CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Handreiking model brede stresstest gemeente Amsterdam 2023.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 12 juli 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Voorjaarsnota 2023 (VN2023-016075)16.678 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM ACTUALISATIE EN DOORONTWIKKELING 2023 RAPPORT

AUTEURS STEF KONIJN, MIRKO HARTGERINK, & NARD KOEMAN IN OPDRACHT VAN GEMEENTE AMSTERDAM AMSTERDAM, APRIL 2023

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

i

Samenvatting Met het stresstestmodel van SEO Economisch Onderzoek brengt de gemeente Amsterdam de impact van verschillende soorten crises op de gemeentelijke financiën in beeld. Het model toont dat de financiële positie het meest onder druk komt te staan bij een overstroming of een combinatie van sterke rentestijging en prijsdaling. Het bruto regionaal product en de werkgelegenheid worden het hardst geraakt bij een pandemie of overstroming. Over het model In opdracht van de gemeente Amsterdam (hierna: de gemeente) heeft SEO Economisch Onderzoek (hierna: SEO) in 2012 een stresstestmodel opgesteld waarmee de impact van een crisis op de financiën van de gemeente jaarlijks kan worden onderzocht. Het doel van de stresstest is om te onderzoeken wat de mogelijke gevolgen zijn van verschillende soorten stressscenario's. Na puur financieel-economische crises is het model later uitgebreid naar een meer verschillende soorten rampen, zoals een grootschalige overstroming, een pandemie of langdurige hittegolf. Voor het berekenen van de effecten op de gemeentefinanciën en de economie van Amsterdam heeft SEO een rekenmodel in Microsoft Excel opgesteld waarmee de effecten van de verschillende crises zijn berekend. Het model biedt de gemeente hierbij de mogelijkheid om verschillende combinaties of eigen scenario’s zelf door te rekenen.

Uitkomsten van de stresstest De uitkomsten van het model tonen dat de gemeentefinanciën het meest onder druk komen te staan in een overstromingsscenario of — op de middellange termijn — een financiële crisis (zie Figuur S.1). De belangrijkste verklaringen voor de gevolgen van een overstroming zijn dat alle economische activiteiten in meerdere wijken abrupt tot een halt zullen worden geroepen en dat er relatief veel fysieke schade aan gebouwen en grond-, wegen waterbouwkundige werken zal zijn. Bij een financiële crisis zorgt de combinatie van economische krimp, een verminderde bijdrage vanuit het gemeentefonds, en deflatie voor een sterk negatief effect. Hierbij is het opvallend dat deflatie in de eerste jaren een positief effect bewerkstelligt omdat de lasten van de gemeente lager worden. Deflatie drukt de gemeentefinanciën voornamelijk via een effect op de hernieuwde leningen. Door deflatie wordt de uitstaande schuld in reële termen meer waard, waardoor aflossing in reële termen duurder wordt. Aangezien het gemeentefonds een groot component is van de resultaatrekening, leidt een verminderde bijdrage daaruit voor een groot negatief effect op de gemeentefinanciën. Naast de weerbaarheid van de gemeente Amsterdam zijn met het model ook andere uitkomstmaten onderzocht: het bruto regionaal product (hierna: brp) en de werkgelegenheid van de regio Groot-Amsterdam.

De resultaten laten zien dat het brp en de werkgelegenheid op de korte termijn het hardst geraakt worden door een pandemie of een overstroming (zie Figuur S.2). Op de (middel)lange termijn is de blijvende impact het grootst in het geval van een overstroming, financiële of economische crisis, of de langdurige uitval van energie en internet (en daarmee een verslechtering van het vestigingsklimaat).

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

Impact gemeentefinanciën Figuur S.1

Bron:

SEO Economisch Onderzoek (2023), op basis van het stresstestmodel

Figuur S.2

Bron: Noot:

De gemeente is het minst weerbaar in het geval van een overstroming of financiële crisis

De netto schuldquote stijgt het hardst bij een overstroming of een rente- en inflatiestijging

SEO Economisch Onderzoek (2023), op basis van het stresstestmodel Netto schuldquote gecorrigeerd voor uitstaande leningen: in welke mate de lasten in de begroting vastliggen als gevolg van rentelasten

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

Impact economie Groot-Amsterdam Noot: Gemeentelijke herindeling Weesp-Amsterdam (per 24 maart 2022) nog niet doorgevoerd in de economische gegevens. Impact in 2023 (𝑡 = 1) inclusief de kortetermijnimpact die 1 tot 26 weken duurt, maar volledig hersteld na jaar 1.

Figuur S.3

Bron:

SEO Economisch Onderzoek (2023), op basis van het stresstestmodel

Figuur S.4

Bron:

De regionale economie krimpt op de korte termijn het hardst bij een overstroming en op de langere termijn bij een financiële/economische crisis of pandemie

De werkgelegenheid in de regio daalt het eerste jaar het hardst bij een overstroming, maar op de langere termijn bij een financiële/economische crisis en een pandemie

SEO Economisch Onderzoek (2023), op basis van het stresstestmodel

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

Inhoudsopgave Samenvatting

i

1

1

2

3

4

Inleiding 1.1

Relatie voorgaande stresstesten

2

1.2

Duiding uitkomsten

2

Crisisscenario's

4

2.1

Crises financieel-economische indicatoren

4

2.2

Economische krimp

6

2.3

Crisis sociaal domein

7

2.4

Vastgoedcrisis

8

2.5

Pandemie

10

2.6

Overstroming

11

2.7

Gewelddadige verstoring openbare orde

13

2.8

Uitval energie en internet

15

2.9

Langdurige hittegolf

16

2.10

Langdurige droogte

18

2.11

Verstoring van de kritieke infrastructuur

20

Impact op gemeentefinanciën

22

3.1

Methode

22

3.2

Resultaten

25

Impact op economie Groot-Amsterdam

28

4.1

Methode

28

4.2

Resultaten

29

Referenties

31

Bijlage A Handleiding model

33

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

1

1

Inleiding

Het model brede stresstest toetst jaarlijks de impact van diverse type scenario's op de gemeentefinanciën en de regionale economie. De scenario's variëren van een financiële crisis tot een langdurige hittegolf. In opdracht van de gemeente Amsterdam (hierna: de gemeente) heeft SEO Economisch Onderzoek (SEO) in 2012 een stresstestmodel opgesteld waarmee de impact van een crisis op de financiën van de gemeente jaarlijks kan worden onderzocht. Na scenario's voor financiële of economische crises of een humanitaire ramp zijn bij de voorgaande vernieuwingsslag ook scenario's toegevoegd voor de gevolgen van een overstroming, pandemie, langdurige droogte, verstoring van de kritieke infrastructuur, uitval van energie en internet, hittegolf en een gewelddadige aanslag. Dit jaar is het ook mogelijk een eigen scenario — in het model ‘gevoeligheidsanalyse’ genaamd — te specificeren.

Het model brede stresstest Voor het berekenen van de effecten op de gemeentefinanciën en de economie van Amsterdam heeft SEO een rekenmodel in Microsoft Excel opgesteld, waarmee de effecten van de verschillende crises zijn berekend. Figuur 1.2 geeft het model schematisch weer. Op basis van gegevens van onder andere het CPB, CBS en de gemeente en berekeningen van SEO worden de te modelleren basis- en stressscenario's opgesteld. Daarnaast verzorgt de gemeente gegevens over balansposten en overige input die aan de basis van het model staan. De resultaatrekening is afkomstig uit de IV3-data. Via de cockpit biedt het model de gemeente de mogelijkheid om verschillende combinaties of eigen scenario’s zelf door te rekenen. De uitkomsten van het model gaan enerzijds over de gemeentefinanciën (weerstandsvermogen, schuldquote en begrotingssaldo per programma) en anderzijds over de economie van Groot-Amsterdam (werkgelegenheid en bruto regionaal product). Figuur 1.2

Bron:

Schematische weergave van het model

SEO Economisch Onderzoek

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

2

1.1 Relatie voorgaande stresstesten Vergeleken met voorgaande versies van het model zijn er significante wijzigingen doorgevoerd. Deze veranderingen hebben deels betrekking op de flexibiliteit van het model, maar ook op de daadwerkelijke berekeningen en output van het model. De belangrijkste wijzingen zijn als volgt: 1.

De effecten op de gemeentefinanciën worden ook weergegeven op programmaniveau.

2.

• Door middel van drie verschillende sleutels worden de taakvelden aan programma’s toegekend. De impact van prijswijzigingen met betrekking tot baten en lasten (deflatie/inflatie) wordt meegerekend. •

Inflatie is vervangen door twee indices: i. de ‘inflatie materiële overheidsconsumptie’ (IMOC); ii. de 'loonvoet sector overheid'.

•

Effecten worden met een weging ('prijsgevoeligheid') uitgesplitst naar loon en niet-loon.

• 3. 4.

De impact van prijswijzigingen worden daarmee nu naast de reeds bestaande impact via leningen en rente ook berekend voor de baten en lasten. Het basisjaar (𝑡 = 1) kan gemakkelijk worden aangepast. Het is mogelijk een zelf in te vullen scenario, ‘gevoeligheidsanalyse’, te specificeren. De effecten van dit scenario resulteren in eenzelfde type output als alle andere scenario’s.

Het vervolg van dit rapport bevat: ● een korte beschrijving van de manier waarop de uitkomsten van een (financiële) stresstest geïnterpreteerd moeten worden (zie paragraaf 1.2); ● een beschrijving van het basispad en de verschillende crisisscenario's met de bijbehorende aannames (zie hoofdstuk 2); ● de methode en resultaten van de berekening van de effecten op de gemeentefinanciën (hoofdstuk 3); ● de methode en resultaten van de berekening van de effecten op het bruto regionaal product van GrootAmsterdam en de daaruit volgende impact op de werkgelegenheid (zie hoofdstuk 4); ● een beschrijving van het model in Microsoft Excel waarmee de crisisscenario’s kunnen worden doorgerekend en handmatig worden aangepast (Bijlage A).

1.2 Duiding uitkomsten De stresstest geeft de gemeente aanvullend inzicht in haar financiële positie en is complementair aan het opstellen van bijvoorbeeld de jaarrekening, de begroting of een risicoprofiel. De uitkomsten van het model geven weer met welke bedragen de financiën van de gemeente in een crisisscenario verslechteren ten opzichte van het basispad, gedurende de periode van vijf jaar waarin het stressscenario zich manifesteert. De uitkomsten van de stresstest kunnen worden gezien als de zuiver financiële gevolgen van mogelijke toekomstige crises. De crisisscenario’s geven weer wat kan gebeuren, niet wat zal gebeuren. Ten slotte zijn de uitkomsten van het model geen prognoses noch voorspellingen. De in de stresstest berekende bedragen dienen niet te worden opgevat als verliezen voor de gemeente Amsterdam in een dergelijk scenario. Zo geldt bijvoorbeeld bij een vastgoedcrisis dat de negatieve effecten voor een belangrijk deel zijn toe te schrijven aan het stilvallen van projecten. Benadrukt dient te worden dat dit uitstel van inkomsten uit grondexploitaties betreft en geen verliezen. Wanneer deze projecten in de toekomst alsnog worden gerealiseerd, zullen deze inkomsten genereren.

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

3

De stresstest houdt tevens nadrukkelijk geen rekening met beleidsinterventies die de gemeente kan plegen in een reactie op een crisis. Het in kaart brengen van de zuivere effecten van de exogene schokken stelt de gemeente in staat om de gewenste en noodzakelijke maatregelen af te wegen. Deze maatregelen zijn er mogelijk gericht op de gevoeligheid van de gemeentefinanciën voor deze schokken te verkleinen, dan wel de wendbaarheid en/of weerbaarheid van de gemeente te vergroten, teneinde de effecten van de schokken op te vangen. Omdat deze (politieke) beslissingen buiten het bereik van de financiële stresstest vallen, kan ook geen oordeel worden gegeven over de vraag of de gemeente voor de stresstest ‘geslaagd’ of ‘gezakt’ is. Naast de impact op de gemeentefinanciën maakt het stresstestmodel ook een berekening van de impact op het bruto regionaal product (brp, het regionale bbp) van Groot-Amsterdam en de potentiële impact op de werkgelegenheid (in voltijdsequivalenten, vte's).

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

2

4

Crisisscenario's

Dit hoofdstuk beschrijft de impact van de verschillende crisisscenario’s op de overheidsfinanciën en economie van Amsterdam.

2.1 Crises financieel-economische indicatoren Op het gebied van financieel-economische indicatoren (rentestanden en prijsstijgingen) gaan we uit van relatief eenvoudige scenario's waarin enkel deze indicatoren wijzigen zonder verdere impact op bijvoorbeeld de economische groei ('ceterus paribus'). Voor deze crises gaan we uit van een oplopende lange rente (kapitaalmarktrente), eventueel in combinatie met ofwel een hoge inflatie ofwel deflatie (prijsdalingen). Voor de combinatie van een stijgende lange rente en deflatie is er ook een scenario opgesteld waarin uitstaande leningen niet meer kunnen worden terugbetaald (een default). Op basis van deze ontwikkelingen komen we uit op vier crisisscenario's: 5. Lange rente 6. Lange rente en inflatie 7. Lange rente en deflatie 8. Lange rente, deflatie en default op leningen Het effect van een stijging van de lange rente wordt op basis van de huidige leningen op de balans van de gemeente berekend. Het model berekent in hoeverre de rentebaten en -kosten tijdens een financiële crisis afwijken van de rentebaten en -kosten in het basispad (de financiële positie van de gemeente zonder crisis).

Waarop zijn de scenario’s gebaseerd? De crisis- en basisscenario’s van de lange rente en inflatie/deflatie zijn weergegeven in Tabel 2.1. Het basispad voor de lange rente is op basis een raming van het Centraal Planbureau (CPB) genaamd de Centraal Economisch Plan (maart, 2023). Voor de lange rente is gekozen voor een stijging die in omvang ongeveer gelijk is aan de scherpste stijging van de rente die Nederland na de Tweede Wereldoorlog gekend heeft aan het eind jaren ’70 (CPB, 2021). Destijds betrof het een stijging tot 3,8 procentpunt binnen drie jaar tijd: van 7,7 procent in 1978 naar 11,5 procent in 1981. Daarna bleef de rente met 8,2 en vervolgens 8,1 procent boven het startpunt. Voor de stresstest nemen we de absolute verschillen ten opzichte 1978 bovenop de rentestanden in het basispad. Voor inflatie — zowel de prijsindex materiële overheidsconsumptie (IMOC) als de loonvoet overheid — is het basispad gebaseerd op de raming Centraal Economisch Plan van het CPB (2023). Het crisisscenario voor Jaar 1 is gebaseerd op het negatieve scenario waar het CPB rekening mee houdt in haar geüpdatete decemberraming (met hoge energieprijzen en een strenge winter). De historische reeksen van de IMOC gaan niet verder terug dan 1996, maar het volgt (sindsdien) een zelfde soort patroon als de consumentenprijsindex (CPI).

Het inflatiescenario is op eenzelfde manier tot stand gekomen als de hogere rentestanden: begin jaren ’70 kende Nederland een inflatie die in enkele jaren met meer dan 5 procentpunt toenam. Ook heeft zich eind jaren ’80 een grote inflatiestijging voorgedaan, toen in combinatie met een eveneens snel oplopende rente. Een langere periode van deflatie is in Nederland in de afgelopen decennia niet voorgekomen, maar is niet ondenkbaar. In andere Westerse economieën is dit wel recent nog voorgekomen. Een voorbeeld hiervan is Japan, dat regelmatig te kampen heeft met deflatie. In 2009 sloeg inflatie daar om in deflatie, door een scherpe daling van meer dan 2 procentpunt van het inflatiecijfer,

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

5

waarna terugkeer naar (positieve) inflatie enkele jaren duurde. Ook in 2020 en 2021 was een dergelijke omslag te zien in Japan.

Welke effect hebben deflatie en inflatie? In het stresstestmodel is er zowel een scenario voor deflatie als voor inflatie. In haar begroting houdt de gemeente al rekening met de verwachte inflatie, door de hieraan verbonden kosten te reserveren. Dit betekent dat in het geval wanneer de daadwerkelijke inflatie gelijk is aan de verwachte inflatie, dit geen effect heeft op de gemeentefinanciën. Indien de daadwerkelijk inflatie wel afwijkt van de verwachte inflatie, dan heeft dit wel een effect op de gemeentefinanciën. Wij geven deze effecten in reële termen weer. Inflatie en deflatie hebben via twee kanalen een effect op de gemeentefinanciën. Het eerste kanaal betreft de kosten die verbonden zijn met de financiering van schulden, zoals rentekosten, rentebaten en afschrijvingen van leningen. Deze bedragen zijn in nominale termen constant; het daadwerkelijke bedrag verandert niet als gevolg van een prijsverandering. Doordat deze kosten/baten nominaal constant zijn, hebben prijsverandering in reële termen wel een effect. In reële termen zorgt deflatie ervoor dat de financieringskosten stijgen, en daardoor een negatief effect hebben op de gemeentefinanciën. Bij inflatie is er sprake van een positief effect. Het tweede kanaal betreft het effect via een stijging (of: daling) van de omvang van baten en lasten.

De reden voor deze stijging (daling) is dat de gemeente zelf meer (minder) kosten moet maken om haar voorgestelde werkzaamheden te verrichten vergeleken met het basisscenario. Dit gaat bijvoorbeeld om een stijging (daling) van de energiekosten of een stijging (of: lagere stijging) van de loonkosten. Om een benadering te geven van het reële effect van een inflatie- of deflatiescenario wordt er in het model een onderscheid gemaakt tussen loonkosten, nietloonkosten en een mix van beide. Voor iedere categorie wordt vervolgens het verschil tussen de daadwerkelijke relevante prijsstijging — loonvoet sector overheid of voor niet-loonkosten de IMOC — en de verwachte prijsstijging berekend. Dit verschil wordt verdisconteerd met de daadwerkelijke inflatie om zo zicht te krijgen op het reële effect. Tabel 2.1

Input voor de crises met betrekking tot financieel-economische indicatoren

Ontwikkelingen lange rente en inflatie

Jaar 1

Jaar 2

Jaar 3

Jaar 4

Jaar 5

Lange rente

Basispad (%)

2,30

2,30

2,20

2,30

2,30

Crisisscenario (%)

3,40

4,70

6,00

4,50

2,80

Basispad (%)

5,90

3,90

1,60

1,60

1,60

Crisisscenario deflatie (%)

-0,40

-0,60

0,00

0,10

0,45

Crisisscenario inflatie (%)

6,90

6,50

6,20

6,70

4,68

Basispad (%)

3,60

4,20

4,10

3,90

3,88

Crisisscenario deflatie (%)

2,09

2,44

2,39

2,27

2,25

Crisisscenario inflatie (%)

4,32

6,35

7,52

6,52

5,28

Prijsstijging (IMOC)

Loonvoet (overheid)

Bron:

SEO Economisch Onderzoek (2023), gebaseerd op CPB (2021, 2023)

Default op uitstaande leningen Een stijgende rente zou ertoe kunnen leiden dat uitstaande leningen niet kunnen worden terugbetaald (een default), omdat de partijen aan wie die leningen zijn verstrekt in financiële problemen raken. In het rekenmodel is daarom een knop ingebouwd waarin een percentage van de leningen als ’default’ kan worden ingevuld. Het effect hiervan op de gemeentefinanciën wordt berekend door het bedrag dat de gemeente in een jaar aan leningen moet afschrijven (die niet terugbetaald kunnen worden) en de rente-inkomsten die de gemeente daardoor misloopt.

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

6

Aanspreken garantiestellingen Een stijgende rente zou er ook toe kunnen leiden dat garantiestellingen van de gemeente worden aangesproken. Voor het berekenen van het effect hiervan op de gemeentefinanciën is in het model onderscheid gemaakt tussen garantiestellingen van de gemeente: ● Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) Het WSW zorgt ervoor dat woningbouwcorporaties tegen gunstige rentetarieven en voorwaarden geld kunnen lenen. De gemeenten en het Rijk nemen daarbij een tertiaire achtervangpositie in. In het model kan een percentage worden ingevuld van aanspraak op deze achtervangpositie. De gemeente maakt in dit geval rentekosten voor leningen die zij renteloos moet verstrekken, die in jaar 𝑡 gelijk zijn aan de lange rente van jaar 𝑡. Er is verondersteld dat deze kosten gedurende de gehele periode van de stresstest doorlopen. Indien er in jaar 1 aanspraak wordt gemaakt op de garantiestelling, loopt de gemeente voor vijf jaar rente-inkomsten mis. ● Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) De gemeente participeert ook in het WEW. Inwoners van de gemeente kunnen hierdoor deelnemen aan de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) voor de aankoop en renovatie van woningen. Ook bij het WEW namen zowel de gemeente als het Rijk tot 31 december 2010 een tertiaire achtervangpositie in.

Vanaf 1 januari 2011 wordt de volledige achtervangfunctie door het Rijk vervuld en loopt de gemeente dus geen risico meer bij nieuw afgegeven garanties. ● Overige garanties Tot slot heeft de gemeente ook garanties afgegeven bij leningen van bijvoorbeeld sportverenigingen. Indien deze garanties worden aangesproken, moet de gemeente het bedrag als een verlies nemen. De gemeente maakt in dit geval dus kosten ter hoogte van het bedrag waarvoor de gemeente garant staat.

2.2 Economische krimp Net als in de vorige versie van de stresstest gaan we in dit scenario uit van een sterke economische krimp. De economische krimp leidt vervolgens tot een sociaaleconomische crisis.

Waarop is het scenario gebaseerd? Het scenario is gebaseerd op een economische krimp die vergelijkbaar is met de kredietcrisis van 2009 tot en met 2013. Voor de verdeling van de economische effecten naar sector is daarom gekeken naar hoe het die sectoren tijdens de kredietcrisis verging. Het stressscenario en basispad zijn weergegeven in Tabel 2.2. Het basispad volgt de meest recente raming van het CPB (2023). Tabel 2.2

Scenario voor economische krimp op de Nederlandse economie

Ontwikkeling economie (brp)

Jaar 1

Jaar 2

Jaar 3

Jaar 4

Jaar 5

Economische crisis

1,60

1,40

1,10

1,10

1,10

- Landbouw en industrie

-11,35%

1,96%

0,97%

2,11%

-0,40%

- Bezoekerseconomie

0,45%

1,49%

-0,40%

3,00%

3,01%

- Handel

-2,80%

2,71%

1,53%

0,39%

3,16%

- Nuts- en infrasector

4,40%

-7,82%

-1,24%

-3,05%

-1,61%

- Zakelijke dienstverlening

-0,05%

-1,24%

-0,62%

-0,63%

1,08%

- Publieke sector

9,35%

0,25%

-0,56%

2,02%

1,72%

Basispad (%) Crisisscenario per sector (%):

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

Bron:

7

SEO Economisch Onderzoek (2023), gebaseerd op CPB (2023)

Figuur 2.1 toont voor de regio Groot-Amsterdam de ontwikkeling van het brp als indexcijfer ten opzichte van het startpunt (index 2022 = 1,00). De economische krimp heeft blijvende effecten (immers meerdere sectoren blijven onder het niveau van het basisscenario). Opvallend is dat de publieke sector boven het basisscenario uitstijgt als gevolg van anticyclisch beleid van de overheid.

,00

Figuur 2.1 , 5

De publieke sector is de uitzondering bij een economische krimp

cono isc e ri p

, 0

mpact brp index 0

andbouw en ndustrie ,05

ezoekerseconomie andel

,00

Nuts en infrasector

0, 5

akelijke dienstverlening ublieke sector

0, 0

asisscenario 0,85 0 Bron:

0

0 5

0

0 7

SEO Economisch Onderzoek (2023)

Het effect van de exogene schok wordt berekend door de relevante posten uit de baten- en lastenrekening te vermenigvuldigen met het verschil in economische groei tussen het crisisscenario en basispad. In het model is een effect van de economische groei op de onroerendezaakbelasting (OZB) als optie opgenomen in het model (zie Paragraaf 2.4 over een vastgoedcrisis).

2.3 Crisis sociaal domein De berekening van de effecten van toenemende werkloosheid vindt plaats buiten het stresstestmodel om. In vorige versies van het model werd de toenemende landelijke werkloosheid vertaald naar een toename van de werkloosheid in Amsterdam, om vervolgens te bepalen wat het effect van dit hogere werkloosheidspercentage is voor de uitgaven en inkomsten die verbonden zijn aan de uitvoering van de Wet Werk en Bijstand (WWB). De berekeningen hiervoor vinden plaats door de gemeente en vinden buiten het stresstestmodel om plaats.

Waarop is het scenario gebaseerd? Ondanks dat de berekeningen buiten het model om plaatsvinden heeft SEO het crisisscenario voor een oplopende werkloosheid geactualiseerd naar aanleiding van de meest recente economische ontwikkelingen. 1 Tabel 2.3 geeft het basispad en het crisisscenario voor de werkloosheid weer. Het basispad is gebaseerd op het pad waar het CPB 1

Omdat de werkloosheid niet via eenvoudige relaties met de overige inputvariabelen van het stresstestmodel kan worden gevat, wordt het werkloosheidspercentage — dat van belang is voor het inschatten van de bijstandsuitgaven — als inputvariabele opgenomen. Wel bevat het stresstestmodel een berekening van het potentiële effect van de economische groei op de werkgelegenheid.

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

8

(2023) rekening mee houdt in haar meest recente Centraal Economisch Plan. Voor het crisisscenario is uitgegaan van de werkloosheidsgolf die zich aan het begin van de jaren '80 heeft voorgedaan, met een piek van 10,7 procent in 1983 (CBS StatLine, n.d.-a). In Jaar 1 komt de werkloosheid uit op 4,8 procent, wat een fractie hoger is dan het pessimistische scenario van het CPB voor 2023 (met hoge energieprijzen en een strenge winter). De gehanteerde werkloosheidspercentages liggen hoger dan de Schokproef overheidsfinanciën die elke twee à drie jaar wordt uitgevoerd door het CPB (2020). Daarin kwam het meest extreme scenario, het mondiale economische crisisscenario, uit op een stijging van de werkloosheid van 3,8 procentpunt ten opzichte van het basispad. Tabel 2.3

Scenario voor een crisis in het sociaal domein op de Nederlandse economie

Ontwikkeling werkloosheid Werkloosheid (landelijk) Bron:

Jaar 1

Jaar 2

Jaar 3

Jaar 4

Jaar 5

Basispad (%)

3,90

4,10

4,20

4,40

4,60

Crisisscenario (%)

4,80

6,30

8,70

10,70

10,50

SEO Economisch Onderzoek (2023), gebaseerd op CPB (2023) & CBS StatLine (n.d.-a)

Naast een toename van de werkloosheid kunnen er voor de gemeente andere risico’s bestaan binnen het sociaal domein. Er is daarom binnen het model ruimte gemaakt voor andere externe berekeningen voor exogene ontwikkelingen die zorgen voor bijvoorbeeld een toename van de uitgaven aan jeugdzorg of WMO. Vooralsnog is het model erop ingericht dat deze berekeningen eveneens door de gemeente zelf worden gemaakt, waarna de uitkomsten van de berekeningen in het model kunnen worden ingevoerd.

2.4 Vastgoedcrisis In dit crisisscenario gaan we uit van twee effecten: i) het effect van dalende prijzen en afzet van woningen via de grondexploitaties van de gemeente, en ii) effecten van een crisis op de OZB.

Effecten via grondexploitaties Een vastgoedcrisis heeft gevolgen voor de inkomsten en uitgaven van grondexploitaties van de gemeente. Voor het doorrekenen van deze effecten werd in vorige versies van het model een vertaling gemaakt van een daling in de prijs van woningen/niet-woningen naar een daling van de prijs van grond door middel van een hefboomwerking. De daling van het volume van vastgoedtransacties werd daarnaast gebruikt als indicator voor de daling van de afzet van grond ten opzichte van de lopende grondexploitaties. In het huidige model vindt de berekening van de effecten op de grondexploitatie buiten het model om plaats.

Inkomsten uit OZB dalen Bij dalende prijzen van woningen/niet-woningen zullen de inkomsten uit OZB teruglopen bij gelijkblijvende procentuele tarieven (ceteris paribus). Dit leidt ertoe dat de inkomsten van de gemeenten dalen. De OZB-inkomsten voor de gemeente worden bepaald door de WOZ-waarden. Een daling van de huizenprijzen werkt met een vertraging van twee jaar door in de OZB-inkomsten. De verschuldigde belasting van jaar 𝑡 wordt namelijk gebaseerd op de WOZ-waarde van het jaar daarvoor (jaar 𝑡 − 1). De WOZ-waarde van het jaar 𝑡 − 1 wordt op zijn beurt weer bepaald op basis van gerealiseerde verkoopprijzen in jaar 𝑡 − 2. In de praktijk past de gemeente jaarlijks haar tarieven aan. Veel gemeenten proberen om de opbrengsten uit OZB jaarlijks zo constant mogelijk te houden. Bij een optredende vastgoedcrisis is het daarom ook niet zeker dat de OZB-

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

9

inkomsten net zo hard dalen als de huizenprijzen. De inkomsten uit de OZB zijn in het model gehouden met de opties om de inkomsten (i) constant te houden (waarbij er geen effect is), (ii) de inkomsten mee te laten lopen met de economische ontwikkelingen (een gematigder negatief scenario dan de dalende huizenprijzen), of (iii) om een eigen scenario voor woningen en niet-woningen in te vullen. Tot slot (iv) is ook een optie in het model opgenomen om de OZB mee te laten lopen met de inflatie. De default in het model in alle scenario’s is om de inkomsten O constant te houden (optie 1). In de cockpit van het model kan er handmatig voor een andere optie worden gekozen.

Waarop is het scenario gebaseerd? Voor een vastgoedcrisis heeft SEO een scenario opgesteld dat gelijk is aan het scenario in het vorige model. Zoals vermeld bij de vorige versie was er sinds de vorige vastgoedcrisis (ca. 2008-2013) een alsmaar stijgende lijn waarbij het niet ondenkbaar was dat het aantal transacties en de bijbehorende vastgoedprijzen zouden dalen. Sinds kort is dit het geval als gevolg van de stijgende rente. SEO hanteert voor het negatieve scenario daarom dezelfde crisis als in het eerste stresstestmodel: een prijsdaling van bijna 30 procent, zoals dat al eerder is voorgekomen in de periode 1978 tot en met 1983 (OESO, n.d.). Het stressscenario van de vastgoedcrisis en het basispad zijn weergegeven in Tabel 2.4. Tabel 2.4

Scenario voor een vastgoedcrisis op de Nederlandse economie

Ontwikkelingen vastgoedmarkt

Jaar 1

Jaar 2

Jaar 3

Jaar 4

Jaar 5

Woningen

Prijsontwikkeling (basis=100)

94,8

86,9

78,2

69,6

70,9

Volume transacties (basis=100)

50

50

50

50

50

Prijsontwikkeling (basis=100)

94,8

86,9

78,2

69,6

70,9

Volume transacties (basis=100)

33

33

33

33

33

Niet-woningen

Bron:

Box 2.1

SEO Economisch Onderzoek (2023), gebaseerd op OESO (n.d.).

Ontwikkeling van de regionale economie en de impact op de korte termijn

De volgende scenario's kennen ook een directe impact op de economie van de regio Groot-Amsterdam gemeten met het bruto regionaal product (brp). Hierbij is naast de ontwikkeling per jaar (𝑥 procent economische groei/krimp in jaar 𝑡) ook de impact ook de korte termijn gemodelleerd, bijvoorbeeld binnen een periode van 1 week tot een half jaar (26 weken). De impact op de korte termijn wordt weergegeven als de additionele impact bovenop het effect in jaar 1 in het desbetreffende scenario. Voor het berekenen van de impact in jaar 1 worden daarmee beide krimpcijfers meegerekend waarbij de kortetermijnimpact gewogen wordt naar het aantal weken dat het voortduurt. Bij een duur van 52 weken komt de volledige kortetermijnimpact bovenop de impact voor 𝑡 = 1. Na 𝑡 = 1 wordt verondersteld dat de impact op de korte termijn volledig hersteld is, maar dat het effect voor jaar 1 door blijft werken in de daaropvolgende jaren (zie onderstaand figuur). Een voorbeeld van een dergelijk scenario is een gewelddadige aanslag die op de korte termijn een zeer significante impact heeft, maar ook op de middellange termijn de bezoekerseconomie gedeeltelijk doet krimpen. Er wordt hierbij ook rekening mee gehouden hoe lang de kortetermijnimpact duurt. Zo duurt de kortetermijnimpact van een overstroming langer dan de uitval van energie en internet.

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

Bron:

10

SEO Economisch Onderzoek

2.5 Pandemie In de vorige editie en handreiking van het model, gepresenteerd in juni 2021, was de coronapandemie nog in volle gang en werd het daarbij behorende scenario als volgt gepresenteerd: dat de 'huidige pandemie langer voortduurt dan in het basisscenario [de CPB-raming van destijds] wordt verondersteld, bijvoorbeeld door nieuwe varianten van het virus waartegen het vaccin niet goed werk'. In het vernieuwde model gaan we uit van een nieuwe pandemie zoals die zich voor heeft gedaan aan het begin van 2020, uitgaande van de economische krimpcijfers voor verschillende sectoren van het CBS. Daarbij gaan we uit van ingrijpende maatregelen die zorgen voor een kortetermijnimpact gedurende 26 weken. De gemeente komt ten tijde van een pandemie ook voor allerlei acute kosten te staan, die in onderstaande tabel onder de post GHOR-taken zouden vallen. De gemeente geeft echter zelf aan dat deze kosten in 2020 door het Rijk werden gedekt, waardoor de gemeentefinanciën hier niet onder lijden. Zodoende is er voor deze kostenpost geen bedrag opgenomen. Het pandemiescenario heeft een grote negatieve impact op de bezoekerseconomie. Tabel 2.5

Het pandemiescenario heeft een grote negatieve impact op de bezoekerseconomie Korte termijn (26 weken) (additioneel op effect Jaar 1)

Jaar 1

Jaar 2

Jaar 3

Jaar 4

Jaar 5

-

1,60

1,40

1,10

1,10

1,10

-13,29%

1,65%

1,35%

1,10%

1,10%

1,10%

-50,00%

16,24%

2,68%

17,70%

4,02%

1,10%

- Handel

-5,77%

1,62%

1,38%

1,10%

1,10%

1,10%

- Nuts- en infrastructuur

-6,93%

-3,40%

5,70%

2,01%

1,10%

1,10%

- Zakelijke dienstverlening

-5,50%

-0,01%

1,37%

2,76%

1,10%

1,10%

Ontwikkeling economie (brp) Basispad (%) Crisisscenario per sector (%) - Landbouw en industrie - Bezoekerseconomie

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

- Publieke sector

-6,06%

11

1,62%

Fysieke schade

1,38%

1,10%

1,10%

1,10%

Schade

Herstelduur

Afschrijving

Gebouwen gemeente

0%

5 jaar

30 jaar

GWW-werken

0%

5 jaar

30 jaar

Overige kostenposten

Jaar 1

Jaar 2

Jaar 3

Jaar 4

Jaar 5

Salvagekosten € mln

0

0

0

0

0

GHOR-taken € mln

0

0

0

0

0

Bron:

SEO Economisch Onderzoek (2023), berekeningen gebaseerd op CBS StatLine (n.d.-c)

Figuur 2.2

Na sterke economische krimp komen alle sectoren weer op het niveau van het basispad

mpact brp index 0

,00

, 0

ande ie

,00

andbouw en ndustrie

0, 0

ezoekerseconomie

0,80

andel

0,70

Nuts en infrasector

0, 0

akelijke dienstverlening ublieke sector

0,50 0, 0 0

Bron:

0

0 5

0

0 7

SEO Economisch Onderzoek (2023)

2.6 Overstroming De gevolgen van een overstroming voor het stedelijk gebied van Amsterdam zijn ingrijpend. Uit een analyse van de gemeente Amsterdam (2012) blijkt dat zeven gebieden in de stad mogelijk onder water lopen bij een overstroming. Dit zijn de diepe polders in Zuidoost (Bijlmermeer en Watergraafsmeer), de Westelijke Tuinsteden, Buikslotermeer, de IJ-oevers, Tuindorp-Oostzaan en het Westelijk Havengebied. et overstromingsscenario wijkt af van de overige rampscenario’s. De kans op een overstroming wordt gekwantificeerd in het rapport ‘De Waterbestendige Stad’, terwijl de kans op elk van de andere rampen niet te kwantificeren is. In het rapport wordt de kans op een overstroming gekwantificeerd aan de hand de staat van de dijken. De dijken zijn gebouwd met een bepaalde kans op doorbreken. Deze kans is gelijk aan de kans dat een overstroming zich voordoet. Om te voldoen aan de voorwaarden van een stresstest hebben wij ervoor gekozen om het meest extreme overstromingsscenario door te rekenen. Het overstromingsscenario zoals weergegeven in Tabel 2.6 geeft een overstroming weer waarvan de kans op voorkomen relatief klein is, maar de schade enorm.

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

12

De kosten in het overstromingsscenario bestaan enerzijds uit de directe gevolgen voor de economie van Amsterdam en anderzijds uit de gevolgen van fysieke schade aan gebouwen en GWW-werken, salvagekosten en GHOR-taken.

Waarop is het scenario gebaseerd? Het scenario is op de volgende aannames gebaseerd: ● De industrie wordt relatief zwaar getroffen doordat het Westelijk Havengebied overstroomt; ● De bezoekerseconomie en de handel worden voor 8 procent geraakt (de assumptie is dat er een substitutieeffect van 50 procent plaatsvindt); ● De nuts- en infrasector zullen relatief veel hinder ondervinden in de overstroomde regio’s; ● De zakelijke dienstverleningssector zal minder hard getroffen worden omdat veel van deze panden niet in risicogebieden gevestigd zijn; ● Er wordt aangenomen dat een kwart van de gemeentelijke gebouwen en GWW-werken beschadigd raakt. De schade voor gemeentelijke gebouwen bedraagt 25 procent van de waarde. De schade voor GWW-werken bedraagt 50 procent van de waarde. Tabel 2.6

Een overstromingsscenario leidt op korte termijn tot hoge publieke salvagekosten en kosten voor GHOR-taken

Ontwikkeling economie (brp)

Korte termijn (26 weken) (additioneel op effect Jaar 1)

Jaar 1

Jaar 2

Jaar 3

Jaar 4

Jaar 5

-

1,60

1,40

1,10

1,10

1,10

- Landbouw en industrie

-50,00%

1,83%

1,17%

1,10%

1,10%

1,10%

- Bezoekerseconomie

-8,00%

-5,67%

-7,16%

-2,65%

-0,83%

0,99%

- Handel

-8,00%

1,73%

1,47%

0,70%

0,85%

1,05%

- Nuts- en infrastructuur

-25,00%

1,70%

1,30%

1,10%

1,10%

1,10%

- Zakelijke dienstverlening

-8,00%

-0,27%

-0,83%

-0,22%

0,38%

1,03%

- Publieke sector

-12,50%

1,65%

1,35%

1,10%

1,10%

1,10%

Basispad (%) Crisisscenario per sector (%):

Fysieke schade

Schade

Herstelduur

Afschrijving

Gebouwen gemeente

6,25%

5 jaar

30 jaar

GWW-werken

12,50%

5 jaar

30 jaar

Overige kostenposten

Jaar 1

Jaar 2

Jaar 3

Jaar 4

Jaar 5

Salvagekosten € mln

110

0

0

0

0

GHOR-taken € mln

110

0

0

0

0

Bron: Noot:

SEO Economisch Onderzoek (2023) De geraamde economische schade bij een dijkdoorbraak rond Amsterdam betreft 1 tot 5 miljard euro (gemeente Amsterdam et al., 2012). Pfurtscheller en Schwarze (2008) stellen dat de publieke kosten voor GHOR-taken, evacuatie en opruimkosten tussen de 4,8 en 10,7 procent liggen (circa 220 miljoen euro, evenredig verdeeld).

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

Figuur 2.3

13

Een overstroming heeft een blijvende impact op de bezoekerseconomie

mpact brp index 0

,00

, 0

ers ro ing

,00

andbouw en ndustrie

0, 0

ezoekerseconomie

0,80

andel

0,70

Nuts en infrasector

0, 0

akelijke dienstverlening ublieke sector

0,50 0, 0 0

Bron:

0

0 5

0

0 7

SEO Economisch Onderzoek (2023)

2.7 Gewelddadige verstoring openbare orde Het scenario voor een gewelddadige verstoring van de openbare orde is zeer divers. Enerzijds kan dit scenario ontstaan door een reeks van terroristische aanvallen in korte tijd. Anderzijds kan dit scenario ontstaan door gewelddadige groeperingen die verspreid over meerdere maanden aanvallen plegen. Dit scenario kent net als het vorige scenario een economische component en een effect als gevolg van fysieke schade. De impact van dit scenario op de economie is van korte duur.

Waarop is het scenario gebaseerd? Het scenario is op de volgende aannames gebaseerd: ● De bezoekerseconomie, handel, zakelijke dienstverlening en publieke sector worden op de korte termijn geraakt door een gewelddadige verstoring van de openbare orde. Voor de bezoekerseconomie, handel en zakelijke dienstverlening is de aanname dat er in de nabijheid van de aanslag winkels, restaurants en kantoren kort dicht zijn. Voor de publieke sector wordt ervan uitgegaan dat alle openbare gebouwen, zoals scholen en musea, enkele dagen na de aanslag dicht zijn (zoals dit ook in Parijs in 2015 het geval was). ● Op de lange termijn worden met name de bezoekerseconomie, de handel en de zakelijke dienstverlening geraakt. Deze sectoren worden getroffen door een combinatie van verlies van aantrekkingskracht op toerisme en het ontstaan van een minder gunstig vestigingsklimaat in Amsterdam door dreiging. De cijfers na de aanslagen in Parijs laten zien dat na twee jaar de bezoekerseconomie grotendeels weer hersteld is (New York Times, 2017). In het stresstestmodel is er zodoende verondersteld dat deze sector vanaf het derde jaar na de crisis weer het basispad volgt. ● De klap die de handel en zakelijke dienstverlening krijgen op de lange termijn is vergelijkbaar met de effecten van een pandemie, als gevolg van een verslechterd vestigingsklimaat.

● De impact van geweldpleging is vaak zeer lokaal en specifiek. Daardoor is de impact op gebouwen van de gemeente en GWW-werken beperkter dan bij een overstroming. Er wordt daarom in dit scenario uitgegaan van 1 procent fysieke schade aan publieke gebouwen en 1 procent aan GWW-werken (als percentage van de totale waarde in Amsterdam).

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

14

De salvagekosten en de kosten voor de GHOR-taken bestaan uit het extra inzetten van hulpdiensten en herstel van de schade. De totale kosten voor ‘emergency services’ tijdens de Manchester Arena bombing in 2017 zijn geschat op 28 miljoen pond, omgerekend 32,6 miljoen euro (Public Finance, 2017). Deze kosten worden 50/50 verdeeld over salvagekosten en GHOR-taken.

●

Tabel 2.7

De kortetermijnimpact van een gewelddadige verstoring van de openbare orde is groot

Ontwikkeling economie (brp)

Korte termijn (2 weken) (additioneel op effect Jaar 1)

Jaar 1

Jaar 2

Jaar 3

Jaar 4

Jaar 5

-

1,60

1,40

1,10

1,10

1,10

- Landbouw en industrie

0,00%

1,60%

1,40%

1,10%

1,10%

1,10%

- Bezoekerseconomie

-5,00%

-9,60%

6,65%

8,03%

1,10%

1,10%

- Handel

-5,00%

1,15%

1,40%

1,55%

1,10%

1,10%

- Nuts- en infrasector

0,00%

1,60%

1,40%

1,10%

1,10%

1,10%

- Zakelijke dienstverlening

-5,00%

0,70%

0,40%

3,02%

1,10%

1,10%

- Publieke sector

-100,00%

1,63%

1,37%

1,10%

1,10%

1,10%

Basispad (%) Crisisscenario per sector (%)

Fysieke schade

Schade

Herstelduur

Afschrijving

Gebouwen gemeente

1,00%

5 jaar

30 jaar

GWW-werken

1,00%

5 jaar

30 jaar

Overige kostenposten

Jaar 1

Jaar 2

Jaar 3

Jaar 4

Jaar 5

Salvagekosten € mln

20

0

0

0

0

GHOR-taken € mln

40

0

0

0

0

Bron:

SEO Economisch Onderzoek (2023), gebaseerd op NYT (2017) & Public Finance (2017)

Figuur 2.4

Op korte termijn wordt de publieke sector het zwaarst getroffen door een gewelddadige aanslag terwijl de bezoekerseconomie langdurig geraakt is

mpact brp index 0

,00

, 0

e e d aans ag

,00

andbouw en ndustrie

0,80

ezoekerseconomie

0, 0

andel Nuts en infrasector

0, 0

akelijke dienstverlening ublieke sector

0, 0

0,00 0 Bron:

0

0 5

SEO Economisch Onderzoek (2023)

0

0 7

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

15

2.8 Uitval energie en internet et scenario ‘uitval energie en internet’ duidt op een beschadiging van de energie- en/of internetinfrastructuur waardoor de economie stil komt te liggen. Een uitval van energie duurt normaal gezien maximaal vier uur in Nederland. Een mogelijke verklaring voor het langer uitvallen van de energievoorziening kan een cyberaanval gericht op de stroomvoorziening zijn. Volgens de AIVD, MIVD en de National Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) is het reëel dat de energievoorziening een doelwit van hackers is (FD, 2021). Dit scenario heeft gevolgen voor de gehele economie. Alle sectoren worden getroffen in deze periode. Het scenario heeft enkel kortetermijneffecten voor alle sectoren met uitzondering van de zakelijke dienstverlening. Die sector wordt op de lange termijn geraakt wanneer de gemeente Amsterdam minder aantrekkelijk wordt vanwege herhaaldelijke stroomstoringen of het zijn van een doelwit van hackers. De groot- en detailhandel, de zakelijke dienstverlening, de industrie en de publieke sector worden het hardst getroffen (SEO, 2003). De landbouw en industrie, nuts- en infrasector en de publieke sector bevatten onderdelen die zonder energie- en/of internetinfrastructuur nog functioneel zijn. De overige sectoren komen voor 100 procent stil te liggen. Dit scenario gaat niet gepaard met fysieke schade aan gebouwen en/of GWW-werken.

Het scenario heeft wel gevolgen voor de gemeentefinanciën in de vorm van salvagekosten en GHOR-taken in de vorm van herstelkosten en kosten voor het uitrukken van de brandweer (liftbevrijdingen) en preventief patrouilleren van politie.

Waarop is het scenario gebaseerd? Het scenario is op de volgende aannames gebaseerd: ● De kortetermijneffecten zijn gebaseerd op mogelijkheid tot functioneren zonder energie-en/of internetvoorzieningen. De zakelijke dienstverlening en de handel kunnen niet meer functioneren. Voor de overige sectoren blijven er delen functioneel waarbij de bezoekerseconomie het minst geraakt wordt. ● Op de lange termijn wordt de zakelijke dienstverlening geraakt doordat er in Amsterdam een minder gunstig vestigingsklimaat voor bedrijven ontstaat als gevolg van herhaaldelijke dreiging van cyberaanvallen/uitval energie- en internetvoorziening. De landbouw en industrie volgen hetzelfde herstelpad als bij een pandemie. ● Er zal geen fysieke schade aan gebouwen ontstaan, maar de gemeente zal wel salvagekosten en GHOR-kosten moeten financieren in de vorm van herstelwerkzaamheden en het inzetten van hulpdiensten. De kosten van een stroomstoring in Amsterdam in 2017 zijn door SEO-onderzoeker Carl Koopmans al eens geschat op minstens 20 tot 30 miljoen euro (BNR, 2017). Tabel 2.8

Een uitval van energie en internet heeft een grote kortetermijnimpact Korte termijn (1 week) (additioneel op effect Jaar 1)

Jaar 1

Jaar 2

Jaar 3

Jaar 4

Jaar 5

-

1,60

1,40

1,10

1,10

1,10

- Landbouw en industrie

-75,00%

1,61%

1,39%

1,10%

1,10%

1,10%

- Bezoekerseconomie

-50,00%

1,61%

1,39%

1,10%

1,10%

1,10%

- Handel

-100,00%

1,61%

1,39%

1,10%

1,10%

1,10%

- Nuts- en infrasector

-75,00%

1,61%

1,39%

1,10%

1,10%

1,10%

- Zakelijke dienstverlening

-100,00%

-0,29%

-0,81%

-0,22%

0,38%

1,03%

- Publieke sector

-75,00%

1,61%

1,39%

1,10%

1,10%

1,10%

Ontwikkeling economie (brp) Basispad (%) Crisisscenario per sector (%)

Fysieke schade

Schade

Herstelduur

Afschrijving

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

16

Gebouwen gemeente

0%

5 jaar

30 jaar

GWW-werken

0%

5 jaar

30 jaar

Overige kostenposten

Jaar 1

Jaar 2

Jaar 3

Jaar 4

Jaar 5

Salvagekosten € mln

30

0

0

0

0

GHOR-taken € mln

10

0

0

0

0

Bron:

SEO Economisch Onderzoek (2023), op basis van SEO (2003) & BNR (2017)

Figuur 2.5

De zakelijke dienstverlening komt door uitval van energie en internet niet terug op het basisniveau

mpact brp index 0

,00

, 0

i a energie en in erne

,00

andbouw en ndustrie

0,80

ezoekerseconomie

0, 0

andel

Nuts en infrasector

0, 0

akelijke dienstverlening ublieke sector

0, 0 0,00

0 Bron:

0

0 5

0

0 7

SEO Economisch Onderzoek (2023)

2.9 Langdurige hittegolf Het scenario voor een langdurige hittegolf gaat uit van een opeenvolging van meer dan acht zomerse dagen, waarvan er minimaal drie tropisch zijn. Een hittegolf van meer dan acht dagen is uitzonderlijk en slechts dertien keer eerder voorgekomen in Nederland sinds 1911 (KNMI, n.d.). Het scenario heeft gevolgen voor de gehele economie. De gehele economie wordt getroffen door een productiviteitsverlies. Door de langdurige hitte slapen mensen slechter, herstellen ze slechter en zijn ze overdag minder productief. De infrastructuur is niet meer functioneel en zal volledig wegvallen tijdens een langdurige hittegolf. De effecten verschillen per sector op basis van de hoeveelheid fysieke arbeid die geleverd moet worden. Een hittegolf heeft enkel kortetermijneffecten op de economie van Amsterdam. Naast de effecten op de economie van Amsterdam zijn er extra kosten voor fysieke schade aan gebouwen en openbare ruimten en extra spoedopnamen in het ziekenhuis. Daarnaast is 5 procent van de gebouwen in het bezit van de gemeente gebouwd op een fundering die kwetsbaar is voor een langdurige hittegolf.

Waarop is het scenario gebaseerd? Het scenario is op de volgende aannames gebaseerd: ● De gevolgen op de korte termijn zijn voornamelijk het resultaat van verminderde productiviteit (Groenblauw, n.d.). Sectoren waarbij er een hoge fysieke arbeid is vereist worden harder getroffen dan andere. Daarnaast is er in de nuts- en infrasector verhoogde kans op storingen en uitval.

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

● ●

17

De berekening van de hoogte van de fysieke schade is niet gewijzigd ten opzichte van voorgaande edities. 2 De schade voor gebouwen van de gemeente is destijds geschat op 4,40 procent. De gemeente moet in dit scenario kosten maken voor het extra inzetten van hulpdiensten en herstelwerkzaamheden. Het bedrag voor de salvagekosten is afkomstig van de presentatie van de strategie Klimaatadaptatie van de gemeente waarin de kosten van 3,5 miljoen euro als gevolg van de droge zomer van 2018 worden genoemd (gemeente Amsterdam, 2020). De kosten voor de GHOR-taken zijn eerder ingeschat op 1 miljoen euro door extra ziekenhuisopnamen en meer sterfgevallen.

Tabel 2.9

Het hittescenario kent alleen kortetermijneffecten Korte termijn (1 week) (additioneel op effect Jaar 1)

Jaar 1

Jaar 2

Jaar 3

Jaar 4

Jaar 5

-

1,60

1,40

1,10

1,10

1,10

- Landbouw en industrie

-50,00%

1,16%

1,79%

1,16%

1,10%

1,10%

- Bezoekerseconomie

-30,00%

1,60%

1,40%

1,10%

1,10%

1,10%

- Handel

-30,00%

1,60%

1,40%

1,10%

1,10%

1,10%

- Nuts- en infrasector

-100,00%

1,17%

1,78%

1,16%

1,10%

1,10%

- Zakelijke dienstverlening

-30,00%

1,60%

1,40%

1,10%

1,10%

1,10%

- Publieke sector

-30,00%

1,60%

1,40%

1,10%

1,10%

1,10%

Ontwikkeling economie (brp) Basispad (%) Crisisscenario per sector (%)

Fysieke schade

Schade

Herstelduur

Afschrijving

Gebouwen gemeente

4,40%

5 jaar

30 jaar

0%

5 jaar

30 jaar

GWW-werken Overige kostenposten

Jaar 1

Jaar 2

Jaar 3

Jaar 4

Jaar 5

Salvagekosten € mln

3,5

0

0

0

0

GHOR-taken € mln

1

0

0

0

0

Bron:

2

SEO Economisch Onderzoek (2023), gebaseerd op gemeente Amsterdam (2020)

Voorgaande versies van het model gingen uit van het aantal woningen in Amsterdam gebouwd op een fundering die kwetsbaar is voor langdurige hitte. Naar schatting zijn er in Nederland 750.000 tot 1.000.000 panden op een fundering van houten palen of op staal gebouwd (Deltares, 2020). Deze typen funderingen zijn kwetsbaar voor langdurige hitte (gemeente Amsterdam, 2020). Voor de gehele voorraad van 8 miljoen woningen in Nederland betekent dit dat zo'n 11 procent problemen heeft met de fundering (CBS StatLine, n.d.-b). De woningvoorraad in de gemeente Amsterdam bestaat voor 30 procent uit koopwoningen, 40 procent coöperatiewoningen en 30 procent particuliere huur (Gemeente Amsterdam, 2022; CBS StatLine, n.d.-b). Dit komt neer op een schade aan gebouwen voor de gemeente van 4,4 procent (assumptie: 11 procent van 40 procent).

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

mpact brp index 0

,00

Figuur 2.6 , 0

18

Een hittegolf treft de nuts- en infrasector het hardst op de korte termijn

i ego

,00

andbouw en ndustrie

0,80

ezoekerseconomie

0, 0

andel

Nuts en infrasector

0, 0

akelijke dienstverlening ublieke sector

0, 0 0,00

0 Bron:

0

0 5

0

0 7

SEO Economisch Onderzoek (2023)

2.10 Langdurige droogte In dit scenario gaan we uit van langdurige droogte. Onder langdurige droogte verstaan wij dat er minimaal voor een periode van vier weken (vrijwel) geen regen valt. Hoewel dit uitzonderlijk is in Nederland, komt dit zeer incidenteel toch voor.3 Het scenario heeft kortetermijneffecten voor de gehele economie. De impact is minder groot dan bij een hittegolf. De economie wordt getroffen door verlaagde productiviteit. Er is een verschillende invloed op de sectoren naarmate de hoeveelheid fysieke arbeid die geassocieerd wordt met een sector. Omdat er een verhoogde kans is op een storing in de energievoorziening heeft de infrastructuursector een harde klap te verwerken. Naast de impact op de economie van Amsterdam heeft een hittegolf gevolgen voor de gemeentefinanciën in de vorm van kosten voor fysieke schade, additionele ziekenhuisopnamen en schade aan openbare ruimte. Daarnaast is 5 procent van de gebouwen in het bezit van de gemeente gebouwd op een fundering die kwetsbaar is voor een langdurige hittegolf.

Waarop is het scenario gebaseerd? Het scenario is op de volgende aannames gebaseerd: ● Op de korte termijn worden alle sectoren getroffen door een verminderde productiviteit (Groenblauw, n.d.). De landbouw wordt iets harder getroffen doordat het een klimaatgevoelige industrie is. Daarnaast is er een verhoogde kans op verstoringen en uitval in de nuts- en infrasector. ● Op de lange termijn zijn er geen gevolgen van langdurige droogte voor de economie van Amsterdam. ● De fysieke schade voor een langdurige droogte is vergelijkbaar voor met het hittegolfscenario. De houten palen en stalen funderingen genoemd in paragraaf 2.9 (langdurige hittegolf) zijn ook kwetsbaar voor langdurige droogte. Derhalve wordt voor dit scenario ook gerekend met 4,4 procent schade aan gebouwen in het bezit van de gemeente.

3

Zie de Droogtemonitor van het KNMI: https://www.knmi.nl/nederland-nu/klimatologie/droogtemonitor

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

●

19

De gemeente moet in dit scenario kosten maken voor het extra inzetten van hulpdiensten en herstelwerkzaamheden. Het bedrag voor de salvagekosten is afkomstig van de presentatie van de strategie Klimaatadaptatie van de gemeente waarin de kosten van 3,5 miljoen euro als gevolg van de droge zomer van 2018 worden genoemd (gemeente Amsterdam, 2020). Omdat het langdurige droogtescenario vergeleken met het hittegolfscenario een langere duur heeft is dit bedrag verdubbeld voor het droogtescenario. De kosten voor de GHOR-taken zijn wederom geschat op 1 miljoen euro door extra ziekenhuisopnamen en meer sterfgevallen.

Tabel 2.10 Het langdurige droogtescenario Korte termijn (1 week) (additioneel op effect Jaar 1)

Jaar 1

Jaar 2

Jaar 3

Jaar 4

Jaar 5

-

1,60

1,40

1,10

1,10

1,10

- Landbouw en industrie

-25,00%

-0,29%

1,37%

3,04%

1,10%

1,10%

- Bezoekerseconomie

-15,00%

1,61%

1,39%

1,10%

1,10%

1,10%

- Handel

-15,00%

1,61%

1,39%

1,10%

1,10%

1,10%

- Nuts- en infrasector

-50,00%

-0,27%

1,36%

3,04%

1,10%

1,10%

- Zakelijke dienstverlening

-15,00%

1,61%

1,39%

1,10%

1,10%

1,10%

- Publieke sector

-15,00%

1,61%

1,39%

1,10%

1,10%

1,10%

Ontwikkeling economie (brp) Basispad (%) Crisisscenario per sector (%)

Fysieke schade

Schade

Herstelduur

Afschrijving

Gebouwen gemeente

4,40%

5 jaar

30 jaar

0%

5 jaar

30 jaar

GWW-werken Overige kostenposten

Jaar 1

Jaar 2

Jaar 3

Jaar 4

Jaar 5

Salvagekosten € mln

7

0

0

0

0

GHOR-taken € mln

1

0

0

0

0

Bron:

SEO Economisch Onderzoek (2023), gebaseerd op gemeente Amsterdam (2020)

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

Figuur 2.7

20

Het droogstescenario heeft een langdurige impact op de landbouw en nuts- en infrasector

mpact brp index 0

,00

, 0

angd rige

,00

roog e

andbouw en ndustrie

0, 0

ezoekerseconomie

0,80

andel

0,70

Nuts en infrasector

0, 0

akelijke dienstverlening ublieke sector

0,50 0, 0 0

Bron:

0

0 5

0

0 7

SEO Economisch Onderzoek (2023)

2.11 Verstoring van de kritieke infrastructuur In dit laatste scenario gaan we uit van een verstoring van de kritieke infrastructuur in de stad Amsterdam. Een cyberaanval vormt de grootste dreiging voor een verstoring van de kritieke infrastructuur. 4 De duur van de kortetermijneffecten is gelijk aan de duur van het uitval energie- en internetscenario. Het scenario treft de gehele economie op de korte termijn. De landbouw- en industrie- en handelssectoren zullen hun voorraden in deze periode zien teruglopen. Door de verstoring is het tijdelijk niet mogelijk deze tekorten aan te vullen. De nuts- en infravoorzieningen liggen volledig stil. De bezoekerseconomie en de zakelijke dienstverlening ondervinden hinder door onbereikbaarheid van de stad. De publieke sector wordt ook getroffen door verminderde bereikbaarheid en tekorten. Dit scenario heeft geen effecten op de economie op de lange termijn. Naast de impact op de economie heeft een verstoring van de kritieke infrastructuur gevolgen voor de gemeentefinanciën in de vorm van herstelkosten. Voor de omvang van deze kosten is in dit scenario uitgegaan van de helft van de herstelkosten van een cyberaanval.

Waarop is het scenario gebaseerd? Het scenario is op de volgende aannames gebaseerd: ● De kortetermijneffecten zijn het hoogst voor sectoren afhankelijk van een internetvoorziening en voor de nutsen infrasector. Overige sectoren worden op de korte termijn getroffen door een mogelijk tekort aan voorraden. Daarnaast zijn de bezoekerseconomie en de publieke sector in hogere mate afhankelijk van bereikbaarheid via kritieke wegen;

4

Het langdurig verstoren van de infrastructuur in de stad door extreem weer, zoals een orkaan of ijzel, is minimaal als gevolg van de klimatologische ligging van de stad. Desondanks is het niet uitgesloten zoals ook gedetailleerd in de Rijksbrede Risicoanalyse van het Analistennetwerk Nationale Veiligheid (ANV, 2022) in opdracht van de NCTV. Het scenario 'sneeuwstorm' (ingeschat als 'eens in de 50 jaar') maakt de Randstad enkele dagen ontoegankelijk, verstoord het maatschappelijk leven en meer dan 1 miljoen mensen zijn enkele dagen afgesloten van elektriciteit en het kopen van nieuwe levensmiddelen.

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

●

21

Dit scenario heeft geen impact op de lange termijn. De gemeente zal geen klap krijgen door fysieke schade in dit scenario, maar zal wel additionele kosten moeten maken voor het inzetten van hulpdiensten en het herstellen van systemen. Omdat een cyberaanval de voornaamste dreiging is voor deze crisis, is het aannemelijk dat de herstelkosten in dezelfde orde van grootte zijn als voor een uitval van energie- en internetscenario. Omdat we hier uitgaan van de dreiging van een cyberaanval en niet van een daadwerkelijke cyberaanval zijn de kosten gehalveerd vergeleken met het uitval energie- en internetscenario.

Tabel 2.11 Scenario kritieke infrastructuur Korte termijn (1 week) (additioneel op effect Jaar 1)

Jaar 1

Jaar 2

Jaar 3

Jaar 4

Jaar 5

-

1,60

1,40

1,10

1,10

1,10

- Landbouw en industrie

-25,00%

1,60%

1,40%

1,10%

1,10%

1,10%

- Bezoekerseconomie

-50,00%

1,61%

1,39%

1,10%

1,10%

1,10%

- Handel

-25,00%

1,60%

1,40%

1,10%

1,10%

1,10%

- Nuts- en infrasector

-100,00%

1,61%

1,39%

1,10%

1,10%

1,10%

- Zakelijke dienstverlening

-25,00%

1,60%

1,40%

1,10%

1,10%

1,10%

- Publieke sector

-50,00%

1,61%

1,39%

1,10%

1,10%

1,10%

Ontwikkeling economie (brp) Basispad (%) Crisisscenario per sector (%)

Fysieke schade

Schade

Herstelduur

Afschrijving

Gebouwen gemeente

0%

5 jaar

30 jaar

GWW-werken

0%

5 jaar

30 jaar

Overige kostenposten

Jaar 1

Jaar 2

Jaar 3

Jaar 4

Jaar 5

Salvagekosten € mln

15

0

0

0

0

GHOR-taken € mln

5

0

0

0

0

Bron:

SEO Economisch Onderzoek (2023)

Figuur 2.8

Een verstoring van de kritieke infrastructuur heeft vooral op de korte termijn een impact

mpact brp index 0

,00

, 0 ,00

ers oring an de ri ie e in ras r c

andbouw en ndustrie

0,80

ezoekerseconomie

0, 0

andel 0, 0

Nuts en infrasector

akelijke dienstverlening ublieke sector

0, 0 0,00

0 Bron:

r

0

0 5

SEO Economisch Onderzoek (2023)

0

0 7

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

3

22

Impact op gemeentefinanciën

De gemeentefinanciën worden op de korte termijn het hardst geraakt door een mogelijke overstroming. Op de (middel)lange termijn zorgen ofwel een overstroming ofwel een combinatie van oplopende rentes, inflatie en/of defaults op leningen voor de grootste impact. Dit hoofdstuk beschrijft de impact op de gemeentefinanciën onder de verschillende scenario’s in hoofdstuk 2 zoals die is berekend met het stresstestmodel. Paragraaf 3.1 beschrijft de methode en paragraaf 3.2 de uitkomsten van het model.

3.1 Methode In deze paragraaf wordt de werking van het model beschreven. De beschrijving is beperkt tot de delen van de impactberekening die daadwerkelijk in het model plaatsvinden. De impact op het sociaal domein en de vastgoedcrisis valt hier dus niet onder (zoals beschreven in de inleiding en paragrafen 2.3 en 2.4).

Coëfficiënten rente en inflatie De coëfficiënten van de effecten van de lange rente en inflatie geven de relatie tussen de exogene schok en de verschillende posten weer in de jaarrekening van de gemeente in het model.

Rente Het effect van een stijging van de lange rente is op basis van de langlopende leningen op de balans van de gemeente Amsterdam berekend. Er is berekend hoe de rentebaten en rentekosten tijdens de financiële schok afwijken van de rentebaten en rentekosten in het basispad. Hiertoe heeft de gemeente Amsterdam SEO voorzien van een verloop van de leningenportefeuille voor de komende vijf jaar. Voor het overgrote deel van de uitstaande leningen geldt dat vaste rentepercentages worden betaald die de komende jaren niet zullen wijzigen. Daarnaast geldt dat de gemeente een terughoudend beleid voert bij het verstrekken van nieuwe leningen. Er wordt daarom in het model geen effect op de rentebaten verondersteld. Aangenomen wordt dat de langlopende schuld gelijk blijft gedurende de onderhavige periode. 5 Op basis hiervan is berekend wat het effect is van een toename van de rente op de te betalen rente op langlopende schuld. Omdat de financiële crisis in het onderhavige onderzoek beperkt is tot oplopende lange rente (en inflatie), is er geen effect berekend op de rentekosten van de kortlopende schulden. 6

5

6

Er is dus geen rekening gehouden met de rentelasten van extra schuld, bijvoorbeeld ten behoeve van uitbreidingsinvesteringen. Ook wordt hiermee impliciet verondersteld dat de verhouding waarin de gemeente kort- en langlopende leningen afsluit constant blijft en daarmee niet afhangt van het economische klimaat. Een veronderstelling over het verband tussen de ontwikkeling van de lange en de korte rente en/of over de verhouding tussen de lange en de korte rente is niet goed te maken, getuige de historische ontwikkeling van beide variabelen. Daarbij geldt dat de korte rente als (beleids)instrument wordt ingezet door de Europese Centrale Bank als reactie op veranderende economische omstandigheden. Ook hiervan is geen goede prognose te maken.

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

23

Inflatie In het stresstestmodel is er zowel een scenario voor deflatie als voor inflatie. In haar begroting houdt de gemeente al rekening met de verwachte inflatie, door de hieraan verbonden kosten te reserveren. Dit betekent dat er geen effect is p[ de gemeentefinanciën wanneer de daadwerkelijke inflatie gelijk is aan de verwachte inflatie. Indien de daadwerkelijk inflatie wel afwijkt van de verwachte inflatie, dan heeft dit wel een effect op de gemeentefinanciën. Wij geven deze effecten in reële termen weer. Inflatie en deflatie hebben via twee kanalen een effect op de gemeentefinanciën. Het eerste kanaal betreft de kosten die verbonden zijn met de financiering van schulden, zoals rentekosten, rentebaten en afschrijvingen van leningen. Deze bedragen zijn in nominale termen constant; het daadwerkelijke bedrag verandert niet als gevolg van een prijsverandering. Doordat deze kosten/baten nominaal constant zijn, hebben prijsverandering in reële termen wel een effect. In reële termen zorgt deflatie ervoor dat de financieringskosten stijgen, en daardoor een negatief effect hebben op de gemeentefinanciën. Bij inflatie is er sprake van een positief effect. Het tweede kanaal betreft het effect via een stijging (of: daling) van de omvang van baten en lasten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12936136/1