CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Handreiking model brede stresstest gemeente Amsterdam 2023.pdf

Raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting 5 juli 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Voorjaarsnota 2023 (VN2023-015456)16.678 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De reden voor deze stijging (daling) is dat de gemeente zelf meer (minder) kosten moet maken om haar voorgestelde werkzaamheden te verrichten vergeleken met het basisscenario. Dit gaat bijvoorbeeld om verandering de energiekosten of loonkosten. Om een benadering te geven van het reële effect van een inflatie- of deflatiescenario wordt er in het model een onderscheid gemaakt tussen loonkosten, niet-loonkosten en een mix van beide. Voor iedere categorie wordt vervolgens het verschil tussen de daadwerkelijke relevante prijsstijging — loonvoet sector overheid of voor niet-loonkosten de IMOC — en de verwachte prijsstijging berekend. Dit verschil wordt verdisconteerd met de daadwerkelijke inflatie om zo zicht te krijgen op het reële effect.

Variaties model Een stijgende rente zou ertoe kunnen leiden dat uitstaande leningen niet kunnen worden terugbetaald. De relatie tussen een stijgende rente en het in gebreke blijven van betalingen aan rente en aflossing (verder: default op leningen) is lastig te bepalen. De gemeente Amsterdam had eind 2022 voor een bedrag aan 289 miljoen euro aan 'vorderingen op openbare lichamen' en nog eens 418 miljoen aan 'overige vorderingen' op de balans staan, dus zelfs een klein percentage default zal al een groot effect op de gemeentefinanciën hebben. In het rekenmodel is daarom een knop ingebouwd waarin een default percentage kan worden ingevuld. Het effect van default op de gemeentefinanciën wordt berekend door het bedrag dat de gemeente in een jaar moet afschrijven en de renteinkomsten die de gemeente misloopt op te tellen. Een stijgende rente zou er ook toe kunnen leiden dat garantiestellingen van de gemeente worden aangesproken. Voor het berekenen van het effect hiervan op de gemeentefinanciën is onderscheid gemaakt tussen verschillende type garantiestellingen van de gemeente, namelijk Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW), Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) en overige garanties. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) zorgt ervoor dat woningbouwcorporaties tegen gunstige rentetarieven en voorwaarden geld kunnen lenen.

De gemeente en het Rijk nemen daarbij een tertiaire achtervangpositie in.7 In het model kan een percentage worden ingevuld van aanspraak op deze achtervangpositie. 7

In totaal bestaat de zekerheidsstructuur van WSW uit drie lagen. De eerste laag is gevormd door de financiële middelen van de corporaties zelf. Er worden eisen gesteld aan de kredietwaardigheid van deelnemende corporaties. Indien de financiële middelen van een corporatie op langere termijn ontoereikend zijn, kan deze onder voorwaarden (sanerings)steun aanvragen van het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV). De tweede laag is de borgstellingsreserve

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

24

De gemeente maakt in dit geval rentekosten voor leningen die zij renteloos moet verstrekken, welke in jaar 𝑡 gelijk zijn aan de lange rente van jaar 𝑡. Er wordt verondersteld dat de kosten hiervan in de gehele periode van de stresstest doorlopen; indien er in jaar 1 aanspraak wordt gemaakt op de garantiestelling, worden er dus voor vijf jaar rente-inkomsten misgelopen. De gemeente participeert ook in het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW).8 Inwoners van Amsterdam kunnen hierdoor deelnemen aan de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) voor de aankoop en renovatie van woningen. Ook bij de WEW namen zowel de gemeente als het Rijk tot 31 december 2010 een tertiaire achtervangpositie in. Vanaf 1 januari 2011 wordt de volledige achtervangfunctie door het Rijk vervuld en loopt de gemeente dus geen risico bij nieuw afgegeven garanties. Tot slot heeft de gemeente ook garanties afgegeven bij leningen van bijvoorbeeld sportverenigingen en zorginstellingen. Indien deze garanties worden aangesproken, zal de gemeente het bedrag als een verlies moeten nemen. De gemeente maakt in dit geval dus kosten ter hoogte van het bedrag waarvoor de gemeente garant staat.

Coëfficiënten economische effecten De coëfficiënten van de economische effecten geven in het model de relatie weer tussen de exogene schok en de verschillende posten in de jaarrekening van de gemeente. Het effect van de algemene uitkering wordt via een aangepaste manier berekend. Verschillende kosten- en batenposten van de jaarrekening van de gemeente staan in relatie met de economische groei. In deze versie van de stresstest zijn de verschillende kosten- en batenposten verdeeld over zes economische sectoren. De zes sectoren zijn landbouw & industrie, bezoekerseconomie, handel, nuts- en infrasector, zakelijke dienstverlening en de publieke sector. De verschillende kosten- en batenposten zijn verdeeld over deze sectoren met behulp van experts van de gemeente Amsterdam om zo een volledig beeld per sector te garanderen. In het financiële model van de stresstest zijn sommige posten een-op-een gelinkt aan de economische groei. In dit geval zijn dergelijke posten uit de resultatenrekening van het basisjaar vermenigvuldigd met de verandering in de economische groei. Als voorbeeld, de parkeerbelasting bedroeg in 2020 ruim 290 miljoen euro en deze post wordt beïnvloed door de economische groei in de bezoekerseconomiesector, de handelssector en de zakelijke dienstverleningssector.

In het basisscenario is de economische groei in jaar 1 gemodelleerd op 1,6 procent voor elk van deze sectoren. Dit betekent dat de inkomsten uit parkeerbelasting in jaar 1 stijgen naar ruim 295 miljoen euro. Dit is dan tevens het effect van de schok. Wanneer een kostenpost door meerdere economische sectoren wordt beïnvloed zal deze kostenpost groeien met de gewogen gemiddelde groei van de deze sectoren. Het gewogen gemiddelde wordt berekend aan de hand van de omvang van een sector in de totale economie van Amsterdam.

8

van het waarborgfonds. Als de borgstellingsreserve van het WSW onder een bepaald garantieniveau komt, heeft het WSW de plicht obligo’s op te vragen bij de WSW-deelnemers. De derde laag is gevormd door de achtervangpositie van Rijk en gemeenten. ndien de borgstellingsreserve en de obligo’s ontoereikend blijken, verstrekken het Rijk en de gemeente ieder voor 50 procent een renteloze lening aan de betreffende corporatie (www.wsw.nl). Het WEW biedt door middel van een borgtochtovereenkomst zekerheid aan de geldverstrekker voor het geval dat hypotheekgever niet aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen. Bij gedwongen verkoop van de woning kan de opbrengst lager zijn dan de restwaarde van de uitstaande hypotheekschuld. Indien de geldverstrekker heeft voldaan aan de voorwaarden, dan kan deze het WEW aanspreken voor de restschuld. Bij dreigende liquiditeitstekorten in verband met tot en met 31 december 2010 afgegeven borgtochten, kan het WEW een beroep kan doen op achtergestelde, renteloze leningen van het Rijk (50 procent) en van de gemeenten (50 procent). Ten aanzien van per 1 januari 2011 afgegeven borgtochten wordt de volledige achtervangfunctie door het Rijk vervuld (www.nhg.nl).

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

25

Bij andere posten is een aangepaste relatie gelegd op basis van een expertview door medewerkers van de gemeente. Voor de post belastingen op producenten is overigens de onroerendezaakbelasting (OZB) gescheiden van de overige belastingen, zoals toeristenbelasting. De OZB is in deze schok niet meegenomen, daar effecten op de OZB-inkomsten tot uiting komen als gevolg van de vastgoedcrisis.

Coëfficiënten fysieke schade Om de schade aan de gebouwen van de gemeente Amsterdam te bepalen wordt er per scenario een percentage voor fysieke schade, een herstelduur en een afschrijvingstermijn ingevuld in de 'Cockpit'. Om de schade aan de GWW-werken te bepalen wordt eenzelfde berekening gemaakt. Naast de coëfficiënten voor fysieke schade aan gebouwen en grond-, weg- en waterbouwkundige werken bevat het blok "Fysieke schade" coëfficiënten voor overige kostenposten. Deze kostenposten zijn gespecificeerd als salvagekosten en kosten voor GHOR-taken voor de jaren 1 tot en met 5. De bedragen voor salvagekosten en GHORtaken worden een-op-een in mindering gebracht op de gemeentefinanciën. De coëfficiënten voor het blok "Fysieke schade" zijn per scenario bepaald met behulp van beschikbare literatuur en input van de gemeente Amsterdam.

3.2 Resultaten Hier volgen de effecten op de economie van Amsterdam per crisisscenario. Tabel 3.1 geeft een overzicht van de impact van de verschillende doorgerekende crisisscenario’s op de financiën van de gemeente. De bedragen zijn weergegeven als verandering ten opzichte van het basisscenario in miljoenen euro’s. Tabel 3.1

Een financiële crisis of overstroming leiden op termijn tot de grootste negatieve schok

Effect gemeentefinanciën (×€ mln, cumulatief)

Jaar 1 (2023)

Jaar 2 (2024)

Jaar 3 (2025)

Jaar 4 (2026)

Jaar 5 (2027)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Rente

-16,0

-42,9

-105,8

-193,2

-285,2

Rente & Inflatie

-31,1

-100,3

-222,1

-351,2

-434,9

Rente & Deflatie

+83,1

+140,3

+145,3

+92,8

+9,9

Rente, Deflatie & Default

+83,1

+139,8

+104,0

-51,0

-139,2

-7,8

-49,2

-113,1

-231,0

-364,9

Financiële crisis

+91,0

+135,1

+100,3

-221,1

-618,3

Pandemie

-155,8

-213,5

-220,7

-219,3

-209,1

Overstroming

-326,1

-413,4

-530,2

-669,3

-830,8

Geweld / aanslag

-98,9

-127,9

-130,9

-135,1

-140,4

Uitval energie & internet

-63,6

-79,2

-100,0

-123,8

-150,6

Hittegolf

-17,0

-18,4

-20,4

-22,9

-26,2

Langdurige Droogte

-32,6

-39,0

-40,9

-43,5

-46,7

Verstoring van de kritieke infrastructuur

-30,4

-30,4

-30,4

-30,4

-30,4

Basisscenario

Economische krimp

Bron:

SEO Economisch Onderzoek (2023), op basis van het stresstestmodel

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

Noot:

26

Afgerond op honderdduizenden euro's (in tegenstelling tot de berekeningen in het model)

Schuldquote De netto schuldquote geeft weer in welke mate de lasten in de begroting vastliggen als gevolg van rentelasten; de quote is gecorrigeerd voor uitstaande leningen. Figuur 3.1 toont dat de schuldquote na jaren van schommelingen tussen de 88 en 91 procent in 2019-2021 sterk is opgelopen naar 104 procent in 2022. In het basisscenario loopt de quote verder op naar 123 procent in 2023 en uiteindelijk 142 procent in 2026-2027. Dit is te verklaren door de sterk oplopende lange rente die ook geldt voor het basispad, gebaseerd op de meest recente raming van het CPB (2023). De meest negatieve scenario's zijn het scenario overstroming (156 procent in 2027), het rente- en inflatiescenario (152 procent in 2027), en het economische krimpscenario (148 procent in 2027). De andere scenario's leiden op termijn tot een netto schuldquote van tussen de 142 en 146 procent in 2027. Zelfs het basisscenario komt daarmee vanaf 2026 in de rode zone die aangemerkt is als 'onvoldoende'. Een schuldquote onder de 90 procent geldt als 'voldoende'. Figuur 3.1

Bron: Noot:

De netto schuldquote stijgt het hardst bij een overstroming of een rente- en inflatiestijging

SEO Economisch Onderzoek (2023), op basis van het stresstestmodel Netto schuldquote gecorrigeerd voor uitstaande leningen: in welke mate de lasten in de begroting vastliggen als gevolg van rentelasten

Weerstandvermogen Het weerstandsvermogen geeft een inschatting van de weerstand van de gemeente Amsterdam in een crisisscenario. Het weerstandsvermogen is het quotiënt van de beschikbare capaciteit en de benodigde capaciteit (het risico dat de gemeente loopt). In de berekeningen is de beschikbare capaciteit bepaald door de totale effecten van een crisisscenario. Een weerstandsvermogen van 1 of hoger geeft aan dat de gemeente Amsterdam over de benodigde capaciteit beschikt om risico’s op te vangen. Figuur 3.2 geeft het weerstandsvermogen van de gemeente Amsterdam voor de verschillende crisisscenario’s weer. Na een vermogen van 1,37 in 2019 is het weerstandvermogen tijdens de coronacrisis sterk gedaald naar 0,53 in

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

27

2020 en 0,25 in 2021. In 2022 is het enigszins hersteld naar 0,60 en in het basisscenario loopt het in de daaropvolgende jaren verder op naar 1,02 in 2024 en 1,60 in 2025 om vervolgens weer af te vlakken naar de 1,27 in 2026-2027. Het weerstandvermogen daalt op de korte termijn het meest bij een overstroming (-0,21 in 2023) waarna het even hersteld om uiteindelijk in 2027 uit te komen op -0,94. Op de langere termijn is een financiële crisis het een na negatiefst met -0.32 in 2027. Wat verder opvalt is dat de scenario's met deflatie (waaronder de financiële crisis) op de korte termijn positief uitpakken (in 2023 0,62 tot 0,71 bovenop de 0,64 uit het basispad), maar dat ze uiteindelijk allemaal slechter uitpakken op de langere termijn. Dit valt te verklaren doordat deflatie een positief effect heeft via de resultaatrekening, maar op de lange termijn het effect via de kosten van de financiering veel groter worden. Daarbovenop wordt het gedreven door bijvoorbeeld oplopende rentes of defaults op leningen. De orde van grootte van negatieve impact van de scenario's is vergelijkbaar met voorgaande edities van de stresstest – enkel de kortermijnimpact van deflatie wijkt sterk af. De daling vanaf 2026 wordt (deels) verklaard door de relatief hoge nieuwe financieringsbehoefte door aflopende en daarmee te vernieuwen leningen. Het effect van een toegenomen rente is daarmee des te hoger.

Figuur 3.2

Bron:

De gemeente is het minst weerbaar in het geval van een financiële crisis of overstroming

SEO Economisch Onderzoek (2023), op basis van het stresstestmode

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

4

28

Impact op economie Groot-Amsterdam

De regionale economie wordt het hardst geraakt door een economische of financiële crisis, een overstroming, of langdurige uitval van energie en internet. Een pandemie kent een significante kortetermijnimpact, met name voor de werkgelegenheid. In een pandemie, en ook bij een gewelddadige aanslag, wordt de arbeidsintensieve bezoekerseconomie hard geraakt en daarmee krimpt de vraag naar arbeid.

4.1 Methode Naast effecten op de gemeentefinanciën berekent het model ook de impact van verschillende scenario’s op het regionale bbp (brp) van Groot-Amsterdam en het bijbehorende, potentiële effect op het aantal banen. De impact op het brp wordt berekend door de effecten per sector te wegen naar het belang van die sector in het brp van Groot-Amsterdam. Om het effect op het aantal banen te berekenen wordt gekeken naar de arbeidsproductiviteit in die sector. Voor deze berekening wordt gebruikgemaakt van regionale statistieken van het CBS. Omdat bbp-cijfers per sector niet op regionaal niveau beschikbaar zijn, wordt gebruikgemaakt van omzetcijfers per sector. Voor sectoren waarvoor omzetgegevens niet beschikbaar zijn, gebruiken we gegevens over banen van werknemers per sector per COROP. Deze sectorindeling is wel grover, namelijk op het niveau van de zes SBI-hoofdgroepen:9 ● Landbouw en Industrie ● Bezoekerseconomie ● Handel ● Nuts- en infrasector ● Zakelijke dienstverlening ● Publieke sector Deze statistieken zijn bovendien niet op het niveau van de gemeente, maar op het niveau van de COROP-regio Groot-Amsterdam. Deze regio bestaat naast de gemeente Amsterdam (excl. Weesp) uit de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend (incl. Beemster), Uithoorn en Waterland.

De toevoeging van Weesp — voorheen onderdeel van COROP-regio Het Gooi en Vechtstreek — is na de fusie met de gemeente Amsterdam per 24 maart 2022 nog niet doorgevoerd in de economische gegevens en maakt dus nog geen onderdeel uit van Groot-Amsterdam. De economie van de gemeente Amsterdam heeft een aandeel van ongeveer twee derde in de economie van COROP-regio GrootAmsterdam. Voor de berekening van de werkgelegenheid (in aantal banen) zijn op regionaal niveau (zoals hierboven genoemd) statistieken beschikbaar met een uitsplitsing naar SBI-hoofdgroep. Zelfstandigen worden regionaal op basis van de cijfers op nationaal niveau bijgeschat. Het gaat bij deze effecten nadrukkelijk om banen die potentieel geraakt

9

Standaard Bedrijfsindeling (SBI) van het CBS

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

29

worden. Het model berekent het aantal banen dat verbonden is aan de productie, die door een economische crisis terugvalt. Als deze terugval langdurig is en de arbeidsproductiviteit niet daalt, resulteert het berekende banenverlies.10

4.2 Resultaten Bruto regionaal product (brp) Figuur 4.1 laat zien hoe het bbp van de regio Groot-Amsterdam verandert in verschillende crisisscenario’s waarin de economische groei wordt geraakt. De scenario's met enkel rente- of prijsfluctuaties ('crises financieeleconomische indicatoren') kennen geen economische impact. Het scenario economische krimp en de financiële crisis kennen exact dezelfde economische impact (en overlappen daardoor). Na een dip in 2020 als gevolg van de COVID-pandemie is de regionale economie in 2021 en 2022 sterk gegroeid. Voor de daaropvolgende jaren raamt het CPB (2023) een groei van tussen de 1,1 en 1,6 procent, wat geldt als het basisscenario. De negatieve impact is op de korte termijn het grootst bij een overstroming (-7,4 procent in 2023) en pandemie (-6,7 procent in 2023). Na het eerste jaar herstelt de kortetermijnimpact weer, maar het niveau van de regionale economie blijft bij enkele scenario's achter op het basispad. Het scenario economische krimp en de financiële crisis eindigen in 2027 5,3 procent onder het basisniveau, voor een overstroming is dat 4,6 procent, en voor de langdurige uitval van energie en internet is het 3,2 procent. Dit laatste wordt verklaard door een verslechtering van het vestigingsklimaat op de langere termijn. Figuur 4.1

Bron:

10

De regionale economie krimpt op de korte termijn het hardst bij een overstroming en op de langere termijn bij een financiële crisis of pandemie

SEO Economisch Onderzoek (2023), op basis van het stresstestmodel

Dit maakt de uitkomstmaat wezenlijk anders dan de daadwerkelijke werkloosheid. De werkloosheid hangt niet alleen met economische groei samen, maar ook met andere factoren. Omdat de werkloosheid niet via eenvoudige relaties met de inputvariabelen van het stresstestmodel kan worden gevat, wordt het werkloosheidspercentage (dat van belang is voor het inschatten van de bijstandsuitgaven) als inputvariabele opgenomen (zie paragraaf 2.3).

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

30

Werkgelegenheid (voltijdsequivalent, vte) Figuur 4.2 toont een vergelijkbaar beeld voor het potentiële effect op de werkgelegenheid. De kortetermijnimpact is ditmaal het grootst bij een pandemie omdat de relatief arbeidsintensieve bezoekerseconomie en handel het hardst getroffen worden (denk aan horeca en detailhandel). Bij een overstroming is de impact daarentegen relatief groot bij minder arbeidsintensieve sectoren (zoals de industrie of nuts- en infrasector). Verder is een aanslag nu een van de meest negatieve scenario's op de korte termijn door de impact op de arbeidsintensieve bezoekerseconomie. Figuur 4.2

Bron:

De werkgelegenheid in de regio daalt het eerste jaar het hardst bij een overstroming, maar op de langere termijn bij een financiële crisis en een pandemie

SEO Economisch Onderzoek (2023), op basis van het stresstestmodel

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

31

Referenties Analistennetwerk Nationale Veiligheid (2022, september). Themarapportage klimaat- en natuurrampen. Rijksbrede Risicoanalyse Nationale Veiligheid. Verkregen via https://www.nctv.nl/documenten/publicaties/2022/09/26/themarapportage-klimaat-en-natuurrampen-2022 BNR (2017). Stroomstoring Amsterdam kost tientallen miljoenen. Verkregen via https://www.bnr.nl/nieuws/economie/10316689/stroomstoring-amsterdam-kost-tientallen-miljoenen CBS StatLine (n.d.-a). Beroepsbevolking; vanaf 1800 (12-uursgrens), 1800-2013. Verkregen via https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/71882NED/table?dl=777B1 CBS StatLine (n.d.-b). Voorraad woningen; eigendom, type verhuurder, bewoning, regio. Verkregen via https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82900NED/table?dl=777E1 CBS StatLine (n.d.-c). Bbp, productie en bestedingen; kwartalen, waarden, nationale rekeningen. Verkregen via https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84105NED/table?dl=794BE CPB (2020, september). Schokproef overheidsfinanciën 2020. CPB Achtergronddocument. Verkregen via https://www.cpb.nl/macro-economische-verkenning-mev-2021#docid-160326 CPB (2021, september). Macro Economische Verkenning (MEV) 2022. Verzamelde bijlagen met lange reeksen t/m 2025 (MLT). Verkregen via https://www.cpb.nl/macro-economische-verkenning-mev-2022 CPB (2023, maart). Centraal Economisch Plan (CEP) 2023.

Verkregen via https://www.cpb.nl/centraal-economischplan-cep-2023 Deltares (2020). Impact droogte op funderingen. Verkregen via https://www.deltares.nl/nl/nieuws/laaggrondwaterpeil-bedreigt-funderingen/ Financieele Dagblad (2021, 10 februari). Veiligheidsdiensten slaan samen alarm om Chinese Cyberdreiging in Nederland. Verkregen via https://fd.nl/economie-politiek/1373125/veiligheidsdiensten-slaan-samen-alarmom-chinese-cyberdreiging-in-nederland Gemeente Amsterdam, DHV, De Urbanisten, & Deltares (2012). De Waterbestendige Stad: Meerlaagsveiligheidbenadering toegepast op de regio Amsterdam. Verkregen via https://klimaatadaptatienederland.nl/@158387/waterbestendige-stad/ Gemeente Amsterdam (2020, 18 februari). Amsterdam bereidt zich voor op vaker voorkomend extremer weer. Verkregen via https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/college/wethouder/laurensivens/persberichten/amsterdam-bereidt-vaker-voorkomend/ Gemeente Amsterdam (2022, januari). Wonen in Amsterdam 2021: Woningmarkt. Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties. Verkregen via https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/organisatie/ruimteeconomie/wonen/wonen-in-amsterdam/

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

32

Groenblauw (n.d.). Hitte. Arbeidsproductiviteit. Verkregen via https://nl.urbangreenbluegrids.com/heat/#heading11 KMNI (n.d.). Hittegolven sinds 1901. Hittegolven. Verkregen via https://www.knmi.nl/nederlandnu/klimatologie/lijsten/hittegolven New York Times (2017, 14 april). Paris Tourism Has Recovered From 2015 Attacks, Officials Say. Verkregen via https://www.nytimes.com/2017/04/14/world/europe/paris-tourism.html OESO (n.d.). Housing prices. Verkregen via https://data.oecd.org/chart/70nG Pfurtscheller, C., & Schwarze, R. (2008). Estimating the costs of emergency services during flood events. 4th international symposium on Flood Defence. Public Finance (2017, 27 november). Government will pay full costs of Manchester Arena terrorist attack. Verkregen via https://www.publicfinance.co.uk/news/2017/11/government-will-pay-full-costs-manchesterarena-terrorist-attack SEO Economisch Onderzoek (2003). Gansch het raderwerk staat stil: de kosten van stroomstoringen. SEO-rapport, 685. SEO Economisch Onderzoek (2020, mei). De economische impact van het coronavirus in de MRA en GrootAmsterdam. SEO-rapport, 2020-37.

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

33

Bijlage A Handleiding model De berekeningen in deze rapportage zijn gemaakt met een rekenmodel dat is ontwikkeld voor de gemeente Amsterdam. Dit model legt een kwantitatieve relatie tussen exogene economische ontwikkelingen en de gemeentelijke financiën en berekent de kwantitatieve impact van verschillende crisisscenario’s op de gemeentelijke financiën. Het rekenmodel wordt overhandigd aan de gemeente voor eigen gebruik. In deze bijlage wordt de werking van het model uitgelegd.

Algemeen De input-/output-sheet is de ‘Cockpit’ van het model. Deze bevat de knoppen waaraan de gebruiker kan draaien en geeft een overkoepelend beeld van de door het model berekende effecten. De knoppen betreffen de cijfers die de omvang van de exogene schokken weergeven, maar ook variaties op de in het model ingebrachte coëfficiënten. Een voorbeeld daarvan is een knop in het model waarmee de wijze van doorwerking van een crisis op de OZBinkomsten kan worden aangepast. Een omvangrijker overzicht van de resultaten van het model en de effecten van de scenario’s op de BBV-kengetallen is te vinden in het tabblad ‘Jaarlijkse effecten & BBV’. n het tabblad ‘Effecten eigen indeling’ kan door de gemeente een eigen presentatie van alle subonderdelen van de crisiseffecten worden opgemaakt. Op het tabblad ‘Overzichtsgrafieken (taakvelden)’ worden de effecten van het in de 'Cockpit' gekozen scenario op de verschillende taakvelden weergegeven. De grafieken zijn voorzien van tabellen met de harde (te kopiëren) brondata. Op de tabbladen ‘Overzichtstabel’ en ‘Overzichtsgrafieken’ is een overzicht te vinden van de effecten op de gemeentefinanciën (zowel cash- als EV-effecten), de weerstandscapaciteit, de netto schuldquote, de gevolgen van een in de 'Cockpit' gekozen crisisscenario op het brp, en de potentiële werkgelegenheidseffecten.

De gemeente kan deze tabbladen gebruiken om een eigen presentatie overzichtelijk op te maken. Naast de knoppen in de ‘Cockpit’ maakt het model gebruik van een vijftal andere inputsheets, namelijk de sheets ‘Baten’, ‘Lasten’, ‘Balans en overige input’, ‘Sleutels’ en ‘Scenario's’. In deze tabbladen bevinden zich onder andere de IV3-rekening, de balans, de koppelingssleutels voor de IV3-indeling naar de gemeentelijke indeling, en verschillende combinaties van scenario’s die in het model kunnen worden geladen. De overige tabbladen zijn gevuld met berekeningen die ‘onder de motorkap’ plaatsvinden. Deze tabbladen zijn ter beschikking gesteld aan de gemeente om inzicht te krijgen in de werking van het model. De tabbladen zijn echter wel beveiligd (zonder wachtwoord) tegen bewerkingen om abusievelijke wijzigingen in de berekeningen te voorkomen. Twee van deze tabbladen, ‘Invulblad Crisis Sociaal Domein’ en ‘Invulblad Vastgoedcrisis’, kunnen worden gebruikt voor het invoeren van uitkomsten van de eigen berekeningen van de gemeente Amsterdam op het gebied van het sociaal domein en vastgoed.

Cockpit De ‘Cockpit’ van het model bevat de crisis- en basisscenario’s en bijbehorende knoppen waaraan de gebruiker kan draaien en geeft daarnaast de belangrijkste uitkomsten weer. De ‘Cockpit’ is zo opgezet dat een verandering in de input meteen is terug te zien in de effecten. De ‘Cockpit’ is opgedeeld in vijf blokken voor de vijf verschillende soorten effecten die samenhangen met een gekozen crisis. Boven de 'Cockpit’ bevindt zich een invoerveld met de

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

34

mogelijkheid om vooraf ingestelde crises of combinaties van crisis in te vullen. Deze kunnen worden gekozen uit het drop-downmenu en automatisch in de blokken worden ingevuld door op de knop ‘ nvullen’ te klikken. Daarnaast kan een basisjaar gekozen worden. Dit basisjaar is het eerste jaar van onzekerheid (𝑡 = 1).

Effecten rente en inflatie Het blok "Effecten rente en inflatie" bestaat uit het crisisscenario en het basisscenario voor de lange rente, het crisisen basispad voor de prijsstijging (IMOC) en loonstijging (loonvoet sector overheid) waarmee gerekend wordt. Rechts hiervan staan meteen de uitkomsten voor de financiële crisis weergegeven als gevolg van de voor lange rente en prijs-/loonstijging gespecificeerde schokken (d.w.z. het verschil tussen crisis- en basispad). De doorrekening van het blok "Effecten rente en inflatie" (lees: IMOC in dit geval) vindt plaats op de tabbladen ‘Financiële Crisis’ en het verborgen tabblad ‘Hulpwerkblad taakvelden’. Deze tabbladen zijn tegen bewerken beveiligd en dienen alleen om de gemeente Amsterdam inzicht te geven in de berekeningen die op de achtergrond plaatsvinden. De ‘Cockpit’ biedt ook de mogelijkheid om een rentebuffer en/of begrotingsbuffer te specificeren. Hiermee kan een wat conservatievere begroting van de gemeente worden gemodelleerd, bijvoorbeeld dat de gemeente in haar begroting rekening houdt met een 1 procentpunt hogere rente dan wat daadwerkelijk verwacht wordt in het basisscenario. Daarnaast biedt de 'Cockpit' de mogelijkheid om de schuld te corrigeren voor planningsoptimisme. Wanneer dit invoerveld op “Ja” wordt gezet valt de nieuwe financieringsbehoefte van de gemeente in het basispad lager uit dan gepland.

Economische effecten Ook in het blok "Economische effecten" bevindt zich input voor een crisisscenario en een basisscenario. De uitkomst van de economische krimp staat rechts van weergegeven. Inkomsten uit het gemeentefonds lopen in het model niet mee met de economische groei (zie ook paragraaf 4.1). In plaats daarvan kan de ontwikkeling van de inkomsten uit het gemeentefonds los worden ingevoerd. De ratio hierachter is dat de economische conjunctuur doorgaans met een vertraging van één of meerdere jaren doorwerkt op de inkomsten uit het gemeentefonds. ieronder zijn regels ingebouwd in het model waar een “default” percentage voor de jaren 1 t/m 5 kan worden ingevuld voor leningen die niet kunnen worden terugbetaald als gevolg van een financiële crisis. Ook kan hier een percentage per jaar worden ingevuld voor garantiestellingen van de gemeente Amsterdam die worden aangesproken als gevolg van een financiële crisis. Voor het berekenen van het effect hiervan op de gemeentefinanciën is in het model onderscheid gemaakt tussen WSW, WEW en overige garantiestellingen. De doorrekening van de economische crisis vindt plaats in het tabblad ‘Baten'. Dit tabblad is tegen bewerken beveiligd en dient alleen om de gemeente Amsterdam inzicht te geven in de berekeningen die op de achtergrond plaatsvinden.

Fysieke schade In het blok "Fysieke schade" is er ruimte om input te geven over de omvang van de fysieke schade aan gebouwen en grond-, weg- en waterbouwkundige werken in het bezit van de gemeente Amsterdam. De berekening van de fysieke schade aan gebouwen en grond-, weg- en waterbouwkundige werken vindt plaats op het tabblad ‘Financiële

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

35

crisis’ en gebeurt op basis van de extra leningen en afschrijvingen van de gemeente Amsterdam als gevolg van de fysieke schade. Daarnaast is er in het blok "Fysieke schade" ruimte om voor de jaren 1 t/m 5 kosten in te voeren als salvagekosten en kosten GHOR-taken. Deze kosten worden gezien als doorlopende kosten die voor rekening van de gemeente komen. Derhalve worden de hier ingevoerde kosten als directe lasten gezien voor de gemeente.

Crisis sociaal domein Hier zijn de uitkomsten te zien die de gemeente in het invulblad ‘Invulblad Crisis Sociaal Domein’ heeft ingevoerd. Het blok "Crisis sociaal domein" in de 'Cockpit' bevat enkel een "Ja/Nee"-knop om de in dit tabblad ingevoerde resultaten van externe berekeningen wel of niet mee te nemen in onder andere het totaaleffect.

Vastgoedcrisis De vastgoedcrisis wordt buiten het model om berekend. De gemeente vult in het tabblad ‘Invulblad Vastgoedcrisis’ de berekening van inkomsten en uitgaven van grondexploitaties in. Het blok "Vastgoedcrisis" in de 'Cockpit' bevat enkel een "Ja/Nee"-knop om de in het tabblad ‘Invulblad Vastgoedcrisis’ ingevoerde resultaten van externe berekeningen wel of niet mee te nemen in onder andere het totaaleffect. Middels een drop-downmenu kan ervoor worden gekozen om het effect van een crisis op OZB-opbrengsten ook mee te nemen. Daarbij zijn verschillende opties. Bij "OZB-opbrengsten constant" veronderstelt het model een automatische beleidsreactie waardoor bij dalende prijzen de tarieven dusdanig worden bijgesteld dat de opbrengsten voor de gemeente constant blijven. Verder kan ervoor worden gekozen om de inkomsten mee te laten lopen met de economische ontwikkelingen, om een eigen scenario voor woningen en niet-woningen in te vullen of om de OZB mee te laten lopen met inflatie.

Crisiscombinaties Een vooraf ingestelde combinatie van crises kan worden gekozen uit het drop-downmenu bovenaan. Deze kan vervolgens automatisch in de blokken worden ingevuld door op de knop "Invullen" te klikken. De vooraf ingestelde combinaties kunnen worden gedefinieerd in het tabblad ‘Scenario’s’. Dit tabblad bestaat uit een set scenario’s die door SEO is samengesteld (zoals ook beschreven in deze notitie , alsmede een set van scenario’s die de gemeente zelf heeft geformuleerd. et tabblad ‘Hulpwerkblad scenario’s’ dient als tussenstap voor het model om de scenario’s in te vullen. In de 'Cockpit' kunnen ook handmatig wijzigingen worden aangebracht in de crisis- en basisscenario’s. De totale uitkomsten van de ingestelde crisiscombinatie is onderaan het tabblad te zien als effect per jaar, als totaaleffect over vijf jaar en als gemiddeld effect per jaar.

Jaarlijkse effecten & BBV / Effecten eigen indeling et tabblad ‘Jaarlijkse effecten & BBV’ laat in een uitgebreider overzicht zien wat de effecten per jaar per crisis zijn op de gemeentefinanciën gegeven de in de 'Cockpit' ingevulde schokken en parameters. Ook staan hier de effecten van gekozen crisisscenario’s op de V-kengetallen weergegeven. Om de gemeente de mogelijkheid te geven een eigen indeling te maken van de uitkomsten van de stresstest is het tabblad ‘Effecten eigen indeling’ toegevoegd. In de linkerkolom van het eerste deel van het tabblad staan de subonderdelen van de stresstest weergegeven. In de kolom ernaast kan er vervolgens een andere post worden geselecteerd om een eigen indeling te maken. Subonderdelen uit de stresstest kunnen worden samengevoegd door meerdere subonderdelen dezelfde eigen naam te geven in de rechterkolom. Het tweede deel van het tabblad geeft vervolgens een overzicht van de uitkomsten naar eigen indeling weer, waarbij een foutmelding verschijnt indien de posten niet optellen tot het

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

36

totaal. In dit geval bevat de tabel niet alle door de gemeente gedefinieerde posten (of juist dubbele posten). Het tabblad ‘ erekening effecten eigen indeling’ dient als tussenstap voor het model.

Jaarlijkse effecten economie In dit tabblad worden de effecten van het gekozen scenario op de economie van Groot-Amsterdam weergegeven, in termen van bruto regionaal product (brp) en aantal voltijdsbanen (vte). De resultaten hiervan zijn uitgesplitst naar jaar (1 t/m 5) en de zes verschillende sectorgroepen en zijn zowel in tabelvorm als grafiekvorm af te lezen.

Overzichtstabel Op de tabbladen ‘Overzichtstabel’ en ‘Overzichtstabel incl. plan. opt.’ is een overzicht te vinden van de effecten op de gemeentefinanciën (zowel cash- als EV-effecten), de weerstandscapaciteit, de netto schuldquote, de gevolgen van een in de 'Cockpit' gekozen crisisscenario op het brp en de potentiële werkgelegenheidseffecten van alle scenario’s uit het tabblad 'Scenario’s'. Het verschil tussen deze twee tabbladen is het wel of niet rekening houden met planningsoptimisme (zie beschrijving 'Cockpit'). Door bovenaan op de knop “Update overzichtstabel” te klikken worden hier de meest actuele uitkomsten voor alle scenario’s ingevuld. Dit kan noodzakelijk zijn als er iets is aangepast in het tabblad 'Scenario’s'. Het is belangrijk op te merken dat na het bijwerken van de overzichtstabellen de 'Cockpit' automatisch het laatste scenario geselecteerd heeft.

Overzichtsgrafieken Dit tabblad bevat grafieken gebaseerd op het tabblad overzichtstabel: de weerstandscapaciteit, de netto schuldquote, de gevolgen van een in de 'Cockpit' gekozen crisisscenario op het brp en de potentiële werkgelegenheidseffecten van alle scenario’s. Rechts bovenaan is de mogelijkheid opgenomen om scenario’s aan of uit te zetten door middel van vinkjes. Ook kan ervoor worden gekozen om de grafieken inclusief of exclusief begrotingsoptimisme te tonen.

Overzichtsgrafieken (taakveld) Dit tabblad bevat een grafiek en een tabel die het effect van een scenario op de verschillende taakvelden weergeeft. et scenario dat weergegeven wordt kan worden gewijzigd via de ‘Cockpit’. De data voor deze grafieken laten de jaarlijkse bijdrage aan de schuld zien. Dit betekend dat de som van alle jaren en taakvelden de totale schuld omvat na vijf jaar als gevolg van het stressscenario.

Baten / Lasten n de tabbladen ‘Baten’ en ‘Lasten’ staan de taakvelden volgens de IV3-rekening van de gemeente Amsterdam waarop de in de 'Cockpit' gespecificeerde schokken weerslag hebben. De lasten/baten van een programma zijn opgebouwd uit de baten/lasten van de posten die staan aangegeven in de kolommen. Voor elk van deze posten kan worden aangegeven of deze post (gedeeltelijk) meestijgt met de loonvoet sector overheid, met de IMOC, een combinatie van beide, of geen van beide.

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

37

et tabblad ‘Baten’ bevat aan de rechterkant kolommen waarin kan worden aangegeven met de waarde ‘ ’ onder welke economische sectoren de posten vallen. Het gaat om de kolommen AQ tot en met AV. Door de waarde ‘ ’ toe te kennen aan een post zal deze meebewegen met de schok in de economische sector. Wanneer een bepaalde post wordt meegenomen in meerdere sectoren zal de post met het gewogen gemiddelde van de sectoren bewegen. Het gewogen gemiddelde wordt berekend op basis van de omvang van een bepaalde sector in de totale economie van Amsterdam. In de kolommen AW tot en met BH is te zien met welk percentage een bepaalde post op de balans van de gemeente Amsterdam zal bewegen in de jaren 1 tot en met 5. Voor elk van de jaren is het mogelijk om handmatig een ander percentage mee te geven wanneer dit plausibeler wordt geacht door de gemeente. Voor de post "Treasury" geldt dat niet de volledige post op de balans wordt meegenomen in de berekeningen. Enkel de hoogte van de jaarlijks te ontvangen dividenden wordt meegenomen in deze post. De kolommen BL tot en met CK laten de ontwikkeling van de taakvelden zien voor het crisisscenario en het basisscenario. Vervolgens worden deze op basis van een sleutel toegekend aan een programma. In de kolommen CL tot en met CW is de ontwikkeling van de posten die met de loonstijging, of de prijsstijging meebewegen.

Op basis van dezelfde sleutel worden deze vervolgens weer toegekend aan het juiste programma. Het tabblad lasten heeft dezelfde opzet als het tabblad baten. Echter, in dit tabblad worden enkel de effecten van de prijsstijging en de loonstijging doorberekend.

Sleutels et tabblad ‘Sleutels’ bevat de koppeling tussen programma’s en taakvelden, en effecten taakvelden. De eerste sleutel geeft aan welk percentage van de baten van een taakveld wordt toegekend aan een programma. De tweede sleutel geeft aan welk percentage van de lasten van een taakveld wordt toegekend aan een programma. Dit betekent dat de lasten niet volgens eenzelfde verdeling wordt toegekend aan de programma’s als de baten. Een rood gemarkeerd taakveld houdt in dat een taakveld geen effecten heeft op de baten of lasten. De derde sleutel geeft de koppeling tussen de effecten en de programma’s weer. Deze effecten zijn namelijk niet op taakveldniveau berekend waardoor ze achteraf moeten worden toegekend. Deze sleutel verzorgt deze koppeling.

Balans en Overige input et tabblad ‘Balans en overige input’ omvat allerlei gegevens die niet terugkomen in de IV3-rekening, maar die wel van belang zijn om de effecten van verschillende crises op de gemeentefinanciën te kunnen berekenen. Het tabblad bevat allereerst de meest recente balans van de gemeente (in IV3-formaat), die eenvoudig kan worden geüpdatet door de gemeente zelf. Het tabblad bevat daarnaast ook de volgende inputgegevens: ● ● ●

Input financiële crisis: De lange rente in het basisjaar (jaar 0) en de gemiddelde looptijd van leningen waar de gemeente Amsterdam rente over betaalt; Garantieverplichtingen: De omvang van garantiestellingen die kunnen worden aangesproken bij een financiële of sociaaleconomische crisis, onderverdeeld naar WSW, WEW, en overige garanties; Verloop leningenportefeuille: Vier regels met gegevens over de leningenportefeuille voor de jaren 1 t/m 5 als input voor de financiële crisis, met achtereenvolgens: (i) de totale omvang van leningen waarover de

HANDREIKING MODEL BREDE STRESSTEST GEMEENTE AMSTERDAM

● ● ● ● ●

●

38

gemeente rente betaalt, (ii) per jaar de financieringsbehoefte van de gemeente, d.w.z. de omvang van de in dat jaar af te sluiten nieuwe leningen, (iii) de totale omvang van leningen waarover de gemeente rente ontvangt, en (iv) de totale omvang van leningen aan woningbouwcorporaties; OZB-tarieven: De meest recente OZB-tarieven die de gemeente Amsterdam hanteert; Verwacht verloop balans- en begrotingstotaal: Het verwachte verloop van de het balanstotaal, begrotingstotaal en eigen vermogen van de gemeente ter berekening van het verloop van de BBV-kengetallen; Normen BBV: De bandbreedtes die op dit moment gelden voor de kengetallen in het kader van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV); Input dividenden: De hoogte van de post dividenden waarop een economische crisis effect heeft; Begroting balansposten t.b.v. berekening netto schuldquote: De hoogte van de vaste schulden, netto vlottende schulden, overlopende passiva, uitzettingen met een looptijd > 1 jaar, uitzettingen met een looptijd < 1 jaar, liquide middelen en overlopende activa. Deze gegevens dienen als input voor de berekening van de netto schuldquote; Cijfers voor grafieken: Deze grafiek bevat cijfers over de beschikbare weerstandscapaciteit, de benodigde weerstandscapaciteit, het brp van Groot-Amsterdam en de vte’s in Groot-Amsterdam. Deze gegevens dienen als input voor de berekening van de netto schuldquote.

Scenario’s n het tabblad ‘Scenario’s’ kunnen verschillende crisisscenario’s worden gespecificeerd. Het tabblad omvat enkele vooraf door SEO gedefinieerde scenario’s, scenario’s die zijn opgesteld door de gemeente en extra ruimte voor de gemeente om meer eigen scenario’s in te vullen. De scenario’s kunnen in de 'Cockpit' worden geladen via het dropdownmenu bovenaan in het blok "Crisiscombinaties".

nvulblad ‘Crisis Sociaal Domein’ en ‘Invulblad Vastgoedcrisis’ In het huidige model vindt zowel de berekening van effecten op grondexploitatie als de effecten van toenemende werkloosheid buiten het model om plaats. De tabbladen ‘Invulblad Crisis Sociaal Domein’ en ‘Invulblad Vastgoedcrisis’ kunnen worden gebruikt voor het invoeren van uitkomsten van de eigen berekeningen van de gemeente. n het tabblad ‘Invulblad Crisis Sociaal Domein’ is tevens ruimte gemaakt voor andere externe berekeningen voor exogene ontwikkelingen die zorgen voor bijvoorbeeld een toename van de uitgaven aan jeugdzorg of WMO. De tabbladen bestaan uit drie blokken: parameters die zijn gebruikt in de externe berekeningen, ruimte voor extra toelichting en de daadwerkelijke uitkomsten van de externe berekeningen. Dit derde blok is het enige dat in het model doorwerkt: de hierin ingevulde bedragen worden opgenomen in de jaarlijkse effecten en in de 'Cockpit' als uitkomsten. De overige twee blokken zijn dus primair bedoeld om bij te houden wat voor parameters er zijn verondersteld om tot de uitkomst in het onderste blok te komen. Het is aan de gemeente om invulling te geven aan deze twee blokken.

“ e

e ensc ap da

e goed is.” SEO Economisch Onderzoek doet onafhankelijk toegepast onderzoek in opdracht van overheid en bedrijfsleven.

Ons

onderzoek

helpt

onze

opdrachtgevers bij het nemen van beslissingen. SEO Economisch Onderzoek is gelieerd aan de Universiteit van Amsterdam. Dat geeft ons zicht op de nieuwste wetenschappelijke methoden. We hebben geen winstoogmerk en investeren continu in het intellectueel kapitaal van de medewerkers via promotietrajecten,

het

uitbrengen

van

wetenschappelijke publicaties, kennisnetwerken en congresbezoek.

SEO-rapport 2023-23 Informatie & Disclaimer SEO Economisch Onderzoek heeft op de verkregen informatie en data geen onderzoek uitgevoerd dat het karakter draagt van een accountantscontrole of due diligence. SEO is niet verantwoordelijk voor fouten of omissies in de verkregen informatie en data. Copyright © 2023 SEO Amsterdam. Alle rechten voorbehouden. Het is geoorloofd gegevens uit dit magazine te gebruiken in artikelen, onderzoeken en collegesyllabi, mits daarbij de bron duidelijk en nauwkeurig wordt vermeld. Gegevens uit dit rapport mogen niet voor commerciële doeleinden gebruikt worden zonder voorafgaande toestemming van de auteur(s). Toestemming kan worden verkregen via secretariaat@seo.nl.

Roetersstraat 29

+31 20 525 1630

1018 WB, Amsterdam

secretariaat@seo.nl www.seo.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12913858/1