Bijlage 4.Juridische bibliotheek
Tekst van het document
Bron: Juridische bibliotheek. Parlementaire behandeling “Te denken valt aan kermissen, braderieën, sportfeesten en andere manifestaties.” Kamerstukken II, 1997/98, 25 969, nr. 3, p. 34 (MvT). “Bij vergunning plichtige verstrekking van alcoholhoudende drank zijn alle leidinggevenden met personalia bekend. Zij zijn immers als leidinggevende aangemeld bij de gemeente en vermeld op het aanhangsel bij de vergunning artikel 29, tweede lid. Thans wordt voorgesteld de gemeenten te verplichten om ook op een ontheffing op grond van artikel 35 de naam van de persoon of personen te vermelden onder wiens of wier onmiddellijke leiding de verstrekking geschiedt. Bovendien moet de ontheffing ter plaatse aanwezig zijn, zodat deze op verzoek van de toezichthouder kan worden getoond. Dit vereenvoudigt de handhaving van deze bepaling van de wet. In enkele opzichten wordt de regelgeving rond alcoholverstrekking tijdens evenementen versoepeld. De persoon die leiding geeft aan de alcoholverstrekking tijdens evenementen hoeft niet meer verplicht te beschikken over een Verklaring Sociale Hygiëne. Dit maakt het voor burgers en ondernemers zonder horeca-of slijtersbedrijf gemakkelijker een dergelijke ontheffing aan te vragen, bijvoorbeeld voor een eendaags kleinschalig evenement. Ook wordt niet meer geëist dat hij of zij niet onder curatele staat, dan wel uit het ouderlijk gezag of voogdij is ontzet.
Overigens blijft de beslissing om een ontheffing te verlenen voor bijzondere tijdelijke evenementen een bevoegdheid van de burgemeester. Hij kan aan de ontheffing voorwaarden en beperkingen verbinden. Eén van die voorwaarden, zou kunnen zijn dat de persoon die leiding geeft aan de alcoholverstrekking bij een grootschalig evenement toch beschikt over een Verklaring Sociale Hygiëne. Verder wordt voorgesteld de burgemeester in staat te stellen voortaan één ontheffing te verlenen als er sprak eis van jaarlijks terugkerende identieke evenementen, waarbij telkens dezelfde persoon de leiding heeft over de alcoholverstrekking. Dit brengt een reductie van de administratieve lasten met zich.” Kamerstukken II 2008/09, 32 022, nr. 3, p. 21/22 (MvT). “Voorgesteld is om niet langer landelijk bij formele wet te bepalen dat een ontheffing op grond van artikel 35 van de Drank- en Horecawet alleen kan worden verleend als de persoon die leiding geeft aan de verstrekking in het bezit is van een Verklaring Sociale Hygiëne. De burgemeester heeft echter wel de mogelijkheid om als aanvullende voorwaarde stellen dat degene die leiding geeft aan de verstrekking in het bezit van zo’n verklaring moet zijn. Dit geeft ruimte voor lokaal maatwerk. Het is dus aan de burgemeester om te bepalen of hij deze voorwaarde wel of niet wil koppelen aan een ontheffing.”
Kamerstukken II 2010/11, 32 022, nr. 43, p 1 (NnavNV). Jurisprudentie “Voor het standpunt dat de activiteiten als één geheel moeten worden beschouwd, spreekt dat de activiteiten door de stichting worden georganiseerd, dat wordt beoogd voor alle doelgroepen een activiteit te organiseren en deze activiteiten onderling zijn afgestemd in één programma, dat alle activiteiten plaatsvinden in de speciaal voor de zomerfeesten opgerichte feesttent, dat naast de eenmalige activiteiten ook meerdaagse en daarmee bindende evenementen plaatsvinden in de vorm van het timmerdorp en de kermis, dat de verschillende activiteiten worden gepresenteerd als één programma, dat de ontheffingen voor de verschillende feestavonden zijn aangevraagd door één persoon van de stichting, dat voor deze ontheffingen ook maar één aanvraag is ingediend en dat niet de betreffende feestavond maar de zomerfeesten in de ontheffingen worden aangeduid als het evenement waarvoor ontheffing wordt verleend. Daar komt bij dat voor de zomerfeesten ook maar één evenementenvergunning is verleend. Vanwege deze coördinatie van activiteiten en van de organisatie daarvan en vanwege het feit dat iedereen spreekt over de zomerfeesten in plaats van over de afzonderlijke activiteiten, worden de zomerfeesten van Almkerk door de rechtbank aangemerkt als één bijzondere gelegenheid van tijdelijke aard in de zin van artikel 35 van de DHW.
Dit betekent dat voor dit evenement jaarlijks slechts één ontheffing kan worden verleend. Eiseres stelt zich op het standpunt dat het evenement niet langer dan 12 dagen mag duren. Uit de parlementaire geschiedenis komt echter naar voren dat de wetgever niet heeft bedoeld om de duur van het evenement te beperken maar de geldingsduur van de ontheffing. Dat betekent dat een evenement wel langer dan 12 dagen mag duren, maar dat er slechts één ontheffing kan worden verleend voor een aangesloten periode van maximaal 12 dagen. Het splitsen van een ontheffing in afzonderlijke perioden, zelfs wanneer die perioden samen niet langer duren dan 12 dagen, is strijdig met de regel dat één ontheffing wordt afgegeven voor één aaneengesloten periode. Voorgaande overwegingen leiden de rechtbank tot de conclusie dat verweerder voor het geheel van activiteiten die samen de zomerfeesten van Almkerk vormen, jaarlijks slechts één ontheffing mag verlenen. Deze ontheffing dient voor één aaneengesloten periode te worden verleend. Deze aaneengesloten periode kan maximaal 12 dagen bedragen. Het verlenen van drie ontheffingen voor drie verschillende perioden is in strijd met artikel 35 van de DHW. Het beroep zal daarom gegrond worden verklaard. Rb. Breda 29 januari 2007, nr. 05/5062, http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBBRE:2007:AZ7645