CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Onderzoeksresultaten juridische mogelijheden jacht tegengaan voor FKD 21 maart 2024

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 21 maart 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de ganzendodingen in de omgeving van Schiphol16.559 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Onderzoeksresultaten Juridische mogelijkheden om jacht tegen te gaan Inhoud 1 Aanleiding................................................................................3 2 Jacht, Schadebestrijding en Populatiebeheer..............................4 3 Organisatie faunabeheer...........................................................6 4 Waarom en waar wordt er gejaagd?...........................................9 4.1 Vossen...........................................................................................................11 4.2 Ganzen..........................................................................................................12 4.3 Konijnen........................................................................................................13 4.4 Conclusie.......................................................................................................13 5 Welke juridische mogelijkheden heeft de gemeente om te beïnvloeden ?...........................................................................14 5.1 Situatie 1: Amsterdam is eigenaar en gebruiker.........................................14 5.2 Situatie 2: Amsterdam is eigenaar, een ander is gebruiker.........................15 5.3 Situatie 3: Amsterdam werkt samen met anderen......................................16 6 Welke alternatieve beheermogelijkheden zijn er?......................17 6.1

Alternatieven voor jacht................................................................................17 6.2 Alternatief beheer vertaald naar dier............................................................18 6.2.1 Alternatieve maatregelen vossenbeheer..................................................18 6.2.2 Alternatieve maatregelen ganzenbeheer...................................................22 6.2.3 Alternatieve maatregelen konijnenbeheer.................................................24 6.3 Conclusie.......................................................................................................25 7 Drie scenario’s........................................................................26 7.1 Voor- en tegenstanders Jacht........................................................................27 7.2 Amsterdam is eigenaar en gebruiker............................................................28 7.3 Amsterdam is eigenaar, een ander is gebruiker...........................................33 7.4 Amsterdam werkt samen met anderen.........................................................38 7.5 Financiële gevolgen......................................................................................39 8 Samenvattend.........................................................................40 9 Beleidsmatige mogelijkheden...................................................44

9.1 Inleiding.........................................................................................................44 9.2 Mogelijke uitgangspunten met betrekking tot tegengaan jacht...................45 Bijlage 1: Overzicht van Wildbeheereenheden in Noord- Holland Bijlage 2: Leefgebieden Vos Bijlage 3: Leefgebieden Gans 1

Bijlage 4: Leefgebieden Konijn Bijlage 5: Inventarisatie gronden en verbonden partijen

2

1 Aanleiding

Amsterdam heeft dierenwelzijn hoog in het vaandel staan. Dat geldt niet alleen voor huisdieren en gehouden dieren, maar ook voor vrijlevende dieren. De laatste jaren is er veel politieke en maatschappelijke aandacht ook voor in het wild levende dieren. Jacht komt daardoor veelvuldig in de media en het publieke debat aan bod. Denk aan de discussies over ganzen en de vlieg- en verkeerveiligheid bij Schiphol, maar ook over de vos in relatie tot de tanende weidvogelpopulaties. Het thema is complex. Er zijn veel verschillende belangen -zowel ideëel als financieel- en de betreffende wet- en regelgeving vindt plaats op zowel landelijk, provinciaal als Europees niveau. De gemeente wil een natuur inclusieve stad zijn. Amsterdam heeft zich in 1988 (met de Motie Cnoop Koopmans) al tegen (plezier)jacht uitgesproken. Deze lijn is in de Agenda Dieren 2015-2018 voorgezet: “ op grond in eigendom van Amsterdam wordt geen plezierjacht toegestaan.” Ook heeft het College zich al eerder uitgesproken tegen de jacht op vossen op Amsterdams grondgebied en is er inbreng geweest namens het College bij de hoorcommissie van de provincie Noord Holland om de jacht op ganzen rond Schiphol een halt toe te roepen. Er is in dit kader tevens een notitie opgesteld (‘Gans Anders’) met alternatieven voor bejaging van ganzen.

Verder wordt in de Agenda Dieren aangegeven: “Ten aanzien van de jacht in het kader van schadebestrijding en faunabeheer wordt dit van geval tot geval beoordeeld, waarbij de noodzaak van het doden voorafgaand aangetoond moet worden indien diervriendelijke alternatieven aantoonbaar niet voorhanden zijn”. In het Coalitieakkoord (Een nieuwe lente een nieuw geluid, mei 2018) heeft het College de ambitie uitgesproken dat Amsterdam probeert jacht tegen te gaan en onderzoekt welke (juridische) middelen hierbij ingezet kunnen worden. Om tot eventueel beleid te komen, is dit onderzoeksrapport opgesteld. Dit onderzoeksrapport richt zich op ganzen, vossen en konijnen. Dit zijn de dieren die het meeste in Amsterdam en omgeving voorkomen en waarbij de jacht onderwerp van discussie is. Begin 2019 zijn er twee ronde tafelsessies met belanghebbenden uit het veld gehouden over mogelijkheden, effect en haalbaarheid van alternatieven voor jacht. Aanwezig hierbij waren onder andere terrein beherende organisaties, boswachters (Amsterdamse Bos, Landschap Noord-Holland, recreatieschappen), adviseur duurzaam faunabeheer,Bij12 Faunafonds, onderzoeker Sovon, jagers (WBE Amstelland en Jagersvereniging) en het ministerie I &W (directie Luchtvaart), ecologen en medewerkers dierenwelzijn van de gemeente (zie het meegezonden verslag en reactie).

De rapport geeft een overzicht van:  de juridische beïnvloedingsmogelijkheden van de gemeente;  alternatieve maatregelen voor beheer. Dit rapport beschrijft eerst het wettelijk kader en wat onder jacht, beheer en afschot wordt verstaan. Vervolgens worden de mogelijke alternatieven voor jacht en de bijhorende consequenties, in scenario’s uitgewerkt. Er worden hierbij twee “Nee-scenario” geschetst: 3

1) “Geen beheer”: waarin geen enkele vorm van beheer (jacht) wordt toegepast, en; 2) “Alternatief beheer”, waarbij alleen alternatieve maatregelen worden ingezet. Daarnaast wordt een “Nee, tenzij-scenario” : 3) “ Alternatief Beheer + afschot als laatste redmiddel (of: ‘ALR’)”, waarbij alternatief beheer wordt toegepast met daarbij de optie van beheer met afschot als laatste redmiddel. Het laatste hoofdstuk sluit af met mogelijke beleidsuitgangspunten ten aanzien van (het tegengaan van) jacht.

2 Jacht, Schadebestrijding en Populatiebeheer

Wat wordt er nu onder jacht verstaan? De meeste mensen zullen bij het woord jacht denken aan het doden van dieren met een geweer. De reden daarvoor kan zeer verschillend zijn: om het dier op te eten (“benutten”), om schade of overlast door die dieren te voorkomen (veiligheid vliegverkeer, overlast- en schadebestrijding) of om de omvang van de populatie te beperken (populatieof faunabeheer). En deze doelen kunnen elkaar ook overlappen. In de Wet natuurbescherming (de Wnb) is vastgelegd wanneer het is toegestaan om dieren te doden, te vangen of te verontrusten. De wet spreekt van beheer van populaties van in het wild levende dieren, bestrijding van schadeveroorzakende dieren en jacht. Al deze vormen hebben invloed op de hoeveelheid dieren en daarom wordt meestal de overkoepelende term ‘faunabeheer’ gebruikt. Maar faunabeheer is meer dan het doden van dieren met een geweer: ook andere dodelijke middelen (zoals vergassen of inzetten van predatoren) en niet-dodelijke middelen (zoals verjagen of nestbehandeling) vallen onder faunabeheer. Hieronder zullen we de drie vormen van faunabeheer bespreken, waarbij dieren met een geweer gedood kunnen worden. We houden de terminologie aan die de wet gebruikt, om verwarring te voorkomen: 1. Jacht; 2. Schadebestrijding; 3. Populatiebeheer.

Deze driedeling is van belang, omdat zowel de dieren die het betreft als de mogelijkheden om beperkingen op te leggen vanuit de gemeente per vorm kunnen verschillen. De drie vormen van faunabeheer: 1. Jacht

4

Het jachtrecht is een van het eigendomsrecht afgeleid recht, waarmee de eigenaar van de grond zich de dieren die hier in het wild op leven mag toeeigenen, meestal met het doel dit te benutten (op te eten). Degenen die gerechtigd zijn tot het uitoefenen van deze jacht zijn de jachthouders. Dit zijn de grondeigenaar, de (erf)pachter of vruchtgebruiker van de gronden (tenzij het jachtrecht is voorbehouden aan de eigenaar) of de huurder van het jachtrecht. De jacht is niet het hele jaar door toegestaan, maar alleen in het jachtseizoen en alleen tussen zonsopkomst en zonsondergang. Het jachtseizoen verschilt per soort. De jacht mag hierbij enkel worden uitgeoefend op een jachtveld van minimaal 40 hectare per jachthouder. De grondeigenaar kan deze vorm van jacht naar eigen keus toestaan of verbieden.

Er zijn vijf vrij bejaagbare soorten wild: de houtduif, fazant, wilde eend, konijn en haas. 2. Schadebestrijding Onder schadebestrijding vallen maatregelen die worden genomen om schade te voorkomen aan bijvoorbeeld gewassen of vee. Indien het hierbij gaat om maatregelen tegen beschermde diersoorten dan is hiervoor een landelijke of provinciale vrijstelling of ontheffing nodig. De grondgebruiker mag op basis van landelijke en provinciale vrijstellingen soorten doden die schade veroorzaken. De grondgebruiker kan toestemming geven om deze handelingen uit te laten voeren door anderen. Landelijk vrijgesteld zijn: Canadese gans, houtduif, konijn, zwarte kraai, kauw en vos. Provinciaal vrijgesteld zijn: brandgans, ekster, gaai, grauwe gans, knobbelzwaan, kolgans, meerkoet, spreeuw, wilde eend, gedomesticeerde en hybride ganzen (d.w.z. iedere gans die niet voor 100% alle kenmerken vertoont van één van de wilde diersoorten grauwe gans, brandgans en kolgans). 3. Populatiebeheer Met populatiebeheer kan de omvang van populaties worden beperkt. Vaak wordt dit gedaan vanwege een publiek belang, zoals vlieg- of verkeersveiligheid, volksgezondheid, biodiversiteit of waterkwaliteit. Een ontheffing voor populatiebeheer wordt door de provincie verleend aan een Faunabeheereenheid (FBE).

In het bestuur van een faunabeheereenheid zijn in ieder geval de jachthouders uit het werkgebied van de faunabeheereenheid vertegenwoordigd, net als maatschappelijke organisaties die het doel behartigen van een duurzaam beheer van populaties van in het wild levende dieren hebben. Faunabeheereenheden stellen een of meer faunabeheerplannen vast voor hun werkgebied, die de provincie moet goedkeuren. Uitvoering aan het faunabeheerplan wordt gegeven door wildbeheereenheden. Een wildbeheereenheid (WBE) is een samenwerkingsverband van jacht(akte)houders en anderen in de vorm van een vereniging. Schadebestrijding, populatiebeheer en de uitoefening van de jacht moeten overeenkomstig het faunabeheerplan geschieden. Buiten het jachtseizoen kan

5

alleen gejaagd worden op basis van vrijstellingen en ontheffingen voor schadebestrijding en populatiebeheer. In het faunabeheerplan Algemene Soorten Noord-Holland 2017-2023 wordt voor 15 soorten aangegeven en onderbouwd hoe het faunabeheer zou moeten plaatsvinden in 2017-2023. Het betreft 5 wildsoorten (wilde eend, houtduif, fazant, haas en konijn), 5 landelijk vrijgestelde soorten (houtduif, kauw, zwarte kraai, konijn en vos, waarvan 2 ook wildsoort zijn), 6 provinciaal vrijgestelde soorten (wilde eend, knobbelzwaan, meerkoet, spreeuw, gaai en ekster, waarvan 1 ook wildsoort is), en smient en nijlgans.

3 Organisatie faunabeheer

Het faunabeheer in Nederland is geregeld in de Wet Natuurbescherming (Wnb), de opvolger van de Flora en Faunawet per 1 januari 2017. De Wnb verbiedt het doden, vangen of opzettelijk verstoren van dieren. Afwijken van dit verbod kan door middel van een vrijstelling, ontheffing of opdracht. In de wet staande belangen benoemd op basis waarvan er van dit verbod kan worden afgeweken. Het gaat om bescherming van publieke belangen zoals: de volksgezondheid, de openbare orde en veiligheid, veiligheid van het vliegverkeer, ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren en ter bescherming van flora en fauna. Vrijstellingen en ontheffingen kunnen landelijk of provinciaal verleend worden. De dieren waarvoor een landelijke vrijstelling is verleend zijn: a. b. c. d. e. f.

Canadese gans; Houtduif; Kauw; Konijn; Vos en Zwarte kraai.

De dieren waarvoor een provinciale vrijstelling verleend is, variëren per provincie en zijn afhankelijk van het voorkomen van dieren in die provincie. Het Rijk (in de persoon van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) is verantwoordelijk voor de Wnb. De uitvoering van dit faunabeheerbeleid is in 2012 gedecentraliseerd naar de provincies. De 6

gemeente heeft geen wettelijke of regelgevende bevoegdheid. Zij kan alleen privaatrechtelijk invloed uitoefenen als eigenaar of grondgebruiker. Hoe is het faunabeheer georganiseerd? In elke provincie is een Faunabeheereenheid actief die zorg draagt voor het opstellen van een Faunabeheerplan, waarin het duurzame beheer van populaties en de bestrijding van schadeveroorzakende dieren wordt beschreven. In dit plan wordt verwezen naar de Faunaschade preventiekit modules voor diverse dieren van het Faunafonds BIJ12, waarin de alternatieve maatregelen voor afschot staan beschreven die eerst genomen moeten worden voordat kan worden overgegaan tot afschot. Op basis van dit plan kan de Faunabeheereenheid ontheffingen om te bejagen aanvragen bij Gedeputeerde Staten. Deze kunnen dan weer worden door gemachtigd aan jachthouders en grondgebruikers, zodat zij tot het beheer op hun jachtveld kunnen overgaan. De uitvoering van het faunabeheerplan voor jacht, schadebestrijding en beheer is belegd bij de WBE’s (de Wildbeheereenheden). Er is een landelijk dekkend netwerk van 300 WBE’s (zie bijlage 1 voor een overzicht van de WBE’s in NoordHolland). In de wet is geregeld dat jachthouders naast het hebben van een jachtakte lid moeten zijn van de WBE waarbinnen hun jachtveld valt. Ook grondgebruikers (agrariërs) en terrein beherende organisaties kunnen lid zijn van een WBE.

Vervolgens keert het Faunafonds BIJ12 de terecht geclaimde schade uit aan de grondgebruiker.1 In geval van schade is het niet de grondeigenaar maar de grondgebruiker die het recht heeft om op basis van landelijke en provinciale vrijstellingen soorten te (laten) beheren die schade veroorzaken. De grondgebruiker komt overigens alleen voor schadevergoeding in aanmerking als hij heeft aangetoond voldoende gebruik gemaakt te hebben van zijn beheermogelijkheden, waaronder jacht (als hij dit recht heeft). Een jachthouder is aansprakelijk voor schade door de vijf wildsoorten binnen het jachtseizoen voor zover hij aantoonbaar nalatig is geweest. Ontheffingen zijn gericht op schadebestrijding en of populatiebeheer van beschermde diersoorten en voor middelen, tijden en plaatsen waar dit nodig en wettelijk mogelijk is. In speciale (nood)situaties kan Gedeputeerde Staten over gaan tot het geven van een aanwijzing voor beheer aan de faunabeheereenheid, bijvoorbeeld om (invasieve) exoten te bestrijden. Het is hierbij mogelijk om de toegang tot terreinen af te dwingen in het uiterste geval met hulp van de politie.

1

Schade aan bijvoorbeeld bedrijfsmatig geteelde gewassen kan (bij agrariërs) ontstaan door natuurlijk in het wild levende dieren. Bij het Faunafonds BIJ12, uitvoeringsorganisatie voor de twaalf provincies, kunnen grondgebruikers onder voorwaarden een tegemoetkoming in deze (fauna)schade krijgen.

7

De Faunabeheereenheid Noord-Holland heeft verschillende faunabeheerplannen opgesteld: - Faunabeheerplan algemene soorten; - Faunabeheerplan damhert; - Faunabeheerplan ganzen; - Faunabeheerplan ganzen omgeving Schiphol. In het Faunabeheerplan algemene soorten zijn o.a. de vos en het konijn opgenomen. Per diersoort wordt een beschrijving gegeven van de huidige populatie en de beheermogelijkheden. Deze informatie wordt per diersoort ook in een tabel weergegeven. Onderstaand de status van de vos en het konijn in het faunabeheerplan:

8

4 Waarom en waar wordt er gejaagd?

Waarom wordt er in de gemeente gejaagd? Welke problemen worden ermee opgelost en welke onderliggende belangen worden daarmee gediend? Wat zijn de consequenties wanneer niet wordt beheerd? Zijn er alternatieve maatregelen waarmee dit doel ook kan worden bereikt en wat is hier dan voor nodig? Kortom, er is behoefte aan duiding van de aard en de omvang van de problematiek in de gemeente Amsterdam. In het onderstaande hoofdstuk wordt hier op ingegaan. Er is onder andere in kaart gebracht waar vossen, ganzen en konijnen in de gemeente en omgeving voor komen en schade en/of overlast veroorzaken. Het Amsterdamse ecosysteem, rijk aan planten en dieren is belangrijk voor de stad en het welzijn van de Amsterdammer. Er ligt in Amsterdam veel druk op de openbare ruimte, niet alleen tussen mensen onderling, maar ook tussen mens en dier kan dit tot overlast leiden. Dieren dragen bij aan de natuurwaarde in de stad en zorgen voor een goede balans van het ecosysteem. Ze kunnen echter ook overlast, schade of in sommige gevallen veiligheidsrisico’s veroorzaken. Belangen die met populatiebeheer gediend worden zijn: beschermen van soorten (wettelijke verplichting), vergroten van de biodiversiteit en de 9

natuurwaarde, de beleving van de natuurwaarde, het bestrijden van schade aan landbouwgewassen, bossen, vee, visserij, wateren, flora en fauna (o.a vraatschade door ganzen, schade aan taluds en parken door konijnen(holen)), het verbeteren van de volksgezondheid (minder teken, of blauwalg o.a. in recreatiegebieden), het vergroten van de verkeers- en vliegveiligheid (minder baankruisingen door ganzen bij Schiphol), etc. Welke vormen van jagen vinden nog plaats? Er wordt geen (plezier)jacht meer uitgeoefend op Amsterdams grondgebied (door de uitvoering van de motie Cnoop Koopmans). Jagen in het kader van schadebestrijding en populatiebeheer vindt -op basis van publiekrechtelijk afgegeven vrijstellingen of ontheffingen- wel plaats o.a. op door Amsterdam verpachte (landbouw)gronden2 in de Tuinen van West en Waterland. Rondom Amsterdam zijn er zeven Wildbeheereenheden (ofwel WBE’s) actief met de uitvoering van het faunabeheer (zie bijlage 1). Waar bezit de gemeente grond, of zitten we in deelnemingen of besturen van recreatiegebieden? Welke ruimte biedt dit de gemeente om invloed op de wijze van beheer van fauna uit te oefenen? Amsterdam als grondeigenaar Amsterdam bezit gronden binnen en buiten de gemeentegrenzen. Amsterdam bezit in Noord: de Volgermeerpolder, polder Burkmeer en grond aan het Kinselmeer.

In Nieuw West gaat het om de Lutkemeer- en Osdorperbovenpolder, die worden deels verpacht. Daarnaast zijn er twee gemeentelijke begraafplaatsen, een aantal sportparken, (stads)parken en het Amsterdamse Bos. Er wordt in principe niet gejaagd op de begraafplaatsen3 en sportvelden. Het sportpark in Amsterdam Zuidoost heeft aangegeven dat zij in geval van groot overlast wel eens gebruik maken van een Valkenier. Ook een van de begraafplaatsen heeft aangegeven een aantal jaar geleden nog wegens overlast te hebben bejaagd. Grond binnen de gemeente Amsterdam Verder is er grond in de gemeente in handen van boeren en projectontwikkelaars, die dit in sommige gevallen (tijdelijk) verpachten. De Wilmkebreekpolder is daar een voorbeeld van, hier wordt in samenwerking met de pachtende boer nu met rasters gewerkt. Ook hebben Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten gronden (in beheer). Amsterdam als medebestuurder De gemeente Amsterdam zit in het bestuur van de omliggende recreatieschappen. Dit zijn het Twiske (Aandeel Amsterdam 24%, €156.000,-), Spaarnwoude (Aandeel Amsterdam 16%, €474.000,-), Groengebied Amstelland (Aandeel Amsterdam 49%, €1.568.000,-). Amsterdam is ook (groot) aandeelhouder in een aantal deelnemingen. In het 2

Amsterdam heeft een deelneming in de Scheepsexploitatiemaatschappij Bavo N.V. Die maatschappij heeft in Waterland een overeenkomst met een WBE. Plezierjacht is in deze overeenkomst uitgesloten. 3 Op grond van landelijke regelgeving is het verboden (plezier)jacht uit te oefenen op begraafplaatsen.

10

geval van Havenbedrijf Amsterdam N.V. zelfs voor 100% (bijna 200 ha Inlaagpolder nabij Haarlemmerliede). De gemeente is voor 99,7% aandeelhouder van de Scheepsexploitatie Maatschappij Bavo N.V. (meer dan 100 ha landbouwgrond tussen de Volgermeerpolder en de Poppendammergouw) en voor 50% van de GEM, die grond in Noord en NieuwWest bezitten (zie bijlage 5 voor een overzicht van relevante deelnemingen en recreatieschappen).

4.1 Vossen Het belangrijkste doel bij het beheer met afschot van de vos is de bescherming van de kwetsbare populaties weidevogels (populatiebeheer/biodiversiteit), waarvan natuurbeschermers vrezen dat zij door predatie van de vos de genadeklap krijgen en geheel uit het Hollandse landschap zullen verdwijnen. Maar ook kan er sprake zijn van schade en overlast bij bijvoorbeeld boeren die kippen houden en veehouders. Jacht en de bestrijding van de vos vindt o.a. plaats door afschot, plaatsen van rasters en vangburchten. Kanttekening die door tegenstanders bij de nut van het bejagen van de vos worden geplaatst, is dat deze net als het konijn en de gans meer jongen krijgt wanneer hij wordt bejaagd. Maar ook dat een leeggekomen territorium weer wordt opgevuld. De snelheid waarmee dit gebeurt, hangt af van het moment van afschot. De beschikbaarheid van voedsel bepaalt de grote en dichtheid van de populatie vossen en territoria. Vossen leven op verschillende plekken in en om de stad (o.a. Waterland), Westelijk Havengebied, Diemerpark, Brettenzone, Amstelland, en Vondelpark (zie de kaart met het overzicht van de leefgebieden van de vossen in bijlage 2). Vossen zijn territoriaal (hun gedrag is gebonden aan het bezetten en verdedigen van een eigen territorium). De vos is een opportunist en generalist in wat hij eet.

Zijn voeding bestaat voornamelijk uit kleine knaagdieren (vooral woelmuizen) en haasachtigen (haas, konijn). Maar ook vogels, insecten, eieren en bessen worden gegeten, alsmede gevallen fruit, aas en afval. Per dag heeft een vos ongeveer vijfhonderd gram voedsel nodig. De weidevogels staan als (bij)vangst een korte periode op het menu, maar de schade aan de populaties kan desalniettemin aanzienlijk zijn. Als natuurlijke predator van de gans speelt de vos een positieve rol, bijvoorbeeld op het terugbrengen van het aantal nesten van grauwe ganzen in hun territorium.

Op een aantal plekken wordt de vos niet bejaagd, maar wordt het de vos moeilijk gemaakt om een gebied te betreden. Door middel van het plaatsen van schrikdraadrasters wordt de weidevogelpopulatie beschermd tegen predatie door de vos. Zo zijn er bijvoorbeeld schrikdraadrasters geplaats rondom

11

weidevogelbroedgebieden in de Kinsel (Waterland) en de Wilmkebreekpolder. In deze gebieden gaat het goed met de weidevogels. 4

4.2 Ganzen Doelen die met ganzenjacht worden beoogd zijn terugbrengen van schade aan landbouw en grasland, vlieg- verkeersveiligheid, overlast, gezondheid (waterkwaliteit) en biodiversiteit. Jacht en bestrijding van de gans vindt o.a. plaats door afschot, vergassing, eieren schudden, diverse verjagingsmethoden. Amsterdam heeft te maken met ganzen soorten die alleen in de winter aanwezig zijn en in noordelijke streken broeden, met wilde ganzen die over zomeren (vooral grauwe ganzen en brandganzen) en met gedomesticeerde ganzen, die zich (het gehele jaar door) vooral in parken ophouden. De aantallen gedomesticeerde ganzen in de stadsparken worden met nestbeheer gereguleerd. Waar zitten ganzen: in het landelijk gebied in Noord, Nieuw-West, bij het Amsterdamse Bos en in de klaverbladen bij de snelwegen (die door hun inrichting erg aantrekkelijk zijn) en de natuur- en recreatiegebieden (zie kaart met een overzicht van de leefgebieden van de gans in bijlage 3 ). Schiphol Vooral de grauwe gans zorgt met zijn (exponentieel) groeiende aantallen voor overlast, ook voor Schiphol. Dit komt door het verhoogde risico op baankruisingen door meer vluchten tussen foerageergebieden en broedplaatsen. Amsterdam valt in de 10 en 20 km zone rondom Schiphol waar in het kader van de vliegverkeersveiligheid gewerkt wordt met een apart Faunabeheerplan van de provincie.

In de 10 km zone mogen ganzen het hele jaar bejaagd worden op basis van het Ganzenbeheerplan omgeving Schiphol. De streefwaarde in de 10 km zone is maximaal 1000 grauwe ganzen. Binnen de 10 km zone worden jaarlijks circa 60.000 ganzen gedood, zonder dat de streefwaarde wordt bereikt. Schiphol heeft een eigen “bird control unit” die de dieren actief en passief met allerlei (preventieve) maatregelen beheert. Denk aan olifantsgras, lasers en de inzet van roofvogels en jagers. Natuur- en recreatiegebieden De vos kan als predator een positieve invloed op het terugbrengen van het aantal ganzennesten. In Spaarnwoude zag men door een vermindering van het aantal vossen een stijging in het aantal ganzen(nesten). Ook in het Amsterdamse Bos wordt met succes aan nestbeheer gedaan: de aantallen zijn hierdoor van honderden naar tientallen gegaan. Zowel Staatsbosbeheer als de recreatieschappen werken met nestbeheer, het behandelen van eieren (door te schudden of ze onder te dompelen in maisolie). Dit is echter vaak niet voldoende. In de recreatiegebieden is desondanks nog

4

Kanttekening van Landschap Noord-Holland hierbij is dat het uitvliegpercentage niet wordt gemeten.

12

steeds een probleem met overlast van o.a. ganzenpoep, waardoor de waterkwaliteit verslechtert en blauwalg kan ontstaan.

Landbouw Om de overlast in landelijk gebied in Noord en Nieuw-West tegen te gaan, kunnen verschillende verjagingsmiddelen (akoestisch of visueel) worden ingezet. Nestbehandeling werkt minder goed in het landelijk gebied op grauwe ganzen (overwinterende ganzen) omdat deze na nestbehandeling niet terugkomen naar hun oude nest, maar elders (vaak op een moeilijk te bereiken plek) een nest met meer eieren leggen. Het behandelen kan zo buiten de gemeente- grenzen zelfs een averechts effect hebben.

4.3 Konijnen Doel van het bejagen van konijnen is dat zij vraatschade, overlast en/of onveilige situaties kunnen veroorzaken o.a. door het graven van holen. De bejaging en bestrijding van het konijn vindt plaats door afschot, fretteren, inzetten van valkeniers, vangen, etc. Konijnen zitten door de hele stad verspreid (zie bijlage 4 voor een overzichtskaart). Ze zijn het meest te vinden in parken, sportvelden, begraafplaatsen en in de taluds van spoor- en snelwegen, maar ook op bouwlocaties. De bestaande alternatieven zijn meestal voldoende om deze diersoort op een diervriendelijke manier te beheren. Bijvoorbeeld door het aantrekken van vos of andere predators, het plaatsen van rasters, wegvangen en verplaatsen. Wel kan hun aanwezigheid op bijvoorbeeld bouwplaatsen tot vertragingen, extra maatregelen (zoals wegvangen) en zo mogelijk tot hogere kosten leiden. Aandachtspunt is het vinden van een geschikte locatie waar de konijnen naar toe verplaatst kunnen worden.

4.4 Conclusie Jacht vindt in de gemeente Amsterdam vooral plaats in het landelijk gebied en de recreatiegebieden rondom de stad. Amsterdam bezit daar op een paar plekken grond (of is groot aandeelhouder in deelnemingen). Het merendeel van de grond is echter in andere handen. In Noord gaat het om de Volgermeerpolder, polder Burkmeer en grond bij het Kinselmeer. In Nieuw West de Lutkermeerpolder en meer naar het zuiden het Amsterdamse Bos. Verder bezit de gemeente een tweetal begraafplaatsen en sportparken. De dieren zitten veelal in de parken en de randen van de stad. Vossen zitten in de parken en randgebieden en veroorzaken met name overlast waar zij de weidevogelgebieden intrekken. Ganzen in de stad zijn over het algemeen goed met alternatieven als nestbeheer te reguleren. Overlast van ganzen bestaat vooral buiten de stad, waar zij schade bij boeren veroorzaken en 13

een veiligheidsrisico vormen voor Schiphol. Hier is nog geen sluitende (alternatieve) oplossing voor gevonden. Konijnen bevinden zich meer verspreid over de stad en worden in mindere mate als hinderlijk ondervonden. Het bestaande alternatieve beheer lijkt voldoende. Wel heeft één sportveld aangegeven bij blijvende overlast wel eens een valkenier in te moeten zetten. Een begraafplaats heeft aangegeven in de afgelopen jaren ook in één uitzonderingsituatie te hebben bejaagd.

5 Welke juridische mogelijkheden heeft de gemeente om te beïnvloeden ?

Amsterdam heeft als gemeente geen regelgevende bevoegdheden ten aanzien van de jacht, schadebestrijding en populatiebeheer. Zo kan Amsterdam (daarover) geen algemeen verbindende voorschriften vaststellen in bijvoorbeeld de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) of in een andere verordening. De mogelijkheden die Amsterdam heeft, zijn met name privaatrechtelijk en hangen samen met de gronden die Amsterdam in bezit heeft. NautaDutilh advocaten hebben in een memorandum5 aangegeven wat de juridische mogelijkheden zijn. Die informatie is verwerkt in deze paragraaf. Er worden drie verschillende situaties geschetst: 1. Amsterdam is eigenaar en gebruiker; 2. Amsterdam is eigenaar, een ander is gebruiker; 3. Amsterdam werkt samen met anderen.

5.1 Situatie 1: Amsterdam is eigenaar en gebruiker Als Amsterdam eigenaar en gebruiker van de grond is, heeft zij alle zeggenschap. Voorbeelden van deze situatie zijn parken (waaronder het Amsterdamse Bos), plantsoenen en braakliggende terreinen. Op deze gronden kunnen konijnen voorkomen, die schade en/of overlast kunnen veroorzaken. T.a.v. de jacht geldt het volgende: Het konijn is aangemerkt als wildsoort waarop gejaagd mag worden. Als het gaat om gronden die binnen de bebouwde kom zijn gelegen, dan is het verboden om de jacht uit te oefenen. Van dit verbod kan de provincie ontheffing 5

Memorandum Uitvraag Tegengaan Jacht d.d. 19-05-2019.

14

of vrijstelling verlenen. Amsterdam kan er voor kiezen om geen ontheffing of vrijstelling aan te vragen. Voor gronden buiten de bebouwde kom geldt dat Amsterdam jachthouder is en kan bepalen dat zij geen gebruik maakt van het recht om te jagen in het jachtseizoen. Zij heeft als jachthouder wel de plicht om schade te voorkomen door wild dat op haar grond aanwezig is. Als Amsterdam besluit om niet te jagen en anderen lijden daardoor schade, dan kan zij daarvoor aansprakelijk gesteld worden. T.a.v. schadebestrijding geldt het volgende: Het konijn is een landelijk vrijgestelde soort in het kader van schadebestrijding. Grondgebruikers mogen van deze vrijstelling gebruik maken. Amsterdam kan bepalen dat zij hiervan geen gebruik maakt. Omdat zijzelf eigenaar en gebruiker is, zal eventuele schade voor eigen rekening komen. T.a.v. populatiebeheer geldt dat dit wordt vormgegeven door FBE’s en uitgevoerd door WBE’s. Amsterdam mag als eigenaar van de grond hen de toegang ontzeggen. Er is één uitzondering waarin Amsterdam wel toegang moet geven: als de provincie opdracht (een aanwijzing) heeft gegeven op grond van artikel 3.18 Wnb en daarbij bepaald heeft dat zij toegang hebben tot gronden, zo nodig met behulp van de sterke arm. Kortom: in de meeste gevallen kan Amsterdam bepalen dat er geen afschot plaatsvindt en in de meeste gevallen zal zij zelf de schade dragen.

5.2 Situatie 2: Amsterdam is eigenaar, een ander is gebruiker In dit geval heeft Amsterdam de grond verhuurd of verpacht aan een ander, die de grond gebruikt. Voorbeelden van deze situatie zijn sportvelden, begraafplaatsen, bouwplaatsen en landbouwgronden. Op deze gronden kunnen konijnen, vossen en ganzen voorkomen, die schade en/of overlast kunnen veroorzaken. T.a.v. de jacht geldt het volgende: Het konijn is aangemerkt als wildsoort waarop gejaagd mag worden. Als het gaat om gronden die binnen de bebouwde kom zijn gelegen, dan is het verboden om de jacht uit te oefenen. Van dit verbod kan de provincie ontheffing of vrijstelling verlenen aan de grondgebruiker. Amsterdam zou in huur- of pachtovereenkomst kunnen vastleggen, dat de grondgebruiker geen ontheffing of vrijstelling mag aanvragen of eerst toestemming moet vragen. In de overeenkomst kan ook worden vastgelegd voor wiens rekening eventuele schade komt. Voor gronden buiten de bebouwde kom geldt dat Amsterdam als eigenaar het recht heeft om te jagen. Dit recht kan worden overgedragen aan de grondgebruiker, maar in de bestaande overeenkomsten is dat niet gebeurd. Amsterdam heeft het recht om te jagen behouden en kan bepalen dat zij daarvan geen gebruik maakt. Zij heeft als jachthouder wel de plicht om schade 15

te voorkomen door wild dat op haar grond aanwezig is. Als Amsterdam besluit om niet te jagen en anderen lijden daardoor schade, dan kan zij daarvoor aansprakelijk gesteld worden. T.a.v. schadebestrijding geldt het volgende: Het konijn, de vos en de Canadese gans zijn landelijk vrijgestelde soorten in het kader van schadebestrijding. De provincie heeft vrijstelling verleend voor andere ganzensoorten. Grondgebruikers mogen van deze vrijstellingen gebruik maken. Amsterdam kan in huur- of pachtovereenkomsten vastleggen, dat de grondgebruiker geen gebruik mag maken van de vrijstelling of eerst toestemming moet vragen. In de overeenkomst kan ook worden vastgelegd voor wiens rekening eventuele schade komt. T.a.v. populatiebeheer geldt dat dit wordt ingevuld door FBE’s en uitgevoerd WBE’s. Amsterdam mag als eigenaar van de grond hen de toegang ontzeggen. Er is één uitzondering waarin Amsterdam wel toegang moet geven: als de provincie opdracht heeft gegeven op grond van artikel 3.18 Wnb en daarbij bepaald heeft dat zij toegang hebben tot gronden, zo nodig met behulp van de sterke arm. Kortom: in de meeste gevallen kan Amsterdam met de gebruiker contractueel vastleggen dat er geen afschot plaatsvindt, maar zal daarbij afspraken moeten maken over de schadeverdeling.

5.3 Situatie 3: Amsterdam werkt samen met anderen Deze situatie kent vele gezichten en vele benamingen: deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen, etc. Ze worden samengevat met de term “verbonden partijen”. Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarin de gemeente een financieel én bestuurlijk belang heeft. Het gaat hierbij om privaatrechtelijke rechtspersonen (vennootschappen, stichtingen, verenigingen, coöperaties), gemeenschappelijke regelingen en ook om Europese groeperingen voor territoriale samenwerking (EGTS)6. Voorbeelden van samenwerkingsverbanden die voor de jacht van belang zijn, zijn met name de recreatieschappen: het Twiske (Aandeel Amsterdam 24%, €156.000,-), Spaarnwoude (Aandeel Amsterdam 16%, €474.000,-) en Groengebied Amstelland (Aandeel Amsterdam 49%, €1.568.000,) 7. Op de betreffende gronden is vooral de aanwezigheid van vossen een punt van discussie in verband met populatiebeheer. Ook konijnen en ganzen kunnen hier voorkomen. Per rechtspersoon kan de wijze van besluitvorming over de wijze van faunabeheer verschillen. Bij de recreatieschappen is het het algemeen bestuur dat beslist over jacht, schadebestrijding en populatiebeheer. Amsterdam heeft in deze besturen geen doorslaggevende stem, maar kan wel invloed uitoefenen op de besluitvorming. 6

https://intranet.amsterdam.nl/kennis-beleid/bedrijfsvoering/financien/cyclus/ amsterdamse/instructies-circulai/instructies-penc/instructies-1/paragrafen/inleidingparagrafen/verbonden-partijen/ 7 Nota duurzaam landschap, gemeente Amsterdam 2019.

16

6 Welke alternatieve beheermogelijkheden zijn er?

6.1 Alternatieven voor jacht Met het onderzoeken van alternatieven voor de jacht wordt een andere invalshoek dan bejaging gekozen om het beheerprobleem op te lossen. Wat zijn alternatieven voor jacht, hoe effectief en haalbaar zijn deze? Het op deze wijze aanvullen van de juridische mogelijkheden met praktische alternatieven, vergroot de invloedsfeer die de gemeente heeft t.a.v. het stoppen met schadebestrijding- en populatiebeheerjacht. Er zijn begin 2019 twee bijeenkomsten gehouden, waarvoor diverse partijen waren uitgenodigd. Tijdens deze bijeenkomsten over alternatieve maatregelen voor faunabeheer is in een breed verband gesproken over effect, geschiktheid, haalbaarheid van (combinaties) van maatregelen. Consensus was hierbij uitdrukkelijk geen doel. Van deze bijeenkomsten is een verslag gemaakt en de reacties van deelnemers zijn gebundeld. Onderstaand een overzicht van de maatregelen die het meest in het oog sprongen.

Over het algemeen wordt de inrichting en het beheer van het landschap als één van de meest kansrijke alternatieven voor bejaging in het kader van faunabeheer genoemd. De omgeving is immers in hoge mate van invloed op de omvang van de populaties dieren, doordat de aanwezigheid van voedsel bepalend is voor de aantallen. Ook de aanwezigheid van andere natuurlijke belemmeringen, zoals brede watergangen kunnen hierbij een rol spelen. Landschapsinrichting is daarmee een belangrijk, maar in mindere mate door de gemeente te beïnvloeden8, instrument om op een diervriendelijke wijze aantallen te kunnen beperken. Ook wanneer de gemeente kiest voor alternatieve maatregelen van beheer is bewust zijn over het effect hiervan op de natuurlijke balans in het ecosysteem belangrijk. Alles staat met elkaar in verbinding. Zo blijkt uit onderzoek dat het beheren van één predator ten behoeve van een kwetsbare soort onverwachte gevolgen kan hebben en in sommige gevallen zelfs negatief kan uitpakken. Bijvoorbeeld doordat met de bejaging van de ene soort meer ruimte / minder concurrentie voor de andere predatoren ontstaat, waardoor deze aantallen toenemen.9 8

Voor eigen grond is het wel mogelijk maar kost het tijd, wanneer gewacht moet worden op het aflopen van pachtcontracten en geld doordat de pachtopbrengsten lager worden (minder lucratieve gewassen op grond rondom Schiphol). Maar in andere gevallen zijn we geen eigenaar en kan slechts invloed op andere partijen en overheden worden uitgeoefend met lobby.

17

Verder is het bij het in kaart brengen van de alternatieven belangrijk om aandacht te hebben voor haalbaarheid van alternatieven (relatief hoge kosten, arbeidsintensief), mogelijkheden voor combinaties gezien de gewenning die kan optreden bij alternatieve verjagingsmiddelen, kansen voor verbetering en innovatie en om het effect van de maatregelen goed te monitoren en onderzoeken met het oog op toekomstige inzet. In het onderstaande hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de alternatieve maatregelen voor beheer en preventie van schade en overlast per besproken dier.

6.2 Alternatief beheer vertaald naar dier Er zijn allerlei maatregelen mogelijk die zowel passief als actief ingezet kunnen worden voor populatiebeheer en het voorkomen van schade of overlast door deze dieren. Veelal richten deze zich op één van de zintuigen of de inrichting/ aantrekkelijkheid van het terrein door aanwezigheid van voedsel en habitat (beschutting) voor de betreffende diersoort. Denk naast landschapsinrichting aan visuele, akoestische, voedsel of smaak, reuk- of tastgerichte verjagingsmaatregelen. Uit de literatuur blijkt dat er vaak gewenning optreedt bij dieren wanneer één afzonderlijk middel wordt gebruikt. Er is daarom ook gekeken naar de inzet van combinaties en roulatie van middelen. Een knelpunt bij de weging van de alternatieven is dat gedegen monitoring en onderzoek naar het effect hiervan niet altijd voorhanden is.

6.2.1

Alternatieve maatregelen vossenbeheer

Tijdens de bijeenkomsten zijn meerdere maatregelen besproken, waarbij er veel verschillende meningen waren over het effect en de haalbaarheid van maatregelen (zie het meegezonden verslag van de bijeenkomst en de reactie van de WBE en Jagersvereniging). Vooral een andere, meer natuurlijke landschapsinrichting is tijdens de bijeenkomsten over alternatief beheer genoemd als kansrijk, maar lastig uitvoerbaar (door het complexe krachtenveld) en kostbaar (denk o.a. aan compensatie-, realisatie- en onderhoudskosten). Suggestie was: “maak het aantrekkelijk voor dieren die je er wilt hebben en onaantrekkelijk voor ongewenste predatoren. Dus verhogen waterpeil, anders maaien, ander bloem- en kruidenrijk gras zaaien zodat er voldoende voedsel is voor kuikens, anders inrichten/ meer openheid zodat predatoren niet kunnen schuilen. Lok vos weg met een woelmuisbiotoop elders, voorkom wel overlast door woelmuizen bij agrariërs en een toename aan vossen”. Meer controversiële maatregelen voor effectiever faunabeheer die zijn genoemd waren: “Zorg voor kunstburchten met meldsysteem waarna de opties: afschot of steriliseren zijn”. “Regel gebruik van lichtbakbejaging wanneer beheer noodzakelijk blijkt”. De meningen over de zin van faunabeheer (met afschot) verschillen, een deel van de deelnemers vindt bejagen zinloos, omdat 9

Boerenlandvogels en predatie: een update van de huidige kennis, van der Wal en Teunissen, 2018. En Factsheet Predatie, Vogelbescherming Nederland, 2019.

18

een vrijgekomen territorium weer wordt opgevuld en vossen die bejaagd worden grotere nesten werpen. Ook wordt gesteld dat men op termijn wellicht de “weidevogel” moet opgeven en moet accepteren dat het landschap(beheer) is veranderd. Hier werd tegenin gebracht dat dit niet wenselijk is en strijdig met provinciaal, Nederlands en Europees beleid en recht. Succesvol inrasteren vraagt om maatwerk het is afhankelijk van de terreingesteldheid in een gebied. Het is arbeidsintensief, en daarmee kostbaar en lijkt minder geschikt om grootschalig in te zetten. Elke maatregel heeft zijn voor en nadelen; ingrijpen in een systeem heeft soms onverwacht gevolgen. Beheer van één predator kan, zoals eerder genoemd, leiden tot toename van een andere. Tabel 1: Alternatieve maatregelen voor vossenbeheer: Maatregel(en) Voordeel / Nadeel Combinatie/ voorwaarden 1 Rasters plaatsen en Voordeel: goede Maatwerk per gebied. watergang verbreden ervaringen. In combinatie met rondom Nadeel: een brede weidevogelkerngebied - Tijdsintensief en waterbarrière. daardoor Plan B nodig: als vos kostbaar afhankelijk binnen raster komt. van de grote van het gebied; - Elektrisch raster werkt tegen vos maar niet tegen andere predatoren. Het kan dus averechts werken; - Verbreden watergang is kostbaar door verlies grond, en niet 100% veilig (de vos kan zwemmen).

2 Woelmuizenzone creëren Voordeel: Waterpeilverhoging, om de vos weg te lokken - Op korte termijn zodat zowel de muis (van effectief; als de vos naar hoger weidevogelleefgebieden) - Muizenbiotoop is ook gelegen gebied gaan. aantrekkelijk voor insecten. Nadeel: - Risico is overlast agrariërs van woelmuizen/potentiële plaag; - Populatie vossen kan op lange termijn toenemen.

19

3

Landschap aanpassen, minder aantrekkelijk maken voor vos en andere predatoren.

Voordeel: Verwacht groot effect van deze combinatie. Nadeel: Lastig uitvoerbaar en kostbaar (door grote afhankelijkheid van andere partijen en overheden).

4

Waterpeilverhoging

5

Proef met Cordon Sanitair, bufferzone met gesteriliseerde vossen rondom weidevogelkerngebied

Voordeel: - Vermindert predatie in zijn totaliteit Nadeel: - Kostbaar voor de grondeigenaar. Voordeel: - Innovatief; - Vos plant zich niet voort (dus eet minder) en zijn territorium wordt ook niet opnieuw opgevuld.

6

Vossen die naar de opvang worden gebracht steriliseren en uitzetten in geselecteerde gebieden.

Nadeel: - Interessant nieuw idee, maar kostbaar. Vereist (voor)onderzoek en monitoring met zenders Voordeel: - Dieren planten zich niet meer voort; - Territorium blijft bezet.

- Habitat aanpassen, meer openheid (geen bomen); - Waterpeilverhoging; - Raster plaatsen - Grasland type (bloem en kruidenrijk voor voldoende insecten); - Maaibeleid (Oevers maaien). - Beplanting langs wegen omlaag brengen. Nauwkeurige mogelijkheid tot sturing peilhoogte is belangrijk.

-

-

-

Combineren met jacht in weidevogelgebie d10 (daar een nul stand) en i.i.g. steriliseren in omliggende recreatiegebieden Weglokken met alternatief voedsel/ woelmuizen en Plaatsen rasters.

Nadeel: Kostbaar. Tabel 2: Maatregelen voor effectiever faunabeheer, t.a.v. het Nee, tenzijuitgangspunt:

10

Zie Bijlage van Landschap Noord-Holland over beheer vos in Amstelland.

20

7

Maatregelen Kunstburchten om weg te lokken, te vangen, te steriliseren of te schieten.

8

Beheer vos in december tot half maart

9

Meer wettelijke mogelijkheden voor de inzet van lichtbakken voor populatiebeheer: een ruimere periode

Toelichting Vangburchten met een sensor plaatsen in recreatiegebieden direct rondom de weidevogelkerngebieden. Periode december – half maart is de meest effectieve periode voor beheer met afschot, omdat er een lagere kans dat ‘vrijkomende’ territoria nog vóór het broedseizoen opgevuld worden. Effectiever vossenbeheer wanneer dit noodzakelijk is

Meest veelbelovende alternatieven waren:  Het plaatsen van rasters en verbrede watergangen rondom weidevogelgebieden, waarbij er een nulstand binnen in het uit gerasterde weidevogelgebied kan worden gehandhaafd;  Met daaromheen een ‘cordon sanitaire’ gerealiseerd (er wordt een bufferzone met gesteriliseerde vossen rondom het weidegebied gerealiseerd). En; 11  Het weglokken van de vos met aantrekkelijker voedsel en het plaatsen van kunstburchten. De WBE Amstelland en de Jagersvereniging menen dat deze alternatieven niet voldoende zullen zijn en dat afschot nodig zal zijn.

Ervaringen met rasters Bij de Kinsel en bij de Wilmkebreekpolder wordt al met succes gewerkt met het inrasteren van weidevogelbroedgebieden. Verder is er een aantal kansen om Polder IJdoorn en gebieden in Groot Waterland en Amstelland, in te rasteren maar ook bijvoorbeeld door de dijk naar Marken voswerend te maken en daarmee de weidevogelgebieden op Marken te beschermen tegen de vos. Aandachtspunt hierbij is dat goed onderzoek en monitoring naar effect zal moeten plaatsvinden, waarbij ook met zenders wordt gewerkt. Het betreft niet altijd Amsterdams grondgebied , waardoor onze invloed beperkt is en goed overleg en medewerking van andere belanghebbenden noodzakelijk is. De Vogelbescherming heeft een brochure uitgebracht waarin onderstaand schema is opgenomen.

11

De WBE Amstelland en de Jagersvereniging hebben in hun reactie hun kanttekeningen en bedenkingen bij de voorgestelde alternatieven geuit. Zij geloven niet dat deze een alternatief voor beheer met afschot kunnen zijn (zie meegezonden reactie).

21

6.2.2 Alternatieve maatregelen ganzenbeheer Een andere landschapsinrichting rondom Schiphol is tijdens de bijeenkomsten als meest kansrijk genoemd. Het minder aantrekkelijk maken van het gebied voor foeragerende en broedende ganzen door: het verbouwen van andere gewassen of het gebruik van landbouwgrond voor zonnepanelen, of het natter maken van het gebied (wat nadelig is voor agrariërs en dus kostbaar). Verder is men van mening dat er niet één maatregel is die gaat werken, maar dat de kracht in de combinaties van maatregelen zit. Een andere strategie die naar voren werd gebracht, was niks doen. Dit zou volgens de inbrenger kunnen leiden tot verspreiding van de aantallen in kleinere groepen waardoor minder schade ontstaat. Hier werd het risico van ongeremd toenemende aantallen en hiermee gepaard gaande overlast elders (een “waterbedeffect”) tegenover geplaatst. Tabel 3: Alternatieve maatregelen voor beheer van ganzen: Maatregel(en) Voordeel / Nadeel Combinatie/ voorwaarden Voordeel: In combinatie met 1 Nestbeheer (behandeling van de eieren met maisolie, Effectief en andere prikken of schudden, of diervriendelijk. verjagingmiddelen leeghalen van het nest op 1 Vooral effectief bij het meest effectief. ei na) gedomesticeerde ganzen, toepasbaar bij grauwe ganzen, maar

22

2

3

4

5

6

Natuurlijke predator aantrekken

Landschapsbeheer, ander landgebruik

Extensiever beheer waar mogelijk

Gecoördineerde verjaging

Preventie roulatie systeem ( kit)

moeilijk bij brandganzen Nadeel: - Arbeidsintensief; - Risico op averechts effect elders; de tweede leg is groter. Voordeel: - Stop jacht op vossen, positief effect op aantal ganzennesten Nadeel: - Predator kan andere soort bedreigen Voordeel: - Voedsel gestuurde, diervriendelijke manier om populatie te beperken. Nadeel: - Afhankelijk van anderen Voordeel: - Diervriendelijk alternatief

In Spaarnwoude Combineer met: - onderzoek; - innovatie; - voorlichting.

Minder voedsel door slimme / andere landinrichting.

Nadeel: - Afhankelijk van de medewerking van anderen Voordeel: - Geen gewenning door afwisseling middelen; - Ervaring met verjagen.

- Hogere / ruigere vegetatie maakt een gebied minder aantrekkelijk als foerageergebied; - Bloemrijke akkerranden. Verjaagteam, dat diverse verjagingsmiddelen kan inzetten, zoals lasers, robotvogels, etc.

Nadeel: - Arbeidsintensief; - Kostbaar. Voordeel: - Voorkomt gewenning; - Deelnemers delen middelen en daarmee aanschafkosten.

Preventie roulatiesysteem waarbij diverse verjagingsmiddelen worden afgewisseld om gewenning te voorkomen.

Nadeel: - Arbeidsintensief en daarmee kostbaar; - het vereist samenwerking.

23

7

Akoestische verjagingsmiddelen innoveren/testen in combinatie met een sensor

Voordeel: - Groot verwacht effect. Nadeel: - Vraagt innovatie budget.

Alarmroep van ganzen na bootsen wanneer ze invliegen.

De meest veelbelovende maatregelen waren om in combinatie in te zetten waren:  Landschapsinrichting;  Ander landgebruik;  Minder beschikbaarheid van voedsel;  Intensief nestbeheer;  Innovatie van akoestisch verjagen door ontwikkeling van een activatiesensor bij invliegen/landing ganzen;  Een professioneel verjaagteam;  Preventie roulatiesysteem (met diverse verjagingsmiddelen voor agrariërs);  Bloemrijke akkerranden,  Afrastering;  Inzetten van natuurlijke predatoren (zoals de vos).

6.2.3 Alternatieve maatregelen konijnenbeheer Konijnen zijn volgens de deelnemers over het algemeen goed te beheren met de huidige middelen: vangen en verplaatsen12, met rasters, omgeving aanpassen, en inzet van meer natuurlijke predatoren. Afschot wordt alleen in uitzonderingssituaties toegepast. Tabel 4: Alternatieve maatregelen konijnen beheer: Maatregel(en) Voordeel / Nadeel 1

Verplaatsen. Wegvangen en elders uitzetten.

2

Omgeving aanpassen (taluds verstevigen, hekken plaatsen, ingraven rasters, struiken (dekking) weg, etc.).

3

12

Inzet natuurlijke predatoren (zoals vos, roofvogels).

Combinatie/ voorwaarden

Voordeel: - Diervriendelijk. Nadeel: - Arbeidsintensief. - Weinig opvanglocaties. Voordeel: - Diervriendelijk. Nadeel: - Arbeidsintensief en kostbaar. - Houdt ook andere dieren tegen. Voordeel: - De natuur wordt op zijn beloop gelaten; Nadeel: - Predatoren kunnen bij andere fauna

Aantrekken door roofvogelpalen te plaatsen en vossen aan te trekken (toegankelijk maken).

Landschap Noord-Holland heeft aangeboden konijnen te kunnen plaatsen.

24

4

Het achterlaten van konijnen (huisdieren) tegengaan.

schade veroorzaken door predatie. - Populatie predatoren kan ongewenst omvang krijgen. Voordeel: - Preventief; Nadeel: - Lastig om te realiseren en/of af te dwingen.

De meest veelbelovende maatregelen waren:  Wegvangen en verplaatsen;  Omgeving aanpassen, minder aantrekkelijk en toegankelijk maken.

6.3 Conclusie De alternatieve beheermaatregelen per dier overziend: vormen deze in de huidige situatie dan een volwaardig alternatief voor de jacht (waaronder faunabeheer met afschot)? Opbrengst alternatieven voor vossenbeheer. Als veelbelovend alternatief voor bejaging is het plaatsen van (elektrische) rasters en landschapsaanpassing genoemd. Ook het aanbieden van alternatief voedsel is genoemd. Tot slot is het idee geopperd om te onderzoeken of een ‘cordon sanitair’ van gesteriliseerde vossen rondom een weidevogel/recreatiegebied, de predatiedruk kan verlichten. Bezien vanuit de stad valt de vossenpopulatie op deze wijze te beheren. De overlast van Amsterdamse vossen vindt echter voornamelijk daarbuiten plaats, in het landelijk gebied en deze is hiermee niet opgelost. Belanghebbende vanuit de natuur- en terrein beherende organisaties geven aan dat de ervaringen met rasters op kleine schaal goed zijn, maar dat zij deze als enige ‘verdedigingslinie’ te riskant vinden (er komt nog weleens een vos doorheen). De andere ideeën zijn interessant, maar vragen onderzoek en natuurorganisaties geven aan dat zij geen risico’s willen nemen met de huidige weidevogelpopulaties en dat beheer met afschot daarom als sluitstuk mogelijk moet blijven.

Opbrengst alternatieven voor ganzen Binnen de stad worden goede resultaten geboekt met nestbeheer van gedomesticeerd ganzen, dit is arbeidsintensief. Nestbeheer uitvoeren in het buitengebied op (de grote populaties) grauwe ganzen, is echter lastiger, minder effectief en erg arbeidsintensief. Dit komt door de grote aantallen en omdat de grauwe gans na nestbeheer niet terugkeert, maar elders een groter nest legt. Het probleem verplaatst zich naar voor de beheerder moeilijker bereikbare gebieden. 25

Buiten de stad in de landbouw-, recreatiegebieden zijn mogelijk wel kansen om meer in te zetten op innovatie en combinaties van verjagingsmiddelen om gewenning tegen te gaan. Dit vraagt echter wel extra inzet van mensen en middelen. Er kan bijvoorbeeld gekeken worden naar de inzet van een verjagingsteam. Ten aanzien van de Schipholstrategie zijn er zwaarwegender belangen om te beheren. De lucht- en verkeersveiligheid rondom Schiphol moet worden geborgd. Er wordt hier gewerkt met alternatieve maatregelen voor beheer, maar dit is op dit moment nog niet voldoende. Beheer met afschot blijft nodig. Opbrengst alternatieven voor konijnen. De konijnen zijn goed met de huidige alternatieve maatregelen te beheren. Bijvoorbeeld door ze te vangen en verplaatsen, of de omgeving aan te passen (eventueel met rasters). Concluderend: Er is tijdens de bijeenkomsten een overzicht met alternatieven opgesteld.  Wat opvalt is dat de kracht van de alternatieven veelal zit in de juiste combinatie van maatregelen per gebied; maatwerk. Zo kan het probleem van de snelle gewenning aan enkelvoudig ingezette verjagingsmiddelen worden ondervangen.  De alternatieven zijn echter over het algemeen kostbaarder en meer arbeidsintensief dan het alternatief van de jacht wat ze vanuit financieel oogpunt minder aantrekkelijk maakt.

 Er is behoefte aan onafhankelijk onderzoek naar de effectiviteit van de alternatieven. Verder zou er meer geïnvesteerd kunnen worden in innovatie.  In veel gevallen, waaronder bij landschapsinrichting, is de gemeente afhankelijk van anderen, omdat we niet zelf (wettelijk) bevoegd zijn. In die gevallen kunnen we slechts d.m.v. het voeren van het juiste gesprek ons doel behalen. Bijvoorbeeld: het Rijk, provincie, agrariërs, de agrarische natuurvereniging, terrein beherende/natuur- organisaties, jagersverenigingen, de Rijkswaterstaat).

7 Drie scenario’s

Amsterdam onderzoekt met dit project wat haar mogelijkheden zijn om jacht verder tegen te gaan. De gemeente heeft in het kader van faunabeheer zoals eerder benoemd geen wettelijke of regelgevende bevoegdheid, deze liggen bij het Rijk en de provincie. De invloed die de gemeente privaatrechtelijk, als grondeigenaar en/ of grondgebruiker, kan uitoefenen, zijn in paragraaf 5 beschreven.

26

De mate van invloed is voornamelijk afhankelijk van het feit of de gemeente eigenaar en/ of gebruiker is van de betreffende grond is. Daarnaast is het aantal betrokken partijen relevant. De drie situaties die in paragraaf 5 beschreven zijn:  Amsterdam is eigenaar en gebruiker;  Amsterdam is eigenaar, een ander is gebruiker;  Amsterdam werkt samen met anderen. In deze paragraaf schetsen we per situatie drie scenario’s: geen beheer, alternatief beheer en alternatief beheer met afschot als laatste redmiddel. Twee “ Nee” -scenario’s: geen beheer en alternatief beheer Er zijn twee “Nee”-scenario’s te onderscheiden namelijk: ‘Geen beheer’ en ‘Alternatief beheer.’ Wanneer de gemeente kiest om geen enkele vorm van jacht i.k.v. faunabeheer toe te passen en de natuur op zijn beloop te laten, zijn er nog twee scenario’s mogelijk: één waarbij helemaal geen beheer plaats vindt en één waarbij niet wordt gejaagd maar wel alternatieve maatregelen worden ingezet. Deze alternatieven zijn in hoofdstuk 6 uitgewerkt voor wat betreft effect en haalbaarheid. In het geval men kiest voor geen faunabeheer en geen alternatieve maatregelen die worden ingezet kan de populatie ongehinderd toenemen waardoor eigenaren van aangrenzende percelen hinder of overlast kunnen ervaren, dieren houden zich immers niet aan eigendomsgrenzen. Er is in zo’n geval geen sprake van goed “nabuurschap”.

“ Nee, tenzij” - scenario: alternatief beheer met afschot als laatste redmiddel Een andere mogelijkheid is het “Nee, tenzij”- uitgangspunt. In dit scenario wordt jacht (afschot in het kader van faunabeheer) als sluitstuk ingezet als alle mogelijke preventieve, diervriendelijke alternatieven voor beheer zijn ingezet en de ongewenste/onveilige situatie blijft bestaan. Dit “Nee, tenzij”, geeft de gemeente de mogelijkheid om indien nodig in te kunnen grijpen als dit vanuit het algemeen belang nodig is.

7.1 Voor- en tegenstanders Jacht Er zijn voor- en tegenstanders van jacht. Voor wat betreft de meerwaarde van jacht als maatregel bij beheer is het standpunt van de tegenstanders dat er al decennia op ganzen wordt gejaagd, maar dat de doelstellingen van ganzenbeheer niet gehaald worden (Jaarverslag 2017 FBE, p43.). Zij stellen dat bejagen zelfs een averechts effect kan hebben. Bijvoorbeeld doordat ganzen (elders) grotere nesten gaan leggen en (mogelijk in reactie op de bejaging) in grotere groepen gaan leven. Voor wat betreft het bejagen van de vos ziet men dat zij meer jongen gaan werpen en dat een door bejaging vrijgekomen territorium over het algemeen weer snel wordt opgevuld. Verder is uit onderzoek naar voren gekomen dat het wegnemen van één predator (in dit geval de vos) niet altijd leidt tot een betere overleving van de weidevogels door het effect hiervan op de aanwezigheid van andere predatoren.

27

Voorstanders van dit scenario geven aan dat deze maximaal grip geeft op de omvang en aanwezigheid van populaties op een bepaalde locatie, doordat alle mogelijkheden voor beheer (inclusief afschot als sluitstuk) ingezet kunnen worden. Op deze manier kan de aanwezigheid en omvang van de populatie ganzen rond Schiphol gereguleerd en daarmee de lucht- en verkeersveiligheid het best gewaarborgd worden. Voorstanders geven aan dat het niet behalen van de doelstellingen juist laat zien dat er meer ganzen bejaagd zouden moeten worden om de grote groei van ganzenpopulaties aan banden te leggen. Volgens hen zou deze populatie zonder bejaging exponentieel toenemen. Alternatieve maatregelen zijn nog geen volwaardig alternatief, omdat zij: (nog) onvoldoende effectief, arbeidsintensief en kostbaar zijn. Ook de weidevogelpopulaties hebben volgens hen baat bij de mogelijkheid om afschot als laatste redmiddel in te zetten in een weidevogelkerngebied. De vogels kunnen dan maximaal beschermt worden. Er kan binnen het omrasterde broedgebied een 0-stand van vossen gerealiseerd worden, waarbij rondom dit gebied alternatieve beheermaatregelen worden ingezet. De snelheid waarmee een vossenterritorium weer wordt opgevuld (en daarmee de effectiviteit van de maatregel) is afhankelijk van de periode waarin afschot van de vos plaatsvindt.

Met het stimuleren van het gebruik van alternatieve verjagingsmiddelen en maatregelen kan de noodzaak om te beheren met afschot worden geminimaliseerd, afhankelijk van het bereikte effect.

Maatschappelijk draagvlak Dat de meningen over dit onderwerp sterk verdeeld zijn, blijkt ook wel uit het feit dat er de laatste jaren steeds vaker actie wordt gevoerd en rechtszaken worden ingesteld als het gaat om besluiten over het doden van dieren op grond van de Wet natuurbescherming. Uit de rechtspraak blijkt dat hoge eisen worden gesteld aan het onderzoeken en uitvoeren van alternatieve maatregelen, voordat toestemming mag worden gegeven voor het doden van dieren13.

7.2 Amsterdam is eigenaar en gebruiker Welke zeggenschap heeft Amsterdam? In deze situatie is de gemeente Amsterdam eigenaar en gebruiker van de grond. Er zijn geen andere partijen, dus de gemeente heeft alle zeggenschap en is de enige bepalende partij. Als eigenaar van de grond heeft de gemeente rechten en kan zij ervoor kiezen om van die rechten in het geval van bejaging geen gebruik te maken. Het gaat bijvoorbeeld om parken, plantsoenen en bouwplaatsen. Welk dier wordt op deze locaties bejaagd/beheerd? Met name konijnen, in sommige gevallen (gedomesticeerd)ganzen en mogelijk in de toekomst ook vossen. Ontheffingen o.g.v. artikel 3.8 Wnb voor het doden van vossen ten onrechte verleend (Rechtbank Noord-Nederland, 15 mei 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:2184) en Opdracht aan Staatsbosbeheer o.g.v. artikel 3.18 Wnb om edelherten te doden terecht verleend (Rechtbank Midden-Nederland, 19 november 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:5616). 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13930567/1