CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Nota van beantwoording adviezen op concept VTH UP 2026.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 27 mei 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over VTH Uitvoeringprogramma Fysieke Leefomgeving 2026 (VN2026-005218)4.029 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van beantwoording adviezen: VTH Uitvoeringsprogramma Fysieke Leefomgeving 2026 – domeinen Bouw en Gebruik Versie 1.0 d.d. 05-03-2026 Inleiding Voor de uitvoering van de VTH-taken in de fysieke leefomgeving geldt binnen Amsterdam het “VTH Beleid Fysieke Leefomgeving 2024”. Jaarlijks wordt in een VTH Uitvoeringsprogramma formatieve capaciteit geprogrammeerd om de geldende beleidsstrategieën uit te kunnen voeren. In het uitvoeringsprogramma wordt inzichtelijk gemaakt hoe de beschikbare formatie voor de VTH-taken gemeente breed wordt ingezet. Het “VTH Uitvoeringsprogramma Fysieke Leefomgeving 2026” is op verzoek van de stedelijk bestuurders gesplitst in twee losse documenten: een uitvoeringsprogramma voor het domein Bouw en een uitvoeringsprogramma voor het domein Gebruik. Het domein Bouw ziet op de VTH-bevoegdheden van het college, het domein Gebruik op de VTH-bevoegdheden van de burgemeester. De twee documenten samen vormen het integrale VTH Uitvoeringsprogramma Fysieke Leefomgeving 2026. Kort inhoudelijk inzake het VTH Uitvoeringsprogramma Fysieke Leefomgeving 2026 In het VTH Uitvoeringsprogramma Fysieke Leefomgeving 2026 wordt de formatieve VTH-capaciteit geprogrammeerd voor het jaar 2026.

Met deze capaciteit wordt voor het desbetreffende jaar uitvoering gegeven aan de VTH-basisopgaven (afhandeling aanvragen) en dynamische opgaven (veelal projectmatig) uit het geldende VTH Beleid Fysieke Leefomgeving 2024. Het gaat bij de programmering expliciet om de stedelijke formatieve capaciteit. Het uitvoeringsprogramma ziet niet op de inzet van de daadwerkelijk beschikbare capaciteit inclusief vacatures en ziekte gedurende het jaar. Het concept VTH Uitvoeringsprogramma Fysieke Leefomgeving 2026 ziet op de VTH-formatie van de stadsdelen, de stedelijke teams Prostitutie, team Bibob en Expertiseteam Brandveiligheid en op de VTH-formatie voor de fysieke leefomgeving van de directie Wonen. Ook de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) voert in Amsterdam VTH-taken uit. De OD NZKG stelt echter jaarlijks een eigen uitvoeringsprogramma op, dat door het college wordt vastgesteld.

Belangrijkste aandachtspunten n.a.v. advisering De belangrijkste aandachtspunten uit de adviesronde luiden als volgt. •

•

Het VTHup FLO 2026 geeft inzicht in de formatief beschikbare capaciteit. In de uitvoeringspraktijk is echter niet alle formatie ingevuld door (langdurig) ziekteverzuim, natuurlijk verloop en niet-ingevulde vacatureruimte. Dit kan zorgen voor hoge werkdruk en bezettingsproblematiek bij de uitvoering van de VTHtaken. Reactie: Het college is met het dagelijks bestuur van mening dat een overzicht van formatieve capaciteit geen volledig beeld geeft van de daadwerkelijk beschikbare capaciteit. Afgesproken is dat wanneer knelpunten ontstaan in de uitvoering dit kenbaar wordt gemaakt aan het management van de VTH-afdelingen. Gezamenlijk wordt dan tussen de stadsdelen gekeken hoe geholpen kan worden in het realiseren van opgaven. Verder heeft VTH ingezet op uniformeren van processen. Dit maakt samenwerking en flexibel inzetten van medewerkers meer mogelijk. Wanneer bezettingsproblematiek in een stadsdeel desondanks leidt tot keuzes om bepaalde taken niet of op een ander niveau uit te voeren dan moet dit worden gemonitord en vindt verslaglegging hierover plaats in het Jaarverslag VTH. Het DB adviseert het college om de rol van de dagelijks besturen van stadsdelen bij de inzet en prioritering van VTH-taken duidelijk en stevig te positioneren.

Het is bij de oprichting van de nieuwe VTH-directie van belang dat de uitvoering van VTH-taken blijvend aansluit bij de lokale context en opgaven van het stadsdeel. Reactie: In het door het college vastgestelde reorganisatieplan voor de nieuwe VTH-directie is ‘nabijheid van het bestuur’ van de stadsdelen als belangrijke randvoorwaarde opgenomen. Het betrekken van de stadsdelen bij de prioritering en capaciteitsinzet van de VTH-directie op lokale VTH opgaven maakt daar een essentieel onderdeel van uit.

Het opstellen van het VTH Uitvoeringsprogramma is een wettelijke verplichting voor de gemeente, waarop toezicht wordt gehouden door de provincie Noord-Holland. Advisering op het concept VTH Uitvoeringsprogramma Fysieke Leefomgeving 2026 Op 9 december 2025 heeft het college het VTH Uitvoeringsprogramma Fysieke Leefomgeving 2026 (hierna: VTHup FLO 2026) in concept vastgesteld. Conform de verordening op de stadsdelen en stadsgebied Weesp heeft het college advies ingewonnen bij het dagelijks bestuur van de stadsdelen en bij de bestuurscommissie van stadsgebied Weesp. De adviestermijn bedraagt in beginsel zes weken na verzending van het adviesverzoek. Deze termijn wordt verlengd gedurende de recesperiode, waardoor de adviesperiode liep tot en met 20 februari 2026. In deze nota zijn de adviezen verzameld die door de stadsdelen en stadsgebied Weesp zijn ingediend. In de volgende alinea worden de belangrijkste aandachtspunten uit de adviseringsronde kort samengevat en van een reactie voorzien. Het volledige overzicht van de adviezen en de wijze waarop deze zijn verwerkt, wordt vervolgens weergegeven in de tabel op pagina 2 en verder.

1

Adviezen stadsdelen/ stadsgebied Weesp Nr.

Stadsdeel/ stadsgebied Oost, Centrum, Zuid, Zuidoost

Advies

Reactie nota van beantwoording

Verwerkt en/of nader toegelicht

Monitoring van druk op de formatie en tijdig bijsturen. Het DB adviseert het college om de druk op de formatieve capaciteit goed te blijven volgen en hier op tijd op in te grijpen. In het VTHup 2026 wordt aangegeven dat sommige stadsdelen voldoende ruimte hebben, terwijl andere stadsdelen te maken hebben met een (te) hoge werkdruk. In de dagelijkse praktijk kan deze druk snel oplopen en leiden tot een (te) hoge werkdruk voor VTH-medewerkers. Het DB vindt het daarom belangrijk dat signalen over aanhoudende druk niet alleen worden genoteerd, maar ook worden gebruikt om keuzes te maken en deze mee te nemen in de begroting.

Nadere toelichting gegeven op systematiek en huidige afspraken

2.

Oost, Centrum, Zuid, Zuidoost, West, Weesp, Noord

Verschil tussen formatieve capaciteit en daadwerkelijk beschikbare capaciteit. Het DB adviseert het college om rekening te houden met het verschil tussen de formatie op papier en de capaciteit die in de praktijk beschikbaar is. Niet alle formatie kan altijd worden ingezet door ziekte, verloop en moeilijk vervulbare vacatures. Dit beeld is structureel en geldt voor meerdere stadsdelen. Het DB vindt het belangrijk dat het college hier rekening mee houdt en blijvend inzet op het bevorderen van vitaliteit en welzijn van medewerkers om ziekte te voorkomen, en op het aantrekken en vasthouden van VTH-medewerkers. Inclusief voldoende middelen om dit mogelijk te maken.

3.

Oost

Duidelijkheid over risico’s per domein. Het DB adviseert het college om per domein duidelijk te maken welke risico’s horen bij de gemaakte keuzes in toezicht en handhaving. De documenten laten zien hoeveel capaciteit wordt ingezet, maar niet altijd wat de gevolgen zijn als bepaalde taken minder vaak of anders worden uitgevoerd. Het DB vindt het belangrijk dat zichtbaar wordt welke risico’s worden genomen, bijvoorbeeld op het terrein van veiligheid of leefbaarheid, zodat het bestuur hier bewust(er) over kan besluiten.

4.

Oost

Meer aandacht voor wat de inzet oplevert. Het VTHup 2026 richt zich vooral op aantallen en uren, terwijl minder zichtbaar is wat de effecten zijn van deze inzet. Het DB adviseert het college om niet alleen te kijken naar hoeveel werk wordt gedaan, maar ook naar wat dit oplevert voor de stad, inwoners en ondernemers. Dit helpt om beter te sturen op resultaat.

5.

Oost

Meer inzicht in de inzet van centrale teams. Het DB adviseert het college om duidelijker te beschrijven hoe centrale teams, zoals Bibob, het Expertiseteam Brandveiligheid en het Bestuurlijk Team Prostitutie, hun prioriteiten bepalen en hoe hun inzet zich verhoudt tot de

Het college begrijpt de zorgen van het dagelijks bestuur om de bestaande druk op de beschikbare capaciteit. Afgesproken is dat wanneer knelpunten ontstaan in de uitvoering dit kenbaar wordt gemaakt aan het management van de VTHafdelingen. Gezamenlijk wordt dan tussen de stadsdelen gekeken hoe geholpen kan worden in het realiseren van opgaven. Indien desondanks blijkt dat er sprake is van structurele tekorten/ overschotten zal de omvang van de formatie en eventuele aanpassing daarvan op dat moment nader worden beschouwd. Daarnaast staat het uiteraard ook het stadsdeel vrij een onderbouwd beroep op financiële middelen in te brengen in de begrotingscyclus. Het college is met het dagelijks bestuur van mening dat een overzicht van formatieve capaciteit geen volledig beeld geeft van de daadwerkelijk beschikbare capaciteit. Wegens o.a. ziekte/ vacatures is immers niet elke formatief beschikbare formatieplaats in de praktijk daadwerkelijk beschikbaar. Inzicht in de daadwerkelijk beschikbare capaciteit voor de VTH-uitvoeringspraktijk is het meest relevant om de werklast en uitvoerbaarheid van de geprognosticeerde taken te beheersen. In dat kader wordt gewerkt met een centraal digitaal inzetplan, waarmee de actuele werklast en de daadwerkelijk beschikbare capaciteit per stadsdeel wordt gemonitord. Aan de hand van dit dashboard kan naar behoefte c.q.

noodzaak daadwerkelijk beschikbare capaciteit worden uitgewisseld tussen de stadsdelen. Wanneer bezettingsproblematiek in een stadsdeel desondanks leidt tot keuzes om bepaalde taken niet of op een ander niveau uit te voeren dan moet dit worden gemonitord en vindt verslaglegging hierover plaats in het Jaarverslag VTH. Verder is het college met het DB van mening dat naast het beschikbaar stellen van middelen voor werving, ingezet moet worden op goed werkgeverschap, vitaliteit, welzijn en het duurzaam behouden van medewerkers, en hun kennis en kunde. Het college merkt op een uitgebreide analyse van de risico’s en de gevolgen als bepaalde taken minder vaak of anders worden uitgevoerd is opgenomen in het VTH Beleid FLO 2024. Deze risico-analyses hebben geleid tot de in het beleid opgenomen prioritering en strategieën voor toetsing en toezicht. Bij het opstellen van dit beleid is het dagelijks bestuur van de stadsdelen nauw betrokken. Dit doet echter niet af aan de waarde van het signaal om het DB ook bij de jaarlijkse programmering van de beschikbare capaciteit te betrekken. Op dit moment vindt dit plaats via de formele adviesronde van het VTH Uitvoeringsprogramma en de daaraan voorafgaande informele bespreking van het concept document in het bestuurlijke VTH RO overleg.

De oprichting van de nieuwe VTH-directie per 01-062026 noodzaakt er toe de systematiek en het proces van programmering en inzet van capaciteit per stadsdeel opnieuw onder de loep te nemen. Het college neemt het signaal derhalve ter harte. Het college merkt op dat de terugblik op de (effecten van de) inzet en een evaluatie van de beleidsstrategieën jaarlijks plaatsvindt in het document ‘Jaarverslag en beleidsevaluatie Bouw en Gebruik’. Dit stuk maakt onderdeel uit van de ‘Big 8-beleidscyclus’, waarvan ook het ‘VTH Beleid Fysieke Leefomgeving 2024’ en het ‘VTH Uitvoeringsprogramma Fysieke Leefomgeving’ onderdeel uitmaakt. Met een cyclus van plannen, programmeren, uitvoeren, evalueren en bijstellen worden signalen uit de uitvoering op structurele basis meegenomen. De prioritering en de strategieën voor toetsing en toezicht zijn opgenomen in het VTH Beleid Fysieke Leefomgeving 2024. De uitvoerende organisatie-onderdelen zoals o.a. VTH stadsdelen en de centrale teams geven hier uitvoering aan. Het

1

Aandachtspunt wordt meegenomen

Aandachtspunt wordt meegenomen bij herziening systematiek en proces vth uitvoeringsprogramma

Nadere toelichting gegeven op onderlinge relaties documenten uit de Amsterdamse beleidscyclus

Signaal wordt meegenomen als aandachtspunt voor de nieuwe VTH-directie.

2

Nr.

Stadsdeel/ stadsgebied

Advies

Reactie nota van beantwoording

situatie in de stadsdelen. Het is voor de stadsdelen niet altijd duidelijk welke en waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. Meer uitleg hierover helpt bij de onderlinge samenwerking en afstemming.

college neemt het signaal dat het voor de stadsdelen niet altijd duidelijk is welke keuzes worden gemaakt ter harte. Het college is van mening dat de reorganisatie naar één VTH-directie kansen biedt op verbetering van de samenwerking en onderlinge communicatie tussen de uitvoerende teams onderling en met de stadsdelen. Het college is met het DB van mening dat de overgang naar de directie VTH zorgvuldig moet worden begeleid, waarbij aandacht wordt besteed aan de gevolgen van de overgang voor de continuïteit van het werk, het behoud van kennis en de werkdruk. Het college ziet dit als een belangrijke opgave voor de VTH-directie in oprichting. Verder is in het reorganisatieplan ‘nabijheid van het bestuur’ van de stadsdelen als belangrijke randvoorwaarde opgenomen. Het betrekken van de stadsdelen bij de prioritering en daaruit voortvloeiende capaciteitsinzet van de VTH-directie op lokale opgaven maakt daar onderdeel van uit.

6.

Oost, NieuwWest, Noord

7.

Noord

8.

Oost

Organisatiebreed kader voor het stellen van prioriteiten. Het DB adviseert het college om bij aanhoudende druk op de capaciteit een organisatiebreed kader vast te stellen voor het stellen van prioriteiten. Dit helpt stadsdelen om op eenzelfde manier keuzes te maken en voorkomt verschillen in aanpak.

9.

Oost

Terugblik op het voorgaande jaar. Het DB adviseert het college om in toekomstige uitvoeringsprogramma’s een korte terugblik op het voorgaande jaar op te nemen. Dit maakt duidelijk wat goed ging en wat beter kan, en helpt bij het verbeteren van ramingen en keuzes.

10.

Oost

11.

Oost

Meer invloed voor het dagelijks bestuur op inzet en prioritering van VTH-taken. Het DB adviseert het college om de rol van de dagelijks besturen van stadsdelen bij de inzet en prioritering van VTH-taken duidelijker en steviger te positioneren. Het DB wil meer invloed kunnen uitoefenen op de keuzes die worden gemaakt, zowel bij de inzet van capaciteit als bij het bepalen van prioriteiten binnen de VTH-opgaven. Stadsdelen hebben een directe bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de uitvoering in het gebied en beschikken over actuele kennis van lokale risico’s, signalen uit de wijk en maatschappelijke ontwikkelingen. Deze kennis is van groot belang bij het maken van keuzes, zeker wanneer sprake is van beperkte capaciteit en niet alle taken tegelijkertijd kunnen worden uitgevoerd. Samenwerking met partners en zicht op maatschappelijke effecten. Het DB adviseert het college om de samenwerking met partners zoals politie, brandweer, GGD en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied duidelijker te beschrijven. Ook vraagt het DB om

Overgang naar de directie VTH zorgvuldig begeleiden. Het DB adviseert het college om de overgang naar de nieuwe directie VTH medio 2026 uitgebreider toe te lichten. In het VTHup 2026 wordt deze overgang vooral praktisch beschreven, terwijl de gevolgen voor medewerkers en stadsdelen groot kunnen zijn. Het DB vindt het belangrijk dat aandacht wordt besteed aan de gevolgen van de overgang voor de continuïteit van het werk, het behoud van kennis en de werkdruk, en dat duidelijk is hoe de stadsdelen hierbij worden betrokken. Het dagelijks bestuur adviseert met klem dat bij de oprichting van de nieuwe directie VTH de nabijheid tot de stadsdelen en de bestuurlijke prioriteiten van de stadsdelen nadrukkelijk worden geborgd. Het is daarbij van belang dat de uitvoering van VTH-taken blijvend aansluit bij de lokale context en opgaven van het stadsdeel. De behandeling van vergunningaanvragen Gebruik (horeca, evenementen, ligplaatsen) wordt vanaf volgend jaar voornamelijk gedaan in expertiseteams die voor de hele stad werken en niet meer specifiek voor een stadsdeel. De werkwijze voor zowel horeca als evenementen gaat sterk wijzigen door nieuw beleid dat is opgesteld Omdat deze aanvragen vaak een lokale impact hebben op de omgeving vinden wij het belangrijk dat er vaste aanspreekpunten zijn voor ons bestuur en onze gebiedsteams.

Verwerkt en/of nader toegelicht

Signaal wordt meegenomen als aandachtspunt voor de nieuwe VTH-directie.

Het college is met het DB van mening dat de overgang naar de directie VTH en de daaronder vallende stedelijk werkende expertiseteams zorgvuldig moet worden begeleid, waarbij o.a. aandacht wordt besteed aan vaste aanspreekpunten voor het lokaal bestuur en de gebiedsteams. Het college ziet dit als een belangrijke opgave voor de VTH-directie in oprichting. In het reorganisatieplan is ‘nabijheid van het bestuur’ van de stadsdelen als belangrijke randvoorwaarde opgenomen. Het betrekken van het lokaal bestuur en de gebiedsteams en aanstellen van vaste aanspreekpunten voor de stadsdeelorganisatie maakt daar onderdeel van uit. Binnen het stadsdeeloverstijgende MT-VTH overleg is afgesproken, dat wanneer door werkdruk knelpunten ontstaan in de uitvoering dit kenbaar wordt gemaakt aan het management van de VTH-afdelingen. Gezamenlijk wordt dan tussen de stadsdelen gekeken hoe geholpen kan worden in het realiseren van opgaven. Hiermee wordt uniformiteit in de aanpak tussen de stadsdelen gewaarborgd. In dat kader wordt ook gewerkt met een centraal digitaal inzetplan, waarmee de actuele werklast en de daadwerkelijk beschikbare capaciteit per stadsdeel wordt gemonitord. Aan de hand van dit dashboard kan naar behoefte c.q. noodzaak daadwerkelijk beschikbare capaciteit worden uitgewisseld tussen de stadsdelen.

Het college merkt op dat de terugblik en evaluatie jaarlijks plaatsvindt in het document ‘Jaarverslag en beleidsevaluatie Bouw en Gebruik’. Dit stuk maakt onderdeel uit van de ‘Big 8-beleidscyclus’, waarvan ook het ‘VTH Beleid Fysieke Leefomgeving 2024’ en het ‘VTH Uitvoeringsprogramma Fysieke Leefomgeving’ onderdeel uitmaakt. Met een cyclus van plannen, programmeren, uitvoeren, evalueren en bijstellen worden signalen uit de uitvoering op structurele basis meegenomen. In het door het college vastgestelde reorganisatieplan voor de nieuwe VTH-directie is ‘nabijheid van het bestuur’ van de stadsdelen als belangrijke randvoorwaarde opgenomen. Het betrekken van de stadsdelen bij de prioritering en capaciteitsinzet van de VTH-directie op lokale VTH opgaven maakt daar een essentieel onderdeel van uit.

Signaal wordt meegenomen als aandachtspunt voor de nieuwe VTH-directie.

De samenwerking met ketenpartners zoals Politie, Brandweer et cetera en de beoogde effecten (hoofddoelen) bij de VTH uitvoering zijn uitgebreid beschreven in het VTH Beleid FLO 2024. Hierbij wordt -onderverdeeld naar de verschillende

Nadere toelichting gegeven op onderlinge relaties documenten

Nadere toelichting gegeven op systematiek en huidige afspraken

Nadere toelichting gegeven op onderlinge relaties documenten uit de Amsterdamse beleidscyclus

Signaal wordt meegenomen als aandachtspunt voor de nieuwe VTH-directie

3

Nr.

Stadsdeel/ stadsgebied

12.

Centrum

13.

Zuid, Noord

14.

Zuidoost

15.

Zuidoost

16.

West, Noord

Advies

Reactie nota van beantwoording

Verwerkt en/of nader toegelicht

beter zichtbaar te maken wat de inzet van VTH betekent voor bewoners en ondernemers, vooral bij gevoelige onderwerpen zoals brandveiligheid, ondermijning en illegale verhuur. In het algemeen kan gesteld worden dat dit programma weliswaar op papier een goed overzicht geeft van het werkveld van VTH, maar dat de praktijk vele malen weerbarstiger is. De capaciteit voor de lokale opgaven is daar een goed voorbeeld van. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen wettelijke taken, stedelijke dynamische opgaven en de lokale dynamische opgaven. De eerste twee taken staan vast. Het db kan alleen prioriteren en sturen bij de lokale opgave. Indien formatie niet wordt ingevuld of als er mensen ziek zijn, gaat dit dus per definitie ten koste van de lokale opgave. Het is voor het db niet mogelijk om in dat geval te prioriteren in de stedelijke opgaven. Dit onderdeel van de systematiek zou het db graag anders ingevuld zien. Het DB constateert dat de instroom bouw in o.a. Zuid en Noord ook nu nog steeds hoog is ten opzichte van de beschikbare capaciteit. De relatief recente invoering van de Omgevingswet betekent dat het afhandelen van aanvragen nog steeds meer tijd kost, ook vanwege het landelijke systeem DSO waar nog steeds veel kinderziektes in zitten.

De economische situatie (een stuk minder aanvragen met hoge bouwkosten wat minder legesinkomsten betekent) zorgt voor onzekerheden in het voorspellen van benodigde capaciteit en het kunnen betalen van de capaciteit. Het goed blijven monitoren is essentieel. Het beter laten functioneren van het DSO helpt capaciteitsverlies kleiner te maken en daarmee kan de dienstverlening aan de inwoners en bedrijven worden verbetert. Goed als het college ook in landelijke overleggen aandacht vraagt voor het DSO

hoofdthema’s- ook ingegaan op de vth strategieen voor gevoelige opgaven op gebied van brandveiligheid, ondermijning en illegale verhuur. Het college merkt op dat naast de verdeling van capaciteit naar basis-, stedelijk dynamische- en lokale opgaven, in het VTH Uitvoeringsprogramma FLO 2026 tevens een stelpost van 15% voor coördinatie en ontwikkelopgaven en 7% voor onvoorziene opgaven is gereserveerd. Het dagelijks bestuur heeft ook de bevoegdheid om te sturen via deze capaciteitsposten. Dit doet echter niet af aan de waarde van het signaal om de systematiek van het VTH uitvoeringsprogramma opnieuw onder de loep te nemen. De oprichting van de nieuwe VTH-directie noodzaakt daar ook toe. Het college neemt het signaal ter harte.

uit de Amsterdamse beleidscyclus Aandachtspunt wordt meegenomen bij herziening systematiek vth uitvoeringsprogramma

Het college begrijpt de zorgen van het dagelijks bestuur om de bestaande druk op de beschikbare capaciteit. Het college onderschrijft dat naast het beschikbaar stellen van middelen ingezet moet worden op goed werkgeverschap en het duurzaam behouden van medewerkers, en hun kennis en kunde. Afgesproken is dat wanneer knelpunten ontstaan in de uitvoering dit kenbaar wordt gemaakt aan het management van de VTH-afdelingen. Gezamenlijk wordt dan tussen de stadsdelen gekeken hoe geholpen kan worden in het realiseren van opgaven. Verder heeft VTH ingezet op uniformeren van processen. Dit maakt samenwerking en flexibel inzetten van medewerkers meer mogelijk. Het college is van mening dat de reorganisatie naar één VTH-directie kansen biedt op een meer efficiënte verdeling van de capaciteit. Verder zal het college bij aanhoudende problemen met het functioneren van het DSO, hier tijdens o.a. G4 overleggen aandacht voor blijven vragen. Dit advies wordt overgenomen. In het definitieve VTH Uitvoeringsprogramma FLO 2026 is de basisopgave ‘Vergunning tweede woning’ opgenomen in de tabellen bij het domein Bouw onder het kopje ‘Bewoonde Stad’. Het college gaat er van uit dat er bij dit advies wordt gerefereerd aan de in het uitvoeringsprogramma opgenomen cirkeldiagrammen in bijlage 3 ‘Verdeling van de basisopgaven’.

Deze diagrammen zien echter niet op een ‘verdeling van de capaciteit’ over de stadsdelen zoals gesteld in het advies. Met de diagrammen wordt slechts in percentages inzichtelijk gemaakt hoe de aantallen vergunningen zijn verdeeld over de stadsdelen. Dit geeft inzicht in de aantallen, maar zegt niets over de capaciteit die met de behandeling hiervan gemoeid is. Ter verduidelijking: de behandeling van 1 aanvraag voor een kantoorpand vraagt meer capaciteit dan de behandeling van 10 aanvragen voor een dakkapel. Het college merkt op dat het VTH Uitvoeringsprogramma een programmering van de capaciteitsverdeling voor de uitvoering van de VTH-opgaven en beleidsstrategieën op stedelijk niveau betreft. Deze stedelijke aanpak is conform de wettelijke eisen die worden gesteld aan de VTH beleidscyclus (paragraaf 13.2.2. Omgevingsbesluit). In het uitvoeringsprogramma is echter eveneens vermeld dat wanneer in een stadsdeel knelpunten ontstaan in de uitvoering dit kenbaar wordt gemaakt aan het management van de VTH-afdelingen. Verder wordt gewerkt met een centraal digitaal inzetplan, waarmee de actuele werklast en de daadwerkelijk beschikbare capaciteit per stadsdeel wordt gemonitord. Aan de hand van dit dashboard kan naar behoefte c.q. noodzaak capaciteit worden uitgewisseld tussen de stadsdelen.

Tot slot merken wij op dat de oprichting van de nieuwe VTHdirectie er toe noodzaakt de systematiek en het afstemmingsproces met de stadsdelen van de capaciteitsprogrammering opnieuw onder de loep te nemen. Hierbij wordt het advies meegenomen.

Nadere toelichting gegeven op systematiek en huidige afspraken.

In het programma ontbreekt de vergunningplicht voor een tweede woning, die sinds 2026 geldt als onderdeel van de Huisvestingsverordening Amsterdam. Het DB adviseert het college om deze opgave expliciet op te nemen in het programma. Het DB constateert dat er aanzienlijke verschillen bestaan tussen de stadsdelen bij de verdeling van beschikbare capaciteit voor de behandeling van vergunningsaanvragen, meldingen en toezicht. Het DB adviseert het college om in het advies nader toe te lichten welke factoren van invloed zijn op de verschillen in capaciteitsbehoefte tussen de stadsdelen.

Maak een overzicht van de inzet per stadsdeel. In dit overzicht staat per domein weergegeven hoe de formatieve en feitelijke capaciteit zich verhouden, waar knelpunten liggen, en hoe en welke capaciteit tussen stadsdelen eventueel uitwisselbaar is.

Advies overgenomen en vergunning voor tweede woning toegevoegd. Nadere toelichting gegeven op de systematiek achter de cirkeldiagrammen ‘verdeling van de basisopgaven’.

Nadere toelichting gegeven op de huidige systematiek en aandachtspunt wordt meegenomen bij herziening systematiek en proces capaciteitsverdeling.

4

Nr. 17.

Stadsdeel/ stadsgebied Noord

Advies

Reactie nota van beantwoording

Verwerkt en/of nader toegelicht

Voor de lokale dynamische opgave is 10 procent van de capaciteit voor toezicht en handhaving gereserveerd. Noord heeft naar verhouding weinig toezichthouders. Het aantal toezichthouders is niet meegegroeid met de groei van het aantal woningen, bewoners en vergunningplichtige ondernemingen of activiteiten. De beschikbare tien procent gaat nu vooral op aan thema’s waar klachten en meldingen voor worden gedaan. Daarmee is toezicht in Noord vooral reactief; er is geen capaciteit voor het regulier schouwen van gebieden. Nu het toezicht tussen bouw en gebruik wordt gescheiden adviseren wij u om een stedelijke planning te maken en tijdig de lokale wensen/opgaven met ons te plannen. Dit moet de basis zijn voor een verdeling per stadsdeel in het VTHup van 2027.

In het door het college vastgestelde reorganisatieplan voor de nieuwe VTH-directie is ‘nabijheid van het bestuur’ van de stadsdelen als belangrijke randvoorwaarde opgenomen. Het betrekken van de stadsdelen bij de prioritering en capaciteitsinzet van de VTH-directie op lokale VTH opgaven maakt daar een essentieel onderdeel van uit.

Signaal wordt meegenomen als aandachtspunt voor de nieuwe VTH-directie

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16943030/1