CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4a. Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking Bijlagen bij de toelichting

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 24 maart 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de niet-structurele 1e herziening van het exploitatieplan Weespertrekvaart Oost (ZD2021-001867)29.455 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Uitwerkingsplan Weespertrekvaart Oost, 1e Uitwerking

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid uitwerkingsplan Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.M1911BPGST-OW01

Datum print

5 Februari 2021

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting

5

Bijlage 1

Toelichting als PDF

7

Bijlage 2

Stedenbouwkundig plan

107

Bijlage 3

Verkeersonderzoek Panteia

217

Bijlage 4

Laddertoets BRO

265

Bijlage 5

Herijking behoefte BRO

301

Bijlage 6

MER Overamstel 2013

315

Bijlage 7

Akoestisch onderzoek wegen

577

Bijlage 8

Akoestisch onderzoek Opstelterrein Amstel

621

Bijlage 9

Bodemonderzoek

659

Bijlage 10

Bodem- archiefonderzoek

685

Bijlage 11

Cultuurhistorisch onderzoek

701

Bijlage 12

Archeologisch bureau-onderzoek

731

Bijlage 13

Rapport externe veiligheid

761

Bijlage 14

Advies brandweer externe veiligheid

793

Bijlage 15

Natuurtoets

803

Bijlage 16

Stikstofonderzoek

833

Bijlage 17

Waterparagraaf

847

Bijlage 18

Nota van Beantwoording Zienswijzen

873

Gemeente Amsterdam

blz. 4

uitwerkingsplan_Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking (vastgesteld)

blz. 5

Bijlagen bij de toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 6

uitwerkingsplan_Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking (vastgesteld)

blz. 7

Bijlage 1

Toelichting als PDF

Gemeente Amsterdam

Uitwerkingsplan Weespertrekvaart Oost, 1e Uitwerking

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid uitwerkingsplan Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.M1911BPGST-OW01

Datum print

5 Februari 2021

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4 Hoofdstuk 8 8.1

7 Inleiding

9

Aanleiding en plangebied Crisis- en herstelwet Bevoegdheden Leeswijzer

9 11 12 12

Het plangebied

13

Ligging en begrenzing Doelstelling Geldend planologisch kader Beschrijving huidige situatie Historie

13 13 13 14 14

Beleidskader

17

Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

17 17 17 18 18

Het ruimtelijk kader

25

Inleiding Ruimtelijk-functionele aspecten Stedenbouwkundige aspecten Verkeer en parkeren Behoefte

25 26 27 34 36

M.e.r. / (mer-beoordeling)splicht

37

Wettelijk kader Situatie plangebied en omgeving

37 37

Geluid

41

Wegverkeerslawaai en spoorweglawaai Amstel Opstelterrein LCM Sportvelden Advies Tavga Conclusie geluid

41 46 47 47 48

Luchtkwaliteit

49

Algemeen Beleid en regelgeving Toetsing aan beleid en regelgeving Conclusie

49 49 50 51

Bodem

53

Algemeen

53

Gemeente Amsterdam

blz. 4

8.2 8.3

Situatie plangebied Conclusie

53 54

Cultuurhistorie en archeologie

55

Algemeen Kader Situatie plangebied

55 55 57

Duurzaamheid

61

10.1 10.2 10.3

Algemeen Beleid Situatie plangebied

61 61 62

Hoofdstuk 11

Externe veiligheid

65

Algemeen Beleid en regelgeving Resultaten onderzoek Verantwoording groepsrisico Conclusie

65 65 68 69 73

Hoofdstuk 12

Luchthavenindelingsbesluit

75

Hoofdstuk 13

Milieuhinder bedrijvigheid

77

Algemeen Situatie plangebied Conclusie

77 77 79

Natuur en Landschap

81

Algemeen Wet- en regelgeving Situatie plangebied Conclusie

81 81 83 84

Water

85

Algemeen Beleid en regelgeving Watertoets Conclusie

85 85 87 88

Juridische planbeschrijving

89

Algemeen Planvorm Artikelsgewijze toelichting

89 89 89

Economische uitvoerbaarheid

95

Investeringen en opbrengsten Grondexploitatiewet

95 95

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

97

Overleg met betrokken overheden (art. 3.1.1. Bro) Zienswijzen Ambtshalve wijzigingen

97 98 98

Hoofdstuk 9 9.1 9.2 9.3 Hoofdstuk 10

11.1 11.2 11.3 11.4 11.5

13.1 13.2 13.3 Hoofdstuk 14 14.1 14.2 14.3 14.4 Hoofdstuk 15 15.1 15.2 15.3 15.4 Hoofdstuk 16 16.1 16.2 16.3 Hoofdstuk 17 17.1 17.2 Hoofdstuk 18 18.1 18.2 18.3

uitwerkingsplan_Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking (vastgesteld)

blz. 5

Gemeente Amsterdam

blz. 6

uitwerkingsplan_Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking (vastgesteld)

blz. 7

Toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 8

uitwerkingsplan_Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking (vastgesteld)

blz. 9

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en plangebied

Voorliggend uitwerkingsplan 'Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking' heeft betrekking op het huidige bedrijventerrein Weespertrekvaart Oost ten noorden van de insteekhaven. Het uitwerkingsplan voorziet in transformatie van dit deel van het bedrijventerrein naar een gemengd woon-/werkgebied. Het gebied maakt deel uit van het transformatiegebied Overamstel. Amsterdam heeft de ambitie om de stad en de omgeving te ontwikkelen tot een economisch sterke en duurzame metropoolregio. Deze ambitie is vertaald in de Structuurvisie Amsterdam 2040 die de gemeenteraad in 2011 heeft vastgesteld. Een belangrijk element om te komen tot een economisch sterke en duurzame stad is verdichting van een aantal gebieden tot sterke stedelijke woon-/werkgebieden. Een van deze gebieden is het gebied Overamstel. Al langere tijd wordt gewerkt aan realisatie en uitvoering van de transformatie van het gebied Overamstel van “traditioneel” werkgebied naar een gemengd woon-werkgebied.

Globale ligging transformatiegebied Overamstel De transformatie van Overamstel is een complex proces, dat niet in één keer gerealiseerd kan worden. Het gebied is opgedeeld in deelgebieden die gefaseerd worden ontwikkeld. Een van de deelgebieden is “Weespertrekvaart Oost”. Dit is het oostelijk deel van het bestaande bedrijventerrein Weespertrekvaart in Amsterdam. Dit deel is in de huidige situatie in gebruik als bedrijventerrein met diverse bedrijven. Ook dit gebied zal gefaseerd worden getransformeerd naar een woon-/werkgebied.

Gemeente Amsterdam

blz. 10

Globale ligging Weespertrekvaart Oost binnen Overamstel, gele stippellijn

Deelgebied Weespertrekvaart Oost, rood gearceerd Het deelgebied Weespertrekvaart Oost bestaat globaal uit twee delen: het deel boven (ten noorden van) de voormalige insteekhaven aan de Weespertrekvaart en het deel onder (ten zuiden van) de voormalige insteekhaven aan de Weespertrekvaart. Voor geheel Weespertrekvaart Oost is op 19 december 2018 het bestemmingsplan "Weespertrekvaart Oost" vastgesteld (hierna ook te noemen: 'het moederplan'). Het deel ten zuiden van de voormalige insteekhaven is daarbij conserverend bestemd. Voor het deel ten noorden en aan de kop van de voormalige insteekhaven is een uit te werken bestemming opgenomen. Er geldt een bouwverbod totdat het uitwerkingsplan is vastgesteld. Voorliggend plan ziet op de uitwerking van het deel ten noorden van de voormalige insteekhaven als bedoeld in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening. Als kaderstelling voor het uitwerkingsplan gelden de uitwerkingsregels zoals opgenomen in artikel 8 van de regels van het moederplan.Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de digitale verbeelding die bij dit plan hoort.

uitwerkingsplan_Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking (vastgesteld)

blz. 11

Uitsnede plankaart bestemmingsplan Weespertrekvaart Oost In deze toelichting zal verwezen worden naar het bestemmingsplan 'Weespertrekvaart Oost' middels de term 'moederplan'. Daar waar verwezen wordt naar 'plan' of 'uitwerkingsplan' wordt voorliggend uitwerkingsplan 'Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking' bedoeld.

1.2

Crisis- en herstelwet

De Crisis- en herstelwet (Chw) is op 31 maart 2010 in werking getreden en is op het moment van opstellen van voorliggend uitwerkingsplan nog steeds in werking. De Crisis- en herstelwet beoogt een versnelling in de ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke projecten te bewerkstelligen, teneinde bij te dragen aan de bestrijding van de economische crisis. Hiertoe zijn in afdeling 2 van de Crisis- en herstelwet tijdelijke wijzigingen in de ruimtelijke procedures (bijvoorbeeld die van het uitwerkingsplan) van toepassing verklaard op verschillende soorten projecten. Zo zijn bijvoorbeeld de behandelingstermijnen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verkort. De projecten waarvoor dit geldt zijn opgenomen in bijlage I en II van de Crisis- en herstelwet. In bijlage I van de Crisis- en herstelwet is als categorie van gevallen onder andere genoemd de 'ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden krachtens afdeling 3.1 of afdeling 3.3 van de Wet ruimtelijke ordening ten behoeve van de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden'. Voorliggend plan heeft onder meer betrekking op de realisatie van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied als onderdeel van de transformatie van het werkgebied Weespertrekvaart Oost naar een woon- en werkgebied.

Het uitwerkingsplan valt daarom binnen de categorie waarop afdeling 2 van de Chw van toepassing is. Gemeente Amsterdam

blz. 12

1.3

Bevoegdheden

Bij besluit van de gemeenteraad van 13 juli 2015 is het gebied Overamstel, waar voorliggend plangebied deel van uitmaakt, aangewezen tot grootstedelijk project. Besloten is dat ondermeer de bevoegdheden op grond van de Wet ruimtelijke ordening bij de centrale stad blijven. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het vaststellen van deze uitwerking. Op grond van de Verordening op het het lokaal bestuur in Amsterdam is over het uitwerkingsplan advies ingewonnen bij het stadsdeel Oost.

1.4

Leeswijzer

Het voorliggende plan "Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking" bestaat uit een verbeelding (plankaart) met bijbehorende (plan)regels, vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn de beoogde bestemmingen in het plangebied weergegeven. De bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het plan. In de toelichting is een beschrijving van het plangebied opgenomen en geeft de achtergronden (relevant beleid, onderzoeken en resultaten) en de onderbouwing bij de bestemmingsplanregeling. De toelichting bestaat uit 18 hoofdstukken. Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie van het plangebied. De voor het plan relevante beleidsuitspraken van rijk, provincie en regio en het eigen gemeentelijke beleid zijn in hoofdstuk 3 beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het ruimtelijk kader. In de hoofdstukken 5 tot en met 15 worden de achtergronden bij de bestemmingsplanregeling beschreven. In hoofdstuk 16 wordt uitgelegd op welke wijze dit is vertaald in juridische zin. In hoofdstuk 17 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 18 tot slot op de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

uitwerkingsplan_Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking (vastgesteld)

blz. 13

Hoofdstuk 2 2.1

Het plangebied

Ligging en begrenzing

Het plangebied is de eerste fase van de transformatieopgave van het bedrijventerrein Weespertrekvaart Oost. Het plangebied grenst aan de oostzijde direct aan de Weespertrekvaart, aan de zuidzijde aan de voormalige insteekhaven, aan de westzijde aan de H.J.E. Wenckebachweg en aan de noordzijde aan het Solitudopad. Voorts maakt de kop van de voormalige insteekhaven aan de H.J.E. Wenckebachweg onderdeel uit van het plangebied. Het plangebied is in de huidige situatie in gebruik als bedrijventerrein met diverse bedrijven en bedrijfswoningen. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de digitale verbeelding.

2.2

Doelstelling

Het doel van het uitwerkingsplan is het nader uitwerken van de transformatieopgave in het plangebied in een actueel juridisch-planologisch kader. Het gebruik wordt op onderdelen nader uitgewerkt alsmede worden directe bouwtitels gerealiseerd. Qua regels is dit uitwerkingsplan gebonden aan de uitwerkingsregels die in het moederplan zijn opgenomen. Deze regels zijn bij deze uitwerking in acht genomen.

2.3

Geldend planologisch kader

Dit plan is een uitwerking van het moederplan dat op 19 december 2018 is vastgesteld door de gemeenteraad. Bij uitspraak van 26 augustus 2020 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State einduitspraak gedaan ten aanzien van de beroepen die zijn ingesteld tegen het vastgestelde moederplan, waarbij de Afdeling bestuursrechtspraak eveneens zelf heeft voorzien. Het moederplan is daarmee onherroepelijk geworden. In deze paragraaf wordt ingegaan op de kaders en randvoorwaarden die het moederplan stelt voor het uitwerkingsplan. 2.3.1

Uitwerkingsregels bestemmingsplan Weespertrekvaart Oost (moederplan)

In het moederplan is aan het plangebied de bestemming 'Gemengd - uit te werken' toegekend. In artikel 8 van het moederplan zijn de regels opgenomen waarbinnen de bestemming dient te worden uitgewerkt. Deze regels moeten bij de uitwerking in acht worden genomen. In de regels van de uit te werken bestemming is de beoogde functiemenging van het nieuwe stedelijke gebied vastgelegd door het opnemen van maxima voor de te realiseren functies. Het nieuwe gebied zal een gemengde wijk worden waar de nadruk op wonen ligt. Het totale bruto vloeroppervlak van gebouwen binnen het plangebied is gemaximeerd op 51.100 m2. Het totale bruto vloeroppervlak ten behoeve van de niet-woonfunctie is gemaximeerd op 8.100 m2, waarvan maximaal 6.600 m2 aan bedrijven en kantoren, 1.000 m2 aan horeca en 500 m2 aan maatschappelijke dienstverlening, niet zijnde onderwijs of religie. De rest van de beschikbare bruto vloeroppervlak is bestemd voor wonen. De nieuwe ontwikkeling is voorzien in verschillende ontwikkeleenheden. In artikel 8 van de regels van het moederplan is opgenomen hoeveel m2 bruto vloeroppervlak maximaal gerealiseerd mag worden voor de functie wonen en niet-wonen per ontwikkeleenheid. Daar bovenop bieden de uitwerkingsregels nog de mogelijkheid dat onder voorwaarden in totaal voor alle ontwikkeleenheden te zamen maximaal 4.200 m2 bruto vloeroppervlak extra gerealiseerd mag worden.

Dit kan gebruikt worden voor een niet-woonfunctie (mits de genoemde maxima voor de verschillende functies niet worden overschreden) of voor de woonfunctie. Gemeente Amsterdam

blz. 14

2.4

Beschrijving huidige situatie

In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een bedrijventerrein. Ten zuiden van het plangebied ligt een insteekhaven, met oude bedrijfsgebouwen. De bedrijfshuisvesting bestaat hoofdzakelijk uit laagbouw en is grotendeels geconcentreerd aan doodlopende kavelontsluitingswegen tussen de H.J.E. Wenckebachweg en de Weespertrekvaart. De volgende typen bedrijven zijn onder meer in het plangebied gevestigd: autobedrijven zoals, garagebedrijven, verhuurbedrijven en schadeherstelbedrijven; media-, entertainment- en reclamebureaus; autorijschool; cateringbedrijven; creatieve industrie zoals muziekstudio's; enkele ICT bedrijven en vestigingen van groothandels- en bouwbedrijven; kantoorfuncties. Naast bedrijvigheid zijn ook enkele bedrijfswoningen aanwezig in het plangebied. In het plangebied is voorts in de huidige situatie een ligplaats voor een bedrijfsvaartuig.

2.5

Historie

Het plangebied Weespertrekvaart Oost ligt in een omgeving met een rijke cultuurhistorie uit verschillende tijdperken. De ontginning van dit gebied vond in de 12e en 13e eeuw plaats, waarbij de Amstel als ontginningsas werd gebruikt. Ter hoogte van het huidige plangebied was tot aan het begin van de twintigste eeuw de Grote Duivendrechter Polder gelegen. Deze polder werd in het oosten afgebakend door de Weespertrekvaart, feitelijk een opvolger van de oude Ringsloot rond de Watergraafsmeer die in de jaren dertig van de 17e eeuw is aangelegd. Tot aan het einde van achttiende eeuw bevonden zich in deze omgeving een aantal buitenplaatsen welke in de loop der tijd zijn verdwenen en op enkele locaties plaats maakte voor opslag en enige industrie. De opening van het Rhijnspoorweg in 1843, de spoorlijn tussen Amsterdam en Utrecht, leidde ertoe dat de polder werd doorsneden. Tegen het eind van de 19de eeuw heeft deze omgeving nog een overwegend landelijk karakter. Met de opening van het Merwedekanaal (later Amsterdam-Rijnkanaal) in 1893 kwam een einde aan de (bovenlokale) transportfunctie van de Weespertrekvaart (en de Vecht). Sindsdien is er nog wel vrachtvaart naar de industrieterreinen van Weesp en Diemen. De recreatievaart voert nu echter de boventoon. De oude trekvaart is nu een snelle en aantrekkelijke vaarroute tussen de populaire watergebieden van de Amstel en de Vecht.

Oorspronkelijk liep de trekvaart rechtdoor tot aan de Amstel. Tijdens de aanleg van de spoordijk is er een kortere verbinding naar de Amstel gemaakt. Het noordelijke deel van de trekvaart is in de jaren '90 gedempt bij de ontwikkeling van de Omval en is nu als voet- en fietspad in gebruik. In 1960 werd begonnen met het egaliseren van de grond ten westen van de Weespertrekvaart. Tot de voornaamste infrastructuur behoort sinds 1964 de H.J.E. Wenckebachweg die gedeeltelijk parallel loopt aan de Weespertrekvaart. Van oorsprong waren de bedrijven in het gebied vooral bereikbaar en georiënteerd op de trekvaart. Met de komst van de insteekhaven en de H.J.E. Wenckebachweg in de jaren '60 van de vorige eeuw ontstond een bijzondere verkaveling evenwijdig aan en haaks op de insteekhaven. Bijna alle huidige bedrijfs- en kantoorgebouwen stammen uit de laatste jaren van de 20ste- en de eerste jaren van de 21ste eeuw. Voorliggend plangebied ligt in een omgeving waar sinds enkele jaren concreet gewerkt wordt aan transformatie. Ten noorden van het plangebied vindt in het deelgebied "Kop Weespertrekvaart" sinds 2013 woningbouw plaats ter vervanging van onder meer voormalige bedrijvigheid. Aan de westzijde van

uitwerkingsplan_Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking (vastgesteld)

blz. 15

voorliggende plangebied is de bebouwing van de voormalige Penitentiaire Inrichting Overamstel Amsterdam lange tijd een duidelijk herkenbaar stedenbouwkundig element. De Penitentiaire Inrichting Over-Amstel, beter bekend als de Bijlmerbajes, is gebouwd in de jaren '70 van de twintigste eeuw en in 2016 gesloten als gevangenis en huis van bewaring. Sindsdien wordt gewerkt aan transformatie van dit terrein. Tussen het terrein van de voormalige Bijlmerbajes en het voorliggende plangebied lag sinds 2005 het tijdelijke studentencomplex Wenckehof en ook voor deze gronden geldt dat gewerkt wordt aan transformatie. Het gebied ten zuiden van het plangebied maakt ook deel uit van het bedrijventerrein Weespertrekvaart Oost en zal op termijn ook worden getransformeerd naar een woon-/werkgebied.

Gemeente Amsterdam

blz. 16

uitwerkingsplan_Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking (vastgesteld)

blz. 17

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Inleiding

Het ruimtelijk gerelateerd beleidskader waarbinnen voorliggend uitwerkingsplan is opgesteld, is in de navolgende paragrafen uiteengezet.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Algemeen

Het Rijksbeleid staat beschreven in het moederplan. Dit plan betreft het uitwerkingsplan op basis van de uit te werken bestemming die hierin is opgenomen. Het Rijksbeleid is sindsdien niet gewijzigd. Voor het Rijksbeleid wordt dan ook verwezen naar het moederplan. Het uitwerkingsplan is niet in strijd met het Rijksbeleid.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Algemeen

Het Provinciaal beleid staat beschreven in het moederplan. Dit plan betreft het uitwerkingsplan op basis van de uit te werken bestemming die hierin is opgenomen. De Structuurvisie Noord-Holland 2040 is vervangen door Omgevingsvisie NH2050. Een toelichting op de Omgevingsvisie NH2050 is hieronder opgenomen. Voor het overige is het Provinciaal beleid sindsdien niet gewijzigd en wordt daarvoor dan ook verwezen naar het moederplan. Het uitwerkingsplan is niet in strijd met het Provinciaal beleid. 3.3.2

Omgevingsvisie NH2050

De Structuurvisie Noord-Holland 2040 is inmiddels vervangen door de Omgevingsvisie NH2050 die op 19 november 2018 door de Provinciale Staten van Noord-Holland is vastgesteld. In de Omgevingsvisie NH2050 staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. Het leefbaar houden van de provincie vraagt ook om grote investeringen in bijvoorbeeld het landschap, natuurontwikkeling en de transitie naar een duurzame energiehuishouding. De provinciale visie ten aanzien van Amsterdam en de metropool rond Amsterdam is opgenomen in de Omgevingsvisie NH2050. De metropool rond Amsterdam is een stedelijk systeem van grotere en kleinere kernen, met Amsterdam als hoogstedelijke kernstad, een landschap met hoge gebruiks- en belevingswaarde, een multimodale bereikbaarheid, een havengebied met energietransitie en circulaire economie als dragers en Schiphol als internationale hub.

De ontwikkeling komt tot uiting door een snel groeiend aantal inwoners, arbeidsplaatsen en bezoekers, leidend tot een tendens van concentraties van economische functies. Grote aantallen arbeidsplaatsen concentreren zich op een aantal locaties in een zone van de Amsterdamse binnenstad tot net ten zuiden van Schiphol. Daarbij is het wenselijk om, vanuit het beperken van woon-werkafstanden en daarbij behorende mobiliteitsinvesteringen, nieuwe woningen zo dicht mogelijk bij de grote werkconcentraties te realiseren, waar mogelijk in gemengde woonwerkmilieus. Gemeente Amsterdam

blz. 18

De provincie ziet zichzelf wat de metropool Amsterdam betreft meer als aanjagar en als expert. Voor het overige geldt dat de gemeente Amsterdam op basis van de eigen structuurvisie vrijheid heeft ten aanzien van het te volgen ruimtelijk beleid.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1

Algemeen

Het Regionaal beleid staat beschreven in het moederplan. Dit plan betreft het uitwerkingsplan op basis van de uit te werken bestemming die hierin is opgenomen. Het Regionaal beleid is sindsdien niet gewijzigd. Voor het Regionaal beleid wordt dan ook verwezen naar het moederplan. Het uitwerkingsplan is niet in strijd met het Regionaal beleid.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Algemeen

Het gemeentelijk beleid staat omschreven in het moederplan. Gezien de concrete doorvertaling daarvan in dit uitwerkingsplan, wordt het voor dit uitwerkingsplan hieronder (nogmaals) nader omschreven en aangevuld met wijzigingen sindsdien. Het uitwerkingsplan is niet in strijd met het gemeentelijk beleid. 3.5.2

Structuurvisie Amsterdam 2040 'Economisch sterk en duurzaam' (2011)

Centrale ambitie Met de Structuurvisie Amsterdam 2040 "Economisch sterk en Duurzaam" (17 februari 2011) legt Amsterdam zichzelf, inclusief de stadsdelen, regels op waar ruimtelijke plannen aan moeten voldoen. Amsterdam heeft zichzelf onder meer voor de opgave gesteld te verdichten en tegelijk het omliggende landschap open te houden. Dat leidt tot belangrijke uitgangspunten: het groen in en rond de stad vraagt om stevige bescherming, terwijl andere delen van de stad optimaal worden benut. Verdichting leidt ook tot (geleidelijke) transformatie en toenemende menging. Dat vergt veel van de bestaande infrastructuur en openbare ruimte. Respect voor de rijkdom aan cultuurhistorische schatten van Amsterdam is hierbij een belangrijke voorwaarde. De centrale ambitie van de Structuurvisie is dat Amsterdam zich verder ontwikkelt als kernstad van een internationaal concurrerende, duurzame, Europese metropool. Intensivering van het grondgebruik in de stad biedt aan tal van mensen woon- en werkruimte. Het betekent extra draagvlak voor voorzieningen, extra investeringen in de openbare ruimte en in recreatief gebruik van water en groen en efficiënter omgaan met energie en vervoer, zodat buiten de stad minder landschap hoeft te worden aangetast.

De ambitie is om 70.000 woningen en bijbehorende voorzieningen toe te voegen tot 2040, een intensiever gebruik van de haven en huidige bedrijventerreinen te realiseren en ruimte te maken voor waterberging. Verdichting en transformatie naar woon-werkgebied / werk-woongebied De Structuurvisie Amsterdam 2040 schetst in grote lijnen hoe de vraag naar bouwlocaties opgevangen kan worden. Hierin staat de ambitie woningen toe te willen voegen door "verdichting" en "transformatie". Amsterdam gaat steeds meer complete stedelijke leefmilieus ontwikkelen waarin het wonen, werken en stedelijk recreëren naadloos in elkaar overgaan. Een aantal binnenstedelijke bedrijventerreinen wordt hier (deels) naar getransformeerd, zoals Overamstel waar het plangebied deel van uitmaakt. Maar ook het terugbrengen van bedrijvigheid in de woonwijken behoort tot de mogelijkheden.

uitwerkingsplan_Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking (vastgesteld)

blz. 19

Op de plankaart van de Structuurvisie is het voorliggende plangebied aangemerkt als een gebied voor "wonen-werken" (in de structuurvisie ook wel "Weespertrekvaart Noord" genoemd). Voor de woon-werkgebieden ligt de nadruk op wonen.

Afbeelding: Uitsnede Structuurvisiekaart (geel: globale ligging plangebied) Hoofdgroenstructuur In de structuurvisie is de Hoofdgroenstructuur van Amsterdam opgenomen. De Hoofdgroenstructuur omvat de minimaal benodigde hoeveelheid groen die Amsterdam wil borgen, bestaande uit gebieden die waardevol zijn voor de stad en de metropool. Dit omdat zij een onmisbare functie vervullen voor groene recreatie, verbetering leefklimaat, waterhuishouding, hittedemping, verbetering luchtkwaliteit, biodiversiteit en voedselproductie. Behoud van cultuurhistorische waarden en een gevarieerd totaalaanbod aan groen zijn belangrijke aspecten. In de Hoofdgroenstructuur zijn die gebieden opgenomen waar de functies groen en groene recreatie voorop staan. Woningbouw, werk gerelateerde functies, wegenaanleg of het vestigen van voorzieningen die verkeer aantrekken of die ten koste gaan van groen zijn niet in overeenstemming met de doelstellingen van deze structuurvisie. Ingrepen die de recreatieve gebruikswaarde en/of de natuurwaarde of andere functies van het groen verhogen worden juist gestimuleerd. In de nabijheid van het plangebied ligt onder meer de Weesperzijde en het sportpark Drieburg binnen de Hoofdgroenstructuur. De ontwikkelingen die met voorliggend uitwerkingsplan mogelijk worden gemaakt vallen evenwel buiten de Hoofdgroenstructuur. 3.5.3

Koers 2025

Koers 2025 is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 24 mei 2016 en operationaliseert de Structuurvisie en de ambitie van de gemeente voor de bouw van 50.000 woningen in een ontwikkelstrategie voor de stad tot 2025. De 'Structuurvisie Amsterdam 2040' (2011) schetst in grote lijnen hoe de vraag naar bouwlocaties opgevangen kan worden. Hierin staat de ambitie woningen toe te willen voegen door 'verdichting' en 'transformatie'. Amsterdam groeit elk jaar met gemiddeld 11.000 inwoners. Om deze groei mogelijk maken en de druk op de woningmarkt te verlichten is in het actieplan Woningbouw 2014-2018 de

Gemeente Amsterdam

blz. 20

ambitie geformuleerd om tot 2025 de bouw van 50.000 woningen binnen de stadsgrenzen mogelijk te maken, grotendeels door nieuwbouw en voor een gedeelte door transformatie. Koers 2025 gaat in op welke locaties en onder welke condities en voorwaarden gebiedsontwikkeling en woningbouw wenselijk zijn. Het programma moet voorzien in voldoende sociale huurwoningen, onder andere voor studenten en jongeren, voor kwetsbare groepen en ouderen, maar ook ruimte voor huurders en kopers in de middeldure, dure en topsegmenten. Koers 2025 gaat uit van een gemengde / complete stad met ruimte voor iedereen. Over de te ontwikkelen typen woonmilieus zijn in Koers 2025 geen uitspraken gedaan. Er is daarmee ruimte om flexibel te handelen en opereren. In Koers 2025 is ingezet op een maximaal aantal woningen per gebied. Om te kunnen bepalen waar in de nabije toekomst woningbouwprojecten gerealiseerd kunnen worden, zijn de lopende én de mogelijke gebiedsontwikkeling in kaart gebracht. Het geheel van mogelijk te ontwikkelen locaties betreft ‘Strategische Ruimte’. Die ruimte is opgedeeld in 17 zogenoemde ‘bouwstenen’. De mogelijk te realiseren woningen in deze gebieden zijn indicatief verkend in Koers 2025. Voorliggend plangebied is onderdeel van het gebied dat in Koers 2025 is aangemerkt als 'project Weerspertrekvaart-Bijlmerbajes' dat onderdeel is van 'bouwsteen 8 - Amstelkwartier'. 3.5.4

Ruimte voor de Economie van Morgen

Ruimte voor de Economie van Morgen is op 18 juli 2017 vastgesteld en betreft de economische uitwerking van Koers 2025. Voor toekomstige gebiedsontwikkeling agendeert het college hiermee ruimte voor nieuwe werkgelegenheidsgroei in Amsterdam. Deze ruimte is nodig omdat steden als Amsterdam zich ontwikkelen als economische motoren voor een grotere stedelijke regio. De komst van meer woningen en inwoners biedt kansen voor het versterken van Amsterdam als aantrekkelijke (internationale) vestigingsplaats. De opgave is om bij de nieuwe groei van Amsterdam aan te sluiten bij de vestigingsbehoefte van de groeiende kennis- en innovatie economie. Deze vraagt om specifieke gemengde stedelijke werkmilieus. De economische potentie van nieuwe wijken en de mate waarin economische menging succesvol kan zijn, is afhankelijk van de netwerkverbondenheid, dichtheid, de aanwezigheid van economische dynamiek, bereikbaarheid voor werknemers en logistiek en de woon-werkbalans. Voorliggend plangebied is onderdeel van een gebied waar in het gemeentelijk beleid al langere tijd (onder andere in de Structuurvisie Amsterdam 2040) wordt ingezet op transformatie van bedrijventerrein naar woon-werkgebied. In Ruimte voor de economie is voor "woon-werkgebieden" onderscheid gemaakt in verschillende vestigingsmilieus, namelijk "woonwijken", "creatieve wijken", "productiewijken" en "stadstraten".

Het voorliggende plangebied is onderdeel van de locatie Weespertrekvaart die in Ruimte voor de Economie van Morgen is aangemerkt als "creatieve wijk". Creatieve wijken zijn woon-werkwijken die door menging met kleine zelfstandige kantoorruimtes voorzien in de behoefte aan nieuw stedelijk werkmilieu. Het zijn wijken die in economisch opzicht aansluiten op het bestaande Amsterdamse centrummilieu binnen de ring A10. Consequenties voor dit plan Conform de Strcutuurvisie Amsterdam 2040 en Ruimte voor de Economie van Morgen maakt het voorliggend uitwerkingsplan niet alleen woningbouw mogelijk, maar biedt het uitwerkingsplan ook ruimte aan bedrijvigheid (bedrijven, kantoren, horeca en maatschappelijke dienstverlening) in de bebouwing. Dit met als doel om een creatieve wijk en een woon- werkgebied te realiseren.

uitwerkingsplan_Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking (vastgesteld)

blz. 21

3.5.5

Bedrijvenstrategie

Het college van burgemeester en wethouders heeft op 20 april 2020 de Bedrijvenstrategie gemeente Amsterdam 2020-2030 - Amsterdam duurzaam productief ('Bedrijvenstrategie) vastgesteld. In de Bedrijvenstrategie staan de keuzes van de gemeente beschreven ten aanzien van de verdeling en het efficiënt gebruiken van de ruimte in de stad. Meer concreet staat in de bedrijvenstrategie waar en hoe wonen met bedrijvigheid gecombineerd kan worden in gemengde woon-werk wijken, waar en hoe bestaande bedrijventerreinen worden behouden, beter worden benut en verduurzaamd, waar en hoe de laatste vrije kavels van bedrijventerreinen kunnen worden toegewezen en hoe bedrijven die willen verplaatsen naar andere bedrijven- en haventerreinen in Metropoolregio Amsterdam kunnen worden begeleid. Consequenties voor dit plan In lijn met de Koers 2025 en Ruimte voor de Economie van Morgen is het plangebied in de Bedrijvenstrategie gekenmerkt als transformatiegebied van bedrijventerrein tot een creatieve wijk. Het uitwerkingsplan is niet in strijd met de Bedrijvenstrategie. 3.5.6

Woonagenda 2025

Op 20 juli 2017 heeft de gemeenteraad de Woonagenda 2025 vastgesteld. Uit de prognose van de woningbehoefte en de woningvoorraad blijkt dat in 2025 het grootste tekort zit in de gereguleerde huurvoorraad: een voorraad van 39% terwijl 49% van de huishoudens behoefte heeft aan deze woningen. De voorraad middeldure huur groeit volgens de prognose naar 9%, waardoor de voorraad meer in de buurt komt van de behoefte (11%). Er is in algemene zin behoefte aan huurwoningen. De Woonagenda 2025 zet concreet in op de betaalbaarheid van woningen in Amsterdam, waarbij de komende jaren substantieel wordt ingezet op de bouw van sociale huurwoningen en huurwoningen in het middensegment. Amsterdam wil een inhaalslag maken en vooral bouwen voor huishoudens met een inkomen tot 1,5 maal modaal. Het uitgangspunt voor nieuwe ontwikkelingen is: 40% sociale huur, 40% middelduur (huur en koop) en 20% dure huur en koop. Aan de hand van spelregels voor woningbouwprogrammering wordt per plangebied bepaald welk programma gerealiseerd wordt. Hierbij is de inzet onder meer gericht op het jaarlijk laten bouwen van minimaal 1.500 middeldure huurwoningen. Voor de toepassing van het uitgangspunt 40/40/20 uit de Woonagenda 2025 zijn de spelregels voor woningbouwprogrammering bij besluit d.d. 20 juni 2017 door het College vastgesteld.

Nadere regels voor particuliere transformaties zijn nadien uitgewerkt in het Stedelijk kader voor Particuliere transformaties, vastgesteld door de Raad d.d. 20 december 2017. In beide stukken wordt net als in de Woonagenda 2025 primair gestuurd op 40/40/20. Consequenties voor dit plan Voor voorliggend plan geldt dat in aansluiting op de Woonagenda en de daaruit voortvloeiende regels, ingezet wordt op de realisatie van 40% sociale huur, 40% middeldure huur en 20% vrije sector.

Gemeente Amsterdam

blz. 22

3.5.7

Doelgroepenverordening

Sinds de invoering van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in 2008 kunnen gemeenten in bestemmingsplannen (waaronder uitwerkingsplannen) expliciet sturen op gewenste woningbouwcategorieën. In artikel 3.1 Wro is bepaald dat gemeenten in het bestemmingsplan percentages van woningbouwcategorieën kunnen opnemen. Zo nodig kunnen daarnaast in een exploitatieplan het aantal en de situering van de desbetreffende woningen worden vastgelegd. De categorieën die de gemeente mag hanteren in het bestemmingsplan (en exploitatieplan) zijn nader bepaald in artikel 3.1.2 lid 1 Besluit Ruimtelijke Ordening (Bro) en waren tot 1 juli 2017 beperkt tot sociale huurwoningen, sociale koopwoningen en particulier opdrachtgeverschap. Per 1 juli 2017 is hieraan de categorie “geliberaliseerde woningen voor middenhuur” toegevoegd. Voordat gemeenten de in bestemmingsplannen opgenomen eisen ten aanzien van woningbouwcategorieën ten uitvoer kunnen leggen, dienen zij een verordening vast te stellen waarin doelgroepen, instandhoudingstermijn, aanvangshuurprijs en maximale huurprijs per woningbouwcategorie zijn vastgelegd. De gemeenteraad heeft op 8 mei 2019 daartoe de Verordening doelgroepen woningbouw Amsterdam 2019 ("Doelgroepenverordening") vastgesteld. Deze verordening biedt de basis voor het vastleggen van woningcategorieën in bestemmingsplannen.

Consequenties voor dit plan Ter uitvoering van het gemeentelijk beleid en conform artikel 8.2 sub d van de uitwerkingsregels van het moederplan wordt in de planregels van dit plan vastgelegd dat van de te bouwen woningen 40% sociale huurwoningen en 40% middendure huur dient te zijn. 3.5.8

Woningbouwplan 2018 - 2025 (november 2018)

Het college van B&W heeft in november 2018 ingestemd met het woningbouwplan 2018 - 2025 voor de bouwopgave in Amsterdam tot 2025 van in totaal 52.500 woningen, wat neerkomt op een gemiddelde van 7.500 per jaar, waarvan 17.500 sociale huurwoningen door corporaties. De ontwikkeling die met het uitwerkingsplan wordt mogelijk gemaakt is onderdeel van de opgave van het woningbouwplan 2018 2025. 3.5.9

Parkeerbeleid

Auto De gemeente Amsterdam voert al jaren parkeerbeleid. Parkeerbeleid heeft invloed op de bereikbaarheid en leefbaarheid in de stad. Dit onder meer vanuit het idee dat minder auto's op straat leidt tot meer ruimte voor voetgangers en fietsen en een aantrekkelijkere openbare ruimte voor bewoners, bezoekers en ondernemers. Daarnaast willen ondernemers en bewoners ook een bereikbare stad, een stad waar ze hun auto kwijt kunnen en klanten een parkeerplek kunnen vinden. Minder auto's op straat en tegelijkertijd een goede (auto)bereikbaarheid van de stad, het lijken tegenstrijdige doelstellingen. Een oplossing om deze doelstellingen te verenigen, is het verplaatsen van een groot deel van de parkeerplaatsen op straat naar parkeergarages. In het Parkeerplan uit 2012 staat de aanpak om de auto minder op straat te parkeren, de openbare ruimte te verbeteren en het verkeer te laten doorstromen door het verminderen van zoekverkeer. In de Uitvoeringsagenda Mobiliteit is die lijn doorgetrokken met de aankondiging meer ruimte op straat te maken voor voetgangers en fietsers door de bouw van parkeergarages en het opheffen van parkeerplaatsen op straat. Parkeernormering helpt om de toekomstige parkeervraag in (ondergrondse) garages op te lossen, door ontwikkelaars te verplichten om bij nieuwbouw parkeergelegenheid op eigen terrein te realiseren.

uitwerkingsplan_Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking (vastgesteld)

blz. 23

Hiervoor heeft de gemeenteraad op 8 juni 2017 de Nota Parkeernormen Auto vastgesteld. Deze Nota is op 29 november 2017 gewijzigd vastgesteld. In de Nota staan beleidsregels en parkeernormen voor nieuwbouw- en transformatieplannen. Ook is aangegeven wanneer de regels en beleid worden toegepast. Het nieuwe beleid treedt in werking voor alle ontwikkelingen waarvoor de eerste grondprijsovereenkomst wordt gesloten, na moment van vaststelling van de nieuwe Nota Parkeernormen Auto. Het belangrijkste uitgangspunt van deze nota is dat bij nieuwbouw, bewoners en werknemers geen parkeervergunning krijgen. Parkeren fiets en scooter Op 14 maart 2018 heeft de gemeenteraad de Nota Parkeernormen fiets en scooter 2018 vastgesteld. De nota 'Parkeernormen Fiets en Scooter' is het beleidskader waarin normen en richtlijnen zijn opgenomen voor fietsen en scooters. De nota bevat bindende beleidsregels ten aanzien van parkeervoorzieningen voor fietsen bij niet-woonfuncties. Voor scooters zijn de normen voor parkeervoorzieningen niet bindende richtlijnen. Uitgangspunt voor zowel fiets- als scooterparkeren is dat dit op eigen terrein wordt geregeld, al dan niet inpandig. Het Bouwbesluit 2012 verplicht ontwikkelaars om bij nieuwe woningen een individuele (fietsen)berging te realiseren, maar biedt ook ruimte voor gelijkwaardige alternatieven.

In de Nota Parkeernormen fiets en scooter 2018 wordt de voorkeur uitgesproken voor een gelijkwaardig alternatief; een gezamenlijke fietsenstalling. Bewoners zullen die beter benutten voor het parkeren van hun fiets dan een individuele berging. Zo voorkomen we dat geparkeerde fietsen van bewoners de openbare ruimte onnodig belasten. Consequenties voor dit plan In de uitwerkingsregels van het moederplan is een zogenoemde "dynamische" verwijzing opgenomen voor wat betreft parkeren. Er is opgenomen dat bij uitwerking voldaan moet worden aan het parkeerbeleid zoals dat op het moment van uitwerking van toepassing is. In voorliggend plan zal deze "dynamische" verwijzing eveneens worden opgenomen. Dit houdt in dat ten tijde van de indiening van aanvragen om omgevingsvergunning voor de bouwplannen in het gebied getoetst wordt aan het op dat moment van toepassing van zijnde parkeerbeleid en de daarbij behorende normen.

Gemeente Amsterdam

blz. 24

uitwerkingsplan_Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking (vastgesteld)

blz. 25

Hoofdstuk 4 4.1

Het ruimtelijk kader

Inleiding

Voorliggend plan ziet zoals gezegd toe op een deel van de transformatie van het gebied Weespertrekvaart Oost. Dit deelgebied is onderdeel van de te ontwikkelen Weespertrekvaartbuurt; een wigvormig gebied begrensd door de Weespertrekvaart in het oosten, de Spaklerweg in het westen en het Amstel Businesspark Zuid in het zuiden. Het gebied ligt nu nog geïsoleerd door de barrièrewerking van het spoor en de trekvaart, maar wordt straks fysiek en mentaal onderdeel van Overamstel en van de stad als geheel. Weespertrekvaartbuurt bestaat uit vier deelgebieden: Kop Weespertrekvaart; Bajeskwartier / Weespertrekvaart West (voormalige Bijlmerbajes); Weespertrekvaart Midden / Strook; Weespertrekvaart Oost.

Afbeelding: te onderscheiden deelgebieden in 'Weespertrekvaartbuurt' Het plangebied (als onderdeel van het gebied Weespertrekvaart Midden-Zuid) is in het voorjaar van 2015 door de gemeenteraad aangewezen als versnellingslocatie voor woningbouw. In navolging daarvan heeft het college van burgemeester en wethouders op 12 juli 2016 de Strategienota Weespertrekvaart Midden en Zuid vastgesteld. In de Strategienota is de opgave voor de herontwikkeling van de deelgebieden

Gemeente Amsterdam

blz. 26

Midden en Oost opgenomen. Deze kaders zijn per deelgebied nader geconretiseerd in stedenbouwkundige plannen. Het Stedenbouwkundig plan voor Weespertrekvaart Oost, d.d. 19 december 2018, is het kader voor voorliggend plan.

4.2

Ruimtelijk-functionele aspecten

Programma Het plangebied wordt getransformeerd naar een woon-/werkgebied, waarbij de nadruk ligt op wonen. Het totale bouwprogramma voor het plangebied is maximaal 51.100 m2. Het programma bestaat naast hoofdzakelijk wonen uit: maximaal 8.100 m2 bvo voor niet-wonen, uitgesplitst in: 1. maximaal 6.600 m2 bvo bedrijven en kantoren; 2. maximaal 1.000 m2 bvo horeca; 3. maximaal 500 m2 bvo maatschappelijke dienstverlening. Wonen In het plangebied is met name ruimte voor wonen, circa 500 woningen. De woningen worden conform het geldende woonbeleid gerealiseerd, waarbij een onderverdeling wordt aangehouden van gereguleerde huur (40%), middeldure huur (40%), en dure huur/koop (20%). In de planregels wordt op grond van artikel 3.1.2 lid 1 Bro, in combinatie met de Doelgroepenverordening, opgenomen dat van het aantal te realiseren woningen binnen het plangebied 40% gereguleerde huurwoningen en 40% middeldure huurwoningen dienen te zijn. De woningen worden met name in de opbouwen en in de plint/sokkel aan de Weespertrekvaart gerealiseerd. Bedrijven, kantoorruimte, horeca, detailhandel en maatschappelijke dienstverlening In het plangebied wordt maximaal 6.600 m2 aan bedrijven en kantoren mogelijk gemaakt. Om een minimum aan bedrijven te garanderen, wordt binnen een paar ontwikkeleenheden daarvoor een minimum oppervlakte voorgeschreven.

Binnen het plangebied is alleen lichte bedrijvigheid mogelijk die te combineren is met woningbouw. Binnen het plangebied is maximaal 1.000 m2 horeca toegestaan. De horeca is mogelijk aan de insteekhaven, om zodoende de levendigheid van de insteekhaven te vergroten en deze te laten functioneren als ontmoetingsplaats. Het uitwerkingsplan voorziet ook in maatschappelijke dienstverlening, niet zijnde onderwijs of religie, tot een maximimum van 500 m2 bvo. Beleidsmatig is er een mogelijkheid voor gemakssupermarkten van 300 m2 verkoopvloeroppervlak per vestiging, mits er binnen een 750 meter loopafstand geen andere supermarkt/dagelijks aanbod aanwezig is. Dergelijke detailhandelsfuncties dienen te worden geconcentreerd aan de Wenckebachweg als toekomstige stadsstraat en drukste verbindingsroute met de grootste loopstromen in het gebied. Om voorgaande redenen is conform het moederplan een afwijkingsbevoegdheid voor detailhandel opgenomen waarvan gebruik kan worden gemaakt als aan voornoemde voorwaarden is voldaan. Deze afwijkingsbevoegdheid is overgenomen in het voorliggende plan.

uitwerkingsplan_Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking (vastgesteld)

blz. 27

4.3

Stedenbouwkundige aspecten

In de Strategienota Weespertrekvaart Midden en Zuid wordt de gewenste transformatie naar een hoogstedelijk woon-werkgebied nader vormgegeven door de ambities en uitgangspunten te formuleren voor het gebied waarmee een duurzaam en verleidelijk perspectief voor het gebied wordt geschetst. Doelstelling is de transformatie van het bestaande bedrijventerrein Weespertrekvaart Oost naar een hoogstedelijk woon-/werkgebied. Om dat mogelijk te maken zijn goede aansluitingen met de omgeving noodzakelijk in de vorm van: I. infrastructurele verbindingen; II. nieuwe bebouwing; III. openbare ruimte. Daartoe is een ruimtelijk raamwerk ontworpen dat is opgebouwd uit de volgende 5 structurerende elementen: 1. Openbare oever: creatie van een groene openbare rand langs de Weespertrekvaart; 2. Verbindend park: creatie van nieuw park als verbinding tussen de insteekhaven en het (voormalige) Bijlmerbajes hoofdgebouw in het deelgebied Weespertrekvaart West'; 3. Amstelstroomlaan: doortrekken van de Amstelstroomlaan aan de westzijde van de spoorlijn tot aan de H.J.E. Wenckebachweg aan de oostzijde van de spoorlijn; 4. Fietsnetwerk: verbeteren van de fietsroutes; 5. H.J.E. Wenckebachweg: deze weg behouden als hoofdontsluiting.

Gemeente Amsterdam

blz. 28

Afbeelding: Ruimtelijk raamwerk voor hoogstedelijk woon-/werkgebied Het ruimtelijk raamwerk voor de Weepsertrekvaartbuurt is voor het deelgebied Weespertrekvaart Oost uitgewerkt in het Stedenbouwkundig plan Weespertrekvaart Oost (vastgesteld d.d. 19 december 2018). Dit stedenbouwkundig plan bevat de stedenbouwkundige visie voor de toekomstige stedenbouwkundige opzet van het plangebied, de programmatische invulling van het gebied, de technische uitwerking en de ontwikkelingsstrategie. Het stedenbouwkundig plan en de daarbij behorende bijlagen zijn als Bijlage bijgevoegd. Voor de volledige planbeschrijving wordt verwezen naar het stedenbouwkundig plan in de bijlage. Hieruit is onder meer het volgende op te maken: I. Infrastructurele verbindingen Brede hoofdontsluiting In de huidige situatie is het gebied ontsloten door de H.J.E. Wenckebachweg. De H.J.E. Wenckebachweg sluit via de Johannes Blookerweg aan op de ring A10 en S111. Onderdeel van de transformatie van Weespertrekvaartbuurt is de aanleg van een nieuwe tunnel onder de spoordijk en een verlenging van de Amstelstroomlaan onder het spoor door. De tunnel en verlenging van de Amstelstroomlaan zijn mogelijk gemaakt met de vaststelling van het bestemmingsplan Weespertrekvaart West. De verlengde Amstelstroomlaan en de huidige H.J.E. Wenckebachweg vormen uitwerkingsplan_Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking (vastgesteld)

blz. 29

in de toekomstige situatie de hoofdontsluiting van Weespertrekvaart Oost. Beide wegen worden een 30 km/uur weg en krijgen een breed profiel. De H.J.E. Wenckebachweg en de daarop aansluitende verlengde Amstelstroomlaan liggen niet in het plangebied van voorliggend plan, maar grenzen er wel aan. Fijnmazig fietsnetwerk De H.J.E. Wenckebachweg is in de huidige situatie een belangrijke fietsroute. Met de bouw van ten minste één nieuw fietsbrug over de Weespertrekvaart, en een nieuwe onderdoorgang onder het spoor, ontstaat een fijmaziger fietsnetwerk dan nu het geval is. Deze fietsroutes liggen niet in het voorliggende plangebied, maar grenzen er wel aan. II. Nieuwe bebouwing - bouwvelden en bouwblokken De stedenbouwkundige opzet voor Weespertrekvaart Oost ziet toe op nieuwe grote "Bouwvelden" die ruimte bieden aan bouwblokken in uiteenlopende vormen. Bouwvelden In het plan voor Weespertrekvaart-Oost zijn meerdere bouwvelden te onderscheiden. Hoewel elk bouwveld verschilt van formaat en situering, ontstaat er toch een herkenbare buurt met een samenhangend beeld. Het beeld vertoont gelijkenissen met het naastliggende Amstelkwartier, maar oogt minder formeel door een andere opzet van de bouwvelden. In het plangebied zijn 3 bouwvelden voorzien, die zijn onderverdeeld in ontwikkeleenheden.

Gemeente Amsterdam

blz. 30

Afbeelding: bouwvelden Plinten/sokkels met daarboven bouwblokken In Weespertrekvaart Oost wordt op elk bouwveld een 8 meter hoge plint/sokkel opgetrokken met daar bovenop volumes / bouwblokken. Op straatniveau is daarmee sprake van een gesloten gevel - op hoogte echter niet. Op deze manier ontstaat lucht in de smalle straten en zijn de gebouwen bovenop de plint/sokkel alzijdig georiënteerd. De compacte blokken op de plint/sokkel bieden gunstige ontwerpvoorwaarden voor de wat kleinere woningen. Er zijn relatief veel hoekwoningen en weinig eenzijdig georiënteerde woningen. Bovenop de sokkel ligt een opgetild maaiveld in de vorm van een groen daklandschap met (gemeenschappelijke) terrassen, en waar mogelijk een wandelroute. Alle woningen boven het opgetilde maaiveld hebben uitzicht op een groen daklandschap. De wijk is op woonniveau dan ook groener dan op straatniveau.

uitwerkingsplan_Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking (vastgesteld)

blz. 31

Voor de bouwvelden, plinten/sokkels en bouwblokken gelden de volgende algemene principes: 1. De bouwvelden hebben een uiteenlopend en soms fors formaat. De plint/sokkel volgt de contouren van de bouwvelden, zodat het hele bouwveld als het ware 8 meter omhoog wordt getrokken. Bovenop dit ‘basement’ staan kleinere, alzijdig georiënteerde, bouwblokken van gemiddeld 5 bouwlagen en een

Gemeente Amsterdam

blz. 32

gemiddelde hoogte van 23 meter (inclusief plint/sokkel). De bouwblokken variëren onderling in bouwhoogte (3 tot 7 bouwlagen op de plint/sokkel), verschijningsvorm en diepte. Deze blokmaat is vergelijkbaar met de blokken van het Funenpark in Amsterdam Centrum-Oost. 2. De bouwvelden hebben een strakke rooilijn aan de buitenzijde en een indicatieve rooilijn aan de binnenzijde, met veel ruimte voor plasticiteit. Aan de binnenzijde is dus veel vrijheid voor balkons, inkepingen en groene gevels. De hoge plinten/sokkels zorgen voor een continu straatbeeld, terwijl de blokken erbovenop juist variatie in het gevelbeeld leveren en door lichtinval mooie contrasten geven. Daardoor ontstaan op niveau boven de plint/sokkel openheid en doorzichten. 3. Om de straten goed te fixeren staan er altijd bouwblokken op de hoeken van de bouwvelden. Daartussen kunnen de blokken eventueel ook wat naar achteren liggen. Om variatie in het straatbeeld te garanderen zijn de locaties van de achterliggende bouwblokken ook vastgelegd. 4. Bovenop de plint/sokkel ligt een opgetild maaiveld in de vorm van een groen daklandschap met gemeenschappelijke terrassen, en waar mogelijk een wandelroute. De groene daktuinen bieden kansen voor een bijzonder woonmilieu met regenwaterberging en een diversiteit aan flora en fauna.

In het opgetild maaiveld is het mogelijk om hier en daar diepere hoven te maken die tot het echte maaiveld doorlopen, waardoor licht ook tot in de binnenzijde van het basement doordringt. Het opgetild maaiveld zal de gemeente waar mogelijk borgen middels bouwenveloppen/kavelpaspoorten. Ontwikkeleenheden Om een goede menging van wonen, niet-wonen en voorzieningen te bevorderen, zijn de bouwvelden onderverdeeld in ontwikkeleenheden. Elke ontwikkeleenheid heeft zijn eigen maximum aan wonen en niet-wonenprogramma meegekregen. Het plangebied wordt gevormd door de ontwikkeleenheden 6 tot en met 11. De plint/sokkel aan de Weespertrekvaart blijft bestemd voor wonen vanwege de relatie met het water.

Afbeelding: de verschillende ontwikkeleenheden

uitwerkingsplan_Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking (vastgesteld)

blz. 33

De omvang van de ontwikkeleenheden zijn zodanig gekozen dat er genoeg ruimte op straat is voor onder andere bomen en parkeerplaatsen. Op de begane grond kan worden gewoond en gewerkt. De bomen en de parkeerstroken liggen vast in het wegprofiel. Evenals de ligging van de entrees van de parkeergarages. Dit is noodzakelijk om de plaatsing van bomen in de straat te kunnen waarborgen. Tussen afvalcontainers en parkeerplaatsen kan indien noodzakelijk nog geschoven worden. III. Openbare ruimte Robuuste groene randen / openbare kade Van de 5 structurerende elementen van het ruimtelijk raamwerk voor Weespertrekvaartbuurt (openbare oever, verbindend park, Amstelstroomlaan, fietsnetwerk, H.J.E. Wenckebachweg) grenst 1 element aan voorliggend plangebied, namelijk de nieuw te creëren openbare oever langs de Weespertrekvaart. In het deelgebied "Kop Weespertrekvaart" is deze kade reeds gerealiseerd. Bij het opstellen van het stedenbouwkundig plan voor Weespertrekvaart Oost is hiermee rekening gehouden door ook in dit deelgebied een groene wandelkade te creëren.

Afbeelding: impressie openbare ruimte met kade langs Weespertrekvaart Zijstraten en stegen In het plangebied liggen haaks op de H.J.E. Wenckebachweg zijstraten die de bouwvelden en Gemeente Amsterdam

blz. 34

bouwblokken ontsluiten voor het verkeer. Aan deze zijstraten liggen voornamelijk de entrees naar parkeergarages.

4.4

Verkeer en parkeren

4.4.1

Verkeer

Het plangebied ligt binnen de ring A10, met potentieel goede aansluitingen op het stedelijk weefsel van Amsterdam. Op dit moment is het gebied onder andere ontsloten per auto. In de nieuwe situatie ligt de focus op goede fiets- en voetgangersverbindingen en wordt de auto minder dominant. De nieuwe verkeerssituatie wordt in samenhang met de Kop Weespertrekvaart, de herontwikkeling van de Bijlmerbajes en de transformatie van Weespertrekvaart-Strook bekeken. Vast staat dat de H.J.E. Wenckebachweg en de Verlengde Amstelstroomlaan richting Spaklerweg de hoofdontsluiting zullen vormen. Deze wegen worden als 30 km-regime uitgevoerd: daardoor is de buurt goed ontsloten, maar wordt sluipverkeer tegengegaan. Op dit moment is de Weespertrekvaartbuurt vooral een bedrijventerrein, met een drukke ochtend- en avondspits van werknemers. Onderzoekbureau Panteia heeft de verkeerseffecten onderzocht van de uitvoering van bestemmingsplannen in Overamstel. Dit zijn de bestemmingsplannen Amstelkwartier 2e fase, Amstelkwartier 3e fase, Bijlmerbajes (thans: Weespertrekvaart West) en Weespertrekvaart Midden-Zuid (thans Strook en Oost). In de rapportage d.d. 18 mei 2017 van Panteia zijn de resultaten van dit onderzoek weergegeven. Dit rapport is als Bijlage bij deze toelichting gevoegd. In het onderzoek "Rapportage verkeersonderzoek Overamstel - Planontwikkeling Alle Plannen" (Panteia; d.d.

18 mei 2017) is rekening gehouden met meerdere scenario's (wel/geen besluit over verwijderen/afwaarderen A2), waardoor in het onderzoek gekeken is naar de effecten van een drietal varianten, namelijk: Variant "verwijderde A2": Dit is de variant behorende bij het scenario waarin er zekerheid bestaat over de uitvoering van het idee om het deel van de A2 tussen het knooppunt Amstel en de Nieuwe Utrechtseweg / Utrechtsebrug te verwijderen. Het verkeer uit Amsterdam dat nu via de Utrechtsebrug in de richting van de A2 rijdt, rijdt dan vanaf de Utrechtsebrug via de Joan Muyskenweg en de Van der Madeweg naar de nieuwe toe- en afrit ter hoogte van de Van der Madeweg, ten zuiden van het knooppunt Amstel, dan wel via een andere route. Variant "tijdelijke situatie": Dit is het scenario waarin besluitvorming over het al dan niet verwijderen van de A2 (zie eerste bullet) of afwaarderen van de A2 (zie navolgende bullet), nog niet heeft plaatsgevonden op het moment van vaststellen van nieuwe bestemmingsplannen voor deelgebieden ten oosten van de Duivendrechtsevaart. In deze variant wordt de Amstelstroomlaan aangesloten op de Joan Muyskenweg. Deze variant is de variant die in de bestemmingsplannen Amstelkwartier tweede fase, Zone A2 / Joan Muyskenweg en Amstelkwartier tweede fase Weststrook Zuid e.o. al mogelijk is gemaakt.

Variant "Afgewaardeerde A2" (in het rapport ook wel de "bloembakkenvariant" genoemd): In dit scenario blijft de verlengde A2 (Nieuwe Utrechtseweg) behouden, maar wordt de snelheid en capaciteit afgewaardeerd. De weg wordt hierdoor een "stadsstraat" waardoor het rechtstreeks aansluiten van de Amstelstroomlaan op de nieuwe "stadsstraat" (in plaats van via de huidige toe- en afritten naar/van de Joan Muyskenweg) tot de mogelijkheden gaat behoren. Voor voorliggend uitwerkingsplan geldt dat besluitvorming over het wel/niet "verwijderen van de A2", dan wel "afwaarderen van de A2" formeel nog niet heeft plaatsgevonden op het moment van het opstellen van dit uitwerkingsplan. Dit betekent dat op dit moment in feite het scenario van de variant "tijdelijke situatie" aan de orde is. Uit het verkeersonderzoek "Rapportage verkeersonderzoek Overamstel Planontwikkeling Alle Plannen" (Panteia; d.d. 18 mei 2017) is echter op te maken dat dit scenario voor uitwerkingsplan_Weespertrekvaart Oost, 1e uitwerking (vastgesteld)

blz. 35

het plangebied niet het meest nadelige scenario is. Het meest nadelige scenario voor voorliggend plangebied ('omgeving van de Bijlmerbajes en Weespertrekvaart') is de variant "Verwijderde A2". Gezien de planperiode en de mogelijkheid dat deze variant zich op enig moment voordoet, wordt voor dit uitwerkingsplan uitgegaan van de worst case scenario. Deze variant is ook onderzocht in voornoemd Panteia rapport. Voor wat betreft het functioneren van het lokale autonetwerk is uit het Panteia rapport op te maken dat in de verkeersintensiteiten op enkele kruispunten in Overamstel e.o. in de huidige situatie en in de autonome situatie zonder planvorming hoog zijn. Dit is kenmerkend voor de kruispunten op de hoofdnetten in een stedelijke omgeving. De studie naar verkeersintensiteiten laat toenames zien van de kruispuntbelastingen in het studiegebied van het verkeersonderzoek. Er komen geen nieuwe potentiële knelpunten bij ten opzichte van de autonome situatie van 2027. De planbijdrage van verschillende ontwikkelingen in Overamstel is beperkt. Uit het verkeersonderzoek blijkt dat de verkeerseffecten van de ruimtelijke ontwikkeling van alle bestemmingsplannen in Overamstel de grootste intensiteitstoenames laten zien op de Utrechtsebrug, Amstelstroomlaan, Wenckebachweg en Johannes Blookerweg.

Het verkeer verplaatst zich over de Wenckebachweg en de Johannes Blookerweg van en naar de aansluiting met A10, waarbij het grootste gedeelte uit westelijke richting komt. De intensiteitstoenames liggen op de genoemde wegvakken op 1460 motorvoertuigen per etmaal of hoger op doorsnedeniveau. Op basis van het verrichte verkeersonderzoek wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling van het plangebied niet tot wezenlijke problemen leidt voor de verkeersdoorstroming. 4.4.2

Parkeren

Zoals in paragraaf 3.5.9 is aangegeven, heeft de gemeenteraad op 7 juni 2017 de Nota Parkeernormen Auto vastgesteld. Hierin staan beleidsregels en parkeernormen voor nieuwbouw- en transformatieplannen. De nota is op 29 november 2017 door de gemeenteraad gewijzigd. Verder is de op 14 maart 2018 vastgestelde Nota ‘Parkeernormen Fiets en Scooter’ van belang. Volgens de Nota Parkeernormen Auto is het plangebied aangemerkt als een B-locatie. Dergelijke locaties hebben goed openbaar vervoer, maar liggen verder van de intercitystations af. Volgens de Nota Parkeernormen Auto worden in nieuwe situaties geen vergunningen voor parkeren op straat meer uitgegeven. Uitgangspunt is dat er op eigen terrein wordt geparkeerd. Alleen voor bezoekers en laden/lossen resteren nog plekken op straat. In het voorlopig ontwerp van de openbare ruimte van de ontwikkeling van Oost en Strook zijn cira 130 bezoekersparkeerplaatsen op straat opgenomen. Deze parkeerplaatsen worden onder andere aangelegd voor de onderhavige ontwikkeling. In het te ontwikkelen gebied zijn gebouwde parkeervoorzieningen het uitgangspunt. Dit kan verdiept, halfverdiept of bovengronds in de plinten/sokkels. In de ontwikkeleenheden 6 en 7 is alleen bovengronds parkeren toegestaan vanwege bodemverontreiniging. In de ontwikkeleenheden 11AB, 11C en 11DEF is alleen halfverdiept en verdiept parkeren toegestaan.

Parkeren in de plint/sokkel is niet toegestaan, omdat deze ontwikkeleenheden niet alleen georiënteerd zijn op de H.J.E. Wenckebachweg, maar ook op de insteekhaven. Bij de verdere uitwerking van de bouwplannen in het gebied zal de parkeeropgave concreet worden uitgewerkt aan de hand van de op dat moment van toepassing zijnde parkeernormen. Daartoe is in de regels van dit uitwerkingsplan een dynamische verwijzing opgenomen naar de parkeernormen. Het

Gemeente Amsterdam

blz. 36

uitwerkingsplan biedt de ruimte om aan de parkeernormen te voldoen.

4.5

Behoefte

Ladder voor Duurzame Verstedelijking De Ladder voor Duurzame Verstedelijking is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en is als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd, is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en een goede ruimtelijke ordening bewerkstelligen, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. De behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom worden afgewogen en gemotiveerd. Wonen Uit de Woonagenda 2025 blijkt dat een grote behoefte is aan nieuwe woningen in Amsterdam. Daarmee is de behoefte aan woningbouw die het plan mogelijk maakt onderbouwd. Niet-woonfuncties Ten behoeve van de vaststelling van het moederplan is onderzoek uitgevoerd waarin is vastgesteld dat er behoefte is aan het niet-woonprogramma waar het uitwerkingsplan in voorziet. Adviesbureau BRO heeft op 26 juni 2018 een toets uitgevoerd in het kader van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking van het niet-woonprogramma zoals dat wordt opgenomen in het voorliggende uitwerkingsplan Weespertrekvaart Oost, het in voorbereiding zijnde bestemmingplan Weespertrekvaart-Strook en het te transformeren gebied ten zuiden van de insteekhaven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9877145/1