CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Beeldkwaliteitsplan Werkstad OverAmstel (concept, gemeente Ouder-Amstel).pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 3 november 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Investeringsnota Werkstad OverAmstel (voorheen Amstel Business Park Zuid) en het beschikbaar stellen van een krediet (ZD2021-009605)7.054 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WERKSTAD OVERAMSTEL Beeldkwaliteitsplan voor bebouwing en buitenruimte

WERKSTAD OVERAMSTEL Beeldkwaliteitsplan voor bebouwing en buitenruimte april 2021

Beeldkwaliteitsplan

5 / 72

4 5

Werkstad OverAmstel

WERKSTAD OVERAMSTEL

Werkstad OverAmstel

WERKSTAD OVERAMSTEL

Inhoud Inleiding

9

Leeswijzer

11

Learning from OverAmstel

13

Stad ontmoet Scheg

17

1.1

Schegprikkers

23

1.2

Stadsstraten

27

1.3

Vaarten

31

1.4

Binnengebieden

35

1.5

Kavels

37

1.6

Oriëntatiepunten

39

7 / 72

1. Buitenruimte

2. Bebouwing 45

1.1

Adressering

49

1.2

Volume & korrelgrootte

53

1.3

Kleur

61

1.4

Materiaal & detail

71

Beeldkwaliteitsplan

Meervoudig perspectief

7

Werkstad OverAmstel

WERKSTAD OVERAMSTEL

Inleiding De Werkstad OverAmstel maakt deel uit van de Zuidoostlob, een stedelijk gebied volop in ontwikkeling. Bedrijventerreienen en sportvelden transformeren stap voor stap tot een divers gebied met een schakering aan woon-werkmilieus. De stad rukt op aan beide kanten van de Werkstad: transformatie naar wonen in het Amstelkwartier en aan de Weespertrekvaart, en aan de zuidzijde de ontwikkeling van De Nieuwe Kern. Tegelijk blijft deze locatie door zijn uitzonderlijke bereikbaarheid perfect geschikt voor bedrijvige economie in wonen in alle segmenten komen samen in een stedelijke mix.

9 / 72

verschillende sectoren, van autohandel tot horeca. Werken en hoogwaardig

De ontwikkeling van Werkstad OverAmstel vindt stapsgewijs plaats. De langzame transformatie maakt dat eenheid in het gebied niet vanzelfsprekend is, contrast en verrassing maakt deel uit van de Werkstad. Voor het bewaken van de samenhang binnen het gebied is dit beeldkwaliteitsplan het kader. Het beeldkwaliteitsplan borgt de samenhang tussen de ontwikkelingen en zorgt ervoor dat, hoewel er sprake is van verschillende tijdlijnen en uiteenlopende

Beeldkwaliteitsplan

gebruikers, Werkstad OverAmstel als één gebied herkenbaar wordt.

8

9

Werksta

Toetsingscriteria wonen en werken is niet bepalend voor het uiterlijk. Ligging en terrein representatieve functies zijn gericht op de straat en hebben hun entree aan de (belangrijkste) straat, direct aan het trottoir. - Publieke ruimte is schaars in de Werkstad. Eigenaren werken samen om te komen tot aaneengesloten doorlopende structuren voor groen en langzaam verkeer.

Gevel - Plinten aan de openbare ruimte sluiten aan bij de menselijke maat en zijn open en uitnodigend. Representatieve en (semi) publieke functies worden ingezet als verbijzondering van de gevel aan de straat. - Blinde gevels aan de openbare ruimte zijn niet toegestaan.

- Groene ruimte op de kavel is noodzakelijk voor de leefbaarheid.

- Aan de stadsstraten en verblijfsruimtes hebben gevels een fijne

Hittestress wordt verminderd, waterbergend vermogen en

architectonische geleding voor het borgen van menselijke maat

biodiversiteit vergroot. Bij transformatie wordt ruimte gemaakt

en een gevarieerd straatbeeld.

voor groen in volle grond. Hierbij wordt aangesloten bij de karakteristiek van scheg of stadsstraat. Afhankelijk van de

Kleur en materiaal

grootte van kavels geldt:

- Materiaal, afwerking en kleur geven een fris-industriële

XS < 500 m2, 100% bebouwing toegestaan S 500-1000 m2, min. 10% open ruimte met tenminste 1 boom

uitstraling en versterken de gelaagdheid in de Werkstad. - Kleur wordt ingezet om de identiteit van de Werkstad te

in volle grond met ruimte voor wortelpakket en kroon

versterken en de oriëntatie te verbeteren. Kleuren zijn fris,

M L Weespertrekvaart en Werkstad Noord > 1000 m2

expressief en afgestemd op de directe omgeving.

min. 40% open ruimte waarvan de helft volle grond voor bomen

- Materialen zijn duurzaam, verouderen mooi en passen bij de

M Werkstad Zuid 1.000-5.000 m2, min. 20% open ruimte

fris-industriële uitstraling. Duurzame alternatieven voor beton,

waarvan de helft volle grond voor bomen

zoals keramiek en hout voeren de boventoon. Baksteen voegt

L Werkstad Zuid > 5.000 m2, min. 30% open ruimte

zich in de fris-industriële uitstraling. Glas is niet overheersend.

waarvan de helft volle grond voor bomen - Inritten, parkeren en laden & lossen zijn inpandig of ondergronds, zowel voor auto als fiets/brommer.

- In de materialisering van gevel(elementen) wordt gekozen voor een rijke textuur en/of geleding die aansluit bij de richting van de gevel.

- De aansluiting van gebouw en terrein op de openbare ruimte is uitnodigend. Hekken en slagbomen zijn niet toegestaan. Waar terreinbescherming onvermijdelijk is wordt deze geïntegreerd in het gebouw of uitgevoerd met natuurlijke elementen (water of groen). Massa en vorm - Variatie in maat van de verschillende volumes is noodzakelijk voor de afwisseling en menselijke maat. - Stapeling is een middel om de gelaagdheid van het gebied te weerspiegelen. De stapeling bestaat uit maximaal drie delen op

De Ruimtelijk Economische Visie beschrijft de ambities en uitgangspunten voor de ontwikkeling van het gebied als geheel. De Richtlijnen voor Ontwikkeling biedt handvaten voor massa en programmering. Ten derde geeft dit beeldkwaliteitsplan spelregels voor inrichting, volume, kleur- en materiaalgebruik voor bebouwing en buitenruimte. De uitgangspunten zoals vastgesteld in de Richtlijnen voor Ontwikkeling zijn doorontwikkeld en geconcretiseerd tot toepasbare spelregels. Dit beeldkwaliteitsplan moet gelezen worden als een kookboek. Het is een document ter inspiratie dat de juiste ingrediënten aanreikt om tot een goed resultaat te komen. De verbeelding in dit beeldkwaliteitsplan is daarom conceptueel en statementmatig. De kernwaarden geven richting aan de ontwikkeling van de Werkstad. De toetsingscriteria zijn het instrument voor supervisie en welstand. De supervisor kan met goede argumentatie afwijken van de criteria. Dit beeldkwaliteitsplan is gebaseerd op een langetermijnvisie voor een geleidelijke transitie. Het beeldkwaliteitsplan brengt de transformatie op gang, het dient de eerste jaren van de transformatie tot circa 2030. Als de ontwikkelingen versnellen of een andere richting in gaan is herijking van het beeldkwaliteitsplan nodig.

Detaillering - Daken leveren een bijdrage aan een klimaatadaptieve omgeving. Daken in het zicht worden vergroend, zonnepanelen worden ingepast en bij voorkeur buiten het zicht geplaatst. - Detaillering van kozijnen, hemelwaterafvoer, dakranden en dergelijke is eenvoudig maar zorgvuldig. - Luifels, rolluiken en verlichting zijn mee ontworpen als onderdeel

RK DPA ZUI

van de architectuur. - Reclame en bedrijfsuitingen wordt zorgvuldig mee ontworpen

BEAMIX

De

Volks krant | Trouw | Algem

een

Dagb

lad

elkaar. - De afzonderlijke gebouwvolumes hebben een eenvoudige hoofdvorm en zijn afleesbaar binnen de stapeling. - Aanbouwen, bijgebouwen of dakopbouwen staan de

en kan enkel worden ingezet als accent. Maatvoering sluit aan bij de menselijke maat en is in verhouding met het pand.

LES STAP

MA

SLI

KR

O

O GR

Uitvoering en bevestiging zijn hoogwaardig. S tot 5% van de gevel, M tot 3% en L tot 2%.

WERKSTAD OVERAMSTEL

WERKSTAD OVERAMSTEL 11 Richtlijnen voor ontwikkeling

WERKSTAD OVERAMSTEL

Ruimtelijk-economische visie Amstel Business Park Zuid

herkenbaarheid van de hoofdmassa niet in de weg. - Balkons zijn gewenst, maar ondergeschikt aan het hoofdvolume.

11 / 72

- Bebouwing is georiënteerd op de straat: publieke en

Voor u ligt het beeldkwaliteitsplan voor Werkstad OverAmstel. Dit document bouwt voort op Werkstad OverAmstel: Ruimtelijk Economische Visie en Richtlijnen voor Ontwikkeling. Deze drie documenten vormen samen het ruimtelijk beleid voor de transformatie van bedrijventerrein Amstel Business Park Zuid naar Werkstad. Dit beeldkwaliteitsplan sluit aan op het geldende beleid voor beheer van de openbare ruimte.

3 documenten vormen het beleidskader voor de Werkstad

Richtlijnen voor ontwikkeling

Beeldkwaliteitsplan

Onderdeel van Beeldkwaliteitsplan Werkstad Overamstel

Leeswijzer - Gebouwen worden flexibel ontworpen, het onderscheid tussen

Werksta

Learning from OverAmstel

13 / 72

Werkstad OverAmstel is een ruig gebied met grote contrasten in gebruik en voorkomen. Bij de transformatie tot divers woon-werkmilieu vormt dit karakter het vertrekpunt, waarbij het op verschillende snelheden een ander gezicht krijgt. De transformatie kent geen schone lei, maar erkent en borduurt voort op het bestaande. Er worden drie kernwaarden gehanteerd bij de transformatie, sturend op het verbinden van nieuw en oud.

EVENWICHTG ICOON EVENWICHTG ICOON

GELAAGDE BEELDTAAL

12

GELAAGDE BEELDTAAL

SCHIZOFREEN

SCHIZOFREEN

RUIG LANDSCHAP

RUIG LANDSCHAP

....

De Werkstad kent een meervoudig perspectief MEERVOUDIG PERSPECTIEF

De Werkstad verschiet van kleur

De Werkstad ontmoet de Amstelscheg. De transformatie stuurt op een toekomstbestendig, duurzaam en klimaatbestendig gebied, waarin de menselijke maat .... .... .... .... .... EVENWICHTG ICOON .... sterk verankerd is. Verdichting en vergroening gaan daarbij hand in hand. Werkstad OverAmstel wordt leefbaar, met veel ruimte voor fiets en voetganger en landschappelijk groen, zoals in de nabije Amstelscheg. Werkstad OverAmstel transformeert van eenzijdig bedrijventerrein naar een groene Werkstad. De Werkstad kent een meervoudig perspectief doordat de infrastructuur die het KLEUR EN MATERIAAL VOLGT gebied doorsnijdt de Werkstad leesbaar maakt op meerdere hoogtes en snelheden. HET WERKSTAD PALET Rijdend op de A10 of Spaklerweg, of te voet als gebruiker of bezoeker, met 5 of 100 kilometer per uur. Dit meervoudig perspectief geeft aanleidingen voor de architectuur en vraagt om aandacht voor de menselijke maat op straatniveau.

SCHAALCONTRAST ZICHTBAAR SCHAALCONTRAST ZICHTBAAR EENVOUDIGE, EENVOUDIGE, VOLUMESGESTAPELDE VOLUMES GELAAGDE KLEUR EN MATERIAAL VOLGT KLEUR EN MATERIAAL VOLGT GESTAPELDE IN DE BEBOUWING IN DE BEBOUWING AFZONDERLIJKAF LEESBAAR AFZONDERLIJKAF LEESBAAR HET WERKSTAD PALET HET WERKSTAD PALET BEELDTAAL

De Werkstad verschiet van kleur en stuurt op geleidelijke transformatie; de nieuwbouw voegt een laag toe aanALZIJDIGE het ADRESSERING palet van de bestaande bebouwing. Door DE ROOILIJN WEERSPIEGELT DE ROOILIJN WEERSPIEGELT ALZIJDIGE ADRESSERING EXTRAVERT EN INTROVERT EXTRAVERT EN INTROVERT EXTRAVERT EN INTROVERT SCHIZOFREEN DE SNELHEID DE SNELHEID KOMEN SAMEN KOMEN SAMEN KOMEN SAMEN kleurgebruik worden oud en nieuw met elkaar verbonden. Het gebied verkleurt langzaam van bedrijventerrein tot Werkstad. De ruige Werkstad blijft voelbaar, het is 13 geen tweede Zuid-As.

STAD EN LANDSCHAP STAD EN LANDSCHAP INFRASTRUCTUUR ALS DRAGER AFGEWISSELD AFGEWISSELD

INFRASTRUCTUUR ALS DRAGER

DE VAART VERBINDT

DE VAART VERBINDT RUIG LANDSCHAP

STAD EN LANDSCHAP AFGEWISSELD

....

EENVOUDIGE, GESTAPELDE VOLUMES AFZONDERLIJKAF LEESBAAR

DE ROOILIJN WEERSPIEGELT DE SNELHEID

INFRASTRUCTUUR ALS DRAGER

Beeldkwaliteitsplan

De Werkstad ontmoet de Amstelscheg

MEERVOUDIG PERSPECTIEF MEERVOUDIG PERSPECTIEF

S

Werksta

1 Buitenruimte

15 / 72

1 BUITENRUIMTE

Beeldkwaliteitsplan

ecologische schegprikkers | stadsstraten | vaarten | binnengebieden | kavels | oriëntatiepunten

14

15

Werksta

1 BUITENRUIMTE

De Werkstad ontmoet de Scheg

Waar bebouwing en verharding momenteel overheersend zijn, geldt bij de transformatie naar een toekomstbestendige Werkstad dat verdichting en vergroening hand in hand gaan. De bebouwing van de Werkstad vraagt om grote groene gebaren, een ruig landschap als stevige onderlegger.

17 / 72

Het stedelijk landschap van de Werkstad wordt getypeerd door een overmaat aan infrastructuur en een gebrek aan verblijfsruimte. De infrastructuur beslaat het grootste deel van de buitenruimte van de Werkstad en vormt daarmee de belangrijkste identiteitsdrager. Op korte afstand dient de Amstelscheg met zijn landschappelijk groen zich aan als stevige landschappelijke basis. De Amstelscheg dient als inspiratie om de Werkstad te vergroenen en ecologisch te versterken.

Beeldkwaliteitsplan

Waar de stedelijke verbinding vanuit de Amstelcorridor noord-zuid georiënteerd is (stadsstraten), is de relatie met de Amstelscheg oost-west gericht (ecologische schegprikkers). Daarmee wordt de Werkstad herkenbaar als stad aan de Amstelcorridor. De overmaat langs de infrastructuur wordt omgezet in ruimte voor vergroening van de openbare ruimte, in de bermen en taluds wordt de groenstructuur van de Werkstad versterkt. Daarnaast wordt ruimte gemaakt op de kavel om de groene verblijfskwaliteit in de gebieden te versterken.

17

Werksta

1 BUITENRUIMTE

Een kwalitatieve buitenruimte

Stenen stad

Buitenruimte afschermen met hekwerken

Stad met groene kwaliteiten

Buitenruimte afschermen met watergangen

Microklimaat: betere waterberging en

vergroening. kwalitatief en maakt van de werkstad - De een buitenruimte stad: eenbiedt plek verblijfskwaliteit waar wonen en voorwerken de gebruiker. gepaard gaat met ontspannen - De - Regel buitenruimte reageert op de menselijke - Regel maat van het stedelijk weefsel - Regeldoor het introduceren van schaalconstrasten - Regel in de beplanting. - De buitenruimte van de Werkstad verbetert het microklimaat. De hittestress wordt verminderd en de waterberging verbeterd. - Bij het aanplanten van groen worden monoculturen vermeden en wordt er gestuurd op biodiversiteit. - Bestaande bomen worden in principe behouden of verplant.

De buitenruimte geeft houvast en oriëntatie binnen het gebied. Er wordt een afleesbaar onderscheid gemaakt tussen de verschillende profielen binnen het gebied. De vergroening en materialisatie van de buitenruimte geldt als belangrijk middel bij het aanbrengen van dit onderscheid.

19 / 72

- Verharding - De buitenruimte maakt plaats is hoogwaardig voor

De toekomstige buitenruimte van Werkstad OverAmstel is met zorg ontworpen, passend bij de beeldtaal voor de bebouwing. De buitenruimte maakt van het huidige bedrijventerrein een Werkstad: een plek waar werken samen gaat met wonen en ontspannen. Dit betekent dat de menselijke maat wordt geïntroduceerd, zowel in de bebouwing als in de openbare ruimte. Ruimtelijk en programmatisch wordt verblijfskwaliteit toegevoegd aan de buitenruimte.

Bij de transformatie van de Werkstad gaan verdichting en vergroening hand in hand. In de overwegend stenige omgeving van de huidige Werkstad zorgt vergroening van de buitenruimte voor een beter microklimaat. De herinrichting van de buitenruimte vermindert de hittestress en verbetert de waterberging. Daarnaast wordt bij het inrichten van de buitenruimte bewust omgegaan met de impact op de biodiversiteit. De aanplant versterkt de biodiversiteit. Insectvriendelijke, gevarieerde beplanting verbetert de soortenrijkdom, waarmee de belevingswaarde en ecologische verbindingen van de Amstelscheg naar de Werkstad wordt gehaald.

Introduceren menselijke schaal

Beeldkwaliteitsplan

minder hittestress

+ = +

Regel 18

Verharding compenseren met groen

Sturen op biodiversiteit

19

Vergroening met verblijfskwaliteit en menselijke maat

Aandacht voor de menselijke maat, zowel ruimtelijk als programmatisch

Binnengebied met menselijke maat en verblijfskwaliteit door vergroening

Werksta

1 BUITENRUIMTE

De openbare ruimte van de Werkstad bestaat uit schegprikkers, stadsstraten, de vaarten en de binnenstraten. Daarnaast zijn beeldkwaliteitseisen opgesteld voor de private buitenruimte op de kavels, die een groot deel van het gebied beslaat. Speciale aandacht is er tot slot voor een aantal markante punten in het gebied, ter verbetering van de oriëntatie.

co ²

3 Vaarten

Ruige groene profielen maken de nabijheid van

De stadsstraten vormen de

De Duivendrechtsevaart als drager van het

de Amstelscheg voelbaar

representatieve publieke hoofdassen

gebied

4 Binnengebieden 20

5 Kavels

De menselijke maat in het stedelijk

Verdichting en vergroening in balans in

netwerk van de Werkstad

de private buitenruimte

6 Oriëntatiepunten 21

Markante punten voor oriëntatie en gebiedsmarketing

Beeldkwaliteitsplan

2 Stadsstraten

1 Schegprikkers

21 / 72

co ²

Werksta

1 BUITENRUIMTE

Metro talud A10 talud Spoor talud Van der Madeweg

Spoor talud

De ecologische schegprikkers markeren met name de oost-west georiënteerde profielen en maken de nabijheid van de Amstelscheg voelbaar in de Werkstad. De taluds van speoren en snelweg zijn niet toegankelijk voor mensen, maar zorgen voor de verbinding van flora en fauna en geven een groen gezicht aan de Werkstad. De ecologische schegprikkers kennen een groenstructuur die bestaat uit ruigere beplanting zoals te vinden in de Amstelscheg. Pionierssoorten, struikgewassen, hoge grassen en wilde bloemen geven samen een onaangeharkt, wild en natuurlijk karakter aan de bermen en taluds. Ze geven vorm aan de identiteit van de Werkstad als groen adres aan de Amstelcorridor, waar stevige bebouwing gepaard gaat met een stevige groenstructuur. De schegprikkers vormen een contrast met de stadsstraten van de Amstelcorridor doordat de stedelijkheid wordt geconfronteerd met het polderlandschap van de Amstelscheg.

Scheggroen in bermen en op taluds 22

Inzetten van ruigte voor creeren publieke plekken

23

Onaangeharkt groen: grassen en pionierssoorten

Beeldkwaliteitsplan

Het scheggroen transformeert het hoofdzakelijk door infrastructuur gedomineerde landschap tot een ruig groen gebied. De expliciete groenstructuur levert een belangrijke bijdrage aan de verbetering van het microklimaat van de openbare ruimte; de ruim aanwezige infrastructuur krijgt een prettige verblijfskwaliteit en zachtere uitstraling. Langs ventwegen en in de binnengebieden kent het scheggroen een kleinere schaal.

Ruig groen aan de Schegprikkers

Wilde bloemen brengen kleur

23 / 72

1 Ecologische schegprikkers

Werksta

1 BUITENRUIMTE

Wensbeeld Ecologische schegprikkers

25 / 72

Talud: Van Marwijk Kooystraat

24

Struiken, onderbeplanting en bomen met verschillende hoogtes vormen samen een wild geheel; een groenzone met hoge groendichtheid die het stenige landschap op gezette momenten onderbreekt. Door te varieren in de dichtheid van de beplanting in bermen en taluds wordt gemarkeerd waar deze ontoegankelijk of te betreden zijn. Vergroening is niet alleen gewenst in de openbare ruimte, maar ook tegen de gevels ( natuurinclusief bouwen). De Van der Madeweg speelt een dubbelrol 25 in de groenstructuur. Deze kent een continue laanprofiel, maar wordt daarnaast ook vergroend met scheggroen.

Beeldkwaliteitsplan

Stedelijke Schegprikker: Van der Madeweg

Werksta

1 BUITENRUIMTE

2 Stadsstraten

Wenkebachweg

Spaklerweg

Duivendrechtsevaart

Daar waar stadsgroen het scheggroen ontmoet ontstaat een contrast tussen formeel en informeel groen. Het contrast markeert de leesbaarheid van beide sferen. Op de Van der Madeweg en de ventwegen langs de Spaklerweg komen beide sferen samen, waarmee het tweeledige lokale en regionale karakter wordt onderstreept. De ventwegen langs de Van der Madeweg en Spaklerweg worden aangenamer ingericht met minder nadruk op de auto en een sociaal veilig verblijfsklimaat. Er wordt ruimte gemaakt voor vergroening en langzaam verkeer. Het groen op de ventwegen relateert zich aan het scheggroen en heeft een informeler karakter dan de beplanting en bomenlaan van de stadsstraten.

Van der Madeweg

Joan Muyskenweg

co ²

27 / 72

De stadsstraten zijn de Spaklerweg, Joan Muyskenweg, Van der Madeweg en Wilem Fenegastraat, de fietsverbinding langs de Duivendrechtsevaart; ze dienen een bovenlokale verbinding tussen stadscentrum en buitengebied en zijn te herkennen aan een continu laanprofiel met stedelijk groen en een helder geordendende onderbeplanting. Het laanprofiel borgt de leesbaarheid van de stadsassen van centrum tot buitengebied.

co ²

De groenstructuur van de stadsstraten heeft een meer stedelijk en aangeharkt karakter dan de schegprikkers. De beplanting en bestrating zijn zorgvuldig ontworpen. Het profiel heeft een formeel karakter met een heldere, ritmische beplanting. De laanstructuur blijft behouden en wordt waar nodig versterkt. Een duidelijke begrenzing in de beplantingsvakken zorgt voor strakke lijnen. Er is een duidelijk onderscheid tussen onder- en bovenbeplanting waarbij er vrij zicht blijft op ooghoogte. De bomen in de laan hebben een hoge kroon op vaste hoogte. Differentiatie in boomsoorten om de biodiversteit te vergroten is wenselijk. De onderbeplanting is goed onderhouden en zorgt voor een aantrekkelijk beeld door de seizoenen heen.

Beeldkwaliteitsplan

Laanprofielen van de stadsstraten

26

27 Ritmische beplanting als laanprofiel langs Stedelijk ritme in de beplanting aan

Continu, ritmisch laanprofiel voor leesbaarheid van de stadsstraten

Bloemrijk en aangeharkt

de stadsstraten

stadsstraten en de Duivendrechtsevaart

Werksta

1 BUITENRUIMTE

Wensbeeld Stadsstraten

29 / 72

Stadsstraat: Joan Muyskenweg

De stadsstraten gaan uit van de bestaande laanprofielen en passen in het geldende onderhoudsbeleid. De onderbeplanting is aangeharkt en ritmisch ontworpen. Het formele geheel van onderbeplanting en laanstructuur vormt een contrast met de ruige groenstructuur van de Schegprofielen. Het contrast tussen beide werelden is duidelijk voelbaar op de kruispunten van de profielen, waar de twee groenstructuren elkaar ontmoeten. 28

29

Beeldkwaliteitsplan

Stadsstraat met ventweg: Spaklerweg

Werksta

1 BUITENRUIMTE Amstel

Het stedenbouwkundig weefsel van de Werkstad ontleent haar oriëntatie in grote mate aan de vaarten. De Duivendrechtsevaart geldt als bijzondere recreatieve verbinder binnen de Werkstad: de route langs het water wordt een hoofdroute voor langzaam verkeer van het Amstelkwartier naar de Van der Madeweg. Met name de oostzijde is een belangrijke fietsroute in wording. Daarnaast is de vaart een aantrekkelijke verblijfs- en woonplek met woonboten. De westzijde is nu nog voor een groot deel geprivatiseerd, bij ontwikkeling wordt de kade stukje bij beetje openbaar. Dit tweeledige karakter wordt vertaald naar een asymmetrisch profiel met enerzijds een formele, stedelijke kade met verkeersverbinding aan de oostzijde en een informele, groene oever aan de westzijde. Op deze wijze weerspiegelt het profiel het gebruik van het aangelegen programma.

Duivendrechtsevaart

31 / 72

3 Vaarten

Weespertrekvaart

De vaarten en kades functioneren als doorgaande verbindingen en kennen daarom een eenduidige en herkenbare inrichting, ook als het over de gemeentegrens heen gaat. De Weespertrekvaart is een belangrijke drager voor de deelgebied Weespertrekvaart. De Weespertrekvaart ligt volledig op Amsterdams grondgebied, de inrichtingsprincipes voor deze vaart liggen bij deze gemeente. De vaarten gelegen aan weerszijde

De vaarten kennen beide een formele zijde en een informele zijde 31

Drijvend groen voor realisatie zachte

Stedelijke kade met verblijfsplekken en

Zachte oever met informele

oever aan kade of talud

passende programmering

verblijfskwaliteit

30

Beeldkwaliteitsplan

van het spoor

Werksta

1 BUITENRUIMTE

Wensbeeld Vaarten

32

Het tweeledige karakter van de Duivendrechtsevaart als stedelijke verbinding en verblijfsplek komt tot uitdrukking in een asymmetrisch profiel met een stedelijke, formele kade met ruimte voor de fiets en een zachtere, groene oever aan de overzijde. De auto is te gast 33 aan de oostzijde van de vaart.

Beeldkwaliteitsplan

33 / 72

Duivendrechtsevaart

Werksta

1 BUITENRUIMTE

De binnengebieden in de openbare ruimte van de Werkstad zijn grotendeels uitgegeven gebied. In de Richtlijnen voor ontwikkeling is per deelgebied het minimale aantal straten aangegeven dat nodig is om de gebieden niet alleen goed bereikbaar te maken maar ook ruimte te maken voor vergroening en het blok te transformeren tot een levendig stuk stad. Eigenaren moeten samenwerken om te komen tot aaneengesloten doorgaande structuren die de toegankelijkheid en verblijfskwaliteit vergroten. De binnengebieden verkleinen de schaal van de stadsblokken en stimuleren daarmee het gebied te voet te ontdekken. De intieme wereld in het stedelijke blok levert een belangrijke bijdrage aan het brengen van de menselijke maat in de Werkstad.

35 / 72

4 Binnengebieden

De binnengebieden relateren zich aan de schegprikkers in de beplantingsstructuur, zij het in kleinere schaal. Grassen, wilde bloemen en (meerstammige) bomen maken van de binnengebieden een informeel verblijfsgebied. Verharding van logistieke ruimte maakt op slimme wijze ruimte voor vergroening, bijvoorbeeld door toepassing van halfverharding. De binnengebieden leveren een bijdrage aan de verbetering van het microklimaat door de waterberging te bevorderen en de hittestress te verminderen. Het groen in de binnengebieden is gebruikersgroen; het moet goed gebruikt kunnen worden en aantrekkelijk ingericht worden.

Beeldkwaliteitsplan

Binnengebied: Pieter Braaijweg

34

Meerstammige, kleine bomen passen bij de menselijke maat van het binnengebied

Vergroening vergroot de verblijfskwaliteit

35

Verharding maakt ruimte voor vergroening

Voorbeelduitwerking binnengebied, met Scheggroen op kleinere schaal voor een intiem karakter.

Werksta

1 BUITENRUIMTE

5 Kavels

Vergroening van de kavel direct aan een stadsstraat sluit aan bij de formele beplanting van het stedelijke profiel; ritmisch en afgekaderd. In alle andere situaties is nieuwe aanplant meer scheggroen: ruig en landschappelijk. Het groen nodigt uit tot gebruik en draagt bij aan biodiversiteit.

37 / 72

In de private buitenruimte op de kavels is het noodzakelijk om verdichting en vergroening in balans brengen en de hoeveelheid buitenruimte te vergroten en te verbeteren. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt parkeren inclusief fietsparkeren geïntegreerd in het bouwvolume. Ruimtebeslag voor logistieke bewegingen wordt beperkt en zorgvuldig mee ontworpen. Er wordt open ruimte op de kavel toegeveogd met bomen in de volle grond. De omvang van de open ruimte sluit aan bij de maat van de kavel ( zie blz. 38/39). Openbare ruimte wordt zo gepositioneerd dat deze bijdraagt aan nieuwe informele routes, bijvoorbeeld langs de kades of door het binnenterrein.

Begrenzing van kavels door middel van hekwerken wordt vermeden. Gebouwen krijgen een adres aan de straat en het terrein is uitnodigend vormgegeven. Wanneer begrenzing noodzakelijk is, gebeurt dat in de vorm van een natuurlijke afscheiding. Hier kan gedacht worden aan een water, een wadi of beplanting.

Beeldkwaliteitsplan

Daar waar de bebouwing voorlopig niet verandert wordt gestreefd naar vergroening van het huidige terrein en parkeeroppervlak. Dat kan op verschillende manieren: door het gebruik van halfverharding of door transformatie van parkeervakken naar beplantingvakken in de volle grond.

36

37 Formele beplanting op kavel als direct

Vergroening van bestaande kavelinrichting

Natuurlijke afscheiding

gelegen aan stadsstraat

Scheggroen wordt dunner en kleinschaliger in binnengebied

Werksta

1 BUITENRUIMTE

Richtlijn open ruimte op de kavel

kavel oppervlak > 1000 m2 > 40% open ruimte > waarvan de helft vergroening in volle grond

Werkstad Noord + Weespertrekvaart

20 % 20 %

M

60 %

kavel oppervlak < 500 m2 100% bebouwen mogelijk

39 / 72

Werkstad Noord, Zuid en Weespertrekvaart kavel oppervlak tussen 500-1000 m2 > 10% open ruimte > tenminste 1 boom in volle grond met voldoende ruimte voor wortelpakket en kroon

voorbeeldkavel 450 m2

Werkstad Zuid kavel oppervlak tussen 1000-5000 m2 > 20% open ruimte > waarvan de helft vergroening in volle grond

kaveloppervlak > 5000 m2 > 30% open ruimte > waarvan de helft vergroening in volle grond

voorbeeldkavel 750 m2

S

L

15 %

10 %

15 %

10 %

M

XS

70 %

Beeldkwaliteitsplan

80 %

38

39

voorbeeldkavel 4000 m2

voorbeeldkavel 8900 m2

Werksta

1 BUITENRUIMTE

6 Oriëntatiepunten

M

M

Oriëntatiepunten zijn er op grote en kleine schaal: de viaducten functioneren als entreepoorten naar het gebied, de knooppunten van openbaar vervoer worden beter vindbaar en verblijfsplekken en inrichtingselementen herinneren op kleinere schaal aan de Werkstad-identiteit. Bij de viaducten is speciale aandacht voor sociale veiligheid: doorzicht en verlichting spelen daarbij een belangrijke rol.

41 / 72

M

De leesbaarheid van het gebied wordt verbeterd door de inrichting van de openbare ruimte, de zichtbaarheid van de Duivendrechtsevaart en herkenbaarheid van de entrees: poorten onder de doorgaande infrastructuur. Op de knooppunten van landschap en infrastructuur komt het meervoudig perspectief samen; daarmee gelden ze als belangrijke punten ter oriëntatie. Denk aan het metrostation Overamstel boven de Duivendrechtsevaart of het viaduct van de metro bij de Spaklerweg.

Hoogbouw wordt geplaatst volgens de principes van de richtlijnen. Door de veelheid aan torens ligt de nadruk op positionering en samenhang tussen de torens onderling. Torens zijn geen iconen of specials, maar onderdeel van het weefsel van de Werkstad. entreepunten: poorten onder de doorgaande infrastructuur

Inrichtingselementen en signage zijn zorgvuldig ontworpen en waar mogelijk onderdeel van de architectuur. Inrichtingselementen worden altijd gecombineerd met de ter plekke geldende groenstructuur: formele beplanting of scheg-groen. De inrichtingselementen vergroten de verblijfskwaliteit en dragen bij aan een prettig microklimaat: plekken zijn luw, uit de wind en bieden voldoende schaduw.

Beeldkwaliteitsplan

verbinding: metrohalte en koppen van de vaart

40

Inrichtingselementen in Werkstad-stijl, gecombineerd met groen

Metrostation Overamstel als herkenbaar oriëntatiepunt

41

Infraknooppunten als sociaal veilige entreepoorten

Macro: viaducten als poorten

Meso: verblijfsplekken aan de vaart

Micro: straatmeubilair in Werkstad-stijl

Werksta

2 Bebouwing

43 / 72

2 BEBOUWING

Beeldkwaliteitsplan

Adres | Stapeling | Kleur | Materiaal & detail

42

43

Werksta

2 BEBOUWING

De Werkstad kent een meervoudig perspectief

Beeldkwaliteitsplan

De beeldtaal is er op gericht het meervoudig perspectief van de Werkstad voelbaar te maken en de menselijke maat toe te voegen aan de huidige grootschalige stedelijke blokken. Het meervoudig perspectief op de Werkstad komt samen binnen de stedelijke blokken in de adressering en stapeling van de volumes. Aan de representatieve stadsstraten en in de grootschalige blokken gelegen aan de hoger gelegen infrastructuur van de snelweg en de metrolijnen is sprake van expressie, een meer extravert karakter. De menselijke maat is voelbaar in de binnengebieden en aan de plinten van de schegprikkers. Het groen zorgt hier voor geborgenheid en een aangenaam klimaat.

45 / 72

De Werkstad wordt omrand en doorsneden door infrastructuur, waardoor de Werkstad wordt waargenomen op meerdere ooghoogtes en snelheden. Rijdend op de A10 of Spaklerweg, of te voet als gebruiker of bezoeker, met 5 of 100 kilometer per uur. Dit meervoudig perspectief geeft aanleidingen voor de architectuur en vraagt om aandacht voor de menselijke maat op straatniveau.

45

Werksta

2 BEBOUWING

Het gebruik van kleur verbeeldt de geleidelijke transformatie van de Werkstad. De nieuwbouw voegt zich naar het kleurrijke palet van de bestaande bedrijfshallen en kantoren, maar kiest een zachtere equivalent. De Werkstad verschiet hiermee langzaam van kleur, en het resultaat is een gemengd palet voor werken en wonen. Door het kleurgebruik worden oud en nieuw met elkaar verbonden. De bestaande bebouwing wordt daarbij serieus genomen en vormt de basis voor de beeldtaal voor de bebouwing. Het gebied behoudt het ruige karakter, waarvan de grootschalige bebouwing met reclame-uitingen de grondlegger van de Werkstad identiteit is.

47 / 72

De Werkstad verschiet van kleur

Beeldkwaliteitsplan

Verschieten van kleur is niet alleen letterlijk het geval, maar ook overdachtelijk. Er is steeds sprake van een momentopname, waarbij de snelheid van de ontwikkeling bepalend is voor het type regels. Als er veel tegelijk verandert en het kleurgebruik te dwingend wordt kunnen de regels worden bijgesteld.

46

47

Werksta

2 BEBOUWING

LO

LO

GO

LO

LO

GO

LO

GO

GO

LO

GO

LO

49 / 72

De beeldtaal voor de bebouwing wordt aan de hand van vier aspecten beschreven.

GO

LO

GO

GO

1 Adressering

2 Volume

3 Kleur

4 Materiaal & detail

Adressen en echte interactie aan de

Heldere volumes en stapeling reageren op het

Kleur versterkt de identiteit en zorgt

Materiaal en detail geven een fris industriële

publieke hoofdassen, intimiteit en

meervoudig perspectief

voor oriëntatie in de Werkstad

uitstraling Beeldkwaliteitsplan

menselijk maat aan de binnenzijde

48

49

Werksta

2 BEBOUWING

1 Adressering

Aan de informele zijde van het blok en in de binnengebieden kan het dwaalmilieu worden geactiveerd door een tweede entree aan de binnenzijde. Blinde gevels aan de Schegprikkers en in de binnengebieden worden verzacht met groen voor of aan de gevel. Groene gevels worden uitgerust met een bewateringssysteem en goed onderhouden. Niet-formele entrees aan de Schegprikkers of in de binnengebieden worden onderdeel van de gevel door overeenkomsten in kleur en materiaalgebruik.

51 / 72

Voor een maximaal levendige Stadsstraat presenteert het programma zich op kenbare wijze naar de straat. Dit betekent dat adressen aan de Stadsstraten altijd direct aan het trottoir te vinden zijn. De gevels aan de stadsstraten kennen een grote transparantie en maken het gebruik zichtbaar aan de straat. Daarmee wordt gestuurd op een maximale interactie tussen het plintprogramma en de openbare ruimte. Programma op de hoeken kiest bij voorkeur de Stadsstraat als adres. Entrees aan de stadsstraten zijn van formele aard en krijgen een accent ten op zichte van de gevel.

Parkeren gebeurt bij nieuwe ontwikkelingen in gebouwde parkeervoorzieningen gelegen aan de informele gevels aan de Schegprikkers of binnengebieden. Deze gevels bieden de mogelijkheid vergroend te worden en daarmee bij te dragen aan een verbetert microklimaat door het tegengaan van hittestress.

Architectuur reageert op informele binnengebieden met ‘achterom’ entrees

Binnenwereld met menselijke maat

Plinten in het groen

GO

LO

50

GO

51

Vergroening van de gevels aan de

Logistieke entree aan de informele binnenzijde,

Uitnodigende entree met zichtbaar

Schegprikkers en in het binnengebied

niet aan de representatieve gevel

programma aan stadsstraat

S

sa t ad

s,

ex t

ra

tk ve r

ara

k te

r

Beeldkwaliteitsplan

LO

Werksta

2 BEBOUWING

Meeontwerpen van entrees

Parkeren gebeurt aan de informele zijde van het gebouw, niet aan de representatieve gevel aan de stadsstraat.

doodse plint

niet mee-ontworpen

52

niet mee-ontworpen

zorgvuldig ontworpen

zorgvuldig ontworpen

53

logistiek in binnengebied

Beeldkwaliteitsplan

53 / 72

P

Werksta

2 BEBOUWING

2 Volume =

+

=

+

=

32

33

Het meervoudig perspectief zoals dat wordt veroorzaakt door stapeling van infrastructuur en het verschil in snelheid waarmee de gebruiker door het gebied beweegt is zichtbaar in de schaal van de volumes en de wijze waarop deze gezamenlijk een aanzicht vormen. Waar de snelheid hoog ligt, op het niveau van de snelwegen of de metrolijn, is er beperkte plasticiteit. De aanzichten zijn als grote volumes te lezen. Op straatniveau, aan de stadsstraten en binnengebieden is er sprake van kleinere schaal, menselijke maat, en meer afwisseling en plasticiteit.

55 / 72

+

De bebouwing in de Werkstad kent veel variatie in volume, van zeer groot tot klein. Grotere gebouwen of complexen worden opgebouwd uit meerdere volumes. Daarmee weerspiegelen de volumes de diversiteit van de context en worden gestapeld tot een samenhangende totaalcompositie. De afzonderlijke gebouwvolumes zijn helder vormgegeven en als zodanig afleesbaar binnen de stapeling. De bebouwing sluit daarmee aan bij de simpele vormen van de Werkstad zoals die nu is en voegt er een nieuwe laag aan toe. Organische of te complexe vormen passen niet bij de huidige beeldtaal.

VOORBEELDUITWERKING | Zicht op het centrale plein

Eenvoudige gestapelde volumes met een eigen kleur, materiaal en geleding

Geborgenheid en verblijfskwaliteit in de binnenwereld

Stapeling Op niveau minder plasticiteit Menselijke maat aan de straat LO

GO

LO

54

Beeldkwaliteitsplan

Heldere, eenduidige volumes

GO

55

Werksta

2 BEBOUWING

Stapeling

Volumes versmelten niet versmelten tot één

variatie in de plint met volumes die

volume.

doorsteken tot op de straat.

Horizontale en verticale stapeling worden met elkaar afgewisseld.

Variatie in korrelgrootte.

3. 2. 1.

Gebouwen bestaan uit maximaal 3

Gestapeld volume kan verschuiven ten op

gestapelde gebouwvolumes.

zichte van onderste volume.

Varierende basishoogte binnen

Een gestapeld volume verbindt meerdere

totaalcompositie.

gebouwen met elkaar.

De richtlijnen voor ontwikkeling (deel 2, zoals aangegeven in de leeswijzer) omschrijven de basisprincipes voor bouwhoogtes. Stapeling maakt het mogelijk gebouwen een ander gezicht te geven op het niveau van de snelweg dan het niveau van de straat. Stapeling is geen noodzaak: enkelvoudige volumes zijn in de Werkstad ook denkbaar. Echter, zodra een gebouw een plint heeft is sprake van stapeling en worden de hiernaast beschreven principes gevolgd.

57 / 72

Geen plint met meerdere doosjes erop,

heldere, eenduidige volumes afleesbaar. - Elk bouwvolume heeft een eigen vorm, gevel en kleur. Er is geen herhaling van bouwvolumes of gevels. - Er is geen scheiding tussen een boven- en onderwereld met sokkels en opbouwen - De gebouwen zijn samengesteld uit meerdere bouwvolumes die verticaal of horizontaal zijn gestapeld. Bij horizontale stapeling varieert de hoogte van het bouwvolume op maaiveld tussen de 12 en 18 meter. Aan verblijfsplekken is altijd één van de gebouwen verticaal samengevoegd zodat deze ‘op maaiveld staat’. - Het gestapelde bouwvolume ligt altijd in één richting verschoven ten opzichte van het eronder gelegen bouwvolume, zodat de verticale stapeling maximaal tot zijn recht komt en windhinder wordt voorkomen. - Aan de stadsstraten en in de binnengebieden hebben gevels een fijne architectonische geleding binnen de architectonische hoofdvorm om zorg te dragen voor menselijke maat. Er is geen sprake van schijngevels.

100

50

km/h

km/h

Aanzichten reageren door stapeling op snelheid en perspectief

Beeldkwaliteitsplan

- Losse, gestapelde volumes zijn als

57

Onderscheiden van volumes door vorm, positionering en kleur.

56

Volumes hebben hun eigen expressie.

Licht en lucht door stapeling.

Werksta

Gevelbeeld

Korrelgrootte

De heldere volumes worden ondersteund door het gevelbeeld. Ieder volume heeft een eigen gevelbeeld, ondersteund door kleur en materialisatie. Balkons versterken het volume en de richting van het gebouw, onderzijdes van zwevende delen en zichtbare daken zijn meeontworpen. Elementen op het dak zoals installaties en zonnepanelen, worden zorgvuldig vormgegeven en zijn niet zichtbaar vanaf de straat.

De korrelgrootte in de Werkstad is divers: grote dozen en kleine volumes wisselen elkaar af. Op hogere lagen blijven grote volumes mogelijk, mits goed gepostioneerd. In de richtlijnen is aangeven dat hogere volumes haaks op de straat worden geplaatst om zo lange hoge wanden te voorkomen. Gebouwen die op grond staan hebben een menselijke maat. Die is niet gekunsteld door middel van voorzetgevels, maar past bij het gebouwtype. Dit kan bijvoorbeeld door het toevoegen van een kleiner volume dat de lengte een grote gevel onderbreekt, door ritmiek in de gevel, door gevelopeningen of door groen.

- volumes kennen geen achterkanten: ritmiek, materialisatie

Door in te zetten op een kleinere korrel in de binnengebieden kan een wijziging van het programma (naar woningbouw) in de toekomst makkelijker ingepast worden. De bebouwing in de Werkstad wordt maximaal flexibel ontworpen, gericht op de transformatie en uitwisselbaarheid in de toekomst. Werken kan wonen worden, en omgekeerd. De toekomstige bebouwing ziet er niet uit als enkelzijdig werken. Het zijn eenvoudige, heldere volumes welke multi-interpretabel en inzetbaar zijn door hun flexibele opzet. De draagconstructie faciliteert een flexibele herindeling van het gebouw. Ook in werkgebouwen zijn buitenruimtes gewenst.

Beeldkwaliteitsplan

Buitenruimtes dragen bij aan het hoofdvolume

en detaillering worden over alle gevels doorgezet. - Zichtbare daken en onderzijdes worden als vijfde gevel ontworpen. - Zonnepanelen worden achter een dakrand geplaatst, buiten het zicht. Op lagere daken worden zonnepanelen gecombineerd met groen. - Buitenruimtes versterken het hoofdvolume: in de vorm van loggia’s of een balkons met een heldere ritmiek passend bij de schaal van de gevel. - Technische ruimten en installaties op het dak zijn op vanzelfsprekende wijze onderdeel van het hoofdvolume van het gebouw. - De daken leveren een bijdrage aan een klimaatadaptieve omgeving; ze worden vergroend en dienen daarmee als waterbuffer.

59 / 72

2 BEBOUWING

58 Buitenruimtes ontworpen als onderdeel van het totaalvolume.

59

Grote volumes reageren op de hoge

Open gevels dragen bij aan een

Kleinschalige volumes dragen bij aan

snelheid aan de snelweg

aantrekkelijke gevel aan de straat

de menselijke maat op straat

Werksta

2 BEBOUWING

3 Kleur

Midden

Zuid

nu

Op moment van schrijven is grijs een overheersende kleur in de Werkstad. Daarnaast zijn kleuren een uitvergroting van de logo’s van bedrijven, zoals het groen-geel van de Mebin betoncentrale, het paars van de Hanos en het blauw van de Makro. Door je oogharen valt in Werkstad Noord en Weespertrekvaart rood- en roesttinten als overheersende tint te zien. Het middengebied tussen de A10 en van der Madeweg heeft gele accenten met de Mebin, Ankesteijn en aan de Pieter Braaijweg. Ten zuiden van de Van der Madeweg zijn metalige grijsblauwtinten alomtegenwoordig.

61 / 72

Noord

Kleur wordt ingezet om de identiteit van de Werkstad te versterken en vormt een belangrijk middel in de samenhang en oriëntatie in het gebied. Nu is kleur vooral een schreeuw om aandacht van bedrijven. Door binnen een buurt voor verwante kleuren te kiezen ontstaat meer samenhang. De signaalkleuren van de Werkstad zoals die nu is worden gecompleteerd met een zachtere equivalent. De Werkstad verschiet langzaam van kleur. De transformatie maakt de Werkstad tot een kameleon, waarbij de nieuwbouw zich voegt naar haar buren.

De situatie op moment van schrijven vormt het vertrekpunt bij het samenstellen van het kleurpalet, waarbij grijs niet als kleur wordt gezien, maar als kans voor een nieuw palet. De lezing en interpretatie van het palet volgens de kleurkiezer maakt dat het gebied langzaam vermengd en van kleur verschiet.

LO

GO

GO

Beeldkwaliteitsplan

LO

straks ?

60

61

Werksta

2 BEBOUWING

Voorbeeld paletten

BASI S KLEUR STEUNKLEUR

De kleuren zijn fris en uitgesproken en zijn afgestemd op de directe omgeving. Het palet bestaat uit een basiskleur, een steunkleur en een accentkleur. De steunkleur ligt in het verlengde van de basiskleur, de accentkleur zorgt voor contrast. Grijstinten vullen het palet aan, maar zijn niet overheersend. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt het totaalpalet van het volledige stadsblok in overweging genomen voor de keuze van een kleur.

1.

2.

3.

GRIJS ACCENT

BASI S KLEUR STEUNKLEUR 62

GRIJS ACCENT

Binnen een buurt is één kleurpalet dominant. Inventariseer de kleuren van de omliggende bebouwing binnen een straal van 100m. Wat is de dominante kleur? Inventariseer de impact van het geplande gebouwvolume. Is het een groot of klein volume ten opzichte van de omliggende bestaande bebouwing? Als het volume groot is sluit het aan bij de overheersende kleur, als het klein is mag het contrasteren. Bepaal het juiste palet en maak het compleet door variatie te creëren tussen gebouwvolumes en tinten.

63 / 72

GRIJS ACCENT

Hoe kom je tot de kleurkeuze voor een gebouw?

Voorbeeld 1.

Paars is overheersend in de directe omgeving.

2.

Evenredig qua grootte ten opzichte van de omliggende bebouwing.

3.

Het blauw-paarse palet lijkt het meest passend. Vanwege de evenredige omvang kunnen zowel de basiskleur als de grijs- en accenttinten worden ingezet. Het hoofd-gebouwvolume krijgt een blauwe tint. Twee ondergeschikte gestapelde volumes krijgen een donkerblauwe tint en een grijs tint. Het hoofdvolume is voldoende groot genoeg dat een uitzonderlijk architectonsich elementen uitgevoerd wordt in de accentkleur oranje.

Beeldkwaliteitsplan

BASI S KLEUR STEUNKLEUR

Kleurkiezer

63

Werksta

2 BEBOUWING

Kleur in de openbare ruimte

textuur en materiaal. - Twee volumes naast elkaar hebben een andere tint. - Textuur en materiaal accentueren de geleding van het volume. - Uitzonderlijke architectonische elementen buiten het hoofdvolume kunnen een accentkleur krijgen. Dit kan maximaal 1x voorkomen per compositie met een minimale maat van 70m. - Signage wordt meegenomen in de kleurstelling van het palet van het blok.

Ieder volume kent een eigen kleur, textuur en materiaal

Textuur en materiaal versmelten de losse volumes

Ook in de buitenruimte draagt kleur bij aan de identiteit van de Werkstad. De basismaterialen zijn klassiek grijs en zorgen voor rust en een tijdloze basis. Beplanting, meubilair en signage geven kleur aan de openbare ruimte. Door te kiezen voor één kleur beplanting per deelgebied is het al in een vroeg stadium van transformatie mogelijk kleur in een deelgebied toe te voegen.

65 / 72

- Ieder volume kent een eigen kleur,

Uitzonderlijke elementen

Beeldkwaliteitsplan

krijgen een eigen kleur

64

Zachtere equivalent van een signaalkleur

65

Ieder gebouw(volume) heeft zijn eigen tint, het geheel

Uitzonderlijke architectonische elementen

geeft een mooie mix aan kleuren

kunnen een accentkleur krijgen

Kleuren in beplanting

Kleuren in meubilair

Kleuren in signage

Beeldkwaliteitsplan

67 / 72

66

Werksta

2 BEBOUWING

67

Werksta

2 BEBOUWING

4 Materiaal & detail

beton

hout

baksteen

In de materialisering van gevel(elementen) wordt gekozen voor een rijke textuur en/of geleding die aansluit bij de richting van de gevel. De materialisering versterkt de leesbaarheid van schaalverschillen in de Werkstad. Binnen een blok is er contrast in schaal, materiaal en ritmiek van de gevels, reagerend op de formele en informele zijdes.

Rijk getextureerde materialen

LO

+

GO

= LO

+

=

+

=

68 de richting van het materiaal volgt de richting van het volume

GO

Beeldkwaliteitsplan

keramiek

Materiaal en afwerking geven een fris-industriële uitstraling. Materialen zijn duurzaam, verouderen mooi en passen bij de fris-industriële uitstraling. Duurzame alternatieven voor beton, keramiek en hout voeren de boventoon. Glas is niet overheersend in het gevelbeeld. Baksteen voegt zich in toepassing, afwerking en kleur naar de fris-industriële uitstraling. Baksteen wordt bij voorkeur in tegel- of sterk horizontaal verband toegepast, passend bij de textuur van het geheel.

69 / 72

De gebouwen bestaan uit verschillende bouwvolumes. Elk volume heeft zijn eigen gevelmateriaal, geleding, ritmiek, schaal en detaillering. Het materiaal versterkt de gelaagdheid in de Werkstad. Zo ontstaat contrast tussen de verschillende volumes met hun verschillende gebruikers.

69

Werksta

2 BEBOUWING

Detaillering

Signage

De grote (schaal)verschillen tussen de programmering en de bouwvolumes maakt dat een hoogwaardige detaillering op alle schalen des te belangrijker is. De hoogwaardige detaillering sluit aan bij de robuuste beeldtaal en borgt de kwalitatieve, hoogwaardige uitstraling, ook bij gebruik van eenvoudige materialen. Door de materiaalaansluitingen zorgvuldig te ontwerpen wordt veroudering, verkleuring of de groei van aanslag door water tegengegaan. De architectonische uitwerking van de gevel is stedelijk en verweven met de massaopbouw, de detaillering zorgvuldig en evenwichtig.

Signage bestaat overwegend uit hoogwaardig vormgegeven box letters of neon, geen buizenframes en/of banners. De signage wordt bevestigd aan de gevel en is mee ontworpen in de architectuur. Signage kent een maximale maat afhankelijk van de gevel waaraan deze is bevestigd.

S M L

Gevels <250 m2 Gevels 250-750 m2 Gevels > 750 m2

< 5% van het geveloppervlak < 3% van het geveloppervlak < 2% van het geveloppervlak

- De gekozen materialen zijn duurzaam en verouderen mooi. - De detaillering is zo ontworpen dat vergroening en aanslag

Signage kan daarnaast ook worden ontworpen als vrijstaand bouwwerk zoals een reclamezuil, of als bijzonder architectonisch element verbonden aan een gebouwvolume. In deze gevallen gelden de beeldkwaliteitseisen voor bebouwing. Deze signage is van bijzondere kwaliteit en uitstraling en kan een accent krijgen. Tijdelijke reclame, bijvoorbeeld bij verbouwingen, is alleen toegestaan als het bijdraagt aan het beeld en het volume versterkt. Kunst of verbijzondering van naamgeving op en aan de gevel wordt gewaardeerd.

Beeldkwaliteitsplan

zorgvuldige materiaalaansluitingen

voorkomen wordt. - De richting van het materiaal sluit aan de richting van het volume. - Schaal en maat komen tot uitdrukking in de naden en aansluitingen van materiaal en element. - Menselijke maat op de grond: variatie, textuur en openingen - Luifels, rolluiken en verlichting zijn zorgvuldig mee ontworpen als onderdeel van de architectuur. - Afscheidingen en toegangen sluiten aan bij de architectuur van de gevel en diens kleur- en materiaalgebruik.

71 / 72

- De gekozen materialen zijn bestand tegen de invloed van UV.

70

Materiaal volgt richting van het volume

71

Zorgvuldige detaillering

Signage als bijzonder architectonisch element

Tijdelijke gevelreclame is alleen mogelijk als het bijdraagt aan het beeld en het volume versterkt

COLOFON beeldkwaliteitsplan door ZUS [Zones Urbaines Sensibles]

in opdracht van Gemeente Ouder-Amstel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10689793/1