CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Rapport De betekenis van de politie in de samenleving.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 23 mei 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Toezegging Abdi: politiefunctie en -taak (VN2024-004442)5.814 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

De betekenis van de politie in de samenleving Artikel 3 van de Politiewet, de politietaak opnieuw doordacht

Inleiding In de ontwikkeling van een nieuwe visie op de politie­­­functie is onder verantwoordelijkheid van de korpschef gewerkt aan een hernieuwde doordenking van de betekenis van de politietaak. Politietaak wordt hier begrepen op het abstractieniveau van Artikel 3 Politiewet. We formuleren een gedragen en dynamisch aanbod aan de samenleving: dit is wat de politie de samenleving wil bieden. Belangrijk daarbij is dat het denken in termen van de politietaak voorkomt dat er een vertekening ontstaat door vooral te kijken naar nuttige resultaten die moeten worden bereikt, in plaats van wat de politie feitelijk is en betekent voor de samenleving. Deze doordenking gebeurt in navolging op en met respect voor eerdere belangrijke oriëntaties, namelijk die van Politie in Verandering (1977), Politie in ontwikkeling (2005) en het ontwerpplan van de Nationale Politie (2012).

De betekenis van de politie ligt in wat zij de samenleving en de mensen te bieden heeft.

2

Vanuit de beschreven betekenis kan met burgers, partners, gezag en politiek over de concrete bijdrage van de politie aan maatschappelijke vraagstukken worden gesproken. Het draagt bij aan een (zelf-) bewuste positionering, want zonder deze is het gevaar groot dat de werking van de politie vooral ‘meesurft’ op de golven van de maatschappelijke evoluties, eerder dan dat ze het gevolg is van bewuste en doordachte beleidskeuzes, weliswaar ingegeven door die evoluties en tendensen’.1 De politie richt zich in deze notitie op het opnieuw formuleren van de betekenis van haar wettelijke taak in de huidige tijd. De politie moet zich vanzelfsprekend voortdurend aanpassen aan nieuwe ontwikkelingen en vragen vanuit de samenleving, waarvan de verdergaande verwevenheid van fysiek en digitaal de belangrijkste is. Daarbij is het zelden zo dat met het nieuwe het oude verdwijnt. De politie moet met nieuwe technologie aan de slag - zonder het menselijke te verliezen; ze moet digitaal actief zijn - zonder uit de fysieke wereld te verdwijnen; ze moet nationaal en internationaal aan de slag - zonder het lokale te laten verwateren; ze moet samenwerken met allerhande externe partijen en partners - zonder het eigene op te geven. De vele veranderingen in de samenleving die voor de politie bovendien tot nieuwe verwachtingen leiden, maken een herdefiniëring van haar professionele identiteit urgent.

De achterliggende analyse is vanwege de niet zelden strijdige ontwikkelingen en de soms tegenstrijdige verwachtingen per definitie complex. Daarom is gestart met het verkennen van deze spanningsvelden.2 Vervolgens is hierover onder begeleiding van onderzoekers van de Radboud Universiteit in meerdere in- en externe focusgroepen3 doorgesproken. Dat heeft, in combinatie met wetenschappelijke inzichten en een aantal interviews, geleid tot een onderzoeksrapport4, waarop de voorliggende visie mede is gebaseerd.

1

Zoals een commissie van wijze mensen constateerde dat ook in België het geval was (Bruggeman et al. (2014: 32). Een politie in verbinding: een visie voor de politie in 2025.

2

D eze zijn opgenomen in de bijlage.

3

Van bestuurders en departementsmedewerkers tot stakeholders en van uitvoerende politiemensen tot leden van het strategisch netwerk.

4

Schaap, D., Paanakker, H, Kruijf, J. de, (2023). De verweven politietaak. Radboud Universiteit.

3

4

De politie heeft tot taak in onder­ geschiktheid aan het bevoegd gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven. Artikel 3 van Politiewet 2012

5

Waar staat de politie voor: de basis is artikel 3 Zowel binnen als buiten de politie wordt op de vraag waar de politie voor staat als vanzelf geantwoord met de letterlijke weergave of een variant van Artikel 3 van de Politiewet. Vaak volgt de gebruikelijke vertaling daarvan in drie domeinen: opsporen van strafbare feiten, handhaven van de openbare orde en het verlenen van hulp.5 Ook andere, deels geïnternaliseerde samenvattingen van de politietaak worden genoemd, zoals beschermen, begrenzen, bekrachtigen. Er is dus sprake van een gedragen idee, maar dat behoeft tegen de achtergrond van de huidige en toekomstige maatschappelijke context uitwerking en doorleving. Dat geldt in de breedte van het politiewerk, maar wellicht in het bijzonder als het raakt aan de verdergaande digitalisering.

5

De vraag is of Bewaken en Beveiligen hieraan toegevoegd moet worden, omdat dit als nieuwe hoofdtaak wordt gezien. We kiezen voor de benadering dat deze taak valt binnen de drie taakdomeinen en binnen de nadere uitwerking in termen van beschermen, begrenzen en bekrachtigen.

6

7

De politie draagt door haar zijn en haar handelen bij aan veiligheid en leefbaarheid en aan het voorkomen en tegengaan van chaos. 8

Alom, maar zeker binnen de politie, is het idee wat de politie voor de samenleving betekent een bron van trots. Niet zozeer om de politietaak of om de opdracht aan de politie, maar om wat de politie toevoegt aan en betekent voor de samenleving. De politie is er voor de mensen, voor leefbaarheid, voor de lichamelijke en ook digitale veiligheid, voor het veiligheidsgevoel, voor het beschermen van de zwakkeren, voor het bewaren van maatschappelijke vrede en het voorkomen en tegengaan van chaos. Het politiewerk dat deze bijdrage levert is divers en deze diversiteit neemt, mede met het oog op de digitalisering, alleen maar toe. Het is soms spannend en urgent en vol actie en gevaar, soms een kwestie van geduld, van goed analyseren en nadenken en van zorgvuldigheid en soms gaat het om het eigen maken van nieuwe of innovatieve werkwijzen. Goed politiewerk is soms zichtbaar en aanwijsbaar, soms bestaat het ook uit ervoor zorgen dat iets niet gebeurt, dat een situatie niet escaleert en de vrede bewaard blijft. Politiemensen zijn trots op hun individueel handelen, in ‘kleine’ situaties, in activiteiten waarin ze op één moment een beetje verschil voor één kwetsbaar persoon maken, maar eveneens op hun handelen met andere politiemensen samen, in ‘grote’ acties tegen de zware criminaliteit of optreden rond grote evenementen.

Het belang van de politie komt goed tot uitdrukking in de verwachtingen van burgers. ‘Bij de brandweer staat de fik erin […], bij de ambulance is er iemand gewond, en de rest is politie.’ Immers, de politie blijft altijd de partij die erbij gehaald wordt wanneer een probleem niet duidelijk, onzeker, mogelijk dreigend is. En dat niet alleen op straat maar ook thuis en online. Soms wordt gezegd dat we nog zo veel kunnen proberen te kiezen in wat de politie wel en niet doet, maar dat maakt in de praktijk niet uit. ‘De mensen blijven toch bellen’. ‘De politie is 24 uur open.’ Dat de politie toch altijd gebeld wordt betekent dat burgers in dit soort situaties simpelweg rekenen op de politie. En de praktijk heeft vaak geleerd: wanneer de politie niet zou komen, zou er niemand zijn.

9

Maakbaarheid versus kwetsbaarheid Binnen en buiten de politie is er het besef dat de politie zich bezighoudt met situaties en personen waar een systematische oplossing niet werkt. De politie houdt zich per definitie bezig met onoplosbare problemen, zoals maatschappelijke wanorde, criminaliteit, digitaal misbruik en menselijke tragedie. De politie is er dan allereerst om op te treden als het misgaat. Vaak lokaal, maar ook (inter-)nationaal en virtueel. De opdracht om de samenleving beter te maken wordt gevoeld als een te zware last voor de politie. Dat betekent niet dat politiemensen geen verantwoordelijkheid voelen om daaraan bij te dragen; die voelen zij wel.6 Onderdeel van de reactie van de politie is dat de politie daarbij een appel doet op andere partijen. Daarbij biedt zij, zo merkten ketenpartners op, in haar optreden de ruimte aan andere partijen om de samenleving daadwerkelijk beter te maken. Dat kan soms heel feitelijk in het handelen, en zeker ook door met anderen informatie en inzichten te delen, met zowel overheden als partners en burgers, zoals we straks zullen zien. Deze inzichten betekenen dat niet eenvoudig kan worden opgeschreven wat uiteindelijk het doel van politiewerk zou moeten zijn.

Op operationeel niveau uit dit zich in een focus op het dagelijkse werk en de mens of mensen met wie de politiemedewerker te maken heeft, zonder al te veel stil te willen staan bij overkoepelende patronen en doelen.

6

Steeds meer vraagstukken doen zich voor in de digitale wereld of in de verwevenheid van beide werelden. De politie wil ook daar aan de verwachtingen van burgers en de samenleving voldoen. Daarom zet de politie ook vanuit dat perspectief voortdurend in op haar professionalisering. Dat vraagt veel inzet en tijd.

10

De politie doet het goede als het mis gaat of mis dreigt te gaan. Ook op meer strategisch niveau in de organisatie benoemt men het ‘tragisch perspectief’ dat de politie soms op moet treden, desnoods met dwang, in het besef dat vraagstukken door de verwevenheid van maatschappelijke problemen niet door haar optreden alleen worden opgelost. Dat besef weerhoudt politiemensen en de politie er niet van om altijd erop gericht te zijn het goede voor mens en samenleving te doen. Overigens, het tragische is vanuit de beroepseer van politiemensen relatief. Het besef van het zijn van ‘laatste boei’, of ‘vangnet’, raakt een essentie van de politietaak en vormt ook een bron van professionele trots.

11

Preventie en reactie De stelling dat de politie handelt als het misgaat of mis dreigt te gaan roept de vraag op in hoeverre de politie naast reactief en repressief ook preventief en proactief moet handelen. Allereerst geldt hier dat een wezenlijke bijdrage van de politie is dat er van haar aanwezigheid en handelen inherent een preventieve werking uitgaat.7 Bovendien wordt binnen de politie regelmatig gesteld dat idealiter preventie een belangrijke rol heeft. Immers, anders is politiewerk dweilen met de kraan open; hier geldt de veel gebezigde uitspraak dat repressie zonder preventie eindeloos is (zoals preventie zonder repressie tandeloos is). Dat alleen reageren onvoldoende is, is iets wat bijval krijgt in alle lagen van de politieorganisatie. Vooral buiten de politie vinden sommigen dat de proactieve en preventieve politiële activiteiten beperkt moeten blijven. Natuurlijk, ook de politie verwacht van burgers en andere partijen in de samenleving dat zij in proactie en preventie verantwoordelijkheid nemen. De politie stimuleert dit en levert een actieve bijdrage door het delen van informatie, kennis en expertise en het geven van adviezen aan overheden, partners en burgers. De politie bekrachtigt daarmee ook het goede, wat veiligheid en leefbaarheid versterkt. Daarom doet de politie ook in het proactieve en preventieve wat zij, naast de inzet van anderen, nog nodig acht.

7

12

Zie hieronder bij bijzondere kenmerken van de politie.

De politie handelt reactief, repressief én preventief en proactief. De politie stimuleert proactief en preventief handelen van anderen; zij doet het – waar nodig – ook zelf. 13

Bijzondere kenmerken van politie Een bijzonder kenmerk van de Nederlandse politie is de verbinding van de politie met de samenleving, de maatschappelijke verankering, onder lokaal gezag, wat leidt tot een meer gebiedsgebonden en contextgerichte oriëntatie.8 Niet alleen aanwezig en zichtbaar zijn, maar ook van het kennen en gekend worden gaat een proactieve en preventieve werking uit. De Nederlandse politie is een relationele politie, die communicatief gezag9 verwerft. Het model van de Nederlandse politie wordt als een grote kracht gezien, die betrekking heeft op de gehele politietaak, tot en met de aanpak van ondermijning en terreurbestrijding. De Nederlandse politie is diep en breed in de – ook steeds verder digitaliserende – samenleving aanwezig en actief, zeker daar waar sprake is van bijzondere maatschappelijke dynamiek en risico’s.10 De maatschappelijke verankering, die in toenemende mate ook digitaal ervaren moet worden, vergroot het vertrouwen in en de legitimiteit van de politie.

Onze politie is een maat­schappelijk verankerde politie.

8

Ook internationaal wordt dit erkend als een bijzonder kenmerk van de Nederlandse politie.

9

Hiermee wordt bedoeld dat de politie, in het handelen, al pratend, gezag verwerft (zie Jansen et al. (2012) Gezagdragers De publieke zaak op zoek naar haar verdedigers. Amsterdam: Uitgeverij Boom.

10

In gesprekken hierover kwam naar voren dat dit een noodzakelijke voorwaarde is, die echter steeds meer onder druk staat. Daarnaast geldt dat dit de politie in de digitale context voor nieuwe uitdagingen stelt. Zie ook verderop.

14

Daarbij is het de politie, die weet wat er moet gebeuren bij verstoringen van de rechtsorde en in acute noodsituaties en zij handelt daar naar met kracht en gezag. Kenmerkend voor de politie is dat zij een doorbraak kan forceren. Daardoor kan de politie een ‘stap vooruit’ doen wanneer anderen juist achteruit stappen of gewoon niet weten wat te doen. Dat kan, omdat de politie het vermogen heeft om geweld11 en dwang in te zetten, waar nodig. Dat geldt op onderdelen ook in het digitale domein, bijvoorbeeld de unieke bevoegdheid om terug te hacken.12 Dit maakt de politie een unieke organisatie en niet ‘zomaar’ één van de vele actoren in het veiligheidsdomein. Daarnaast onderscheidt de bijdrage van de politie zich, zeker in de ogen van gezag en partners, in haar competenties op het vlak van informatie, kennis, vaardigheid, expertise en advies. Dit is mede gebaseerd op de unieke inkijk die politie heeft door haar doorzettingsmacht en toepassing van de bijzondere bevoegdheden die de politie kent. Het geeft de politie inzicht in huidige en wellicht toekomstige maatschappelijke dynamieken en kennis van risico’s; kennis en inzicht in zowel onderliggende maat­ schappelijke vraagstukken en dynamiek als in de organisatie rondom de beheersing van die onrust. De competenties die de politie daardoor bezit, worden zeer gewaardeerd, er wordt verwacht en zelfs geëist dat de politie die inzet.13

11

Het zorgvuldig beheer van de geweldsbevoegdheid is binnen de politieorganisatie door alle jaren heen institutioneel verankerd in werving en selectie, opleiding, training, (her-)certificering, toetsing en beoordeling, registratie, evaluatie en leren. Het kunnen hanteren van deze bevoegdheid zit in het DNA van de politieorganisatie.

12

Binnen het digitale domein brengt dit eigen uitdagingen mee, ook vanwege een andere ordeningsgraad in vergelijking met het fysieke domein.

13

Het sluit aan bij wat in Politie in ontwikkeling (2005) als ‘vierde taak’ van de politie werd omschreven, namelijk ‘signaleren en adviseren’. Hier presenteren wij dat niet als vierde taak, maar als kenmerkende competentie van de politie.

15

De doorzettingsmacht van de politie, en de daarmee verbonden informatiepositie, kennis en expertise, maken de politiebijdrage uniek. 16

De professionele bijdrage van de politie is gebaseerd op twee competenties, waarbij de maatschappelijke verankering zorgt voor een politie die van en bij de mensen is. De doorzettingsmacht vloeit voort uit het vermogen, de bereidheid en de moed om daadkrachtig op te treden waar dat nodig is, eventueel met geweld. Daarnaast is de unieke informatiebasis, de beschikking over kennis en het vermogen daar ook inzicht en advies aan te koppelen voor partners en het gezag. Deze competenties maken het logisch dat de politie betrokken is bij een breed scala aan activiteiten en verantwoordelijkheden, ook soms breder dan die in eerste instantie verwacht zouden worden. Met deze twee – deels samenhangende – unieke professionele bijdragen geeft de maatschappelijk verankerde politie vorm en inhoud aan alle facetten van de politietaak, dus aan zowel de opsporing, aan de handhaving van de openbare orde en aan haar hulpverlenende activiteiten. De wederkerige samenhang tussen deze competenties bestaat daarin dat de doorzettingsmacht bijdraagt aan het verwerven van de unieke kennisen informatiepositie van de politie; anderzijds draagt het er ook aan bij dat de politie geen breekijzer in handen van de overheid is. De politiële kennis, informatie en expertise helpen het gezag richting te geven aan de doorzettingsmacht en geweldstoepassing van de politie.

Beide genoemde competenties zijn van belang, want voor wie de politie alleen vereen­ zelvigt met geweldstoepassing is contextgebonden informatie en kennis nutteloos.

17

De politie staat voor iets dat groter is dan haarzelf Naast dit alles geldt dat de politie staat voor iets wat groter of fundamenteler is dan haarzelf. Dit vraagt van de politie dat zij zich voortdurend goed rekenschap geeft van haar omgeving en van de beelden die er van haar bestaan. Wat het precies is wat de politie symboliseert, is nog niet zo makkelijk onder woorden te brengen of te definiëren. Sommigen spreken van het goede samenleven, van een zekere morele, maatschappelijke orde. Anderen zeggen dat de politie de grens tussen goed en kwaad en tussen hoop en vrees symboliseert. Wat dit alles precies inhoudt is natuurlijk voortdurend onderwerp van (maatschappelijk) gesprek.14 Een andere manier waarop de politie staat voor iets groters, is haar te zien als de meest zichtbare uiting van het gezag van de overheid. Politie­ mensen zijn immers ook overheidsvertegenwoordigers, die relatief gezien het vaakst op straat en in media te zien zijn. Bovendien oefent de politie overheidsgezag in de praktijk uit, ze wordt voluit gezien als deel van de overheid.15 Het grotere waar de politie voor staat kent een zekere spanning met het uit­ voerende, het unieke en situationele, dat politiewerk vaak kenmerkt. Er lijkt een spanningsveld tussen de collectieve aard van het instituut politie, dat eenheid uitstraalt, en het individuele en specifieke in het optreden van politiemensen.

14

Belangrijk is te onderkennen dat in een steeds diverse samenleving opvattingen hierover meer en meer uiteenlopen. Zie bijvoorbeeld het Continu Onderzoek Burgerperspectieven door het Sociaal en Cultureel Planbureau.

15

Inspirerend in dit verband zijn de woorden van Herman Tjeenk Willink, die zei: De kwaliteit van de uitvoering bepaalt de geloofwaardigheid van de overheid.’

18

De politie staat voor iets groters dan haarzelf, daarmee symboliseert de politie het goede samenleven en waar de overheid voor hoort te staan. Over wat de politie doet, legt zij actief en professioneel verantwoording af aan allen die daar belang in stellen.

Politieoptreden is, zeker in de steeds weer unieke situaties van crises en verstoring vaak improviserend en individueel vormgegeven. Politiemensen kunnen en willen zich niet ‘verschuilen’ achter het uniform of het instituut en zelf verantwoordelijkheid nemen. Tegelijkertijd weten politiemensen dat zij staan voor iets dat groter is dan zijzelf. Politiewerk kenmerkt zich daarin dat in de houding naar buiten toe zowel het instituut politie doorschijnt als het individuele van de politiebeambte. Hierbij zit het collectieve vooral in gezamenlijke waarden en afspraken en de symbolische waarde van het uniform, en het individuele vooral in vaardigheden, kennis en persoonlijkheid en dat wat situationeel goed politiewerk is. Immers, verschillende situaties vereisen verschillende benaderingen. Juist de diversiteit van benaderingen binnen de politie biedt aanknopingspunten om een breed scala aan problemen aan te pakken. De opgave voor politiemensen om zowel het collectieve als het persoonlijke in te brengen stelt hoge eisen aan de professionaliteit en het morele kompas van allen die bij de politie werken. Daaraan verbonden is de bereidheid om over al haar handelen actief en professioneel verantwoording af te leggen aan allen die daar belang in stellen.

19

Legitimiteit en neutraliteit De legitimatie van de politie kent verschillende gronden. Binnen de politie leeft een sterke overtuiging dat het dienen van de samenleving en het doen van professioneel en rechtvaardig politiewerk leidt tot vertrouwen en legitimiteit bij de burger. Dit maakt dat de politie haar werk en de keuzes die zij maakt goed moet uitleggen. Legitimiteit in de ogen van de burger en de samenleving biedt effectiviteit in het handelen en sluit aan bij de inherente behoefte van de politie en politiemensen om verschil ten goede te maken voor iedereen, dus voor alle mensen die zich in ons land bevinden en voor de samenleving als geheel. Een tweede grond voor legitimiteit wordt gevonden in het bevoegd gezag en meer algemeen in het bestuur, de minister of de overheid in het algemeen. De politie representeert die overheid en is ook een instrument in handen van de overheid, waar formele of informele opgaven uit voort­ vloeien. Politiewerk kan dus voor een deel beleidsgestuurd zijn. Deze twee gronden kunnen binnen de politieorganisatie tot spanning leiden. Een derde bron voor legitimatie is de een eigen professionele basis van de politie op het gebied van expertise en kennis, en daarnaast een eigen moreel kompas.16

16

Het waren mensen van buiten de politie, die dit naar voren brachten. Deze gedachte sluit aan de bij de literatuur over de aard van een professie, waarbij en een professie wordt gekenmerkt door de combinatie van een body of knowledge, een community of practice en een code of ethics.

20

Bij beleidssturing op de politie mag niet voorbijgegaan worden aan de belangrijke bijdrage die de eigen kennis en informatiepositie van de politie kan leveren aan het begrijpen en aanpakken van sociale problemen en aan de aard van de politieprofessie. De politie is aan het gezag ondergeschikt, niet onderworpen. In het zoeken naar balans tussen samenleving en overheid wordt het aansluiten bij professionele eigenstandigheid gezien als een oplossing voor dat spanningsveld.17 Dat maakt dat de politie niet óf van de straat, óf van de staat, óf van haar eigen professie is, maar van alle drie tegelijk; ook, of misschien wel juist, wanneer dat schuurt. In dergelijke situaties mag de politie vanuit haar professionele expertise van zich laten horen. Elementen hiervan zien we terug in het vraagstuk van neutraliteit, een vaak opgevoerd en belangrijk gevonden kenmerk van de politie. De politie moet extreem partijdig zijn, als handelingskeuzen voortvloeien uit de handhaving van de waarden van de rechtsstaat. In die situaties kiest de politie wel degelijk partij, sterker nog, ze is dan partij. Je kunt daar tegenoverstellen dat het volgen van de wet of – meer principieel – het staan voor de waarden van de rechtsstaat tegelijkertijd van politiemensen persoonlijk een neutrale houding vraagt.

In de keuzes die dan nog gemaakt moeten worden, laten politiemensen zich veelal leiden door impliciet uit te gaan van een consensusmodel van de samenleving. Ook dat waarborgt onpartijdigheid in het handelen. De neutrale positie wordt dan gevonden in de professionaliteit van de politiemensen. Met, daaraan verbonden, transparantie, openheid en de bereidheid om als politie altijd uit te leggen wat je doet en gedaan hebt en waarom.

17

Dit komt overeen met wat in ‘Het recht op ambtelijk vakmanschap’ (Jansen e.a., 2022) wordt beschreven als een viervoudig recht op dat vakmanschap, namelijk het recht van burgers, van volksvertegenwoordigers en bestuurders én van de ambtenaren zelf.

21

22

De politie is tegelijkertijd van de samenleving, van de staat en van haar eigen professie. In de kern handelt de politie neutraal. 23

De verweven politietaak In de urgente situaties waarin de politie optreedt, is het ondoenlijk verschillende taakdomeinen van elkaar te scheiden. De politie kent een brede, generale politietaak, waarbinnen wellicht taakdomeinen kunnen worden onderscheiden, maar die zijn niet te scheiden.18 Veel situaties waarin de politie handelt, kunnen niet uitsluitend worden gezien als een reactieve (rechts-) ordeherstellende of (nood)hulpverlenende taak. Bovendien spelen ook andere, meer strategische politiële doelen, bijvoorbeeld het versterken van de informatiepositie of het voorkomen van erger.19 De politietaak is breed en dat bepaalt het karakter van het politiewerk, zeker nu de politie zich ontwikkelt om dit ook vorm te geven in het digitale domein.

18

Ook in de internationale vergelijking tussen politiekorpsen in Engeland en Wales, België, Noorwegen is een opvallende rode draad dat zij uiteindelijk alle uitkomen op een generalistische, brede opvatting van de politierol en vaak zelfs expliciet de noties van ‘kerntaken’ of ‘deeltaken’ verwerpen.

19

In bijvoorbeeld het werken met personen met onbegrepen gedrag geldt dat een combinatie van factoren zorgt dat dit onderdeel is van de politietaak: de vaststelling dat andere mogelijk verantwoordelijken niet altijd kunnen of willen optreden; de onvoorspelbaarheid van de dynamiek van dergelijke situaties, die snel kunnen escaleren en waarbij mogelijk fysieke dwang of geweld gebruikt moet worden, de informatie die uit een dergelijke casus kan komen en die kan helpen om een probleem op te lossen, en de directe bijdrage die het levert aan veiligheid(-sgevoelens). Een ander voorbeeld: bij criminaliteitsonderzoek naar mensenhandel is het in veiligheid brengen van slachtoffers eerste prioriteit. Daarom werken in die onderzoeken politiemensen nauw samen met maatschappelijke en zorgorganisaties.

24

De politietaak is niet in afzonderlijke taken te scheiden, hooguit en slechts ten dele te onderscheiden. Daar waar het kan betrekt de politie anderen om problemen op te lossen. 25

Tegelijkertijd worden opsporen, handhaven en hulpverlenen wel onder­ scheiden. Opsporing is daarin een binnen en buiten de politie erkend wezenlijk domein, in een breed spectrum van hele grote tot minder in het oog lopende zaken. De politie kan – helaas – veel zaken niet oplossen, maar door haar bewust ingezette opsporingsactiviteiten draagt ze voortdurend bij aan handhaving van de (morele) rechtsorde en aan de beheersing van maatschappelijke vraagstukken. Het opsporingsdomein is net als alle andere taakdomeinen niet statisch. De vraag naar politie-inzet beweegt voortdurend, gezien onder meer de ontwikkelingen in digitale, in niet altijd zichtbare en internationale criminaliteit. De bijzondere positie als gevolg van haar maatschappelijke verankering, doorzettingsmacht en unieke informatie en kennis zet de politie ook nadrukkelijk in preventieve zin in, zeker als anderen daartoe nog niet in staat zijn.20 Een ander domein is dat van handhaven van de openbare orde: politiewerk dat gericht is op het handhaven of herstellen van de openbare orde. Het kan bestaan uit grootschalig (ME) optreden of uit Bewaken en Beveiligen, maar het verwijst ook naar beperkte en minder opvallende verstoringen in wijk, dorp of op het web, waar veiligheidsgevoelens geraakt worden of naar het overtreden van regels zoals in het verkeer, en alles er tussenin.

Deze veelvormigheid is een onontkoombare karakteristiek van verstoring; soms is voorbereiding op het politieoptreden mogelijk maar vaker moet naar bevind van zaken worden gehandeld. Zo in te spelen op de situatie is een kenmerkende kwaliteit van de politie.

20

Zo is inzet bij bijvoorbeeld cybercriminaliteit ook gericht op het opwerken van blokkades die vormen van cybercriminaliteit tegenhouden, om grote aantallen slachtoffers te voorkomen. Dat bedenkt de politie in eerste instantie zelf omdat er nu eenmaal moet worden gehandeld, maar met het oogmerk burgers en anderen in positie te brengen zodat de politie weer kan uitvoegen.

26

Een derde domein is hulpverlening: het verlenen van allerlei vormen van noodhulp en eerste hulp aan mensen die van zichzelf kwetsbaarder zijn of door een situatie of incident geraakt zijn. Zoveel als mogelijk – maar dat blijkt niet altijd eenvoudig – moeten hulpvragen aan de politie overgedragen worden aan andere (zorg-) partners, die hier beter voor toegerust zijn. Daarbij is de hulpverlenende verantwoordelijkheid van de politie er dan een van het in beeld brengen van het probleem en het dan naar het juiste loket brengen.Eerder is beschreven dat de politie, om reden dat een incident vaak meer perspectieven dan hulpverlenen kent óf omdat anders niemand gaat, toch zal optreden. Dat laat onverlet dat de politie zonder terughouden anderen zal betrekken en aansporen om hun verantwoordelijkheden te nemen.

27

Politie in een veranderende context Wat de politie voor mensen en de samenleving wil betekenen, kent een algemene – tijdloze – geldigheid. De politie moet, zoals gezegd, zorgen voor blijvende betekenis van deze elementen in een voortdurend veranderende samenleving. Met name de eerdergenoemde technologische ontwikkelingen veranderen de samenleving in snel tempo en daarmee de inhoud van het politiewerk. Dit geldt in het bijzonder voor informatie- en communicatietechnologie, die volledig verweven raakt in het bestaan van mensen en binnen de samenleving. Niettemin gaat het ook om een andersoortig domein met een vooralsnog minder geordende logica en eigen dynamiek, ook door de belangrijke rol van private partijen. Het stelt de politie voor veranderende of nieuwe taken en leidt tot andere manieren van werken zoals in het hanteren van de vele beschikbare data. Digitaal en fysiek raken toenemend verweven. Zo leven jongeren in belangrijke mate in hun digitale omgeving, waar de politie niet aan voorbij kan gaan. Ook zien we binnen de domeinen opsporing en openbare orde dat een goede digitale aanwezigheid van de politie informatie oplevert die kan helpen voor preventie in de fysieke wereld. De politietaak benadrukt daarom niet het onderscheid tussen fysiek of digitaal, ook al kent het digitale domein eigen uitdagingen en vraagstukken.21

21

In het advies aan de korpschef (Welten e.a., december 2019) Politiefunctie en rechtsstaat in de gedigitaliseerde samenleving wordt gesproken over positionering in een meervoudige context. Er wordt daar onderscheid gemaakt tussen de stationaire rechtsstaat, de reizende rechtsstaat, de geprivatiseerde rechtsstaat en de afwezige rechtsstaat. Verschillende contexten vragen verschillende benaderingen, een voortdurende uitdaging waar het gaat om de taakopdracht van de politie.

28

Technologische vernieuwingen en aanwezigheid in de digitale wereld worden ook ingezet om het generieke politiewerk te ondersteunen, met als voorbeelden het werken met mobiele informatieontsluiting, Big Data-tools in de opsporing en diverse Artificial Intelligence toepassingen. Ook in de verbinding met de samenleving kent de politie digitale en sociale media-gerichte vormen naast de bekende methoden. Burgers verwachten en waarderen dat. Belangrijk uitgangspunt in deze ontwikkelingen is dat de menselijke aard van politiewerk behouden blijft en dat de fysieke leefomgeving onverminderd belangrijk is.

De politie speelt in het politiewerk in op de gevolgen van de digitale transformatie én ze benut deze voor eigen professionalisering. Zij doet dat vanuit het blijvende besef dat politiewerk mensenwerk is, dat wil zeggen: door mensen voor mensen.

29

De politie is daar, waar dat voor de uitoefening van de politietaak nodig is: lokaal, nationaal, internationaal en digitaal. 30

De voor de politie kenmerkende eerste oriëntatie is lokaal. De leefomgeving van mensen is vertrekpunt voor de noodzakelijke maatschappelijke verankering, ook nu dat meer aangevuld wordt met de digitale verschijningsvormen daarvan; de politie is zichtbaar, aanspreekbaar en benaderbaar. Tegelijkertijd verbreedt de oriëntatie voortdurend. Nieuwe vraagstukken vragen in toenemende mate een landelijke en zelfs internationale benadering. De politie is daar waar nodig, ook als het landelijk of internationaal gewenst is. Voor de opsporing van criminaliteit is het (toenemende) grensoverschrijdende karakter een belangrijke dimensie. De politie oriënteert zich ook op transnationale migratiestromen. Daarnaast is er de sterk grenzeloze gedigitaliseerde wereld en evenzo die van sociale media, waardoor gebeurtenissen elders in de wereld direct doorwerken in eigen land. De politie neemt verantwoordelijkheid daarin, ondanks dilemma’s en spanningen om legitimiteits- of verantwoordingsvraagstukken en (of juist: in combinatie met) de ervaren spanning tussen bijvoorbeeld nationale prioriteiten en lokale vraagstukken.

31

De politie in het netwerk Politiewerk is verweven met wat anderen doen en weten. De politie werkt altijd samen, met andere organisaties én met burgers of burger­ initiatieven. De politie neemt in de samenwerking een belangrijke plaats in. Hoewel breed wordt onderschreven dat de politie geen exclusieve verantwoordelijkheid voor veiligheid heeft en dat ook niet moet hebben, wordt als het gaat om veiligheidskwesties vaak als eerste naar de politie gekeken. De politie neemt zo nodig, juist ook in de samenwerking, het initiatief of is minstens actief betrokken.22 Belangrijk is haar kennis van de relevante context én haar doorzettingsmacht, niet in de laatste plaats omdat daarin ook verantwoordelijkheid gevoeld wordt voor de (veiligheids-) zorg voor andere veiligheidspartners; iets wat door hen als cruciaal wordt ervaren. Daarnaast is al benadrukt dat het uitermate belangrijk is dat de politie informatie deelt en haar expertise inzet, voor zover anderen daaraan behoefte hebben. De politie is gericht op verbinding met haar partners. Overigens mag de politie verwachten dat het delen van expertise en adviezen ook tot opvolging en activiteiten van anderen, zowel van overheden als van partners, zal leiden.

De politie heeft vanwege haar bijzondere competenties binnen haar netwerken en samenwerkingsverbanden een unieke eigen plaats.

22

Ook meer recente internationale oriëntaties in Engeland en Wales, België, Noorwegen stellen allemaal de positionering van de politie in het brede, veranderende veiligheidsdomein centraal.

32

Binnen samenwerkingsverbanden neemt het belang van de bijdrage van de politie toe naarmate de combinatie van contextgerichte oriëntatie, haar doorzettingsmacht en de kennis- en informatiepositie in die samenwerking meer relevantie heeft.23 Dit raakt aan de positie van de politie binnen de bredere politiefunctie. De politie is, zoals gezegd, gedreven om samen te werken in het bevorderen van het goede samenleven. Tegelijkertijd is terughoudendheid geboden als sprake is van sluipende verschuiving van werk naar anderen, zoals boa’s of private beveiligers, wanneer meningen verschillen in hoeverre dit wenselijk is. Keuzes hierover vragen doordenking. Voor de politie is belangrijk dat zij blijvend lokaal en digitaal aanwezig en verbonden is, ook omdat maatschappelijke verankering verbonden is met haar informatie- en kennispositie. Daarnaast kan niet bedoeld en gewenst gevonden worden dat anderen dan de politie met algemene doorzettingsmacht handelen.24 De samenwerking met andere (private) organisaties kent vanzelfsprekend rechtstatelijke begrenzingen rond bijvoorbeeld gelijke toegang tot het recht en met betrekking tot privacywetgeving.

23

Soms heeft de politie een wettelijk voorgeschreven toezichthoudende taak, die zich zelfs uitstrekt tot vergunning- en verlofverlening. Deze taken vragen wellicht in de context van dit stuk om hernieuwde overweging.

24

Dit raakt aan de discussie over toekenning van geweldsmiddelen aan buitengewoon opsporingsambtenaren.

33

Omgaan met tragiek en paradoxen Eerder zagen we dat de politie haar verantwoordelijkheid niet wil ontlopen, ook al zijn verwachtingen heel groot en niet zelden tegengesteld. We verwezen naar inzet op vraagstukken die de politie ten diepste niet kan oplossen en waar samenwerking gewenst is, terwijl mogelijkheden daartoe ook begrenzingen kennen. Daarnaast ging het over de spanning tussen nationale prioriteiten en lokale vraagstukken, waarbij landelijke vraagstukken lokale prioriteiten vaak lijken te verdringen. Het is een gegeven dat de vraag naar politiewerk altijd groter is dan wat de politie aankan. De politie zal nooit alles kunnen doen wat zij wil doen, zij zal veelal op basis van haar eigen professionele afweging besluiten wat in welke situaties wel en niet te doen. Dat zijn pijnlijke keuzes in het besef dat deze mensen teleurstellen.25 Natuurlijk vindt dit plaats in een voortdurende professionele, reflexieve dialoog binnen de organisatie en tussen de organisatie en haar omgeving, waaronder het gezag. Deze afwegingen worden gemaakt vanuit een zekere bescheidenheid over wat met politiewerk kan worden bereikt, en tegelijkertijd met medemenselijkheid en het streven om toch zoveel mogelijk recht te doen.

Daarin speelt het professioneel moreel kompas een heel belangrijke rol, en ook een breder bewustzijn van de symbolische functie en maatschappelijke opdracht van de politie, als een sociale institutie die laat zien welke gedragingen (on)wenselijk zijn in de samenleving door het met gezag bevestigen van de norm.

25

Bij interne gesprekken is hier lang bij stil gestaan. Als keuzes ertoe leiden dat de lokale verankering te zeer onder druk komt te staan of handhavingstekorten in de opsporing te groot worden, kan dit – ook tegen de achtergrond van deze visie – tot existentiële vraagstukken leiden.

34

Bijlage Onderliggende spanningsvelden De vooraf gevonden spanningsvelden die belangrijk leken voor de oriëntatie op de politietaak zijn onder te brengen in die overkoepelende domeinen, namelijk het politie-idee, de politie-vorm en de politie-strategie. Het overkoepelende domein: Het politie-idee 1. Werking in de samenleving (tastbare resultaten versus ‘er zijn’) 2. Oriëntatie en legitimering (staat versus samenleving) 3. De prijs van veiligheid (collectieve veiligheid versus individuele vrijheid) Het inrichtingsdomein: De politie-vorm 4. Technologie (mensenwerk versus technologie waar mogelijk) 5. Geografie (lokaal tot en met internationaal) 6. Plaats (oriëntatie op wijk versus op web) 7. (On)deelbare politie (te onderscheiden taakgebieden versus ondeelbare taak) 8. Policing (politie als een van de vele partijen versus de centrale partij) Het domein van adaptatie: Politiestrategieën 9. Houding – bejegening (instituut versus individu) 10. Politiemodel (maakbaarheid versus kwetsbaarheid/vangnet) 11. Strategie – tactiek (reactieve versus proactieve strategie) 12. Bewegelijkheid (tijdloze taak versus permanente verandering)

35

Colofon Uitgave Politie

Auteurs Jaco van Hoorn, Auke van Dijk

Foto’s Wouter Zaalberg

Datum Februari 2024

P-23-2626

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14131890/1