Bijlage 5 Handelingskader anti-LHBTIQ+ incidenten Amsterdam
Tekst van het document
Handelingskader anti-Lhbtiq+ gerelateerde incidenten Amsterdam, juni 2024
1. Inleiding Dit handelingskader bevat werkafspraken tussen de gemeente, de politie en Discriminatie.nl voor de opvolging van meldingen en aangiftes van Lhbtiq+ gerelateerde incidenten. De uitvoering van het handelingskader is een gedeelde verantwoordelijkheid en omvat afspraken tussen partijen die betrokken zijn bij een melding van een Lhbtiq+ gerelateerd incident: Gemeente (projectleider Veiligheid), Politie en Discriminatie.nl, in afstemming met het OM, waar de strafrechtelijke aanpak van discriminatie een speerpunt is. De werkafspraken zijn in 3 stappen opgenomen. Het is een leidraad met ruimte voor lokale invulling. Hierna volgt een toelichting op iedere stap, en de uitgangspunten die gelden voor toepassing van het handelingskader. Deze uitgebreide versie is bedoeld om betrokkenen op beleids- en bestuurlijk niveau nader inzicht in de logica achter het handelingskader te verschaffen. Voor toepassing van het handelingskader op de werkvloer (door politie, medewerkers Discriminatie.nl en projectleiders Veiligheid) is een prikbordversie gemaakt op A4 formaat, met bondige tekst en visueel weergegeven.
2.
Uitgangspunten
1. Het vertrekpunt van dit handelingskader is de melding of aangifte bij de politie of Discriminatie.nl1, waarbij elk incident wordt geregistreerd2. 2. Het herstel, de nazorg en behoefte van het slachtoffer staan centraal en maatwerk wordt verleend. 3. De politie, projectleider Veiligheid van het stadsdeel en Discriminatie.nl werken nauw samen om het slachtoffer zo goed mogelijk te ondersteunen en te informeren. 4. Voor elke vervolgstap wordt toestemming van het slachtoffer gevraagd. 5. De projectleider Veiligheid heeft een coördinerende rol en ziet erop toe dat afspraken gericht op herstel en nazorg van het slachtoffer worden nagekomen. 6. Bij herstel is er aandacht voor de omgeving, gebruik van (sociale) media, de rol van het bestuur en het traject van de dader.
1
Het handelingskader kan ook aanleiding zijn om het traject ervoor met elkaar beter te organiseren en de meldingsbereidheid te vergroten. 2 Het BTO (Basisteamoverleg) bespreekt regulier het overzicht van incidenten, met door analisten uitgelichte herhaalde incidenten, voor het bepalen van vervolgacties.
7. Dit handelingskader betreft inwoners van Amsterdam. De melding of aangifte van slachtoffers van buiten de stad wordt automatisch doorgegeven aan slachtofferhulp in de eigen woonplaats die contact op neemt met het slachtoffer. Wees alert! De impact is bij discriminatie gerelateerde incidenten vaak groot. De politie staat aan het begin van de keten waar slachtoffers zich kunnen melden. Dit kan bij het Regionale Servicecentrum, of ‘gewoon’ op een basisteam plaatsvinden. Een melding kan evengoed bij Discriminatie.nl binnenkomen. Het slachtoffer heeft het incident als doelbewust antiLhbtiq+ ervaren, bijvoorbeeld omdat de dader verbale anti-Lhbtiq+ uitingen heeft gedaan zoals schelden en verwensingen. Het is belangrijk dat er goede opvolging plaatsvindt en het slachtoffer zich gehoord, gezien, geholpen en gesteund voelt. Dit is een gedeelde verantwoordelijkheid van de samenwerkende partijen gemeente, politie en Discriminatie.nl. Samen ondersteunen en informeren zij het slachtoffer. Het is van groot belang dat zij elkaar weten te vinden. Schakel bij twijfel altijd met het stadsdeel!
3. Samenwerken in drie stappen Stap 1: Na een melding of aangifte bij de politie of melding bij Discriminatie.nl informeren zij projectleider Veiligheid van het stadsdeel Aangifte of melding politie: Volg het reguliere proces, met speciale aandacht voor:
• • •
• • •
•
Registreer elk anti-Lhbtiq+ incident in BVH, vermeld daarbij ook de projectcode. Noteer naast de strafbare feiten het discriminatoir aspect3. Het slachtoffer staat centraal: Luister goed naar het slachtoffer en vraag uit wat de bedoeling is; bepaal samen met slachtoffer of het een melding betreft of aangifte wordt gedaan. Denk aan Roze in Blauw: Betrek hen voor collegiaal advies en/of bij de aangifte als het slachtoffer daar behoefte aan heeft. Denk aan de landelijke discriminatie rechercheurs die advies en ondersteuning kunnen bieden. Meld een incident zo snel mogelijk bij team Veiligheid van het stadsdeel. Daarvoor is wel toestemming van het slachtoffer nodig. Melden gaat via de teamleiding van het basisteam. Informeer het slachtoffer dat het stadsdeel graag nazorg wil verlenen. Vraag of het slachtoffer daar behoefte aan heeft. Denk aan de WPG bij het delen van informatie met derden.
Melding Discriminatie.nl:
3
Als uit de aangifte blijkt dat het een CODIS feit is wordt door slachtofferhulp nagegaan of er al contact met discriminatie.nl is.
•
•
Discriminatie.nl informeert de projectleider Veiligheid van het stadsdeel waar het slachtoffer woont, na diens toestemming, zo snel mogelijk (liefst binnen 24 uur) over het incident. Projectleider Veiligheid en de medewerker van Discriminatie.nl stemmen met goedkeuring van het slachtoffer samen af over de vervolgacties.
Stap 2: De projectleider Veiligheid informeert andere relevante betrokkenen • • •
De projectleider Veiligheid informeert de stadsdeelbestuurder en strategisch adviseur OOV over het anti-Lhbtiq+ incident. Incidenten met een grote impact worden zo snel mogelijk gemeld bij de stadsdeelbestuurder. Als de melder in een ander stadsdeel woont, draagt de projectleider Veiligheid met toestemming van het slachtoffer de melding over aan de projectleider Veiligheid van het stadsdeel waar deze woont.
Stap 3: De projectleider Veiligheid coördineert herstel en nazorg van het slachtoffer • •
•
•
Projectleider Veiligheid informeert het slachtoffer over mogelijke ondersteuning vanuit Discriminatie.nl. Na de melding van het incident vindt er afstemming plaats tussen de projectleider Veiligheid (evt. met taakaccent Lhbtiq+) en de wijkagent en/of Discriminatie.nl over vervolgacties en bijvoorbeeld het inplannen van een herstelgesprek met het slachtoffer. Als het slachtoffer daar behoefte aan heeft, is bij dit gesprek de politie (bv. wijkagent, collega RiB, taakaccenthouder) en/of iemand van het stadsdeel (projectleider Veiligheid) aanwezig. Afhankelijk van de ernst van het incident en de behoefte van het slachtoffer kan ook de stadsdeelvoorzitter aansluiten4. De projectleider Veiligheid zorgt dat gemaakte afspraken gecoördineerd worden en ziet toe op uitvoering van de nazorg.
Het herstel- en nazorggesprek: ✓ Slachtoffer de ruimte geven om te vertellen wat er is gebeurd en hoe het gaat. ✓ Is aangifte gedaan of alleen melding? Is er ook melding gedaan bij Discriminatie.nl? ✓ Heeft het slachtoffer contact gehad met Slachtofferhulp Nederland? Slachtofferhulp biedt naast emotionele ondersteuning juridische dienstverlening wegens iemands slachtofferrechten in het strafrecht. ✓ Ervaart het slachtoffer naast het slachtofferschap problematiek op een ander terrein (zorg, wonen, gezondheid, werk, geld of ontmoeten) en heeft het slachtoffer behoefte aan ondersteuning daarbij vanuit het Buurtteam? ✓ Afspraken maken over hoe het slachtoffer op de hoogte te houden over het verloop van het onderzoek. ✓ Informeren over lopende maatregelen binnen het stadsdeel om anti-Lhbtiq+ incidenten te voorkomen. ✓ Welke steun of zorg is gewenst? Welke ‘roze’ hulpinstanties zijn er in de buurt? ✓ Incident komt in de media, wat kunnen de gevolgen zijn? Hiervoor kan ook gebruik gemaakt worden van expertise en ondersteuning van de media adviseurs bij Slachtofferhulp via www.namensdefamilie.nl ✓ Vindt het slachtoffer het prettig wanneer het stadsdeel na 2/3 weken weer contact opneemt? ✓ Als het slachtoffer daar behoefte aan heeft voorziet Perspectief Herstelbemiddeling in begeleid slachtoffer-dadercontact via perspectiefherstelbemiddeling.nl.
4
De burgemeester kan ook in de gelegenheid worden gesteld om het slachtoffer te bellen of te bezoeken als het slachtoffer dit wenst.