Bijlage 4b Beleidskader Bijlagen Bodem Omgevingswet concept 20231003.pdf
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam
Beleidskader bodem onder de Omgevingswet Bijlagen
Colofon Versie 1.0
In werking getreden op 1 januari 2024 Opdrachtgever: Opdrachtnemer:
Gemeente Amsterdam Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Ebbehout 31 1507 EA Zaandam www.odnzkg.nl
2
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
BIJLAGEN BIJLAGE 1 Toetsingsregels en risico’s gebiedsspecifiek beleid
BIJLAGE 2 De bodemfunctiekaart
BIJLAGE 3
7 7
10 10
3A
De zonekaart
17
3B
Bodemkwaliteitskaart (gemiddelde 4 dieptetrajecten)
18
3C
De ontgravingskaart (P80, 4 dieptetrajecten
22
3D
De toepassingskaart
26
Berekende statistische kentallen
BIJLAGE 5 Bodemkwaliteitskaart van de openbare weg
Bijlage 5A
27 27
43 43
44
Berekende statistische kentallen van de openbare weg
44
Bodemkwaliteitskaart Gemeente Amsterdam 2022
44
BIJLAGE 6 Overgangsrecht Wet bodembescherming en Besluit bodemkwaliteit
BIJLAGE 7
54 54
59
Toepassen chloridehoudende grond
59
Kaart dijkringen (ter bepaling chloridenorm)
61
BIJLAGE 8 Aanpak bodemverontreiniging met diffuus lood
BIJLAGE 9 Situaties van grondwaterverontreiniging en aanpak
BIJLAGE 10 Arseen in grondwater
BIJLAGE 11 Gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij CROW400
BIJLAGE 12 Inhoud XML-bestand
|
4
De bodemkwaliteitskaart
BIJLAGE 4
3
4
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
62 62
64 64
70 70
71 71
74 74
BIJLAGE 1 Toetsingsregels en risico’s gebiedsspecifiek beleid Toetsingsregel landbouw/natuur ontvangende bodem
Toetsingsregel landbouw/natuur toe te passen grond (na ontgraven)
Vanwege statistische keuzes bij het normeren van kwaliteitsklasse landbouw/natuur is er bij onbelaste bodems (‘schone grond’) toch altijd een kleine kans (5%) dat na analyse van dergelijke bodems blijkt dat de kwaliteitsklasse landbouw/ natuur wordt overschreden. Deze kans neemt toe naarmate er meer stoffen worden geanalyseerd. Om te voorkomen dat onbelaste bodems, ten onrechte, worden gekarakteriseerd als bodem die niet voldoet aan landbouw/natuur, wordt een toetsingsregel (overschrijdingsregel) toegepast. Deze toetsingsregel is terug te vinden in de Regeling bodemkwaliteit 2022 (art. 7.8, 5e lid) en luidt als volgt:
Een partij grond of baggerspecie wordt voor het toepassen op of in de landbodem volgens paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving in de volgende kwaliteitsklassen ingedeeld: • Kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’ • ‘wonen’ • ‘industrie’ • ‘matig verontreinigd’ • ‘sterk verontreinigd’
De bodem wordt in de kwaliteitsklasse landbouw/ natuur ingedeeld als bij meting van ten minste X stoffen* in de grond of baggerspecie de concentratie van ten hoogste Y stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse landbouw/natuur overschrijden (zie Tabel B1.1). De verhoging mag per stof maximaal 2x de concentratie waarde landbouw/natuur voor die stof bedragen, met dien verstande dat voor alle stoffen, met uitzondering van nikkel (Ni), tevens geldt dat de concentratie van een stof niet hoger is dan de concentratiewaarde voor de kwaliteitsklasse ‘wonen’ (bovengrens). Als dit laatste wel het geval is wordt de bodem in een kwaliteitsklasse ingedeeld met toepassing van het zevende en achtste lid van art 7.8 Rbk. Zie onder kopje ‘toetsingsregel wonen’.
Voor de indeling van toe te passen grond in de kwaliteitsklasse landbouw/natuur geldt een toetsingsregel, vergelijkbaar met de toetsingsregel voor de ontvangende bodem. Zie artikel 5.11 en 5.25 van de Regeling bodemkwaliteit 2022. De bodem wordt in de kwaliteitsklasse landbouw/natuur ingedeeld als bij meting van ten minste X stoffen* in de grond of baggerspecie de concentratie van ten hoogste Y stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse landbouw/natuur overschrijden (zie Tabel B1.1). De verhoging mag per stof maximaal 2x de concentratiewaarde landbouw/natuur voor die stof bedragen, met dien verstande dat voor alle stoffen, met uitzondering van nikkel (Ni), tevens geldt dat de concentratie van een stof niet hoger is dan de concentratiewaarde (bovengrens) voor de kwaliteitsklasse ‘wonen.’
Toetsingsregel wonen ontvangende bodem
Tabel B1.1 X- en Y-waarden bij de toetsingsregel van de kwaliteitsklasse landbouw/natuur en wonen X*
Y
3-6
1
7-15
2
16-26
3
27-36
4
37
5
*H et aantal toetsbare gemeten stoffen (bijv. de meting van som PAK 10 wordt als één meting geteld).
4
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
Uitgangspunt bij de indeling in kwaliteitsklassen van de ontvangende bodem is dat de rekenkundige gemiddelden van gemeten stoffen (in de ontvangende bodem) moeten voldoen aan de concentratiewaarden die horen bij de klassegrenzen van de kwaliteitsklassen wonen en industrie. Echter, voor het indelen van een bodemkwaliteitszone (ontvangende bodem) of toepassingslocatie in de kwaliteitsklasse wonen geldt een bijzondere toetsingsregel. Die regel moet voorkomen dat een gebied of zone door overschrijding van één parameter wordt ingedeeld in de kwaliteitsklasse industrie. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen de minder strenge eisen van de klasse industrie gelden en de
bodemkwaliteit van het gebied over de hele linie verslechtert. De bijzondere toetsingsregel is opgenomen in artikel 7.8, 7e en 8e lid van de Regeling bodemkwaliteit 2022 en luidt als volgt: De bodem wordt in de kwaliteitsklasse wonen ingedeeld als bij meting van ten minste X stoffen in de grond of baggerspecie de concentratie van ten hoogste Y stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse wonen overschrijden (zie Tabel B1.1 voor de X- en Y-waarden). De overschrijding mag per stof ten hoogste de concentratiewaarde (ondergrens) voor de kwaliteitsklasse wonen vermeerderd met de concentratiewaarde (bovengrens) voor de kwaliteitsklasse landbouw/natuur voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de concentratie van een stof niet hoger is dan de concentratiewaarde (ondergrens) voor de kwaliteits klasse industrie.
Risico’s bij gebiedsspecifiek beleid Beschermingsniveau’s In het gebiedsspecifieke kader worden er 7 bodemfuncties onderscheiden, met elk een bepaald beschermingsniveau. Deze bescherming wordt voor humane risico’s bepaald door het feit of er veel of weinig bodemcontact is. Bij veel bodemcontact moet de concentratie aan stoffen lager zijn dan wanneer er weinig bodemcontact is. Bij ecologische risico’s wordt het beschermingsniveau bepaald door het feit of de verontreiniging invloed heeft op het ecosysteem. Er kan gekozen worden voor een hoog, gemiddeld of laag ecologisch beschermingsniveau. Ook speelt de mate van doorvergiftiging een rol [Lit. 27 en 28]. Per zone is bekeken voor welke bodemfuncties welk beschermingsniveau vereist is om humane en ecologische risico’s te beperken of te voorkomen (zie tabel B1.2).
Tabel B1.2 Beschermingsniveau’s per bodemfunctie Zone
Bodemfunctie
Humaan Mate bodem contact
Humaan Mate gewas consumptie
Ecologie Beschermingsniveau
Ecologie doorvergiftiging
1, 2 en 3
Wonen met tuin Plaatsen waar kinderen spelen Moestuinen/volkstuinen Landbouw Natuur Groen met natuurwaarden Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie
veel veel veel veel weinig weinig weinig
beperkt geen gemiddeld beperkt geen geen geen
gemiddeld gemiddeld hoog hoog matig matig
nvt nvt nvt gemiddeld hoog nvt nvt
4, 5, 6 en 7
Wonen met tuin Plaatsen waar kinderen spelen Groen met natuurwaarden Ander groen, bebouwing,
weinig weinig weinig weinig
geen geen geen geen
matig matig matig matig
nvt nvt nvt nvt
Bij de keuze van een beschermingsniveau wordt er vanuit gegaan dat de bodem in de gebieden met een oudstedelijke ophooglaag (zone 4, 5, 6 en 7) anders gebruikt wordt dan in de naoorlogse gebieden (zones 1, 2 en 3). In de eerstgenoemde gebieden is sprake van extensief gebruik van de tuin, er is weinig bodemcontact en er vindt geen gewasconsumptie uit eigen tuin plaats. Op plaatsen waar kinderen spelen is weinig bodemcontact omdat de kinderspeelplaatsen in deze gebieden vrijwel allemaal zijn afgedekt. Berekeningen Risicotoolbox Grond afkomstig van zones met een klassificering ‘industrie’ (of landbouw/natuur of wonen, maar dat is hier niet rele-
5
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
vant) mag (onder voorwaarden) zonder onderzoek worden hergebruikt. Echter, wanneer de 95-percentielwaarde (P95) boven de interventiewaarde ligt, bestaat er de kans dat in de bodemkwaliteitszone grond voorkomt die leidt tot een overschrijding van het saneringscriterium. Daarom schrijft de Richtlijn Bodemkwaliteitskaarten [Lit. 7] voor dat in dergelijke zones de P95-waarde wordt getoetst met de risicotoolbox. Anders wordt mogelijk zonder onderzoek grond toegepast, met een onaanvaardbaar humaan risico als gevolg. Grond uit zone 3 komt voor hergebruik in aanmerking zonder bodemonderzoek, de ontgravingskwaliteit (80-percentiel) voldoet aan klasse industrie. Om te onderzoeken voor welke functies hierdoor een onaanvaardbaar humaan risico zou
kunnen optreden wanneer deze grond vrij wordt toegepast, zijn berekeningen gedaan met de Risicotoolbox1. In praktijk leidt lood het snelste tot een risico, daarom is lood gebruikt als maatgevende parameter2. Zie Tabel B.1.3 voor het resultaat van deze berekeningen. De conclusie is dat wanneer sprake is van de functies ‘wonen met tuin’, ‘plaatsen waar kinderen spelen’, ‘landbouw’ en ‘moestuin/volkstuin’ er sprake kan zijn van een onaanvaardbaar humaan risico bij toepassing van grond uit deze zone. Daarom moet de grond voor toepassing op deze bodemfuncties worden onderzocht en getoetst aan de toepassingseis. Voor toepassing van grond uit zone 3 op deze functies moet sowieso eerst
onderzoek worden gedaan, omdat de ontgravingskwaliteit van deze BKK-zone (klasse industrie) niet voldoet aan de toepassingseis voor deze bodemfuncties (landbouw/natuur en wonen). Zie ook Tabel 6.1 van het Beleidskader bodem. De ontgravingskwaliteit van grond uit de laag van 1,0 tot 2,0 m-mv van zone 5 en de laag dieper dan 2,0 m-mv van zone 6 en 7 voldoet aan klasse industrie en zou eventueel, bij apart ontgraven, ook kunnen worden hergebruikt zonder onderzoek, maar gezien de sterk verontreinigde lagen hierboven is dit een theoretisch scenario. Er is voor deze bodemlagen daarom geen risicobeoordeling uitgevoerd.
Tabel B.1.3 Risicobeoordelingen op basis van lood in zone 3 in relatie tot verschillende bodemfuncties op basis van P95, waarbij de P95 van de dieptelagen (zoals onderdeel van Bijlage 4) zijn teruggerekend naar een absolute meetwaarde. De getallen geven een risico-index aan, een getal > 1 betekent dat er sprake is van een onaanvaardbaar humaan risico op basis van standaard modelinvoer voor de bodemfunctie. Bodemfunctie
Lood 456 (meetwaarde)
509
606
842
0-0,5 m-mv
0,5-1 m-mv
1-2 m-mv
>2 m-mv
H=5,5, L=5,8
H=6,6, L=6,6
H=7,9, L=8,9
H=10,9, L=11,0
Wonen met tuin
0,84
0,94
1,12
1,55
Plaatsen waar kinderen spelen
0,80
0,90
1,07
1,49
Moestuin/volkstuin
1,17*
1,31
1,56
2,16
Landbouw
0,84
0,94
1,12
1,55
Groen met natuurwaarden
0,16
0,18
0,21
0,30
Natuur
0,16
0,18
0,21
0,30
Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie
0,16
0,18
0,21
0,30
* De standaard modelinvoer voor deze bodemfunctie gaat uit van een consumptie uit eigen tuin van 50% van het totaal aan blad- en knolgewassen op jaarbasis.
1 Risicotoolbox bodem: Instrument voor de toetsing van bodemkwaliteit en risico’s. Deze toetsing maakt onderdeel uit van het gebieds specifieke spoor van het bodembeleid. Zie RisicotoolboxBodem.nl | Risicotoolbox Bodem. 2 Ook PCB’s kunnen al bij waarden beneden de interventiewaarde leiden tot een risico. Deze risico’s worden echter getoetst op basis van de individuele PCB’s, voor de bodemkwaliteitskaart wordt gebruik gemaakt van een som-parameter die als zodanig niet is te toetsen.
6
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
BIJLAGE 2 De bodemfunctiekaart De gemeente Amsterdam heeft volgens een verplichting onder het oude Besluit bodemkwaliteit (art 55 Bbk, oud) reeds een bodemfunctiekaart vastgesteld. Via overgangsrecht komt deze kaart in het ‘tijdelijk deel’ van het omgevingsplan terecht. Bij de indeling in bodemfunctieklassen (landbouw/ natuur, wonen en industrie) wordt rekening gehouden met de functie die in het omgevingsplan aan de locatie is toebedeeld (art. 5.89p Bkl). De bodemfunctiekaart speelt een rol bij het toepassen van grond. Op de bodemfunctiekaart is het grondgebied van Amsterdam ingedeeld in de bodemfunctieklassen landbouw/ natuur, wonen en industrie. Dat is niet op het niveau van percelen gebeurd (enkele uitzonderingen daargelaten), maar op het niveau van een groter gebied of deelzone. Voor die indeling in klassen is meestal het huidige dominante bodemgebruik in een gebied als maatgevend genomen. In een aantal gebieden wordt echter zowel gewoond als gewerkt, zonder dat een van die functies sterk overheerst. In zulke gevallen was de meest gevoelige bodemfunctieklasse bepalend, in dit geval wonen. De landbouw- en natuurgebieden (inclusief moes/volks tuinen) zijn vanwege hun gevoeligheid voor bodemverontreiniging ingedeeld in de bodemfunctieklasse landbouw/natuur. Zulke gebieden mogen alleen grond ontvangen die voldoet aan de kwaliteitsklasse landbouw/natuur.
Parken, sportparken en recreatiegebieden vallen onder de bodemfunctieklasse wonen, behalve als ze ecologisch waardevol zijn. Grote infrastructuur, zoals rijkswegen, provinciale- en hoofdverkeerswegen, spoorwegen en rangeerterreinen zijn, inclusief hun bermen, ingedeeld in de bodemfunctieklasse industrie. Minder forse infrastructuur (gemeentelijke wegen, inclusief bermen, stoepen, fietspaden) is vanwege het grove detailniveau van de kaart niet apart ingetekend, maar valt eveneens onder de bodemfunctie klasse industrie. In de meeste gevallen is het onderscheidend vermogen van de bodemfunctiekaart voldoende om de lokale bodemfunctie te bepalen. Echter, binnen de functie ‘wonen’ kan sprake zijn van een woning met tuin of een woning zonder tuin, terwijl daar een verschillende toepassingseis kan gelden.
7
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
Voor het toepassen van aanvulgrond/leeflaag op deze bodemfunctie moet de situatie ter plaatse worden vastgesteld en de bijpassende toepassingseisen worden bepaald. Sommige gebieden in de bodemfunctiekaart zijn ingedeeld onder landbouw/natuur vanwege de kwetsbaarheid voor bodemverontreiniging. Bijvoorbeeld het landelijk gebied van Amsterdam-Noord, Nieuw West, Oost en Zuidoost is op de bodemfunctiekaart aangeduid als landbouw/natuur. Maar ook andere gebieden waarin eventuele bodemverontreiniging risico’s kan opleveren voor mensen, dieren of gewassen zijn aangeduid als landbouw/natuur, zoals bijvoorbeeld de volkstuin- en schooltuincomplexen, ecologisch waardevolle gebieden en ecologische verbindingszones (‘ecolinten’). De consequentie hiervan is dat de kwaliteit van aan te brengen grond moet voldoen aan de kwaliteitsklasse landbouw/natuur. Omdat de bodemkwaliteit in deze gebieden (met uitzondering van enkele zones in Amsterdam-Noord, West en Oost) voldoet aan de kwaliteitsklasse landbouw/ natuur (stand-still principe) heeft dit geen ingrijpende gevolgen voor het grondverzet. De betreffende gebieden zijn weergegeven in Tabel B2.1.
De functieklassen wonen en industrie Er is voor gekozen om binnen de gemeente Amsterdam alle gebieden met woondoeleinden (inclusief de boerenerven) in te delen in de functieklasse wonen, ook al is er soms sprake van weinig bodemcontact door de mens (bij ‘wonen zonder tuin’ (bebouwing)). Stadsparken en sportvelden vallen ook onder wonen, behalve als ze ecologisch waardevol zijn of vallen binnen de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur (PEHS), tegenwoordig Natuurnetwerk Nederland (NNN) genoemd of Groene As (in deze gevallen worden ze ingedeeld onder landbouw/natuur). Gebieden binnen de Amsterdamse Hoofdgroenstructuur hebben een recreatiefunctie en vallen dus in principe onder de functieklasse wonen. Rijks- en hoofdverkeerswegen en de bodem onder spoorwegen en rangeerterreinen, inclusief bermen, zijn ingedeeld onder industrie. Overige infrastructuur is vanwege het detailniveau niet op de kaart ingetekend, maar valt eveneens onder de bodemfunctieklasse industrie.
8
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
Tabel B2.1 Gevoelige gebieden Stadsdeel Noord
West
Nieuw-West
Oost
Zuid
Zone
Bodemkwaliteitsklasse
Gebruik
1
Landbouw/natuur
Volkstuinparken Buikslotermeer, Wijkergouw, Rust en Vreugd, Kweeklust, Tuinwijck en De Molen Ecozone Nieuwendammerdijk Nutstuin de Swaenen Schooltuin Broekhuysen-Leewis
2
wonen
Landelijk Noord en Burkmeerpolder, Wilmkebreekpolder, groen rond Kadoelerbreek Volkstuinpark Nieuwe Bongerd
3
industrie
Schooltuin Schaap Volkstuinpark Buitenzorg Ecozone Vliegenbos
s
nader te bepalen
Volgermeerpolder Slochtereiland
2
wonen
Volkstuinpark Zonnehoek
3
industrie
Groenstrook ten zuiden van volkstuinpark Sloterdijkermeer Volkstuinpark Sloterdijkermeer en Nut en Genoegen Schooltuin De Roos
1
Landbouw/natuur
Piet Wiedijkpark, Vrije Geer, ecolint Baden Powellweg, Ookmeerweg en Wijsentkade Volkstuinparken Vredelust, Eigen Hof, Ons Buiten, Lissabon, Het Nieuwe Bijenpark, Osdorp, De Eendracht en TIGENO Nutstuin De Oase, Lutkemeer en De Ark Schooltuinen Osdorp, De Blijdestijn, De Toorop, De Nijkamp en De Ridderbos Landbouwgebieden (Lutkemeer, Osdorper binnen- en bovenpolder, Oude Haagseweg) Christoffel Plantijnpad en oostoever Sloterplas (onderdeel van Groene As) Rembrandtpark en Sloterpark (onderdeel van Groene As) en deel Siegerpark Natuurgebied De Oeverlanden (Groene As)
2
wonen
Sportcomplex Sloten (Groene As)
3
industrie
Siegerpark (deel bebouwing)
7
>I-waarde
Lange Bretten
w
?
Volkstuinparken De Bretten en De Groote Braak
1
Landbouw/natuur
Groen rondom Sciencepark
2
wonen
Volkstuinpark Amstelglorie
3
industrie
Landelijk gebied (Groot Duivendrechtsche polder) Volkstuinparken Klein Dantzig, Chris Berger en Nieuwe Levenskracht Schooltuinen Vink en Kalff Nutstuin Amstelhof
s
nader te bepalen
Diemerzeedijk
1
Landbouw/natuur
Schooltuin Aemstel Oevers rond Zorgvlied en Amstelpark, ecolint A.J. Ernststraat en Amstelpark, ecozone Jaagpad, ’t Kleine Loopveld, natuurgebied De Oeverlanden (Groene As), Gijsbrecht van Aemstelpark
2
wonen
Beatrixpark
3
industrie
Koeien- en Schapenweide Vondelpark, zuidkant Nieuwe Meer, groengebied Koenenkade Bosbaan
Westpoort
1
Landbouw/natuur
Geuzenbos
Zuidoost
1
Landbouw/natuur
Natuur rondom Gaasperplas en Gaasperzoom Landelijk gebied tussen de Gaasp en Amsterdam Rijnkanaal (Gemeenschapspolder) Volkstuinparken Linnaeus en Frankendael Nutstuin Driemond (ten noorden van Burg. Kasteleinstraat) Schooltuin Gaasperdam
2
wonen
Volkstuinpark De Vijf Slagen Schooltuin Wagner Landbouwgebied nabij Gaasperplas Nutstuin Driemond (ten zuiden van Burg. Kasteleinstraat) Natuurgebied de Hoge Dijk (eco-verbindingszone) en Bijlmerweide
1
Landbouw/natuur
Landelijk gebied (Bloemendalerpolder, Reaalspolder, Keverdijkse Polder, Aetsveldse Polder, de Horn Volkstuinen Kweeklust en van Houten
Weesp
9
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
BIJLAGE 3 De bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart Gemeente Amsterdam is in november 2022 vastgesteld, samen met de Nota bodembeheer. De bodemkwaliteitskaart is als bijlage toegevoegd aan het Beleidskader bodem onder de Omgevingswet en behoudt zijn geldigheid. Op de bodemkwaliteitskaart staat een aantal zones (gebieden) ingetekend. Een zone staat voor een bepaalde gemiddelde bodemkwaliteit in dat gebied, met een (gemiddeld) gehalte aan gemeten stoffen. Deze zonering van gebieden zegt dus iets over de globale kwaliteit van de lokaal bestaande c.q. ‘ontvangende bodem. De bodemkwaliteitskaart is eigenlijk een verzameling van kaarten: • De bodemkwaliteitskaart, met de kwaliteitsklassen van de ontvangende bodem (gebaseerd op het gemiddelde gehalte in een zone); • De ontgravingskaart, met de kwaliteitsklassen van vrijkomende grond bij ontgraven (gebaseerd op de P80-waarde 3in een zone); • De toepassingskaart, waarop de bodemfunctie en bodemkwaliteit samen de toepassingseis in het gebied bepalen.
Voorwaarden voor gebruik van de bodemkwaliteitskaart Aan het gebruik van een bodemkwaliteitskaart als milieuhygiënische verklaring voor de kwaliteit van de grond is een aantal voorwaarden verbonden. Deze luiden als volgt: • De bodemkwaliteitskaart moet zijn opgesteld overeenkomstig de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten, sept. 2007 en wijziging per 1-1-2019 en door het bevoegd gezag zijn vastgesteld [Lit. 7]; • De locatie van herkomst moet onderdeel uitmaken van de bodemkwaliteitskaart;
• De ontgravingsdiepte moet in overeenstemming zijn met de laagdikte die door de bodemkwaliteitskaart wordt beschreven; • Als de partij grond/baggerspecie ook is voorzien van een geldige andere milieuverklaring bodemkwaliteit (partijkeuring, erkende kwaliteitsverklaring) dan geldt die andere verklaring als milieuverklaring bodemkwaliteit, omdat deze een directere uitspraak doet over de kwaliteit van de betreffende partij grond of baggerspecie; • Als de 95-percentielwaarde van de zone van herkomst groter is dan de Interventiewaarde, moet via invoer van de 95-percentielwaarde in de risicotoolbox zijn vastgesteld dat op de locatie van toepassing bij die 95-percentielwaarde geen humane risico’s optreden. Is dat wel het geval dan moet de toe te passen grond een aanvullend onderzoek (partijkeuring) ondergaan4; • Wanneer tijdens de uitvoering afwijkingen worden geconstateerd door onvoorziene omstandigheden, waardoor alsnog sprake is van een verdachte locatie (bijvoorbeeld als gevolg van activiteiten of waarnemingen) is de bodemkwaliteitskaart niet van toepassing en moet alsnog aanvullend onderzoek worden gedaan. • De bodemkwaliteitskaart is opgesteld volgens de acht stappen in de Richtlijn Bodemkwaliteitskaarten (sept 2007). De stappen zijn niet precies zo genoemd in dit beleidskader, maar zijn wel gebruikt in het proces.
Wat valt niet onder de bodemkwaliteitskaart? De bodemkwaliteitskaart doet alleen een uitspraak over de ‘diffuse’ bodemkwaliteit. De kaart zegt dus iets over de algemene gemiddelde kwaliteit van een zone, op basis van het (historisch) gebruik van de bodem en gedane ophogingen (zoals de oudstedelijke ophooglaag). De kaart geeft dus geen
3 De P80-waarde (of 80-percentielwaarde) is de waarde waarbij 80 procent van de waarnemingen een waarde vertoont die onder die waarde ligt. De P80-waarde geeft een betrouwbaarder beeld van de bodemkwaliteit op een locatie dan alleen het gemiddelde van de waarnemingen. Daardoor treedt bij ontgraven minder snel ongewenste vermenging van schone en minder schone grond op. 4 Dit is het geval voor grond afkomstig van zone 3 met een geplande toepassing op een gebied met de bodemfunctie wonen met tuin, plaat sen waar kinderen spelen, landbouw en moestuin/volkstuin. Echter, grond uit deze zone mag sowieso niet met de BKK als milieuverklaring op deze bodemfuncties worden toegepast. Bij ontgraven en weer toepassen van grond uit zone 5 (laag 1-2 m-mv en >2 m-mv) en uit zone 6 en 7 (laag > 2m-mv) bestaat er ook kans dat humane risico’s optreden bij toepassen (95-percentielwaarde ligt hier ook boven de interventiewaarde), maar bij hergebruik vanuit deze zones moet sowieso altijd eerst onderzoek plaatsvinden. Zie ook Bijlage 1, kopje ‘Berekeningen Risicotoolbox’.
10
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
informatie over lokale puntbronnen van verontreiniging en verdachte locaties. Voorafgaand aan het gebruik van de bodemkwaliteitskaart moet daarom ook altijd een voor onderzoek naar eventuele puntbronnen worden uitgevoerd. Voor verdachte gebieden - en dus geen onderdeel van de bodemkwaliteitskaart - moet bij ontgraven eerst de kwaliteit van de grond worden onderzocht. Ook bij het toepassen van grond in deze gebieden moet eerst een bodemonderzoek van de ontvangende bodem worden gedaan. Op de ontgravingskaart (Bijlage 3C) staan de grijze gebieden voor deelgebieden waar de bodemkwaliteitskaart niet geldig is. Dit zijn veelal gesaneerde locaties waar een leeflaag is aangebracht of locaties die nog worden gesaneerd. De grond in gebieden die op de ontgravingskaart ingedeeld zijn als matig verontreinigd en >Interventiewaarde is niet toepasbaar met de bodemkwaliteitskaart. Desgewenst kan een partijkeuring worden uitgevoerd om te bepalen of de grond alsnog kan worden toegepast.
Programma van eisen Het Programma van Eisen voor het maken van een Amsterdamse bodemkwaliteitskaart maakt onderscheid tussen een beleidsmatige onderbouwing (van eventueel maatwerk) en een technisch-inhoudelijke onderbouwing van hoe de bodemkwaliteitskaart ‘onder de motorkap’ werkt. Technisch-inhoudelijk heeft de bodemkwaliteitskaart de volgende specificaties: • De bodemkwaliteitskaart omvat het grondgebied van de gemeente Amsterdam; • De volgende gebieden zijn uitgesloten van de bodem kwaliteitskaart: – Rijkswegen (inclusief wegbermen); – Spoorwegen en spoorgebonden gronden; – Gemeentelijke openbare wegen, inclusief wegbermen; – Locaties met, of verdacht van sterke bodemverontreiniging; – Gesaneerde locaties5 vallend onder het overgangsrecht Wet bodembescherming; – Waterbodems.
• Voor gemeentelijke openbare wegen is een aparte bodemkwaliteitskaart opgesteld (Bijlage 5); • De bodemkwaliteitskaart geldt voor de (land)bodemlaag van 0,0 tot 2,0 meter onder maaiveld. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in bovengrond (0,0 – 0,5 meter -mv), de laag van 0,5 tot 1,0 meter -mv, de laag van 1,0 tot 2,0 meter -mv en de laag dieper dan 2,0 meter -mv; • De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de stoffen van het standaard NEN5740 stoffenpakket 2009: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PCB's (som 7), PAK (VROM) en minerale olie; • De gegevens voor de bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig uit het bodeminformatiesysteem Nazca van de gemeente Amsterdam en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Voor beleidsmatige keuzes zijn de volgende specificaties meegegeven: • Eenduidig beleid, uitlegbaar en werkbaar, met duidelijke spelregels; • Een pragmatische aanpak, gericht op het faciliteren van de uitvoeringspraktijk; • Invulling geven aan deregulering en vermindering van de lasten voor burgers; • Beleid dat is toegespitst op de ruimtelijke praktijk: preventie, zodat geen nieuwe verontreinigingen ontstaan; • Mogelijkheid voor hergebruik (zonder onderzoek) van licht verontreinigde grond. Dit levert een besparing op van kosten voor onderzoek en transport.
Onderscheidende gebiedskenmerken In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten [Lit. 7] staat de volgende checklist, die behulpzaam is voor het onderscheiden van deelgebieden met een zekere bodemkwaliteit: • De bodemopbouw; • De gebruikshistorie; • De ontwikkeling van wijken of gebieden; • De (geo)morfologie (verschillende landschapsvormende processen); • Het huidige bodemgebruik. Als extra onderscheidend kenmerk kunnen ook bodem kwaliteitszones van een oudere bodemkwaliteitskaart worden gebruikt. Zo kan worden overwogen om deel-
5 Inclusief gesaneerde locaties met nazorgbeschikking (Diemerzeedijk, Volgermeerpolder, gesaneerde gasfabrieken, saneringslocaties in Westpoort enzovoort).
11
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
gebieden met een vergelijkbare historie, huidig gebruik en bodemkwaliteit samen te voegen tot een zone. Oorspronkelijke bodemopbouw De oorspronkelijke Amsterdamse bodem is een 12 tot 13 meter dik pakket uit het Holoceen. Het pakket bestaat uit een laag Hollandveen (2-3 meter) dat rust op lagen kleiig zand en zandige klei. Daaronder, op circa NAP -13 meter, ligt een compact basisveen pakket (circa 0,5 meter dik) dat de grens vormt tussen het Holoceen en het Pleistoceen. Onder het basisveen worden tot circa NAP – 32 meter goed doorlatende, zandige afzettingen aangetroffen. Daaronder ligt de eerste scheidende laag (Eemklei), onderdeel van een glaciaal bekken, dat aan de noordzijde van Amsterdam 30 meter dik is en aan de zuidzijde juist ontbreekt (hier loopt het Pleistocene zand dieper door). De bodemopbouw is echter niet overal in Amsterdam gelijk en wijkt op sommige plekken flink af van deze globale omschrijving. Historische ontwikkeling In Amsterdam is de bodem op veel plaatsen sterk verontreinigd. De vooroorlogse en naoorlogse wijken laten elk een ander verontreinigingsbeeld zien. Veel huizen in de binnenstad en in de vooroorlogse wijken (over het algemeen binnen de Ring A10) staan op de zogeheten oudstedelijke ophooglaag.
Het ophoogmateriaal is van lokale oorsprong, zoals grachtenslib of baggerslib uit het IJ, dat door bedrijvigheid en het dumpen van stadsafval verontreinigd is geraakt en bevat daarnaast veel puin. Verontreinigd baggerslib uit het IJ is in het verleden gebruikt om de grond bouwrijp te maken voor de aanleg van woonwijken. Ondergrondse (huisbrand) olietanks hebben lokaal bodem en grondwater verontreinigd met minerale olie. Ook rond garagebedrijfjes en werkplaatsen is de bodem vaak vervuild. De bodem in de historische binnenstad is vooral verontreinigd met lood, koper, zink en PAK in verschillende concentraties. Amsterdam is een oude havenstad en had eeuwenlang veel scheepswerven rond het IJ. De havenactiviteiten hebben zich inmiddels verplaatst naar het Westelijk Havengebied. Oude haventerreinen op de Noordelijke IJ-oever en op de Westelijke eilanden zijn vaak ernstig vervuild met PAK (teer), zware metalen, asbest en minerale olie. Ook de gasfabrieken (steenkoolvergassing), die in de 19e eeuw buiten de oude stadskern werden gebouwd (Oostergasfabriek, Westergas- en Zuidergasfabriek) veroorzaakten een aanzienlijke bodemverontreiniging met onder meer cyanide, PAK (met name naftaleen) en benzeen. De meeste terreinen zijn inmiddels gesaneerd of geïsoleerd. Tot slot werden, tot het begin van de jaren '80, op grote schaal giftige en soms zelfs
12
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
radioactieve stoffen op locaties rond Amsterdam gedumpt, zoals bij de Diemerzeedijk (legaal) en in de Volgermeerpolder (illegaal). Deze locaties zijn inmiddels gesaneerd (geïsoleerd), maar blijven nazorg vergen. Naoorlogse wijken De bodem van de naoorlogse wijken en het Westelijk Havengebied buiten de Ring A10 is over het algemeen opgespoten met een homogene ‘schone’ zandlaag op het Hollandveen. Het zand is in de meeste gevallen afkomstig uit zandwinputten rondom de stad. Ook in deze gebieden komen echter verontreinigingen voor door calamiteiten met chemicaliën of olie, het lekken van brandstoffen of het illegaal storten van giftige stoffen, asbest of verontreinigde grond. In de bodem van voormalige tuinbouwgebieden in Nieuw-West worden soms bestrijdingsmiddelen aangetroffen en asbest. Landbouwgebieden zoals Landelijk Noord zijn veelal niet opgehoogd en slechts licht verontreinigd. Ook daar zijn echter plekken (zoals kades en erven) die met puin en sintels zijn aangelegd en mogelijk bodemverontreiniging hebben veroorzaakt.
Selecteren beschikbare gegevens Voor de bodemkwaliteitskaart zijn bodemgegevens gebruikt uit het bodeminformatiesysteem Nazca. Er is gebruik gemaakt van gegevens met een onderzoeksdatum van na 1 januari 2016. Voor het opstellen van de huidige bodemkwaliteitskaart zijn de volgende typen bodemonderzoeken geselecteerd: • Onderzoeken die niet als aanleiding hebben: een calamiteit, vermoeden van- of melding van verontreiniging; • Onderzoeken van de volgende typen: Avr (aanvullend), Brf (brief), Fax, Indicatief onderzoek, Nul- of eindsituatie onderzoek, Oriënterend onderzoek, Verkennend onderzoek. Gegevens van nadere onderzoeken, saneringsonderzoeken, tankonderzoeken, saneringsevaluaties en monitoringen zijn buiten beschouwing gelaten, omdat dit onderzoeken zijn die zich concentreren op een locatiespecifieke verontreiniging en ze niet de diffuse achtergrondwaarde vertegenwoordigen. Bij gesaneerde locaties zijn de gegevens van de grond die is ontgraven uit het bestand verwijderd. Op die manier blijft het gegevensbestand actueel. (Meng)monsters met locatiespecifieke verontreinigingen (zoals bijvoorbeeld minerale olie bij tankstations) zijn niet meegenomen, evenals verontreinigingen veroorzaakt door bodemvreemd materiaal (sintels, slakken en dergelijke).
Gegevens van onderzoeken waarbij de analyse betrekking had op een gehele bodemkolom, zoals bij onderzoek ten behoeve van ondergrondse afvalcontainers, zijn buiten beschouwing gelaten. Ook gegevens van vóór 2016 zijn niet meegenomen, omdat ze geen betrouwbaar beeld meer geven. Alleen op plekken waarvan geen nieuwere bodemgegevens beschikbaar waren en waar geen bouwactiviteiten hebben plaatsgevonden, zijn nog oude gegevens gebruikt.
Dataset bodemkwaliteitskaart Uit bovenstaande selectie van bodemonderzoeken zijn de (meng)monsters verzameld voor de berekeningen die aan de bodemkwaliteitskaart ten grondslag liggen. Het totaal aan onderzoeksgegevens (de zogeheten ‘dataset’) is ingevoerd in een GIS-programma (QGIS) en gelinkt aan de zones uit de voorgaande bodemkwaliteitskaart. De (meng)monsters zijn daarbij toegedeeld aan vier bodemlagen: de toplaag 0 tot 0,5 m-mv, de laag van 0,5 tot 1,0 m-mv, de laag van 1,0 tot 2,0 m-mv en de laag vanaf 2,0 m-mv. Gehalten beneden de detectielimiet zijn vervangen door een bruikbaar gehalte bestaande uit de detectielimiet x 0,7. De gegevens zijn weergegeven op kaart. Van alle geschikt bevonden monsters zijn de coördinaten bepaald en zijn de analyses getoetst aan de kwaliteitsklassen landbouw/natuur, wonen, industrie, matig verontreinigd (> klasse industrie) en sterk verontreinigd (> interventiewaarde). De statistische berekeningen (gemiddelden, percentielwaarden) staan vermeld in Bijlage 4. De bodemkwaliteitskaart en statistische kentallen van de openbare weg staan weergegeven in Bijlage 5.
Omrekening naar standaardbodem De gehalten en toepassingseisen die in dit beleidskader en de bodemkwaliteitskaart worden gehanteerd zijn omgerekend naar een ‘standaardbodem’ (25% lutum en 10% humus). Om te bepalen of een geplande toepassing is toegestaan, moeten gehalten zijn omgerekend naar een standaardbodem. De berekeningswijze staat beschreven in onderdeel II van Bijlage G en vloeit voort uit de artikelen 5.9, 5.23 en 7.7 van de Regeling Bodemkwaliteit 2022.
13
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
Indeling in deelgebieden Het beheergebied is ingedeeld in deelgebieden. Daarbij is gebruik gemaakt van criteria die de bodemkwaliteit in een gebied bepalen en duidelijk verschillen van andere gebieden of wijken in de stad. Voor Amsterdam zijn deze criteria: • Bodemopbouw (o.a. wel of niet opgehoogd); • Ophooggeschiedenis en gebruikshistorie; • Het huidige gebruik van de bodem (wonen, industrie, landelijk gebied). Om te toetsen of deelgebieden konden worden samengevoegd tot een bodemkwaliteitszone en om te toetsen of de zones van de vorige BKK nog juist zijn, zijn stippenkaarten gemaakt van de dataset.
Betrouwbaarheid en statistische kentallen De Richtlijn schrijft voor dat, om een voldoende betrouwbaar beeld van de bodemkwaliteit van een gebied te hebben, de deelgebieden tenminste aan de volgende voorwaarden moeten voldoen: • Van elk deelgebied en bodemlaag moeten tenminste 20 meetgegevens bekend zijn. Van elk niet-aaneengesloten deel van een zone moeten tenminste 3 meetgegevens beschikbaar zijn; • In elk deelgebied moeten de gegevens voldoende verspreid liggen zodat, als een gebied in 20 gelijke vlakken wordt verdeeld, er in tenminste 10 vlakken één of meer waarnemingen zijn; • Er zijn geen gebieden in een deelgebied met duidelijk afwijkende gehalten of op- of aflopende gehalten. Van enkele gebieden is het nodig gebleken om aanvullende bodemonderzoeksgegevens te verzamelen. Dit is gebeurd door voornamelijk oudere bodemonderzoeken te selecteren van locaties waar geen bouwactiviteiten, of andere activiteiten in de bodem hebben plaatsgevonden. Er zijn enkele gebieden waar te weinig gegevens bekend zijn om het gebied op te nemen in de bodemkwaliteitskaart. Dit zijn Tuinpark de Groote Braak, Volkstuinpark De Bretten, begraafplaats Buitenveldert, Autopark Muiden en Waternet steunpunt Weesp. Deze gebieden zijn op de bodemkwaliteitskaart wit gelaten. Bij grondverzet in dit gebied zal onderzoek naar de kwaliteit van de bodem moeten plaatsvinden.
In de deelgebieden waar sprake is van voldoende gegevens zijn deze ook voldoende gelijkmatig verspreid.
Vergelijkbare deelgebieden zijn vervolgens samengevoegd tot bodemkwaliteitszones. In sommige gevallen zijn gebieden niet ingedeeld in een zone omdat het een bodemsaneringsgebied betreft waarvoor bijzondere voorwaarden (in een sanering/nazorgplan) gelden. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Volgermeerpolder, de Diemerzeedijk, het Zeeburgereiland en de terreinen van de Westergasfabriek en Oostergasfabriek. Ondanks het feit dat de indeling in zones zo is gekozen dat binnen een gebied een vergelijkbare bodemkwaliteit kan worden verwacht, is er binnen iedere zone toch een bepaalde mate van variabiliteit aanwezig. De meeste gehalten zullen rond het gemiddelde liggen, maar er zijn ook hoge en lage gehalten. De percentielwaarde, bijvoorbeeld het 80-percentiel (P80), geeft het getal aan waar 80% van de gehalten onder ligt.
Bodemkwaliteitsklassen per zone Met behulp van de oude (aangepaste) bodemkwaliteitskaarten zijn berekeningen gemaakt van de achtergrondgehalten per deelgebied om de bodemkwaliteit met de nieuwste data te bepalen. Per bodemlaag en zone zijn berekeningen gedaan voor de volgende stoffen: tien metalen (barium, cadmium, chroom, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen), PCB’s (som 7) en minerale olie. De uitkomsten zijn getoetst aan de kwaliteitsklassen landbouw/natuur, wonen, industrie, matig verontreinigd (> klasse industrie) en sterk verontreinigd (> interventiewaarde). De volgende statistische parameters zijn bepaald: gemiddelde, 5-, 50-, 75-, 80-, 90-, 95 en 99-percentielwaarde, variatiecoëfficiënt, laagste waarde, hoogste waarde en aantal waarnemingen. De resultaten bleken in sommige gevallen af te wijken van eerdere bodemkwaliteitskaarten. De uitkomst (eindoordeel) van deze toetsing is weergegeven in Tabel B3.1.
14
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
Uit de kaarten komt een duidelijk patroon te voorschijn: de jonge wijken zijn schoon tot hooguit licht verontreinigd. In het centrum van Amsterdam (de vooroorlogse wijken) is de grond sterk verontreinigd, met name met lood. Deze verontreinigingen zijn vooral veroorzaakt door het gebruik van verontreinigd ophoogmateriaal en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in het verleden. De oude lintbebouwingen en boerenerven en de vooroorlogse wijken buiten de grachtengordel zijn verontreinigd met koper, kwik, lood, zink, PAK, minerale olie en PCB in de klasse industrie in de toplaag van 0 tot 0,5 m-mv, in de lagen eronder sterk verontreinigd met lood en zink. De zware industrie aan o.a. de Petroleumhaven en langs het IJ in Amsterdam-Noord heeft verontreinigingen met voornamelijk PAK en minerale olie veroorzaakt. In de meeste zones is de laag vanaf 2 m-mv (veelal het oorspronkelijk maaiveld, de laag onder de ophooglaag) schoner dan de bovengrond. Alleen in zone 7 is deze laag gemiddeld sterk verontreinigd. Wat opvalt is dat de zones 4, 5, 6 en 7 in de kaart allemaal een gemiddelde bodemkwaliteit hebben die boven de norm voor Industrie ligt. Waarom zijn die zones dan niet samengevoegd in één zone? De indeling in zones is gemaakt vanwege een hoog gehalte aan bepaalde stoffen in de bodem.
Samenvoegen van zones zou bijvoorbeeld betekenen dat een hoog gemiddelde aan stof X in zone 4 zou worden ‘weggemiddeld’ met de wellicht lagere gehalten van X in de zones 5, 6 en 7. Dat zou lokaal een vertekend beeld opleveren van de feitelijke situatie. De 7 zones staan beschreven in Tabel B3.1. Zie voor de zonekaart, de bodemkwaliteitskaart, ontgravingskaart en toepassingskaart de kaarten onder aan deze bijlage.
Tabel B3.1 De bodemkwaliteitszones BKK met aanwezige bodemfuncties, gemiddelde bodemkwaliteit (ontvangende bodem) en de kwaliteit bij ontgraven (gebaseerd op de 80-percentielwaarde (P80) van de lagen 0-0,5 m-mv, 0,5-1,0 m-mv, 1,0-2,0 m-mv en dieper dan 2,0 m-mv) Zone BKK
Voorkomende bodemfuncties
Gemiddelde kwaliteit zone (ontvangende bodem)
Kwaliteit bij ontgraven (P80)
1. Naoorlogse en jonge woonwijken, volkstuinparken, polders Osdorp, havengebied, Westpoort, landelijk gebied Weesp
Landbouw/natuur, Wonen, Industrie
0-0,5 m-mv:
landbouw/natuur
0-0,5 m-mv:
landbouw/natuur
0,5-1 m-mv:
landbouw/natuur
0,5-1 m-mv:
landbouw/natuur
1-2 m-mv:
landbouw/natuur
1-2 m-mv:
landbouw/natuur
> 2 m-mv:
landbouw/natuur
> 2 m-mv:
landbouw/natuur
0-0,5 m-mv:
wonen
0-0,5 m-mv:
wonen
0,5-1 m-mv:
wonen
0,5-1 m-mv:
wonen
1-2 m-mv:
wonen
1-2 m-mv:
wonen
> 2 m-mv:
landbouw/natuur
> 2 m-mv:
landbouw/natuur
0-0,5 m-mv:
industrie
0-0,5 m-mv:
industrie
0,5-1 m-mv:
industrie
0,5-1 m-mv:
industrie
1-2 m-mv:
industrie
1-2 m-mv:
industrie
> 2 m-mv:
industrie
> 2 m-mv:
wonen
0-0,5 m-mv:
> interventiewaarde
0-0,5 m-mv:
> interventiewaarde
0,5-1 m-mv:
> interventiewaarde
0,5-1 m-mv:
> interventiewaarde
1-2 m-mv:
> interventiewaarde
1-2 m-mv:
> interventiewaarde
> 2 m-mv:
industrie
> 2 m-mv:
> interventiewaarde
0-0,5 m-mv:
> interventiewaarde
0-0,5 m-mv:
> interventiewaarde
0,5-1 m-mv:
> interventiewaarde
0,5-1 m-mv:
> interventiewaarde
1-2 m-mv:
> interventiewaarde
1-2 m-mv:
industrie
> 2 m-mv:
industrie
> 2 m-mv:
industrie
0-0,5 m-mv:
industrie
0-0,5 m-mv:
> interventiewaarde
0,5-1 m-mv:
> interventiewaarde
0,5-1 m-mv:
> interventiewaarde
1-2 m-mv:
> interventiewaarde
1-2 m-mv:
> interventiewaarde
> 2 m-mv:
industrie
> 2 m-mv:
industrie
0-0,5 m-mv:
> interventiewaarde
0-0,5 m-mv:
> industrie
0,5-1 m-mv:
> interventiewaarde
0,5-1 m-mv:
> industrie
1-2 m-mv:
> interventiewaarde
1-2 m-mv:
> industrie
> 2 m-mv:
> interventiewaarde
> 2 m-mv:
industrie
2. Naoorlogse woonwijken, volkstuin parken en delen landelijk gebied (Noord) en Zuidoost
Landbouw/natuur, Wonen, Industrie
3. Vooroorlogse woonwijken Noord, Bos en Lommer, de Baarsjes, Sloterdijk, lintbebouwing Osdorp en Weesp, Rivierenbuurt, Watergraafsmeer
Landbouw/natuur, Wonen, Industrie
4. Grachtengordel, oude binnenstad, Oostelijke Eilanden en Kadijken
Wonen, Industrie
5. Oude industriegebieden langs de IJ-oevers (oa NDSM-terrein), sportpark de Schinkel, oude dorpskern en industriegebied Weesp
6. Oud-West, Oud-Zuid, de Pijp, Oost, Schinkel- en Hoofddorppleinbuurt, Nieuwendammerham en Schellingwoude, gebied Jollenpad
7. Brettenzone, delen Kadoelen, delen Overhoeks
Wonen, Industrie
Wonen, Industrie
Wonen, Industrie, 3, 1
De ontgravingskaart en toepassingskaart Op de toepassingskaart (Bijlage 3D) is af te lezen welke kwa liteit grond op welke deelzone mag worden toegepast. Deze kaart is de resultante van het toetsen van de resultaten van de ontgravingskaart (Bijlage 3C) aan de toepassingseisen of kwaliteitseisen aanvulgrond/leeflaag op basis van de bodemfunctie. Zie Tabel B3.2. In deze tabel is ook de openbare weg opgenomen. Zie voor de BKK Openbare weg Bijlage 5 en 5A.
15
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
Tabel B3.2 Eindoordeel bodemkwaliteitszones, inclusief de openbare weg (laag 1= 0 tot 0,5 m-mv, laag 2= 0,5 tot 1,0 m-mv, laag 3= 1,0 tot 2,0 m-mv en laag 4= dieper dan 2 m-mv) Zone
BKK-klasse (ontvangende bodem, op basis van gemiddelde)
Bodemfunctieklasse
Toepassingseis*
Mogelijkheden hergebruik (ontgravingskaart, op basis van P80)**
1 (laag 1 t/m 4) 2 (laag 4)
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur (overal toepasbaar)
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur*
Wonen
Wonen
Wonen
Wonen Industrie
2 (laag 1 t/m 3)
Wonen
Industrie 3 (laag 1 t/m 4)
Industrie
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Industrie (laag 1 t/m 3)
Wonen
Wonen
Industrie
Industrie
Wonen (laag 4)
4 (laag 1 t/m 3)
>I-waarde
Wonen
Wonen
Niet toepasbaar
4 (laag 4)
Industrie
Wonen
Wonen
Niet toepasbaar
5 (laag 1 t/m 3)
>I-waarde
Wonen
Wonen
Niet toepasbaar (laag 1 en 2)
Industrie
Industrie
Industrie (laag 3)
Wonen
Wonen
Industrie
Industrie
Industrie
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Wonen
Wonen
Industrie
Industrie
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Wonen
Wonen
Industrie
Industrie
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Wonen
Wonen
Industrie
Industrie
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Wonen
Wonen
Industrie
Industrie
Industrie (laag 4)
5 (laag 4)
6 (laag 1)
6 (laag 2 en 3)
6 (laag 4)
7 (laag 1 t/m 4)
Industrie
Industrie
>I-waarde
>I-waarde
>I-waarde
Niet toepasbaar
Niet toepasbaar
Industrie
Niet toepasbaar
Openbare weg A (laag 1 t/m 4)
Landbouw/natuur
Industrie
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
B (laag 1 t/m 4)
Wonen
Industrie
Wonen
Wonen
C (laag 1 t/m 3)
Industrie
Industrie
Industrie
Industrie
C (laag 4)
Wonen
Industrie
Wonen
Industrie
D (laag 1 t/m 4)
Industrie
Industrie
Industrie
Industrie***
* Bij toepassingseis wonen geldt een gebiedsspecifieke eis dat bij toepassing op de bodemfuncties wonen met tuin en plaatsen waar kinderen spelen de toe te passen grond niet meer dan 100 mg/kg aan lood mag bevatten. Voor het landelijk gebied van Amsterdam Noord, de Wilmkebreekpolder en het landbouwgebied Zuidoost (zone 2) mag de ontgraven grond mag binnen de deelzone weer worden hergebruikt. ** Grond afkomstig uit de betreffende zone (zie ontgravingskaart, Bijlage 3C en Bijlage 4 (op basis van P80) is volgens deze kolom in de eigen zone of elders toe te passen (bijv. zone 2 heeft kwaliteit wonen, het deel van het grondgebied van deze zone met de functie wonen kan deze kwaliteit grond ontvangen)). *** Restricties voor hergebruik van grond uit zone D. Zie de voorwaarden in paragraaf 2.5 en 3.3 van dit beleidskader.
16
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
3A De zonekaart
17
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
3B-1 De bodemkwaliteitskaart, de laag van 0-0,5 m-mv
18
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
3B-2 De bodemkwaliteitskaart, de laag van 0,5-1,0 m-mv
19
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
3B-3 De bodemkwaliteitskaart, de laag van 1,0-2,0 m-mv
20
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
3B-4 De bodemkwaliteitskaart, de laag dieper dan 2,0 m-mv
21
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
3C-1 De ontgravingskaart, de laag van 0-0,5 m-mv
22
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
3C-2 De ontgravingskaart, de laag van 0,5-1,0 m-mv
23
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
3C-3 De ontgravingskaart, de laag van 1,0-2,0 m-mv
24
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
3C-4 De ontgravingskaart, de laag dieper dan 2,0 m-mv
25
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
3D De toepassingskaart
26
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
BIJLAGE 4 Berekende statistische kentallen Bodemkwaliteitskaart Gemeente Amsterdam 2022 Kwaliteitseis voor indeling in kwaliteitsklassen (in mg/kg) Stoffen
Landbouw/ natuur
Wonen
Industrie
Matig verontreinigd
I-waarde bodem
Barium6
920
Kleurcodes Voldoet aan kwaliteitsklasse n
Cadmium
0,6
1,2
4,3
13
13
Cobalt
15
35
190
190
190
Koper
40
54
190
190
190
Kwik
0,15
0,83
4,8
36
36
Lood
50
210
530
530
530
Molybdeen
1,5
88
190
190
190
Nikkel
35
39
100
100
100
Zink
140
200
720
720
720
PAK
1,5
6,8
40
40
40
Minerale olie
190
190
500
5000
5000
PCB (som7)
0,02
0,04
0,5
1
1
Landbouw/natuur
n Voldoet aan kwaliteitsklasse Wonen n Voldoet aan kwaliteitsklasse Industrie Matig verontreinigd n (> kwaliteitsklasse Industrie)
n Sterk verontreinigd (> Interventiewaarde) Kleurcodes Heterogeniteitsindex (HI)7 weinig heterogeniteit n Index < 0,2 n 0,2 < Index < 0,5 beperkte heterogeniteit n 0,5 < Index < 0,7 heterogeniteit sterke heterogeniteit n Index > 0,7
Bodemkwaliteitskaart Gemeente Amsterdam 2022 Berekende waarden 0-0,50 m-mv (in mg/kg) Zone 1 Laag 0 tot 0,5 m-mv Humus 3,17%, lutum 4,47%
Bodemkwaliteitsklasse (gem.): Kwaliteit bij ontgraven (P80):
Landbouw/natuur Landbouw/natuur
Stoffen
N
Min
P5
P50
P75
P80
P90
P95
P99
Max
Gem
VC
HI
Barium
1937
1
39
54
95
110
174
264,2
722,96
2364
97,59
1,36
NVT
Cadmium
1937
0
0,2
0,24
0,24
0,24
0,39
0,502
0,84
3,6
0,28
0,62
0,02
Cobalt
1937
0,1
5
7,4
9,3
10,2
12,3
14,4
24,01
190,1
8,52
0,68
0,05
Koper
1937
0,3
6,7
9,2
17,9
21,3
31
44,14
124,92
2635,1
19,12
3,60
0,25
Kwik
1937
0
0,05
0,05
0,11
0,14
0,24
0,372
1,32
8,05
0,14
2,86
0,01
Lood
1937
0
11
16
32
37
57
80
196,56
1615
30,98
2,18
0,14
Molybdeen
1937
0,035
0,35
1,05
1,05
1,05
1,05
1,05
2,20
42
0,83
1,27
0,00
Nikkel
1937
0,2
10,8
17,8
22,2
23,48
27,54
34,18
58,30
1055,6
20,57
1,30
0,36
Zink
1937
0
30
59
98
111
158
209
486,64
2159
84,41
1,29
0,31
PAK
1937
0,042
0,07
0,37
0,91
1,2
2,7
4,804
14,37
120
1,41
3,78
0,12
Minerale olie
1937
0
34
107
123
123
228,2
400
1207,76
3250
144,88
1,53
0,08
PCB (som7)
1937
0
0,008
0,025
0,025
0,027
0,045
0,07
0,19
2,45
0,03
2,15
0,06
6 De norm voor barium is tijdelijk ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg d.s. 7 De berekening van de heterogeniteitsindex is (P95-P5)/(I-AW).
27
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
Bodemkwaliteitskaart Gemeente Amsterdam 2022 Berekende waarden 0-0,50 m-mv (in mg/kg) Zone 2 Laag 0 tot 0,5 m-mv Humus 4,90%, lutum 5,82%
Bodemkwaliteitsklasse (gem.): Kwaliteit bij ontgraven (P80):
Wonen Wonen
Stoffen
N
Min
P5
P50
P75
P80
P90
P95
P99
Max
Gem
VC
HI
Barium
476
21
46,92
82
128,56
144
233,28
330
986,49
5038
141,67
2,37
NVT
Cadmium
476
0,05
0,19
0,24
0,32
0,38
0,52
0,65
1,08
3,13
0,31
0,73
0,04
Cobalt
476
2,86
4,7
7,4
9,9
10,7
13,83
17,00
36,08
112,5
9,40
0,80
0,07
Koper
476
1,77
7,1
15,8
27,2
31,30
42,82
57,9
156,98
434,5
23,44
1,40
0,34
Kwik
476
0,03
0,05
0,10
0,21
0,25
0,42
0,64
1,52
8,93
0,21
2,32
0,02
Lood
476
4,14
11
32
61
71
145
226,75
1291,5
7987
99,01
4,52
0,45
Molybdeen
476
0,04
0,35
1,05
1,05
1,05
1,05
1,5
4,38
16
0,89
1,08
0,01
Nikkel
476
8,17
11,4
19,22
24,6
25,9
30,25
37,93
86,78
583,33
22,84
1,27
0,41
Zink
476
10,13
33
83
124,25
148,17
284,5
484,25
1088,75
3495
145,78
1,78
0,78
PAK
476
0,07
0,07
0,61
1,5
2,2
5,10
9,28
64,31
300
3,63
5,26
0,24
Minerale olie
476
4,52
18,24
75
123
123
248,5
327,75
1162,5
1476
130,27
1,45
0,06
PCB (som7)
476
0
0,003
0,025
0,027
0,034
0,059
0,091
0,317
0,783
0,034
1,76
0,09
Zone 3 Laag 0 tot 0,5 m-mv Humus 5,52%, lutum 5,77%
Bodemkwaliteitsklasse (gem.): Kwaliteit bij ontgraven (P80):
Industrie Industrie
Stoffen
N
Min
P5
P50
P75
P80
P90
P95
P99
Max
Gem
VC
HI
Barium
1051
7
49,5
120
225
282
465
761
1888,5
3371
225,45
1,54
NVT
Cadmium
1051
0,05
0,2
0,3
0,6
0,68
1,11
1,69
3,93
8,42
0,56
1,31
0,12
Cobalt
1051
0,5
5,6
8,8
12,3
13,4
17,9
26,9
65,05
668
12,47
1,89
0,12
Koper
1051
0
7,2
25,98
49,3
58,8
91,1
147,74
494,3
1853,5
49,76
2,22
0,94
Kwik
1051
0,02
0,05
0,2
0,465
0,58
1,07
1,77
5,05
15,46
0,48
2,08
0,05
Lood
1051
0
11
74
173
220
374
632,5
1426,5
20581
183,85
3,78
1,29
Molybdeen
1051
0,35
0,35
1,05
1,05
1,05
1,05
1,6
3,85
53
1,01
2,09
0,01
Nikkel
1051
0
12,65
22,5
28,7
30,4
39,5
47,4
112,6
4233,9
29,87
4,39
0,53
Zink
1051
0
33
166
320,4
402
783
1374,5
2848
7593
340,62
1,69
2,31
PAK
1051
0,07
0,18
1,68
5,89
8,04
17,59
34
137,72
660
9,55
4,13
0,88
Minerale olie
1051
6
29
108
165
200
375
600
2550
17172
222,73
3,17
0,12
PCB (som7)
1051
0
0,005
0,025
0,025
0,028
0,05
0,095
0,464
8,916
0,045
6,42
0,09
28
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
Bodemkwaliteitskaart Gemeente Amsterdam 2022 Berekende waarden 0-0,50 m-mv (in mg/kg) Zone 4 Laag 0 tot 0,5 m-mv Humus 5,01%, lutum 4,85%
Bodemkwaliteitsklasse (gem.): Kwaliteit bij ontgraven (P80):
Sterk verontreinigd Sterk verontreinigd
Stoffen
N
Min
P5
P50
P75
P80
P90
P95
P99
Max
Gem
VC
HI
Barium
867
15
50
157
310
377,4
648,8
911,3
1795,92
4276
281,34
1,40
NVT
Cadmium
867
0,06
0,16
0,26
0,64
0,77
1,36
2,18
4,38
18,45
0,64
1,69
0,16
Cobalt
867
2,2
6,13
11,6
16,9
18,78
26,04
38
84,3
527,9
15,93
1,41
0,18
Koper
867
4,3
7,2
57,9
109,65
126,58
203,94
319,18
802,07
1846,2
100,00
1,53
2,08
Kwik
867
0,03
0,05
0,74
1,745
2,14
3,27
5,43
12,93
62,47
1,59
2,07
0,15
Lood
867
1
22
334
719
868,8
1370,6
1958,2
3816,42
14038
600,57
1,54
4,03
Molybdeen
867
0,11
0,35
1,05
1,05
1,05
1,5
2,2
4,77
120
1,22
3,38
0,01
Nikkel
867
2,9
13,1
23,3
31,3
34,34
46,7
64,11
124,30
460,5
29,55
0,95
0,78
Zink
867
12
33
261
546
662,4
1244,8
1850,3
3911
16029
521,39
1,73
3,13
PAK
867
0,04
0,22
1,9
7,6
10,46
24
52
170
2000
13,07
5,66
1,34
Minerale olie
867
11
35
123
246
300
577,4
1142,7
2952,68
29730
339,12
3,68
0,23
PCB (som7)
867
0
0,003
0,022
0,025
0,025
0,048
0,105
0,361
9,524
0,049
7,78
0,10
Zone 5 Laag 0 tot 0,5 m-mv Humus 3,55%, lutum 3,39%
Bodemkwaliteitsklasse (gem.): Kwaliteit bij ontgraven (P80):
Sterk verontreinigd Sterk verontreinigd
Stoffen
N
Min
P5
P50
P75
P80
P90
P95
P99
Max
Gem
VC
HI
Barium
278
34,72
53
161,5
467,25
561,8
1089,2
1716,7
4415,31
6588
443,39
1,82
NVT
Cadmium
278
0,11
0,22
0,24
1,06
1,26
2,51
6,88
24,76
78,56
1,87
3,61
0,54
Cobalt
278
3,7
5,6
10,8
20,5
24,36
39,19
51,10
116,99
268,79
19,07
1,39
0,26
Koper
278
5,8
7,2
36,42
125,1
182,28
505,01
759,66
3563,86
12685,7
240,40
3,93
5,02
Kwik
278
0,05
0,05
0,18
0,51
0,61
0,95
1,73
10,93
29,60
0,67
3,43
0,05
Lood
278
10
11
66,5
244
401,4
859
1606,35
5380,44 11218,27
380,19
2,74
3,32
Molybdeen
278
0,35
0,35
1,05
1,28
1,7
3,89
6,55
57,37
80
2,86
3,22
0,03
Nikkel
278
1,9
12,43
22,33
44,03
51,82
82,03
140
204,94
350
39,41
1,09
1,96
Zink
278
32
33
204
547,69
849,2
1699,8
2764,00
7907,87
36393
779,69
3,22
4,71
PAK
278
0,005
0,07
2,11
6,44
8
15,86
40,05
90,47
232,8
8,51
2,52
1,04
Minerale olie
278
5,19
52,4
141,47
370,28
433,2
719,9
1191,5
2486,94
3462
331,91
1,44
0,24
PCB (som7)
278
0,004
0,011
0,025
0,078
0,102
0,274
0,474
1,861
3,247
0,129
2,62
0,47
29
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
Bodemkwaliteitskaart Gemeente Amsterdam 2022 Berekende waarden 0-0,50 m-mv (in mg/kg) Zone 6 Laag 0 tot 0,5 m-mv Humus 5,93%, lutum 4,38%
Bodemkwaliteitsklasse (gem.): Kwaliteit bij ontgraven (P80):
Industrie Sterk verontreinigd
Stoffen
N
Min
P5
P50
P75
P80
P90
P95
P99
Max
Gem
VC
HI
Barium
1236
32
54
194
468,25
566
930
1279
2299
6200
380,81
1,31
NVT
Cadmium
1236
0,08
0,2
0,46
1,02
1,25
1,84
2,55
4,24
19,66
0,82
1,31
0,19
Cobalt
1236
2,4
6,3
11,3
16,63
18,5
25,25
34,8
70,58
298,8
14,90
1,07
0,16
Koper
1236
4,3
7,2
37,34
76,33
90,6
143,95
242,6
943,55
26896,6
105,55
7,56
1,57
Kwik
1236
0,05
0,05
0,36
0,91
1,22
2,36
4,80
17,58
40,97
1,27
2,70
0,13
Lood
1236
0
11
183,5
499
592
940
1365
2964,35
21537
436,20
2,51
2,82
Molybdeen
1236
0,35
0,35
1,05
1,05
1,05
1,6
2,3
11,65
260
1,56
4,97
0,01
Nikkel
1236
2,9
11,7
23,8
33,6
37,6
50,78
64,2
127,25
525
30,45
0,98
0,81
Zink
1236
14
33,22
354
824
1020
1607,5
2203,5
3455
62185
685,52
2,80
3,74
PAK
1236
0,07
0,35
3,29
10,53
13,45
28,17
56,02
175,39
585
13,25
2,67
1,45
Minerale olie
1236
2
39
123
213,25
259
425
737,75
2242,25
21500
258,41
3,11
0,15
PCB (som7)
1236
0
0,003
0,021
0,025
0,025
0,049
0,089
0,470
8,628
0,053
7,37
0,09
Zone 7 Laag 0 tot 0,5 m-mv Humus 6,10%, lutum 5,51%
Bodemkwaliteitsklasse (gem.): Kwaliteit bij ontgraven (P80):
Sterk verontreinigd Matig verontreinigd
Stoffen
N
Min
P5
P50
P75
P80
P90
P95
P99
Max
Gem
VC
HI
Barium
170
38
53,77
210
469,5
559,2
882,9
1392,6
2939,71
5010
404,02
1,51
NVT
Cadmium
170
0,15
0,21
0,48
0,91
1,10
1,67
2,95
9,64
68,95
1,28
4,22
0,22
Cobalt
170
3,2
5,61
12,01
17,33
18,52
25,43
31,33
55,69
80,9
14,43
0,72
0,15
Koper
170
6,4
7,2
44,82
84,67
99,28
180,3
269,4401
742,07
1120,3
84,87
1,67
1,75
Kwik
170
0,04
0,05
0,46
0,99
1,33
3,25
10,37
42,17
64,11
2,37
3,25
0,29
Lood
170
2
11
147,88
317,7704
347,60
524,48
788,34
1164,43 2842,357
238,27
1,32
1,62
Molybdeen
170
0,35
0,35
1,05
1,05
1,2
2,21
2,9
5,63
5,7
1,27
0,76
0,01
Nikkel
170
0,3
12,47
28,35
36,73
40,32
57,8
66,65
193,57
437,5
36,10
1,16
0,83
Zink
170
28
33
287,5
564,84
677,2
938,7
1220,728
1727,76
13355
478,52
2,22
2,05
PAK
170
0,07
0,35
5,26
21
27,37
64,54
128,54
717,57
1176,47
40,02
3,27
3,33
Minerale olie
170
19
44,31
200
496,62
590,4
1089,3
2000,65
4430,76
6667
486,90
1,78
0,41
PCB (som7)
170
0,001
0,005
0,034
0,091
0,126
0,281
0,495
2,059
3,050
0,142
2,67
0,50
30
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
Bodemkwaliteitskaart Gemeente Amsterdam 2022 Berekende waarden 0,50-1,0 m-mv (in mg/kg) Zone 1 Laag 0,5 tot 1,0 m-mv Humus 3,69%, lutum 4,88%
Bodemkwaliteitsklasse (gem.): Kwaliteit bij ontgraven (P80):
Landbouw/natuur Landbouw/natuur
Stoffen
N
Min
P5
P50
P75
P80
P90
P95
P99
Max
Gem
VC
HI
Barium
1334
1
37
54
71,75
89
135,739
205,35
552,38
7093
89,41
2,73
NVT
Cadmium
1334
0
0,18
0,24
0,24
0,24
0,30
0,45
0,75
2,06
0,26
0,48
0,02
Cobalt
1334
0,1
3,7
7,4
9,2
10,1
12,30
15,44
29,74
316,4
8,78
1,15
0,07
Koper
1334
0,3
6,5
7,2
13,9
15,84
25,17
39,44
133,64
2635,1
18,07
4,77
0,22
Kwik
1334
0
0,05
0,05
0,09
0,11
0,22
0,35
1,23
20,11
0,13
4,56
0,01
Lood
1334
0
10
11
25
30
49,70
78,65
250,01
1159,09
27,48
2,16
0,14
Molybdeen
1334
0,053
0,35
1,05
1,05
1,05
1,05
1,05
2,27
10
0,82
0,62
0,00
Nikkel
1334
0,2
8,2
17,1
21,6
23,04
27,77
33,67
48,87
1055,60
19,50
1,52
0,39
Zink
1334
0
30
33
76
88
129,70
190,35
452,47
3559
72,61
1,78
0,28
PAK
1334
0,024
0,07
0,35
0,67
0,89
1,93
4,02
22
345,14
1,70
7,18
0,10
Minerale olie
1334
0
34,82
123
123
123
221,56
351,40
887,46
8889
140,23
2,07
0,07
PCB (som7)
1334
0
0,006
0,025
0,025
0,025
0,038
0,069
0,240
0,735
0,031
1,60
0,06
Zone 2 Laag 0,5 tot 1,0 m-mv Humus 5,88%, lutum 6,29%
Bodemkwaliteitsklasse (gem.): Kwaliteit bij ontgraven (P80):
Wonen Wonen
Stoffen
N
Min
P5
P50
P75
P80
P90
P95
P99
Max
Gem
VC
HI
Barium
358
15,12
38,87
54
107,83
118,39
202,9
350,5
840,53
1292
112,44
1,34
NVT
Cadmium
358
0,05
0,14
0,24
0,24
0,286
0,48
0,80
2,87
19,96
0,41
3,07
0,05
Cobalt
358
1,86
4,47
7,4
10
10,9
14,1
17,72
33,78
82,9
9,21
0,70
0,08
Koper
358
1,54
6,7
11,25
23,95
27,93
45,13
68,88
221,58
2547,2
29,13
4,74
0,41
Kwik
358
0,02
0,05
0,06
0,2
0,24
0,47
0,85
2,72
7,07
0,23
2,36
0,02
Lood
358
3,68
10,91
22,64
55,63
74
150
223,96
463,86
4042
65,64
3,44
0,44
Molybdeen
358
0,04
0,35
1,05
1,05
1,05
1,05
1,4
3,86
7,2
0,87
0,78
0,01
Nikkel
358
3,00
8,2
17,5
23,63
25,68
32,03
38,67
86,10
119,6
20,69
0,66
0,47
Zink
358
7,79
31
62
109,27
129,18
261
527,9
992,08
2081
125,43
1,69
0,86
PAK
358
0,06
0,07
0,44
1,3
1,7
4,74
8,56
57,67
244,9
3,61
5,41
0,22
Minerale olie
358
5,19
21
94,5
123
150
250
405,6
956,11
2654
142,58
1,43
0,08
PCB (som7)
358
0
0,003
0,025
0,025
0,025
0,055
0,091
0,381
0,464
0,033
1,61
0,09
31
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
Bodemkwaliteitskaart Gemeente Amsterdam 2022 Berekende waarden 0,50-1,0 m-mv (in mg/kg) Zone 3 Laag 0,5 tot 1,0 m-mv Humus 6,57%, lutum 6,56%
Bodemkwaliteitsklasse (gem.): Kwaliteit bij ontgraven (P80):
Industrie Industrie
Stoffen
N
Min
P5
P50
P75
P80
P90
P95
P99
Max
Gem
VC
HI
Barium
954
7
44
105
202
254,8
426
698
2216,2
6200
219,66
1,87
NVT
Cadmium
954
0,05
0,15
0,24
0,4975
0,60
1,007
1,467
2,84
8,01
0,48
1,27
0,11
Cobalt
954
0,6
5,3
8,5
12,3
13,9
18,07
27,04
67,55
208,8
11,84
1,08
0,12
Koper
954
1,6
7,1
22,15
47,6
58,84
93,24
148,86
563,03
2043,3
52,17
2,86
0,95
Kwik
954
0,02
0,05
0,18
0,53
0,66
1,217
1,92
5,72
41,98
0,58
3,04
0,05
Lood
954
6
11
65,37
184,79
242,8
438,9
683,95
1652,92
2669
173,92
1,71
1,40
Molybdeen
954
0,35
0,35
1,05
1,05
1,05
1,5
2,1
4,69
53
1,09
1,97
0,01
Nikkel
954
0
10,10
21,1
28,275
30,54
38,27
47,68
107,73
4233,9
29,47
4,68
0,58
Zink
954
0
33
133,5
289,5
360,75
688
1072,5
2041,21
8841
299,12
1,93
1,79
PAK
954
0,04
0,16
1,26
5,39
7,89
17,68
31,35 201,6403
4361,7
15,11
9,86
0,81
Minerale olie
954
5
26
123
162
208,8
416,4
811,5
3702,13
24286
284,46
3,93
0,16
PCB (som7)
954
0
0,003
0,025
0,025
0,025
0,040
0,075
0,412
6,5
0,038
5,82
0,07
Zone 4 Laag 0,5 tot 1,0 m-mv Humus 5,96%, lutum 6,67%
Bodemkwaliteitsklasse (gem.): Kwaliteit bij ontgraven (P80):
Sterk verontreinigd Sterk verontreinigd
Stoffen
N
Min
P5
P50
P75
P80
P90
P95
P99
Max
Gem
VC
HI
Barium
905
5
47
154
286
334,2
581
814
1356
3449
253,89
1,22
NVT
Cadmium
905
0,02
0,13
0,24
0,6
0,74
1,25
2,09
6,31
76,63
0,74
3,98
0,16
Cobalt
905
2,2
6,5
12,3
17,5
19,5
30,26
47,1
93,88
576,9
17,98
1,69
0,23
Koper
905
2
10,64
70
127,8
151,04
246,28
392,74 1487,528
7608,7
141,81
2,84
2,55
Kwik
905
0,03
0,08
0,99
2,14
2,63
3,95
6,32
27,53
459,38
3,06
6,36
0,17
Lood
905
8
30
393
794
927,4
1438,2
2239,8
4384,84
15928
697,56
1,65
4,60
Molybdeen
905
0,11
0,35
1,05
1,05
1,05
1,8
2,78
5,9
36
1,26
1,46
0,01
Nikkel
905
5,1
13,4
24,4
32,7
35
49,84
75,44
171,8
861,9
32,98
1,29
0,95
Zink
905
16
36,4
240
546
639,2
1079,4
1719,4
4057,88
16029
499,57
1,81
2,90
PAK
905
0,04
0,18
1,81
7,5
10,36
22,91
43,26
179,6
2000
13,42
5,69
1,12
Minerale olie
905
0
29
123
250
326,6
600
1252
5125,68
29730
394,73
3,93
0,25
PCB (som7)
905
0
0,003
0,017
0,025
0,025
0,040
0,069
0,245
12,56
0,044
10,05
0,07
32
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
Bodemkwaliteitskaart Gemeente Amsterdam 2022 Berekende waarden 0,50-1,0 m-mv (in mg/kg) Zone 5 Laag 0,5 tot 1,0 m-mv Humus 4,70%, lutum 5,04%
Bodemkwaliteitsklasse (gem.): Kwaliteit bij ontgraven (P80):
Sterk verontreinigd Sterk verontreinigd
Stoffen
N
Min
P5
P50
P75
P80
P90
P95
P99
Max
Gem
VC
HI
Barium
270
34,72
52,45
166,12
501,30
614,23
1296,2
2344,51
4650
4650
512,65
1,73
NVT
Cadmium
270
0,16
0,2
0,325
0,77
0,96
2,24
4,45
20,41
78,56
1,62
4,02
0,34
Cobalt
270
3,7
5,85
11,68
20,65
27,82
43,9
63,28
97,65
233,00
19,93
1,14
0,33
Koper
270
5,8
7,2
47,6
153,58
222,28
602,07
935,59
4704,38
15652,2
304,20
4,30
6,19
Kwik
270
0,05
0,05
0,36
0,85
1,06
2,48
4,4575
7,95
29,60
1,02
2,52
0,12
Lood
270
7,87
11
119
305,5
428,32
997,3
1925,35
5390,68 11218,27
457,64
2,48
3,99
Molybdeen
270
0,35
0,35
1,05
1,7
2
4,63
6,63
15,41
110
2,39
3,19
0,03
Nikkel
270
1,02
12,59
27,37
49,4
59,47
123,87
167,43
408,33
612,5
52,73
1,47
2,38
Zink
270
29
33
265
526,5
863,6
1938,7
2784,34
7519,17
10362
688,86
1,91
4,74
PAK
270
0,005
0,1
2,93
7,45
9,77
21,038
57,34
165,00
668
14,93
4,12
1,49
Minerale olie
270
14
36,9
138
326
400
1154
2308,4
7721,34
13100
556,60
2,67
0,47
PCB (som7)
270
0,002
0,007
0,025
0,063
0,096
0,272
0,450
2,284
93,939
0,468
12,24
0,45
Zone 6 Laag 0,5 tot 1,0 m-mv Humus 7,42%, lutum 5,52%
Bodemkwaliteitsklasse (gem.): Kwaliteit bij ontgraven (P80):
Sterk verontreinigd Sterk verontreinigd
Stoffen
N
Min
P5
P50
P75
P80
P90
P95
P99
Max
Gem
VC
HI
Barium
1232
5
52
190
470,5
570,8
891
1371,3
3128,27
8525
400,68
1,60
NVT
Cadmium
1232
0,04
0,16
0,43
0,94
1,18
1,81
2,609
5,42
103,29
0,92
3,64
0,20
Cobalt
1232
0,7
6,1
11,6
17,43
19,48
28,8
38,745
82,07
228,5
15,74
0,98
0,19
Koper
1232
1,8
7,2
41,1
92,13