Bijlage 5 - Advies Team Ruimte voor de Stad.pdf
Tekst van het document
Feedback Team RvdS 6 april 2020 Aan: Marije Peute Van: Team RvdS Pieter Klomp (R&D): -
-
-
-
Uitgebreid en interessant analysewerk van de buurtbehoeften (met heel veel adviesbijlagen), maar roept wel de vraag op of de plaberum-systematiek hiervoor geschikt is. Zeker als ik de beslispunten zie: naast een sociale agenda heel veel openbare ruimte en verbindingen te upgraden, maar vrijwel geen ontwikkelruimte : waarom eigenlijk niet, er wordt namelijk ook gemeld dat “de combinatie van veel openbare ruimte en lage bebouwingsdichtheid resulteert in openbare ruimte die als leeg en sociaal onveilig ervaren wordt“. En in die context begrijp ik het beslispunt niet om G&O opdrachtgever van al het fysieke te maken. Lijkt me dan meer voor V&OR. Ook omdat er alleen kosten zijn en geen verdienvermogen. Daarbij een zorg: veel onderzoek en participatie, maar wordt er ook slagkracht ontwikkeld? Ik zie bijvoorbeeld de Salvatorkerk als een van de weinige plekken waar wel ontwikkeld kan worden, maar dat “zal in de vervolgfase duidelijk moeten worden” Maar die vraag speelt al jaren inmiddels, lijkt geen enkele schot in te zitten... Voor beide buurten wordt een projectbesluit en daarna een investeringsbesluit voorgesteld (hoewel op blz 44 waterlandplein ook staat direct aan een investeringsbesluit te werken...?).
Waarom dit automatisme , zeker bij de uitgebreidheid van het werk dat al in deze planfase gedaan is? Is dan niet een openbare ruimteplan onder de vlag van V&OR logisch, met hoogstens enkele postzegels waar G&O (her)ontwikkeling oppakt?
Gijs Goosen (PMB) Principenota de kleine wereld - Ik mis in het hoofdstuk over de resultaten van de participatie, hoe er over het toevoegen van woningen is gedacht, en de sloop/nieuwbouw die daarvoor nodig is. Als er geen bezwaar tegen is geuit, is dat vermeldenswaard - In het concept besluit mis ik bij het streven naar toevoegen van woningen het aantal waar aan wordt gedacht. Is toch belangrijk om te laten vaststellen. - Over de 2 aan ons gestelde vragen: ik begrijp niet wat het probleem is. Als de projectgroep het goede ideeën vindt dan kan dat toch gewoon in de nota worden opgenomen? - Advies van directie wonen: is bijna groter dan de principenota zelf! Principenota Waterlandpleinbuurt - Ook hier is bij de stukken, net als bij De Kleine Wereld de al eerder gemaakte gebiedsuitwerking toegevoegd. Ik heb er geen tijd ingestoken maar vraag me wel af of er iets kan worden geconcludeerd over de werking van deze opeenvolgende planvormingsfasen: zou interessant zijn daar eens een stagiaire op te zetten: wat zijn de verschillen, is er sprake van trechtering, zijn er voortschrijdende inzichten, is er veel herhaling? - De gestelde vragen lijken me de opgaven voor de volgende fase.
Hans de Neef (Vervoerregio Amsterdam) 1&2: Principenota’s Waterlandpleinbuurt en De Kleine Wereld Stukken bekeken, betreft lokale opgaven in Amsterdam-Noord en bezien vanuit de Vervoerregio geen grote (mobiliteits)opgaven die nu vanuit ons om reactie vragen. We sluiten ons aan bij reactie vanuit V&OR waar het gaat om de fietsroute IJdoornlaan en de looproutes naar de bushaltes. Vervoerregio werkt graag mee bij uitwerking blackspots en opgaven rond IJdoornlaan. Juliette van den Broek-Poll (Gemeentelijk Vastgoed) Concept Principenota De Kleine Wereld: - De ruimtebehoefte voor maatschappelijke voorzieningen is in de nota aangegeven en afkomstig van team MV. Hiervoor zal financiële dekking aangevraagd worden uit het Meerjarig Investeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen. GV kan daarmee zorgen voor de realisatie door bestaand vastgoed in eigendom van de gemeente te verbouwen, eventueel van anderen aan te huren of te kopen in nieuwbouw. GV volgt hierin de wens van team MV en het project. Dit is dus echt ‘maatwerk’ wat we samen zullen oppakken. - Kansen Baanakkerspark: idee is om "bijvoorbeeld een kinderboerderij" te creëren. Dit heeft natuurlijk wel enige voeten in de aarde.
Als men met dit idee verder wil graag stadsdeel (subsidieert beheerder kinderboerderij), team MV (vraagt investeringskrediet aan) en GV (wordt toekomstige eigenaar gebouw en realiseert de kinderboerderij) bij betrekken. Concept Principenota Waterlandpleinbuurt: - zie Kleine Wereld. Bij verplaatsing OKT Beverwijkstraat moet rekening worden gehouden met extra kosten ivm afkoop langjarig huurcontract van de huidige locatie. Cor de Jong (G&O) Voor beide planproducten geldt dat het een mooie beschrijving is van de problematiek, maar ik vind ze qua inhoud onevenwichtig. Zowel de Waterlandpeinbuurt als de Kleine Wereld zijn al vrij ver uitgewerkt als het gaat om de opgave op het gebied van openbare ruimte en sociaal maatschappelijke voorzieningen, verder dan wat je van een fase 1 product zou mogen/moeten verwachten. Het fysieke deel, de gebiedsontwikkeling en transformatie blijft daarbij achter. De financiële paragraaf is niet meegestuurd met de stukken, maar die hebben we als G&O wel gezien. In beide producten heeft de hiervoor geconstateerde discrepantie ertoe geleid dat er een enorm bedrag is opgenomen als kosten en geen of een veel kleiner bedrag als opbrengst. Dat leidt tot erg negatieve geprognosticeerde resultaten van de plangebieden (in beide gevallen tientallen miljoenen, samen bijna 100M negatief). Maat dat is vrij boterzacht dus.
Vanuit G&O zou ik liever qua abstractieniveau wat ‘uitzoomen’: er ligt een grote opgave in beide gebieden, zowel op gebied van openbare ruimte als qua sociaalmaatschappelijke/economische/culturele voorzieningen. Daarnaast zijn er mogelijk ontwikkelkansen. In volgende planfasen meer samenhang in de uitwerking, bvk in meerdere scenario’s (waarin samenhangende ontwikkeling Is gewaarborgd), met een nader uitgewerkt planresultaat. Zodat tzt ook keuze kan worden gemaakt obv het financieel beslag op de middelen in de verschillende portefeuilles. Want het lijkt erop alsof voor het gehele pakket nu naar het VeF wordt gekeken (al dan niet via een grondexploitatie) en ook nu al laat de beschikbare ruimte dat niet toe. Mochten er vragen zijn hoor ik het graag.
Ivo Franzen (V&OR) Principenota Waterlandplein Mobiliteitsopgave afstemmen op mobiliteitsplan Noord. Principenota Kleine wereld Mobiliteitsopgave afstemmen op mobiliteitsplan Noord Contactpersonen Mobiliteitsplan Noord: Manus Bartens en Johannes Beuckens Anne Meijer (Team MV / Cluster sociaal) Principenota Kleine Wereld Het verband tussen de gebouwde (maatschappelijke) voorzieningen (buurtkamers etc.) en voorzieningen voor spelen, bewegen, verblijven en ontmoeten in de openbare ruimte kan wat explicieter benoemd worden: deze voorzieningen kunnen elkaar versterken. Dat geldt ook voor het zorgen het verband tussen leven in de plinten, waar zich nu op een aantal plekken garageboxen bevinden, en het verbeteren van fiets- en wandelroutes. In de Memo voor Ruimte voor de stad wordt verwezen naar drie ontwikkellocaties. Daar zit één van de locaties voor een cluster van Maatschappelijke voorzieningen niet bij (aan de Wieden naast de huidige speeltuin en EWP). Hier komen geen woningen maar ondanks dat toch wellicht ook een locatie die ruimtelijk moet worden her-ontwikkeld…..? Principenota Waterlandpleinbuurt.
Pagina 19: ‘…… Aanvullend zijn er verschillende buurtvoorzieningen zoals de buurtkamers aan de Waalenburgsingel en de Bussumerstraat, een dependance van het Leger des Heils, een wijkservicepunt van Doras, een moskee en de ouderhuisvesting De Kimme …..’ De Moskee past beter onder het kopje Religieuze voorzieningen dan Maatschappelijke voorzieningen. Er ligt hier veel politieke gevoeligheid en het is geen doelstelling van de gemeente om religieuze instellingen te huisvesten (in tegenstelling tot de andere genoemde voorzieningen) Pagina 32: Sport en speelvoorzieningen zijn ook maatschappelijke voorzieningen paragraaf ‘Sport en Speelvoorzieningen’ graag direct achter paragraaf Maatschappelijke voorzieningen Goed dat sport- en speelvoorzieningen genoemd worden als een kans om de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte te versterken en de link met maatschappelijke voorzieningen te leggen. Hierbij wordt het beheer en de kwaliteit van de openbare ruimte al aangestipt. Naast hangjongeren kan ook de kwaliteit van de openbare ruimte bijdragen aan een gevoel van onveiligheid, dat in de Waterlanpleinbuurt veel hoger ligt dan de feitelijke criminaliteitscijfers. Hier kan nog wat meer nadruk op komen te liggen.
Het beheer van sport- en speelvoorzieningen in Noord kent een flinke achterstand en ‘de basis op orde’ is echt de eerste stap naar verbetering van de verblijfskwaliteit en sociale veiligheid.
Pagina 46 en 47: Kanttekeningen bij investeringen en 9.4 Toelichting investeringen Hier misschien nog expliciet benoemen dat de besluitvorming t.a.v. investeringen in maatschappelijk voorzieningen in de Waterlandpleinbuurt nog niet heeft plaatsgevonden ……?
Onder het kopje Ontwikkelstrategie wordt vermeld dat er geen ontwikkelstrategie kan worden opgesteld. Dit lijkt ons een te beperkte invulling van het begrip. Een ontwikkelstrategie zou juist helpen om de benodigde ingrepen te prioriteren in urgentie en tijd, en vervolgens te koppelen aan beschikbare stadsdeel-, stedelijke en/of regionale budgetten voor ingrepen in de openbare ruimte en de maatschappelijke voorzieningen in het gebied.
Hieronder nog drie suggesties die me werden meegegeven vanuit het team MV tav van de vraag over het omgaan met corporaties irt de wens om maatschappelijke voorzieningen in de waterlandpleinbuurt, zoals die vermeld stond in het memo aan RvdS; T.a.v. het inpassen van de maatschappelijke voorzieningen in ontwikkelingen van de corporatie dacht is dat er dan voor de corporatie wat tegenover moet staan als je wilt dat ze meewerken. Wellicht iets als: Stadsgenoot 650 m2 extra te laten bouwen zodat ze nog steeds het zelfde aantal woningen kunnen realiseren? Kan er vanuit het projectgroep worden bijgedragen aan mogelijke extra ontwerpkosten omdat het ontwerp moet worden aangepast? Is er een deal te maken in relatie tot de verhouding in type woningen (sociaal, midden, duur)?
Karin Westerink (Monumenten en Archeologie) Voor zowel de Waterlandpleinbuurt als De Kleine Wereld valt het ons op dat er in beide stukken wat wordt gezegd over de cultuurhistorische waarden, maar dat niet duidelijk wordt hoe deze het uitgangspunt vormen voor de nieuwe plannen. We hadden de stukken graag (zoals het plaberum dat voorschrijft) eerder langs zien komen ter beoordeling. Principenota De Kleine Wereld -
Cultuurhistorie komt aan bod in gebiedsbeschrijving en er wordt gerefereerd aan chv Buikslotermeer en waarderingskaarten. Het is echter niet duidelijk hoe de cultuurhistorische waarden worden meegenomen in de nieuwe plannen.
-
In het kopje ‘water en groen’ wordt wel kort aandacht besteed aan het leegmalen van de Buikslotermeerpolder in de zeventiende eeuw, maar niet aan de cultuurhistorische waarde van de groenaanleg. Zo is in de CHV Buikslotermeer te lezen dat ‘de royale, deels historische, groen- en waterpartijen, alsmede de bruggen, viaducten en terrassen die als geïntegreerd onderdeel van de wijk zijn vormgegeven’ belangrijke waarden zijn. Ook hiervoor geldt dat deze waarden een uitgangspunt vormen voor nieuwe ontwikkelingen.
-
In de principenota worden drie ontwikkellocaties genoemd waar (deels) sloop/nieuwbouw wordt beoogt: Studentflat Cleyndertweg, het Korthagenhuis en de Salvatorkerk (deze heef monumentwaarde en zit in voorbescherming). De nota doet voorkomen alsof MenA bij deze plannen is aangehaakt, maar dat is niet het geval. Belangrijk is om te vermelden dat de Salvatorkerk in bezit is van Stadgenoot en dat deze ook werd genoemd in de brandbrief die onlangs door deze corporatie naar de gemeente is gestuurd. Naast de hoge ordewaardering maakt de Salvatorkerk ook integraal onderdeel uit van het stedenbouwkundig plan en de groenstructuur in de wijk. Dit geldt ook voor de andere
ontwikkellocaties. De herontwikkelingsplannen dienen (in samenwerking met MenA) hierop afgestemd te worden.
Principenota Waterlandpleinbuurt -
Cultuurhistorische waarden komen aan bod in apart hoofdstuk. Hierin mist echter de cultuurhistorische waarde van de groenaanleg in de buurt. Een voorbeeld: de ringsloot in het Baanakkerpark wordt genoemd als historische vaarroute, maar de cultuurhistorie van het park zelf niet. Dit, alsmede de (groen)aanleg in de buurt, zou benoemd en meegenomen moeten worden bij de opgaves die hier liggen.
-
Hoewel de cultuurhistorische waarden worden benoemd in een aparte paragraaf, wordt in het document niet benoemd hoe deze worden meegenomen in de nieuwe plannen.
-
De wijk is opgedeeld in drie aandachtsgebieden waar nog oorspronkelijke bebouwing staat en waar vernieuwing zal plaatsvinden. Hier is MenA echter niet bij betrokken, terwijl de bebouwing, een integraal onderdeel is van de stedenbouwkundige structuur en de groenstructuur. Met name bij aandachtsgebied 2 is dit belangrijk: het grenst aan tuindorp Nieuwendam (waardoor de impact op de omgeving een grote rol speelt) en de verkaveling en stedenbouwkundige structuur is van hoge cultuurhistorische waarde.
-
In de bijlage 2.12 over de Hoofdgroenstructuur ontbreekt cultuurhistorie boven de grond, terwijl dat wel een aspect van de hoofdgroenstructuur is. Net als bij het Baanakkerpark moet de cultuurhistorie van park en buurt bovengronds worden meegenomen