Bijlage 5 Besluit HW Up WTV Oost.pdf
Tekst van het document
Besluit 2 maart 2021
Besluit hogere waarden Wet geluidhinder Weespertrekvaart Oost (ten noorden van de voormalige insteekhaven) ten behoeve van het uitwerkingsplan Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking
Geel omlijnd plangebied uitwerkingsplan
Gemeente Amsterdam Besluit hogere waarden Wet Geluidhinder Uitwerkingsplan Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking
Colofon Opdrachtgever Datum
Grond en Ontwikkeling, gemeente Amsterdam 2 maart 2021
2
Gemeente Amsterdam Besluit hogere waarden Wet Geluidhinder Uitwerkingsplan Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking
TOELICHTING 1. Inleiding en plangebied Algemeen De Wet geluidhinder geeft aan welke geluidbelasting aanvaardbaar is. Deze normen moeten bij het opstellen van een bestemmingsplan, een uitwerkingsplan of een wijzigingsplan in acht worden genomen. Bij projectie van nieuwe woningen en/of andere geluidgevoelige gebouwen en terreinen binnen een zone van een weg, spoorweg of binnen de geluidzone van een gezoneerd industrieterrein dient de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting (ook wel ‘voorkeursgrenswaarde’ genoemd) in acht te worden genomen. Indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden en geluid beperkende maatregelen niet of onvoldoende mogelijk zijn, biedt de Wet geluidhinder de mogelijkheid om hogere waarden vast te stellen. Uitwerkingsplan Voor het plangebied is op 19 december 2018 het bestemmingsplan Weespertrekvaart Oost met een uitwerkingsplicht vastgesteld. Het plangebied is onderdeel van het huidige bedrijventerrein Weespertrekvaart Oost dat gefaseerd getransformeerd zal worden naar een woon-/werkgebied. Het plangebied is de eerste fase van de transformatieopgave en bestaat uit het deel van het bedrijventerrein dat ten noorden van de insteekhaven ligt. Om de ontwikkeling van het plangebied mogelijk te maken wordt het uitwerkingsplan Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking opgesteld (hierna: het uitwerkingsplan).
Het uitwerkingsplan heeft tot doel om woningbouw mogelijk te maken, in combinatie met andere functies. Voor de ontwikkeling van het plangebied is een stedenbouwkundig plan opgesteld, waarin het stedenbouwkundig ontwerp voor het hele bedrijventerrein Weespertrekvaart Oost (het plangebied en het gebied ten zuiden van de insteekhaven) is opgenomen. Dit stedenbouwkundig ontwerp biedt de basis voor het uitwerkingsplan. In het uitwerkingsplan zijn bestemmingsvlakken opgenomen en maximale hoogten. Binnen dit kader is de realisatie van woningen toegestaan.
3
Gemeente Amsterdam Besluit hogere waarden Wet Geluidhinder Uitwerkingsplan Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking
Figuur: verbeelding uitwerkingsplan Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking.
Plangrenzen Het plangebied grenst aan de oostzijde direct aan de Weespertrekvaart en aan de zuidzijde aan de voormalige insteekhaven. Aan de westzijde grenst het plangebied aan de H.J.E. Wenckebachweg met daaraan grenzend de ontwikkeling van Weespertrekvaart Strook en daarachter de ontwikkeling van de Bijlmer Bajes. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan het Solitudopad en het gebied Kop Weespertrekvaart. Aanleiding voor het hogere waardenbesluit Het uitwerkingsplan maakt onder meer nieuwe woonfuncties mogelijk. Het plangebied is gelegen binnen de geluidszones van wegen en spoorwegen. Voor die locaties, waar de geluidbelasting hoger is dan de zogenoemde voorkeursgrenswaarde, kan op grond van de Wet geluidhinder een hogere waarde (ontheffing op de geluidbelasting) worden verleend om - tot een daarvoor geldende maximale waarde - wonen of een andere geluidgevoelige functies wel mogelijk te maken. Uit het verrichte akoestisch onderzoek blijkt dat voor de nieuwe woonfuncties de voorkeursgrenswaarde vanwege weg-, metro- en railverkeerslawaai op meerdere gevels van verscheidene bouwvlakken wordt overschreden. Hogere waarden worden aangevraagd voor alle nieuwe woningen die met het uitwerkingsplan worden mogelijk gemaakt. 2. Wettelijke kader Wet geluidhinder In de Wet geluidhinder zijn normen voor toelaatbare geluidsniveaus opgenomen.
Daarbij wordt onderscheid gemaakt in buitennormen (geluidsbelasting op de gevel) en binnennormen (binnenwaarde). De normstelling in de Wet geluidhinder bestaat uit een voorkeursgrenswaarde en een ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting of maximale ontheffingswaarde. Bij projectie van 4
Gemeente Amsterdam Besluit hogere waarden Wet Geluidhinder Uitwerkingsplan Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking
nieuwe woningen en/of andere geluidgevoelige gebouwen en terreinen binnen een zone van een weg, spoorweg of binnen de geluidzone van een gezoneerd industrieterrein dient de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting in acht te worden genomen. Indien de voorkeursgrenswaarden worden overschreden en geluidbeperkende maatregelen niet of onvoldoende mogelijk zijn, biedt de Wet geluidhinder de mogelijkheid om hogere waarden vast te stellen. De woonfunctie en een aantal maatschappelijke functies (waaronder onderwijs en kinderopvang) zijn in de zin van de Wet geluidhinder omschreven als ‘geluidgevoelige functies’. Daarnaast spreekt de wet over geluidgevoelige terreinen. Hieronder vallen bijvoorbeeld ligplaatsen voor woonboten. Geluidgevoelige functies en terreinen die binnen de zone van een weg, spoorweg of binnen de geluidzone van een gezoneerd industrieterrein zijn geprojecteerd, worden beschermd door de Wet geluidhinder. Binnenwaarde Conform artikel 3.3 van het Bouwbesluit geldt voor woningen (en andere geluidsgevoelige functies) een wettelijke binnenwaarde van 33 dB. Deze waarde mag niet worden overschreden. Deze wettelijke binnenwaarde is uitgangspunt bij de ontwikkeling van het plangebied. Beleidskader - Amsterdams geluidbeleid Op 12 juli 2016 is het "Amsterdams geluidbeleid 2016, hogere waarde Wet geluidhinder" vastgesteld en op 5 maart 2019 is dit beleid gewijzigd.
Het doel van het geluidbeleid is het borgen van een akoestisch aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij het bouwen van woningen (inclusief plaatsen voor woonwagens/woonschepen) en andere geluidgevoelige functies op geluidbelaste locaties. Stille zijde Uitgangspunt van het Amsterdams geluidbeleid is dat iedere woning een stille zijde heeft. Dit uitgangspunt geldt alleen voor een woonfunctie, niet voor andere functies. Een stille of geluidluwe zijde (de termen zijn synoniem) is een (deel van een) gevel waar de geluidbelasting gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde of lager. De voorkeursgrenswaarde is de geluidsbelasting die altijd toelaatbaar is op de gevel van de geluidsgevoelige bestemming. Wanneer de stille zijde tevens beschikt over een buitenruimte heeft ook deze buitenruimte bij voorkeur een aanvaardbaar geluidniveau. Aan de stille zijde worden bij voorkeur de slaapkamers gesitueerd zodat met open raam of deur geslapen kan worden. In het beleid is aangegeven dat voor bepaalde gevallen gemotiveerd kan worden afgeweken van de eis van een stille zijde. Dit is als er overwegende bezwaren zijn van stedenbouwkundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard (criteria opgenomen in artikel 110g Wgh).
Daarnaast kan in geval van transformatie van bestaande bebouwing of de realisatie van woningen voor een specifieke doelgroep (zoals jongeren) gemotiveerd worden afgeweken van de stille zijde eis. Een woning die moet worden uitgevoerd met een dove gevel (kort gezegd, een gevel zonder te openen ramen en deuren) dient te allen tijde te zijn voorzien van een stille zijde (behoudens uitzonderlijke gevallen, in tijdelijke situaties of bij woningen voor een bijzondere groep). De focus van het Amsterdams geluidbeleid ligt bij de bescherming van de bewoners tegen geluid en dus bij de delen van de gevel waar bewoners buiten verblijven of het geluid de woningen naar binnen kan komen. Voorgaande betekent dat sprake is van een stille zijde in de situatie dat op te openen delen (ramen of deuren) van één van de woninggevels aan de voorkeurgrenswaarde wordt voldaan. Eventuele maatregelen zullen dus minimaal die geveldelen afdoende dienen af te schermen. Wanneer de geluidbelasting op te openen delen hoger is dan de voorkeursgrenswaarde kunnen op en/of aan de gevel maatregelen worden getroffen waardoor alsnog een stille zijde gerealiseerd wordt. Cumulatie Wanneer een geluidgevoelig object zich binnen twee of meer geluidzones van aparte geluidbronnen bevindt, wordt de gecumuleerde geluidbelasting vastgesteld. Hogere waarden
5
Gemeente Amsterdam Besluit hogere waarden Wet Geluidhinder Uitwerkingsplan Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking
mogen alleen worden vastgesteld als de gecumuleerde geluidbelastingen niet leiden tot een onaanvaardbare geluidbelasting. Conform het Amsterdams geluidbeleid is er sprake van een onaanvaardbare geluidbelasting als de gecumuleerde geluidbelasting meer dan 3 dB hoger is dan de hoogste van de maximaal toelaatbare ontheffingswaarden (63 dB bij wegverkeerslawaai en 68 dB bij railverkeerslawaai). In die gevallen kan of niet gebouwd worden of er moeten oplossingen worden gezocht met dove gevels. Dove gevel Om in panden op locaties waar de ten hoogste toelaatbare ontheffingswaarde wordt overschreden, woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen te kunnen realiseren, is het maken van een dove gevel (een gevel zonder te openen delen) een voorwaarde. Een dove gevel is volgens het Amsterdams geluidbeleid alleen mogelijk als woningen ook kunnen beschikken over een zogenoemde ‘stille zijde’; een zijde van het gebouw waar de waarde lager is dan de voorkeursgrenswaarde. In een gesloten bouwblok, behoort een stille zijde vrijwel altijd tot de mogelijkheden. In woningen die niet aan een stille zijde kunnen grenzen, kunnen door middel van maatregelen zoals (afgesloten) loggia’s alsnog stille zijden worden gerealiseerd.
Beoordelingskader Wet geluidhinder In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de voorkeurswaarde en de maximaal toelaatbare waarde voor woningen en andere geluidgevoelige functies. tabel 1: beoordeling Wet geluidhinder
Geluidsbron
Voorkeurswaarde 55 dB
Maximaal toelaatbare waarde 68 dB
Aftrek artikel 110g Wet geluidhinder --
Doorgaand spoor (railverkeer) Metro (wegverkeer) Stedelijk wegverkeer Rijksweg
48 dB 48 dB 48 dB
63 dB 63 dB 53 dB
2 dB 5 dB 2, 3 of 4 dB
3. Akoestisch onderzoek Cauberg Huygen heeft een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek bevat berekeningen van de geluidbelasting in het plangebied en de toetsing van de geluidbelasting aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder en het gemeentelijk geluidbeleid. Uit het onderzoek volgt dat de voorkeursgrenswaarde ten aanzien van wegverkeer (rijksweg A2/A10), metro en railverkeer wordt overschreden op meerdere gevels van verscheidene bouwvlakken, maar dat de maximaal toegestane hogere waarde niet worden overschreden. De resultaten van het akoestisch onderzoek zijn vastgelegd in het rapport “Uitwerkingsplan noordelijk deel Weespertrekvaart Oost te Amsterdam; onderzoek omgevingsgeluid – zoneplichtige en niet-zoneplichtige (spoor)wegen” van 25 september 2020, met kenmerk 0547951306-15, opgesteld door Cauberg Huygen. In het akoestisch onderzoek is rekening gehouden met de geluidbelasting als gevolg van de metro, het spoor en het wegverkeer van de rijksweg A2/A10. Daarnaast is rekening gehouden met de H.J.E. Wenckebachweg en de Amstelstroomlaan waar de maximumsnelheid 30 km/uur is. Voor de 30 km/uur wegen bestaan geen wettelijke normen voor het toetsen van de geluidbelasting. Daarom maken deze wegen geen onderdeel uit van dit besluit.
6
Gemeente Amsterdam Besluit hogere waarden Wet Geluidhinder Uitwerkingsplan Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking
De gebieden naast het plangebied, zijnde Weespertrekvaart Strook en Bijlmer Bajes, zijn volop in ontwikkeling. Aangezien de besluitvorming daarover nog niet rond is op het moment van het uitvoeren van het akoestisch onderzoek is in het onderzoek geen rekening gehouden met toekomstige bebouwing. Uitgegaan is van de te behouden delen van de Bijlmer Bajes en geen bebouwing in de Strook. Wegverkeerslawaai (Rijksweg A2/A10) Ten gevolge van het verkeer op de rijksweg A2/A10 worden op diverse gevels van verscheidene bestemmingsvlakken de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. De hoogst gemeten geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de rijksweg A2/A10 bedraagt 52 dB (inclusief aftrek conform artikel 110g Wgh). Deze waarde is lager dan de maximale toelaatbare waarde (53 dB). Voor de rijksweg dienen maatregelen te worden afgewogen. Indien maatregelen niet doelmatig zijn, zijn hogere waarden noodzakelijk.
Berekende geluidsbelasting vanwege rijksweg A2/A10 Metroverkeer Ten gevolge van het metroverkeer worden op diverse gevels van verscheidene bestemmingsvlakken de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. De hoogst gemeten geluidbelasting ten gevolge van het metroverkeer bedraagt 53 dB (inclusief aftrek conform artikel 110g Wgh). Deze waarde is lager dan de maximale toelaatbare waarde (63 dB). Voor het 7
Gemeente Amsterdam Besluit hogere waarden Wet Geluidhinder Uitwerkingsplan Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking
metroverkeer dienen maatregelen te worden afgewogen. Indien maatregelen niet doelmatig zijn, zijn hogere waarden noodzakelijk.
Berekende geluidsbelasting vanwege metroverkeer Spoorwegverkeerslawaai Ten gevolge van het spoorwegverkeer worden op diverse gevels van verscheidene bestemmingsvlakken de voorkeursgrenswaarde van 55 dB overschreden. De hoogst gemeten geluidbelasting ten gevolge van het spoorwegverkeer bedraagt 58 dB (inclusief aftrek conform artikel 110g Wgh). Deze waarde is lager dan de maximale toelaatbare waarde (68 dB). Voor het spoorwegverkeer dienen maatregelen te worden afgewogen. Indien maatregelen niet doelmatig zijn, zijn hogere waarden noodzakelijk
8
Gemeente Amsterdam Besluit hogere waarden Wet Geluidhinder Uitwerkingsplan Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking
Berekende geluidsbelasting spoorwegverkeer
Gecumuleerde geluidbelasting De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt maximaal 58 dB. Deze geluidbelasting is lager dan de maximale toegestane gecumuleerde geluidbelasting zoals opgenomen in het Amsterdams geluidbeleid (in dit geval 71 dB). Voor de woningen kan een hogere geluidswaarde worden vastgesteld ten gevolge van de rijksweg, spoorwegen en metrolijnen. Conclusie De conclusie van het onderzoek is dat zonder maatregelen de geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de rijksweg A2/A10, metro- en spoorweg hoger is dan de voorkeurswaarde. De maximale ontheffingswaarden worden niet overschreden. De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt maximaal 58 dB. Deze geluidbelasting is lager dan de maximale toegestane gecumuleerde geluidbelasting zoals opgenomen in het Amsterdams geluidbeleid (in dit geval 71 dB). Voor de woningen kan een hogere geluidswaarde worden vastgesteld ten gevolge van de rijksweg, spoorwegen en metrolijnen. Voor deze wegen dienen maatregelen te worden afgewogen en indien die niet doelmatig zijn, zijn hogere waarden noodzakelijk. Feitelijk zal steeds slechts een deel van de woningen een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde vanwege wegverkeerslawaai, spoorweglawaai respectievelijk metrolawaai ondervinden.
Omdat de verdeling van de woningen en geluidgevoelige functies over de gebouwen nog niet bekend is, is de vaststelling van de hogere waarden in algemene termen vervat.
9
Gemeente Amsterdam Besluit hogere waarden Wet Geluidhinder Uitwerkingsplan Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking
4. Advies TAVGA Het voornemen tot vaststellen van hogere waarden is op 27 augustus 2020 besproken in het Technisch Ambtelijk Vooroverleg Geluid Amsterdam (TAVGA). Geconcludeerd en geadviseerd is: a.
In de uitgangspunten van het akoestisch onderzoek voor de opstelplaats zijn de reeds verleende maatwerkvoorschriften afschaffen tyfoon en toepassen smeerinstallatie geborgd;
b.
Op grond van een goede ruimtelijke ordening dient de geluidbelasting van de sportvelden beschouwd te worden in het akoestisch rapport;
c.
De stille zijde voor alle woningen is geborgd in de planregels van het bestemmingsplan en hogere waardenbesluit. In het akoestisch rapport moet gemotiveerd worden dat de stille zijde uitvoerbaar is met de voorgestelde maatregelen;
d.
Het akoestisch rapport (met aanvullingen hierop) ter kennisname mailen naar tavga.rd@amsterdam.nl;
e.
Met inachtneming van het bovenstaande is TAVGA akkoord.
Aan bovenstaande punten is voldaan. 5. Overwegingen De volgende overwegingen van de te nemen maatregelen liggen ten grondslag aan de vast te stellen hogere waarden. Bij het bepalen van benodigde maatregelen is onderscheid gemaakt tussen: maatregelen aan de bron (geluidreducerend asfalt). maatregelen in het overdrachtsgebied (geluidschermen). maatregelen aan de ontvangende zijde (dove gevel/gebouwmaatregelen). Bronmaatregelen Stiller asfalt op de rijksweg, dan het reeds aanwezige geluidarme dubbellaags Zoab, heeft een beperkt additioneel geluid reducerend effect. Aangezien dergelijke maatregel gepaard gaan met zeer hoge kosten is dit vanuit dit deelgebied geen doelmatige maatregel om de geluidbelasting te verlagen. Overdrachtsmaatregelen – geluidsschermen Bij het toepassen van een 5 of 10 meter hoog scherm langs de rijksweg wordt een geluidreductie van respectievelijk 2 tot 4 dB(A) bereikt. Aangezien de aanleg van een geluidscherm gepaard gaat met zeer hoge kosten is dit vanuit deelgebied geen doelmatige maatregel om de geluidbelasting te verlagen. Voor het gehele gebied Overamstel dat wordt getransformeerd naar geluidsgevoelige bestemmingen zou dit anders kunnen zijn. Voor het eventueel realiseren van een geluidsscherm langs de A2/A10 is daarom een onderzoek gestart om effecten, kosten en mogelijkheden in beeld te brengen. Dit onderzoek is echter nog niet afgerond.
Bij dit uitwerkingsplan en de vast te stellen hogere waarden wordt daarom uitgegaan van een situatie zonder de geluidsschermen. Omdat het nu alleen deelgebied Weespertrekvaart Oost (noordelijk deel) betreft, is dit financieel niet doelmatig. Langs de metrolijnen zijn deels geluidschermen aanwezig. Een gedeelte van het geluid wordt afgeschermd door de aanwezige perrons en door de betonnen randen langs de fly-over/zwevende 10
Gemeente Amsterdam Besluit hogere waarden Wet Geluidhinder Uitwerkingsplan Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking
banen. Aanvullende afschermende maatregelen langs de metrobaan zijn daardoor slechts beperkt effectief. Het effect van het plaatsen van extra geluidsschermen is nader onderzocht. Alleen aan de zuidzijde van het plangebied neemt de geluidbelasting bij enkele woningen met maximaal 3dB af. De overschrijdingen worden niet volledig weggenomen. Het treffen van geluidsschermen langs de metrolijnen is voor het plangebied niet doelmatig. Ten gevolge van de spoorlijnen treden lichte overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde op. Op het leefniveau wordt binnen het plangebied praktisch overal voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Langs het meeste oostelijk gelegen treinspoor komt een geluidsscherm van 2,5 (gemeten vanaf de bovenkant spoor) over een lengte van 330 meter. Hiermee is in het geluidsonderzoek al rekening gehouden. Het effect van het plaatsen van extra geluidsschermen is nader onderzocht. Alleen aan de zuidzijde van het plangebied neemt de geluidbelasting bij enkele woningen met maximaal 5 dB af. De overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde worden niet volledig weggenomen. Er zijn hoge kosten gemoeid met het aanleggen van de extra geluidschermen langs het spoor. Het treffen van extra geluidschermen langs de spoorlijnen is voor het noordelijk deel van Weespertrekvaart Oost niet doelmatig.
Ontvangersmaatregelen – Dove gevels of vliesgevels Het is tenslotte ook mogelijk om maatregelen te treffen aan geluidgevoelige functies zelf, in de vorm van dove gevels of gebouw gebonden geluidschermen/vliesgevels, teneinde aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Het is echter niet wenselijk om hoofdzakelijk woningen met dove gevels te realiseren. Conform het Geluidbeleid ten aanzien van de vaststelling van hogere geluidwaarden dienen woningen waarvoor een hogere waarde wordt vastgesteld te beschikken over een geluidsluwe zijde. Conclusie hogere waarden Gezien het voorgaande wordt geconcludeerd dat verdergaande geluidbeperkende maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn. In verband met de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde dienen er hogere grenswaarden ingevolge de Wet geluidhinder te worden vastgesteld. In het uitwerkingsplan is in de planregels geborgd dat woningen waarvoor een hogere waarde is vastgesteld moet worden voorzien van het realiseren van minimaal één stille zijde, zodat het realiseren van een stille zijde ook juridisch- planologisch is geborgd. 6. Ontwerpbesluit Overeenkomstig afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is kennis gegeven van het ontwerpbesluit en heeft dit ontwerpbesluit inclusief de stukken gedurende zes weken ter inzage gelegen met de mogelijkheid voor belanghebbenden om zienswijzen in te dienen.
De ingediende zienswijze heeft niet geleid tot wijziging van het besluit.
11
Gemeente Amsterdam Besluit hogere waarden Wet Geluidhinder Uitwerkingsplan Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking
BESLUIT – HOGERE WAARDEN Burgemeester en wethouders van Amsterdam hebben besloten in te stemmen met het voorliggend besluit tot de vaststelling van de navolgende hogere waarden voor het metro- en wegverkeerslawaai en het spoorweglawaai zoals bedoeld in de Wet geluidhinder ten behoeve van het uitwerkingsplan Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking. Het college van burgemeester en wethouders besluit: I. ten behoeve van de herontwikkeling van Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking de volgende hogere waarden vast te stellen op grond van artikel 110a van de Wet geluidhinder: Functie Woningen en geluidgevoelige functies
Rijksweg A2/A10 52 dB
Metro 53 dB
Spoor 58 dB
Deze hogere waarden voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting worden vastgesteld op de gevels van de woningen en geluidgevoelige voorzieningen zoals geprojecteerd in het uitwerkingsplan Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking. Kadastrale gegevens De hogere waarden worden vastgesteld ten behoeve van alle woningen en geluidgevoelige voorzieningen die mogelijk worden gemaakt op de kadastrale percelen, bekend gemeente Amsterdam, sectie AG, nummers. 910, 915, 945, 946, 951, 970, 988, 989, 991, 992, 1054, 882, 1054, 1105, 1106, 1322 A1 t/m A21, 1332 A1 t/m A11, 1397 A1 t/m A24, 1516, 1517 en 2039.
12