CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4A Advies van JPA aan college over voorgangsrapportage toegankelijkheid 2021.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 7 april 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Voortgangsrapportage toegankelijkheid 2021; Iedereen doet mee! (ZD2021-015942)1.398 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inbreng Jeugdplatform Amsterdam n.a.v. de voortgangsrapportage toegankelijkheid 2021 Geachte leden van het college, Met veel belangstelling hebben we de voortgangsrapportage toegankelijkheid 2021 gelezen. De toegankelijkheid van voorzieningen en vrijetijdsactiviteiten voor kinderen en jongeren ligt ons na aan het hart. Alle jonge Amsterdammers moeten de kans krijgen mee te doen en een zo normaal mogelijk leven te leiden. Daarom zijn we ook blij met de gevoerde anti-discriminatie campagne Ervaringen van Amsterdammers - Gemeente Amsterdam (blz. 23 van de rapportage) en lijkt het ons een goed idee deze te evalueren, eventueel met aanpassingen uit te breiden en te herhalen.

Over inclusief onderwijs lezen we (blz. 19) dat in 2021 een expertmeeting plaatsvond waarin ook samenwerkingsverbanden en ouders vertegenwoordigd waren. In tegenstelling tot vorig jaar (toen het Jeugdplatform niet voor de meeting uitgenodigd was) neemt het Jeugdplatform in het vervolg graag deel aan deze bijeenkomsten. Onder andere om onze ervaringen over de positieve en negatieve kanten van afstandsonderwijs die we hebben verzameld, in te kunnen brengen. De ‘good pratices’ zouden wat ons betreft opgenomen moeten worden in het regulier en passend onderwijs.

Deelnemen aan het gewone leven Waarom (sociale) toegankelijkheid zo belangrijk is, is omdat kinderen en jongeren willen deelnemen aan het gewone leven. En daarom hebben we vorig jaar samen met jongeren en ouders verkend wat daarvoor nodig is. Daar zijn een aantal concrete punten uitgekomen, maar een groot deel heeft volgens hen te maken met de houding vanuit de maatschappij. Het taboe op diversiteit, anders zijn, of de dingen net even anders doen. De definitie van wat men normaal vindt wordt steeds smaller en kleiner, waardoor een steeds grotere groep jonge mensen zich vreemd, anders en eenzaam voelt. We moeten ermee stoppen om ieder kind, iedere jongeren in dezelfde mal te willen laten passen. We zijn ons er bewust van dat dit geen Amsterdams probleem is, wat de gemeente eenvoudig kan oplossen. Maar iedere stap is er één dichterbij. En bovenal is het belangrijk om scherp te blijven als je woorden als normaal en normaliseren gebruikt. Wees je ervan bewust dat dit voor iedereen iets anders kan betekenen. Ga dus in gesprek met elkaar om te achterhalen wat voor diegene als normaal voelt. En ga niet automatisch van het normaal uit dat jij voor jezelf hebt gedefinieerd. En bovendien: er zijn genoeg voorbeelden die laten zien dat afwijken van de norm heel bijzondere mensen oplevert.

Onze aanbevelingen: 1. 2. 3. 4. 5.

Zorg dat alle kinderen en jongeren mee kunnen doen op school en vrijetijd- en sportactiviteiten. Wees er bewust van dat de maatschappij het begrip ‘’normaal’’ te smal definieert. Hulpverleners, opvoeders en leraren moeten diversiteit omarmen en niet alle kinderen om willen vormen tot het ‘normale’ ideaalbeeld. Stimuleer alle jongeren om te praten over hun zorgen, angsten en ingewikkeldheden. Zo voelen individuele jongeren zich minder vreemd, anders en eenzaam in hun kwetsbaarheid. Praat op bijvoorbeeld scholen over je stemmingen, het begrip normaal, stigma’s en bespreek pesten en uitsluiten.

Deze elementen vinden jongeren en ouders bij een gewoon leven horen: Naar school gaan Jongeren geven aan dat zij het gevoel hebben mee te kunnen doen met het normale leven, als zij naar school/studie kunnen. En ideaal gezien dan zonder hindernissen te ervaren of grote vertragingen op te lopen. Met hindernissen wordt bijvoorbeeld bedoeld dat er (te) stug wordt omgegaan met lesroosters, het maken van toetsen en/of het inhalen van stof. Ook ouders vinden het prettig als hun kind ‘gewoon’ in de buurt naar school kan en niet afgezonderd hoeft te zijn van andere kinderen. Enkel omdat je kind extra ondersteuning nodig heeft. Opgroeien in een veilige omgeving Jongeren geven aan dat hun leven normaal voelt, als zij kunnen opgroeien in een veilige omgeving. Ze vinden het belangrijk dat hun leven niet negatief wordt beïnvloed door problemen van hun ouders, zoals echtscheidingen, ruzies en of middelmisbruik. Je mentaal goed voelen Verschillende jongeren geven aan dat zij het gevoel hebben deel te kunnen nemen aan het normale leven, als zij mentaal goed in hun vel zitten. “Ik wil niet angstig zijn en zonder angst door het leven kunnen. Ik wil kunnen stoppen met piekeren, het moet mijn leven niet overnemen.” Gewoon voelt voor hen ook als: positief in het leven staan en niet blijven hangen in negatieve dingen en de slechte dingen in het leven zien.

Begrip en support uit de omgeving Ouders ervaren dat de focus bij een kind met een ondersteuningsbehoefte vaak ligt op die dingen die het kind niet kan. Terwijl het fijner en meer helpend zou zijn om juist te kijken wat een kind wél kan. En daarbij ook oog te hebben voor de manier waarop het kind het beste functioneert. Ouders ervaren nog te vaak dat docenten en hulpverleners proberen kinderen zich te laten gedragen naar ‘hoe het hoort’. Los van de vraag of dat haalbaar/wenselijk is voor het kind zelf. Een diagnose is zeer verhelderend, omdat het helpt te begrijpen wat een kind nodig heeft. Tegelijkertijd wordt ‘anders’ zijn dan wel gezien als een probleem, aldus een ouder. En dat draagt weer niet bij aan normaliseren. Een van de ouders voegt ook nog toe dat ‘hoe het hoort’ of ‘normaal’ ook voor iedere hulpverlener anders is, want iedereen definieert dat vanuit zijn/haar eigen referentiekader. “Je zou toch veronderstellen dat juist de mensen die werken met de doelgroep de doelgroep het beste begrijpen en weten hoe je met ze moet omgaan.”

Sporten Zonder hier heel veel over uit te wijden, geven jongeren aan dat zij het gevoel hebben mee te kunnen doen aan het normale leven, als zij kunnen sporten.

Deze mensen kunnen helpen Psycholoog of therapeut Een aantal jongeren vertelt dat zij erg goed zijn geholpen door een psycholoog of therapeut toen zij mentaal niet goed in hun vel zaten. Enerzijds omdat zij de juiste zorg boden, maar ook omdat zij lieten zien dat je niet de enige bent met een probleem. Zij konden in perspectief zetten dat veel mensen, jong en oud, zich zo konden voelen, en dat dat normaal is. Dat was voor deze jongeren erg geruststellend. Zorgcoördinator op school Op scholen is de rol van de zorgcoördinator of studentencoördinator belangrijk. “Die kunnen je helpen met bijvoorbeeld achterstanden of kijken hoe ze het schoolwerk kunnen laten aansluiten bij wat er nu gaande is in je leven. “School wordt dan op maat aangepast”, aldus een van de jongeren. Iemand anders heeft het op de universiteit als erg positief ervaren dat er met haar meegedacht werd over hoe en zo efficiënt mogelijk ze haar punten kon inhalen, maar dat er tegelijkertijd ook oog was voor haar welzijn. Vrienden en lotgenoten Veel van de jongeren en ouders gaven aan dat het fijn is als je je kwetsbaar kan opstellen bij vrienden. Maar tegelijkertijd zeggen ze ook dat dit niet makkelijk is en dat ze het vaak ook niet doen. Een van de jongeren geeft aan dat hij het lastig vindt om met vrienden over zijn gevoelens te praten.

Zeker als het lijkt alsof zij niet met iets worstelen, want dan geeft het je het gevoel dat jij minder normaal bent. Toch zegt hij: “Het is juist krachtiger als je wél open durft te zijn, want dat is vaak heel eng.” Naast vrienden is het ook fijn om met mensen te praten waarvan je weet dat ze hetzelfde of iets soortgelijks doormaken. Het is makkelijker praten met een lotgenoot bij wie je niet altijd helemaal hoeft uit te leggen, omdat ze al weten hoe het is. De maatschappij Ouders geven aan dat hulpverleners een verschil kunnen maken en dan met name in de manier van benaderen. Dus niet de focus op wat anders is en wat niet kan. Maar probeer een kind te begrijpen hem/haar helpt en hoe je dit kind het beste kan laten functioneren in het dagelijks leven. Dit gaat niet alleen over hulpverleners, maar eigenlijk over de hele maatschappij. Wij moeten allemaal het ‘bijzondere’ weer als normaal gaan zien en ons bewust zijn van ons eigen referentiekader. “Waarom heerst er een taboe op diversiteit in de maatschappij? Waarom moet je voldoen aan bepaalde voorwaarden om ‘normaal’ te zijn en mee te kunnen draaien in de samenleving?” Kortom, goede toegankelijkheid omvat concrete voorzieningen op veel levensterreinen en vergt daarnaast van alle Amsterdammers een open en tolerante houding. Een hele uitdaging om dat voor elkaar te krijgen! Met vriendelijke groet,

De Adviesgroep van het Jeugdplatform

26 januari 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11344425/1