CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4.Wetsteksten Grondwet + Gemeentewet over gezag gemeenteraad en BW Boek 2 gemeente als rechtspersoon

RAAD 10 maart 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsadres van een burger inzake herziening van het erfpachtstelsel. Nr. VN 2021-006481668 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wetsteksten Grondwet en gemeentewet over gezag en bestuursmacht gemeenteraad (+ Boek 2 BW) Grondwet (de rechter mag gemeentelijke materiële wetgeving aan Grondwet toetsen, formele wet niet) Grondwet, artikel 125 1 Aan het hoofd van de provincie en de gemeente staan provinciale staten onderscheidenlijk de gemeenteraad. Hun vergaderingen zijn openbaar, behoudens bij de wet te regelen uitzonderingen. 2 Van het bestuur van de provincie maken ook deel uit gedeputeerde staten en de commissaris van de Koning, van het bestuur van de gemeente het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester. Grondwet, artikel 124 1 Voor provincies en gemeenten wordt de bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake hun huishouding aan hun besturen overgelaten. 2 Regeling en bestuur kunnen van de besturen van provincies en gemeenten worden gevorderd bij of krachtens de wet. Gemeentewet; Hoofdstuk IX. De bevoegdheid van de raad Gemeentewet, artikel 147 1 Gemeentelijke verordeningen worden door de raad vastgesteld voor zover de bevoegdheid daartoe niet bij de wet of door de raad krachtens de wet aan het college of de burgemeester is toegekend. 2 De overige bevoegdheden, bedoeld in artikel 108, eerste lid, berusten bij de raad.

3 De overige bevoegdheden, bedoeld in artikel 108, tweede lid, berusten bij het college, voor zover deze niet bij of krachtens de wet aan de raad of de burgemeester zijn toegekend. Gemeentewet, artikel 147a 1 Een lid van de raad kan een voorstel voor een verordening of een ander voorstel ter behandeling in de raad indienen. 2 De raad regelt op welke wijze een voorstel voor een verordening wordt ingediend en behandeld. 3 De raad regelt op welke wijze en onder welke voorwaarden een ander voorstel wordt ingediend en behandeld. 4 De raad neemt geen besluit over een voorstel dan nadat het college in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad te brengen. “

Gemeentewet, Titel III. De bevoegdheid van het gemeentebestuur Hoofdstuk VIII. Algemene bepalingen § 1. Inleidende bepalingen Gemeentewet, artikel 108 1 De bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake de huishouding van de gemeente wordt aan het gemeentebestuur overgelaten. 2 Regeling en bestuur kunnen van het gemeentebestuur worden gevorderd bij of krachtens een andere dan deze wet ter verzekering van de uitvoering daarvan, met dien verstande dat het geven van aanwijzingen aan het gemeentebestuur en het aan het gemeentebestuur opleggen of in zijn plaats vaststellen van beslissingen, slechts kan geschieden indien de bevoegdheid daartoe bij de wet of krachtens de wet bij provinciale verordening is toegekend. 3 Onverminderd het bepaalde in de artikelen 110, vijfde lid, 119, vierde lid en 120, tweede lid, worden de kosten, verbonden aan de uitvoering van het tweede lid, voor zover zij ten laste van de betrokken gemeenten blijven, door het Rijk aan hen vergoed. Gemeentewet Hoofdstuk X. De bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders Gemeentewet, artikel 160 1 Het college is in ieder geval bevoegd: a. het dagelijks bestuur van de gemeente te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet de raad of de burgemeester hiermee is belast; b. beslissingen van de raad voor te bereiden en uit te voeren, tenzij bij of krachtens de wet de burgemeester hiermee is belast; c.

regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de gemeente, met uitzondering van de organisatie van de griffie; d. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten; e. te besluiten namens de gemeente, het college of de raad rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij de raad, voor zover het de raad aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; f. ten aanzien van de voorbereiding van de civiele verdediging; g. jaarmarkten of gewone marktdagen in te stellen, af te schaffen of te veranderen. Burgerlijk Wetboek, Boek 2 art 2:1 BW: "De Staat, de provincies, de gemeenten, de waterschappen, alsmede alle lichamen waaraan krachtens de Grondwet verordenende bevoegdheid is verleend, bezitten rechtspersoonlijkheid." artikel 2:5 BW: "Een rechtspersoon staat wat het vermogensrecht betreft, met een natuurlijk persoon gelijk, tenzij uit de wet het tegendeel voortvloeit."

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9856300/1