Bijlage 4. Raadsbrief inclusieve openbare ruimte.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Afdoening motie
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 19 januari 2022 Diversiteit Wethouder Rutger Groot Wassink Diversiteit (bestuurszaken.ojzd@amsterdam.nl) Afdoening motie 839.20 ‘inzake inclusieve openbare ruimte’ van leden I. Nadif (GroenLinks), S. Blom (GroenLinks), M. Taimounti (DENK) en S. Mbarki (PvdA)
Geachte leden van de gemeenteraad, In de vergadering van de gemeenteraad van 2 juli 2020 heeft uw raad bij de behandeling van agendapunt 34 ‘Kennisnemen van de brief Aanpak discriminatie: stand van zaken en intensivering’ motie 839 van raadsleden I. Nadif (GroenLinks), S. Blom (GroenLinks), M. Taimounti (DENK) en S. Mbarki (PvdA) aangenomen, waarin het college gevraagd wordt om: In samenwerking met maatschappelijke organisaties, sociale bewegingen en het Stadscuratorium een plan te maken om de openbare ruimte inclusiever te maken door het toevoegen van: 1. Standbeelden, kunstwerken, monumenten; 2. Straatnamen; 3. Namen van instellingen (zoals scholen, instituten e.d.) etc. – die de Amsterdamse en wereldlijke geschiedenis beter representeren, met specifieke aandacht voor culturele diversiteit, migratiegeschiedenis, de LHBTIQ+ gemeenschap en vrouwen (bijlage 1). Het college geeft als volgt uitvoering aan uw motie: Amsterdam wil een stad zijn waar alle Amsterdammers zich thuis voelen en zichzelf in de openbare ruimte kunnen herkennen. Dit is een meerjarig proces dat vraagt om blijvend aandacht en structurele evaluatie. Het inclusiever maken van de openbare ruimte heeft de afgelopen periode op verschillende plekken al aandacht gekregen. Hierop zijn verschillende activiteiten uitgevoerd en is op een bepaald onderdeel ook al een beleidswijziging geweest.
Zo is het beleid rondom straatnaamgeving recent herijkt om de diversiteit te vergroten. Er is geïnventariseerd wat de stand van zaken is op het inclusiever maken van de openbare ruimte en bovengenoemde onderdelen (straatnamen, kunst en instellingen). Daarbij is ook gekeken naar de activiteiten rondom het bieden van bredere informatie en achtergronden bij bestaande naamgeving. Het college ziet namelijk ook deze contextualisering als een belangrijke bijdrage aan het inclusiever maken van de openbare ruimte. In het voorjaar van 2021 zijn over dit thema stadsgesprekken georganiseerd. De rapportage hierover stuur ik u als bijlage met deze brief mee (bijlage 3).
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 19 januari 2022 Pagina 2 van 8
Middels deze brief informeer ik u over deze stand van zaken op de volgende vier onderwerpen: 1. Kunst in de openbare ruimte; 2. Herijking beleid straatnaamgeving; 3. Contextualisering; 4. Naamgevingbeleid instellingen. Op basis van deze stand van zaken is geconcludeerd dat: - Er al veel gebeurt aan het inclusiever maken van de openbare ruimte, waarbij op het gebied van straatnamen uw motie is uitgevoerd; - Voor naamgeving van instellingen de verantwoordelijkheid ligt bij de instelling zelf, maar de gemeente hen desgevraagd kan adviseren; - De huidige insteek van het bieden van bredere informatie aan bestaande naamgeving kan worden voortgezet; - Het nuttig is om aanvullend een verzoek te doen aan het Stadscuratorium om een advies te schrijven over hoe meer inclusieve kunst in de openbare ruimte gerealiseerd kan worden; - Bij de verschillende onderdelen van de openbare ruimte al veel gebeurt, maar het belangrijk is om de verschillende elementen met elkaar te verbinden door middel van een samenhangend plan. Het advies van het Stadscuratorium wordt naar verwachting in maart 2022 opgeleverd en is de laatste bouwsteen om tot een overkoepelend plan te komen, zoals de motie vraagt. Dit plan wordt in het tweede kwartaal van 2022 naar de raad gezonden. Ad.
1 Kunst in de openbare ruimte Kunst in de openbare ruimte kan in de vorm van standbeelden, herdenkingsmonumenten of andere kunstuitingen, een bijdrage leveren aan thema’s die in de stad leven. Kunstwerken kunnen bijvoorbeeld dienen als herinnering aan een specifieke periode of een onderdeel van de geschiedenis, zoals het Monument op de Dam of het Nationaal Monument Slavernijverleden in het Oosterpark. Kunstwerken kunnen ook personen herdenken, zoals dat gebeurt met de beelden ter ere van bijvoorbeeld Anne Frank, Floor Wibaut en André Hazes. Kunstwerken kunnen ook bijdragen aan een blijvende herinnering aan slachtoffers van geweld, zoals de velen oorlogsmonumenten en de werken ter nagedachtenis van Kerwin Duinmeijer en Joes Kloppenburg. Het Homomonument herinnert aan de vervolging, achterstelling en discriminatie van homoseksuele Amsterdammers. Ook street art kunstenaars kunnen een bijdrage leveren, bijvoorbeeld in reactie op ingrijpende gebeurtenissen in de stad. Zo zijn spontaan portretten ontstaan van Theo van Gogh en Eberhard van der Laan. Deze kunst geeft een stem aan gevoelens van inwoners en biedt een uiting aan emoties in de stad. Stadscuratorium Amsterdam Bij de totstandkoming van nieuwe kunstwerken kan het Stadscuratorium Amsterdam sinds 2019 over het plan adviseren.
Het Stadcuratorium is een onafhankelijk adviesorgaan en geeft het Amsterdamse college gevraagd en ongevraagd advies over kunst in de openbare ruimte. Bij de samenstelling van het Stadscuratorium wordt rekening gehouden met diversiteit zodat het een afspiegeling van de samenleving is waar Amsterdammers zich in kunnen herkennen. Het heeft een breed takenpakket waaronder het aanjagen van nieuwe kunstprojecten, het nadenken over
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 19 januari 2022 Pagina 3 van 8
opdrachten voor de stad en het geven van advies over bestaande kunstwerken, en het toevoegen van nieuwe kunstwerken. Hieraan ligt ten grondslag het streven naar een openbare ruimte die gedeeld wordt, en niet geclaimd, geëxploiteerd of toegeëigend. Als hoofdtaak ziet het Stadscuratorium het aanjagen van de dialoog met de stad. Dit realiseert het Stadscuratorium door het organiseren van publieke programma’s, zoals debatten, en door het initiëren van samenwerkingen. Zo heeft naar aanleiding van de Black Lives Matter-beweging en de veranderende blik op de openbare ruimte, op 9 december 2020 een live stadsdialoog plaatsgevonden genaamd: ‘Hoe inclusief is de publieke ruimte?’ Hier gingen kunstenaars, opdrachtgevers en ontwikkelaars met elkaar in gesprek over de rol van standbeelden en monumenten, en het vraagstuk hoe een inclusieve openbare ruimte gerealiseerd kan worden. Bij de totstandkoming en artistieke begeleiding van nieuwe kunstwerken toetst het Stadscuratorium niet alleen aan de hand van esthetische criteria.
De kwaliteit van kunstwerken wordt met name beoordeeld aan de hand van wat ze doen op, met en voor de omgeving van een plek of gebied: “tot wie richt het kunstwerk zich, wie spreekt het aan, welke verhalen vertelt het en wat voor beleving maakt het mogelijk?”1 Daarnaast kan het Stadscuratorium zorg dragen voor het organiseren van een alliantie van betrokkenen (opdrachtgevers, bewoners, ondernemers, stedenbouwkundigen, beheerders en financiers) om draagvlak te verkrijgen. Tot slot kan het adviseren over een kunstopdracht en het selecteren van kunstenaars. Huidige werkwijze Op de volgende manieren kunnen kunstwerken (waaronder herdenkingsmonumenten) tot stand komen, waarbij niet alleen de gemeente initiatiefnemer kan zijn maar ook de samenleving zelf: 1. Het initiatief voor een kunstwerk komt uit de samenleving zelf. Het kan gaan om een initiatief van bijvoorbeeld een buurtcomité of een belangengroep. Zoals bijvoorbeeld bij het herdenkingsmonument voor de SLM-ramp op het ’s-Gravesandeplein (1991) of het Hiv/Aids-monument op de De Ruijterkade (2016). Wanneer zich een dergelijk initiatief uit de maatschappij voordoet, moet het verantwoordelijk stadsdeel eerst een principebesluit nemen waarin tot medewerking aan het initiatief wordt besloten. Daarbij wordt gekeken naar het belang van de te herdenken persoon of gebeurtenis en naar de uitingsvorm (het kunstwerk).
Het Stadscuratorium kan om advies worden gevraagd. Voor het stadsdeel is het ook van belang om te kijken naar het draagvlak voor het kunstwerk, waarbij representatie van belanghebbenden een elementair onderdeel is. Hierbij is het belangrijk dat draagvlak zich niet alleen op een beperkte groep richt, zoals een aantal actieve buurtbewoners of een specifieke belangengroep die het initiatief heeft genomen. De openbare ruimte – en de kunst daarin – is van iedereen, niet alleen van de direct omwonenden of betrokkenen. Het streven moet zijn om draagvlak voor een kunstwerk bij een zo groot mogelijk groep betrokkenen te creëren. Zo kan er een commissie van diverse betrokkenen worden samengesteld om draagvlak te verkrijgen. Na het principebesluit kan het stadsdeel zelf tot opdrachtverlening aan een kunstenaar overgaan of dit aan de initiatiefnemers overlaten, waarbij in het laatste geval wel een nauwe samenwerking met de gemeente gewenst is. Financiering kan door bijdragen van particulieren, fondsen of de overheid. 1
www.stadscuratorium.nl/over
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 19 januari 2022 Pagina 4 van 8
2. De gemeente neemt het initiatief om te komen tot een herdenkingsmonument. Het kan zijn dat bij de gemeente/een stadsdeel het initiatief ontstaat om een kunstwerk of herdenkingsmonument te realiseren. Dit is vaak de vertaling van een maatschappelijke wens. Voorbeelden hiervan zijn het monument voor Theo van Gogh in het Oosterpark (2007) of voor Mandela in het Nelson Mandelapark (2021). Wanneer de gemeente of het stadsdeel het initiatief neemt, zal het ook een principebesluit moeten nemen. Het Stadscuratorium kan gevraagd worden om advies over het initiatief te geven en om deel te nemen aan de artistieke begeleiding van de totstandkoming van het kunstwerk. Net als bij het maatschappelijk initiatief is draagvlak hier ook belangrijk en kan een klankbordgroep van buurtbewoners of een commissie worden samengesteld. De locatie waar het herdenkingsmonument moet komen is bepalend voor wie verantwoordelijk is voor de opdrachtverstrekking aan de kunstenaar (een stadsdeel in de bestaande stad, de dienst Grond en Ontwikkeling bij ontwikkelgebieden). 3. Door een spontane actie (street art en monumenten). Soms wordt op spontane wijze een herdenkingsmonument geplaatst, ter nagedachtenis van een persoon of gebeurtenis.
Soms door een street artist (zoals voor Theo van Gogh in de Warmoesstraat of Amy Winehouse op de Vijzelgracht), soms door een belangenorganisatie (zoals een alternatief monument ter herdenking van de slavernij op het Surinameplein) en soms door een actievoerende kunstenaar (monument voor Martin Luther King in het Martin Luther Kingpark). Hiervoor wordt vaak door de uitvoerders geen toestemming gevraagd. In zo’n geval zal de eigenaar van de grond (het stadsdeel of de gemeente) of het gebouw (een particulier of de gemeente) achteraf moeten besluiten of het herdenkingsmonument mag blijven of moet worden verwijderd. Daarbij kan de eigenaar besluiten om advies te vragen aan het Stadscuratorium of een andere adviescommissie. Het Stadscuratorium kan advies geven over street art en monumenten die aantoonbaar iconische of symbolisch waarde heeft (gekregen) voor Amsterdammers of een bepaalde groep. Bestaande standbeelden en herdenkingsmonumenten Amsterdam kent vele standbeelden en herdenkingsmonumenten. Soms ontstaat er maatschappelijke discussie over. In die gevallen adviseert de gemeente vaak context te bieden, bijvoorbeeld in de vorm van een plaquette met een toelichting. Voor plaatsing van een dergelijke plaquette is toestemming van de eigenaar en vergunning van het stadsdeel nodig. Het Stadscuratorium kan ingeschakeld worden om advies te geven over de gewenste aanpassingen.
Advies Stadscuratorium kunst in de openbare ruimte De huidige werkwijze rondom kunst in de openbare ruimte biedt op verschillende wijzen mogelijkheden voor groepen uit de samenleving om uiting te geven aan het herdenken. Maar biedt de huidige werkwijze voldoende mogelijkheden? En komen alle groepen wel evenredig aan de beurt? Bij de totstandkoming van een nieuw kunstwerk wordt daarnaast gekeken of groepen niet worden uitgesloten, welk verhaal het vertelt en of er voldoende draagvlak is, maar er is geen criterium of definitie op het gebied van inclusie. De opdracht van de raad om de openbare ruimte inclusiever te maken door het toevoegen van standbeelden, kunstwerken en herdenkingsmonumenten geeft aan dat aanpassingen wenselijk en nodig zijn. Ook blijkt uit de huidige werkwijze dat het nuttig is om deze werkwijze te herzien en te kijken naar mogelijkheden voor aanpassingen. Hoe dat kan worden bewerkstelligd, vraagt om expertise en een onafhankelijk
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 19 januari 2022 Pagina 5 van 8
advies van het Stadscuratorium vanwege de centrale en verbindende rol die de leden hebben bij de totstandkoming van nieuwe kunstwerken. Het college heeft daarom het Stadscuratorium verzocht om een advies over hoe met kunst in de openbare ruimte – en in het bijzonder herdenkingsmonumenten – meer recht kan worden gedaan aan een meer evenredige vertegenwoordiging in de openbare ruimte van groepen Amsterdammers die nu nog niet of minder zijn vertegenwoordigd. Het adviesverzoek is bijgevoegd als bijlage 2. Het advies van het Stadscuratorium wordt verwacht in maart 2022. Na ontvangst van het advies zal het college een bestuurlijke reactie geven, waarin het aangeeft hoe het de aanbevelingen meeneemt in de uitvoering. Ad 2. Herijking beleid straatnaamgeving In 2018 heeft de gemeenteraad het initiatiefvoorstel “Diverse stad, diverse straatnamen” (Mbarki, PvdA) aangenomen. Naar aanleiding hiervan is het onderzoek 'Naar een meer inclusieve straatnaamgeving in Amsterdam' uitgevoerd. Het onderzoeksrapport toonde aan dat de verscheidenheid van de Amsterdamse bevolking onvoldoende tot uiting komt in de straatnaamgeving. Het college van B&W heeft naar aanleiding van het onderzoek de ambitie uitgesproken om meer diversiteit in straatnaamgeving te realiseren en op 20 oktober 2020 nieuw beleid vastgesteld.
Het uitgangspunt van het nieuwe beleid is dat de verscheidenheid van Amsterdamse burgers meer tot uiting komt en dat Amsterdammers zich herkennen in de straatnamen van de stad. U bent hierover geïnformeerd in de raadsbrief van oktober 2020. De nieuwe werkwijze omvat samenvattend het volgende: Platform: er wordt een online platform ontwikkeld waarop informatie over straatnaamgeving inzichtelijk wordt gemaakt. Het platform is in april 2021 gelanceerd en krijgt begin 2022 een update om het aanleveren van namen te vergemakkelijken. Participatie: Amsterdammers worden actiever betrokken bij, en het doen van suggesties voor straatnaamgeving en strategische thema’s voor nieuwbouwijken. In de nieuwe werkwijze wordt hier ook meer ruimte en bekendheid aan gegeven hoe je als inwoner betrokken kunt raken. Adviesraad: de Commissie Naamgeving Openbare Ruimten (CNOR) is omgevormd tot een Adviesraad Naamgeving Openbare Ruimten die niet alleen toetsend van aard is maar ook actief input ophaalt bij burgers, belangenorganisaties en maatschappelijke instellingen. Op 24 augustus 2021 heeft het college de nieuwe leden van de adviesraad benoemd. Bij de werving en selectie van de leden is expliciet gezocht naar deskundigheid op het gebied van diversiteit. Criteria: Om diversiteit in naamgeving te bevorderen zijn de criteria voor naamgeving aangepast.
Zo is het nu ook mogelijk dat iemand wordt vernoemd die een grote symbolische waarde voor bepaalde groepen heeft in plaats van voor de gehele samenleving. Daarnaast hebben vernoemingen naar personen uit ondervertegenwoordigde groepen de voorkeur. Hierbij wordt gekeken naar geslacht, herkomst, religie, beperking, geaardheid en politieke voorkeur etc.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 19 januari 2022 Pagina 6 van 8
Evaluatie: Het nieuwe beleid wordt de komende jaren structureel geëvalueerd om te kijken of bijsturing nodig is. De resultaten hiervan zullen ook ter kennisname worden gedeeld met de gemeenteraad en op het platform. Het college meent hiermee een belangrijk element uit de motie te hebben uitgevoerd. Ad 3. Contextualisering Stadsgesprekken In het inclusiever maken van de openbare ruimte gaat het niet alleen om het toevoegen van standbeelden en (straat)namen maar ook om de manier waarop bestaande historie aanwezig is onze stad en het vraagstuk hoe daar mee om te gaan. Het college hecht aan contextualisering zodat Amsterdammers in staat worden gesteld zelf een geïnformeerd oordeel te vormen. Het college heeft aan deze contextualisering daarom in de afgelopen periode extra aandacht besteed. Naar aanleiding van deze motie, de Black Lives Matter-beweging en de veranderende blik op de openbare ruimte, zijn er in het voorjaar van 2021 stadsgesprekken georganiseerd om enerzijds inzicht te krijgen hoe Amsterdammers kijken naar standbeelden en straatnamen en anderzijds om te verkennen hoe moet worden omgegaan met controversiële objecten. Bij deze gesprekken waren in totaal zestig deelnemers betrokken. Hiervoor is een divers samengestelde groep van willekeurig geselecteerde Amsterdammers benaderd.
De belangrijkste conclusie uit het onderzoek is dat er waarde wordt gehecht aan de geschiedenis van onze stad. Deelnemers zijn bekend met de discussie rondom gevoelige straatnamen en de meerderheid vindt deze discussie belangrijk, maar vindt dat deze niet moet worden gedomineerd door de meest ongenuanceerde standpunten. Hoewel deelnemers aandacht voor, en kennis over geschiedenis van standbeelden en straatnamen belangrijk vinden, blijkt dat de eigen kennis hierover beperkt is en er ook geen actief onderzoek naar wordt gedaan. Ook niet wanneer er context wordt geboden op een plek. Meer bewustwording creëren en het bieden van informatie wordt belangrijk geacht. Er zijn zowel personen die pleiten voor het verplaatsen van controversiële standbeelden als personen die geen voorstander zijn van het doen van aanpassingen. Maar het merendeel van de deelnemers heeft (nog) geen eenduidig standpunt hoe hier mee om te gaan of ideeën over oplossingsrichtingen. Er is een brede consensus onder deelnemers dat het bieden van context altijd een goed idee is, bijvoorbeeld in de vorm van een informatiebordje. Het wijzigen van (straat)namen wordt niet uitgesloten als optie indien er duidelijk bewijs is dat een persoon controversieel is. Echter wordt dit gezien als uiterst middel en zijn deelnemers hier terughoudend in.
Het verrijken van de stad met nieuwe namen van groepen die onderbelicht zijn wordt door deelnemers omarmd en gaf een positieve wending in de gesprekken. De volledige rapportage van deze gesprekken kunt u vinden in bijlage 3. Op basis van deze gesprekken is gebleken dat de huidige insteek van het college zinvol is en voortgezet kan worden. Het thema inclusieve openbare ruimte wordt vormgegeven als een gezamenlijke zoektocht naar de geschiedenis van Amsterdam waarbij de volgende vraag centraal
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 19 januari 2022 Pagina 7 van 8
staat: hoe geven we onze geschiedenis een plek in de openbare ruimte? Hier hoort een zoektocht bij naar verhalen van Amsterdammers die nog niet verteld worden in de openbare ruimte of nog onbekend zijn bij een breder publiek. We gaan de openbare ruimte verrijken door het toevoegen van deze verhalen zodat de geschiedenis van onze stad een meerstemmig geheel wordt. Het bieden van context blijft dus een belangrijk aandachtspunt. Hierbij is het van belang dat dit op een laagdrempelige, zichtbare en innovatieve manier gebeurt. Westcast en stadswandelingen In het kader van het bieden van context is eind 2020, naar aanleiding van motie 924 ‘Verering van omstreden historische figuren in de publieke ruimte’, door de Master Publieksgeschiedenis van de Universiteit van Amsterdam onderzoek gedaan naar het historisch kader van straatnamen in de Zeeheldenbuurt, de Chassébuurt en de Admiralenbuurt. Dit onderzoek is medio januari ook gedeeld met een breder publiek. Zo kunnen bewoners in de drie buurten een wandeling maken langs bepaalde straten die worden uitgelicht met een QR-code op stoeptegels. Deze verwijzen naar een audiofragment die het verhaal achter de straatnaam vertellen. Ook is er een podcastdrieluik ontwikkeld en wordt er door middel van een informatiebord in elke buurt verwezen naar deze activiteiten.
Tot slot zijn de historische biografieën toegevoegd aan de digitale straatnamenkaart van de gemeente2. Dit project dient als pilot om te toetsen of dit een effectieve manier is voor het bieden van context en het creëren van bewustwording over de geschiedenis van onze stad. Ook zijn er in 2018 wandelingen door de stadsdelen ontwikkeld op basis van thema’s die te maken hebben met Gedeelde Geschiedenis. Activiteiten Stadsarchief Het Stadsarchief werkt momenteel met een groep culturele instellingen en leerkrachten aan een nieuwe Leerlijn Erfgoed en Identiteit. Dit project wordt getrokken door het Amsterdam Museum, MOCCA is hier ook bij betrokken. De leerlijn krijgt een plek op de website van Groeistad. Dit is een digitaal onderwijsprogramma waarbij kinderen uit het basisonderwijs (groep 3 tot en met 8) het erfgoed in hun stad ontdekken. In de leerlijn wordt onder andere aandacht besteed aan onderwerpen zoals samenleven, migratie, slavernij en koloniaal verleden. Daarnaast heeft het Stadsarchief in 2020 twee onderzoeken laten doen naar het koloniaal verleden van gebouw De Bazel, bestaande uit een breed uitgezette enquête en een kwalitatief onderzoek en advies over hoe het Stadsarchief verder kan met het koloniaal verleden van dit gebouw op het gebied van educatie.
Op Geschiedenislokaal Amsterdam (voor het voortgezet onderwijs) heeft het Stadsarchief twee thema’s toegevoegd, namelijk over De Bazel en over de Nederlandsche Handel-Maatschappij (koloniale investeringsbank in opdracht waarvan De Bazel is gebouwd, één van de rechtsvoorgangers van de ABN Amro). Ad 4. Onafhankelijk beleid naamgeving instellingen Naamgeving van instellingen, zoals scholen en instituten, is een eigen verantwoordelijkheid van deze instituten zelf. Zij hebben en spelen ook een rol in de maatschappelijke discussie over dit onderwerp. Een voorbeeld hiervan is de J.P. Coen school die in 2018 op eigen initiatief haar naam 2
https://www.amsterdam.nl/bestuur-enorganisatie/organisatie/dienstverlening/basisinformatie/straten-amsterdam/straatnamenkaartamsterdam/
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 19 januari 2022 Pagina 8 van 8
heeft gewijzigd in De Indische Buurt School. Dit is een vraagstuk vanuit de hele samenleving en ieder gaat daar vanuit zijn eigen rol mee om. Om deze reden wordt hier ook geen eigenstandige actie op ondernomen door het college. Het college is en blijft wel beschikbaar voor kennisdeling met scholen en andere instellingen die deze discussie willen voeren en daarbij ondersteuning of advies vragen van de gemeente. Plan inclusieve openbare ruimte De huidige stand van zaken biedt inzicht waar mogelijke verbeteringen liggen om inwoners en ondervertegenwoordigde groepen nog meer te betrekken bij de inrichting van onze stad en om meer bewustwording te creëren over onze geschiedenis. Het definitieve plan dat in het tweede kwartaal van 2022 naar de raad wordt gezonden, is een eerste stap om gezamenlijk een meer inclusieve openbare ruimte te realiseren, waarbij de geschiedenis van onze stad een meerstemmig en veelkleurig geheel wordt.
In de hoop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben beschouw ik de motie ‘Inclusieve openbare ruimte’ als afgedaan.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Rutger Groot Wassink Wethouder portefeuille Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid
Bijlagen 1. Motie 839.20 “Inclusieve openbare ruimte” van de raadsleden I. Nadif, S. Blom, M. Taimounti en S. Mbarki inzake aanpak discriminatie 2. Adviesverzoek aan Stadscuratorium over inclusieve openbare ruimte 3. Rapportage stadsgesprekken contextualisering
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl