bijlage 5 DEF-Participatieverslag.pdf
Tekst van het document
De slavernij was een afschuwelijke en onmenselijke periode. Bepalend en traumatiserend voor vele generaties erna, en ook eindig. De eeuwen ervoor en erna bepalen de identiteit van de Afrikaanse cultuur die uiteindelijk overheerst.
Optreden van percussionist Roël Calister tijdens een participatiebijeenkomst in Amsterdam West. Foto: Isaac Owusu
58
Over ons en met ons
59
De belangrijkste punten die tijdens de participatie naar voren kwamen zijn: • Door in het museum een combinatie van kennis aan te bieden van het slavernijverleden én van de Afrikaanse cultuur in al haar vormen, leg je de nadruk op de hoopvolle toekomst en overheerst bij bezoekers een gevoel van hoop, trots, kracht en bewondering, in plaats van schuld, schaamte en verdriet. • Laat in het museum kunst zien die (in opdracht) is gemaakt door nazaten van tot slaafgemaakte mensen en investeer een deel van de opbrengst in educatie over de slavengeschiedenis ter plekke. Zo leren bezoekers over Afrikaanse kunst en kunstenaars en krijgen kunstenaars uit de Afrikaanse diaspora de eer die hen en hun voorouders toekomt. • Eer de Afrikaanse cultuur en de voorouders in het museum. Voordat deze voorouders tot slaaf gemaakt werden, waren ze vrij. De vrijheid is ze tijdelijk ontnomen, maar de kracht en verbinding nooit. • Zet de Afrikaanse cultuur, kunst en helden, zoals Tula op Curaçao en Boni, Joli Coeur, Ma Pansa in Suriname, One Tété Lohkay op Sint Maarten, Virginia Dementricia Gaai op Aruba in de spotlight. Denk daarbij ook aan meer ‘eigentijdse’ helden zoals Anton de Kom. Ze staan voor weerbaarheid en strijdvaardigheid. Eigenschappen die veel nazaten zullen herkennen. • Laat zien hoe de tot slaafgemaakte mensen leefden tijdens de slavernij.
Welke gebruiken hadden zij en welke voorwerpen gebruikten zij in hun dagelijks leven. Hoe en wat kookten zij en waarom (heri heri), wat droegen zij en waar stond dat voor (Anisa, koto), hoe droegen zij hun haren en wat was de bekentenis ervan (kwikwi’ba)? • Laat in het museum de spirituele gebruiken zien en ervaren, los van het Europees perspectief. Welke Afrikaanse geloven zijn er? Waar zijn deze geloven op gebaseerd? Welke rituelen horen erbij en wanneer worden die uitgevoerd? Leg in het museum het verband met het heden. Welke geloven en rituelen (Winti, een wasi nemen etc.) worden nog steeds beoefend? Door in het museum heldere voorbeelden te geven, wordt het tastbaar en valt de angst bij bezoekers zonder achtergrondkennis, weg. • Verbind in het museum het oog, het hoofd en de ziel met elkaar door het bezoek een echte beleving te laten zijn. Spreek de verschillende zintuigen aan. Ook de meest nuchtere bezoeker moet bewust en onbewust voelen dat er meer is en gebeurd dan wat wij met het oog kunnen zien. 60
Over ons en met ons
Heri Heri Heri Heri is een traditioneel Surinaams gerecht dat zijn oorsprong vindt in de Afro-Surinaamse keuken. De naam betekent “alles gemengd” in het Sranantongo. Het gerecht werd door vele tot staaf gemaakte mensen gekookt op plantages tijdens het leven in de trans-Atlantische slavernij. Sinds 2020 organiseert Kip Republic ieder jaar Free Heri Heri for all tijdens Keti Koti om samen Heri Heri te eten en zo de afschaffing van de transAtlantische slavenhandel in het Nederlandse Koninkrijk te herdenken en te vieren. Foto: Burobraak, Arjan Braaksma
61
Het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname Hoe doen we recht aan de verhalen uit het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname? En hoe zorgen we ervoor dat deze verhalen op een gelijkwaardige, transparante en zorgvuldige manier verteld worden in het Nationaal Slavernijmuseum? Het mag heel duidelijk zijn dat bij het samenstellen van de inhoud van het Nationaal Slavernijmuseum de stem van Sint Maarten, Sint Eustatius, Saba, Aruba, Bonaire en Curaçao en Suriname absoluut niet vergeten mag worden. De slavernij speelde zich daar fysiek af en dat is daar vandaag de dag nog steeds zichtbaar en voelbaar. De betrokkenheid van het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname is cruciaal voor het succes van het museum in Europees-Nederland. De steun, het vertrouwen, de hulp van en
samenwerkingen met erfgoedprofessionals, politici en maatschappelijke organisaties zijn dan ook van groot belang en zeer waardevol in iedere ontwikkelingsfase, alsook na de opening. Dat de Nederlandse overheid investeert in een slavernijmuseum in Amsterdam wordt door velen bejubeld, maar is voor een groep betrokkenen ook moeilijk. Men heeft het gevoel dat er niet gelijkwaardig wordt geïnvesteerd in het verleden, het heden en de toekomst als het gaat over het gedeelde slavernijverleden. Zo is het voor sommigen onbegrijpelijk dat
Een muur in de binnenplaats van het Kura Hulanda museum in Willemstad, Curaçao. De tekst op de muur staat er in het Nederlands, Engels, en Papiaments. Foto: Felix Welsink
62
Over ons en met ons
63
De belangrijkste punten die tijdens de participatie naar voren kwamen zijn:
het slavernijmuseum in Amsterdam komt te staan en niet op de plek(ken) waar de slavernij zich fysiek afspeelde. Wij hebben veel geïnvesteerd in een gelijkwaardige relatie met en geluisterd naar de wensen en gevoelens van de mensen in het Caribisch deel van het Koninkrijk en begrijpen hun gevoelens goed. We zijn ervan doordrongen dat er secure opvolging gegeven moet worden aan de belofte consistente terugkoppeling te geven over de ontwikkelingen rondom het museum en dat we de landen moeten betrekken bij inhoudelijke beslissingen over de inhoud ervan. Alhoewel de relatie met EuropeesNederland kwetsbaar is, is de behoefte aan verbinding met het Nationaal Slavernijmuseum op Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius, Sint Maarten en in Suriname groot. Erfgoedprofessionals, politici en maatschappelijke organisaties willen direct aangesloten zijn op wat er in het museum in Amsterdam gebeurt.
Een nauwe samenwerking met het Nationaal Slavernijmuseum in Amsterdam is hierin een eerste stap en een concrete vertaling van het museum als netwerkmuseum. Tot slot hebben de eilanden de vurige wens om ook een eigen plek te krijgen waar men stil kan staan bij het slavernijverleden. Wij begrijpen en ondersteunen deze wens en moeten benadrukken dat dit geen onderdeel is van onze opdracht. Wel leggen wij deze wens neer bij het ministerie van OCW en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (verder: ministerie van BZK), die bezig zijn met het geven van opvolging aan de excuses. Al met al is het belangrijk dat er een goede band en directe verbinding is met elkaar. We hebben elkaar nodig en delen eenzelfde missie: kennis delen over een periode die ons allemaal heeft beïnvloed en nog steeds beïnvloedt, om zo de vele in standgehouden defecte patronen te doorbreken, op individueel en maatschappelijk niveau.
• Gebruik in het museum in Amsterdam zoveel mogelijk termen en woorden uit het Papiamento of Surinaams dat toen gesproken werd en creëer zo bewustzijn van de verschillende talen. En houdt altijd rekening met de officiële talen van het Koninkrijk in de externe communicatie. Dit betekent dat het museum veelal in drie talen zal communiceren: het Papiamentu, het Engels en het Nederlands. • Ga in het museum dieper in op het ontstaan van die talen en leg verbanden. Laat bezoekers zelf stilstaan bij woorden en horen welke talen erin verwerkt zitten. Bijvoorbeeld het Portugees en Nederlands en Afrikaans voor Papiamento, maar ook het Engels en Nederlands in het Surinaams. • Laat in het museum muziek horen die in het Surinaams en Papiamento gezongen werden door tot slaafgemaakte mensen, maar ook tegenwoordig nog kunnen doorklinken vanwege de melodie. Door stil te staan bij de inhoud van de muziek, krijgen ze een ander geluid. • Op de eilanden en in Suriname werken principes uit het slavernijverleden nog steeds door. Bijvoorbeeld de ‘zwijgcultuur’ en het verdeel en heers principe. Door in het museum hierop in te gaan, wat betekent het, waar is het ontstaan en wat was toentertijd het nut ervan, neem je bezoekers mee naar het heden, waarin de zwijgcultuur in het systeem van velen zit, maar het effect ervan inmiddels averechts werkt.
Door dit af te pellen, ontstaat er inzicht en ruimte voor heling en verandering. • Zorg dat het museum in Amsterdam inhoudelijk is aangesloten op de musea of tentoonstellingen op Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius, Sint Maarten en in Suriname. Bijvoorbeeld door in hun eigen museum hetzelfde programma en dezelfde thema’s te hanteren. Blijf daarvoor nauw aangesloten op wat er op de eilanden en in Suriname speelt. Stem de verhalen en tentoonstellingen op elkaar af waar mogelijk. • Om Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius, Sint Maarten en in Suriname goed aangesloten te houden op het Nationaal Slavernijmuseum en draagvlak te creëren en houden, is consistente terugkoppeling essentieel. Hierbij is het steeds van belang om aan de eilanden en Suriname te vragen wat zij graag willen in plaats van de samenwerking eenzijdig in te kleuren. • Het Nationaal Slavernijmuseum als netwerkmuseum kan bijdragen aan het versterken van de museale infrastructuur in Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius, Sint Maarten en in Suriname door het organiseren van samenwerkingen en uitwisselingen.
64
Over ons en met ons
65
Een muur bij het Kura Hulanda museum in Willemstad, Curaçao. Foto: Felix Welsink
66
Over ons en met ons
67
Locatie, omgeving en gebouw van het museum
68
Over ons en met ons
69
Tijdens de deelsessie van de participatiebijeenkomst in Arnhem schreven deelnemers hun wensen en ideeën voor de locatie op een post-it. Foto: Jur Ruberti
70
Over ons en met ons
Tijdens de verschillende publieksen participatiebijeenkomsten is aanwezigen gevraagd welke ideeën, suggesties, aanbevelingen en wensen zij hebben ten aanzien van het gebouw, de omgeving en de locatie van het Nationaal Slavernijmuseum. Uit alle goede, verrassende en scherpzinnige antwoorden zijn de onderstaande leidende voorwaarden gekomen. 71
Uitgangspunten voor het gebouw en de omgeving EEN CENTRALE, WAARDIGE, PROMINENTE LIGGING De locatie van het museum is een plek met allure: prominent en bijzonder, een A-locatie. Het doet recht aan de waardigheid die past bij het onderwerp en de inhoud van het museum. Niet alleen van het gebouw moeten de monden van de bezoekers open vallen, ook de plek waar het gebouw staat, aan het water, moet daaraan bijdragen. Het museum is zichtbaar en bereikbaar voor iedereen en daardoor aantrekkelijk voor een breed publiek. Voor de gewenste hoge bezoekersaantallen is een centrale ligging noodzakelijk. Tegelijkertijd verlangt het verhaal dat het museum vertelt ook rust en ruimte voor beschouwing en reflectie, bijvoorbeeld in de vorm van een park. EEN ICONISCH, NIEUW GEBOUW GEBASEERD OP AUTHENTIEKE ELEMENTEN Het gebouw waarin het museum huist, is iconisch. Een nieuw, kenmerkend gebouw dat straks door iedereen wordt herkend. Men kan niet om het gebouw heen, letterlijk en figuurlijk. Architectonische elementen en kenmerken van betrokken culturen moeten de overhand hebben in het ontwerp en de uitvoering. Denk hierbij aan vorm en kleur, maar ook aan de gebruikte materialen. LIGGING AAN DOORGAAND WATER Ligging aan doorgaand water, bij voorkeur aan het IJ, is een belangrijk element – mede vanwege de historische relatie van de slavernij en de slavenhandel met water.
Aankomst via het water wordt regelmatig aangegeven als een onderdeel van de museumervaring. Daarnaast straalt een dergelijke ligging ook de gewenste grandeur en rust uit.
Kwartiermaker David Brandwagt tijdens de participatiebijeenkomst in Tilburg. Foto: La Fontaine Media Productions
EEN PARKACHTIGE OMGEVING, MET RUIMTE VOOR GROEN, RUST, BEZINNING EN ONTMOETING Idealiter ligt het museum midden in een aantrekkelijk park dat uitnodigt tot contemplatie, ontspanning en gesprek. In het park moet men de indrukken van het museum individueel, in stilte en rust, maar ook gezamenlijk kunnen verwerken. Natuur en groen zijn hiervoor noodzakelijk.
72
Over ons en met ons
73
GOEDE BEREIKBAARHEID Het museum moet voor iedereen goed bereikbaar zijn, met het OV, de auto, de fiets, lopend. In de directe omgeving moet dan ook genoeg parkeergelegenheid zijn. Ook bereikbaarheid via water wordt veel genoemd. Daarnaast wordt er aandacht gevraagd voor de bereikbaarheid en toegankelijkheid voor personen met een beperking. EEN ‘OPEN’ GEBOUW MET EEN HERKENBAAR VERHAAL De buitenkant van het museum reflecteert wat binnen gebeurt: het verhaal van de trans-Atlantische slavernij, de mogelijkheden tot recuperatie en dialoog. Laat het verleden zien in het ontwerp, evenals de kracht van zwarte mensen. Bezoekers ervaren idealiter erkenning voor hun geschiedenis via het gebouw. Nadrukkelijk vanuit het idee van kracht in plaats van slachtofferschap. TOEGANKELIJK EN LAAGDREMPELIG Toegankelijkheid en laagdrempeligheid zijn op verschillende niveaus belangrijk. Het museum moet fysiek bereikbaar en beschikbaar zijn, maar ook toegankelijk, als in aantrekkelijk, uitnodigend, verwelkomend – voor iedereen. Verbinding is hierbij een sleutelwoord. Iedereen moet zich er welkom – gewenst – voelen. Het liefst niet eenmalig maar herhaaldelijk en niet alleen voor het museum, maar ook voor de andere faciliteiten zoals het kenniscentrum, de horeca, het kunst- en cultuuraanbod, de bezinningsen dialoogfaciliteiten en de ontspanningsmogelijkheden in het gebouw en het omliggende park.
PASSEND HORECA-AANBOD EN ENTOURAGE Laat een restaurant met symbolische gerechten vanuit verschillende culturen, onderdeel van het museum zijn. Laat bovendien het ontwerp en de uitstraling van het restaurant en de andere horecafaciliteiten ook deze diverse culturen uitdragen. Tenslotte moet het restaurant ook mensen verenigen, mensen uitnodigen om met elkaar in contact te komen, bijvoorbeeld door het gebruik van enkel grote lange/ ronde tafels die uitnodigen om bij elkaar aan te schuiven. EIGEN VORMEN VAN KUNST EN CULTUUR In het museum en het park is ook voldoende ruimte voor kunst en cultuur, een waar mensen hun eigen cultuur kunnen uitdragen, waar de verschillende culturen zich kunnen profileren en ontmoeten, en waar men elkaars culturen beter kan leren kennen. Denk hierbij aan toneel, theater, muziek maar ook aan lezingen of vormen van spel. Deze uitingen zijn van groot belang voor individuele en gemeenschappelijke heling. DIVERSE EN INCLUSIEVE SELECTIE VAN DE ARCHITECT De architect- en adviseursselectie is transparant en inclusief. Speciale aandacht hierbij verdienen jonge architecten en architecten wiens achtergrond aansluit bij het verhaal dat het museum vertelt. Geef juist hen een kans om vanuit de eigen achtergrond een ontwerp te maken voor het gebouw en park van het Nationaal Slavernijmuseum.
RUIMTE(N) VOOR HEALING Naast toegankelijkheid en laagdrempeligheid moeten het gebouw en de omgeving ook de ruimte en mogelijkheden bieden voor heling, herstel en expressie. Bijvoorbeeld in fysieke ruimte daarvoor – kamers, vertrekken of plaatsen en hoeken in het park, waar men zich kan terugtrekken, indrukken kan verwerken, kan ontspannen of zich creatief kan uiten of met elkaar in gesprek kan gaan. Het gebouw en de omgeving van het museum moeten daarom ook een gevoel van veiligheid en geborgenheid uitstralen en bieden.
74
Over ons en met ons
75
Deelnemers aan de Conferentie “To build a museum” met in het midden Simion Blom, mede-indiener van het initiatiefvoorstel voor het museum in 2017. Foto: Isaac Owusu
76
Over ons en met ons
77
Meest genoemde locaties Naast de genoemde uitgangspunten voor de locaties en het gebouw is er op de participatiebijeenkomsten ook specifiek naar een voorkeur voor een locatie gevraagd. Vooral tijdens de vier bijeenkomsten in Amsterdam zijn de volgende specifieke locaties als voorkeur aangedragen. KOP JAVA EILAND De kop van Java-eiland wordt veel genoemd als locatievoorkeur. Deze past volgens de deelnemers van de participatiebijeenkomsten zeer goed bij de eerdergenoemde uitgangspunten. Zij verwijzen hierbij specifiek naar de ambitie voor een groen park als omgeving van het museum. Echter, er zijn ook Amsterdammers die aangeven dat ze behoefte hebben aan ruimte in de drukke stad en het stadsdeel. Zij zien op deze lege plek liever niet een museum en de bijbehorende drukte. MARINETERREIN Het Marineterrein wordt ook veel genoemd als locatie. Deze past volgens de deelnemers van de participatiebijeenkomsten zeer goed bij de eerdergenoemde uitgangspunten. Specifiek wordt hierbij aangegeven dat er een bijzonder nieuw museumkwartier kan worden gerealiseerd, samen met andere nabijgelegen musea zoals het Scheepsvaartmuseum en Nemo.
GAASPERPLAS/ZUIDOOST Gaasperplas/Zuidoost wordt meerdere keren genoemd. Aanwezigen geven aan dat het passend is het museum in Zuidoost te bouwen, dicht bij de plek waar veel nazaten van tot slaafgemaakte mensen uit de trans-Atlantische slavenhandel wonen. Ook zou een museum het culturele aanbod in Zuidoost en de werkgelegenheid een boost geven. Anderen geven aan voorkeur te hebben voor een centrale en goed bereikbare plek in Amsterdam, waar een gebouw met internationale allure en zichtbaarheid kan worden ontwikkeld. Veel personen geven aan dat Zuidoost juist niet moet worden gekozen in verband met de toegankelijkheid voor alle bevolkingsgroepen. Door het museum in Zuidoost te bouwen, wordt de drempel voor andere doelgroepen hoger. DIVERS Op de bijeenkomsten wordt ook een aantal locaties incidenteel genoemd. Dit zijn o.a. de locaties Amstelpark, Sixhaven en het Museumplein.
Anderen wijzen op mogelijke obstakels zoals het gebrek aan ruimte, zeker voor een park dat rust en reflectie mogelijk moet maken. Maar ook de aanwezigheid van twee gebouwen daar die de aanleg van zulk een park belemmeren.
78
Over ons en met ons
79
Aanbevelingen en adviezen
Deelnemers aan de participatiebijeenkomst in Assen. Foto: Henrieke van Assen
80
Over ons en met ons
De uitkomsten uit de participatie hebben wij samengevat in vijf aanbevelingen en adviezen, die wij – als kwartiermakers – doen aan het bestuur. 81
BOTTOM-UP APPROACH TOT OPENING VAN HET MUSEUM ÉN DAARNA De bottom-up benadering is een niet eenvoudige benadering die veel tijd en geld vergt. Tegelijkertijd is deze benadering de enige passende benadering als het gaat over het opzetten van een museum over het Nederlandse slavernijverleden. Het is de enige benadering die ervoor zorgt dat het museum en haar inhoud breed gedragen worden én blijven. Een consistente bottom-up benadering, voor, tijdens maar ook na de opening, is de sleutel tot het succes van het Nationaal Slavernijmuseum. Het ambassadeursnetwerk in oprichting kan hier een rol in spelen. PARTICIPATIE ALS INTEGRAAL ONDERDEEL VAN DE MUSEUMORGANISATIE Wat willen bezoekers terugzien en ervaren in het museum en hoe komt het tot hen? Deze vragen moeten met regelmaat gesteld worden om in alle fases aan te sluiten op de wensen en behoeften van de bezoekers van het Nationaal Slavernijmuseum. Het ambassadeursnetwerk kan hier een belangrijke rol in spelen. Het is daarnaast van belang dat er genoeg middelen beschikbaar zijn voor een inclusieve infrastructuur met community managers, fondsenwervers, programmeurs en aandacht voor public affairs. In al deze elementen en in de algehele organisatiestructuur van het museum moet participatie terugkomen. Het ambassadeursnetwerk kan gezien worden als een verbindende schakel tussen de participatie en de fondsenwerving.
GOEDE VERBINDING MET HET CARIBISCH DEEL VAN HET KONINKRIJK EN SURINAME Een goede, betrouwbare verbinding met Sint Maarten, Sint Eustatius, Saba, Curaçao, Aruba, Bonaire en Suriname is cruciaal voor het succes van dit museum. De verbinding, dialoog en samenwerking met deze landen opzoeken en onderhouden, is noodzakelijk om de inhoud van het museum haar beste vorm te kunnen geven. De frase ‘Nothing about us, without us’, is hier treffend en van toepassing. Zonder vertrouwen van en in en nauwe samenwerking met de mensen, musea en organisaties overzees, kan het Nationaal Slavernijmuseum niet haar volle potentie bereiken.
82
Over ons en met ons
NAUWE AANSLUITING OP DE PROCESSEN BIJ DE RIJKSOVERHEID OVER DE EXCUSES Toen we slechts een paar maanden bezig waren, bood Mark Rutte namens de Nederlandse staat excuses aan voor het Nederlandse slavernijverleden. Deze excuses werden op 1 juli bekrachtigd door de excuses en het verzoek om vergiffenis van koning Willem Alexander. Waar de oprichting van het Nationaal Slavernijmuseum eerst een vrij zelfstandig proces was, werd het museum nu voor veel mensen gevoelsmatig onderdeel van het ‘proces na de komma’. De ontwikkeling van het museum staat daarmee niet meer op zichzelf, maar is verbonden met andere processen bij de Rijksoverheid zoals het Herdenkingsjaar Slavernijverleden. Voor het vervolgtraject is het belangrijk dat we ons rekenschap blijven geven van deze verbinding en aansluiting zoeken op de processen bij de Rijksoverheid waar dit kan. PROMINENTERE ROL VAN DE RIJKSOVERHEID IN TOEKOMST Als kwartiermakers en team Nationaal Slavernijmuseum van de gemeente Amsterdam, zijn wij de gemeente ontzettend dankbaar voor het lef en de daadkracht die het toont door sinds 2017 (mee) te werken aan de totstandkoming van het Nationaal Slavernijmuseum. Tegelijkertijd is het essentieel dat dit museum een nationaal museum wordt mét een scope die zo breed is als het gehele Koninkrijk.
Het is om deze reden dat wij adviseren en pleiten voor een prominentere rol van de Rijksoverheid in het vervolgproces van de ontwikkeling van het Nationaal Slavernijmuseum.
83
Tot slot
Deelnemers aan de participatiebijeenkomst in Amsterdam Zuidoost. Foto: Isaac Owusu
84
Over ons en met ons
Met elkaar maakten we dit jaar een solide begin met de opbouw van het netwerkmuseum dat het Nationaal Slavernijmuseum wil zijn. Hiervoor stonden wij op de schouders van velen. 85
Al deze schouders maakten het mogelijk dat wij ons werk zo goed mogelijk konden doen, ongeacht de omstandigheden. Een prachtig voorbeeld van de kracht van gedragen worden, een onevenaarbare kracht. In dit proces onzichtbaar maar voelbaar aanwezig en van immens groot belang voor het museum in al haar ontwikkelingsfases, voor en na de opening van haar deuren. Om ervoor te zorgen dat het museum de komende jaren gedragen wordt en blijft door verschillende stakeholders, culturele instellingen en musea in binnen -en buitenland, is consistentie en uithoudingsvermogen nodig, en moet verder geïnvesteerd worden in het behouden en uitbreiden van deze contacten. Eén van de belangrijkste uitkomsten van de vele belangrijke, bepalende en betoverende gesprekken, participatiebijeenkomsten en werkbezoeken is dat álle gesprekspartners, in binnen- en buitenland, behoefte hebben aan nauw contact en regelmatige feedback. Door consistent alle plannen en ontwikkelingen terug te koppelen aan de gesprekspartners in binnen- en buitenland en ons daarbij zeer bewust te zijn van de kracht van woorden, te beseffen keer op keer dat woorden belangrijk zijn (words do matter!), groeit vertrouwen in en betrokkenheid bij het museum.
Zaken die zo ontzettend belangrijk, als niet cruciaal, zijn voor de realisatie van deze iconische plek die het verleden met het heden verbindt en zo een positieve impact heeft op de toekomst.
86
Over ons en met ons
Een toekomst waarin de ophanden zijnde verandering steeds meer een voldongen feit is. Een toekomst waarin generaties van nazaten van tot slaafgemaakte mensen het hele(nde) verhaal leren kennen én doorgeven, aan volgende generaties, opdat er geleidelijk aan heling ontstaat van een collectief trauma dat steeds meer zichtbaar en voelbaar is in de huidige samenleving.
‘Not everything that is faced, can be changed, but nothing can be changed until it is faced.’
Het Nationaal Slavernijmuseum vertelt die levensbelangrijke verhalen. Het verhaal van het Nederlandse slavernijverleden en de invloed ervan op mens en maatschappij, maar ook het verhaal van de Afrikaanse diaspora, waarin kracht en weerbaarheid altijd rechtop staan. Het vertelt over de onmenselijke gruwelijkheden die plaatsvonden én het vertelt over het onuitputtelijk verzet tegen de slavernij en de helden die opstonden in deze diepdonkere eeuwen van de Nederlandse geschiedenis. Het toekomstig museum vertelt het héle verhaal, vanuit de volste overtuiging dat alleen het volledige verhaal de heling en de daaruit voortkomende verandering kan brengen die zo nodig is. Om af te sluiten herhalen we nog maar eens de woorden die het proces, de spreekwoordelijke reis en de missie van het museum het best in gevoel beschrijven:
Kwartiermaker in gesprek met de deelnemers van de participatiebijeenkomst in Assen. Foto: Henrieke van Assen
87
Colofon Bestuurlijk opdrachtgevers Touria Meliani, wethouder Kunst en cultuur, Inclusie en anti-discriminatiebeleid Fleur Gräper-van Koolwijk, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Ambtelijk opdrachtgevers Max van Engen (directie Economische Zaken en Cultuur) Christianne Mattijssen (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) Redactie Julia Dikenzo Leka, Mara Jong Kon Chin, Geert de Jong, Bianca Samethini, Thomas van Swaaij en Felix Welsink Eindredactie/productiebegeleiding Delana ’t Zand Vormgeving BUROBRAAK, design for social impact
In dit plan zijn beelden opgenomen, die gemaakt zijn tijdens de verschillende publieksbijeenkomsten. In het aanmeldformulier en ook aan het begin van iedere bijeenkomst hebben we steeds vermeld dat er tijdens de bijeenkomst foto’s/opnamen werden gemaakt, bedoeld voor publicatiedoeleinden en om toestemming hiervoor gevraagd. De meeste deelnemers hebben hun toestemming verleend. Een enkeling die bezwaar maakte hebben we door middel van een zichtbare sticker buiten beeld gehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd of op een andere manier gebruikt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de gemeente Amsterdam.
Deelnemers aan de conferentie To build a museum. Foto: Isaac Owusu
88
Over ons en met ons
89
90
Over ons en met ons
www.amsterdam.nl/diversiteit/nationaal-slavernijmuseum