CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 evaluatie experiment autodelen bewoners.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 6 juli 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Realisatie Programma Deelmobiliteit, de Evaluatie Experiment Autodelen met bewonersvergunningen (motie 976.17, Vroege) en de Rapportage Probeeraanbod voor onderwijs en zorg (VN2023-015426)1.119 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Evaluatie Experiment Autodelen met Bewonersvergunningen

Evaluatie Experiment Autodelen met Bewonersvergunningen Datum: 11-5-2023

Aanleiding en beleidscontext Amsterdam zet in op een leefbare, bereikbare en autoluwe stad. De stad blijft groeien en de druk op de openbare ruimte groeit mee. Er is onvoldoende ruimte in de stad om alles te blijven doen en er moeten dus keuzes worden gemaakt. Omdat de privéauto een groot beslag neemt op de openbare ruimte in de stad, stimuleert Amsterdam haar bewoners en bezoekers om te kiezen voor alternatieven voor de eigen auto. Eén van deze alternatieven is particulier autodelen tussen bewoners. In Agenda Autodelen (2019) is opgenomen dat “De gedeelde parkeervergunning (n.a.v. motie 976.17 Autodelen particulieren, Vroege, D66) wordt mogelijk gemaakt in de vorm van een experiment”. Met de motie is verzocht “een regeling uit te werken waarbij twee personen, woonachtig in twee verschillende parkeergebieden, voor één auto in beide parkeergebieden zonder extra kosten een parkeervergunning kunnen krijgen”. Daarbij moet via het vergunningenplafond gezorgd worden dat daadwerkelijk minder auto’s op straat staan. De motivatie zoals in de motie opgenomen is dat een parkeervergunning destijds alleen geldig was in het vergunninggebied waar de eigenaar van het voertuig woont. Dit zou het voor bewoners moeilijk en/ of (gevoelsmatig) kostbaar maken een auto te delen.

Met dit experiment wil de gemeente inzicht krijgen in de mate waarin het geleverde product praktische en/of financiële drempels wegneemt voor Amsterdammers.

Voorbereiding en uitvoering Het experiment is nader uitgewerkt volgens de volgende uitgangspunten; - Om in aanmerking te komen voor de regeling moeten beide bewoners beschikken over een (milieu)parkeervergunning voor bewoners en een auto. Daarnaast moeten de twee bewoners in twee verschillende vergunninggebieden woonachtig zijn. - Aan het experiment kunnen maximaal 100 koppels meedoen. Dit aantal is gebaseerd op het aantal deelnemers dat met vergelijkbare experimenten heeft meegedaan in andere steden. - Eén van de auto’s wordt gedeeld en de andere auto kan niet langer via een vergunning op straat staan. Deze auto zal dus (tijdelijk) weggedaan, uitgeleend of elders gestald moeten worden. - Alleen het tarief van de duurste vergunning hoeft betaald te worden. Het tarief van de andere vergunning vervalt. Zo wordt deelname aan het experiment financieel extra aantrekkelijk gemaakt. - De twee vergunningen blijven geldig. Zo blijven beide vergunningen drukken op het vergunningenplafond en verdwijnt er ook echt een auto van straat. - Het experiment heeft een looptijd van 2 jaar.

-

Na afloop van het experiment kunnen deelnemers de originele of een nieuwe auto op de eigen vergunning laten zetten, mits zij nog steeds voldoen aan de voorwaarden die gesteld worden aan een (milieu)parkeervergunning voor bewoners.

In 2020 is gestart met de voorbereidingen van het experiment door Programma Deelmobiliteit in samenwerking met directie Parkeren in opdracht van directie Verkeer en Openbare Ruimte. Egis Parking Services is verantwoordelijk geweest voor de technische uitwerkingen in het parkeervergunningensysteem. De digitale aanvraag-, wijzigings- en opzegformulieren zijn ontwikkeld door Dienstverlening. Tijdens deze voorbereiding is gebleken dat de juridische en technische uitwerkingen van het experiment vrij complex zijn en dat ook het opstellen van de digitale formulieren veel capaciteit vraagt.

Evaluatie experiment Sinds 1 januari 2022 kunnen Amsterdammers met een bewonersvergunning deelnemen aan het experiment. Eind 2022 is een eindmeting gestart en is een enquête verspreid onder de deelnemende koppels. Het aantal deelnemende koppels ligt lager dan het uitgangspunt van het maximum aantal van honderd (100) koppels waar ruimte voor was. In de eerste maanden na de aanvang en de communicatiecampagne (een socialmediacampagne, nieuwsberichten op relevante websites en artikelen in onder andere het Parool, AT5 en NH Nieuws) bleef het aantal deelnemende koppels steken op 12. Om het aantal koppels te vergroten is gekozen om alle vergunninghouders met een mailadres (ongeveer 70.000) extra te informeren over dit experiment. Deze extra communicatie heeft geholpen om het aantal deelnemende koppels te doen stijgen naar de 65. Verder moet opgemerkt worden dat ongeveer 230 Amsterdammers zich hebben aangemeld of interesse hebben getoond in deelname maar niet voldeden aan de voorwaarde dat beide personen een bestaande parkeervergunning moeten hebben. Hoewel de extra communicatie-actie dus heeft geleid tot een sterke groei in het aantal deelnemers, is het maximum aantal deelnemende koppels niet bereikt. De deelnemende koppels (tijdens eindmeting: 61 koppels, 122 deelnemers) zijn via een enquête gevraagd naar hun ervaringen met het experiment.

Uit de eindmeting is naar voren gekomen dat het overgrote deel van de respondenten (51 van 53) positief is over autodelen binnen het experiment. Respondenten geven aan vooral te kiezen voor autodelen met het experiment vanwege de lagere kosten en de positieve effecten op de stad zoals lagere uitstoot en minder parkeerproblemen. Ook wordt aangegeven dat de auto overwegend minder vaak (22/53) of even vaak (27/53) wordt gebruikt. Elf van de 53 respondenten geven aan door te willen gaan met autodelen, ook als het experiment niet omgezet wordt in vaststaand beleid. De helft van de respondenten geeft aan niet door te willen gaan met autodelen als het experiment stopt. De voornaamste redenen zijn de hoge(re) kosten die men verwacht met commercieel autodelen, de voorkeur om de auto te delen met iemand die bekend is en het gemak van een eigen auto. Van de 22 respondenten die de eigen auto (tijdelijk) hebben weggedaan tijdens het experiment geven acht (8) aan dat zij na het experiment opnieuw een eigen auto willen aanschaffen terwijl vijf (5) deelnemers aangeven geen nieuwe auto aan te willen schaffen.

Conclusie Hoewel de deelnemers overwegend positief zijn over het experiment, blijkt dat er in beperkte mate sprake is van de gewenste gedragsveranderingen zoals het overstappen van eigen autobezit op autodelen. Het aantal deelnemende koppels dat ondanks de stevige communicatie inspanningen vrij klein is gebleven, duidt er op dat het aangeboden product op dit moment onvoldoende aansprekend is voor het overgrote deel van de vergunninghouders van Amsterdam. In ieder geval niet aansprekend genoeg om afstand te doen van (een van) de privéauto(‘s) en vergunning. Ook vereist omzetten van dit experiment naar staand product een nieuwe vergunning, die opgenomen moet worden in de Parkeerverordening. Gezien de complexiteit van de vergunning en de technische uitvoering zal dit significante middelen en capaciteit vragen. Deze staan niet in verhouding tot het relatief lage aantal te verwachten gebruikers van de vergunning. Daarop wordt geconcludeerd dat de kosten niet in verhouding staan tot de baten.

Tot slot De huidige gebruikers worden tijdig voor 31 december 2023, einddatum experiment(enbesluit), geïnformeerd. Daarna kunnen zij indien gewenst weer terug naar de situatie van voor het experiment. Daarbij worden zij wel gewezen op voordelen van autodelen en de totale kosten van privéauto bezit. Verder zal een passage uit de Verordening Parkeerbelastingen worden verwijderd waarmee het experiment mogelijk is gemaakt. Dit zal meegaan met de (half)jaarlijkse aanpassing van de Verordening Parkeerbelastingen.

Fotografie: Edwin van Eis

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12915784/1