CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Onderzoeken bij IN Centrumplein en Winkelcentrum.pdf

RAAD 12 december 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Investeringsnota (Ontwikkelkader) voor deelgebied Winkelcentrum, (Buikslotermeerplein Amsterdam Noord) en het beschikbaar stellen van een uitvoeringskrediet (VN2024-016064)19.053 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Te zijner tijd werd de aanleg van een stadspoor verwacht, maar dat zou met de huidige aanleg van de Noord-Zuidlijn veel langer op zich laten wachten dan destijds voorzien werd. Bij de aanleg van de naoorlogse tuinsteden in Noord moest rekening worden gehouden met lastige waterstaatkundige omstandigheden. Zo was het niet mogelijk om het gehele plangebied op één peil te brengen. Van deze omstandigheden kon vernuftig gebruik worden gemaakt door de hoofdverkeerswegen uit te voeren als verhoogde tracés voor autoverkeer, wat tevens zorgt voor de destijds gewenste scheiding tussen de verschillende verkeersstromen voor auto- en langzaam verkeer. Onder de verhoogde wegen was ruimte voor voetgangerspaden en rijwielwegen. Dit paste bij de modernistische scheiding van de functies: wonen, werken, verkeer en recreatie.

5

Gemeente Amsterdam

Versie 22 november 2016

Algemeen Uitbreidingsplan, 1934, uitsnede Amsterdam

Structuurplan Amsterdam Noord, 1958.

6

Gemeente Amsterdam

Versie 22 november 2016

Winkelcentrum als hart van Amsterdam-Noord De Buikslotermeer was destijds de middelste van drie nieuwe wijken in Amsterdam-Noord, tussen de Banne Buiksloot en Nieuwendam Noord. Centraal gelegen, werd op het Buikslotermeerplein een groot winkelcentrum geprojecteerd; het huidige Boven ’t Y. Ten noorden en zuiden kwamen twee woongebieden en rondom werden brede parkstroken aangelegd. Het winkelcentrum was strategische gelegen aan de Leeuwarderweg, die aansloot op de IJtunnel, en op de geprojecteerde stadsspoorweg. Daarmee zou het winkelcentrum gevoelsmatig dichter bij het stadscentrum komen te liggen. Andere omliggende wegen zijn de IJdoornlaan, de Th. Weeversweg en het Buikslotermeerplein. Het winkelcentrum moest niet alleen het hart vormen van de wijk Buikslotermeer, maar van heel Amsterdam-Noord en het kreeg zelfs een regionale functie toebedeeld. Naast de winkels voor de dagelijkse levensbehoeften, was er nadrukkelijk ruimte voor warenhuizen. Het winkelcentrum was één van de vier regionale winkelcentra, die als een krans om het grootste “winkelcentrum” – de Amsterdamse binnenstad – kwam te liggen. De andere winkelcentra waren gelegen in de westelijke tuinstad Osdorp, de zuidelijke tuinstad Buitenveldert en in de planning de Bijlmermeer.

Uitsnede illustratie in J.J. van der Velde – Stadsontwikkeling van Amsterdam 1939 – 1967. De Buikslotermeer zoals voorzien in 1967. In het midden het Winkelcentrum Boven ‘t Y (rood omlijnd), de grote haken aan de zuidzijde zijn het Het Breed c.q. Plan van Gool en in het noorden Buikslotermeer Noord. Het plan is op een aantal punten gewijzigd, maar is grotendeels zo uitgevoerd.

7

Gemeente Amsterdam

Versie 22 november 2016

Buikslotermeerplein in 1972 (SAA: B00000034215)

Buikslotermeerplein in 1984 (SAA: B00000036628)

Van winkelstraat naar winkelcentrum De aanleg van winkelgebieden in de nieuwe uitbreidingswijken na de oorlog wijkt sterk af van wat tot die tijd gebruikelijk is. De winkels in de nieuwe wijken sloten niet langer aan op de radialen die vanuit het stadshart naar de stadsrand lopen. Alleen in de vroeg-naoorlogse tuinstad Slotermeer was dit nog wel het geval bij de Burgemeester de Vlugtlaan. Deze winkelstraat kreeg na realisatie in 1952 kritiek van de invloedrijke architect Aldo van Eyck. Hij vond de winkelstraat een verwarring van functies omdat deze zowel een drukke verkeersas was, als een straat om rustig te winkelen. Een alternatief was het betrekkelijk nieuwe fenomeen van “winkelcentra”. Het grote voorbeeld

8

Gemeente Amsterdam

Versie 22 november 2016

was de Rotterdamse Lijnbaan naar ontwerp van H.A. Maaskant, in 1953 de eerste autovrije winkelpromenade van de wereld. Ook werd gekeken naar Amerika waar al in de jaren twintig in nieuwe wijken winkelcentra gerealiseerd werden, en die na de oorlog standaard werden in de “suburbs”. In de jaren zestig nam in Nederland de welvaart toe, en daarmee het autobezit. De Amsterdamse “shopping-centres” moesten goed bereikbaar zijn per auto, zodat ruimschoots parkeerruimte werd aangelegd. Het winkelcentrum aan het Buikslotermeerplein zou uiteindelijk in opzet vergelijkbaar zijn met dat van het Gelderlandplein in Buitenveldert (opening 1968). Onderzoek Initiatiefnemers van het winkelcentrum in Noord waren winkeliers aan de Hagedoornweg, die in 1955 een soort warenhuis annex koopcentrum met plek voor verschillende detailzaken voor ogen hadden. Het architectenbureau F. van Klingeren werd gevraagd om een schetsplan te maken, waarbij hij zich baseerde op de Lijnbaan. Met gebruik making van het verschil in polderpeil ontwierp hij een twee-niveauplan: benedendijks aan- en afvoer en een markt, boven een groot winkelplateau. In 1957 verscheen echter het Uitbreidingsplan voor Amsterdam Noord, waaruit bleek dat de gemeentelijke afdeling Stadsontwikkeling twee winkelcentra wilde.

Omdat dit plan indruiste tegen het “geplande” hart van Noord gaf de Vereniging van bedrijven in AmsterdamNoord de opdracht aan prof. dr. J.F. Haccoû (Universiteit van Amsterdam) om onderzoek te doen naar de diverse aspecten van een winkelcentrum. De economische basis van inkomens, het bestedingspatroon en de te verwachten kopers werden onderzocht. De uitkomsten benadrukten de potentie en het belang van één centraal en groot winkelcentrum. Allereerst zou een centraal winkelcentrum de centrumvorming in de Buikslotermeer versnellen, en werd verwacht dat de vrij homogene arbeidersbevolking aan een lokaal winkelcentrum de voorkeur zou geven boven het Amsterdamse centrum. Daarbij zou de relatief geïsoleerde ligging van het stadsdeel een rol blijven spelen. Ook was de verwachting dat het winkelcentrum een grote aantrekkingskracht zou uitoefenen op bewoners uit de regio. Dit onderzoek was uniek destijds. Uiteindelijk nam Stadsontwikkeling het advies over, en gaf de initiatiefnemers grond in erfpacht uit mits de gemeente een redelijke invloed werd gegarandeerd. Het winkelcentrum is vervolgens gebouwd en geëxploiteerd door een speciaal opgerichte NV winkelcentrum Amsterdam Noord. Nieuwkomers hierin waren vertegenwoordigers van de Bijenkorf, Vroom en Dreesman, Albert Heyn en De Gruyter die maar liefst de helft van de commissiezetels innamen.

De initiatiefnemers van het eerste uur, de zelfstandige winkeliers hadden in zekere zin het nakijken.

9

Gemeente Amsterdam

Versie 22 november 2016

Maquette (in Algemeen Handelsblad, 1961) van shopping centrum in Amsterdam Noord door architectenbureau F. van Klingeren

Maquette (in dagblad De Waarheid, 1966) van het winkelcentrum door R. Fledderus, met midden de winkels en in hoogbouw kantoren en een hotel

“droogwinkelen” aan het Buikslotermeerplein Het plan van Van Klingeren was inmiddels dus van tafel geschoven. De gemeente nodigde de Rotterdamse architect en stedenbouwkundige Rein H. Fledderus (1910-1970) uit om een ontwerp

10

Gemeente Amsterdam

Versie 22 november 2016

te maken. Hij werd gevraagd vanwege zijn betrokkenheid bij de Lijnbaan, en zijn invloedrijke ideeën over winkels die hij onder meer ventileerde in het boek Over winkels (1957). In 1967 was de start van de bouw van het winkelcentrum Boven ‘t Y, de opening van de eerste fase vond plaats in september 1970. Aan het Buikslotermeerplein ontwierp Fledderus ruimte voor 2.400 auto’s, waaronder een verhoogd parkeerdek met mogelijkheid tot uitbreiding door er een tweede laag bovenop te bouwen. Dit verhoogd parkeerdek zou uiteindelijk in de jachtig worden gebouwd, een tweede laag is niet nodig gebleken. Verder was het winkelcentrum domein van de voetganger. Het publiek moest rustig kunnen winkelen en de gebouwen bezoeken, zonder gehinderd te worden door verkeer. De winkels en gebouwen kregen een plek aan (gelijkvloerse) voetgangersstraten en kleine, intieme pleinen. Het overkappen van het hele winkelcentrum werd in de wederopbouwperiode nog niet veel toegepast. Om het winkelend publiek in het niet-overdekte centrum toch niet te veel bloot te stellen aan weer en wind kregen de winkels brede luifels. Dit moest het “droogwinkelen” mogelijk maken. Warmtestralers werden geïnstalleerd voor in de koude jaargetijden. Fledderus voorzag in zijn opzet dat het winkelcentrum op de vier assen van de omringende wijken aansluit.

Voetgangersstraat met groenvoorzieningen, en transparante etalages, 1971 (SAA: B00000009432)

11

Gemeente Amsterdam

Versie 22 november 2016

Aantakking op de omgeving

Verhoogd parkeerdek uit de jaren tachtig

Gezelligheid en voorzieningen Ook was het de bedoeling de voetgangersruimten te gebruiken voor bijzondere manifestaties als tentoonstellingen en autoshows. Uit Amerika was niet alleen het concept overgewaaid om winkels ruimtelijk te concentreren rond verkeersvrije winkelhoven, maar ook om het winkelgebied aan te kleden met groenvoorzieningen, terrasjes, kunst, straatmeubilair en reclameborden. Aspecten als gezelligheid, beslotenheid, intimiteit en een goede sfeer werden als heel belangrijk geacht. Fledderus was van mening dat een winkelcentrum ontworpen moest worden als een zelfstandig geheel. Hier hoorde ook voorzieningen als scholen, een crèche, een café-restaurant en een overdekt zwembad bij. Overheidsdiensten kregen de ruimte om kantoren te realiseren. Dat een winkelcentrum een culturele of ontspanningsfunctie had werd breed gedragen. Passend bij de op dat moment heersende ‘wijkgedachte’ moest het winkelcentrum bijdragen aan de integratie en gemeenschapszin van wijkbewoners; de wijk vormde de eenheid waarbinnen de “ontwortelde” stedeling zich kon ontplooien. Wel moest voorkomen worden dat de aanvullende voorzieningen die vaak onder winkeltijden gesloten waren voor donkere gaten zorgden. Etalages moesten continu doorlopen, en deze etalages en de transparante ingangspartijen zorgden voor een vloeiende overgang van het voetgangersgebied naar het interieur van de winkel.

Hierdoor was voor het publiek de drempel om de winkel binnen te lopen zo laag mogelijk. Eenheid in vormgeving, kleur en materiaalgebruik zoals (grind-)beton, hout en glas zorgde voor een strakke en rustige uitstraling.

12

Gemeente Amsterdam

Versie 22 november 2016

Gebruikte materialen zijn o.a. grindbeton en glas (het glas op de linkerfoto is de glasoverkapping uit de jaren 90)

Binnenplein, met luifels, zitelementen, lantaarnpalen en plastiek, 1971 (SAA B00000009245)

13

Gemeente Amsterdam

Versie 22 november 2016

Plastiek als speelobject en zitelementen op het binnenplein in 1970 (SAA: 10009A000297) en metaalplastiek bij de oostentree in 1972 (SAA: B00000010857)

Plastiek als speelobject en zitelementen op het binnenplein en metaalplastiek bij de oostentree

Grote jongens Geconcentreerde winkelvoorzieningen waren niet alleen aantrekkelijk voor het winkelend publiek, maar ook voor de ondernemers. Onderzoek naar consumentengedrag toonde aan dat concentratie het koopgedrag stimuleert. De warenhuizen en supermarkten profiteerden van de aantrekkingskracht van geconcentreerde voorzieningen, en de kleine winkeliers op hun beurt van de aanloop van de warenhuizen en supermarkten. Het belang van ‘trekkers’ in een nieuw winkelcentrum werd duidelijk in de eerste paar jaren van het winkelcentrum aan het Buikslotermeerplein. Drogisterij Van de Boogaard, die zich als een van eersten met zijn zaak op het Buikslotermeerplein vestigde zei 25 jaar later, in 1996, over de beginjaren: “de eerste twee jaar was het alleen maar armoede. Tot de grote bedrijven als Vroom & Dreesman en de toenmalige supermarkt de Gruyter erbij kwamen. Toen schoot de omzet omhoog.” Toch veroorzaakte de monopolypositie van deze mammoetbedrijven ook voor onrust bij de middenstanders, die al tien jaar eerder betrokken waren bij de totstandkoming van een koopcentrum. De komst van de grote

14

Gemeente Amsterdam

Versie 22 november 2016

jongens zorgde dan wel voor aanloop, maar het leidde ook tot hoge huren. Bovendien hadden de grootgrutters ervoor gezorgd dat de kleinste winkelruimte pas bij 100m2 begon, wat voor zelfstandige ondernemers vaak teveel is.

Trappartij, parkeerplaats, warenhuis Vroom & Dreesman, entree van het winkelcentrum en reclamezuilen, 1973 (SAA: B00000011257 en B00000011256)

Buikslotermeerplein in 1981 (SAA: B00000021663 en B00000021665)

Helder en strak geometrisch vormgegeven trappartij die het plein verbindt met de verhoogde de Th. Weeversweg, met de mee ontworpen bushokjes (vermoedelijke architect D. Sterenberg van de Dienst Publieke Werken)

15

Gemeente Amsterdam

Versie 22 november 2016

Uitbreiding en transformatie De opvatting dat winkelcentra ten opzichte van winkelstraten een langere economische levensduur zouden hebben, omdat ze in handen waren van beleggers die het onderhoud zouden verzorgen, en omdat de ruimtes flexibel in te delen zijn, is onjuist gebleken. Meerdere problemen deden zich voor in de loop der jaren. Al in de jaren tachtig werd geklaagd over gebrek aan uitstraling en slechte aansluiting bij de wensen van de consument. De algemene interpretatie van de begrippen gezelligheid en sfeer was veranderd. De uitwerking van het Buikslotermeerplein was ook minder luxueus dan bijvoorbeeld het Gelderlandplein. Begin jaren negentig - op dat moment telde het winkelcentrum meer dan honderd winkels en 7 warenhuizen – leidde de ontevredenheid tot een opknapbeurt. Bij de renovatie is een deel van de promenades overdekt (“restyling”), en nieuwbouw toegevoegd om het Buikslotermeerplein te verlevendigen. Al tien jaar eerder was op het parkeer- en marktplein aan de noordwestzijde van het Buikslotermeerplein een cultuurgebouw gerealiseerd, met bovenin Bowling Noord, onder ruimte voor bijvoorbeeld dansavonden en een kiosk. De eerste ideeën voor een appartementencomplex op hetzelfde parkeer- en marktplein, naast de V&D, ontstonden ook in die jaren.

Uiteindelijk resulteerden de plannen in 1993 in Het Warder Schip, een door architectenbureau Jan Brouwer Associates ontworpen woongebouw van zeven lagen op een onderbouw van kantoren, horeca en een parkeerkelder. De driehoekige beëindiging, bedoeld voor disco The Palace, moest associaties oproepen aan de voorkant van een schip. Aan de andere kant van het winkelcentrum werd in 1994 complex De Branding (architect Gert-Jan Hendriks) opgeleverd. Deze negentien etages tellende woontoren diende een beeldbepalende ontsluiting te vormen van het winkelcentrum. De toren staat aan de kop van een strook laagbouw, met op de begane grond winkels en hierboven woningen onder een golvend dak. In 1988 is ten oosten van het winkelcentrum, aan het op dat moment nieuwe Olof Palmeplein (1986), een langgerekt okergeel woongebouw opgeleverd. Gelijktijdig (1987) is aan hetzelfde plein het witte bedrijfsgebouw van driehoog, met de opvallende groene buizeninstallatie aan de buitenzijde, gerealiseerd. Sinds 2000 staat naast de bezinepomp de Bomengarage, een ontwerp van architectenbureau bd architectuur. De parkeergarage ontleend zijn naam aan de glazen vliesgevel om de betonconstructie die in vormgeving verwijst naar de boomstructuur van de nabijgelegen bomen. In 2005 is een stedenbouwkundig plan vastgesteld voor verdere uitbreiding van het winkelcentrum, dat slechts gedeeltelijk is uitgevoerd.

Volgens plan is wel het oude stadsdeelkantoor gesloopt, ten behoeve van de realisatie van het complex De Opgang in 2008, bestaande uit woningen, detailhandel en een parkeergarage. Anno 2016 is de verwachte halte van de Noord-Zuid lijn nieuwe aanleiding om het gebied Centrum Amsterdam Noord (CAN), waaronder het Buikslotermeerplein te intensiveren en op te knappen.

16

Gemeente Amsterdam

Versie 22 november 2016

In der jaren tachtig gerealiseerd cultuurgebouw (met boven Bowling Noord), en kiosk

Complexen Het Warder Schip uit 1993, en rechts torencomplex De Branding uit 1994 en het Olof Palmeplein

Bomengarage en De Opgang

17

Gemeente Amsterdam

Versie 22 november 2016

3 Betekenisvolle structuren, elementen en bebouwing

Cultuurhistorisch betekenisvolle elementen en structuren Winkelcentrum Boven ’t Y is een typisch product uit de jaren ‘60, waarin het fenomeen winkelcentrum zijn opmars maakte. Bij renovatie begin jaren negentig is het plein op onderdelen veranderd, waarbij veel van de oorspronkelijke kwaliteiten verloren zijn gegaan. Niettemin zijn er nog elementen die een beeld geven van de oorspronkelijke bedoeling: -

de aantakking met de omliggende omgeving de oorspronkelijke opzet van de gebouwen de verkeersvrije voetgangersstraten de drooglopen, al zijn deze overdekt door de glazen luifels uit de jaren negentig de nog overgebleven (grind-)betonnen zitelementen de plastiek op het binnenplein en bij de oostentree het verhoogde parkeerdek de trappartij die het plein verbinden met de verhoogde de Th. Weeversweg, en de bushokjes

Hoewel het tot het tijdsbeeld behoort, was het Buikslotermeerplein niet tot de top van de winkelcentra gerekend worden. Bij de toekomstige herontwikkeling kan er evengoed voor gekozen worden om terug te grijpen naar het oorspronkelijk concept van de architect Fledderus. Met de heldere belijning, het kleurgebruik en materiaal als grindbeton, hout en glas. Ook groenelementen, terrasjes en kunst kunnen bijdragen aan een sfeervol winkelcentrum, zoals Fledderus dat voor ogen had. De overige bebouwing is van recente datum, daarnaar zijn nog geen stadsbrede inventarisatie en selectieprojecten gedaan.

18

Gemeente Amsterdam

4

Versie 22 november 2016

Conclusie

Midden jaren vijftig ontstonden de eerste ideeën voor een winkelcentrum in Amsterdam Noord. Het eerste initiatief lag bij kleine ondernemers die een koopcentrum met detailwinkels voor ogen hadden. Onderzoek door prof. dr. J.F. Haccoû van de Universiteit van Amsterdam benadrukte de potentie en het belang van één centraal en groot winkelcentrum, dat niet alleen een grote aantrekkingskracht zou uitoefenen op bewoners in Noord maar ook in de regio. Uiteindelijk wordt het plan voor een winkelcentrum centraal gelegen in de nieuwe wijk Buikslotermeer opgenomen in het Structuurplan Amsterdam Noord (1959). De bouw en exploitatie lag in handen van de kleine winkeliers en vertegenwoordigers van de warenhuizen en supermarkten Bijenkorf, Vroom en Dreesman, Albert Heyn en De Gruyter. In 1970 opent het eerste deel van het winkelcentrum Boven ’t Y aan het Buikslotermeerplein. Geconcentreerde voorzieningen waren niet alleen aantrekkelijk voor het winkelend publiek, maar ook voor de ondernemers. De detailwinkels profiteerden van de grote jongens, al leidde die wel tot hoge huren. De Rotterdamse architect Rein Fledderus werd door de gemeentelijk dienst Stadsontwikkeling aangetrokken vanwege zijn betrokkenheid bij de Lijnbaan, in 1953 de eerste autovrije winkelpromenade van de wereld.

Fledderus ontwierp een “shopping-centre” naar Amerikaans model, waar al sinds de jaren twintig winkelcentra werden gebouwd in “de suburbs”. Het plan voorzag in voldoende parkeergelegenheid voor auto’s, een goede bereikbaarheid via autowegen en openbaar vervoer en aantakking met de omliggende woonwijken. De winkels en gebouwen kregen kleine, intieme pleinen en voetgangersstraten met brede luifels die “droogwinkelen” mogelijk maakten. Groenvoorzieningen, kunst en straatmeubilair droegen bij aan intimiteit en gezelligheid. Een vloeiende overgang van het voetgangersgebied en het interieur van de winkel werd verkregen door transparante etalages en entrees. Voor een strakke en rustige uitstraling werd gekozen voor eenheid in kleur en materiaalgebruik als (grind-)beton en glas. De voetgangersruimten boden ruimte aan bijzondere manifestaties als tentoonstellingen en autoshows. Ook de komst van kantoren en voorzieningen als een crèche en café-restaurant pasten in het idee van het winkelcentrum als zelfstandig geheel. Bij de “restyling” in de jaren negentig is de heldere en eenduidige opzet van het oorspronkelijke ontwerp aangetast.

19

Gemeente Amsterdam

Versie 22 november 2016

Bronnen Stadsarchief Amsterdam, Beeldbank Archief Monumenten en Archeologie Rein H. Fledderus, Over winkels, Wageningen 1957 Wijnand Galema en Dorine van Hoogstraten /Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Winkelcentra. Categoriaal onderzoek Wederopbouw 1940-1965, Zeist 2005 Cle Lesger, Het winkellandschap van Amsterdam, Hilversum 2013 Leo platvoet, Tochten langs de nieuwste woningbouw in Amsterdam Noord, Amsterdam 1998 Afdeling Stadsontwikkeling, De nieuwe woonstad Buikslotermeer, in: Werk in Uitvoering, augustus 1965 Een geschikte vestigingsplaats mits breed opgezet, in: Algemeen Dagblad 14 april 1961 Grootwinkelbedrijven nemen initiatief middenstanders over, in: Algemeen Handelsblad 20 februari 1963 Noord krijgt een nieuw hart, in: De Waarheid, 21 januari 1966 Het grootste winkelcentrum komt in Noord, in: De Waarheid 22 september 1967 Winkelcentrum-Noord is “mooiste van Nederland”, in: Algemeen Handelsblad 19 september 1970

Colofon Datum: 22 november 2016 Status: Definitief Redactie: Hester Aardse Tekst: Victorien Koningsberger

© Monumenten en Archeologie, Gemeente Amsterdam, 2016 Postbus 10718, 1001 ES Amsterdam, 020-2514900 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op enigerlei andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van M&A. M&A aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

20

Pius Floris Boomverzorging Lutkemeerweg 400 1067 TH Amsterdam Postbus 75103 1070 AC Amsterdam T 020 497 40 80 F 020 497 63 09 amsterdam@piusfloris.nl www.piusfloris.nl Pius Floris Boomverzorging Amsterdam B.V. IBAN NL87 ABNA 0243 4826 71 KVK 34116505 BTW NL811686991B02

Inventarisatie & visuele boomcontrole Buikslotermeerplein, te Amsterdam

Colofon Projectnummer:

PRPFA23-00746-067

Opdrachtgever:

Gemeente Amsterdam Ter attentie van de heer L.N.P Weel Weesperstraat 430 1018 DN Amsterdam

Vestiging: Telefoon:

Pius Floris Boomverzorging Amsterdam 020-4974080

Onderzoekers & auteurs:

Dhr. J.H. Vinkers Dhr. F. van den Tweel European Tree Worker

Collegiale toets:

Dhr. J.V.C. Wernsen European Tree Technician & Geregistreerd taxateur bomen (NVTB)

Datum:

10 mei 2023

Versie:

Definitief

© 2023 PFBA Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande toestemming van de auteur.

WWW.PIUSFLORIS.NL

Inhoud 1. Inleiding ........................................................................................................................... 3 1.1. 1.2. 1.3.

Aanleiding............................................................................................................................................ 3 Doelstelling.......................................................................................................................................... 3 Locatie- en situatiebeschrijving ........................................................................................................... 3

2. Onderzoeksmethode ....................................................................................................... 4 2.1. 2.2.

Inventarisatie ...................................................................................................................................... 4 Verplantbaarheid ................................................................................................................................ 4

3. Voorstudie ....................................................................................................................... 7 3.1. 3.2. 3.3.

Beleidsstatus ....................................................................................................................................... 7 Structuurvisie ...................................................................................................................................... 7 Monumentale status & Hoofdbomenstructuur .................................................................................. 7

4. Veldonderzoek ................................................................................................................ 9 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5.

Boominventarisatie ............................................................................................................................. 9 Kwaliteit & onderhoud ........................................................................................................................ 9 Boomveiligheidscontrole ................................................................................................................... 10 Verplantbaarheid .............................................................................................................................. 10 Ecologie ............................................................................................................................................. 11

5. Conclusie en advies ....................................................................................................... 12 5.1. 5.2. 5.3.

Snoeimaatregelen ............................................................................................................................. 12 Controle en nader technisch onderzoek ........................................................................................... 12 Toekomstbestendig beheer............................................................................................................... 12

Bronvermelding ................................................................................................................... 14 Bijlage I: Beeldbijlage ........................................................................................................... 15 Bijlage II: Themakaarten ...................................................................................................... 15 Bijlage III: Boominventarisatielijst........................................................................................ 15

1.

Inleiding

1.1.

Aanleiding

In opdracht van Ingenieursbureau Amsterdam is een inventarisatie en boomveiligheidscontrole (hierna: BVC genoemd) uitgevoerd. De BVC heeft betrekking op 361 bomen in het Buikslotermeerplein te Amsterdam, stadsdeel Noord. Aan de hand van een nieuwe inventarisatie en keuringsronde, is het huidige bomenbestand in kaart gebracht en zijn de bomen beoordeeld op conditie, kwaliteit en verplantbaarheid.

1.2.

Doelstelling

Het doel van dit onderzoek is het inventariseren en het bepalen van de conditie en de toekomstverwachting van de bomen, alsmede de veiligheidssituatie. Met dit onderzoek voldoet u aan de wettelijke zorgplicht voor boomeigenaren in de zin van artikel 6:162 lid 2 Burgerlijk Wetboek mits de in het advies aangegeven maatregelen worden uitgevoerd (algemene en verhoogde zorgplicht). Op basis van deze controle wordt het voor de opdrachtgever helder welke bomen te behouden zijn en welke eventueel gesnoeid of verwijderd moeten worden in het kader van boomveiligheid. De inventarisatie en beoordeling vormt de basis waarop een eventuele BEA (Boom Effect Analyse) wordt opgesteld.

1.3.

Locatie- en situatiebeschrijving

De projectlocatie (figuur 1) ligt in het stadsdeel Noord aan de IJdoornlaan. Het Buikslotermeerplein ligt in de wijk Buiksloot in de Buikslotermeerpolder in Amsterdam. Het grootste gedeelte van het Buikslotermeerplein bestaat uit een winkelcentrum. De 361 bomen staan voornamelijk in groepen op verschillende parkeerterreinen. Daarnaast staan de bomen in laanbeplanting langs de rijbaan.

Figuur 1: Luchtfoto van de projectlocatie. Het rode kader geeft bij benadering het onderzoeksgebied aan (Gemeente Amsterdam, 2023)

PRPFA23-00746-067 – Inventarisatie & boomveiligheidscontrole Buikslotermeerplein te Amsterdam

3

2.

Onderzoeksmethode

2.1.

Inventarisatie

Het terrein en de betreffende bomen zijn geïnventariseerd en digitaal opgenomen in een GIS-programma (Geologisch Informatie Systeem). Nadat de bomen zijn geïnventariseerd en hun kwaliteit is beoordeeld, wordt een status aan de bomen toebedeeld. Deze status wordt toegekend na de uitkomsten van de keuring conform de VTA-methode. VTA staat voor Visual Tree Assessment, oftewel visuele boombeoordeling. Deze onderzoeksmethode is te raadplegen in het handboek boomveiligheid van Mattheck en Breloer.1 De nadruk van deze keuring ligt bij het opsporen van signalen die duiden op verstoringen van de balans binnen de boom. Binnen het kader van de boomveiligheidscontrole (BVC) wordt de boom beoordeeld op boomveiligheid. De onderzoeksmethodes kennen de volgende drie stappen in de procedure: 1. 2. 3.

Visuele controle op symptomen van verzwakking. Als er geen bedenkelijke tekenen worden gevonden, wordt het onderzoek beëindigd; Bij een indicatie van verzwakking wordt nader technisch onderzoek (NTO) geadviseerd (tenzij dit recent en toereikend is uitgevoerd, blijkens de gegevens van de gemeente Amsterdam); Geven de onderzoeksresultaten reden tot ongerustheid, dan moet worden vastgesteld hoe groot de risico’s zijn voor de omgeving.

Op basis hiervan wordt de boom geclassificeerd in één van de vier categorieën: Goedgekeurd: Attentieboom: Risicoboom: Afgekeurd:

2.2.

Wanneer er geen symptomen van verzwakking zijn. Wanneer er wel een symptoom van verzwakking zichtbaar is maar er geen direct risico bestaat, maar wel frequentere controle hierop nodig is. Wanneer een symptoom van verzwakking een direct risico veroorzaakt en wanneer de ernst van een symptoom op het moment van controle niet kan worden vastgesteld. Wanneer op het moment van controle duidelijk is dat de boom een risico vormt en in het kader van veiligheid verwijderd dient te worden.

Verplantbaarheid

Bij het verplanten van bomen wordt aanzienlijke (aanvaardbare) wortelschade toegebracht, waarbij men er van uit gaat dat de bomen het overleven en de toekomstverwachting op lange termijn niet in gevaar wordt gebracht. Het betreft hier veelal jonge of halfwas bomen (stamdiameter tot 30 cm). Doordat de te kappen wortels zich op enige afstand van de stam bevinden, de bomen na het verplanten een ondergrondse verankering krijgen en eventueel in de kroon gereduceerd worden, is een te verwijderen percentage van 50% aan opnamebeworteling acceptabel (alleen bij verplanting). Dit aanvaardbare percentage wordt niet overschreden indien de bomen in de voorbereidende fase voldoende tijd krijgen om een compact wortelstelsel te ontwikkelen.

Basis richtlijn voor verplanting (de volgende klassen zijn gemaakt op basis van ervaring):

1

Mattheck, C. en H. Breloer, 1995. Handboek boomveiligheid: de boombreuk in mechanica en rechtspraak. Pius Floris Producties, Almere-Haven.

PRPFA23-00746-067 – Inventarisatie & boomveiligheidscontrole Buikslotermeerplein te Amsterdam

4

▪ ▪ ▪

Stamdiameter op borsthoogte (dbh) minder dan 30 cm: de boom kan relatief eenvoudig verplant worden. Dbh groter dan 30 en kleiner dan 60 cm: de boom kan verplant worden nadat er op individuele basis is vastgesteld dat dit mogelijk is. Er geldt geen algemeen beeld voor deze klasse. Dbh groter dan 60 cm: de boom kan redelijkerwijs niet meer verplant worden.

Voornamelijk bij grote (oude) bomen dient de volgende kanttekening te worden geplaatst. Technisch gezien zijn alle bomen verplantbaar, echter het risico op vervroegde uitval en de kosten van het verplanten zijn dermate hoog dat het verplanten niet als een reële optie wordt gezien. Bij oude bomen spelen bovendien de boomsoort, de toekomstverwachting en de vitaliteit van de boom (het vermogen om te reageren op veranderingen zoals het verplanten) een grote rol. Veelal is het reactievermogen van oude bomen traag. Hiernaast is de (noodzakelijk) toegebrachte wortel- en kroonschade bij de verplanting van grote oude bomen zwaarder en de verstoring van de directe groeiplaats van de boom ingrijpender. Naast de basis richtlijn zal er aan de volgende randvoorwaarden moeten worden voldaan om een verplanting succesvol uit te kunnen voeren. ▪

▪

▪ ▪

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

De te verplanten bomen dienen minimaal een redelijke conditie en een redelijke toekomstverwachting te hebben, want de bomen moeten na beschadiging in staat zijn nieuwe groei te genereren en de verwondingen goed af kunnen grendelen. De wortelkluit dient rond gegraven te worden om intensieve wortelgroei binnen de te verplanten kluitdiameter te stimuleren. De voorbereidingstijd dient minimaal 2 en bij voorkeur 3 groeiseizoenen te bedragen.2 De afmetingen van de te verplanten wortelkluit dient 8x (tot 10x)1 de stamdiameter op borsthoogte te bedragen bij een bewortelingsdiepte van circa 100 cm. Er mogen geen kabels en leidingen binnen een straal van 3 meter vanaf de stam van de boom liggen. Deze 3 meter is van belang bij het voorbereiden (rondgraven) van de boom. Hierdoor is meer ruimte nodig dan de daadwerkelijke kluitdiameter (van 1,5 à 2,5 m). De te verplanten boom dient redelijk centraal in de te verplanten kluit te staan (minimaal 3x de stamdiameter naar alle zijden tot de rand van de kluit). Boven- en ondergronds moet er voldoende werkruimte zijn om de verplanting mogelijk te maken. Er moet een geschikt depot zijn om de bomen gedurende de werkzaamheden op een verantwoorde manier op te slaan. Er moet een veilige transportroute naar en van het opslagdepot zijn. De uiteindelijke boomgrootte en kroonvorm moeten passen op de nieuwe locatie.

Voor het verplanten rijzen de volgende vragen over de huidige situatie van de te verplanten bomen. Indien het antwoord op één van de volgende vragen van invloed is op het slagen van de verplanting, zal dit worden meegenomen in de overweging de betreffende bomen te verplanten. ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

2

Wat is het natuurlijke bewortelingspatroon van de boom? Wat is de omvang en de diepte van de wortelkluit? Wat is de grondsoort en de onderlinge samenhang van de bodemdeeltjes? Hoe groot is de indringingsweerstand van de bodem? Op welke diepte bevindt zich de grondwaterspiegel? Betreft het een vrijstaande of een beschut staande boom? Hoe staat de boom georiënteerd op de overheersende windrichting bij storm (in Nederland zuidwest en in mindere mate noordwest)?

Atsma, J. en Y. in ’t Velt, 1992. Stadsbomen Vademecum deel 2: groeiplaats en aanplant. Praktijkschool Arnhem.

PRPFA23-00746-067 – Inventarisatie & boomveiligheidscontrole Buikslotermeerplein te Amsterdam

5

Verplantingsmethoden Voorbereiding op verplanting Bij bomen in de diameterklasse 20-30 cm welke met een verplantmachine verplant kunnen worden is geen voorbereiding noodzakelijk. Voorwaarden voor het gebruik van een verplantmachine is wel dat er geen kabels en/of leidingen binnen de te verplanten wortelkluit aanwezig zijn. Indien er wel kabels en/of leidingen binnen de te verplanten wortelkluit aanwezig zijn, zijn de voorwaarden voor een optimale verplanting, naast het rondgraven van de wortelkluit, het inpakken van de gestoken kluiten met rootcontrol-folie zodat een compacte kluit kan worden gevormd. De kluit dient bij beide verplantingsmethode op voorhand te worden geïnjecteerd met geschikte bacteriën, mycorrhizaesporen 3 en wormenmest 4 zodat in de te verplanten kluit de wortelcapaciteit wordt vergroot. Feitelijke verplanting Er bestaan ruwweg vier methoden voor het verplanten van bomen. Bomen in de diameterklasse tot 30 cm zijn eenvoudig te verplanten door middel van een verplantmachine. Met deze methode worden de bomen door schoepen uit de grond gestoken en naar hun nieuwe of tijdelijke locatie gebracht. Voorwaarde voor deze methode is wel dat er zich geen kabels en/of leidingen binnen de te verplanten kluit mogen bevinden. Bomen tot 30 cm in diameter welke niet met een verplantmachine kunnen worden verplant kunnen toch relatief eenvoudig worden verplant.

Deze bomen kunnen worden opgetild (hijskraan) en op transport worden gezet. Het tillen gebeurt door middel van een strop aan de stam. Voorwaarden zijn wel dat de boom een beperkte en compacte kluitomvang heeft in verband met het breken van de wortels door het gewicht van de kluit. Bij bomen in de diameterklasse boven de 30 cm geven kluitmassa en omvang een dermate groot risico op het breken van de kluit, zodat wordt overgegaan op het gebruik van een Newman frame (bovenop de kluit) of andersoortige vloeren aan de onderzijde van de kluit. De boom wordt niet langer aan de stam gehesen (afstropingsgevaar bast) maar aan het frame rondom de wortelkluit. Het vloersysteem met een frame onder de wortelkluit is het meest geschikt voor grote kluiten (zware bomen) waarna de boom staande op het frame wordt opgetild en verplaatst of op transport gezet. Nadeel en beperking van deze methode is de extra benodigde werkruimte om het frame onder de kluit te bevestigen en de boom te transporteren. Er kan ook worden gewerkt door de boom naar de gewenste locatie te schuiven, waarbij het frame onder de wortelkluit wordt aangebracht en het frame met boom en al wordt verschoven (of geduwd). Hierbij zijn slechts geringe afstanden te overbruggen (nabij de huidige locatie).

3

mycorrhizaesporen:

4

wormenmest:

sporen van een ‘goede’ wortelschimmel zorgen voor een vergroting van de wortelopnamecapaciteit. een uitgecomposteerde humus, zodat geen zuurstof uit de bodem wordt onttrokken tijdens compostering.

PRPFA23-00746-067 – Inventarisatie & boomveiligheidscontrole Buikslotermeerplein te Amsterdam

6

3.

Voorstudie

3.1.

Beleidsstatus

De gemeente Amsterdam is eigenaar van alle bomen binnen de projectlocatie. De bomen en de locatie zijn aan de volgende beleidsuitgangspunten getoetst: • • •

3.2.

Structuurvisie; zijn de bomen onderdeel van de Hoofdgroenstructuur? Monumentale status; hebben de bomen een (gemeentelijke) monumentale status? Groene Puccini; zijn de bomen onderdeel van de Hoofdbomenstructuur?

Structuurvisie

Het projectgebied valt niet binnen de hoofdgroenstructuur van de gemeente Amsterdam.

Figuur 2: Uitsnede interactieve kaart Hoofdgroenstructuur. Projectlocatie bij benadering binnen rode kader (Gemeente Amsterdam, Hoofdgroenstructuur, 2023).

3.3.

Monumentale status & Hoofdbomenstructuur

De betreffende bomen behoren niet tot de landelijk geregistreerde of gemeentelijk monumentale bomen, ander waardevol groen of groene monumenten. Het projectgebied maakt daarnaast wel onderdeel uit van de hoofdbomenstructuur, weergegeven in figuur 3.

PRPFA23-00746-067 – Inventarisatie & boomveiligheidscontrole Buikslotermeerplein te Amsterdam

7

Figuur 3: Uitsnede interactieve kaart Hoofdbomenstructuur. Projectlocatie bij benadering binnen rode kader (Gemeente Amsterdam, Hoofdbomenstructuur, 2023).

PRPFA23-00746-067 – Inventarisatie & boomveiligheidscontrole Buikslotermeerplein te Amsterdam

8

4.

Veldonderzoek

4.1.

Boominventarisatie

Tijdens de inventarisatie en de boomkeuring zijn 388 bomen opgenomen, waarvan 56 reeds verwijderd zijn. Van de 332 aanwezige bomen zijn er 7 niet eigendom van de gemeente Amsterdam. Vanuit het oorspronkelijke databestand zijn 350 bomen voorzien van een gemeentelijk boomnummer. De resterende bomen zijn niet eerder opgenomen in het databestand van de gemeente en daarom tijdens de inventarisatie voorzien van een boomnummer. Het bomenbestand bestaat uit 21 verschillende soorten of cultivars. De meest voorkomende soorten zijn iep, linde en plataan. Tot slot zijn er 3 stobbes aangetroffen in het terrein.

4.2.

Kwaliteit & onderhoud

De nulmeting, het beoordelen van de huidige kwaliteit van de bestaande bomen, is hieronder samengevat weergegeven en toegelicht. In de bijlagen zijn de individuele resultaten per boom weergegeven. De meeste bomen verkeren in een onvoldoende conditie. De toekomstverwachting varieert voornamelijk tussen de > 10 jaar en > 15 jaar (zie figuren 4 en 5).

Aantal bomen per conditieklasse

Toekomstverwachting 400

400

350

56

Verwijderd

300

25 27

250

Slecht

250

200

Onvoldoende

Aantal

300

56 64

149

Aantal

350

200

150

Voldoende

150

100

Goed

100

50 0

88 31

Figuur 4: Aantal bomen per conditieklasse

Verwijderd < 5 jaar > 5 jaar

187

> 10 jaar > 15 jaar

50

63

0

30

> 20 jaar

Figuur 5: Toekomstverwachting bomen

Wat betreft onderhoud zijn 270 bomen als aanvaard (op beeld) gekwalificeerd, waarbij geen snoeiactie vereist wordt. Verder zijn er 54 bomen als regulier bestempeld, dat wil zeggen dat er één snoeiactie nodig is om de boom op beeld (veilig) te krijgen. De voornaamste beheermaatregel is hier begeleidingssnoei of er is dood hout in de bomen aanwezig. Verder zijn er 8 bomen waarbij het onderhoudsbeeld bestempeld is als achterstallig. Hiervoor geldt dat er een snoeiactie noodzakelijk is waarbij tot 40% ( 2 snoeibeurten) van het kroonvolume wordt weggenomen om de boom op beeld te krijgen. Of er is sprake van te zware takken in de tijdelijke kroon. Voor een gezond, duurzaam en veilig bomenbestand, zijn snoeimaatregelen noodzakelijk. De snoeiprioriteit varieert tussen de < 3 maanden en 5 jaar. Dit is afhankelijk van het onderhoudsbeeld en aangetroffen gebreken. De volgende snoeitypen zijn van toepassen: Veiligheidssnoei; Onderhoudssnoei; Begeleidingssnoei; Jeugdsnoei.

PRPFA23-00746-067 – Inventarisatie & boomveiligheidscontrole Buikslotermeerplein te Amsterdam

9

Veiligheidsstatus

Onderhoudsbeeld

350

350

13

Aantal

250

54 8

300 250 Regulier

200

Achterstallig

150

270

Aanvaard

100

Aantal

300

200

Risicoboom

279

Goedgekeurd Attentieboom

150

Afgekeurd

100 Figuur 7: Veiligheidsstatus

50

50

0

0

Figuur 6: Onderhoudsbeeld

4.3.

36 4

Figuur 7 Aantallen boomveligheidscontrole

Boomveiligheidscontrole

Op basis van de boomveiligheidscontrole (BVC) komt naar voren dat er 4 bomen (boomnr. 353, 366, 395572 & 444547) zijn afgekeurd. Deze afgekeurde bomen dienen verwijderd te worden. Ook zijn er 13 bomen als risicoboom beoordeeld waarbij een beheermaatregel binnen 3 of 6 maanden uitgevoerd dient te worden om he veiligheidsrisico weg te nemen. Daarnaast gelden er diverse andere beheermaatregelen in het kader van boomveiligheid. Bomen met een verminderde conditie (matig/slecht) en/of aantasting zijn als attentieboom beoordeeld en dienen jaarlijks gecontroleerd te worden om het mogelijke conditie verval te monitoren. Hierdoor kan er tijdig worden geacteerd op eventuele risico’s. Binnen het bomenbestand zijn 13 bomen als risicoboom gekwalificeerd. Uit de keuring komt samengevat het volgende naar voren: -

270 bomen zijn goedgekeurd; 36 bomen als attentiebomen gekwalificeerd (jaarlijkse controle); 13 bomen zijn als risicobomen gekwalificeerd; 4 bomen zijn afgekeurd; 56 bomen zijn verwijderd.

De attentiebomen betreffen voornamelijk de bomen met afstervingsverschijnselen en die een slechte conditie tonen. De meeste risicobomen komen in aanmerking voor onderhouds- en/of veiligheidssnoei doordat er takken te laag hangen. Ook is er zwaar (> 4 cm) dood hout waargenomen. Bij een risicoboom (353) is het advies om deze te vellen omdat de boom is afgestorven.

4.4.

Verplantbaarheid

Op basis van de randvoorwaarden zijn de bomen binnen het project beoordeeld op verplantbaarheid. De huidige beoordeling betreft de boomtechnisch geschiktheid voor verplanting waarbij boomgrootte, conditie en kwaliteit als parameters is gebruikt. Zaken als benodigde voorbereidingstijd, kabels en leidingen, herplantlocatie en aan en afvoerroutes zijn in deze eerste beoordeling buiten beschouwing gelaten. Op basis van de keuring komt naar voren dat er 39 bomen in aanmerking komen voor een eenvoudige verplanting (fig. 8). Het betreft hier voornamelijk jonge bomen met een stamdiameter tot 30 cm, verkerend in een goede tot voldoende conditie en goede tot redelijke toekomstverwachting en die een goede kwaliteit bezitten.

PRPFA23-00746-067 – Inventarisatie & boomveiligheidscontrole Buikslotermeerplein te Amsterdam

10

- Amberboom

Verplantbare bomen

- Amerikaanse linde - Beverboom cv - Chinese wilde peer cv

7

- Dubbelbloemige paardenkastanje - Gewone plataan 1

1

4 332

39

- Gewone vogelkers

2 1 2 1 1

1 4 2

2

1 1

8

- Hollandse linde

- Iep cv - Japanse sierkers - Sambucus nigra - Sierappel - Veldiep, Gladde iep - Winterlinde - Witte Paardenkastanje

Figuur 8 Overzicht boomsoorten technisch verplantbaar.

4.5.

Ecologie

Vogelnesten Tijdens het veldonderzoek is in het bijzonder gelet op het voorkomen van rust- en verblijfplaatsen van fauna. Er zijn acht vogelnesten aangetroffen. Het betreft 9 overblijvende nesten (vnl. ekster) in de volgende bomen: 404670, 404668, 404669, 404719, 441912, 400413, 444351, 400406 en 400725.

PRPFA23-00746-067 – Inventarisatie & boomveiligheidscontrole Buikslotermeerplein te Amsterdam

11

5.

Conclusie en advies ◊ ◊ ◊ ◊

Tijdens de inventarisatie en de boomkeuring zijn 388 bomen opgenomen, waarvan 56 verwijderd. Huidige aantal aanwezige bomen is 332 Zeven bomen zijn niet in eigendom van de gemeente Amsterdam. 31 bomen in de publieke ruimte (excl. 7 bovengenoemde) zijn niet of nooit opgenomen in het beheersysteem van de gemeente. ◊ De meeste bomen verkeren in een onvoldoende conditie en toekomstverwachting tussen de > 10 jaar en > 15 jaar. ◊ Driekwart van de bomen zijn op beeld (aanvaard) en bij deze bomen zijn geen snoeimaatregelen noodzakelijk Voor een gezond, duurzaam en veilig bomenbestand, zijn bij de overige bomen wel snoeimaatregelen noodzakelijk. ◊ Er zijn 39 bomen geselecteerd die in aanmerking kunnen komen voor een eenvoudige verplanting. Het betreft hier een voorstudie op basis van technische verplanting. In de besluitvorming zullen deze potentieel verplantbare bomen nader dienen te worden onderzocht (verplantbaarheidsonderzoek) om de randvoorwaarden in kaart te kunnen brengen. Voor het complete overzicht van bomen en geïnventariseerde eigenschappen zie bijlage III.

5.1.

Snoeimaatregelen

Geadviseerd wordt om binnen 3 maanden veiligheidssnoei uit te voeren bij 5 bomen, het betreft boom 442007, 403613, 444447, 444448, 16. Bij deze bomen gaat het voornamelijk om losse, gebroken of uitgescheurde takken. In een aantal gevallen is er sprake van grof hout in de kroon van de bomen. De standplaats van deze bomen bepaalt of het dode hout verwijderd dient te worden. Als het dode hout een gevaar voor de omgeving oplevert is verwijderen binnen 6 maanden het advies. Is het verwijderen van het dode hout niet noodzakelijk maar wordt er wel aanbevolen dit binnen 1 jaar uit te voeren. Voor de meeste bomen ligt de snoeiprioriteit op 2 tot 3 jaar (257 bomen). Bij de snoeiwerkzaamheden zal rekening moeten worden gehouden met de acht aangetroffen vogelnesten. Laat daarnaast de benodigde snoei uitvoeren door, en naar inzicht van, een gediplomeerde boomverzorger (European Tree Worker).

5.2.

Controle en nader technisch onderzoek ◊ ◊ ◊ ◊

5.3.

Er komen geen bomen in aanmerking voor Nader Technisch Onderzoek. De 36 attentiebomen dienen jaarlijks gekeurd te worden Bij de 13 risicobomen dient vanwege de gevaarzetting een snoeimaatregel uitgevoerd te worden. 4 bomen zijn afgekeurd en dienen te worden geveld (boomnr. 353, 366, 395572 en 444547).

Toekomstbestendig beheer

Houd in de toekomst rekening met het uitvallen van aangetaste bomen en bomen die reeds in een slechte conditie verkeren. Hierdoor kunnen er gaten in het bomenbestand ontstaan. Zorg door middel van het aanplanten van nieuwe bomen voor diversiteit in leeftijd en een gevarieerd bomenbestand ten behoeve van risicospreiding.

PRPFA23-00746-067 – Inventarisatie & boomveiligheidscontrole Buikslotermeerplein te Amsterdam

12

In het vertrouwen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, teken ik hoogachtend en met vriendelijke groet,

Pius Floris Boomverzorging Amsterdam Afdeling onderzoek, taxaties, ecologie en advies

F. van den Tweel, Boomtechnisch adviseur Gecertificeerd boomveiligheidscontroleur European Tree Worker (ETW),

Gecontroleerd door: J.V.C. Wernsen, European Tree Technician (ETT), Geregistreerd taxateur bomen (NVTB)

Onderzoek wordt verricht en adviezen worden uitgebracht, alleen op voorwaarde dat de aanvrager afstand doet van ieder recht op aansprakelijkheid.

PRPFA23-00746-067 – Inventarisatie & boomveiligheidscontrole Buikslotermeerplein te Amsterdam

13

Bronvermelding Gemeente Amsterdam. (2023, 17 Maart). Opgeroepen op Maart 17, 2023, van maps.amsterdam.nl: https://maps.amsterdam.nl/bomen/?LANG=nl Gemeente Amsterdam. (2023, 17 Maart). Opgeroepen op Maart 17, 2023, van maps.amsterdam.nl: https://maps.amsterdam.nl/hoofdgroenstructuur/?LANG=nl Gemeente Amsterdam. (2023, 17 Maart). Opgeroepen op Maart 17, 2023, van maps.amsterdam.nl: https://maps.amsterdam.nl/hbs/?LANG=nl Gemeente Amsterdam. (2023, 17 Maart). Opgeroepen op Maart 17, 2023, van maps.amsterdam.nl: https://maps.amsteredam.nl/monumentaal_groen/?LANG=nl

PRPFA23-00746-067 – Inventarisatie & boomveiligheidscontrole Buikslotermeerplein te Amsterdam

14

Bijlage I: Beeldbijlage Bijlage II: Themakaarten Bijlage III: Boominventarisatielijst

Inventarisatie & boomveiligheidscontrole Buikslotermeerplein te Amsterdam

Beeldbijlage Overzicht toont de lindebomen op de parkeerplaats. Door de omstandigheden is er sprake van een trage en gedrongen groei.

De foto toont de rij volwassen platanen langs het Buikslotermeerplein.

Inventarisatie & boomveiligheidscontrole Buikslotermeerplein te Amsterdam

De foto toont de bomen in het talud aan de noordzijde langs het Buikslotermeerplein.

De foto toont het braakliggende terrein aan de noordzijde van het Buikslotermeerplein.

Inventarisatie & boomveiligheidscontrole Buikslotermeerplein te Amsterdam

Inventarisatie & boomveiligheidscontrole Buikslotermeerplein te Amsterdam

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60

444551 Tilia americana 444552 444554 444556 463855 466312 471547 471548 471550 21 23 26 395551 397736 397738 397739 400308 400405 400412 400639 400663 403627 404668 404712 404716 407348

426611 437427 437428 437429 437432

Tilia americana Tilia americana Tilia americana Acer campestre Onbekend Platanus hispanica

Huntingdon iep Gewone plataan Gewone plataan

Huntingdon iep

Huntingdon iep

Heesterbeplanting Elementenverharding Elementenverharding Heesterbeplanting

X

Heesterbeplanting Heesterbeplanting

X

Heesterbeplanting Heesterbeplanting Heesterbeplanting Heesterbeplanting

Ruw gras Amerikaanse linde Ruw gras Iep cv Ruw gras Heesterbeplanting Iep cv Verharding Iep cv Elementenverharding Amerikaanse linde Elementenverharding Amerikaanse linde Elementenverharding

Winterlinde Winterlinde

Huntingdon iep

Heesterbeplanting

Huntingdon iep Iep cv

Heesterbeplanting Elementenverharding

Dubbelbloemige paardenkastanje Iep cv Iep cv Iep cv Iep cv

Verharding Ruw gras Ruw gras Ruw gras Ruw gras

50

45

15-18

53 50

55 50

18-24 18-24

53

55

18-24

53

40

15-18

Voldoende Slecht

X

Voldoende

> 10 jaar Redelijk Niet verplantbaar

25 25 30 30

6-9 9-12 6-9 9-12

28

25

12-15

52 52 52 49 52 46 52 49 46 43 52 49

30 30 35 35 45 40 30 30 30 30 35 30

9-12 9-12 9-12 9-12 12-15 12-15 9-12 6-9 9-12 9-12 9-12 9-12

49

35

9-12

52

40

9-12

52 49 38

40 35 40

9-12 6-9 6-9

Onvoldoende > 10 jaar Matig Onvoldoende > 10 jaar Redelijk Onvoldoende > 10 jaar Matig Goed > 20 jaar Redelijk

18

15

6-9

Goed

53

45

12-15

53 53 27 53 53 49 53

35 35 30 55 40 45 40

12-15 12-15 12-15 15-18 12-15 12-15 12-15

53

55

18-24

55

15-18

50

65

15-18

22

15

0-6

21

20

6-9

32 32 35 38

20 15 15 15

9-12 9-12 6-9 6-9

Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar -

Voldoende > 10 jaar Redelijk Onvoldoende > 10 jaar Matig Onvoldoende > 10 jaar Redelijk Voldoende > 15 jaar Redelijk Voldoende > 10 jaar Redelijk Slecht > 10 jaar Slecht Voldoende > 15 jaar Goed Onvoldoende > 10 jaar Matig

Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar Onvoldoende > 15 jaar Redelijk Niet verplantbaar

Voldoende

> 10 jaar Redelijk Niet verplantbaar

Voldoende Slecht

> 15 jaar Redelijk Niet verplantbaar < 5 jaar Slecht Niet verplantbaar

Voldoende > 15 jaar Goed Voldoende > 15 jaar Redelijk Voldoende > 10 jaar Redelijk Onvoldoende > 5 jaar Matig Onvoldoende > 10 jaar Matig

B lu sie Co nc

Be h m eer aa tre ge l

Op m er ki ng

W or te ls

St am vo e

St am

Kr oo n

Goedgekeurd Verwijderd Zwaar dood hout geen gevaar

Goedgekeurd

Verwijderd Verwijderd

Slecht

> 15 jaar Goed

Goedgekeurd Goedgekeurd Goedgekeurd Verwijderd

Nest

Niet verplantbaar Niet verplantbaar

Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar

X X X X X X X

Ophoging groeiplaats

Verwijderd

Goed > 20 jaar Redelijk Onvoldoende > 10 jaar Matig Onvoldoende > 10 jaar Matig Slecht > 10 jaar Slecht Onvoldoende > 10 jaar Matig Voldoende > 15 jaar Redelijk Voldoende > 15 jaar Redelijk Onvoldoende > 10 jaar Matig Slecht > 10 jaar Matig Slecht > 10 jaar Slecht Slecht > 10 jaar Slecht Onvoldoende > 10 jaar Matig Slecht > 5 jaar Slecht > 5 jaar Slecht

Goedgekeurd Goedgekeurd

Niet verplantbaar

Niet verplantbaar Onvoldoende > 10 jaar Matig Niet verplantbaar Voldoende > 15 jaar Redelijk Niet verplantbaar Slecht < 5 jaar Slecht Niet verplantbaar Slecht < 5 jaar Slecht Niet verplantbaar Onvoldoende > 10 jaar Matig Niet verplantbaar Onvoldoende > 10 jaar Matig Niet verplantbaar

24 30 52 52

t

ar

> 15 jaar Redelijk Niet verplantbaar Niet verplantbaar

6-9 9-12

53

la nt ba

Voldoende

15 20

X

Insp: F. van den Tweel

Niet verplantbaar Niet verplantbaar

Voldoende > 15 jaar Redelijk Niet verplantbaar Onvoldoende > 15 jaar Redelijk Niet verplantbaar Onvoldoende > 15 jaar Redelijk Niet verplantbaar Niet verplantbaar

25 32

X

Ve rp

Kw al ite it

To ek om st

> 15 jaar Matig > 10 jaar Matig

X

Verharding

Gewone plataan Verharding Gewone plataan Verharding Gewone plataan Verharding Iep cv Elementenverharding Gewone plataan Verharding Gewone plataan Verharding Amerikaanse linde Heesterbeplanting Gewone plataan Gazon Heesterbeplanting Gewone plataan Elementenverharding

6-9 12-15

X

Amerikaanse linde Ruw gras

Tilia cordata Tilia cordata

15 35

X

Amberboom Verharding Amerikaanse linde Verharding Amerikaanse linde Elementenverharding Amerikaanse linde Elementenverharding Amerikaanse linde Elementenverharding Amerikaanse linde Gazon Amerikaanse linde Gazon Amerikaanse linde Ruw gras Amerikaanse linde Verharding Amerikaanse linde Gazon Amerikaanse linde Elementenverharding Amerikaanse linde Verharding Amerikaanse linde Elementenverharding

Onbekend

23 53

Co nd iti e

s

Amerikaanse linde Ruw gras Gewone plataan Verharding

Amerikaanse linde Ruw gras Amerikaanse linde Ruw gras Amerikaanse linde Ruw gras Veldesdoorn Gazon Heesterbeplanting Gewone plataan Ruw gras Heesterbeplanting

Platanus hispanica Platanus hispanica Platanus hispanica Ulmus 'Dodoens' Platanus hispanica Platanus hispanica Tilia americana Platanus hispanica Onbekend Platanus hispanica Ulmus x hollandica ' Vegeta' Ulmus x hollandica ' Vegeta' Ulmus 'Dodoens' Aesculus hippocastanum 'Baumannii' Ulmus 'Dodoens' Ulmus 'Dodoens' Ulmus 'Dodoens' Ulmus 'Dodoens'

Ve rw i jd er d Le ef tij d St am di am et er Ho og te (m )

Ne d.

St an dp la at

am

Datum: 17-3-2023

na

na a se

395554 Tilia americana 400414 Platanus hispanica Ulmus x hollandica ' 403614 Vegeta' 404670 Platanus hispanica 404672 Platanus hispanica 404694 Onbekend Ulmus x hollandica ' 404713 Vegeta' 404720 Ulmus x hollandica ' 404747 Vegeta' Ulmus hollandica 405183 'Vegeta' Ulmus hollandica 405185 'Vegeta' 405230 Onbekend Ulmus hollandica 405231 'Vegeta' 425169 Tilia americana 437423 Ulmus 'Dodoens' 437441 441983 Ulmus 'Dodoens' 441987 Ulmus 'Dodoens' 441993 Tilia americana 442010 Tilia americana Liquidambar 442035 styraciflua 444405 Tilia americana 444409 Tilia americana 444413 Tilia americana 444417 Tilia americana 444434 Tilia americana 444439 Tilia americana 444445 Tilia americana 444452 Tilia americana 444457 Tilia americana 444458 Tilia americana 444491 Tilia americana 444526 Tilia americana

61 62 63 64 65

La tij n

Bo om nr .

id

m

Inventarisatie en boomveiligheidscontrole Buikslotermeerplein

Niet verplantbaar Niet verplantbaar Niet verplantbaar

kroondelen kroondelen Licht dood hout < 4 cm Licht dood hout < 4 cm

Bastschade >15%

Stambescherming Opdruk verharding

Licht dood hout < 4 cm Licht dood hout < 4 cm kroondelen Licht dood hout < 4 cm Licht dood hout < 4 cm Licht dood hout < 4 cm kroondelen kroondelen kroondelen kroondelen Licht dood hout < 4 cm;Afsterven top;Afsterven kroondelen

Bastschade <15% Wortelopslag

Attentieboom Wortelopslag

Scheefstand

Opdruk verharding

schuurtak

Nest

Profiel: bestratingsopdruk wegnemen of herprofileren Goedgekeurd Goedgekeurd Goedgekeurd Goedgekeurd Goedgekeurd Goedgekeurd Goedgekeurd Goedgekeurd Goedgekeurd Goedgekeurd Goedgekeurd Goedgekeurd Attentieboom

Scheefstand

losse tak(ken) Licht dood hout < 4 cm schuurtak

Verwijderd Goedgekeurd Goedgekeurd Verwijderd Attentieboom Attentieboom Goedgekeurd Goedgekeurd

Radiale scheuren/ribvorming

Stamschot verwijderennullTak(ken) verwijderen (snoei) Stamschot verwijderen

Goedgekeurd Goedgekeurd Goedgekeurd Goedgekeurd Verwijderd Verwijderd Verwijderd Verwijderd Verwijderd Verwijderd Verwijderd Goedgekeurd

Profiel: bestratingsopdruk wegnemen of herprofileren Goedgekeurd Goedgekeurd Goedgekeurd Goedgekeurd Goedgekeurd Goedgekeurd Goedgekeurd Goedgekeurd Verwijderd Goedgekeurd Goedgekeurd

Afsterven kroondelen

Goedgekeurd Attentieboom

Goedgekeurd Goedgekeurd Goedgekeurd Goedgekeurd Goedgekeurd

66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127

437436 Ulmus 'Dodoens' 439611 Tilia americana Aesculus 440662 hippocastanum 441914 Ulmus 'Dodoens' 441988 Tilia europaea

Iep cv Ruw gras Amerikaanse linde Elementenverharding Witte Paardenkastanje Verharding Iep cv Hollandse linde

Elementenverharding Elementenverharding

441990 Tilia europaea

Hollandse linde

442024 Tilia americana Liquidambar 442036 styraciflua 444424 Tilia americana 444461 Tilia americana 444473 Tilia americana 444488 Tilia americana 444490 Tilia americana

Amerikaanse linde Elementenverharding

Elementenverharding

Amberboom Verharding Amerikaanse linde Verharding Amerikaanse linde Elementenverharding Amerikaanse linde Elementenverharding Amerikaanse linde Verharding Amerikaanse linde Verharding

Tilia americana Amerikaanse linde Verharding Tilia americana Amerikaanse linde Elementenverharding Tilia americana Amerikaanse linde Elementenverharding Tilia americana Amerikaanse linde Ruw gras Tilia americana Amerikaanse linde Ruw gras Acer pseudoplatanus Gewone esdoorn cv Beplanting 463828 'Rotterdam' Amerikaanse linde Elementenverharding 468180 Tilia americana Hollandse linde 472677 Tilia x europaea Verharding 28 397743 Platanus hispanica Gewone plataan Verharding 397744 Platanus hispanica Gewone plataan Verharding 400407 Platanus hispanica Gewone plataan Verharding 400410 Platanus hispanica Gewone plataan Verharding 400664 Platanus hispanica Gewone plataan Gazon 403590 Onbekend Heesterbeplanting 403615 Heesterbeplanting 404669 Platanus hispanica Gewone plataan Elementenverharding 404673 Platanus hispanica Gewone plataan Verharding Ulmus x hollandica ' Huntingdon iep Heesterbeplanting 404718 Vegeta' Ulmus x hollandica ' Huntingdon iep Heesterbeplanting 404742 Vegeta' 437443 Heesterbeplanting

444495 444519 444528 444547 444553

38 49

15 35

9-12 9-12

48

30

9-12

27

20

6-9

53

25

6-9

50

25

6-9

52

30

9-12

28

20

9-12

49 46 46 52 52

30 25 30 30 30

9-12 9-12 9-12 9-12 6-9

46

30

9-12

52 52

40 40

9-12 9-12

33

25

9-12

52 21

35 15

9-12 6-9

50 53 53 53 53

35 30 40 40 45

9-12 9-12 12-15 12-15 12-15

53 53

60 60

18-24 18-24

50

55

18-24

53

60

18-24

52

25

9-12

49 42 52

25 25 30

9-12 6-9 9-12

52

30

9-12

28

20

9-12

52

25

6-9

X X

X

X X

Amerikaanse linde Verharding Amerikaanse linde Elementenverharding Amerikaanse linde Elementenverharding Amerikaanse linde Elementenverharding

442022 Tilia americana Liquidambar 442031 styraciflua 444346 Tilia americana

Amerikaanse linde Elementenverharding

444352 444392 444393 444395 444396 444397

Tilia americana Tilia americana Tilia americana Tilia americana Tilia americana Tilia americana

Amerikaanse linde Elementenverharding Amerikaanse linde Elementenverharding Amerikaanse linde Verharding Amerikaanse linde Verharding Amerikaanse linde Elementenverharding Amerikaanse linde Elementenverharding

52

35

9-12

52 43 43 49 49

25 30 30 35 30

9-12 9-12 9-12 9-12 9-12

444399 444411 444421 444425

Tilia americana Tilia americana Tilia americana Tilia americana

Amerikaanse linde Elementenverharding Amerikaanse linde Verharding Amerikaanse linde Verharding Amerikaanse linde Verharding

49

30

9-12

52 52 49

30 35 25

9-12 9-12 9-12

444426 444436 444437 444443 444444 444481 444494 444511 444543 444545 444546

Tilia americana Tilia americana Tilia americana Tilia americana Tilia americana Tilia americana Tilia americana Tilia americana Tilia americana Tilia americana Tilia americana

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14938157/1