Bijlage 4_Witboek Anti-zwart racisme in Amsterdam. Actieonderzoek TBA.pdf
Tekst van het document
1
Colofon: Copyright © 2021 The Black Archives Auteurs: Mitchell Esajas, Alixine Gabriela en Isabelle Brotto Cover ontwerp: Serana Angelista Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, geluidsband, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever.
2
Inhoudsopgave 1. 1.
Inleiding Doelstellingen en methodiek actieonderzoek Doelstellingen Methodiek actieonderzoek
2.
Wat is anti-zwart racisme?
7 7 7 9
Zwart in Nederland
10
Anti-zwart racisme in Amsterdam en meldingsbereidheid
14
Anti-zwart racisme in Europa
14
3.
Anti-zwart Racisme en Institutioneel racisme Wat is institutioneel racisme?
16 16
De Toeslagenaffaire als vorm van institutioneel racisme Witte onschuld
16 21
Racisme zonder ‘ras’ Microagressies
23 25
4.
Anti-zwart racisme in de historische context van Amsterdam Afrikanen gereduceerd tot handelswaar Doorwerking van het slavernijverleden
27 28 31
5.
Anti-zwart racisme in Amsterdam: het actieonderzoek Intersectionaliteit en diversiteit binnen Zwarte gemeenschappen De verborgen geschiedenis van de ZMV-beweging
32 34 36
6.
Anti-zwart racisme en de Afro-Surinaamse gemeenschap; Grote trek naar Nederland Racistisch spreidingsbeleid Pensions en Bijlmerkraakactie Discriminatie door de politie De Afro-Surinaamse gemeenschap en anti-zwart racisme
37 39 39 39 41 41
7.
Anti-zwart racisme en de Afro-Caribische gemeenschap Het Koninkrijk der Nederlanden: een koloniaal construct Hedendaagse migratie naar Nederland Racistisch Antillianenbeleid Terminologie: Antilliaans of Afro-Caribisch? Uitwissing in Zwarte bewegingen Aanbevelingen
48 48 49 49 51 51 51
8.
Anti-zwart racisme en de Ghanese gemeenschap ‘Stille migranten’, maar wel geconfronteerd met racisme Een goed georganiseerde en gesloten gemeenschap Onderwijs en arbeidsmarktpositie Ghanese gemeenschap Generatieverschillen Verhouding tot witte mensen Daily Paper Aanbevelingen
53 53 54 55 57 58 61 62
9.
Anti-zwart racisme en Zwarte Moslims Anti-zwart racisme in moslimgemeenschappen Beeldvorming van Zwarte moslims Aanbevelingen
63 64 65 67
10.
3
5
Anti-Zwart racisme, vluchtelingen en Eritrese statushouders
68
Beeldvorming en culturele verschillen Onderwijs Binnen asielzoekerscentra (AZC’s) Geïnternaliseerd racisme en empowerment
70 72 74 74
11. Anti-zwart racisme en Zwarte LHBTQ+-gemeenschappen Anti-zwart Racisme binnen de LBHTQIA+-beweging in Amsterdam Weinig representatie Zwarte LHBTQTIA’ers Zwarte LHBTQIA’ers binnen Zwarte gemeenschappen Veiligheid
75 76 78 81 82
12. Anti-zwart racisme in het onderwijs Onderadvisering Anti-zwart racisme in het mbo, hbo en WO Eurocentrische curricula in het mbo Performatief anti-racisme van de AMFI Institutioneel en anti-zwart racisme op de Vrije Universiteit No democratization without decolonization Kritiek op ‘diversity officer’ en diversiteitsbeleid UvA Performatief anti-racisme van de UvA Aanbevelingen Onderwijs
87 88 92 93 94 99 104 105 108 111
13. Anti-zwart racisme in de culturele sector ‘Decolonizing the Museum’: een trend in Nederland De erfenis van het koloniale verleden in musea en anti-zwart racisme Hype of structurele verandering in de sector? Amsterdams Fonds voor de Kunst
116 116 118 119 122
14. Anti-zwart racisme op de arbeidsmarkt Stereotypering op de arbeidsmarkt Discriminatie op de Amsterdamse arbeidsmarkt Uitsluitingsmechanismen Geen Onbewuste vooroordelen maar structurele discriminatie en institutioneel racisme Te weinig consequenties
127 127 128 129 130 133
15. Anti-zwart racisme en de politie 137 Casus 1 138 Opvallend om op te merken is dat buurtmoeder Rachel Winter ook slachtoffer is geweest van de toeslagenaffaire. 139 Casus 2 139 Casus 3 140
4
16. Anti-racisme, meldingsbereidheid en de anti-discriminatiemeldpunten Het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam Lage meldingsbereidheid De beweging tegen Zwarte Piet De beweging tegen Zwarte Piet en de rechtsgang
146 146 146 148 149
17. Samenvatting en conclusie Appendix: Interview Clarice Gargard
159 168
1. Inleiding Racisme en discriminatie vormen een groot probleem binnen de Nederlandse samenleving en dus ook in de stad Amsterdam. Dit kan mensen ervan weerhouden hun talent ten volle te benutten in het onderwijs. Het kan de reden zijn dat een persoon geen werk vindt of minder kans op promotie maakt. Racisme en discriminatie kunnen leiden tot depressie en andere mentale en fysieke gezondheidskwesties. Hoewel artikel 1 van de Grondwet discriminatie op grond van ras, geslacht, godsdienst en andere gronden verbiedt, komt het nog veelvuldig voor. Racisme en discriminatie: een structureel probleem Uit talloze rapporten en onderzoeken die de afgelopen decennia zijn gepubliceerd, blijkt dat discriminatie en racisme voorkomen op diverse vlakken, zoals in het onderwijs, op de arbeidsmarkt, middels etnisch profileren door de politie en zelfs in de sport. Het gaat dus niet om incidenten, maar om een structureel probleem. Vanuit Zwarte gemeenschappen in het hele land, en in Amsterdam in het bijzonder, is de afgelopen jaren op verschillende manieren aandacht gevraagd voor racisme dat zich op verschillende manieren manifesteert. De beweging tegen Zwarte Piet heeft een voortrekkersrol gespeeld om anti-zwart racisme bespreekbaar te maken in het publieke debat.
Cijfers van het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam tonen aan dat in 2019 544 meldingen van discriminatie werden gedaan binnen de gemeente Amsterdam; een kleine stijging van 3% ten opzichte van het jaar 2018, waarin 528 meldingen werden gedaan. Het overgrote deel van deze meldingen (318) werd gedaan op grond van discriminatie op basis van huidskleur of herkomst en ongeveer de helft daarvan kan worden gekenmerkt als anti-zwart racisme. Hoewel de cijfers en de casussen een indicatie geven van het probleem, zijn er aanwijzingen dat antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) in het algemeen lang niet alle gevallen van discriminatie en racisme bereiken, onder andere vanwege het gebrek aan naamsbekendheid en geringe meldingsbereidheid. De gemeente (heeft daarom vier actieonderzoeken uitgezet conform de doelen die in een Raadsbrief van 19 december 2019 als volgt werden beschreven: “bij specifieke groepen, met als doel om beter grip te krijgen op waar discriminatie plaatsvindt en de interventies te bepalen die nodig zijn om het gat tussen het aantal meldingen en de daadwerkelijke discriminatie te dichten. Hierbij wil ik een bredere coalitie van organisaties betrekken. Projecten rond moslimdiscriminatie, antizwart racisme, antisemitisme en LHBTQIA+gerelateerde discriminatie hebben hierbij de Figuur 1 Bron: Shamiro van der Geld prioriteit.”
5
Focus op anti-zwart racisme vanuit Zwarte gemeenschappen Anti-zwart racisme is een specifieke vorm van racisme en discriminatie gericht op mensen van Afrikaanse herkomst die als Zwart worden gezien of zichzelf als Zwart identificeren. In maart 2019 werd een resolutie door de EU aangenomen waarin lidstaten werden opgeroepen om de rechten van mensen van Afrikaanse herkomst te beschermen door onder andere anti-zwart racisme te registreren. Daarnaast benoemde de VN de periode 2014 tot 2024 tot het Decennium voor mensen van Afrikaanse herkomst. Ondanks deze resolutie en enkele projecten die vanuit Zwarte gemeenschappen door het ministerie van Sociale Zaken werden ondersteund, wordt anti-zwart racisme slechts beperkt geregistreerd en is er geen specifiek landelijk of lokaal beleid om het te bestrijden. In Nederland wordt het slechts door het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam geregistreerd; andere ADV’s, de politie en het College voor de Rechten van de Mens doen dit niet. Zwarte gemeenschappen in Amsterdam: een intersectionele blik Amsterdam kent een significant aantal Zwarte gemeenschappen.
In deze context wordt gesproken van gemeenschappen, omdat het groepen mensen met verschillende achtergronden en identiteiten betreft op het gebied van seksualiteit, gender, nationaliteit, sociaaleconomische klasse en andere vormen van identiteit die invloed hebben op de maatschappelijke positie en toegang tot maatschappelijke instanties. Een hoogopgeleide vrouwelijke tweede generatie Surinamer zal een andere ervaring dan een mannelijke Ghanese ‘eerste generatie’-migrant. Een Zwarte transgender vrouw kan bovendien te maken hebben met verschillende vormen van discriminatie. Om inzicht te krijgen in de manier waarop anti-zwart racisme verschillende Zwarte gemeenschappen treft, is kwalitatief onderzoek uitgevoerd naar verschillende Zwarte gemeenschappen: de Afro-Surinaamse, de Afro-Caribische, de Eritrese, de Ghanese, de Zwarte moslim- en de Zwarte LHBTQIA+-gemeenschap. Daarnaast is onderzoek gedaan naar anti-zwart racisme in het onderwijs, op de arbeidsmarkt, in de culturele sector en door de politie. Op basis van rondetafelgesprekken, interviews met sleutelfiguren en literatuuronderzoek is een lijst met aanbevelingen ontwikkeld voor de gemeente en relevante instituten om anti-zwart racisme op een effectieve manier te bestrijden. Daarnaast is gekeken naar de onderliggende oorzaken van de lage meldingsbereidheid en mogelijke manieren om dit te verbeteren.
Er wordt al veel vanuit Zwarte gemeenschappen zelf georganiseerd om problemen van ongelijkheid en institutioneel racisme aan te kaarten. Na elk hoofdstuk staan er ‘good practices’, goede voorbeelden van initiatieven vanuit de gemeenschap zelf die vanuit de gemeente ondersteund kunnen worden. De gemeente Amsterdam was decennialang actief betrokken bij de trans-Atlantische slavenhandel en bij de slavernij. Hedendaagse vormen van anti-zwart en institutioneel racisme zijn een erfenis van het koloniale en slavernijverleden. De stad heeft dan ook een historische verantwoordelijkheid om alles in het werk te stellen zodat Zwarte Amsterdammers en AfroNederlanders een gelijkwaardige positie binnen de stad en de bredere samenleving kunnen krijgen. De term Zwart heeft mede door deze geschiedenis een negatieve lading gekregen. Deze negatieve associatie zie je terug in de term ‘zwartboek’, een zwartboek is een publicatie over misstanden over een bepaald onderwerp. In Amsterdam en Nederland is er een lange traditie van de publicatie van zwartboeken over o.a. racisme op de woningmarkt, politiegeweld. Het doel van dit actieonderzoek is om een bijdrage te leveren aan het bestrijden van anti-zwart racisme en een meer gelijkwaardige stad en samenleving. In dit actieonderzoek wordt de term ‘Zwart’ op een kritische manier belicht in de context van witte onschuld.
Er is gekozen om deze publicatie geen zwartboek maar een ‘witboek’ te noemen als kritische noot bij de manier waarop Zwarte mensen worden behandeld, de negatieve associatie bij de term ‘zwart’ en de rol van witheid hierin.
6
2. Doelstellingen en methodiek actieonderzoek The Black Archives is een historisch archief en cultureel centrum waar mensen terecht kunnen voor inspirerende gesprekken, inhoudelijke activiteiten en boeken vanuit zwarte en andere perspectieven die elders vaak onderbelicht blijven. The Black Archives wordt gedragen door de organisatie New Urban Collective. The Black Archives bestaat uit verschillende boekencollecties, archieven en artefacten die het nalatenschap zijn van zwarte schrijvers en wetenschappers. De meer dan 10.000 aanwezige boeken in de collecties gaan over racisme en race issues, slavernij en (de)kolonisatie, gender en feminisme, sociale wetenschappen en ontwikkeling, Suriname, de Nederlandse Antillen, Zuid-Amerika, Afrika en meer. Op basis van de collecties wordt er onderzoek dat wordt vertaald naar publicaties, exposities en evenementen. Voor dit actieonderzoek over anti-zwart racisme in de stad Amsterdam is er gebruik gemaakt van de bronnen uit The Black Archives om dit hedendaagse vraagstuk in de juiste historische context te plaatsen.
Doelstellingen ● ●
●
●
Inzicht in anti-zwart racisme in Amsterdam: kwantitatief en kwalitatief inzicht in de aard en omvang van anti-zwart racisme. Inzicht in het omgaan met anti-zwart racisme: het verkrijgen van inzicht in de manier waarop mensen uit de Afrikaanse diaspora omgaan met anti-zwart racisme en discriminatie, zowel in termen van meldingsbereidheid als weerbaarheid. Inzicht in beleidsmaatregelen tegen anti-zwart racisme en aanbevelingen: het leveren van concrete, realistische en door mensen uit Zwarte gemeenschappen gedragen voorstellen met aanknopingspunten voor vervolgacties, waarbij de gemeente en partners gezamenlijk een stevigere vuist maken tegen discriminatie en racisme. Het stroomlijnen van meldingen van discriminatie en het versterken van de samenwerking tussen organisaties in dit proces.
Methodiek actieonderzoek Actieonderzoek is een vorm van onderzoek waarbij sociale systemen en problemen worden onderzocht, terwijl oplossingen worden bedacht en toegepast die tot sociale verandering kunnen leiden. In juni en juli 2020 is The Black Archives betrokken geweest bij diverse vreedzame acties en publieke debatten rondom #BlackLivesMatter en (anti-zwart) racisme in Amsterdam en de rest van het land. Hierdoor is een schat aan informatie vrijgekomen, onder andere in de vorm van publieke debatten, krantenartikelen en ervaringen van mensen die zich voor het eerst uitspraken over racisme. Daarom is een tweede versie van dit actieonderzoek ontworpen met een aangepaste planning. ●
7
Inzicht in anti-zwart racisme in Amsterdam: kwantitatief en kwalitatief inzicht in de aard en omvang van anti-zwart racisme.
●
●
●
Inzicht in het omgaan met anti-zwart racisme: het verkrijgen van inzicht in de manier waarop mensen uit de Afrikaanse diaspora omgaan met anti-zwart racisme en discriminatie, zowel in termen van meldingsbereidheid als weerbaarheid. Inzicht in beleidsmaatregelen tegen anti-zwart racisme en aanbevelingen: het leveren van concrete, realistische en door mensen uit Zwarte gemeenschappen gedragen voorstellen met aanknopingspunten voor vervolgacties, waarbij de gemeente en partners gezamenlijk een stevigere vuist maken tegen discriminatie en racisme. Het stroomlijnen van meldingen van discriminatie en het versterken van de samenwerking tussen organisaties in dit proces.
In de eerste fase is op basis van literatuuronderzoek en onderzoek naar het beleid rondom antidiscriminatie een theoretisch raamwerk ontwikkeld. In het verleden is zowel op lokaal als op nationaal niveau beleid geformuleerd om discriminatie en racisme te bestrijden. Daarnaast heeft het Meldpunt Discriminatie kwalitatief onderzoek gedaan naar de omvang en impact van antizwart racisme sinds 2017. De honderden inhoudelijke dossiers die het Meldpunt Discriminatie ter beschikking heeft, vormen daarvoor de basis. Het overzichtsrapport ‘Anti-zwart racisme in de regio Amsterdam’ werd in juni 2020 gepresenteerd tijdens een gezamenlijk georganiseerde bijeenkomst bij The Black Archives. In de daaropvolgende maanden heeft The Black Archives interviews en rondetafelgesprekken georganiseerd met meer dan vijftig sleutelfiguren uit Zwarte gemeenschappen. Op basis van gesprekken en literatuuronderzoek is ervoor gekozen om de rondetafelgesprekken en interviews zowel op basis van sector als op basis van identiteit te organiseren. Zo zijn rondetafelgesprekken georganiseerd op basis van de volgende sectoren en identiteiten: ● ● ● ● ● ●
anti-zwart racisme en de Afro-Surinaamse gemeenschap; anti-zwart racisme en Afro-Caribische gemeenschappen; anti-zwart racisme en de Ghanese gemeenschap; anti-zwart racisme en Zwarte Moslims; anti-zwart racisme en de Eritrese gemeenschap; anti-zwart racisme en Zwarte LHBTQ+-gemeenschappen;
● ● ● ● ●
anti-zwart racisme in het onderwijs; anti-zwart racisme in de culturele sector; anti-zwart racisme op de arbeidsmarkt; anti-zwart racisme in de culturele sector; anti-zwart racisme en de politie.
Tijdens de rondetafelgesprekken en interviews zijn de experts op basis van een kwalitatieve onderzoeksmethodiek aan de hand van een semi-gestructureerde topiclijst gevraagd naar hun ervaringen met en analyses van anti-zwart racisme. Op basis van de rondetafelgesprekken, interviews en analyses is er een lijst aan aanbevelingen gemaakt die kunnen bijdragen aan het bestrijden van anti-zwart racisme in de stad Amsterdam. Ga naar pagina 32 voor de resultaten van het actieonderzoek. Beperkingen Het actieonderzoek kent vanwege de beperkte looptijd van het onderzoek en beperkte middelen haar beperkingen. De Zwarte gemeenschap in Amsterdam en Nederland kent veel diversiteit. In vervolgonderzoek kan er meer worden gefocust op bijv. anti-zwart racisme in de zorg, anti-zwart racisme op de woningmarkt, Somalische-Amsterdammers, ongedocumenteerden en andere groepen en sectoren.
8
1. Wat is anti-zwart racisme? Net zoals wordt gesproken over islamofobie, anti-semitisme, homofobie en transfobie kan afrofobie, afrifobie of anti-zwart racisme worden gezien als een specifieke vorm van discriminatie, onderdrukking en uitsluiting die Zwarte mensen treft. De VN benoemde de periode 2014 tot 2024 tot het Decennium voor mensen van Afrikaanse herkomst.[7] Op 26 maart 2019 nam de Europese Commissie een resolutie aan waarin anti-zwart (of afrofobie) racisme en de fundamentele rechten van mensen van Afrikaanse herkomst worden erkend. Ook roept de EU-lidstaten op om beleid te ontwikkelen dat de positie van deze groepen bevordert. Belangengroepen noemden dit een historisch keerpunt. In de resolutie worden verschillende termen gebruikt, omdat zowel door instituten als door belangengroepen van Zwarte mensen uit verschillende landen uiteenlopende termen en definities worden gehanteerd. Er is echter wel een consensus over de belangrijkste aspecten die ermee worden aangeduid. European Network Against Racism hanteert de term ‘afrofobie’ en definieert het als: “a term used to describe the specificities of racism that targets people of African descent. Afrophobia seeks to dehumanise Figuur 2 Foto: Mascha Tielemans and deny the dignity of a large group of people.
Afrophobia manifests itself through acts of racial discrimination – direct, indirect and structural – and violence, including hate speech, targeting Black people. It can take many different forms: dislike, personal antipathy, bias, bigotry, prejudice, oppression, racism, structural and institutional discrimination, racial and ethnic profiling, enslavement, xenophobia, societal marginalisation and exclusion, systematic violence, hate speech and hate crime.”1 Er is geen consensus over het gebruik van de term afrofobie. De term wordt gebruikt door lobbygroepen zoals European Network Against Racism (ENAR,) de Europese Commissie en ook Afro-Nederlandse lobbygroepen zoals het Landelijk Platform Slavernijverleden.2 Er is echter kritiek op het gebruik van deze term. De term komt namelijk voort uit wetenschappelijke literatuur over witte angst voor Zwarte seksualiteit. Zo beschrijft sociaal wetenschapper Artwell Cain in een bespreking van de term dat de term is afgeleid van het concept ‘negrophobie’ van dekoloniale denker en psychiater Franz Fanon. Filosoof Mbembe stelt in een bespreking van 1
“Frequently Asked Questions - European Network Against Racism.” Geraadpleegd 6 Maart 2021. https://www.enareu.org/Frequently-asked-questions. 2 “‘Erken dat er sprake is van “afrofobie” in Nederland.’”Geraadpleegd 6 Maart 2021. https://nos.nl/l/2339118.
9
Fanon dat ‘negrofobie’ de angst is ‘voor de verbijsterende seksuele potentie die ‘de n*g*r’ wordt toegedicht’ en dat racisme in zijn fundament voortkomt uit angst.3 Critici stellen daarentegen dat racisme jegens Zwarte mensen niet gereduceerd kan worden tot het psychologische fenomeen van angst. In dit rapport wordt de voorkeur gegeven aan het gebruik van de term anti-zwart racisme. De term werd in 1992 voor het eerst gebruikt door Stephen Lewis in een rapport over etnisch profileren in de stad Ontario in Canada. 4 Anti-zwart racisme is een vorm van racisme dat die onlosmakelijk verbonden is met een lange geschiedenis van rassendenken waarin Zwartheid werd gekoppeld aan inferioriteit ten opzichte van ‘witheid’. Dit uit zich in de vorm van verschillende vormen van institutioneel en alledaags racisme zoals etnisch profileren, (onbewuste) vooroordelen, xenofobie, direct en structureel geweld en uitsluiting van mensen van Afrikaanse herkomst die als Zwart wordt gezien of zichzelf als Zwart zien.
Figuur 3 Bron: Brian Elstak
Zwart in Nederland Binnen dit onderzoek wordt ernaar gestreefd om een bijdrage te leveren aan een beter begrip van de manier waarop Zwarte gemeenschappen in Amsterdam, Nederland en Europa zichzelf definiëren en te kampen hebben met een erfenis van het koloniale verleden waarin ze als Zwart werden gedefinieerd.5 De term ‘Zwart’ refereert in het dagelijkse gebruik van de Nederlandse taal naar de kleur zwart en het wordt in de Nederlandse taal vaak als bijvoeglijk naamwoord gebruikt. Hierbij heeft de term vaak een negatieve betekenis; in het Van Dale-woordenboek
Cain, Artwell, and Deniece Wijdenbosch. “Uitsluitingsmechanismes van mensen van Afrikaanse afkomst in Nederland: Wat is erover bekend?,” n.d., 98. 4 Lewis, Stephen. Stephen Lewis Report on Race Relations in Ontario,”. June 1992 3
5
Binnen de sociale en geesteswetenschappen zijn er verschillende stromingen die anti-zwart racisme op verschillende manieren definiëren. Zo is er een stroming die bekendstaat als het ‘afropessimisme’, waarin het vertrekpunt is dat de maatschappij is geworteld in de dehumaniserende geschiedenis van de slavernij en dat het daarom per definitie anti-zwart is, terwijl het Zwartheid ook in politieke, economische en ontologische en epistemologische zin nodig heeft. Sociaal wetenschapper Gloria Wekker bekritiseert deze stroming omdat er sprake is van: “een impliciete biologische, essentialistische opvatting van Zwart zijn. AP 2.0 is in wezen een etnocentrische, Afrikaans-Amerikaanse analyse van Zwart zijn die op alle anderen die bij de categorie Slaaf worden ingedeeld, van toepassing wordt gemaakt.” Binnen dit onderzoek wordt Zwartheid niet binnen de context van het afropessimisme bekeken, maar als een politieke en culturele identiteit. Lees meer: https://www.dipsaus.org/exclusives-posts/2020/6/3/recensieafropessimism-van-frank-b-wilderson-iii
10
staat dat het onder andere ‘vuil’, ‘donker’, ‘pessimistisch’, ‘zuur’, ‘verboden’ en ‘onwettig’ betekent.6 De term Zwart in relatie tot identiteit werd in bepaalde kringen en in bepaalde periodes gebruikt om ‘alle mensen die niet als wit werden gezien’ aan te duiden. Deze blik op Zwartheid wordt ook wel ‘political Blackness’ ofwel ‘politiek Zwart’ genoemd. In de jaren ’70 werd dit begrip binnen de Britse anti-racismebeweging gebruikt om de eenheid tussen de verschillende etnische groepen te bevorderen, zodat ze een front konden vormen tegenover de racistische structuren en instituten waarmee ze geconfronteerd werden. In de Nederlandse context werd de term 'zwarte, migranten, vrouwen (zmv-vrouwen)' gebruikt om vrouwen met diverse culturele achtergronden aan te duiden, waarbij iedereen die niet als ‘wit’ werd gezien als Zwart werd aangeduid. 'Political Blackness' is overigens in het Verenigd Koninkrijk een omstreden concept; zo werd er de afgelopen jaren door Zwarte studentenverenigingen en academici kritiek op geuit. Kehinde Andrews, hoofd van het eerste Black Studies-programma in Europa, schreef dat het de geschiedenis van emancipatiebewegingen van mensen van Afrikaanse herkomst uitwist en dat een gedeelde ‘niet-witte’ identiteit niet noodzakelijk is om coalities te bouwen.
Solidariteit zou volgens hem op basis van gedeelde kwesties gebouwd moeten worden en niet door een gedeelde identiteit proberen te creëren die verschillen uitwist. Ook in de Nederlandse context is ‘political Blackness’ niet onomstreden. Hoewel de term Zwart door sommigen in Nederland nog als ‘politiek Zwart’ wordt opgevat, wordt het in de hedendaagse samenleving vooral gebruikt om een gedeelde politieke en culturele identiteit aan te duiden van mensen van Afrikaanse herkomst die zichzelf als Zwart zien.7 8 9 Dit kwam duidelijk tot uiting tijdens de Black Lives Matter-protesten in de zomer van 2020, waarbij Zwarte mensen zich uitspraken over hun identiteit en het racisme waarmee ze dagelijks geconfronteerd worden. Zwartheid is tevens een transnationale politieke en culturele identiteit die door mensen in de Afrikaanse diaspora gedeeld wordt. In dit actieonderzoek wordt de term Zwart met een hoofdletter geschreven om aan deze gedeelde culturele en politieke identiteit te refereren en het onderscheid te maken tussen het gebruik van de term als kleur of bijvoeglijk naamwoord.10 Sociaal wetenschapper denker beschreef in ‘The Black Atlantic’ dat er een lange geschiedenis van culturele uitwisseling en kruisbestuiving is geweest tussen Zwarte Europese, Afrikaanse en Afro-Amerikaanse schrijvers, denkers, makers en intellectuelen.
In de literaire bundel ‘Zwart: Afro-Europese literatuur uit de Lage Landen’ schrijven Vamba Sherif en Ebissé Rouw over Zwarte identiteit, de complexe erfenis in de collectiviteit van Afrikaanse migranten in de context van een sterk individualistische cultuur in Europa: “de spanning die ontstaat bij een poging deze vragen te beantwoorden leidt bij de Afropeanen tot het ontstaan van een specifieke Afro-Europese identiteit en bewustzijn. Ze houden zich niet alleen bezig met identiteitsvraagstukken en ‘laveren tussen twee werelden’, maar worden ze ook actief betrokken bij het vormgeven van het discours rond grote maatschappelijke en politieke thema’s die de wereld van nu bezighouden: onrecht, ongelijkheid, chauvinisme, seksisme en racisme in al hun gedaanten.” 11 6
https://www.vandale.nl/gratis-woordenboek/nederlands/betekenis/ZWART#.YBfOOJNKiCU Vamba Sherif, en Rouw Ebissé. Zwart: Afro-Europese Literatuur Uit De Lage Landen. (Amsterdam: Uitgeverij Atlas Contact, 2018). 8 Joop. “Wat betekent het om zwart te zijn in Nederland?,” October 9, 2016. https://joop.bnnvara.nl/opinies/betekent-om-zwartnederland. 9 “Nourhussen is vooral blij met de toenemende aandacht voor diversiteit binnen de zwarte gemeenschap. “Surinaamse, Caribische en Afrikaanse Nederlanders waren lange tijd erg van elkaar gescheiden. Vooral Afrikaanse migranten kregen niet altijd voldoende ruimte.” OneWorld. “‘Het is een kans voor zwarte Nederlanders om elkaar te vieren en te steunen,’” October 9, 2019.https://www.oneworld.nl/lezen/discriminatie/racisme/wat-vieren-we-met-de-black-achievement-awards/. 10 Kwame Anthony Appiah,. “The Case for Capitalizing the ‘B’ in Black.” The Atlantic, 18 juni 2020. https://www.theatlantic.com/ideas/archive/2020/06/time-to-capitalize-blackand-white/613159/. 11 Vamba en Ebissé ‘Zwart: Afro-Europese literatuur ’,10. 7
11
Zwarte identiteit wordt in dit onderzoek niet benaderd als een vastomlijnd, essentialistisch gegeven, maar als een identiteit die contextueel en in relatie tot anderen betekenissen krijgt en waarover verschillende opvattingen bestaan. Sociaal wetenschapper Stuart Hall deed onderzoek naar culturele identiteit van de Afrikaanse diaspora in het Verenigd Koninkrijk en schreef: “There are at least two different ways of thinking about ‘cultural identity’. The first position defines ‘cultural identity’ in terms of one, shared culture, a sort of collective ‘one true self ’, hiding inside the many other, more superficial or artificially imposed ‘selves’, which people with a shared history and ancestry hold in common. Within the terms of this definition, our cultural identities reflect the common historical experiences and shared cultural codes which provide us, as ‘one people’, with stable, unchanging and continuous frames of reference and meaning, beneath the shifting divisions and vicissitudes of our actual history. This ‘oneness’, underlying all the other, more superficial differences, is the truth, the essence, of ‘Caribbeanness’, of the black experience.”12 Zwarte identiteit en ‘de Zwarte gemeenschap’ worden in deze context gedefinieerd op basis van het idee van een gedeelde geschiedenis, een gedeeld voorouderschap en een gedeelde cultuur die enigszins stabiel en onveranderd is.
Hall schreef ook over een andere vorm van identiteit waarin niet een ‘gedeelde geschiedenis’ als vertrekpunt worden genomen. Culturele identiteit wordt hierin gezien als iets dat constant ‘in wording’ is en constant wordt gevormd en transformeert binnen de dynamiek van geschiedenis, macht en cultuur, ‘een diaspora-identiteit’: “The diaspora experience as I intend it here is defined, not by essence or purity, but by the recognition of a necessary heterogeneity and diversity; by a conception of ‘identity’ which lives with and through, not despite, difference; by hybridity. Diaspora identities are those which are constantly producing and reproducing themselves anew, through transformation and difference.”13 Een diaspora-identiteit is niet geworteld in een essentialistisch idee over Zwartheid dat gebaseerd is op een geconstrueerd narratief van een gedeelde geschiedenis, maar wordt gekenmerkt door heterogeniteit, hybriditeit en diversiteit. Hoewel in de Nederlandse en Amsterdamse context voor een deel sprake is van een gedeelde geschiedenis en voorouderschap hebben mensen die zichzelf als Zwart zien of als Zwart worden gezien verschillende etnische en culturele achtergronden. Het grootste aantal Zwarte mensen in Nederland heeft een Afro-Surinaamse of Afro-Caribische achtergrond.
Zij delen enerzijds een geschiedenis van slavernij en trans-Atlantische handel in tot slaaf gemaakten, waarin hun identiteit is gevormd. Anderzijds zijn er verschillende culturen en identiteiten ontwikkeld in de verschillende kolonies. Daarnaast zijn er groeiende aantallen Zwarte mensen met andere culturele en etnische achtergronden die niet een directe historische koloniale relatie met Nederland hebben, maar die zichzelf wel als Zwart identificeren of als Zwart worden gezien en behandeld. De manier waarop de overheid burgers registreert, speelt hierbij een belangrijke rol. In Nederland worden burgers geregistreerd op basis van ‘etnische herkomst’ en niet op basis van ‘ras of etniciteit’, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, waar burgers wel als Zwart kunnen worden geregistreerd. Naast de term Zwart wordt de term Afro-Nederlander ook regelmatig gebruikt door mensen van Afrikaanse herkomst. In de
Stuart Hall. “Cultural Identity and Diaspora.” Identity: Community, Culture,. Difference. Ed. Jonathan Rutherford. London: Lawrence & Wishart, 1990. 13 Hall, Cultural identity and diaspora. 12
12
literaire bundel ‘De Goede Immigrant’ duidt cultureel criticus en schrijver Simone Zeefuik de term als volgt: “In deze term beschouw ik Afro- als kern en Nederlander als achtervoegsel dat mijn Zwartzijn van een geografische plek voorziet. Geen liefde of loyaliteit maar een locatie. Bijlmeriaan of Bijlmerbewoner, Amsterdammer, Afro-Surinamer, Afro-Caribiër en AfroNederlanders. Afhankelijk van wie het vraagt en waar ik ben, zijn dit de termen waaruit ik kies wanneer ik mezelf wil duiden. Maar…Nederlander? Gewoon zo kaal nooit. De term Nederlanders heeft wat mij betreft te veel verschillende categorieën. Je hebt Nederlanders die zich moeten houden aan artikel 1 van de Nederlandse grondwet, Nederlanders die met een tractor de deur van een gemeentehuis stuk mogen rijden en Nederlanders die zich niet tegen racisme mogen uitspreken.” 14 In dit actieonderzoek wordt zowel de term Zwart als Afro-Nederlander gebruikt om mensen van Afrikaanse herkomst aan te duiden die zichzelf als Zwart of Afro-Nederlander identificeren en met anti-zwart racisme te maken hebben. Kunstenaar Brian Elstak ontwierp ‘de AfroNederlandse’ vlag als reflectie van de aanwezigheid van Afro-Nederlandse gemeenschappen en gemeenschappen van kleur in Nederland.15
Figuur 4 Bron: Dennis Branko
Simone Zeefuik, “Afro-nederland”. In: De Goede Immigrant: Samengesteld Door Dipsaus Podcast. (Amsterdam: Uitgeverij Pluim, 2020). 15 Hart Amsterdammuseum. “Vlaggen en identiteiten.” Geraadpleegd 6 Maart 2021. http://hart.amsterdam/nl/page/256171/vlaggenen-identiteiten. 14
13
Anti-zwart racisme in Amsterdam en meldingsbereidheid Ondanks de in 2019 aangenomen EU-resolutie en enkele projecten die vanuit Zwarte gemeenschappen door het ministerie van Sociale Zaken werden ondersteund in het kader van het VN Decennium voor mensen van Afrikaanse herkomst wordt anti-zwart racisme slechts beperkt geregistreerd en is er geen specifiek landelijk of lokaal beleid om het te bestrijden. Op grond van Artikel 1 van de Grondwet zijn discriminatie en racisme verboden. Daarnaast is discriminatie op grond van de Algemene Wet Gelijke Behandeling op grond van ras, seksualiteit, gender nationaliteit, burgerlijke staat, handicap, chronische ziekte, iemands politieke gezindheid en leeftijd verboden. Op grond van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (2009) dienen alle gemeentes een voorziening te hebben waar burgers terechtkunnen voor de behandeling en registratie van klachten over discriminatie.16 17 In de regio Amsterdam kunnen bewoners terecht bij het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam. Dit meldpunt is het enige ADV in Nederland dat anti-zwart racisme registreert. Andere Figuur 5 Bron: MDRA ADV’s, de politie, het College voor de Rechten van de Mens doen dit niet. Een publicatie uit juni 2020 van het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam (MDRA) toont aan dat anti-zwart racisme een alledaags en onderbelicht fenomeen is.
Uit registraties van het meldpunt blijkt dat ongeveer een vijfde van de meldingen anti-zwart racisme betreft. Cijfers uit het jaarverslag tonen aan dat er in 2019 544 meldingen van discriminatie werden gedaan binnen de gemeente Amsterdam. Dit is een kleine stijging van 3% ten opzichte van het jaar 2018, waarin 528 meldingen werden gedaan. Het overgrote deel van deze meldingen (318) werd gedaan op grond van discriminatie op basis van huidskleur of herkomst en ongeveer de helft daarvan kan worden gekenmerkt als anti-zwart racisme. Naar aanleiding van de recente publicatie schreef het Parool: “Zolang anti-zwart racisme bij instanties en in het wetenschappelijk onderzoek geschaard wordt onder de algemene noemer ‘discriminatie op huidskleur/afkomst’, blijft het een onderbelicht en onderschat probleem. Dat is onterecht, want het aantal meldingen van anti-zwart racisme in Amsterdam doet vermoeden dat het een omvangrijk probleem is.”18 Anti-zwart racisme in Europa
Koninkrijksrelaties, Ministerie van Binnenlandse Zaken en. “Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen.” Geraadpleegd 6 Maart 2021. https://wetten.overheid.nl/BWBR0026168/2020-01-01. 17 “Discriminatie.” Geraadpleegd 7 maart 2021. https://mensenrechten.nl/nl/discriminatie-uitgelegd. 18 Ruben Koops. “Meldpunt Discriminatie: antizwart racisme is alledaags, overal én onderbelicht.” Het Parool, 27 juli, 2020. https://www.parool.nl/gs-bde897ef. 16
14
‘Een zichtbare minderheid’: dat was de titel van een publicatie van de European Network Against Racism (ENAR).19 De titel reflecteert de paradoxale situatie van Zwarte mensen van Afrikaanse herkomst in de Europese Unie. Enerzijds zijn ze, als Zwarte mensen in een witte omgeving, hyperzichtbaar. Anderzijds worden ze op beleidsniveau en binnen instituten vaak onzichtbaar gemaakt en worden hun ervaringen en perspectieven niet erkend of verzwegen. De EU-commissie refereert in een in 2019 aangenomen resolutie aan een rapport van de Fundamental Rights Agency (FRA) dat in november 2018 werd gelanceerd. 20
Figuur 6 Dennis Branko
Uit het onderzoek, waarvoor in alle EU-lidstaten data is verzameld, bleek dat 24% van de respondenten met wortels in ‘sub-Sahara Afrika’ te maken heeft gehad met discriminatie op basis van hun achtergrond – op de arbeidsmarkt, op de woningmarkt of in het openbaar vervoer. Van de respondenten was 21% zelfs geconfronteerd met racistisch geweld. Een aanzienlijke meerderheid – 84% – heeft echter geen melding gedaan van dit geweld bij de politie of een andere instantie. In Nederland worden geen data verzameld over anti-zwart racisme of afrofobie door antidiscriminatiebureaus, de politie of het College voor de Rechten van de Mens, omdat het nog niet als specifieke discriminatiegrond wordt erkend of geregistreerd – in tegenstelling tot bijvoorbeeld antisemitisme en islamofobie. De resolutie roept lidstaten op om data te verzamelen over anti-zwart racisme, zodat er effectief beleid voor ontwikkeld kan worden.
“Highlights from the Launch of ENAR’s "Invisible Visible (...) - European Network Against Racism.” Geraadpleegd 7 maart 2021. https://www.enar-eu.org/Highlights-from-the-launch-of-ENAR-s-Invisible-Visible-Minority-book. 20 European Union Agency for Fundamental Rights. “Second European Union Minorities and Discrimination Survey - Main Results,” 19
November 28, 2017. Geraadpleegd 7 maart 2021. https://fra.europa.eu/en/publication/2017/second-european-union-minorities-anddiscrimination-survey-main-results.
15
2. Anti-zwart Racisme en Institutioneel racisme Racisme is een complex en veelomvattend probleem dat zich in de loop van de geschiedenis op verschillende manieren heeft gemanifesteerd. Het kan zowel op interpersoonlijk niveau plaatsvinden tussen individuen als vanuit instituten zoals de overheid, de politie of een werkgever. Racisme wordt vaak geassocieerd met expliciete en gewelddadige uitingen, zoals rassensegregatie in de VS, de Apartheid in Zuid-Afrika of het expliciete racisme van neonazi’s. Het kan zich echter ook uiten in bedekte vormen, via (subtiele) uitsluitingsmechanismen in instituten, goedbedoelde grapjes of ‘onschuldig’ bedoelde kinderfeestjes en tradities. Anti-zwart racisme kan zich zowel in institutionele vorm als in de alledaagse vormen voorkomen. In dit hoofdstuk worden verschillende aspecten van anti-zwart en institutioneel racisme uitgelicht. Wat is institutioneel racisme? Een belangrijk begrip is ‘institutioneel racisme’.
In het boek ‘De Slavernij de Oost en West: het Amsterdam Onderzoek’ wordt het als volgt gedefinieerd: “Institutioneel racisme verwijst naar het systematisch uitsluiten, marginaliseren en discrimineren van bevolkingsgroepen op basis van hun ‘ras’ of etniciteit door middel van formele en ongeschreven of informele regels vanuit instituties.” Instituten refereren aan systemen die onderdeel zijn van het heersende apparaat, zoals de wetgevende macht, de overheid en de politie. Structurele trends van discriminatie in het onderwijs en op de arbeidsmarkt vallen volgens sociaal wetenschapper Vasta (2007) ook onder institutioneel racisme. In het geval van institutioneel racisme gaat het niet om onderliggende motieven of intenties van mensen, maar over ongeschreven mechanismen, regels, tradities, gedrag en omgangsvormen die systematisch etnische groepen achterstellen en discrimineren. Institutioneel racisme is ook wel bekend als ‘structureel racisme’ of ‘systemisch racisme’. Na de #BlackLivesmatter-protesten in de zomer van 2020 sprak premier Mark Rutte niet over institutioneel racisme maar over “systemische problemen” met racisme en discriminatie.
21 Diverse instituten en media wezen daarentegen echter wel op het bestaan van institutioneel racisme in de Nederlandse context.22 Op 1 juli 2020, de dag van de herdenking van de afschaffing van de slavernij, werd naar aanleiding van de Black Lives Matter-protesten voor het eerst in de Tweede Kamer gedebatteerd over institutioneel racisme.23 De Toeslagenaffaire als vorm van institutioneel racisme Op 16 januari 2021 heeft het kabinet-Rutte III haar ontslag ingediend bij de Koning naar aanleiding van de ‘Toeslagenaffaire’. De Toeslagenaffaire is een schandaal waarin tussen 2013 NU. “Rutte: Ook in Nederland is racisme een ‘systemisch probleem,’” 3 juni, 2020. https://www.nu.nl/politiek/6055638/rutte-ook-innederland-is-racisme-een-systemisch-probleem.html. 22 NRC. “Hoe wijdverbreid is institutioneel racisme in Nederland en wat valt ertegen te doen?” https://www.nrc.nl/nieuws/2020/09/27/het-racisme-van-een-gaaf-land-a4013767. De Correspondent: Mulder, Vera, and Riffy Bol. “Institutioneel racisme in Nederland: wat het is, waar het zit, en wat jij eraan kunt doen.” De Correspondent, 10 juni , 2020. https://decorrespondent.nl/11317/institutioneel-racisme-in-nederland-wat-het-is-waar-het-zit-en-wat-jij-eraan-kunt-doen/46408753647232adb. 23 Reactie op het rapport ‘Ongekend Onrecht’ van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag, Geraadpleegd 7 maart 2021.
https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail/2021Z00770/2021D01957. 21
16
en 2019 ten minste 26.000 ouders – veelal met een migrantenachtergrond of een dubbel paspoort – onterecht als fraudeur werden aangemerkt door de Belastingdienst. Door de onterechte fraudeverdenkingen werden ze geconfronteerd met aanzienlijk hoge naheffingen en terugvorderingen, wat ernstige gevolgen heeft gehad, zoals faillissementen, echtscheidingen, schuldenproblematiek, uithuiszetting van kinderen en in een extreem geval zelfs zelfmoord. De Belastingdienst verzamelde onrechtmatig gegevens over dubbele nationaliteit en nationaliteit. Deze gegevens werden gebruikt om bepaalde aanvragen voor Kindertoeslag automatisch als risicovol aan te wijzen. Hiermee heeft de Belastingdienst volgens de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) discriminerend gehandeld door onderscheid te maken op basis van nationaliteit. Volgens de privacywet AVG was de verwerking van de gegevens over nationaliteit een inbreuk op het fundamentele recht om niet gediscrimineerd te worden. De voorzitter van het AP zei hierover het volgende: “Uit ons onderzoek is naar voren gekomen dat de afdeling Toeslagen van de Belastingdienst op meerdere manieren, op grote schaal en langdurig gegevens bewaarde en gebruikte op een manier die absoluut niet is toegestaan. Het hele systeem was op een discriminerende manier ingericht en werd ook als zodanig gebruikt.
Welke concrete gevolgen dit heeft gehad voor individuele aanvragers, dat kunnen we in dit onderzoek niet zien. Wel was er permanent en structureel onnodige negatieve aandacht voor de nationaliteit en dubbele nationaliteit van de aanvragers.” 24
Figuur 7 Geronimo Matulessy
Aangezien mensen met een dubbele nationaliteit structureel benadeeld zijn door een overheidsinstituut, de Belastingdienst, was dit een duidelijke vorm van institutioneel racisme. De politie heeft bijvoorbeeld de taak om de wet te handhaven, waarbij een belangrijk element het gelijkheidsbeginsel is. Uit onderzoek van onder meer Amnesty International blijkt echter dat “Werkwijze Belastingdienst in strijd met de wet en discriminerend,” Geraadpleegd 7 maart 2021, https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/nieuws/werkwijze-belastingdienst-strijd-met-de-wet-en-discriminerend. 24
17
‘etnische minderheden’ vaker worden onderworpen aan politiecontroles dan witte Nederlanders, terwijl daar geen objectieve reden voor is.25 Jair Schalkwijk van Control Alt Delete, een organisatie die zich inzet tegen etnisch profileren, zei daarover: “Als wij wijzen op institutioneel racisme bij de politie, bedoelen we daarmee niet dat alle politiemensen racisten zijn. Tegelijkertijd is het wel zo dat alle agenten door hun handelen gezamenlijk een enorme ongelijkheid creëren.”
Een van de gebieden waarvan uit vele onderzoeken blijkt dat er sprake is van structurele achterstelling van ‘etnische minderheden’, ofwel institutioneel racisme, is de arbeidsmarkt. In 2010 publiceerde het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) het onderzoek ‘Liever Mark dan Mohamed’, waaruit bleek dat mensen met een ‘niet-westerse’ achternaam en geboorteplaats 9% minder kans hadden om uitgenodigd te worden voor een sollicitatiegesprek ten opzichte van kandidaten met een naam van Nederlandse origine. In het decennium erna volgden talloze andere onderzoeken waarin werd bevestigd dat arbeidsmarktdiscriminatie een structureel probleem is. Dit soort onderzoeken werden echter al in de jaren ’70 uitgevoerd. Zo deed criminoloog Bovenkerk in 1978 onderzoek naar discriminatie op de arbeidsmarkt. Hij concludeerde dat er sprake was van rassendiscriminatie op de Amsterdamse arbeidsmarkt. 26 In de onderzoeken die al sinds de jaren ’70 worden gedaan, wordt het voorkomen van discriminatie wel erkend, maar wordt het doorgaans gereduceerd tot acties van individuen en wordt de nadruk gelegd op ‘onbewuste vooroordelen’.
Zo wordt het fenomeen racisme in geen van de rapporten van het SCP van de afgelopen tien jaar genoemd, terwijl discriminatie wel wordt erkend.27 Hiermee wordt het structurele en institutionele karakter van racisme vermeden en verzwegen en wordt het beeld van ‘witte onschuld’ in stand gehouden. Ambtenaren van de Belastingdienst bleken bovendien racistische terminologie te gebruiken. Mensen die zowel de Turkse als de Nederlandse nationaliteit hebben, maar in Nederland zijn geboren, werden ‘Turk’ genoemd. Ook werd door ambtenaren van de Belastingdienst geschreven over ‘een nest Antillianen’, alsof het over dieren ging, en kwam ook de denigrerende en anti-zwarte term ‘zwartjes’ voorbij.28 Uit onderzoek van het Autoriteit Persoonsgegevens (AP) bleek dat de Belastingdienst onder meer specifiek fraudeonderzoek deed naar Ghanezen uit Amsterdam-Zuidoost. Dit wordt nader toegelicht in het hoofdstuk over de Ghanese gemeenschap in Amsterdam. De Belastingdienst erkende na onderzoek van Trouw en RTL4 dat het zich jarenlang schuldig had gemaakt aan etnisch profileren bij de controle van aangifte van de inkomstenbelasting.29 Aangezien het in het geval van de Belastingdienst gaat over een overheidsinstituut dat zich systematisch schuldig heeft gemaakt aan discriminatie ten nadele van bepaalde etnische groepen, kan het worden aangemerkt als een voorbeeld van institutioneel racisme.
In het geval van de groepen mensen die als Zwart worden geracialiseerd, zoals mensen met een Ghanese, een Afrikaanse of Afro-Surinaamse afkomst, kan het tevens worden gekenmerkt als een vorm van anti-zwart racisme. “Etnisch profileren,” Amnesty International, Geraadpleegd 7 maart 2021, https://www.amnesty.nl/wat-wedoen/themas/discriminatie/etnisch-profileren. 26 F. Bovenkerk, Omdat zij anders zijn: Patronen van rassendiscriminatie in Nederland. (Amsterdam: Boom. 1978). 27 Welzijn en Sport Ministerie van Volksgezondheid, “Publicaties - Sociaal en Cultureel Planbureau,” webpagina (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, November 28, 2019), https://www.scp.nl/publicaties. (2010; 2014 I, 2014 II; 2015). 28 “De Toeslagenaffaire, Institutionele Discriminatie En Waarom Het Kabinet Nu Zou Moeten Vallen,” Lilith, geraadpleegd 7 maart,2021,https://www.lilithmag.nl/blog/2021/1/13/de-toeslagenaffaire-institutionele-discriminatie-en-waarom-het-kabinet-zoumoeten-vallen. 29 Jan Kleinnijenhuis, “Belastingdienst erkent: toch sprake van etnisch profileren,” Trouw, 10 mei , 2020, https://www.trouw.nl/gsb91d1a45. 25
18
Institutioneel racisme kan verstrekkende gevolgen hebben. Een van de slachtoffers, Cheikhou Mbengue uit Amsterdam-Oost, werd ten onrechte als fraudeur bestempeld en kreeg te maken met een grote schuld van €29.000: “Ik werd vernederd, het was onmenselijk. Uiteindelijk hebben ze me een uitdraai gegeven waarop mijn schuld stond, met mijn naam, maar met het verkeerde rekeningnummer. Ik dacht: dat kan niet.” “Het geld dat ik kwijt ben, daar kan ik nog mee leven. Maar alle ellende die erna is gekomen is nog veel erger. Alles wat je binnenkrijgt, gaat naar de Belastingdienst. Dat betekent dat je geen huur kunt betalen, geen energie. Je leeft van droog brood, je kunt geen nieuwe kleding voor je kind kopen. ‘Papa, ik wil dit speelgoed', zei mijn zoontje van vier dan – hoe leg je uit aan je kind dat dat niet kan? Ik werd bijna uit mijn huis gezet, de container stond al klaar voor mijn spullen. Het was kantje boord. Mijn totale schuld liep op naar 29.000 euro.”30 De Toeslagenaffaire speelt al enkele jaren. De manier waarop het door zowel de instituten als vele media werd behandeld, toont hoe het probleem van institutioneel racisme door verschillende instituten in stand wordt gehouden.
Hoewel ‘etnisch profileren’ een van de fundamentele oorzaken is van de Toeslagenaffaire, werd het buiten de scope van het parlementaire onderzoek gehouden, waardoor discriminatie en racisme niet in het onderzoeksrapport ‘Ongekend Onrecht’ werden genoemd.31 Het Openbaar Ministerie oordeelde ondanks het rapport van het AP dat het onvoldoende grond zag om over te gaan tot vervolging wegens beroepsmatige discriminatie, ondanks dat het AP oordeelde dat ‘systematische discriminatie’ had plaatsgevonden. In vele analyses in diverse media werd het aspect van etnisch profileren, discriminatie en racisme echter buiten schot gehouden. Desondanks erkende het kabinet in haar reactie op het rapport ‘Ongekende Onrecht’ en met het indienen van haar ontslag dat er wel degelijk sprake was geweest van discriminatie: “Het kabinet wil hier nogmaals volstrekt helder zijn: discriminatie kan en mag niet. De overheid heeft daarbij een belangrijke voorbeeldrol. Een eerlijke en onbevooroordeelde behandeling staat aan de basis van het vertrouwen in de overheid. Het kabinet realiseert zich ten volle dat dit vertrouwen diep beschadigd is bij ouders die te maken hebben gehad met discriminatoire bejegening. Helaas moeten we constateren dat dit bij de fraudeaanpak bij Toeslagen aan de orde was.
Ouders met een niet-Nederlandse nationaliteit en ouders met een dubbele nationaliteit hadden alleen al op basis daarvan meer kans om door de Belastingdienst gecontroleerd te worden. Het kabinet betreurt dit ten zeerste en wil ervoor zorgen dat dit nooit meer kan gebeuren.”
Tahrim Ramdjan en Josien Wolthuizen, “Gedupeerde ouders niet geholpen met aftreden kabinet: ‘Voelt als vluchtgedrag,’” Het Parool, 15,januari 2021, https://www.parool.nl/gs-b207b7e9. 31 Lilith, “De toeslagenaffaire”. 30
19
Figuur 8 #BlackLivesMatter demonstratie 10 juni 2020 Nelson Mandelapark. Bron: Luciano Boterman
Alledaags racisme Op basis van haar etnografische onderzoek onder Surinaamse en Afro-Amerikaanse vrouwen ontwikkelde Philomena Essed (1984; 1991) het concept ‘alledaags racisme’. Het onderzoek was een systematische analyse van racisme in Nederland en de Verenigde Staten waarin ‘ras’ in een historische en structurele context werd geplaatst. Ook werd de mythe weerlegd dat racisme wel een structureel probleem in de VS en niet in Nederland. Essed (1991) erkende dat ‘ras’ een sociaal construct is. Er is namelijk geen biologische of genetische basis om te stellen dat er een ‘zwart ras’ onderscheiden kan worden van een ‘wit ras’; er bestaat slechts één menselijk ras. Echter, vanwege een geschiedenis waarin de economie en maatschappij op basis van ‘ras’ zijn geordend, heeft het denken in termen van ‘ras’ nog wel sociale, culturele en politieke gevolgen. In het boek ‘Inzicht in Alledaags Racisme’ definieert Essed (1991) racisme als volgt: “Een ideologie, een proces en een structuur waarin ongelijkheid die inherent is aan een bredere maatschappelijke structuur, op deterministische wijze wordt verbonden met biologische en culturele factoren die worden toegeschreven aan een groep die gezien wordt als een ander ‘ras’ of een andere ‘etnische groep’”32 Deze definitie van racisme toont aan dat racisme niet slechts om discriminerende handelingen van een individu op basis van ‘ras’ gaat.
Racistische handelingen zijn onderdeel van een groter geheel aan sociale processen en structuren binnen de samenleving, zoals onderwijsinstituten, 32
Philomena Essed. Alledaags Racisme, (Amsterdam: Feministische Uitgeverij Sara, 1991).
20
werkgeversorganisaties en politieke partijen. Volgens Essed (1991) komt racisme zowel in Nederland als in de VS voort uit een ideologie van witte superioriteit, geworteld in een geschiedenis van slavernij en kolonialisme. In de VS komt het over het algemeen echter explicieter en extremer tot uiting vanwege de historische context van slavernij gevolgd door rassensegregatie, terwijl het in Nederland vaak subtieler voorkomt in de vorm van ‘alledaags racisme’, dat Essed als volgt beschrijft: “Alledaags racisme wordt gedefinieerd door de manier waarop mensen van kleur de alledaagse omgang met witte mensen ervaren. Alledaags racisme wordt ervaren in een racistisch leefklimaat. Het betekent dat de etnische groep waartoe je behoort als ongewenst, inferieur en lastig wordt gezien. Die komt tot uiting in een reeks van (op zich vaak ‘kleine’) voorvallen. Alledaags racisme houdt in dat mensen van kleur potentieel elke dag racisme ervaren. Als gevolg daarvan leren mensen van kleur het gedrag van witte mensen systematisch observeren.”33
Figuur 9 Bron: Verschillende edities van Alledaags Racisme The Black Archives
Witte onschuld In het boek ‘Dutch Racism’ stellen Essed en Hoving (2014) dat Nederlanders hun zelfbeeld van morele en culturele superioriteit waarborgen door de koloniale geschiedenis verkeerd voor te stellen en de onschuld te claimen door beschuldigingen van racisme, soms op een agressieve manier, te ontkennen. Dit is bijvoorbeeld zichtbaar in het Zwarte Piet-debat. Sociologe Melissa Weiner (2014) deed onderzoek naar het Nederlandse geschiedenisonderwijs en onderzocht hoe de trans-Atlantische slavenhandel in alle boeken sinds 1980 behandeld werd.34 Ze stelt dat 33
Essed, Alledaags racisme.
Melissa F. Weiner, “The Ideologically Colonized Metropole: Dutch Racism and Racist Denial,” Sociology Compass 8, no. 6 (2014): 731–44, https://doi.org/10.1111/soc4.12163. 34
21
het Nederlandse slavernijverleden stelselmatig verzwegen of gebagatelliseerd wordt en dat deze eurocentrische blik op de geschiedenis bijdraagt aan een opzettelijke daad van ‘maatschappelijk vergeten’. Hoewel Nederland meer dan vierhonderd jaar een koloniaal imperium heeft gehad, worden er slechts enkele alinea’s in de geschiedenisboeken aan besteed en domineert het beeld dat het geen sporen heeft achtergelaten in het denken en handelen in het heden. Dit gebrek aan educatie over het koloniale verleden beperkt vele Nederlanders om te begrijpen hoe institutioneel racisme werkt, waar het vandaan komt en hoe structurele ongelijkheid wordt gereproduceerd. In haar boek ‘White Innocence’ (2016) stelt antropoloog Gloria Wekker de vraag hoe het mogelijk is dat een land dat vierhonderd jaar lang een uitgestrekt koloniaal imperium heeft gehad een dusdanig ‘feliciterend zelfbeeld’ heeft kunnen ontwikkelen waarin wordt aangenomen dat dit verleden geen sporen heeft nagelaten in het denken, het doen en de samenleving.
Wekker beschrijft het dominante Nederlandse zelfbeeld als volgt: “Het omvat een dominante manier waarop de Nederlanders over zichzelf denken, als een klein doch rechtvaardig, ethisch, kleurenblind, vrij van racisme, dus een baken van licht voor andere volkeren en naties.35 In tegenstelling tot dit dominante zelfbeeld stelt Wekker dat het koloniale verleden opgeslagen is in het ‘culturele archief’. Dit archief is ‘een opslagplaats van geschiedenis’ dat zowel in de hoofden en harten van mensen, als in instituten, populaire cultuur en ‘het gezonde verstand’ verankerd is. Deze koloniale beeldvorming wordt onder meer gerepresenteerd in de figuur Zwarte Piet. Deze beeldvorming is echter ook terug te zien in de instituten en sociale domeinen waarin mensen dagelijks met elkaar in contact komen. Racistische handelingen en uitspraken worden op basis van dit zelfbeeld afgedaan als incidenten of ‘onschuldige grapjes’, of de nadruk wordt gelegd op de goedbedoelde intentie van de handeling.
De geschiedenis van de slavernij en kolonialisme wordt volgens kritische sociale wetenschappers systematisch uit het collectief bewustzijn gehouden, waardoor de huidige maatschappelijke ongelijkheid, institutioneel racisme en de aanwezigheid van Surinamers en andere migrantengroepen in Nederland niet wordt gekoppeld aan het koloniale verleden.36 Vooroordelen en stereotiepe beelden die vandaag de dag nog invloed hebben op het denken en handelen van Nederlandse burgers hebben een historische oorsprong.
Lex Bohlmeijer, “Podcast: Nederland lijdt aan een verziekt zelfbeeld, zegt Gloria Wekker,” De Correspondent, 30 december 2017, https://decorrespondent.nl/7783/podcast-nederland-lijdt-aan-een-verziekt-zelfbeeld-zegt-gloria-wekker/548645088816-98b33791. 36 Heilbron, U. W. (2006). De toekomst van het verleden: reflecties over Nederland's slavernijverleden en-erfgoed. Stichting Museum Suriname. 35
22
Figuur 10 Boekpresentatie 'Witte Onschuld' Gloria Wekker, 14 januari 2018
Racisme zonder ‘ras’ Na de Tweede Wereldoorlog werd het een taboe om in Nederland en vele andere Europese landen in termen van ‘ras’ te denken en handelen. 37 In 1950 publiceerde UNESCO een statement op basis van uitgebreid van wetenschappers van verschillende disciplines dat er geen biologisch bewijs was om aan te tonen dat er verschillende menselijke ‘rassen’ bestaan. Integendeel, nieuwe DNA-technieken maakten duidelijk dat er één menselijk ‘ras’ is, waarbinnen geen biologisch significante genetische verschillen bestaan. ‘Ras’ is een product van het koloniale systeem, maar de gevolgen van het raciale denken zijn wel echt en nog steeds aanwezig. Het wetenschappelijke bewijs dat ‘ras’ geen biologische basis heeft, betekende niet dat de raciale vooroordelen en beeldvorming over Zwarte mensen en mensen van kleur verdwenen, maar dat ze transformeerden in subtielere vormen van superioriteitsdenken.38 In tegenstelling tot de VS, waar ‘ras’ onderdeel is van het dominante discours, ligt de nadruk in Nederland in het publieke debat en in het dagelijkse leven meer op etniciteit en religie. ‘Ras’ is in Nederland juridisch gezien wel een categorie in antidiscriminatiewetgeving, maar wordt in formele beleidsstukken niet als categorie gehanteerd, zoals wel gebeurt met etniciteit. De manier waarop etniciteit in het dominante discours wordt
H. Ghorashi. “Waarom is racisme taboe in Nederland?” In: M. Davidovic & A. Terlouw (red.), Diversiteit en democratie: Onderzoek naar processen van in- en uitsluiting (p. 183-200). (Amsterdam: Amsterdam University Press, 2015). 38 P Essed en S. Trienekens, ‘Who Wants to Feel White?’ Race, Dutch Culture and Contested Identities”. Ethnic and Racial Studies 31(1) 2008, 52-72. 37
23
gebruikt, reproduceert echter het oude raciale denken, waarbij etniciteit en religie worden ‘geracialiseerd’.39 Er wordt niet gesproken in termen van ‘rassen’, maar in termen van ‘etnische minderheden’ die normen, waarden en tradities zouden hebben die onverenigbaar zijn met de ‘westerse liberale normen en waarden’ van de Nederlandse samenleving. Wetenschappelijk en biologisch racisme is hiermee getransformeerd in meer subtielere en verborgen vormen van superioriteitsdenken die verweven zijn met cultuur, nationaliteit en religie. De culturen van ‘etnische minderheden’ worden hierbij als onveranderlijk, stabiel en fundamenteel anders gezien ten opzichte van de ‘meer ontwikkelde’ Nederlandse of Europese beschaving. De etniciteit van de meerderheid wordt hierbij zelden benoemd of geproblematiseerd. Witheid wordt niet als een etnische categorie gezien, maar fungeert als de onderliggende onbesproken norm. Op deze manier wordt een culturele hiërarchie in stand gehouden die geworteld is in het rassendenken uit de koloniale periode. 40 Zo wordt de term ‘allochtoon’ volgens sociale wetenschappers bijvoorbeeld gebruikt als een ‘onschuldige’ aanduiding om verschil op basis van etniciteit en religie aan te duiden, terwijl het verweven is met ras.
Antropoloog Gloria Wekker schreef: “De term zet dus, zonder dat het betreurenswaardige begrip “ras” in de mond genomen hoeft te worden, racialiseringsprocessen in gang; iedereen weet dat het begrip verwijst naar mensen –van –kleur en hun afstammelingen.”41 Het anti-immigrantendiscours Sociaal wetenschapper Ghorashi stelt dat het dominante discours de afgelopen decennia, in het bijzonder in de periode na 11 september en de moord op Pim Fortuyn, steeds explicieter uitsluitend en racistisch is geworden ten opzichte van migranten, vluchtelingen en moslims. De toenemende anti-immigratieretoriek staat echter niet haaks op het historische zelfbeeld van Nederland als land van ‘tolerantie’. Ook binnen het zelfbeeld van ‘tolerantie’ werden migranten als ‘absolute anderen’ gezien, en in de post-Fortuynperiode worden migranten steeds openlijker en explicieter als ‘inferieure anderen’ gezien.42 In het discours rondom migranten zijn ideeën over ‘ras’, nationaliteit en macht met elkaar verweven. Zo schreef de Partij voor de Vrijheid in een wetsvoorstel om de racistische karikatuur Zwarte Piet te beschermen over “die superieure cultuur die ons wetenschap, gezondheidszorg, vrede en veiligheid heeft gebracht”.43 De partij werd tijdens de Tweede Kamerverkiezingen in 2017 met 20 zetels de op een na grootste partij.