CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Rapportage vragenlijstonderzoek spanningen, radicalisering en extremisme 2023.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 2 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsbrief programma Radicalisering en Extremisme (VN2023-022174)5.435 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Professionals over spanningen, radicalisering en extremisme in Amsterdam Onderzoek & Statistiek, i.s.m. Programma Radicalisering en Extremisme, directie OOV

1

In opdracht van: Openbare Orde en Veiligheid (OOV) Projectnummer: 230485 Auteur: Eliza van der Beek en Leyla Reches, in samenwerking met het programma Radicalisering en Extremisme E-mailadres: e.beek@amsterdam.nl, l.reches@amsterdam.nl Bezoekadres: Weesperstraat 113-117 Telefoon: 020 251 0333 Postbus 658, 1000 AR Amsterdam onderzoek.amsterdam.nl Amsterdam, juni 2023 Foto voorzijde: Weesperstraat 113, fotograaf Edwin van Eis (2016)

2

Inhoud

Samenvatting

4

1 Inleiding

6

2 Identiteit en verbinding

8

3 Spanningen

9

4 Radicalisering en extremisme

10

5 Ondersteuningsbehoefte

15

Bijlage 1 Begrippenlijst zoals gedefinieerd in de vragenlijst

18

3

Samenvatting

Vanuit de directie Openbare Orde en Veiligheid (OOV) en het programma Radicalisering en Extremisme (R&E) van de gemeente Amsterdam is behoefte aan zicht op spanningen, radicalisering en extremisme in de stad. Daarnaast wil het programma R&E weten welke ondersteuningsbehoeften professionals hebben. Aan Onderzoek en Statistiek (O&S) is gevraagd om onderzoek uit te voeren onder Amsterdamse professionals die direct in contact staan met Amsterdammers en daardoor binnen hun werk signalen van radicalisering tegen kunnen komen. Hiervoor hebben 109 Amsterdamse professionals een online vragenlijst ingevuld, werkend binnen de politie, stadsdelen, onderwijs, jeugd, sport, welzijn, werk, participatie en inkomen en zorg. Dit onderzoek is een herhaling van het onderzoek uitgevoerd in 2021. Professionals zien regelmatig Amsterdammers die instituties of de overheid wantrouwen Verschillende factoren rondom identiteit en verbinding kunnen in combinatie met elkaar een voedingsbodem voor radicalisering en extremisme vormen. Dit betekent echter niet dat deze ook leiden tot radicalisering of extremisme. Het merendeel van de professionals ziet problematiek rond identiteit en verbinding met de samenleving bij Amsterdammers waarmee zij werken, zoals ervaren achterstelling, het ontbreken van een sociaal netwerk of problemen met de identiteitsontwikkeling.

Professionals hebben het meest te maken met Amsterdammers die Nederlandse instituties of de overheid wantrouwen: 82% van de professionals kwam dit de afgelopen twee jaar soms of vaak tegen in hun werk. Spanningen tussen Amsterdammers met verschillende etnische of culturele achtergronden Verschillen in leefstijlen, opvattingen en culturen kunnen leiden tot spanningen. Spanningen hoeven geen probleem te zijn, maar geven wel de context aan waar professionals in werken. Bij alle vormen van spanningen tussen groepen Amsterdammers geeft meer dan de helft van de professionals aan dit soms of vaak te zien. Spanningen tussen Amsterdammers met verschillende etnische of culturele achtergronden worden het meest gezien door professionals (76% soms/vaak). In vergelijking met 2021 geeft een groter aandeel van de professionals in 2023 aan binnen hun werk spanningen tussen verschillende groepen Amsterdammers tegen te komen. Professionals zien vaker legitimatie van geweld of ondemocratische middelen De minder vergaande indicatoren voor radicalisering – wij-zij denken, intolerant zijn over andere opvattingen, zich bedreigd voelen door andere groepen en complotdenken – zien professionals regelmatig in hun werk. Deze indicatoren kunnen echter ook voorkomen bij mensen die niet radicaliseren.

Het aandeel professionals dat binnen hun werk soms of vaak te maken had met Amsterdammers die geweld of extreme, ondemocratische middelen legitimeren om een bepaald doel of ideaal te behalen is in vergelijking met 2021 bijna verdubbeld: van 11% in 2021 naar 20% in 2023. Deze Amsterdammers zijn al in sterke mate geradicaliseerd. De professionals die dit zien, geven aan voornamelijk links-extremisme, rechts-extremisme, extremisme vanuit complotdenken en anti-overheidsextremisme tegen te komen. 4

Extremisme vanuit complotdenken het meest gezien door professionals Ruim de helft van de professionals (56%) kwam in de afgelopen twee jaar een of meer vormen van extremisme (of vermoedens daarvan) tegen, in 2021 was dit 48%. Extremisme vanuit complotdenken wordt het vaakst gezien (35%). Verder zag bijna een derde van de professionals islamitisch extremisme, anti-overheidsextremisme en rechts-extremisme. Deze vormen van extremisme werden door een groter aandeel professionals gezien dan in 2021. Ook linksextremisme, milieu- of dierenrechtenextremisme en extremisme vanuit antisemitisme werden de afgelopen twee jaar door meer professionals gezien. Professionals maken zich vanuit hun werk het meeste zorgen om anti-overheidsextremisme en extremisme vanuit complotdenken. Minderheid professionals voelt zich voldoende ondersteund in omgang met radicalisering De meeste professionals weten waar ze terechtkunnen bij zorgen om (beginnende) radicalisering en voelen zich goed in staat om (beginnende) radicalisering te signaleren bij de doelgroep waarmee zij werken. Tegelijkertijd voelt bijna de helft van de Amsterdamse professionals zich niet voldoende ondersteund in het omgaan met radicalisering of twijfelt hierover.

Meldingsbereidheid Steunpunt hoog, toch namen weinig professionals contact op bij zorgen Het Steunpunt Radicalisering van de gemeente Amsterdam is er om professionals te adviseren bij zorgen of vragen en te ondersteunen in (anonieme) casuïstiek waar radicalisering mogelijk een rol speelt. In 2023 zijn er meer professionals bekend met het Steunpunt dan in 2021. Een op de vijf (21%) was voor de enquête nog niet bekend met het Steunpunt Radicalisering. Een klein deel van de professionals (14%) geeft aan dat zijzelf of een collega weleens contact hebben gehad met het Steunpunt. De meeste professionals (88%) zeggen dat ze bij zorgen over radicalisering contact met het Steunpunt Radicalisering zouden opnemen. In 2021 was dit 94%. Tegelijkertijd heeft slechts een klein deel (20%) van de professionals die (vermoedens van) extremisme tegenkwamen weleens contact gehad met het Steunpunt.

5

1 Inleiding

Vanuit de directie Openbare Orde en Veiligheid (OOV) en het programma Radicalisering en Extremisme (R&E) van de gemeente Amsterdam is behoefte aan zicht op spanningen, radicalisering en extremisme in de stad. De ervaringen van professionals zijn hierin van groot belang. Professionals weten namelijk wat er leeft en speelt in de stad doordat ze werkzaam zijn in Amsterdamse wijken en in direct contact staan met Amsterdammers. Daarnaast wil het programma R&E weten welke ondersteuningsbehoeften professionals hebben bij het signaleren van en omgaan met spanningen, radicalisering en extremisme. Aan Onderzoek en Statistiek (O&S) is gevraagd om onderzoek uit te voeren onder Amsterdamse professionals om deze vragen te onderzoeken. Omdat deze thema’s steeds veranderen, is het belangrijk deze informatie en behoeften te blijven ophalen. Dit onderzoek is een vervolg op een onderzoek uit 2021. Onderzoeksopzet Voor dit onderzoek is een online vragenlijst voorgelegd aan een brede groep professionals die in direct contact staan met Amsterdammers en daardoor binnen hun werk signalen van radicalisering tegen kunnen komen. Het onderzoek geeft geen antwoord op de omvang van spanningen, radicalisering en extremisme in Amsterdam.

Met dit onderzoek wordt immers slechts een deel van de professionals die in hun werk signalen van radicalisering en extremisme tegen kunnen komen bereikt en niet alle Amsterdamse organisaties die hier in hun werk mee te maken kunnen hebben zijn vertegenwoordigd. Bovendien is dit onderzoek gericht op de ervaringen van professionals. De inschatting van professionals zal in de praktijk niet precies overeenkomen met de daadwerkelijke omvang, omdat dit onder meer afhankelijk is van de mate waarin professionals radicalisering en extremisme herkennen en omdat professionals werken met een specifieke doelgroep, die niet per se representatief is voor alle Amsterdammers. De vragenlijst was grotendeels gelijk aan die van de meting in 2021 zodat de uitkomsten vergeleken konden worden. In de vragenlijst kwamen verschillende thema’s aan bod, oplopend van milde problematiek tot extremisme. In de vraagstelling is gespecificeerd dat de vragen gaan over wat professionals zelf zien bij de Amsterdammers waarmee zij binnen hun werk contact hebben. Daarbij is benadrukt dat de vragenlijst niet bedoeld is voor het doorgeven van (ernstige) zorgen over specifieke personen. Daarnaast zijn vragen gesteld over de ondersteuningsbehoefte van professionals als het gaat om het herkennen van en omgaan met radicalisering en extremisme.

Respondenten zijn benaderd via het professionele netwerk van het programma Radicalisering en Extremisme. Daarbij is aan professionals gevraagd de vragenlijst verder binnen hun eigen organisatie te delen, het is hierdoor niet bekend hoeveel professionals de vragenlijst hebben

6

ontvangen. Professionals konden de vragenlijst invullen tussen half februari en eind maart 2023. Deelname aan het onderzoek was anoniem. Respons 109 professionals hebben de vragenlijst (deels) ingevuld (zie tabel 1). In 2021 waren dit er 134. De groep professionals die de vragenlijst heeft ingevuld is gemengd wat betreft hun ervaring met het onderwerp. Drie op de tien respondenten hebben een actieve rol in de aanpak van radicalisering en extremisme: zij zijn bijvoorbeeld aandachtsfunctionaris radicalisering of interventiepleger binnen de persoonsgerichte aanpak (geweest). Een kwart van de respondenten heeft een training van het Rijksopleidingsinstituut tegengaan Radicalisering (ROR) gevolgd of gaat deze volgen. Op bijna zeven van de tien respondenten zijn geen van deze punten van toepassing (zie tabel 2), zij hebben vermoedelijk beperkte ervaring met het thema radicalisering en extremisme. Dit rapport beschrijft de belangrijkste resultaten uit het vragenlijstonderzoek. Waar relevant wordt een vergelijking gemaakt met de resultaten uit het onderzoek in 2021. Bij het interpreteren van de resultaten dient rekening gehouden te worden met het feit dat de doelgroep in 2023 licht afwijkt van de doelgroep in 20211. Tabel 1. Aantal respondenten per cluster (absolute aantallen en procenten) Voor welke organisatie werkt u? (n=109)

aantal

%

Onderwijs, Jeugd en Sport

43

39

Stadsdelen

23

21

Politie

17

16

Welzijn, Werk, Participatie en Inkomen

13

12

Zorg

4

4

mijn organisatie staat niet in de lijst

4

4

zeg ik liever niet

5

5

109

100

totaal Tabel 2. Rol en ervaring met het programma Radicalisering en Extremisme (procenten) Wat is op u van toepassing? Meerdere antwoorden mogelijk (n=109)

%

ik heb een training van het Rijksopleidingsinstituut tegengaan Radicalisering (ROR) gevolgd of ga deze volgen

25

ik ben aandachtsfunctionaris radicalisering (geweest)

17

ik ben interventiepleger binnen de persoonsgerichte aanpak radicalisering van de gemeente Amsterdam (geweest) 14 ik ben projectleider sociale veiligheid

2

geen van bovenstaande opties is op mij van toepassing

67

weet niet / geen antwoord

4

1 In 2021 was de politie geen onderdeel van de doelgroep.

7

2 Identiteit en verbinding

Professionals kregen vragen voorgelegd over verschillende factoren die – in combinatie met elkaar – een voedingsbodem voor radicalisering en extremisme kunnen vormen. Dit betekent echter niet dat deze ook leiden tot radicalisering of extremisme. Het gaat dan bijvoorbeeld om ervaren achterstelling, het ontbreken van een sociaal netwerk of wantrouwen in Nederlandse instituties of de overheid. Het merendeel van de professionals ziet soms of vaak problematiek rond identiteit en verbinding met de samenleving bij Amsterdammers waarmee zij werken (zie figuur 1). Professionals hebben het meest te maken met Amsterdammers die Nederlandse instituties of de overheid wantrouwen: 82% van de professionals kwam dit de afgelopen twee jaar soms of vaak tegen in hun werk. Ervaren achterstelling wordt door driekwart (75%) van de professionals soms of vaak gezien. Daarnaast zien ruim twee op de drie professionals soms of vaak Amsterdammers zonder een sociaal netwerk (69%), Amsterdammers met problemen met hun identiteitsontwikkeling (68%) en Amsterdammers die het gezag van Nederlandse instituties afwijzen of niet accepteren (67%). De resultaten zijn vergelijkbaar met de resultaten uit 2021. Figuur 1. Hoe vaak in deuafgelopen twee jaar binnen werk te maken Amsterdammers die: Hoe had vaaku had in de afgelopen twee jaaruw binnen uw werkmet te maken met

Amsterdammers die:

(procenten, n = 109)

Nederlandse instituties / de overheid wantrouwen

48

ervaren dat een groep waarmee ze zich identificeren wordt achtergesteld of onrecht wordt aangedaan

34

41

10 3 6

34

12 2 11

geen sociaal netwerk hebben

31

38

19

problemen hebben met hun identiteitsontwikkeling

31

37

17

6

gezag van Nederlandse instituties afwijzen / niet accepteren

27

40

20

4 9

zich (vrijwel) niet verbonden voelen met de samenleving

26

39

22

3 10

in isolement leven

27

34

0

vaak

soms

zelden

20

nooit

40

20 60

5 7

11 80

9

8

%

100

weet niet / geen antwoord

8

3 Spanningen

Verschillen in leefstijlen, opvattingen en culturen horen bij een diverse stad. Ook als verschillen leiden tot spanningen hoeft dit nog geen probleem te zijn, zolang mensen nog openstaan voor de opvattingen van anderen2. Spanningen in de stad zijn dan ook geen indicatie voor radicalisering of extremisme, maar geven wel de context aan waar professionals in werken. Daarom kregen professionals vragen over verschillende soorten spanningen voorgelegd. Professionals zien in hun werk geregeld spanningen tussen verschillende groepen Amsterdammers. Bij alle vormen van spanningen tussen groepen Amsterdammers geeft meer dan de helft van de professionals aan dit soms of vaak te zien (zie figuur 2). Spanningen tussen Amsterdammers met verschillende etnische of culturele achtergronden worden het meest gezien door professionals (76% soms/vaak). Spanningen tussen Amsterdammers met verschillende politieke opvattingen zien de professionals het minst, maar alsnog ziet meer dan de helft dit soms of vaak (57%). In vergelijking met 2021 geeft een groter aandeel van de professionals in 2023 aan binnen hun werk spanningen tussen verschillende groepen Amsterdammers tegen te komen.

Het aandeel professionals dat vaak of soms spanningen tegenkwam tussen Amsterdammers uit verschillende sociale klassen nam het sterkst toe ten opzichte van 2021 (van 53% naar 67%), gevolgd door spanningen tussen Amsterdammers met verschillende religieuze opvattingen (van 52% naar 63%). Figuur 2. HoeHoe vaak zag zag u in de twee jaar binnen uw werkuw spanningen tussen Amsterdammers: vaak u inafgelopen de afgelopen twee jaar binnen werk spanningen tussen

Amsterdammers …

(procenten, n = 102)

met verschillende etnische of culturele achtergronden

36

40

14

6 4

uit verschillende leeftijdsgroepen

26

43

uit verschillende sociale klassen

24

43

14

15

5

met verschillende religieuze opvattingen

28

34

19

12

7

met verschillende opleidingsniveaus

24

37

21

13

6

met verschillende politieke opvattingen

25

31

uit andere groepen

14 0

vaak

soms

zelden

29 20 nooit

20 11

40

16

12 3

14

20 60

10

26 80

%

100

weet niet / geen antwoord

2 Gemeente Amsterdam (2022). Wrijving en glans in de stad: Ambtelijke verkenning naar polarisatieprocessen in

Amsterdam. Te raadplegen via https://openresearch.amsterdam/nl/page/86374/ambtelijke-verkenningen-wrijvingen-glans-in-de-stad

9

4 Radicalisering en extremisme

Dit hoofdstuk gaat in op verschillende kenmerken en vormen van radicalisering en extremisme. Met radicalisering wordt het proces bedoeld waarbij iemand steeds meer bereid is tot extremisme. Radicalisering kan dus leiden tot extremisme, maar dit hoeft niet het geval te zijn. Extremisme is het actief ondersteunen van grote veranderingen in de samenleving, die een gevaar kunnen opleveren voor de democratische rechtsorde. Daarbij staan mensen niet meer open voor de opvattingen van anderen en maken mensen gebruik van ondemocratische methodes, zoals geweld, systematisch haatzaaien, intimideren of het verspreiden van misleidende informatie.3 Indicatoren van radicalisering De in dit hoofdstuk besproken kenmerken van radicalisering en extremisme lopen op in mate van ernst en daarmee in de mate waarin ze voorbehouden zijn aan radicalisering. Zo is denken in termen van ‘wij-zij’ een indicator van radicalisering, maar komt dit veel breder voor (ook bij mensen die niet radicaliseren). Terwijl mensen die geweld of extreme/ondemocratische middelen legitimeren om een bepaald doel of ideaal te behalen al in sterke mate geradicaliseerd zijn. Niet verrassend is dan ook dat de mildere indicatoren vaker door professionals worden gezien.

Zo had driekwart (74%) van de professionals in de afgelopen twee jaar binnen het werk soms of vaak te maken met Amsterdammers die denken in termen van ‘wij-zij’ (zie figuur 3). Vooral professionals met ervaring met het thema komen gemiddeld meer indicatoren van radicalisering tegen binnen hun werk dan professionals zonder ervaring. Dit is op zich niet verrassend, omdat zij hier door hun rol ook vaker mee in aanraking zullen komen en/of beter in staat zullen zijn om signalen te herkennen dan professionals die geen ervaring met het thema hebben.4 De meer extreme uitingen zoals zelf tot actie over willen gaan en het legitimeren van geweld zien de meeste professionals een stuk minder vaak (zie figuur 3). Toch ziet bijna een derde (31%) van de professionals binnen het werk soms of vaak Amsterdammers die zelf tot actie over willen gaan of het gevoel hebben zelf iets te moeten doen aan een bepaald onrecht in de wereld. Deze vorm zou ook kunnen duiden op vreedzaam protest of activisme, en dus niet op radicalisering. Maar ook het legitimeren van geweld of extreme, ondemocratische middelen om een bepaald doel of ideaal te behalen wordt door een aanzienlijk deel (20%) van de professionals binnen hun werk soms of vaak gezien. Deze professionals zien voornamelijk links-extremisme, rechtsextremisme, extremisme vanuit complotdenken en anti-overheidsextremisme.

3 De definities voor radicalisering en extremisme die in dit onderzoek worden gehanteerd zijn vereenvoudigde definities

van de AIVD, die de AIVD tot voorjaar 2023 hanteerde. Voor de overige definities zoals voorgelegd in de vragenlijst, zie bijlage 1. 4 In 2021 werd er niet gevraagd naar de rol die professionals hebben. Het is daardoor onbekend hoeveel professionals met een actieve rol in de aanpak van radicalisering en extremisme er in de meting van 2021 zaten.

10

Figuur 3. Hoe vaak u inhad de afgelopen twee jaartwee binnen uwbinnen werk teuw maken Amsterdammers die: Hoehad vaak u in de afgelopen jaar werkmet te maken met

Amsterdammers die:

(procenten, n = 94)

denken in termen van ‘wij-zij’

30

niet openstaan voor andere opvattingen intolerant zijn tegenover mensen met een andere mening het gevoel hebben dat hun eigen groep bedreigd wordt door andere groepen

19

5 5

17

52

19

6 5

20

45

22

7

22

35

22

andere groepen of personen ontmenselijken

10

17

geweld of extreme/ondemocratische middelen legitimeren om een bepaald doel of ideaal te behalen

7

soms

zelden

20

32

9

vaak

5 4

53

15

0

16

17

complotdenken het idee hebben dat er een strijd tussen groepen met andere wereldbeelden is of snel zal komen zelf tot actie over willen gaan / het gevoel hebben zelf iets te moeten doen aan een bepaald onrecht

45

13

29

nooit

40

4

15

10

28

26 20

18

29 33

5

60

9

30

15

44

11 80

% 100

weet niet / geen antwoord

Het aandeel professionals dat binnen hun werk soms of vaak te maken had met Amsterdammers die geweld of extreme, ondemocratische middelen legitimeren is in vergelijking met 2021 bijna verdubbeld: van 11% in 2021 naar 20% in 2023 (zie figuur 4). Deze toename is opvallend, aangezien het dreigingsniveau in de afgelopen twee jaar gelijk is gebleven. Het is dan ook onduidelijk wat de verklaring hiervoor is. Verwacht werd dat ook het aandeel dat legitimatie van geweld of ondemocratische middelen tegenkomt groter zou zijn onder professionals met een actieve rol in de aanpak van radicalisering en extremisme dan onder professionals zonder deze rol. Echter, dit is alleen het geval onder aandachtsfunctionarissen en professionals die een RORtraining hebben gevolgd en niet onder interventieplegers. Enkele professionals lichten hun antwoorden toe. De antwoorden lopen uiteen. Een van de professionals geeft aan dat bij Amsterdammers bij wie hij/zij kenmerken van radicalisering zag er vaak ook sprake was van psychiatrische problematiek. Echter, het is niet duidelijk of andere professionals ook vaker signalen van radicalisering tegenkomen in combinatie met psychiatrische problematiek.

11

Had in de afgelopen jaar het werk te vaak/soms maken met die: Figuur 4. Had in de afgelopen twee jaartwee binnen hetbinnen werk vaak/soms maken metteAmsterdammers Amsterdammers die: (procenten) 74 75

denken in termen van ‘wij-zij’

70

niet openstaan voor andere opvattingen

65 69

intolerant zijn tegenover mensen met een andere mening

62

het gevoel hebben dat hun eigen groep bedreigd wordt door andere groepen

65 56 57 55

complotdenken het idee hebben dat er een strijd tussen groepen met andere wereldbeelden is of snel zal komen zelf tot actie over willen gaan / het gevoel hebben zelf iets te moeten doen aan een bepaald onrecht

2023 (n=94) 2021 (n=134)

47 39

31 21 27

andere groepen of personen ontmenselijken

0

geweld of extreme/ondemocratische middelen legitimeren om een bepaald doel of ideaal te behalen

20 %

11 0

20

40

60

80

100

Verschillende vormen van extremisme Ruim de helft van de professionals (56%) kwam in de afgelopen twee jaar zelf een of meer vormen van extremisme (of vermoedens daarvan) tegen. In 2021 was dit 48%. Zoals verwacht, ligt dit aandeel onder interventieplegers (92%) en aandachtsfunctionarissen (81%) hoger. Onder professionals zonder actieve rol in de aanpak van radicalisering en extremisme is dit 45%. De vormen van extremisme (of vermoedens daarvan) die professionals de afgelopen twee jaar het meest tegenkwamen zijn extremisme vanuit complotdenken (35%), islamitisch extremisme (33%), anti-overheidsextremisme (32%), rechts-extremisme (31%) en links-extremisme (29%). Een op de drie professionals (33%) geeft aan geen extremisme of vermoedens daarvan tegen te zijn gekomen (zie figuur 5). Het aandeel professionals dat links-extremisme tegenkwam nam sterk toe ten opzichte van 2021 (zie figuur 5). Hetzelfde geldt voor islamitisch extremisme, milieu- of dierenrechtenextremisme en extremisme vanuit antisemitisme. Ook zagen professionals vaker anti-overheidsextremisme en extremisme vanuit complotdenken. De toename in deze laatste twee vormen van extremisme is in lijn met de opkomst van anti-institutioneel extremisme.5 Voor de andere vormen van extremisme komt in het landelijk dreigingsbeeld geen duidelijke ontwikkeling naar voren.

Het is dan ook onduidelijk wat de verklaring is voor het toegenomen aandeel professionals dat aangeeft deze vormen van extremisme te zijn tegenkomen.

5 Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (2022). AIVD Jaarverslag 2022. Te raadplegen via:

https://www.aivd.nl/binaries/aivd_nl/documenten/jaarverslagen/2023/04/17/aivd-jaarverslag2022/AIVD+jaarverslag+2022.pdf

12

Wel valt een nuancering te maken bij deze bevindingen. Een derde van de professionals die in de afgelopen twee jaar een of meer vormen van extremisme tegenkwamen, geeft (in een andere vraag) aan niet (goed) in staat te zijn om radicalisering te signaleren bij de doelgroep waar hij of zij mee werkt, of hierover te twijfelen (34%, n=53). Het is mogelijk dat zij niet goed in staat zijn signalen van extremisme te herkennen en te duiden of er in de situaties die zij tegenkomen daadwerkelijk sprake is van extremisme. Welke vormen van extremisme – of vermoedens daarvan – bent u zelf

Figuur 5. Welke vormen van extremisme – of vermoedens daarvan – bent u zelf tegengekomen in de in de(procenten) afgelopen twee jaar? afgelopen twee jaar? Meerdere tegengekomen antwoorden mogelijk extremisme vanuit complotdenken

35

27

religieus extremisme, namelijk islamitisch extremisme

33

15

anti-overheidsextremisme

22

31 27 29

rechts-extremisme** links-extremisme

10

milieu- of dierenrechtenextremisme

23

7

extremisme vanuit antisemitisme

extremisme vanuit een andere religieuze overtuiging extremisme vanuit een andere overtuiging

2023 (n=94)

16

5 3 4 3 3 3 2

religieus extremisme, namelijk christelijk extremisme

32

2021 (n=109)

33

geen*

41

11 11

weet niet / geen antwoord* 0

% 20

40

60

80

* Niet mogelijk in combinatie met andere antwoorden. ** Voor 2021 zijn de mensen die naast rechts-extremisme ook extremisme vanuit white supremacy hebben aangevinkt samengenomen. Dit waren in 2021 namelijk nog twee losse categorieën.

Professionals maken zich het meeste zorgen om anti-overheidsextremisme (18%) en extremisme vanuit complotdenken (14%). Een professional zegt hierover het volgende “Waar het voorheen het islamitisch extremisme was, (let wel: nog steeds!) zie je nu steeds meer antioverheidsextremisme. De complotdenkers die behoorlijk veel invloed hebben op mensen die gevoelig zijn voor hun manier van denken”. Daarna maken de professionals zich het meeste zorgen over rechts-extremisme (12%) en islamitisch extremisme (10%). 16% maakt zich nergens zorgen om (zie figuur 6). Uit de toelichtingen van enkele professionals op hun antwoorden blijkt dat professionals zich ook in bredere zin zorgen maken. Zo zien zij dat mensen steeds extremer tegenover elkaar komen te staan rond maatschappelijke onderwerpen en zien zij vermenging van verschillende vormen van extremisme. Tot slot zien twee professionals ook veel negatieve uitingen tegen de LHBTIQ+-gemeenschap.

13

Figuur 6. Waar maakt u zich vanuit uw werk het meeste zorgen om? De aard en omvang van … (procenten,

Waar maakt u zich het meeste zorgen om? De aard en omvang van.. één antwoord mogelijk) 18

anti-overheidsextremisme

11 14

extremisme vanuit complotdenken

18

rechtsextremisme*

12

religieus extremisme, namelijk islamitischextremisme

10 10

19

4

milieu- of dierenrechtenextremisme

0 1 2 0 2 0 1

extremisme vanuit antisemitisme links-extremisme religieus extremisme, namelijk christelijk extremisme

2023 (n=94) 2021 (n=109)

6

anders

5

16 18 17

ik maak me nergens zorgen om weet niet / geen antwoord

13 0

% 20

40

60

*Voor 2021 zijn de mensen die naast rechts-extremisme ook extremisme vanuit white supremacy hebben aangevinkt samengenomen. Dit waren in 2021 namelijk nog twee losse categorieën.

14

5 Ondersteuningsbehoefte

De gemeente Amsterdam wil professionals zo goed mogelijk ondersteunen met kennis en handvatten om radicalisering en extremisme te herkennen en ermee om te gaan. De vragenlijst bevatte daarom tot slot verschillende vragen over de ondersteuningsbehoefte van professionals. Omgaan met radicalisering De meeste professionals weten waar ze terechtkunnen bij zorgen om (beginnende) radicalisering en voelen zich goed in staat om (beginnende) radicalisering te signaleren bij de doelgroep waarmee zij werken (zie figuur 7). Toch is te zien dat een aanzienlijk deel van de Amsterdamse professionals niet zeker weet waar hij of zij terechtkan of zich niet goed in staat acht om radicalisering te signaleren. Ook op het gebied van (ervaren) ondersteuning is nog ruimte voor verbetering: bijna de helft van de Amsterdamse professionals voelt zich niet voldoende ondersteund in het omgaan met radicalisering of twijfelt hierover. In hoeverre bent u het eens met de volgende stellingen:

Figuur 7. In hoeverre bent u het eens met de volgende stellingen: (procenten, n = 93) ik ben goed in staat om (beginnende) radicalisering te signaleren bij de doelgroep waarmee ik werk

11

als ik me zorgen maak om (beginnende) radicalisering, weet ik waar ik terechtkan

42

27

25

ik voel me voldoende ondersteund in het omgaan met radicalisering

43

15 0

27 20

11 28

40

10 2 9

60

8

14 80

5 4

9 12

% 100

helemaal mee eens

mee eens

niet mee eens, niet mee oneens

mee oneens

helemaal mee oneens

weet niet / geen antwoord

Bekendheid en meldingsbereidheid Steunpunt Het Steunpunt Radicalisering van de gemeente Amsterdam is er om professionals te adviseren bij zorgen of vragen en te ondersteunen in (anonieme) casuïstiek waar radicalisering mogelijk een rol speelt. Een klein deel van de professionals (14%) geeft aan dat zijzelf of een collega weleens contact hebben gehad met het Steunpunt (zie figuur 8). De meesten van hen hebben dit contact als (zeer) goed ervaren. Opvallend is dat de meeste professionals die (vermoedens van) extremisme tegenkwamen geen contact hebben gehad met het Steunpunt (80%, n=51). Een deel van hen is ook niet bekend met het Steunpunt (22%). Wel lijken er in 2023 meer professionals bekend te zijn met het Steunpunt dan in 2021 (74% in 2023 en 67% in 2021). Toch is er nog winst te behalen als het gaat om de bekendheid van het Steunpunt: een vijfde van de professionals (21%) was voor de enquête nog niet bekend met het Steunpunt Radicalisering.

15

Hoe bekend was u, voor deze enquête, met het Steunpunt Radicalisering van de gemeente Amsterdam?

Figuur 8. Hoe bekend was u, voor deze enquête, met het Steunpunt Radicalisering van de gemeente Amsterdam? Meerdere antwoorden mogelijk (procenten, n = 89) ik was nog niet bekend met het Steunpunt Radicalisering

21

ik wist al dat het Steunpunt Radicalisering bestaat

45

ik wist al wat het Steunpunt Radicalisering doet en waarvoor ik ze kan benaderen

25

ikzelf of een collega heeft wel eens contact gehad met het Steunpunt Radicalisering

14

weet niet / geen antwoord

5 0

% 20

40

60

80

De meeste professionals (88%) zeggen dat zij bij zorgen over radicalisering contact zouden opnemen met het Steunpunt Radicalisering (zie figuur 9). In 2021 was dit 94%. Het is onduidelijk waar dit verschil door wordt veroorzaakt. De meldingsbereidheid is er dus, maar zoals hierboven benoemd is dit niet terug te zien in het aandeel professionals dat bij signalen van radicalisering of extremisme ook contact heeft gehad met het Steunpunt. Het is mogelijk dat professionals hun zorgen over radicalisering (ook) ergens anders melden. Zo geeft bijna een kwart aan dat ze eerst contact met de politie op zouden nemen. Als tweede keuze wordt ook de projectleider sociale veiligheid van het stadsdeel en de aandachtsfunctionaris van de eigen organisatie geregeld Zou u bij zorgen overgenoemd. radicalisering of extremisme bij Amsterdammers contact opnemen met het Steunpunt Radicalisering? Figuur 9. Zou u bij zorgen over radicalisering of extremisme bij Amsterdammers contact opnemen met het Steunpunt Radicalisering? (procenten, n = 91) 3%

ja, zeker

9%

ja, misschien 33%

55%

nee

weet niet / geen antwoord

Aandacht voor extremisme en radicalisering binnen de eigen organisatie Een klein deel van de professionals (11%) geeft aan dat er binnen hun organisatie geen aandacht wordt besteed aan radicalisering en extremisme (zie figuur 10). Dit zijn vooral professionals die werkzaam zijn binnen het cluster Onderwijs, Jeugd en Sport. De professionals die aangeven dat er binnen hun organisatie wél aandacht wordt besteed aan het thema geven voornamelijk aan dat er informatie wordt verschaft om radicalisering te herkennen en tegen te gaan of dat de aandachtsfunctionarissen het thema intern onder de aandacht brengen door middel van informatiedeling, nieuwsbrieven of presentaties (beide 32%). Daarnaast geeft een deel van de professionals aan dat er interne en/of externe trainingen worden aangeboden over het thema radicalisering.

16

Hoe wordt er binnen uw organisatie aandacht besteed aan radicalisering en

Figuur 10. Hoe wordt er binnen uw organisatie aandacht besteed aan radicalisering en extremisme? extremisme? (procenten, n = 92) er wordt informatie verschaft om radicalisering te herkennen en tegen te gaan

32

aandachtsfunctionarissen brengen het thema intern onder de aandacht*

32

er worden intern trainingen aangeboden over radicalisering

29

er worden externe trainingen aangeboden over radicalisering

23

anders

12

er wordt binnen mijn organisatie geen aandacht besteed aan radicalisering

11

weet niet / geen antwoord

23 0

%

20

40

60

80

* d.m.v. informatiedeling, nieuwsbrief of presentatie.

Ondersteuningsbehoefte Bijna twee derde van de professionals (63%) geeft aan behoefte te hebben aan ondersteuning bij de signalering van of omgang met radicalisering en extremisme, 17% weet niet of hij of zij hier behoefte aan heeft (zie figuur 11). In 2021 had een groter aandeel van de professionals behoefte aan ondersteuning (74%) en gaf een kleiner aandeel aan het niet te weten (7%). In beide jaren had een op de vijf professionals geen behoefte aan ondersteuning. Onder de professionals die behoefte hebben aan ondersteuning zitten ook personen die een actieve rol hebben binnen de aanpak radicalisering, zoals aandachtsfunctionarissen. Het type ondersteuning waar professionals behoefte aan hebben is zeer divers. Professionals willen vooral ondersteuning bij het herkennen van radicalisering en extremisme. Daarnaast worden het inzetten van interventies en samenwerking met andere organisaties geregeld genoemd. Figuur 11. Waar zou u ondersteuning bij willen als het als gaat omgaat de signalering van of omgang Waar zou u ondersteuning bij willen het om de signalering van ofmet radicalisering en extremisme? omgang Ondersteuning bij… (procenten, = 92) met radicalisering en nextremisme? herkennen van radicalisering en extremisme

39

inzetten van interventies om radicalisering of extremisme te voorkomen of tegen te gaan samenwerking tussen mijn eigen organisatie en andere organisaties

28

22

samenwerking binnen mijn eigen organisatie

20

inschakelen van ander hulpaanbod

15

iets anders

7

ik heb geen behoefte aan ondersteuning

20

weet niet / geen antwoord

17 0

20

% 40

60

80

17

Bijlage Bijlage 1 Begrippenlijst zoals gedefinieerd in de vragenlijst In de vragenlijst die is voorgelegd aan de professionals werd een aantal begrippen gedefinieerd. De definities voor radicalisering en extremisme zijn vereenvoudigde definities van de AIVD, die de AIVD tot voorjaar 2023 hanteerde. Ook de definities voor verschillende vormen van extremisme zijn (voor zover beschikbaar) gebaseerd op definities van de AIVD. Radicalisering: met radicalisering wordt het proces bedoeld waarbij iemand steeds meer bereid is tot extremisme. Radicalisering kan dus leiden tot extremisme, maar dit hoeft niet het geval te zijn. Extremisme: extremisme is het actief ondersteunen van grote veranderingen in de samenleving, die een gevaar kunnen opleveren voor de democratische rechtsorde. Daarbij staan mensen niet meer open voor de opvattingen van anderen en maken mensen gebruik van ondemocratische methodes, zoals geweld, systematisch haatzaaien, intimideren of het verspreiden van misleidende informatie. Links-extremisme: extremisme vanuit anarchistische (streven naar een samenleving zonder regering) of antifascistische (verzet tegen extreemrechtse) denkbeelden. Rechts-extremisme: extremisme vanuit een sterk wij-zij denken op etnische gronden (ras, volk of cultuur).

Bijvoorbeeld vanuit vreemdelingenhaat, extreem nationalisme, racisme of antiislamideeën, soms gecombineerd met vrouwenhaat of uiterst conservatieve denkbeelden. Islamitisch extremisme: extremisme voortkomend uit een fundamentalistische (zeer strikte, letterlijke, antiliberale) opvatting van de islam. Christelijk extremisme: extremisme voortkomend uit een fundamentalistische (zeer strikte, letterlijke, antiliberale) opvatting van het christendom. Milieu- of dierenrechtenextremisme: doorgaans single issue extremisme, vanuit streven naar bijvoorbeeld een ander klimaatbeleid of verbetering van dierenrechten. Anti-overheidsextremisme: extremisme waarbij het afwijzen van de overheid, overheidsbeleid en/of democratische procedures en instituties centraal staat. Anti-overheidsextremisten zien politieke en bestuurlijke ambtsdragers (en anderen die ze beschouwen als ‘de elite’) als gehate vijanden van de Nederlandse bevolking.6 Aandachtsfunctionaris: een aandachtsfunctionaris Radicalisering is een vakbekwame professional die het eerste aanspreekpunt is in de organisatie bij vragen over radicalisering. 6 Vanaf april 2023 wordt deze definitie niet meer gehanteerd maar hanteert het programma Radicalisering en

Extremisme, in navolging van de AIVD, de term ‘anti-institutioneel extremisme’.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13374380/1