige monument niet wordt gesloopt, maar juist wordt hergebruikt. Er zijn echter in het museum diverse onderdelen die worden verwijdert. Onderzocht gaat worden welke materialen er vrij komen en of en waar deze eventueel kunnen worden hergebruikt. Hierbij geldt dat het in basis gaat om de bouwkundige onderdelen. De installatietechnische componenten van het museum zijn zodanig verouderd dat deze niet meer toe te passen zijn voor een volgende levensduur. De constructieve delen van het gebouw worden voor een groot deel hergebruikt. Met name de vloerdelen zijn van waarde binnen de circulariteit van het gebouw. Te slopen constructieve elementen (o.a. balken) worden waar mogelijk hergebruikt op andere posities in het gebouw. Tevens wordt in het ontwerp rekening gehouden met een grote mate van standaardisatie. Door te werken met standaard elementen, bijvoorbeeld de museumwanden, is het eenvoudiger om op zoek te gaan naar ‘2e hands onderdelen’ om te gebruiken in het ontwerp. De stijlen in een museumwand zijn daar een goed voorbeeld van.

In bijlage 2 is een weergave opgenomen van een presentatie van circulair bouwen ten behoeve van het Amsterdam Museum waar verdere informatie over dit onderwerp te vinden is.

12

4 Energielabel De energieprestatie van een bestaand gebouw wordt uitgedrukt in de energie-index. Het getal geeft de energieprestatie van een gebouw aan. Deze wordt berekend op basis van gebouweigenschappen, gebouwgebonden installaties en gestandaardiseerd gebruikersgedrag. Het huidige gebouw heeft een energie-index (EI) van 2,16. Dat leidt tot een label G.

Het huidige label laat zien dat er een zeer groot relatief energiegebruik is bij het museum. Binnen de BRL renovatie is het niet mogelijk om een energielabel te halen is dat beter is dan een label A. Slechts bij Nieuwbouw kan er sprake zijn van een beter label (bv A+). Op basis van een maatwerkanalyse zijn er diverse maatregelen benoemd die (kunnen) leiden tot het verbeteren van het energiegebruik van het museum, en daarmee het verbeteren van het energielabel. De belangrijkste maatregelen die nader zijn geanalyseerd zijn in onderstaande tabel weergegeven:

Het blijkt dat alle afzonderlijke maatregelen in het algemeen wel enige invloed hebben op het label, maar dat geen van de maatregelen afdoende is om een echte verbeterslag te maken. Er zijn daarom pakketten maatregelen samengesteld waarbij de diverse pakketten (dus een set van de bovengenoemde maatregelen) verder zijn doorgerekend. Het blijkt dat de pakketten maatregelen een verdere verbetering van het label op kunnen leveren.

13

In onderstaande tabel worden resultaten van de diverse pakketten weergegeven ten behoeve van de verbetering van het energielabel.

Pakket 5 wordt doorgevoerd in het ontwerp. Daarmee krijgt het museum na renovatie een label ‘A’.

14

5 BREEAM-in-Use Naast de harde technische en bouwkundige maatregelen die getroffen kunnen worden om het energiegebruik te verlagen, en daarmee een duurzaam gebouw te realiseren, kan ook in het gebruik een verdere optimalisatie plaatsvinden om de duurzame aspecten van het gebruik van het gebouw te versterken en te stimuleren. De BREEAM-in-Use certificering kent een drietal onderdelen: - Gebouw - Beheer - Gebruik Vanuit het Amsterdam Museum is aangegeven het onderdeel ‘gebouw’ te willen certificeren. Om die reden moeten in het ontwerp bepaalde ontwerpaspecten worden meegenomen. Naar aanleiding van een workshop en inventarisatie over de kansen en mogelijkheden binnen het ontwerp van het gebouw is door PMB uitgesproken dat een ambitie ‘Excellent’ wordt nagestreefd. Er dient echter te worden geconstateerd dat op basis van de huidige inventarisatie dit niveau ‘nipt’ wordt behaald. Er is geen marge indien bepaalde (nog onzekere) onderdelen niet de beoogde geïnventariseerde ambitie halen. In bijlage 2 is de huidige inventarisatie opgenomen.

15

6 Energieneutraal Met het huidige ontwerp van de renovatie van het Amsterdam Museum wordt een Energielabel A verkregen. Ook kan het gebouw CO2 neutraal worden gerealiseerd. In de afgelopen periode is ook gekeken naar het realiseren van een energieneutraal, of klimaatneutraal, museum. Om dit te realiseren moet de benodigde (elektrische) energie ‘lokaal’ worden opgewekt. Deze opwekking kan plaatsvinden door middel van zonnepanelen of windenergie. Deze dient dan echter lokaal te worden opgewekt. Het is niet (meer) mogelijk om gebruik te maken van externe posities en deze te koppelen aan het energieverbruik van een object. Stel dat dit mogelijk zou zijn geweest dan had, om een energieneutraal museum te realiseren, er nog extern ca. 8.500 m2 aan zonnepanelen gerealiseerd moeten worden. Dit vergt een investering van zo’n € 3.0 - € 3.5 miljoen euro, e.e.a afhankelijk van de beoogde positie voor het realiseren van deze oplossing. Vanuit de opdrachtgevers is aangegeven dat deze ambitie onvoldoende haalbaar is binnen de huidige scope van het project.

16

Bijlage 1: Circulariteit

17

18

19

20

21

22

23

24

Bijlage 2: BREEAM – in – Use

25

26

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10259360/1