Bijlage 5_Antisemitisme Gemeente Amsterdam DANDER.pdf
Tekst van het document
TEGENGAAN DISCRIMINATIE EN UITSLUITING Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers 7 Juni 2021
SAMENVATTING
3
H1 INLEIDING
5
Doel van dit actieonderzoek
6
Door wie
7
Perspectief op de opdracht
7
De verbonden stad: Amsterdam en Joodse Amsterdammers
8
H2 AFBAKENEN VAN HET ONDERWERP ANTISEMITISME
10
H3 AANPAK VAN HET ONDERZOEK
20
H4 JOODS-AMSTERDAMSE PERSPECTIEVEN
24
Channan
26
Shirley
29
Fred
32
Shira
34
André
36
Danielle
37
H5 WAT GEBEURT ER AL? H6 HOE VERDER - CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
39 44
Advies 1: Inzetten op educatie
45
Advies 2: Melding belangrijk, maar montering cruciaal
48
Advies 3: Winst door systeemverbetering en samenwerking
51
Advies4: vergroten van zichtbaarheid van levende joden
54
BIJLAGEN
INHOUD
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
57
Pagina 2 van 60
SAMENVATTING Opzet van het onderzoek Dit onderzoek is opgezet als actieonderzoek. Het
meningen goed weer te geven. In de laatste
heeft niet alleen tot doel te verklaren maar ook
fase zijn er 8 reflectiegesprekken geweest
om acties er in gang te zetten. Er zijn 15
waarin de verzamelde gegevens en ideeën zijn
kwalitatieve interviews gedaan, face to face en
voorgelegd aan sleutelfiguren. Zij hielpen met
online. Daarnaast zijn er 61 enquêtes met open
prioritering van adviezen en concreet maken
en gesloten vragen en 7 online groepsgesprekken
van acties.
geanalyseerd. Ingezet is op de diversiteit aan
Kernvragen en antwoorden Worden
Joodse
Amsterdammers
gediscrimineerd?
Er
zijn
eigenlijk
veel
Waar maken Joodse Amsterdammers discriminatie
geen
mee? De geïnterviewden die zelf antisemitisme
betrouwbare cijfers over feitelijk voorkomend
meemaakten,
antisemitisme.
voorkomende vormen waren in de publieke ruimte,
De
grote
meerderheid
van
respondenten uit de enquête en de gesprekken
rapporteerden
dat
de
meest
op onderwijsinstellingen en online.
denkt dat antisemitisme toeneemt. Voelen Joodse Amsterdammers zich helemaal veilig Hoe komt het dat men zegt dat antisemitisme
in Amsterdam? Het antwoord is jammer genoeg
toeneemt maar we dat niet direct zien bij de
“nee”. Op straat maken de respondenten niet heel
meldingen? Het aantal meldingen van incidenten
erg vaak agressie mee die direct tegen hun gericht
wordt
voor
is. Dat heeft er misschien ook mee te maken dat
antisemitisme, maar de meldingscijfers hebben
maar een beperkt aantal Joodse Amsterdammers
beperkte zeggingskracht. Het overgrote deel van
meteen herkenbaar is als Joods. Bijna alle Joodse
discriminatie wordt nooit gemeld, ook los van het
Amsterdammers doen aanpassingen omdat ze niet
feit dat het MDRA amper bekend is bij Joodse
altijd zich veilig voelen. Dat zijn soms kleine
Amsterdammers.
aanpassingen, waar ze eigenlijk amper
vaak
gebruikt
Veel
als
indicator
mensen
denken
dat
melden niet veel oplevert, of denken dat je dit
nadenken.
vooral doet als je fysiek aangevallen wordt.
aanpassingen.
Soms
zijn
dat
ook
over grotere
Wanneer iets precies strafbaar is en wanneer niet en over de vraag wanneer iets antisemitisch is, is onduidelijkheid
onder
veel
Joodse
Amsterdammers.
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
Pagina 3 van 60
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
SAMENVATTING Conclusies van het rapport
Op basis van de enquête, gesprekken, interviews en geraadpleegde literatuur zijn er vier actiethema’s aanbevolen:
»
Inzet op educatie: met nadruk op jongeren, onderwijsprofessionals, politiemedewerkers en Joodse Amsterdammers zelf. Gericht op het vergroten van inlevingsvermogen. Ontmoetingen waar mogelijk.
»
Melding en monitoring: meldingen moeten aangevuld worden met structureel onderzoek om antisemitisme te kunnen monitoren, aan meldingen moet consequent opvolging gegeven worden. Dit geeft sturingsmogelijkheid aan de gemeente en bevordert vertrouwen bij Joodse Amsterdammers.
»
Verbeteren van systeem en samenwerking: In het meldingssysteem moet de melder centraal staan. Stimuleer partijen beter samen te werken en meer duidelijkheid te geven over het meldingsproces.
»
Vergroten van zichtbaarheid van lévende Joden: Communiceer inclusief vanuit de gemeente. Stimuleren zichtbaarheid van de vanzelfsprekende combinatie van Amsterdams én Joods.
Pagina 4 van 60
H1 INLEIDING In H1 » De opdracht tot onderzoek van de gemeente Amsterdam » Toelichting op DANDER als opdrachtnemer » Geschiedenis en heden van Joodse Amsterdammers in 700 woorden
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
Pagina 5 van 60
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
Doel van dit actieonderzoek De afdeling Diversiteit van de gemeente Amsterdam heeft opdracht gegeven om een aantal actieonderzoeken uit te voeren naar LHBTQIA+ discriminatie, moslimdiscriminatie, anti-zwart- racisme en antisemitisme. Dander werd benaderd om het actieonderzoek naar antisemitisme uit te voeren. De vragen van de gemeente waren: 1. Wat is de aard en omvang van discriminatie binnen de groep? Het gaat hierbij om kwalitatieve informatie, aanvullend op de beschikbare kwantitatieve informatie. 2. Wat is het huidige handelingsperspectief om te gaan met discriminatie? Behoort melden daartoe en waarom wel of niet? 3. Met welk handelingsperspectief dat je nu niet tot je beschikking hebt, zou je geholpen zijn? 4. Hoe gaan we discriminatie als stad met elkaar (nog) meer tegen?
Het deelonderzoek antisemitisme: » Geeft redenen voor verschil tussen ervaren en voorkomende discriminatie, en voor verschil met de meldingsbereidheid. » Geeft mogelijkheden om discriminatie tegen te gaan. » Geeft mogelijkheden om de weerbaarheid tegen discriminatie te vergroten. » Geeft suggesties voor het stroomlijnen van meldingen; samenwerking met andere organisaties zoals het MDRA en andere relevante organisaties.
Pagina 6 van 60
Door wie Dander is een organisatie met diversiteit en inclusie als hoofdthema. De oprichter is een Joodse Amsterdammer. Het onderzoekend, adviserend en trainend team heeft diverse achtergronden. Het Danderteam ‘vindt elkaar’ op samen willen bijdragen aan een sociaal rechtvaardiger omgeving. Inzichten uit de sociale wetenschappen vormen de basis voor het onderzoek en de adviezen, trainingen en projecten. Daarbij zien we diversiteit breed. Het gaat niet alleen over culturele of seksuele diversiteit. We nemen zichtbare verschillen (zoals geslacht, leeftijd, huidskleur, etniciteit) én onzichtbare verschillen (zoals persoonlijkheid, religie, manier van denken, seksuele oriëntatie) in aanmerking bij ons denken en werken met diversiteit.
Perspectief op de opdracht Op de vraag “Wat zouden Joodse Amsterdammers zelf (nog meer) kunnen doen om antisemitisme te bestrijden?” antwoordde een van de respondenten: “Wij Joodse Amsterdammers hoeven niks te doen. Wij zijn Joods, dat is geen crime. Er moet iets aan gedaan worden. Ik geloof er wel in dat als wij onze ervaringen delen, het misschien duidelijker wordt wat Joods zijn betekent.” “Waar antisemitisme opduikt, staat de samenleving onder druk; de Jodenhaat, hoewel historisch gezien een speciaal geval, kan niet worden losgekoppeld van haat jegens andere minderheden, en vice versa.” zei Arnon Grunberg in een debat in De Balie over antisemitisme in januari 2021. We hope dat dit deelonderzoek antisemitisme daarom verbonden wordt aan inzichten en acties die uit de andere deelonderzoeken discriminatie voortkomen. Door samen op te trekken tegen intolerantie wordt het ‘Amsterdammerschap’ gevuld, en bestaat onderlinge verbondenheid niet alleen in de naam ‘Amsterdammer’.
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
Pagina 7 van 60
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
De verbonden stad: Amsterdam en Joodse Amsterdammers Mokum Mokum, het bekende synoniem voor Amsterdam, verwijst naar het Hebreeuwse woord ‘makom’ dat ‘plaats’ betekent. Via het Jiddisch kwam het in het Bargoens terecht - het Amsterdams van lagere sociale klassen dat vol zat met typisch Joodse uitdrukkingen en woorden. Geschiedenis Het verhaal van de Joden in Amsterdam begint in de 16e eeuw. Joodse kooplieden kwamen uit Spanje en Portugal, waar ze vervolgd werden door de inquisitie. In de 17e eeuw kwamen er ook Joden uit Duitsland en Oost Europa. In die tijd stond Amsterdam bekend als een veilige haven en tolerante plek voor Joden, die in de rest van Europa verjaagd werden. Ookal was Amsterdam relatief tolerant, toch waren er veel beperkingen voor de Joden. De meesten van hen leefden in armoede omdat ze voor veel beroepen voor uitgesloten werden. Joden mochten niet lid worden van de gilden. Pas in de 19e en begin 20ste eeuw werden meer beroepen voor Joden toegankelijk, toch bleven velen van hen arm. Het Nederlandse Jodendom is sterk getekend door de Tweede Wereldoorlog. Voor 1940 leefden er in Nederland 140.000 Joden, waarvan 80.000 in Amsterdam. Tijdens de oorlog werden 107.000 Joden uit Nederland gedeporteerd. Meer dan 100.000 Nederlandse Joden werden vermoord. Van de 80.000 Amsterdamse Joden waren er na de bevrijding nog 5000 in leven.
De Joden die de concentratiekampen hadden overleefd of ondergedoken hadden gezeten, kwamen terug in een voor hun onherkenbaar Amsterdam. Familie en vrienden waren vermoord, huizen waren in beslag genomen en synagogen, scholen etc. werkten niet meer. Het vertrouwen van Joden in de overheid en de medemensen was sterk geschonden. Gebrek aan empathie en zorg, en het trage rechtsherstel heeft hier ook aan bijgedragen. In 2020 heeft premier Mark Rutte, 75 jaar na de bevrijding van 1945, namens de Nederlandse regering excuses aangeboden voor het handelen van de Nederlandse overheid in de Tweede Wereldoorlog. Voor Joden in de hele wereld en ook voor Amsterdamse Joden was de stichting van de staat Israël in 1948 een mijlpaal van niet te onderschatten waarde. Voor de meeste Joden in Amsterdam speelt Israël nog steeds een aanzienlijke rol, al denkt men verschillend over de politiek van de staat Israël.
Pagina 8 van 60
Heden In Nederland leven nu circa 40.000 tot 52.000 Joden - het aantal is afhankelijk van de gehanteerde definitie. De helft daarvan woont in Groot Amsterdam. Vanuit de Joods-religieuze regels is iemand Joods als die een Joodse moeder heeft, of als de persoon zelf is overgegaan tot het jodendom. Sommigen vinden deze definitie te smal omdat ze personen met alleen een Joodse vader uitsluit. In de schatting zijn (semi-) permanent in Nederland wonende Israëli’s meegenomen. Daarnaast zijn er mogelijk ook nog 10.000 Joodse Israëli’s die tijdelijk in Nederland wonen. Op religieus gebied zijn er verschillende groepen te onderscheiden in Amsterdam. Ongeveer 4000 personen zijn lid van een Joodse gemeente, het overgrote deel van de Amsterdamse Joden (85%) is niet aangesloten bij een Joods-religieuze gemeente. Van de mensen die niet lid zijn van een Joodse gemeente, voelt naar schatting ongeveer 65% zich op een of andere manier Joods.1 Deze zich wél Joods voelend, maar niet aangesloten Joden (circa 14.000) zijn minder georganiseerd. Daardoor zijn ze als onderzoeksgroep of gesprekspartner voor de gemeente minder makkelijk te vinden. Er zijn twee orthodoxe gemeenten in Amsterdam (de PIG/sefaradiem/van herkomst uit Spanje, Portugal en meer recent ook uit Arabische landen) en de NIHS/asjkenaziem/ van herkomst uit Duitsland, Polen, Rusland).
Daarnaast bestaat de liberale LJG en het progressieve Beth Hachidush. Het is een vergrijzende gemeenschap. Er wordt binnen de Nederlands-Joodse gemeenschap steeds meer “gemengd” getrouwd. Naar schatting heeft 25% alleen een Joodse moeder en 30% alleen een joodse vader. Veel Joodse Nederlanders zien Joden als volk of etniciteit. Wetenschapper en onderzoeker Ido Abram ontwikkelde een manier om inzicht te geven in het brede spectrum van de Joodse de diversiteit; de zogenaamde schijf van vijf.2 De vijf elementen zijn: a) religie en traditie, b) de band met Israël en zionisme, c) oorlog, vervolging en overleving, d) persoonlijke geschiedenis, en e) de wisselwerking tussen de joodse en de Nederlandse cultuur. In dit rapport zal Joods wanneer het niet direct verwijst naar religie, bovenstaande en de Nederlandse spellingsregels volgend, daarom met een hoofdletter geschreven worden. Joodse Amsterdammers verschillen onderling flink van elkaar op deze door Abram onderscheiden aspecten. Qua politieke oriëntatie is er bijvoorbeeld een grote diversiteit onder Joodse Amsterdammers. Over dé Joodse gemeenschap valt daardoor eigenlijk niet te spreken. Het Joods leven in Groot Amsterdam speelt zich– zeker voor orthodoxe Joden – vooral in Buitenveldert en Amstelveen af. 1 Tanenbaum, B. & Kooyman, R. (2014). 2 Abraham, I (2006).
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
Pagina 9 van 60
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
H2 AFBAKENEN VAN HET ONDERWERP ANTISEMITISME In H2 » Een definitie van antisemitisme » Een indeling van antisemitische incidenten naar uitingsvorm en intentie » Een beknopt overzicht van onderzoek naar antisemitisme en van meldingen 2016-2020 » Een overzicht van partijen die bij meldingen van antisemitisme betrokken zijn
Pagina 10 van 60
De hoofdlijnen Antisemitisme betekent letterlijk ‘haat tegen semieten’, sprekers van Semitische talen. Hieronder vallen in principe ook Arabieren. In de praktijk wordt de term gebruikt in de betekenis van Jodenhaat. Joden hebben een lange geschiedenis waarin zij voor hun omgeving model staan voor ‘de Ander’ – in de eerste plaats in religieus, etnisch en nationaal opzicht, maar daarnaast ook in culturele en economische zin. Ze worden in sommige contexten afgeschilderd als een inferieure, onmenselijke out-group, en in andere juist als superieur: almachtig, samenzweerderig en onderdrukkend, als kapitalisten of juist als communisten. Antisemitisme ideeën komen ook vaak terug in samenzweringsmythes, zoals de afgelopen maanden ook bleek in de coronapandemie, toen antisemitische complottheorieën online opbloeiden.
Definitie antisemitisme Voor dit onderzoek hebben we respondenten vrij gelaten om hun eigen definitie te hanteren. De afbakening van het begrip is, is zoals historicus historicus Bart Wallet docent aan van de Universiteit Amsterdam en Vrije Universiteit hieronder uiteenzet, “precies een van de punten van debat”. We laten hieronder Wallet aan het woord: “Het eerste wat opvalt is dat de definitie van wat antisemitisme is, precies een van de punten is waarop het debat zich focust. Na een lange voorbereiding kwam de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA) met een werkdefinitie: ‘antisemitisme is een zekere perceptie van joden, die zich als haat tegen hen kan uiten’. Wat daarop volgde was een lange rij voorbeelden, met als doel het de gebruikers van de definitie gemakkelijker te maken om antisemitisme zelf te herkennen. Een flink deel van die voorbeelden gaat over hoe kritiek op de staat Israël, die net zo legitiem is als kritiek op welke andere staat dan ook, antisemitische vormen kan aannemen. Met name uit de hoek van pro-Palestina-groeperingen werd hier fel protest tegen aangetekend. Zij waren – en zijn – bang dat hun legitiem protest voorbarig als antisemitisme aangeduid zou worden en daardoor niet langer gehoord. De werkdefinitie is door meerdere landen, politieke partijen, kerken en ngo’s aangenomen. Van belang blijft om te benadrukken dat het om een werkdefinitie gaat.
Het is er een die behulpzaam moet zijn in het herkennen, aanwijzen en tegengaan van antisemitisme in de samenleving. Het is echter allesbehalve een sluitende juridische definitie en zal in de rechtspraak daarom ook niet gauw een rol vervullen. Ook voor wetenschappelijk gebruik is de definitie te veel gekleurd door de huidige context. Zelf zie ik antisemitisme als een dynamisch fenomeen, dat alleen met behulp van multiperspectiviteit benaderd kan worden. Historische, sociologische, juridische en religieuze perspectieven zijn allemaal nodig om aspecten van antisemitisme te belichten en helder in kaart te brengen.
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
Pagina 11 van 60
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
Antisemitisme is een cultureel archief dat onderdeel uitmaakt van het Europese collectieve geheugen en waarin een repertoire is opgebouwd van anti-joodse beelden, stereotypen en verhalen. Met name in complexe situaties, waarin behoefte is aan een eenduidige verklaring, wordt een beroep op dit archief gedaan en wordt met behulp van het beeld van de jood als ‘de ander’, de ‘oerkapitalist’, de ‘kosmopoliet’, de ‘uitbuiter’, de ‘kinderen-/of godsmoordenaar’ een verklaring geboden. De jood als degene die achter de ellende zit die ons overkomt, is gemakkelijker als verklaring dan één waarbij we dieper in eigen vlees moeten snijden, of die simpelweg ingewikkelder is. Het repertoire aan anti-joodse beelden en verhalen is opgebouwd vanaf de oudheid en verder ontwikkeld via de middeleeuwen naar de moderne tijd. Typerend is dat er nauwelijks beelden verdwijnen, ze zich wel steeds dynamisch aanpassen aan nieuwe situaties en dat er nieuwe anti-joodse beelden bijkomen. Die anti-joodse beelden hebben vaak weinig van doen met wie joden werkelijk zijn en wat ze doen. Het gaat vooral om een ‘verbeelde jood’, iemand op wie allerlei ondeugden zijn geplakt. Dat is de bril waardoor vervolgens naar echte joden wordt gekeken.
Overigens, niet alleen individuele joden zijn hiervan het slachtoffer, ook joodse gemeenschappen als geheel – en ja, ook Israël als staat van joden wordt geregeld bezien door deze anti-joodse bril. Kritiek op Israël wordt dan geuit met behulp van het repertoire aan anti-joodse beelden en verhalen dat eeuwenlang is opgebouwd. Israël wordt hierdoor dan ‘de jood onder de naties’.” 3
Antisemitische incidenten Antisemitische incidenten worden in uitingsvorm onderverdeeld in incidenten tegen personen, goederen of slachtofferloze incidenten. Incidenten tegen personen. Dit is belediging, bedreiging of mishandeling van Joden, waarbij aannemelijk is dat de dader kennis heeft of denkt te hebben van de (vermeende) Joodse achtergrond van het slachtoffer, en dat deze (vermeende) Joodse achtergrond de reden is voor de actie. Incidenten tegen goederen. Dit is bekladding of bekrassing met antisemitische tekens of leuzen of vernieling van Joodse locaties (zoals een synagoge of een Joodse school) of locaties die te maken hebben met de Tweede Wereldoorlog. Slachtofferloze incidenten. Dit zijn provocaties met een antisemitisch karakter, maar niet gericht tegen een specifiek Joods persoon. Een andere indeling die te maken valt, is naar intentie. Daarbij staat de vraag naar de bedoeling van de dader centraal:
3. Wallet, B. (2019)
Pagina 12 van 60
Bij intentioneel antisemitische incidenten is het aannemelijk dat antisemitisme het motief is van de verdachte. Dit wil zeggen dat de dader beledigt, bedreigt of bekladt met als doel zich antisemitisch te uiten. Soms ligt hier een ideologie of een antisemitische overtuiging van de dader aan ten grondslag. Maar in andere gevallen is een concreet incident aanleiding voor antisemitische acties (de buurman geeft overlast door lawaai), waarbij een antisemitisch element wordt gebruikt als middel (de buurman wordt uitgescholden voor ‘rotjood – ze zijn je vergeten te vergassen’). In dit geval is er een geïnternaliseerde antisemitische overtuiging, maar het is niet een deel van een uitgewerkte ideologie. In beide bovenstaande gevallen is er wel sprake van een antisemitische intentie. Bij niet-intentioneel antisemitisme komt het veel voor dat de dader gebruik maakt van klassieke negatieve, of juist overdreven positieve stereotypen over Joden (“Maar jullie zijn toch heel slimme mensen”). Niet intentioneel antisemitisme komt onder andere tot uiting in korte en alledaagse dagelijkse uitingen die een vijandige, denigrerende, overdreven positieve of juist negatieve houding tegenover Joden overbrengen. Een dader is zich in sommige gevallen zelf totaal niet bewust dat er gebruikt gemaakt werd van antisemitische vooroordelen. Een recent voorbeeld is de cartoon over Maurice de Hond in de Volkrant.
De opiniepeiler werd paginagroot afgebeeld als poppenspeler die de touwtjes in handen heeft in de Deventer moordzaak. Hierover schreef de Volkskrant achteraf: "Deze roept te veel herinneringen op aan de antisemitische karikaturen uit de nazi-tijd en had dus nooit gepubliceerd mogen worden.” Tot slot de indeling zoals het deze door het Openbaar Ministerie (OM) wordt gebruikt: Discriminatiefeiten: die feiten die betrekking hebben op één van de discriminatieartikelen uit het Wetboek van Strafrecht zoals groepsbelediging en aanzetten tot haat geweld of discriminatie op basis van huidskleur, afkomst, of nationale of etnische afstamming, godsdienst of levensovertuiging, geslacht, seksuele gerichtheid of handicap. Codis-feiten: delicten zoals mishandeling, belediging, opruiing, vernieling en doodslag waarbij discriminatie mogelijk een rol heeft gespeeld.
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
Pagina 13 van 60
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
Klassieke stereotype antisemitisme beelden Hieronder enkele voorbeelden van veelvoorkomende antisemitische beelden. Reden om deze in dit rapport op te nemen is omdat voor veel mensen geldt “once you see them you can't unsee them”: Duivels: klassieke antisemitische stereotypering van Joden als duivels, het kwaad zelf, bron van alle kwaad); Geld: hier gaat het om klassieke antisemitische stereotypen over Joden en geld; dat de Joden rijk zijn en uit zijn op geld Holocaust: eigen schuld, overdreven of heeft geheel niet plaatsgevonden, wordt uitgebuit door Joden. Israël: het hele Joodse volk is verantwoordelijk voor de acties van Israël. Beter zijn: er wordt beter gedrag geëist van Joden/Israëli’s dan van andere mensen/ landen in deze wereld, ze hadden iets geleerd moeten hebben van de Holocaust of andere vervolging in de geschiedenis. Complot: specifieke Joodse individuen of organisaties of Israël wordt macht toegeschreven om anderen te manipuleren. Ook aan anonieme collectieven, zoals ‘de Joodse lobby’, ‘de Joodse gemeenschap’ wordt toegeschreven dat Joden geen gewone, loyale inwoners zijn van het land waar zij wonen, maar deel uitmaken van een wereldwijd complot dat tot doel heeft de wereld te overheersen.
Pagina 14 van 60
Recent onderzoek antisemitisme In 2018 heeft het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA/ European Union Agence for Fundamental Rights)4 twee vragen gesteld aan 16.395 Joodse respondenten: of ze vinden dat antisemitisme een groot probleem is in Europa, en of het probleem volgens hen toegenomen is in de laatste vijf jaren. Opgemerkt moet worden dat er in de onderzoeksgroep waarschijnlijk een oververtegenwoordiging kent van joden die actief zijn bij joodse organisaties (via deze organisaties werden de respondenten geworven). De resultaten zijn in de tabellen hieronder te zien: Van de respondenten uit dit onderzoek gaf 35% van de Nederlandse respondenten aan
in de afgelopen maanden te maken te hebben gehad met een vorm van negatieve bejegening of verbale bedreiging. Persoonlijk gerichte aanstootgevende of bedreigende opmerkingen kwamen daarbij het meest voor, gevolgd door aanstootgevende gebaren of ongepast gestaar en aanstootgevende opmerkingen op internet of sociale media. Volgens de FRA-studie voelde 27% van de Nederlandse joden zich in de afgelopen twaalf maanden gediscrimineerd op de grond religie of geloof, 16% op de grond leeftijd, 8% op de grond van geslacht en 13% vanwege hun etnische achtergrond. Van de Nederlandse respondenten heeft 90% het gevoel dat antisemitisme in de afgelopen vijf jaar (sterk) is toegenomen.5 Het rapport van het SCP (Ervaren discriminatie in Nederland II) vermeldt een panelonderzoek onder 557 Joden in Nederland van EenVandaag uit 2018. 34% van de respondenten daar is wel eens uitgescholden vanwege de joodse achtergrond en 11% heeft geweld meegemaakt vanwege het joods-zijn. Het SCP rapport zelf had overigens een statistisch te miniem aantal Joodse respondenten in het eigen onderzoek om uitspraken te doen.
4. FRA. (2018) 5. Andriessen, I et al (2020)
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
Pagina 15 van 60
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
Er zijn weinig onderzoeken beschikbaar specifiek onder Nederlandse Joden naar voorkomen (prevalentie) van antisemitisme. Een andere bron van informatie over de discriminatie-ervaringen van Joden in Nederland zijn de meldingen van incidenten, hierover later in dit hoofdstuk meer.
Ontwikkeling van aantal meldingen in Amsterdam 2016-2020 Voor onderstaand overzicht van ontwikkelingen is gebruikt gemaakt van een overzichtsartikel op Republiek Allochtonië.6 In dit artikel wordt gesteld dat het aantal meldingen vaak gebruikt wordt als indicator van het feitelijk voorkomende antisemitisme maar hoe belangrijk het is om in het oog te houden dat het overgrote deel van discriminatie nooit gemeld wordt. In het SCPrapport Ervaren Discriminatie II wordt nu geschat dat 3% van de incidenten gemeld wordt. Maar zelfs die 3% meldingen wordt door experts “aan de hoge kant” genoemd. In die zin hebben de meldingscijfers beperkte zeggingskracht. Toch wordt het aantal meldingen veel gebruikt om de trend te duiden. Onderstaand schema geeft aan hoe het aantal meldingen zich heeft ontwikkeld, bij het Meldpunt Discriminatie Amsterdam (MDRA), het Centrum Informatie Documentatie Israel (CIDI), Meldpunt Internet Discriminatie (MiND en de politie. Melders kunnen dezelfde meldingen bij meerdere instanties tegelijk melden, dus het kan zijn dat een incident zowel bij de politie is gemeld, als bij het CIDI of het MDRA. CIDI en MiND zijn landelijke organisaties, terwijl het MDRA alleen meldingen behandelt van bewoners uit de regio Amsterdam. 2016
2017
2018
2019
2020
MDRA
45
16
13
19
28
CIDI
109
113
135
182
135
MiND
64
236
145
75
—
POLITIE
40
50
58
97
—
Figuur 1. Trend meldingen antisemitisme
De toelichting op de tabel komt van de auteur van het artikel op Republiek Allochtonië. De politie registreert in Nederland op landelijk niveau de meeste antisemitische incidenten: in 2019 ging het om 768 door de politie geregistreerde incidenten, 14% van het totaal aantal meldingen van discriminatie bij de politie. Dat is iets meer dan in 2018 (12,8%) en iets minder dan in 2016 (15%) en 2017 (14,3%). Het merendeel (498) van de registraties van antisemitisme in 2019 bij de politie waren uitlatingen. Dat is meer dan bij andere vormen van discriminatie het geval is. Uit de casusomschrijvingen blijkt dat het bij een aanzienlijk deel van deze incidenten ging om agenten die in de context van handhaving werden uitgemaakt voor jood (als algemeen scheldwoord). 6. Butter, E (2020)
Pagina 16 van 60
In de regio Amsterdam ging het in 2019 in 13,9% van de meldingen om antisemitisme bij de politie. Bij de Antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) betrof in 2019 2% van de meldingen. Bij het MDRA, het Amsterdamse ADV, lag dat in 2019 net iets hoger: 3%. Van het MDRA zijn inmiddels ook de cijfers over 2020 bekend. In dat jaar nam het aantal meldingen in absolute zin toe, van 19 naar 28 meldingen. Omdat het aantal meldingen bij het MDRA in 2020 verdubbelde, daalde het aandeel antisemitische meldingen bij het MDRA in 2020 naar 2%. Bij het Meldpunt internetdiscriminatie (MiND) was in 2019 sprake van een afname van het aantal meldingen van antisemitisme. Terwijl in 2018 25 procent (145 meldingen) van alle meldingen bij MiND een antisemitische aanleiding had, daalde dit naar 11 procent (75 meldingen) in 2019. Het CIDI registreerde in 2020 in totaal 135 antisemitische incidenten. Dit is minder dan de 182 incidenten in het jaar daarvoor. Het CIDI verklaart de daling uit de maatregelen die in het kader van de (intelligente) lockdown werden genomen. Hierdoor waren er minder fysieke ontmoetingen en interactie in het openbaar. Hierdoor nam vooral het aantal incidenten in de openbare ruimte af. Het aantal schriftelijke (digitale) uitingen was vergelijkbaar met voorgaande jaren. De Monitor Antisemitische Incidenten van CIDI is een jaarlijks overzicht van antisemitisme in Nederland.
De Monitor is samengesteld op basis van meldingen die CIDI ontvangt, meldingen die aan CIDI zijn doorgegeven vanuit andere discriminatiemeldpunten, en antisemitische incidenten die door CIDI zelf worden gesignaleerd. Relevant is om te melden dat het CIDI in mei 2021 een grote stijging in meldingen antisemitisme in Nederland meldde nadat het conflict tussen Israël en Hamas escaleerde. Aangezien hiervan geen precieze cijfers nog beschikbaar waren bij meldpunten en het CIDI bij het afronden van dit rapport zijn deze niet opgenomen in dit rapport. Bij de registratie van incidenten worden antisemitische uitingen op sociale media niet meegeteld. Het valt buiten de directe Amsterdamse context, voor dit rapport volstaan we te verwijzen naar een recent onderzoek van Universiteit Utrecht en een artikel hierover in De Groene Amsterdammer met de naam Via sociale media: elke 83 seconden.7 Het systeem van meldingen Er zijn vier instanties die meldingen van antisemitisme aannemen in regio Amsterdam: de politie eenheid Amsterdam, het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam (MDRA), het CIDI, en MiND. Hieronder volgt overzicht van verder betrokken partijen bij meldingen en het aantal meldingen per instantie. 7. Van Gool, R. & Van de Ven, C. (2020)
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
Pagina 17 van 60
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
ORGANISATIE
TERECHT VOOR?
Politie
•
Opname aangifte (bewijs nodig)
•
Doen van melding (puur ter registratie)
•
Nauwe samenwerking met het OM bij het opsporen van
•
Toetsen van strafbaarheid, bewijsbaarheid van het discriminerende
Openbaar Ministerie van het Ministerie van Justitie (OM)
feit, overgaan tot vervolging. •
Het OM is de enige instantie in Nederland die verdachten voor de strafrechter kan brengen.
College Rechten van de
•
Verzoek tot oordeel ongelijke behandeling indienen (bewijs nodig)
Mens (CRM)
•
(Juridisch) advies over mensenrechten en gelijke behandeling.
•
Wettelijk bevoegd om te oordelen of er sprake is van ongelijke behandeling (niet juridisch bindend). Naam veroorzaker wordt op website gepubliceerd.
Anti Discriminatie
•
Doen melding van melding, verschillende behandelopties:
Voorzieningen (ADV’s),
•
Behandelopties: registratie, luisterend oor, advies, bemiddeling,
waaronder MDRA
bijstaan bij het doen van aangifte, begeleiding bij procedures (bij het CRM, maar bijv. ook bij klachtenprocedures van andere instanties)
CIDI
•
Kan geen straffen of maatregelen opleggen
•
Doen van melding antisemitisme
•
Behandelopties: registratie, luisterend oor. Inclusief meldingen in de publieke ruimte tussen privépersonen.
MiND
•
Kan geen straffen of maatregelen opleggen
•
Doen van melding van online incidenten.
•
Behandelopties: onderzoek strafbaarheid incidenten en verzoek om verwijdering bij website beheerders, pstellen aangiftedossier bij OM wanneer aan (herhaald) verzoek geen gehoord wordt gegeven.
JMW
•
Kan geen straffen of maatregelen opleggen.
•
Slachtofferhulp antisemitisme: helpt cliënten bij het
(Joods Maatschappelijk Werk)
verwerken van antisemitisme en het stappen te zetten bij het doen van aangifte of melding maken bij het CIDI. Zie ook H5 voor andere JMW activiteiten op het gebied van antisemitsme
Stichting Slachtofferhulp
•
Kan geen straffen of maatregelen opleggen.
•
Helpen bij keuze en bij het voorbereiden op aangifte, ondersteunen de fases van het strafproces.
•
Samenwerking met politie voor slachtofferzorg, inclusief beoordeling en bescherming.
Figuur 2. Overzicht van organisaties en hun rol bij het aannemen van meldingen van antisemitisme
Pagina 18 van 60
Bij het steunen van slachtoffers in niet strafrechtelijke zin en het informeren, weerbaarder maken en het behartigen van belangen van Joodse Amsterdammers, spelen nog meer organisaties een rol. Deze komen in H5 aan de orde. Samenwerking op gebied van meldingen Met inachtneming van de juridische kaders kan politie over meldingen uitwisselen met het MDRA en slachtofferhulp Nederland, maar niet met organisaties als het CIDI of JMW. Tussen het MDRA en het CIDI is er periodieke uitwisseling over meldingen antisemitisme. Verder is er tussen JMW, het CIDI en het Joods Politie Netwerk overleg gestart (zie H5) voor stroomlijnen van meldingen. Deze inzet tot stroomlijnen is enige tijd geleden gestart en (nog) niet structureel en geheel uitgewerkt.
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
Pagina 19 van 60
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
H3 AANPAK VAN HET ONDERZOEK In H3: » Toelichting op hoe de data verzameld werden » Inzicht in de (sub)doelgroepen » Onderzoeksonderwerpen van de enquête en gesprekken » Onderzoek bij en samenwerking met DANDER en het MDRA
Pagina 20 van 60
Dit onderzoek is opgezet als actieonderzoek. Bij deze vorm van onderzoek is het onderzoek (de dataverzameling) gekoppeld aan praktijkacties, zoveel mogelijk in een cyclische vorm. Het doel is dat het onderzoek meer is dan alleen verklarend, maar dat de onderzoekers en respondenten ook praktisch kijken naar acties om antisemitisme tegen te gaan en weerbaarheid tegen discriminatie te vergroten.
Zoeken en selectie van gesprekspartners In de eerste fase van het onderzoek is samenwerking gezocht met diverse Joodse organisaties en sleutelfiguren binnen de gemeenschappen. Het doel en de werkwijze van het actieonderzoek is breed gedeeld om zoveel mogelijk Joodse Amsterdammers te vragen om mee te werken, -denken, én doen. Bij de selectie van gesprekspartners en respondenten is veel zorg besteed aan de representatie van de diversiteit van Joodse Amsterdammers. Met de volgende subgroepen is rekening gehouden: » Ultra orthodoxen (herkenbare religieus uiterlijk), orthodoxen (wel/niet herkenbaar religieus uiterlijk), liberalen (overwegend niet herkenbaar religieus uiterlijk) » Niet bij organisaties aangesloten Joodse Amsterdammers » Studenten » Opiniemakers/ werkzaam in media » Israëlische Amsterdammers
Opstellen vragen voor de online enquête en online/offline gesprekken In november 2020 is gestart met de ontwikkeling van de online enquête en itemlijst voor de kwalitatieve online/offline gesprekken. Bij het opstellen van de vragen is gebruik gemaakt van voorbeelden uit recente onderzoeken uit Nederland en andere landen uit de EU. De volgende drie hoofdthema’s werden geadresseerd: 1) ervaren antisemitisme, 2) melden van discriminatie, waaronder, op verzoek van de gemeente Amsterdam ook expliciet de rol van het MDRA hierin, en 3) acties om discriminatie tegen te gaan en weerbaarheid te vergroten. Dit is uitgewerkt in onderstaande subthema’s: » Ervaren gevoelens van onveiligheid; » Waar en wanneer discriminatie wordt ervaren; » Welke handelingsperspectieven bekend zijn; » Weerbaarheid; » Meldingsbereidheid; » Bekendheid MDRA; » Gewenste acties voor het tegengaan van discriminatie. Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
Pagina 21 van 60
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
Dataverzameling In dit onderzoek is gebruik gemaakt van meerdere manieren van dataverzameling (mixed methods). Zowel kwantitatieve als kwalitatieve onderzoeksmethoden zijn ingezet om gerelateerde aspecten van dezelfde onderzoeksvraag te beantwoorden. Bij de analyse en duiding van de resultaten zijn kwantitatieve en kwalitatieve gegevens geïntegreerd. In dit onderzoek is gebruik gemaakt van een online enquête, zijn persoonlijke gesprekken gevoerd en is deelgenomen aan groepsbijeenkomsten. Ook zijn in de laatste fase van het onderzoek reflectiegesprekken gevoerd. In de reflectiegesprekken zijn de verzamelde gegevens voorgelegd aan sleutelfiguren. Aan hen is gevraagd of hun mening correct is weergegeven, of de gegevens uit de data herkenbaar waren dan wel verrassend. Daarnaast is samen met de sleutelpersonen een lijst van aanbevelingen en acties gemaakt, gekeken naar prioritering en welke rol organisaties waar zij deel van uitmaken daarin willen spelen. Bij de dataverzameling is rekening gehouden met voorkeuren van de subgroepen naar leeftijd. » 15 kwalitatieve interviews, face to face en online; » 61 enquêtes; » 7 online groepsgesprekken; » 8 reflectiegesprekken. Jongeren waren goed te bereiken met online vragenlijsten. Oudere respondenten zijn ondervertegenwoordigd in de enquête en oververtegenwoordigd in de kwalitatieve gesprekken.
De enquête is uitgezet via eigen netwerk en met een sneeuwbalmethode via Whatsapp en email – waarbij respondenten andere respondenten hielpen te werven. Ook is er via Facebook geworven, met name voor in Amsterdam wonende Israëlische respondenten. Bij de 15 kwalitatieve gesprekken en daarna 8 reflectiegesprekken waren veel sleutelfiguren uit de Joodse gemeenschappen (vertegenwoordigers van organisaties en opiniemakers) betrokken. Hun leeftijden lagen in de range van 40 tot 80 jaar oud. Daarnaast is analyse gedaan en zijn citaten gehaald bij zeven online groepsbijeenkomsten. De online enquête is als bijlage in dit rapport opgenomen evenals de vragen uit de kwaliteiten interviews en een overzicht van de groepsbijeenkomsten. In verband met toegezegde privacy aan respondenten zijn alleen de ruwe gegevens van de enquête in de bijlages opgenomen.
Interpretatie van de verzamelde data Om de vragen voor het onderzoek te kunnen opstellen en om de verzamelde informatie te analyseren is uitgebreid deskresearch gedaan. In Bijlage 1: literatuur en bronnen is te zien welke publicaties daarbij zijn gebruikt.
Pagina 22 van 60
MDRA Dander heeft vooral in het eerste deel van het onderzoek zeer regelmatig overleg en samenwerking gehad met het MDRA. Dit werd ingezet door de expliciete vraag van de gemeente Amsterdam te kijken naar de rol van het MDRA binnen het meldingsproces bij Joodse Amsterdammers. Er zijn ongeveer 12 overlegmomenten geweest. De consulent discriminatiezaken met specifieke expertise over antisemitisme was de eerste contactpersoon, verder deden ook met enige regelmaar de MDRA directeur en MDRA onderzoeker mee aan de overleggen. Doelen van de overleggen waren: » Het inzichtelijk maken en versterken van verbindingen tussen Joodse gemeenschappen en het MDRA. In de onderzoeksperiode werd snel duidelijk dat het MDRA als organisatie weinig bekend is bij Joodse Amsterdammers. Er is ook een QuickScan gedaan door Dander om na te gaan of social media en de website van het MDRA aansluiten bij vragen van Joodse Amsterdammers. Dit bleek niet het geval en in samenwerking met een consulent van het MDRA is een lijst met sleutelorganisaties opgesteld. Deze had tot doel de introductieperiode van de nieuwe MDRA directeur te vergemakkelijken en een basis te geven voor het verder te ontwikkelen social mediabeleid. » Een analyse maken van de waardering van afhandeling meldingen antisemitisme bij het MDRA.
In overleg met het MDRA is een opzet en vragenlijst gemaakt voor het uitvoeren van een onderzoek onder Joodse Amsterdammers die melding deden bij het MDRA. Het MDRA besloot deze onderzoeksopzet uiteindelijk niet te gebruiken en in te zetten op een breder onderzoek naar waardering van afhandeling van melding van discriminatie. Hieronder de toelichting van het MDRA in januari 2021 op de achtergrond daarvan: “Het MDRA vindt het belangrijk om een goed beeld te krijgen van de klanttevredenheid onder alle melders bij het MDRA. Het MDRA heeft daarom besloten om binnenkort te starten met een nulmeting die de klanttevredenheid onder melders bij het MDRA in kaart brengt. Daarbij worden melders van alle discriminatiegronden meegenomen, inclusief melders van antisemitisme. Het MDRA is op moment nog in het opstartproces van deze nulmeting. Om efficiënt te werk te gaan, overbevragen te voorkomen en te werken met cijfers die vergelijkbaar zijn, heeft het MDRA ervoor gekozen om op dit moment geen aparte meting naar tevredenheid, met een aparte enquête, specifiek onder antisemitisme-melders te starten. In plaats daarvan zal deze doelgroep mee worden genomen in de discriminatie-brede nulmeting die binnenkort van start zal gaan.
De afhandelingsenquête van Dander is daarbij goed voorwerk geweest in de ontwikkeling van de bredere nulmeting onder alle melders.” Het MDRA was in ons actie-onderzoek zowel onderzochte als participerend onderzoeker. Als gevolg van het bovenstaande kon Dander binnen de onderzoeksperiode geen analyse kan maken van de waardering van de afhandeling en begeleiding van antisemitisme meldingen door het MDRA. Op moment van schrijven is het brede onderzoek binnen het MDRA nog niet afgerond.
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
Pagina 23 van 60
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
H4 JOODSAMSTERDAMSE PERSPECTIEVEN In H4: De ervaringen van zes joodse Amsterdammers rond antisemitisme. Vier opgevoerde Amsterdammers staan voor meningen die veel aangetroffen werden in de onderzoeksgroep. Twee personen vertegenwoordigen meningen die minder vaak werden aangetroffen onder de respondenten.
Pagina 24 van 60
De Joodse gemeenschap in Amsterdam is divers; dé Amsterdamse Jood bestaat niet. Joodse Amsterdammers zijn religieus en niet-religieus, politiek rechts en politiek links georiënteerd, wonen vaak al generatielang in Amsterdam en hebben soms een migratie-achtergrond. Gemiddeld is de groep hoger opgeleid en meer verbonden aan Israël. In dit hoofdstuk komen Joodse Amsterdammers aan het woord over antisemitisme, meldingsbereidheid en acties om antisemitisme te bestrijden. Op basis van online enquêtes, kwalitatieve interviews en online groepsgesprekken zijn er zes profielen, “fictieve personen” samengesteld: Channan, Shirley, Fred, Shira, André en Danielle. De eerste vier personages staan voor een grotere groep joodse Amsterdammers. De laatste twee personen André en Danielle staan voor Joods-Amsterdamse stemmen die in het publieke debat duidelijk hoorbaar zijn, maar die meningen vertegenwoordigen die we in onze onderzoeksgroep minder aantroffen. De verhalen zijn geen letterlijke weergave maar zijn samengesteld en gebaseerd op antwoorden en verhalen van respondenten.
Over de data waarop deze persona zijn gebaseerd In het totaal vulden 61 mensen de online vragenlijst in, zijn er 15 kwalitatieve gesprekken gevoerd en zijn 7 groepsgesprekken geanalyseerd. Met de keuze voor een gemixte dataverzameling hebben we kunnen ingaan op de vraag naar kwalitatieve informatie en hebben we verschillende doelgroepen kunnen bereiken (voor meer informatie zie H3).
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
Pagina 25 van 60
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
CHANNAN » Denkt dat antisemitisme toeneemt » Rechts/liberaal » Laat zien dat hij joods is » Aangesloten bij Joods-orthodoxe gemeente » Hoge identificatie met
Channan is 71 en groeide op in Amsterdam, als kind van ouders die ondergedoken waren in de Tweede Wereldoorlog. Zijn kinderen gingen naar de Joodse scholen in Amsterdam. Hij is lid van de orthodoxe-joodse gemeente, gaat vrijwel elke sjabbat (zaterdag) naar sjoel (synagoge) en eet koosjer. Ervaring met antisemitisme
joods zijn Channan wil niet voorzichtig zijn met het uiten van zijn joods zijn. “in Zuid is het geen probleem om met mijn keppel op te lopen, in Amsterdam West zou ik dat niet proberen.” Op zijn werk wist iedereen dat hij Joods is. Voor Channan, als onderdeel van georganiseerd Joods Nederland, maken veiligheidsmaatregelen deel uit van het dagelijkse leven. Bij bijeenkomsten hoor je de locatie vaak pas nadat je je aanmeldde, ze worden niet publiek gedeeld. Bij de sjoels en scholen is er altijd beveiliging; een combinatie van camera’s, hekken, politie, soms door joodse jongeren zelf. Als de school waarop zijn kleinkinderen zitten op een klassenuitje gaat, is er altijd een beveiliger mee. Tegen de kinderen wordt op die momenten gezegd dat ze beter geen keppel kunnen opzetten. Hij verwacht dat dit voorlopig ook wel zo zal blijven. Over Joodse kinderen die nu op niet-Joodse scholen in Amsterdam zitten, hoort hij dat ze soms worden uitgescholden, hij is blij dat zijn kleinkinderen dat niet meemaken.
Pagina 26 van 60
Perceptie Channan denkt dat antisemitisme er altijd is geweest maar in zichtbaarheid weer is toegenomen. “Je ziet dat er meer incidenten zijn zodra er wat in Israël gebeurt” Maar hij leest in de krant en ziet zelf ook dat het online speelt. “Sinds de Coronona periode vliegen de complottheorieën rond Joden je om de oren” De opkomst van partijen als DENK en BIJ1, en de linkse anti-Israël lijn, baren hem zorgen. Wat Channan betreft moet kritiek op Israël wel los worden gezien van antisemitisme. Voor hem wordt er wel een ondergrens bereikt wanneer het bestaansrecht van Israël wordt ontkend “dat vind ik echt antisemitisme.” Aan de andere kant zegt hij: “Ik vind dat we binnen de joodse gemeenschap ook niet te gevoelig moeten zijn. Ik erger me enorm aan een heel klein groepje Joden dat insinueert namens Joods Nederland te spreken en veel te snel roept dat er antisemitisme is. Daarmee komt er devaluatie van dat begrip en daar doen ze de Joodse gemeenschap kwaad mee.” Melden Channan denkt dat veel antisemitische incidenten niet worden gemeld. ‘Als een toevallige voorbijganger iets roept naar een herkenbare jood, meld je dat niet. Een goeie kennis van mij vertelde een tijdje terug nog dat hij werd bespuugd op weg naar sjoel, die heeft het wel even bij het CIDI gemeld, maar niet bij de politie’. Channan vindt het CIDI belangrijk. “CIDI is voor Joodse Nederlanders laagdrempelig.
Het is bekend en betrouwbaar. Logisch dat mensen daar naartoe gaan voor raad en daad”. Van het MDRA heeft hij wel eens, maar hij heeft er nooit contact mee gehad. Channan vindt het belangrijk dat antisemitisme wordt gemeld “altijd melden!”. Al is hetmaar voor het gevoel, dat je je ei kwijt bent, dat je iets doét!” Aangifte doen is volgens hem minder vanzelfsprekend, want hij hoort vaak dat het tot niets leidt. “zelfs al is er genoeg bewijs, het heeft bijna nooit tot gevolg dat iemand wordt aangehouden. Het duurt ook heel lang voordat degene die aangifte doet iets hoort. Er is te weinig mankracht bij justitie om het op te pakken.” Channan vindt het nodig dat er meer helderheid wordt gegeven bij het proces van melden. “Dat zou goed met een iets als een portal op een website kunnen gebeuren. Zodat mensen kunnen aangeven met wie ze verder contact willen. En beter weten wat ze kunnen verwachten.” Channan vertelt verder; “Ik heb inmiddels wel duidelijk dat je met strafrechtelijke procedures echt een heel beperkte kans hebt. Maar volgens mij weten maar weinig mensen dat”. Channan hoort om zich heen dat veel mensen - en met name politie - eigenlijk niet weten wat ze aan moeten met meldingen van antisemitisme. “Medewerkers van politie en justitie zouden beter moeten weten wat antisemitisme precies inhoudt”.
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
Pagina 27 van 60
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
Acties en weerbaarheid Wanneer het gaat om het bestrijden en voorkomen van antisemitisme ziet Channan de grootste rol voor het onderwijs. Hij vindt dat er bij veel mensen een gebrek is aan kennis over de geschiedenis van het Joodse volk en hun betekenis voor Amsterdam. Kinderen moeten accepteren dat je moet respecteren dat er verschillende gezichtspunten zijn. Dit moet niet specifiek vanuit de Joodse gemeenschap zelf komen, scholen zijn daarvoor verantwoordelijk. Channan vindt dat elke Amsterdamse scholier het Joods Cultureel Kwartier bezocht moet hebben.
Channan in relatie tot onze geïnterviewden » 47 van de 61 respondenten uit de online enquête denkt net zoals Channan dat antisemitisme toenam de afgelopen 5 vijf jaar. » 33 van de 57 respondenten hebben net als Channan zelf antisemitische ervaringen gehad, de grote meerderheid van de respondenten meer dan één keer. » 43 van de 61 respondenten van de online enquête vertelden - net als Channan - hun dagelijks leven aan te passen onder invloed van antisemitisme. Bij de persoonlijke kwalitatieve interviews blijkt - na doorvragen- dat eigenlijk álle respondenten dit doen. Denk aan: het vermijden van bepaalde kleding of sieraden, voorzichtig zijn met achterlaten van je persoonsgegevens, op je werk vertellen over Joods zijn, of op school (niet) vertellen dat je naar Israël op vakantie gaat.
» Uit antwoorden op open vragen uit de enquête kwam enkele keren naar voren dat kinderen op straat of op hun niet-Joodse school, antisemitische opmerkingen hoorden. » Het grootste deel van de respondenten aan de online enquête denkt dat het belangrijk is dat de gemeente inzet op meer educatie en voorlichtingsprogramma’s om antisemitisme te voorkomen en te bestrijden.
Pagina 28 van 60
SHIRLEY » Denkt dat antisemitisme toeneemt » Sommige van haar medestudenten weten dat ze Joods is » Is niet bezig met politiek » Is lid van een Joodse sportvereniging » Is ‘traditioneel Joods’ » Heeft een hoge identificatie met joods zijn
Shirley is 23, studeert geschiedenis. Ze groeide op in Amstelveen, maar haar familie woont al vier generaties in Amsterdam. Ze woont in een studentenhuis in Amsterdam. Shirley houdt zich aan sommige regels van het Jodendom; ze eet geen varkensvlees en viert de belangrijkste feestdagen bij haar ouders. Ze noemt zichzelf ‘traditioneel Joods” omdat ze zich aan een paar regels uit het religieuze jodendom houdt, dat geeft haar een fijn gevoel van verbondenheid. Om dat fijne gevoel draagt Shirley ook altijd haar ketting met een ‘Magen David’ (Davidsster). Als ze op de universiteit is, stopt ze die onder haar shirt. “Niet iedereen hoeft te weten dat ik Joods ben. Ik ben ook niet echt als Joods herkenbaar ofzo, als ik op straat loop.” Ervaring met AS Shirley heeft zelf op haar onderwijsinstelling meegemaakt wat hedendaags antisemitisme is. “In een les over Palestina zei de docent dat Joden te dominant waren, en barbaren waren. Ik wist echt niet wat ik moest doen. Toen ik het later vertelde aan mijn familie, zei mijn neef dat ik naar de docent toe moest gaan en zeggen dat dit echt niet kan. Ik vond dat moeilijk. Wist niet zeker hoe ik dat moest aanpakken. Uiteindelijk heb ik het gedaan maar eerlijk gezegd ik vond het wel eng. Hoe zou die docent me dan verder behandelen?”. Naast deze opmerking van haar docent, vindt Shirley het soms ook moeilijk met haar medestudenten.
Vaak hebben ze zware kritiek op Israël, zeggen dat Israël een racistische staat is en sommigen zeggen ook dat Israël eigenlijk niet had moeten bestaan. Af en toe spreken ze haar rechtsreeks aan op het Israëlische beleid. “Alsof ik een vertegenwoordiger ben van de staat Israël. Elke keer maar weer uitleggen dat het de Israëlische regering is die opdrachten geeft aan het Israëlische leger. En dat ze niet eerst aan de Joden in Amsterdam gaan vragen of ze het daarmee eens zijn." Het is een ongemakkelijke positie zegt ze; ze houdt van Israël. Maar is het ook niet altijd eens met wat daar gebeurt. Ze voelt zich soms onveilig door die heftige uitlatingen en vraagt zich dan af welke opmerkingen gewoon moeten kunnen en welke opmerkingen “over het lijntje gaan”. Dat zou ze beter willen weten.
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
Pagina 29 van 60
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
Perceptie Shirley denkt dat antisemitisme is toegenomen, maar merkt daar op straat niet iets van dat direct tegen haar is gericht. Naast wat er op uni gebeurt, ziet ze wat er allemaal online gebeurt. Daar heeft ze het ook vaak over met haar familie. Mijn vader zegt wel eens als grap “waar zouden we het over moeten hebben als we het niet over Joden en antisemitisme moeten hebben” Daar kan ze wel om lachen want zo beheerst het haar leven niet. Maar, zegt ze “…op social media is die enorme haat tegen joden zo zichtbaar. Als ik lees ‘Gaza is het nieuwe Auschwitz’ dan ga ik over mijn nek, wat een idioot, iemand die zoiets schrijft.” Shirley maakt zich uiteindelijk best wel zorgen over dat online antisemitisme. Ze is bang dat er een direct verband is tussen die online antisemitische uitingen en wat er echt, offline gebeurt. “Neem nou die man die die aanslag pleegde vorig jaar in die sjoel in Halle Duitsland. Die was ook helemaal verslaafd aan internet en zag daar steeds terug wat hij al vond, dat Joden de oorzaak zijn van alle problemen in de wereld. Dus besloot hij dat hij de oorzaak ging nemen. Ik ben zelf me echt weer bewust geworden aan hoe kwetsbaar we zijn als Joden in Nederland voor aanslagen.
En nou, dat is de laatste tijd echt niet minder geworden met alle complottheorieën over dat Joden en corona.” “De dreiging zit op veel plaatsen van wereldwijd radicaal rechts, van wereldwijd extreem islamisme en wereldwijd radicaal links. Maar het zijn echt niet alleen gekkies die zomaar iets roepen over Joden en corona. Het gaat ook om mensen die Jodenhaat als overtuiging hebben als deel van hun ideologie. En in al die antisemitische ideeën komen samenzweringsmythen terug, over dat joden de touwtjes in handen hebben en dat de sjoa er niet was of niet zo erg was. En nou ja, dus ook wat ik zelf meemaak: dat het uit zich in haat tegen Israël.” Internet zorgt er volgens Shirley voor dat die negatieve stereotypen supersnel uitgewisseld worden. Het wordt steeds normaler. “Joden, moslims, homo’s zijn online allemaal een makkelijke pispaal. Ik schrik ervan. Maar ik weet ook heus wel dat je een dikke huid moet kweken. Online scheldpartijen zijn niet hetzelfde als geen stage krijgen door je achternaam. Of om je huidskleur steeds met je auto aan de kant gezet worden. Maar bij mijn blijft wel als grootste angst een aanslag.“ Melding Shirley kent het CIDI maar heeft van het MDRA nog nooit gehoord. Zelf zou ze niet zo Shirley in relatie tot onze geïnterviewden
heel snel melding maken van een antisemitisch incident, behalve als er fysiek geweld bij komt kijken. “Het is maar goed dat de Joodse gemeenschap zich zelf ook inzet voor hun eigen veiligheid. Er is ook gewoon internationale dreiging tegen Joden en dat moet je serieus nemen.” Shirley zegt dat wanneer ze beter weet wat er nou precies strafbaar is en wat niet, dit wel een stuk makkelijker zou maken om melding te doen. Ze heeft echt geen zin als zeurende Jood te worden weggezet als ze iets komt melden. Daarom lijkt voor haar het CIDI ook makkelijker áls ze een melding zou willen maken.
Pagina 30 van 60
Weerbaarheid Shirley laat het online antisemitisme aan zich voorbijgaan. “Ingaan op al die posts heeft toch helemaal geen nut. Daar kan je een dagtaak aan hebben. Ik heb de afgelopen tijd heel wat mensen van m’n social media afgegooid.” Shirley kent twee projecten die actief werken aan het bestrijden van antisemitisme: een programma waarbij Joden zelf aan mbo leerlingen leren wat Joden wel en niet zijn (Leer je Buren kennen) en een programma dat gemaakt is om Joodse leerlingen te helpen omgaan met antisemitische uitingen (Streetwise). “Weerbaarheid en eigenwaarde van Joden is mooi, maar het moet vooral ook gaan over onderwijs en voorlichting voor jongeren in Amsterdam.”
Shirley in relatie tot onze geïnterviewden » De online geïnterviewden die zelf antisemitisme meemaakten (74 keer in totaal), rapporteren dat de meest voorkomende vormen in de publieke ruimte, op onderwijsinstellingen en online. » Geen van de respondenten noemde spontaan vormen van discriminatie die we onder institutionele discriminatie schaarden. In één kwalitatief interview, met een maatschappelijk werker van welzijnsorganisatie JMW, werd verteld over een cliënt die dit via een woningbouwvereniging ervaren had.
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
» 26 van 33 respondenten die zelf antisemitisme ervaarden, hebben geen melding gemaakt, net zoals Shirley. De helft van hen zegt dat het geen zin heeft om melding te maken. » Het grootste deel van de respondenten aan de online enquête en de kwalitatieve interviews denkt dat het belangrijk is dat de gemeente nog meer inzet op meer educatie en voorlichtingsprogramma’s om antisemitisme te voorkomen en te bestrijden. »
Pagina 31 van 60
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
FRED » Denkt dat antisemitisme niet perse is toegenomen » Zijn vrienden weten dat hij Joods is, maar verder vindt hij het niet relevant » Hij leest veel kranten online » Is niet lid van Joodse verenigingen » Heeft een matige identificatie met joods zijn
Fred is 56, heeft twee kinderen uit een gemengd huwelijk en is gescheiden. Fred is niet religieus en vindt dat religies de wereld eigenlijk meer kwaad dan goeds hebben gebracht. Ervaring met antisemitisme Hij zegt zelf “niet vaak” direct antisemitisme mee te maken. Desgevraagd geeft hij voorbeelden van wat hij de afgelopen tijd meemaakte. Zo zei een klant die niet wist dat hij Joods is iets over Rothschild en met een “ons-kent-ons grijns”. Die klant zei “dat Joden het toch maar weer allemaal maar weer goed voor elkaar hebben”. Eén keer ging Fred naar de politie om melding te maken van hakenkruizen die op verschillende plaatsen in zijn buurt op de muur gespoten waren. Maar echte toename voelt hij niet, het is er altijd en zal er altijd wel blijven denkt hij. Perceptie Fred zegt “…ik zal nooit lid worden van een Joodse vereniging.” Hij wil niet in hokjes ingedeeld worden en wil niet op een lijst staan als iemand van Joodse afkomst. “Ik ben principieel” zegt hij. “Tegen mensen die het verkeerd aanpakken moet je optreden! Juist om anderen te beschermen tegen discriminatie en uitsluiting. Hij maakt zich zorgen over de democratische rechtsstaat. Spreekkoren in het voetbal worden nu te laat opgemerkt. “Als je lang wacht, wordt het erger. In het voetbal is veel te lang gezegd: het is maar een spel, het is niet echt, ze bedoelen het niet zo”.
“Hamas Hamas, joden aan het gas”, “Wie niet springt die is een jood” en “Wij gaan op jodenjacht”. Mensen die dit soort dingen roepen, moeten worden aangepakt. Meteen en met alle
Pagina 32 van 60
juridisch mogelijke manieren” Fred is voor een lik-op-stukbeleid bij antisemitisme én racisme. Hij hoopt dat het leidt tot bewustwording bij de daders zelf en bij de mensen in hun omgeving. Meldingen De hakenkruizen heeft Fred gemeld bij de politie. Hij vindt dat er altijd meldingen van dit soort dingen gemaakt moeten worden. Meldingen vindt hij een belangrijke schakel in de strijd tegen antisemitisme. Andere plekken om meldingen te doen dan bij de politie en het CIDI kent hij niet. Hij heeft het gevoel dat er niet veel gedaan wordt met meldingen. In ieder geval waren de hakenkruizen nog steeds niet weggehaald en toen heeft hij zijn zoon gevraagd ze weg te halen. Acties en weerbaarheid Fred is een uitgesproken voorstander van handhaven en straffen en vindt daarom dat het systeem van meldingen en de opvolging beter moet. Op de vraag wat Joden zelf kunnen doen om hun weerbaarheid te vergroten, reageert Fred geïrriteerd. “Dat is niet een zaak voor Joden. Antisemitisme moet aangepakt worden door de gemeente en andere instellingen. De verantwoordelijkheid moet niet bij de slachtoffers worden neergelegd. Het is heel kortzichtig, zegt Fred om alles van preventie te verwachten en alle aandacht naar irritante jongens te laten gaan – “daar zit het antisemitisme niet zo diep”. Je moet extreemrechts én extreemlinks in de gaten houden.”
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
Fred in relatie tot onze geïnterviewden • Van de 33 respondenten uit de online enquête die zelf antisemitisme hebben ervaard in het afgelopen jaar, deden hier 7 mensen melding van. • Bijna de helft van de respondenten aan de online enquête vindt dat álle gevallen van antisemitisme gemeld zouden moeten worden. • Bijna de helft van de respondenten aan de online enquête denkt dat niet iedereen weet waar je melding kan maken. Uit de kwalitatieve interviews blijkt dat bijna niemand weet welke instanties er actief zijn behalve politie en het CIDI. • Uit alle verzamelde data blijkt dat Joodse Amsterdammers niet precies weten welke antisemitische uitingen strafbaar zijn en welke niet. En dat er behoefte aan is dit beter te weten. • Op de (meerkeuze)vraag wat de gemeente Amsterdam zou moeten doen om antisemitisme beter te bestrijden gaven 33 van 45 respondenten het antwoord: “betere handhaving en het bestraffen van overtreders”.
Pagina 33 van 60
Actieonderzoek onder Joodse Amsterdammers
SHIRA » De meeste mensen weten dat Shira Israëlisch is, ze heeft een accent » Ze identificeert zich sterker als Israëlisch dan als Joods. » Ze volgt de Nederlandse politiek weinig » Shira is lid van de onlinegroep van Israëli’s in Nederland » Online antisemitisme is volgens haar toegenomen, net zoals andere vormen van discriminatie en haat.
Shira is 35 jaar en werd in Israël geboren. Ze woont nu 12 jaar in Amsterdam en heeft een dochter van 7 jaar die ze samen opvoedt met Anna. Anna en zij ontmoetten elkaar op de Rietveld academie. Shira voelt zich niet sterk verwant met Nederlandse Joden en identificeert zich eerder als Israëlisch dan als Joods. Ervaring met antisemitisme Shira merkt weinig antisemitisme dat direct tegen haar is gericht. Ze wordt wel bang van demonstraties tegen Israël en verhalen op het nieuws dat Joden in heel Europa en de V.S. meer antisemitisme ervaren. Ze vindt dat Joodse Amsterdammers weerbaarder moeten zijn. Ze denkt altijd als ze de demonstraties op de Dam ziet “we moeten een tegendemonstratie organiseren”. Ze vindt dat mensen meer moeten weten over wat er echt in Israël gebeurt. Perceptie Shira deed niet mee aan een recente zoombijeenkomst voor Israeli’s in Nederland over antisemitisme. Ze vindt antisemitisme niet wezenlijk verschillen van discriminatie op andere gronden. “Mijn dochter krijgt meer vragen en opmerkingen over dat ze twee moeders heeft, dan over dat ze een Israëlische moeder heeft.” De meningen van mensen op internet zijn een uitvergroting, volgens Shira. “Op social media zeggen mensen nu in de openbaarheid dingen die ze eerst privé, aan de borreltafel tegen elkaar zeiden.