CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5. Emancipatiemonitor 2025 - Politieke participatie.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 15 april 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief voortgang gendergelijkheid en Emancipatiemonitor 2025 (VN2026-003222)5.428 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Emancipatiemonitor 2025: Politieke participatie Politieke participatie Onderzoek en Statistiek

In opdracht van: Projectnummer: Auteurs: E-mailadres:

afdeling Diversiteit 240263 Eva Karaçay en Sara Rubingh e.karacay@amsterdam.nl

Bezoekadres: Post: Telefoon: Website:

President Kennedylaan 923 Postbus 658 1000 AR Amsterdam 020 251 0333 onderzoek.amsterdam.nl

Foto voorzijde:

Wilhelmina Drucker, fotograaf Bert Verhoeff (1970)

Amsterdam, februari 2026 3

Inhoud

Inhoud

2

Samenvatting

3

Inleiding

4

1

6

Politiek vertrouwen

1.1 Amsterdamse vrouwen ervaren minder politieke invloed dan mannen 6 1.2 Kwart van de Amsterdamse vrouwen voelt zich goed vertegenwoordigd door de gemeenteraad 7

2

Politiek gedrag

10

2.1 Vrouwen en mannen verschillen niet in stemintentie, sommige groepen vrouwen zijn wel vaker van plan te gaan stemmen 10 2.2 Vrouwen ondernemen vaker indirecte politieke activiteit, mannen ondernemen vaker directe actie 12

3

Vrouwelijke volksvertegenwoordigers

13

3.1 3.2 3.3

14 15 15

Vier op de tien kandidaten voor de Amsterdamse gemeenteraad is vrouw Gemeenteraad bestaat sinds 2018 ongeveer voor de helft uit vrouwen Aantal vrouwelijke en mannelijke wethouders sinds 2018 ongeveer gelijk

Literatuurlijst

17

Samenvatting

Deze deelrapportage van de Emancipatiemonitor kijkt naar politieke participatie van Amsterdamse vrouwen. Hier voor zijn enquêtedata van de Burgermonitor 2023 geanalyseerd en is gebruik gemaakt van verschillende registraties over volksvertegenwoordigers. Ondanks dat we landelijk wel verschillen zien in opkomst, verschillen Amsterdamse vrouwen en mannen niet in stemintentie bij gemeenteraadsverkiezingen. Amsterdamse vrouwen en mannen verschillen weinig van elkaar gelet op het actief stemrecht (stem uitbrengen). Ook op het gebied van passief stemrecht (verkozen worden) zien we in Amsterdam weinig verschil, terwijl op landelijk niveau vrouwen hier ondervertegenwoordigd zijn. Sinds 2018 bestaat ongeveer de helft van de Amsterdamse gemeenteraad en wethouders uit vrouwen. Gemiddeld is in Nederland 33 procent van de gemeenteraadsleden vrouw en 27 procent van de wethouders. 2018 is ook het jaar dat de stad voor het eerst een vrouw als burgemeester kreeg. In 2022 waren vier op de tien kandidaten voor de Amsterdamse gemeenteraad vrouw. Dat vrouwen zich op ongeveer op gelijke voet laten horen en aanwezig zijn in de Amsterdamse politiek als mannen heeft deels te maken met de bevolkingssamenstelling van Amsterdam: in Amsterdam hebben relatief veel inwoners en ook vrouwen een hbo-/wo-opleiding behaald.

Uit onderzoek weten we dat mensen met meer hulpbronnen, waar een hbo-/wo-leiding een van is, vaker geneigd zijn om te stemmen en om zich verkiesbaar te stellen. Ondanks dat we weinig verschillen tussen Amsterdamse mannen en vrouwen zien in politieke participatie, zien we wel verschil in ervaren politieke invloed. Vrouwen ervaren minder politieke invloed dan mannen in de stad. Een kwart (26%) van de Amsterdamse vrouwen vindt dat mensen zoals zijzelf invloed hebben op de gemeentepolitiek en slechts 12 procent beoordeelt hun eigen invloed op de stad als voldoende. Drie op de tien Amsterdamse mannen vindt dat mensen zoals zij invloed hebben op de gemeentepolitiek, 17 procent van de mannen geeft aan voldoende invloed te hebben op wat er voor de stad besloten wordt. Zij ervaren daarmee meer politiek zelfvertrouwen dan Amsterdamse vrouwen. Ook ervaren vrouwen minder representatie van hun belangen (24%) in de Amsterdamse gemeenteraad dan mannen (28%). De descriptieve vertegenwoordiging (de helft van de gemeenteraadsleden en wethouders is vrouw en de burgemeester is een vrouw) leidt dus nog niet tot meer ervaren vertegenwoordiging onder de Amsterdamse vrouwen. Bij alle bovenstaande bevindingen geldt dat dit niet voor alle vrouwen zo is. Vrouwen onderling verschillen van elkaar op basis van verschillende kenmerken.

Zo zien we bijvoorbeeld dat basisopgeleide vrouwen minder politieke invloed ervaren dan anders opgeleide vrouwen en dat vrouwen met een migratieachtergrond minder vaak van plan zijn om te stemmen. Ook zien we verschillen naar vrouwen in de verschillende stadsdelen.

3

Inleiding

Eind 2024 is de landelijke Emancipatiemonitor uitgebracht door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), waarin recente gegevens over de positie van vrouwen en mannen op diverse terreinen worden gepresenteerd. Uit deze monitor blijkt dat ongelijkheid tussen vrouwen en mannen op een aantal terreinen blijft bestaan (CBS, 2024). Ook in Amsterdam zagen we in de laatste Amsterdamse Emancipatiemonitor ongelijkheid tussen vrouwen en mannen (O&S, 2018). De afdeling Diversiteit heeft Onderzoek en Statistiek (O&S) gevraagd een aantal van deze cijfers te updaten en een nieuwe Emancipatiemonitor te ontwikkelen, die middels deelrapportages ingaat op de domeinen bevolking, onderwijs, werk en inkomen, veiligheid, gezondheid en politieke participatie. In deze deelrapportage wordt gekeken naar de politieke participatie van Amsterdamse vrouwen. Specifiek naar politiek vertrouwen, politiek gedrag en de vertegenwoordiging van vrouwen in de gemeenteraad. Dit bekijken we in relatie tot Amsterdamse mannen. Omdat personen verschillende achtergrondkenmerken hebben en combinaties van achtergrondkenmerken andere ervaringen met zich mee kunnen brengen, kijken we niet alleen naar Amsterdamse vrouwen als geheel, maar ook naar verschillen tussen vrouwen. Kimberlé Crenshaw introduceerde daarvoor het concept intersectionaliteit (1989).

Het intersectioneel denken probeert de complexiteit te vangen van de ervaringen van mensen die zich op het kruispunt bevinden van verschillende ongelijkheden, bijvoorbeeld van geslacht en migratieachtergrond. Politieke participatie is geen onderdeel van de landelijke Emancipatiemonitor, maar uit ander onderzoek (Runderkamp & Mügge, 2022) blijkt dat ook op dit domein ongelijkheid bestaan tussen vrouwen en mannen. In Nederland is sprake van een structurele politieke ‘genderkloof’: er bestaat een ondervertegenwoordiging van gekozen (bijvoorbeeld: raadsleden) en benoemde (bijvoorbeeld: burgermeesters) vrouwen. Daarbij zijn politieke ambitie, interesse en opkomst bij verkiezingen onder vrouwen lager dan onder mannen. Vrouwen beslissen hierdoor niet mee over politieke onderwerpen die iedereen, of juist vrouwen in het bijzonder, aangaan. Ook zijn vrouwelijke politici actief in de gemeenten, provincies en waterschappen vaker slachtoffer van online agressie en geweld dan mannelijke politici. Dit beperkt hen in hun functioneren en vrijheid om zich als vrouwelijke politicus in het publieke debat uit te spreken. Dit kan schadelijk zijn voor de politieke vertegenwoordiging van vrouwen en de democratie als geheel (Atria, 2024). Methode Om in te gaan op politiek vertrouwen en politiek gedrag wordt gebruikgemaakt van enquêtedata van de Amsterdamse Burgermonitor 2023.

In totaal hebben bijna 2.200 Amsterdammers van 25 jaar en ouder deze enquête ingevuld. Dit waren ongeveer 1.100 mannen en ook ongeveer 1.100 vrouwen. Zeven personen hebben aangegeven zichzelf anders te identificeren dan man of vrouw, enkele personen wilden geen antwoord geven over hun geslacht. Deze Amsterdammers zijn niet meegenomen in de analyse en over hen kunnen we geen representatieve uitspraken doen. Op basis van deze enquête hebben we geen informatie over of respondenten een (fysieke) beperking hebben. Deze intersecties zijn dan ook niet te maken met de data. Wel erkennen we dat dit ook invloed kan hebben op politieke participatie (Zie ook: Waltz & Schippers, 2019).

4

De respondentengroep is op de kenmerken migratieachtergrond (op basis van het geboorteland van persoon en ouders), stadsdeel, geslacht, leeftijd, en huishoudensamenstelling representatief voor de totale Amsterdamse bevolking: op deze achtergrondkenmerken is de data gewogen. Voor meer uitleg over de weging en methode, zie: Amsterdamse Burgermonitor 2023. Amsterdammers met een hbo- of wo-diploma zijn in de respondentengroep van de Burgermonitor 2023 oververtegenwoordigd. Amsterdammers die maximaal basisschool, vmbo of mbo-1 opleiding hebben afgemaakt zijn juist ondervertegenwoordigd. Er hebben ook te weinig vrouwen uit Weesp meegedaan aan het onderzoek om uitspraken te kunnen doen die specifiek zijn voor vrouwen uit Weesp. Om uitspraken te kunnen doen over de representatie van vrouwen in de Amsterdamse gemeenteraad, is documentatie van 1998-2024 afkomstig van de griffie geraadpleegd. De mogelijke veranderingen in de samenstelling van de raad die na april 2024 hebben plaatsgevonden, zijn niet meegenomen in deze analyses. De documentatie voor wethouders is wel tot augustus 2025 bijgewerkt. De man-vrouw verdeling onder kandidaten voor de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen zijn afkomstig uit een dataset gemaakt door O&S, zie ook: dataset Kandidaten verkiezingen gemeenteraad Amsterdam.

Deze dataset is samengesteld met behulp van oude kieslijsten van het gemeentelijke Bureau Verkiezingen aangevuld met bronmateriaal uit het Stadsarchief van Amsterdam, oude kranten en andere historische bronnen.

5

1 Politiek vertrouwen

In dit hoofdstuk kijken we naar twee aspecten van politiek vertrouwen: de ervaren invloed op de gemeentepolitiek en de ervaren representatie. De ervaren invloed raakt aan politiek (zelf)vertrouwen. Door middel van stellingen bekijken we een externe dimensie van vertrouwen: staat de politiek open voor invloed van burgers? Maar ook een interne dimensie van vertrouwen: voelen burgers zich competent om invloed uit te oefenen? Representatie, en dan met name inhoudelijke representatie waar de focus op ligt, gaat over of de overheid, in dit geval de gemeenteraad, oog heeft voor de belangen van alle Amsterdammers. Een gebrek aan (ervaren) invloed op besluitvorming of vertegenwoordiging kan vergaande gevolgen hebben voor het functioneren van de democratische rechtsstaat en de kwaliteit van de samenleving. Het kan ertoe leiden dat burgers zich niet begrepen voelen en zich niet herkennen in de uitvoering van beleid. Wanneer burgers weinig of geen vertrouwen meer hebben in de overheid, kunnen zij de overheid gaan mijden. Bijvoorbeeld door niet meer te gaan stemmen. Hierdoor wordt niet alleen het individu maar ook de samenleving benadeelt (SCP, 2021). In het Lokaal Kiezersonderzoek 2022 zien we dat Nederlandse vrouwen minder tevreden zijn over het functioneren van de democratie en de gemeente. Ook zijn zij minder geïnteresseerd in gemeentepolitiek vergeleken met mannen.

Vrouwen geven daarentegen wel aan dat lokale besluitvorming invloed heeft op hun leven (Runderkamp & Mügge, 2022).

1.1 Amsterdamse vrouwen ervaren minder politieke invloed dan mannen Een kwart (26%) van de Amsterdamse vrouwen vindt dat mensen zoals zijzelf invloed hebben op de gemeentepolitiek. Een kleiner aandeel beoordeelt hun eigen invloed op de stad als voldoende: slechts 12 procent. Bij beide stellingen zien we dat mannen net iets vaker politieke invloed ervaren dan vrouwen. Drie op de tien mannen vindt dat mensen zoals zij invloed hebben op de gemeentepolitiek, 17 procent van de mannen geeft aan voldoende invloed te hebben op wat er voor de stad besloten wordt. Het lijkt dan ook dat Amsterdamse mannen meer politiek zelfvertrouwen ervaren dan Amsterdamse vrouwen. Bij beide stellingen zien we ook verschillen binnen de groep vrouwen op basis van leeftijd, opleiding en migratieachtergrond. We zien dat Amsterdamse vrouwen van 65 jaar en ouder, basisopgeleide vrouwen en vrouwen met een migratieachtergrond het minder vaak eens zijn met de stellingen en dus minder vaak invloed ervaren. Dat geldt met name voor Amsterdamse vrouwen met een Europese migratieachtergrond. Amsterdamse vrouwen zonder migratieachtergrond zijn het minder vaak oneens met de stellingen. Zij ervaren dus minder vaak geen invloed. Deze patronen zien we in grote lijnen ook onder Amsterdammers in het algemeen.

Verder zijn vrouwen woonachtig in stadsdeel Centrum het vaker eens met beide stellingen, terwijl vrouwen uit Noord en Zuidoost het er vaker oneens mee zijn. Het valt op dat vrouwen uit Nieuw-West vaker dan gemiddeld geen antwoord kunnen of willen geven op de stellingen.

6

Figuur 1.1 Stellingen over invloed in de gemeentepolitiek naar geslacht en enkele achtergrondkenmerken van vrouwen, 2023 (procenten) Mensen zoals ik hebben wel degelijk invloed op de gemeentepolitiek

vrouw

26

30

32

12

man

30

26

35

9

vrouwen 65 jaar en ouder

15

basisopgeleide vrouwen

11

vrouwen met een migratieachtergrond

Ik heb voldoende invloed op wat er voor de stad besloten wordt

12

man

17

vrouwen 65 jaar en ouder 4 basisopgeleide vrouwen 4

10

0%

33 34

22

vrouw

vrouwen met een migratieachtergrond

34 21

18 34

29

35

29

13

45 31

14 41

29

11

49

23

45

26 20%

19 28

48 40%

60%

(helemaal) mee eens

niet eens, niet oneens

(helemaal) mee oneens

weet niet / geen antwoord

16 80%

100%

bron: Burgermonitor 2023, O&S

1.2 Kwart van de Amsterdamse vrouwen voelt zich goed vertegenwoordigd door de gemeenteraad Amsterdamse vrouwen zijn verdeeld over de stellingen over representatie van hun belangen. Meer dan 2 op de 10 vrouwen (23%) vindt dat de overheid onvoldoende doet voor mensen zoals zij. Dat is een kleiner aandeel vergeleken Amsterdamse mannen (28%). Vrouwen en mannen geven even vaak aan dat ze vinden dat de overheid voldoende voor mensen zoals zij doen. Vrouwen weten iets vaker geen antwoord te geven op de vraag. Gelet op verschillen tussen Amsterdamse vrouwen, zien we dat vrouwen van 65 jaar en ouder minder vaak dan gemiddeld onder Amsterdamse vrouwen vinden dat de overheid voldoende voor mensen zoals zij doet. Hetzelfde geldt voor vrouwen met een Europese herkomst en basis- en mbo-opgeleide vrouwen. Wo-opgeleide vrouwen vinden juist vaker dat de overheid voldoende voor hen doet. Vrouwen uit Nieuw-West vinden vaker dat de overheid onvoldoende voor hen doet, net als vrouwen uit Zuidoost. Zij geven ook relatief vaak geen antwoord op de vraag.

7

Figuur 1.2 Antwoorden op de stelling ‘De overheid doet onvoldoende voor mensen zoals ik’ naar geslacht en enkele achtergrondkenmerken van vrouwen, 2023 (procenten) vrouw man

23

28

28

38 28

37

vrouwen 65 jaar en ouder

21

basisopgeleide vrouwen

23

mbo-opgeleide vrouwen

26

34

vrouwen Europese herkomst

26

32

vrouwen uit Nieuw-West vrouwen uit Zuidoost 0%

34

15

25

32

29

40%

27 31

37 20%

7

29

25

24

10

31

11

29

10

23 60%

9

16 80%

(helemaal) mee eens

niet eens, niet oneens

(helemaal) mee oneens

weet niet / geen antwoord

100%

bron: Burgermonitor 2023, O&S

Gekeken naar de ervaren representatie van belangen in de Amsterdamse gemeenteraad, zien we dat vrouwen minder vaak vinden dat de belangen van mensen zoals zij goed vertegenwoordigd worden. Onder vrouwen is dit 24 procent, tegenover 28 procent onder mannen. Amsterdamse mannen ervaren, als het gaat over vertegenwoordiging van hun belangen, dus meer inhoudelijke representatie dan vrouwen. Onder de vrouwen, vinden Amsterdamse vrouwen van 65 jaar en ouder, basis- en hboopgeleide vrouwen, vrouwen met een Europese herkomst en vrouwen met een eerste generatie migratieachtergrond minder vaak dat hun belangen goed worden vertegenwoordigd in de Amsterdamse gemeenteraad. Vrouwen met een wo-opleiding en vrouwen met een tweede generatie migratieachtergrond voelen zich daarentegen vaker wel goed gerepresenteerd door de raad. Hetzelfde geldt voor vrouwen uit stadsdeel West. Vrouwen uit stadsdeel Nieuw-West vinden minder vaak dat hun belangen goed worden vertegenwoordigd. Zij geven, samen met vrouwen uit Zuidoost ook vaker geen antwoord op de vraag.

8

Figuur 1.3 Antwoorden op de stelling ‘De belangen van mensen zoals ik worden in Amsterdamse gemeenteraad goed vertegenwoordigd’ naar geslacht en enkele achtergrondkenmerken van vrouwen, 2023 (procenten) vrouw

24

man

28

vrouwen 65 jaar en ouder

12

basisopgeleide vrouwen

8

29

29

27

19

31

34

15

31

30

23

25

38

hbo-opgeleide vrouwen

19

vrouwen Europese herkomst

19

vrouwen eerste generatie

16

33

29

23

vrouwen uit Nieuw-West

14

33

29

24

22

32

25

vrouwen uit Zuidoost

0%

30

33

18

24

21

36

22

20%

40%

60%

80%

(helemaal) mee eens

niet eens, niet oneens

(helemaal) mee oneens

weet niet / geen antwoord

100%

bron: Burgermonitor 2023, O&S

9

2 Politiek gedrag

In deze paragraaf wordt gekeken naar het politieke gedrag van Amsterdamse vrouwen. Specifiek naar stemintentie en het ondernemen van politieke activiteiten. De focus ligt daarbij op politieke activiteiten gericht op de gemeente. Voor de gemeenteraadsverkiezingen mogen naast Amsterdammers met een Nederlandse nationaliteit, ook Amsterdammers met een andere nationaliteit uit een ander Europese Unieland stemmen. Amsterdammers met een andere nationaliteit mogen ook voor de gemeenteraadsverkiezingen stemmen als zij minstens vijf jaar onafgebroken in Nederland wonen. Voor de Tweede Kamerverkiezingen mogen alleen Nederlanders met een Nederlandse nationaliteit stemmen. Uit twee landelijke onderzoeken blijkt dat er een verschil is tussen het aandeel vrouwen en mannen dat is gaan stemmen bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen in 2022 (zie Boogers & De Blok, 2022 en Ipsos I&O, 2022). Verschil in opkomst bij deze gemeenteraadsverkiezingen kan, onder andere, worden verklaard doordat vrouwen andere hulpbronnen hebben dan mannen. Hulpbronnen zoals tijd, geld en vaardigheden zouden bijdragen aan de neiging om politiek te participeren (Boogers & De Blok, 2022). Daarnaast lijkt het er op dat politieke participatievormen vooral zijn ingericht op hbo-/wo-opgeleide personen met veel tijd en hulpbronnen.

Mensen met weinig hulpbronnen als tijd, geld, opleiding, sociaal netwerk en politiek zelfvertrouwen herkennen zich nauwelijks in volksvertegenwoordigers en ambtenaren. Daarbij ervaren zij eerder weinig begrip voor hun zorgen en ook zien ze dat politieke keuzes en beleid relatief vaak in hun nadeel zijn (O&S en Stedelijk Strategieteam, 2025). In het algemeen zorgen traditionele ideeën over genderrollen ervoor dat vrouwen geassocieerd worden met de private sfeer, en niet met het publieke domein waar de politiek zich onder andere in afspeelt. Daarnaast dragen vrouwen in Nederland vaak de zorg voor kinderen en het huishouden en zijn er minder rolmodellen in de vorm van vrouwelijke politici. Onderzoekers stellen daarom dat vrouwen, vergeleken met mannen, minder snel zullen denken dat politiek iets voor hen is. Bijkomend is de functie van raadslid vaak een deeltijdrol, in combinatie met andere werk- en zorgtaken. Onderzoek heeft laten zien dat het combineren van al deze rollen lastig is. De onderzoekers vragen zich daardoor af hoeveel tijd vrouwen hebben om te besteden aan politiek (Runderkamp & Mügge, 2022). Over het aantal vrouwen en mannen in de Amsterdamse gemeenteraad is te lezen in paragraaf 3.2. Meer lezen over de verdeling tussen werk- en zorgtaken, kan in de deelrapportage werk & inkomen.

2.1 Vrouwen en mannen verschillen niet in stemintentie, sommige groepen vrouwen zijn wel vaker van plan te gaan stemmen Op landelijk niveau zien we een verschil in opkomst tussen vrouwen en mannen bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022. We zien in Amsterdam daarentegen geen verschil in stemintentie voor gemeenteraadsverkiezingen tussen vrouwen en mannen. Zowel 73% van de mannen als van de vrouwen geeft aan zeker te gaan stemmen als er morgen

10

gemeenteraadsverkiezingen zouden zijn. De totale opkomst bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen in 2022 was 47 procent; een stuk lager dan de stemintentie. Dit kan te maken hebben met selectiviteit in de respons: politiek geïnteresseerde Amsterdammers doen vaker mee aan onderzoek. Belangrijker is dat mensen die van plan zijn te gaan stemmen, uiteindelijk toch niet gaan stemmen op de dag zelf (Dekker & den Ridder, 2021). Dit komt sneller voor bij verkiezingen die mensen minder belangrijk vinden, zoals de gemeenteraadsverkiezingen. Het aandeel met stemintentie lag meer rond de opkomst bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2023: toen ging 71 procent van de kiesgerechtigde Amsterdammers stemmen. Binnen de groep vrouwen die zegt zeker te gaan stemmen zien we wel verschillen, zie figuur 2.1. Hoe ouder de vrouw, hoe vaker zij aangeeft zeker te gaan stemmen. Ook zien we dat hbo-opgeleide vrouwen vaker het voornemen hebben om te gaan stemmen, terwijl mboopgeleide vrouwen dit minder vaak hebben. Meer dan 9 op de 10 vrouwen zonder migratieachtergrond zegt zeker te gaan stemmen, tegenover 6 op de 10 vrouwen met een migratieachtergrond. Ook vrouwen van wie één of beide ouders in het buitenland zijn geboren (tweede generatie) zijn vaker dan gemiddeld van plan om te gaan stemmen (81%).

Vrouwen die zelf in het buitenland zijn geboren (eerste generatie) zijn dit minder van plan; ongeveer de helft (52%) zegt zeker te gaan stemmen. Vrouwen met een Europese herkomst en vrouwen met een Buiten-Europese herkomst geven relatief minder vaak aan te zeker te gaan stemmen. Vrouwen met een Buiten-Europese herkomst zijn dit toch nog vaker van plan dan vrouwen met een Europese herkomst. Deze patronen binnen stemintentie onder verschillende groepen vrouwen in Amsterdam zijn vergelijkbaar met wat we onder alle Amsterdammers zien (zie Amsterdamse Burgermonitor 2023). Vrouwen uit stadsdelen West en Centrum zijn vaker dan gemiddeld van plan te gaan stemmen, terwijl vrouwen uit NieuwWest en Zuidoost dit minder vaak van plan zijn. Dit zien we ook terug in de opkomstcijfers van deze stadsdelen. Figuur 2.1 Stemintentie onder Amsterdamse vrouwen (ik ga zeker stemmen) bij gemeenteraadsverkiezingen, naar achtergrondkenmerken van vrouwen (procenten) Amsterdamse vrouwen

73

25-40 jaar

64

41-64 jaar

79

65 jaar en ouder

83

basis-opgeleid

73

mbo-opgeleid

69

hbo-opgeleid

82

wo-opgeleid

75

geen migratieachtergrond

92

eerste generatie

52

tweede generatie

81

Buiten-Europese herkomst

62

Europese herkomst

55

geen migratieachtergrond 0%

92 20%

40%

60%

80%

100%

bron: Burgermonitor 2023, O&S

11

2.2 Vrouwen ondernemen vaker indirecte politieke activiteit, mannen ondernemen vaker directe actie Ook het idee dat vrouwen minder tijd besteden aan politiek zien we niet terug in Amsterdam wanneer we kijken naar het ondernemen van andere politieke activiteiten. Het aandeel dat een lokale politieke activiteit heeft ondernomen verschilt niet tussen vrouwen en mannen. Ongeveer 4 op de 10 Amsterdammers (38%) heeft in het afgelopen jaar een activiteit ondernomen om iets politiek aan de orde te stellen of invloed uit te oefenen op lokale politici of de gemeente. Het vaakst hebben zij een petitie ondertekend over een lokale kwestie en/of deelgenomen aan een demonstratie Dit zijn bij vrouwen en mannen ook de meest genoemde lokale politieke activiteiten. Wel zien we kleine verschillen tussen vrouwen en mannen bij een paar specifieke politieke activiteiten. Vrouwen hebben vaker een petitie getekend over een lokale kwestie, terwijl mannen vaker meer directe vormen van politieke activiteiten hebben ondernomen, zoals inspraakbijeenkomst(en) bezoeken of contact op opnemen met iemand uit de Amsterdamse politiek of lokale of regionale krant, radio of tv. Figuur 2.2 Aandeel Amsterdammers dat een lokale politieke activiteit heeft ondernomen in de afgelopen 12 maanden naar geslacht, 2023 (procenten) vrouwen 23

een petitie getekend over een lokale kwestie

5

inspraakbijeenkomst(en) van de stad of uw stadsdeel bezocht

8

contact gehad met iemand uit de Amsterdamse politiek, bijvoorbeeld een wethouder, raadslid of stadsdeelbestuurder

contact opgenomen met lokale of regionale krant, radio of tv

mannen

19

4 6

1

0%

4

5%

10%

15%

20%

25%

bron: Burgermonitor 2023, O&S

Ook zien we verschillen binnen de groep Amsterdamse vrouwen. Vrouwen met een hbo- of wo-opleiding en vrouwen zonder migratieachtergrond hebben zich het afgelopen jaar vaker ingezet om iets politiek aan de orde te stellen of invloed uit te oefenen. Vrouwen met een migratieachtergrond hebben dit minder vaak gedaan, in het bijzonder vrouwen met een Buiten-Europese herkomst. Vrouwen in stadsdelen Noord en Centrum hebben zich vaker politiek ingezet dan gemiddeld. Vrouwen uit Nieuw-West en Zuidoost, hebben net als bij opkomst, juist minder politieke activiteiten ondernomen.

12

3 Vrouwelijke volksvertegenwoordigers

De vorige paragrafen gingen in op het politiek (zelf)vertrouwen, ervaren inhoudelijke representatie en het politieke gedrag van Amsterdamse vrouwen. In deze paragraaf wordt ingegaan in hoeverre vrouwen descriptief gerepresenteerd worden in de Amsterdamse gemeenteraad en het college. Zoals eerder benoemd, gaat inhoudelijke representatie over of de overheid, in dit geval de gemeenteraad, oog heeft voor de belangen van alle Amsterdammers. Descriptieve representatie gaat over of er vertegenwoordigers zijn die de belangen van degene die worden vertegenwoordigd goed kunnen vertegenwoordigen (Dagevos & Vermeulen, 2024). Descriptieve representatie is volgens Phillips (1995) van belang voor het goed functioneren van de democratie. Personen in de politiek met vergelijkbare kenmerken delen dezelfde ervaringen, waardoor zij deze beter verwoorden en beter belangen behartigen. Daarbij kunnen minderheiden ook het idee krijgen dat zij beter worden gehoord door de politiek (in Dagevos & Vermeulen, 2024). Op landelijk niveau zijn vrouwen ondergerepresenteerd in de lokale politiek. In 2024 was ongeveer een derde (33%) van de Nederlandse raadsleden vrouw. In acht van de 342 gemeenten werden evenveel raadszetels bezet door mannelijke en vrouwelijke raadsleden. Dit was vooral in de grote steden.

In gemeenten in Noord-Holland wordt 35 procent van de raadszetels bezet door een vrouw (Van Ginkel en Partiman, 2024). Deze ondervertegenwoordiging zien we ook terug wanneer er wordt gekeken naar wethouders. In december 2024 was bijna driekwart van de wethouders in Nederland man, en 27 procent vrouw. In 96 van de 342 gemeenten bestond eind 2024 het hele college van B&W uit mannen. In geen één provincie is meer dan een derde van de wethouders vrouw. In gemeenten in Noord-Holland gaat het, net zoals landelijk, om 27 procent (Van Ginkel en Partiman, 2024). Onderzoek laat zien dat bij een laag aandeel vrouwelijke politici het te verwachten valt dat er minder aandacht is voor vrouwspecifieke onderwerpen. Alle onderwerpen hebben echter een gender-component en besluiten hebben in de praktijk ook altijd ‘gegenderde’ gevolgen (Runderkamp & Mügge, 2022). Om de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de Nederlandse politiek te verklaren, zijn op basis van eerder onderzoek barrières geïdentificeerd (Runderkamp, 2023). Deze barrières kunnen een doorslaggevende rol spelen in de overweging om wel of niet de politiek in te gaan. Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie soorten barrières: sociale en culturele barrières, politieke barrières en kennis- en informatie barrières.

Sociale en culturele barrières gaan over de bredere rol van gender in de samenleving en culturele gendernormen en denkbeelden. Stereotypische genderrolpatronen hebben invloed op hoeveel vrouwen politiek als mogelijke carrière zien. Ook geweld en agressie tegen vrouwen in de politiek valt hieronder. Vrouwelijke politici krijgen vaker te maken met agressie en geweld (55%) tegenover mannelijke politici (46%). Het gaat hierbij vooral over verbale agressie en bedreiging en intimidatie (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 2022). Zoals eerder gesteld, vindt geweld tegen vrouwelijke politici ook online plaats (Atria, 2024). Uit een analyse van de Monitor Integriteit en Veiligheid 2022 blijkt dat 47 procent van de vrouwelijke decentrale politici (dat wil zeggen: raadsleden, statenleden en bestuurders van de waterschappen) in de 12 maanden vooraf de enquête online agressie of geweld meegemaakt. Bij mannelijke decentrale politici betrof dit 36

13

procent. Bijna 2 op de 10 (18%) van de vrouwelijke en zestien procent van de mannelijke politici hebben aangegeven stoppen als politieke ambtsdrager wel eens te hebben overwogen door het meemaken van online agressie en geweld (Atria, 2024). Onderzoek van De Groene Amsterdammer en de Utrecht Data School vond dat tien procent van alle tweets gericht aan vrouwelijke politici haat of agressie bevat (Saris en Van de Ven, 2021). Politieke barrières gaan over de manier waarop politiek georganiseerd is. Bijvoorbeeld de manier waarop kandidaten worden gezocht, hoe geselecteerd wordt voor kieslijsten, overtuigingen binnen politieke partijen, maar ook de politieke cultuur en werkomstandigheden. Kennis- en informatie barrières houdt in dat vrouwen nog te weinig toegang hebben tot de juiste informatie, rolmodellen en netwerken (Runderkamp, 2023).

3.1 Vier op de tien kandidaten voor de Amsterdamse gemeenteraad is vrouw Historische cijfers maken het mogelijk om te bekijken hoe Amsterdamse vrouwen de afgelopen honderd jaar gebruik hebben gemaakt van passief kiesrecht, oftewel het recht om je verkiesbaar te stellen. Op 16 maart 2022 hadden 230 vrouwen zich kandidaat gesteld bij de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen en 310 mannen. Dat betekent dat vier op de tien kandidaten (41%) vrouw was. Dat is ongeveer gelijk aan het aandeel vrouwelijke kandidaten bij de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen in 2018 (39%). Waar tot 1939 het percentage vrouwelijke kandidaten rond de 10 procent schommelde, is dit in 1978 voor het eerst meer dan 20 procent. In 2006 is het aandeel vrouwelijke kandidaten opgelopen tot meer dan 30 procent. 2022 is het eerste jaar waarbij meer dan 40 procent van de kandidaten uit vrouwen bestaat. Figuur 3.1 Kandidaten voor de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen naar geslacht, van 19212022 (percentages) 41 39 34 32 35 28 29 26 29 28 28 24

2022 2018 2014 2010 2006 2002 1998 1994 1990 1986 1982 1978 1974 1970 1966 1962 1958 1953 1949 1946 1939 1935 1931 1927 1923 1921

56 60 66 68 63

68 59 71 68 67 72 76 85 84 86 88 83 84 84 82 89 91 92 91 93 90

14 15 14 12 17 16 16 19 10 9 7 9 7 10

0%

20%

3 1

40%

60%

11

2 4

vrouwen mannen anders/onbekend

3 3 5 1 1 1

1 1

80%

100%

bron: Onderzoek & Statistiek: dataset Kandidaten verkiezingen gemeenteraad Amsterdam

14

3.2 Gemeenteraad bestaat sinds 2018 ongeveer voor de helft uit vrouwen In tegenstelling tot gemiddeld in Nederland bestaat de Amsterdamse gemeenteraad in de huidige regeerperiode (2022-2026) voor de helft uit vrouwelijke raadsleden. Dat is vergelijkbaar met de verdeling in de periode 2018-2022. Voor 2018 schommelde het aandeel vrouwelijke raadsleden tussen de 35 en 40 procent, met uitzondering van 20062010, toen ook ongeveer de helft (48%) van de raadsleden vrouw was. In Amsterdam is het aandeel vrouwelijke raadsleden daarmee aanzienlijk hoger dan gemiddeld in het land (33%) en de provincie Noord-Holland (35%). Figuur 3.2 Samenstelling van de Amsterdamse gemeenteraad naar geslacht, van 1998-2026, bijgewerkt tot april 2024 (procenten) 2022-2026

50

50

52

48

2018-2022 2014-2018

39

61

2010-2014

40

60

2006-2010

48

35

65

1998-2002

40

60

0%

20%

man

52

2002-2004

Noot: Exclusief tijdelijke vervangers.

vrouw

40%

60%

80%

100%

bron: griffie gemeente Amsterdam, bewerking O&S

3.3 Aantal vrouwelijke en mannelijke wethouders sinds 2018 ongeveer gelijk Het huidige college telt 6 vrouwelijke wethouders, dit is exclusief de burgemeester. In totaal zijn er in de huidige periode 12 wethouders geïnstalleerd. Sinds 2018 is de verdeling vrouwen en mannen onder wethouders gelijk, gekeken vanaf 1998. De wethouders opereren in het college van de eerste vrouwelijke burgemeester van Amsterdam, Femke Halsema. Net als bij het aandeel vrouwelijke raadsleden, zien we vanaf 2018 een omslag: vooral tussen 2002 en 2018 waren vrouwelijke wethouders in de minderheid. Ook Femke Halsema werd in 2018 beëdigd als burgemeester. Het aandeel vrouwelijke wethouders in Amsterdam (50%) ligt, net zoals het aandeel vrouwelijke raadsleden, aanzienlijk hoger dan gemiddeld in het land (27%) en de provincie Noord-Holland (35%).

15

Figuur 3.3 Amsterdamse wethouders naar geslacht, van 1998-2026, bijgewerkt tot augustus 2025 (aantallen) 2022-2026

6

2018-2022

5

2

6

2010-2014

2

6

2006-2010

3

6

2002-2006

3

6 5

0

2

*Exclusief tijdelijke vervangers

man

6

2014-2018

1998-2002

vrouw

6

7 4

6

8

10

12

bron: griffie gemeente Amsterdam, bewerking O&S

16

Literatuurlijst

Atria. 2024. “Ga aardappelen schillen of zoiets’ Onderzoek naar de omvang, aard en gevolgen van online agressie en geweld tegen vrouwelijke politici in Nederland. Amsterdam: Atria. https://open.overheid.nl/documenten/d4225664-d4c4-4cf1-8bff-a511f6e5630f/file Boogers, M. en De Blok, L. 2022. Gebruikelijke verklaringen voor niet-stemmen en de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 in Vollaard, H., L. de Blok, J. den Ridder & G. Jansen. (red). 2022. De lokale niet-stemmer. Den Haag: Rijksoverheid. https://www.kennisopenbaarbestuur.nl/documenten/2022/10/01/de-lokale-nietstemmer CBS. 2024. Emancipatiemonitor 2024. https://longreads.cbs.nl/emancipatiemonitor- 2024/ Crenshaw, K. W. (1989). Demarginalizing the Intersection of Race and Sex: A Black Feminist Critique of Antidiscrimination Doctrine, Feminist Theory and Antiracist Politics. In: U. Chi. Legal F. 139. Geraadpleegd via: https://scholarship.law.columbia.edu/faculty_scholarship/3007 Dagevos, J. en Vermeulen, F. 2024. Inleiding: Is de politiek er voor iedereen? In: Dagevos, J. en Vermeulen, F. (red) 2024. Is de politiek er voor iedereen? Den Haag: SCP. https://www.scp.nl/documenten/2024/01/25/is-de-politiek-er-voor-iedereen Dekker, P. & J. den Ridder. 2021. ‘Afkeer van de Haagse politiek’. In: T. Sipma, M. Lubbers, T. van der Meer, N. Spierings & K. Jacobs (red.). Versplinterde vertegenwoordiging. Nationaal Kiezersonderzoek 2021.

Amsterdam: SKON. pp.28-36. https://www.dpes.nl/wp-content/uploads/2021/12/NKO-2021Versplinterdevertegenwoordiging-V5.pdf Ginkel, van, S. en Partiman, D. 2025. Vrouwen in de Politiek. https://stemopeenvrouw.com/wp-content/uploads/2025/04/Rapport-Vrouwen-inde-Politiek-2024.pdf Ipsos I&O. (2022, 22 maart). Overzicht Gemeenteraadsverkiezingen 2022. Ipsos. Geraadpleegd op 8 januari 2026, van https://www.ipsos.com/nl-nl/overzichtgemeenteraadsverkiezingen-2022 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. (2022). Staat van het Bestuur 2022 Onderzoek & Statistiek. 2018. Monitor Vrouwenemancipatie 2017. Amsterdam: O&S. https://onderzoek.amsterdam.nl/publicatie/monitor-vrouwenemancipatie-2017 Onderzoek & Statistiek. 2024 Amsterdamse Burgermonitor 2023. Amsterdam: O&S. https://onderzoek.amsterdam.nl/publicatie/amsterdamse-burgermonitor-2023

17

Onderzoek & Statistiek en Stedelijk Strategieteam. 2025. Ondervertegenwoordigd Amsterdam. Amsterdam: O&S. https://onderzoek.amsterdam.nl/publicatie/ondervertegenwoordigd-amsterdam Runderkamp, Z. en Mügge, L. 2022. De politieke genderkloof: opkomst van vrouwen bij de gemeenteraadsverkiezingen in Vollaard, H., L. de Blok, J. den Ridder & G. Jansen. (red). 2022. De lokale niet-stemmer. Den Haag: Rijksoverheid. https://www.kennisopenbaarbestuur.nl/documenten/2022/10/01/de-lokale-nietstemmer Runderkamp, Z. 2023. Barrières voor vrouwen om politiek actief te worden, zijn en blijven. Alliantie Politica. https://stemopeenvrouw.com/wpcontent/uploads/2023/12/Barrieres_voor_vrouwen_politiek_actief_2023_AlliantiePolit ica.pdf Saris, K., & Van de Ven, C. (2021, 3 maart). Misogynie als politiek wapen. De Groene Amsterdammer. Geraadpleegd op 29 januari 2026, van https://www.groene.nl/artikel/misogynie-als-politiek-wapen SCP. 2021. Meerjarenplan SCP 2021-2025. Den Haag: SCP. https://www.scp.nl/documenten/2021/04/01/meerjarenplan-2021-2025 Waltz, M., & Schippers, A. (2021). Politically disabled: barriers and facilitating factors affecting people with disabilities in political life within the European Union. Disability & Society, 36(4), 517–540. https://doi.org/10.1080/09687599.2020.1751075 Onderzoek en Statistiek onderzoek.amsterdam.nl

President Kennedylaan 923 1079 MZ Amsterdam Postbus 658 1000 AR Amsterdam T 020 251 0333

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16788747/1