Bijlage 4. Emancipatiemonitor 2025 - Werk en inkomen.pdf
Tekst van het document
Uit deze berekeningen blijkt dat vrouwen gemiddeld minder inkomen hebben na de geboorte van hun eerste kind, terwijl het inkomen van mannen nauwelijks verandert of zelfs iets stijgt (CBS, 2024). Dit verschil wordt ook wel de babyboete genoemd. Bij vrouwen die tussen 2014 en 2016 hun eerste kind kregen en daarvoor werkten, daalde het inkomen zes jaar na de geboorte gemiddeld met 35 procent vergeleken met het jaar ervoor. Mannen kregen daarentegen geen babyboete: hun inkomen was zes jaar later 1 procent hoger. Over tijd is de babyboete wel kleiner geworden. Zo hadden vrouwen die tussen 1996 en 2001 voor het eerst moeder werden, zes jaar later gemiddeld 57 procent minder inkomen dan voor geboorte. Dit komt doordat vrouwen vaker doorwerken na de geboorte van hun eerste kind, maar ook omdat moeders meer uren zijn gaan werken en het uurloonverschil is afgenomen.
3.2 Economische zelfstandigheid en financiële onafhankelijkheid Economische zelfstandigheid groeit, maar kwart niet economisch zelfstandig Het aandeel Amsterdammers dat economisch zelfstandig is, is gegroeid tussen 2014 en 2023. Zij verdienen met arbeid ten minste een inkomen op bijstandsniveau (zie grijze kader). Toch is nog een kwart van de bevolking niet economisch zelfstandig. Hoewel vrouwen minder vaak economisch zelfstandig zijn dan mannen, is het verschil tussen beide groepen met ongeveer 3 procentpunten kleiner geworden in negen jaar tijd (zie afb. 3.4). In Amsterdam is in 2023 71 procent van de vrouwen economisch zelfstandig, terwijl dit bij mannen 78 procent is. Opvallend is dat mannen in Amsterdam minder vaak economisch zelfstandig zijn dan gemiddeld in Nederland, terwijl vrouwen juist iets vaker economisch zelfstandig zijn dan gemiddeld in Nederland. Net zoals landelijk (CBS, 2025b), komt een deel van het verschil tussen vrouwen en mannen met betaald werk doordat vrouwen vaker in deeltijd werken en een lager gemiddeld
29
uurloon hebben. Ook hebben vrouwen vaker dan mannen helemaal geen inkomen (CBS, 2025a). Vrouwen zonder inkomen zijn gemiddeld ouder en hebben vaker een partner met inkomen en kinderen dan vrouwen die wel een eigen inkomen hebben. Afb. 3.4 Economische zelfstandigheid mannen en vrouwen in Amsterdam en Nederland, exclusief studenten, 2014 -2023* (procenten) 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20%
10% 0% 2011
2012
2013
Amsterdam mannen
* betreft voorlopige cijfers
2014
2015
2016
Amsterdam vrouwen
2017
2018
2019
2020
Nederland mannen
2021
2022
2023*
Nederland vrouwen
bron: CBS Microdata, bewerking O&S
Definitie economische zelfstandigheid en financiële onafhankelijkheid Met economische zelfstandigheid wordt aangeduid welk deel van de bevolking voldoende persoonlijk inkomen heeft om zichzelf te onderhouden, zonder volledig afhankelijk te zijn van een partner of uitkeringen. Bij financiële onafhankelijkheid moet dit inkomen voldoende zijn om jezelf en eventuele kinderen te onderhouden. Iemand is economisch zelfstandig als diegene betaald werk heeft en het persoonlijk netto jaarinkomen uit loondienst en/of eigen onderneming minstens gelijk is aan het individuele inkomensminimum. Deze beleidsnorm ligt op 70 procent van het (voltijds) wettelijke netto minimumloon. In 2023 betekende dit een inkomen van minimaal 1.200 euro per maand. Er wordt geen rekening gehouden met vermogen. Bij financiële onafhankelijkheid ligt de inkomensgrens hoger. Iemand moet minstens 100 procent van het wettelijke netto minimumloon verdienen, in plaats van 70 procent. In 2023 betekende dit een netto inkomen van ten minste 1.720 euro per maand. In tegenstelling tot economische zelfstandigheid, wordt bij financiële onafhankelijkheid sociale verzekeringen (bijvoorbeeld werkloosheidswet (WW) en arbeidsongeschiktheidsuitkering (WIA)) meegenomen.
30
Genderkloof in economische zelfstandigheid het grootste onder inwoners ouder dan 35, basisopgeleiden en partners met kinderen Het aandeel economisch zelfstandige inwoners is het hoogst onder 25- tot 35-jarigen, en neemt daarna af. Bij inwoners ouder dan 55 jaar die nog niet de AOW-leeftijd hebben bereikt, is de economische zelfstandigheid het laagst. In deze groep is 51 procent van de vrouwen en 61 procent van de mannen economisch zelfstandig. Vrouwen zijn, behalve onder 15- tot 25-jarigen, gemiddeld minder vaak economisch zelfstandig dan mannen (zie afb. 3.5), vooral onder 35-plussers. Ook opleidingsniveau speelt een rol. Inwoners met alleen een basisopleiding zijn het minst vaak economisch zelfstandig. Ook is binnen deze groep het verschil tussen vrouwen en mannen het grootst: 33 procent van de vrouwen is economisch zelfstandig, tegenover 50 procent van de mannen. Daarnaast zijn ouders minder vaak economisch zelfstandig. Vooral ouders in een eenoudergezin zijn vaker niet economisch zelfstandig; iets meer dan 60 procent is economisch zelfstandig. Onder samenwonende ouders is het verschil tussen mannen en vrouwen het grootst: 66 procent van de vrouwen is economisch zelfstandig, tegenover 80 procent van de mannen.
Zoals eerder beschreven gaan vrouwen vaker in deeltijd werken dan mannen rond de geboorte van hun eerste kind en hebben vrouwen vaker dan mannen geen inkomen als ze een eerste kind hebben. Mede hierdoor zijn moeders minder vaak economisch zelfstandig dan mannen. Afb. 3.5 Economische zelfstandigheid mannen en vrouwen in Amsterdam naar achtergrondkenmerken, exclusief studenten, 2023* (procenten) 71
totaal 15 tot 25 jaar
70
78 74
83
leeftijd
25 tot 35 jaar 72
35 tot 45 jaar 65
45 tot 55 jaar 51
55 tot AOW 33
opleiding
basis
82 76
62
50 68
mbo
73 86 88
hbo, wo 59
ouder in eenoudergezin
huishoudenstype
86
63 66
paar met kinderen
80 77
paar zonder kinderen
84
73 72
alleenstaande 0%
10%
20%
30%
40%
50% vrouw
60% man
70%
80%
90%
100%
* betreft voorlopige cijfers bron: CBS Microdata, bewerking O&S
31
Financiële onafhankelijkheid groeit, 23 procent niet financieel onafhankelijk Ook het aandeel Amsterdammers dat financieel onafhankelijk is, is gegroeid tussen 2014 en 2023. Zij verdienen een inkomen uit arbeid dat hoger is dan het minimumloon (zie grijze kader op pagina 31). Toch geldt dit nog niet voor een 23 procent van de Amsterdammers in 2023. Vrouwen zijn minder vaak financieel onafhankelijk dan mannen (74% tegenover 80%). Het aandeel vrouwen dat financieel onafhankelijk is, is sterker gegroeid dan bij mannen in de periode 2014-2023. Hierdoor is het verschil tussen vrouwen en mannen kleiner geworden. Vrouwen in Amsterdam zijn ook vaker financieel onafhankelijk dan landelijk. In 2023 was landelijk 59 procent van de vrouwen financieel onafhankelijk, terwijl dit in Amsterdam 74 procent is. Onder mannen is het aandeel dat financieel onafhankelijk is wel vergelijkbaar in Amsterdam en Nederland. Opvallend is dat Amsterdammers vaker financieel onafhankelijk zijn dan economisch zelfstandig, vooral onder Amsterdammers van 55 jaar tot de AOWleeftijd of met een basisopleiding. Landelijk is economische zelfstandigheid juist hoger. Dit verschil komt door een andere de inkomensdefinitie; bij financiële onafhankelijkheid worden sociale verzekeringen ook meegerekend. Afb. 3.6 Financiële onafhankelijkheid mannen en vrouwen in Amsterdam en Nederland, exclusief studenten, 2014 -2023* 90%
80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 2011
2012
2013
Amsterdam mannen
* betreft voorlopige cijfers
2014
2015
2016
Amsterdam vrouwen
2017
2018
2019
2020
Nederland mannen
2021
2022
2023*
Nederland vrouwen
bron: CBS Microdata, bewerking O&S
Ondanks dat de financiële onafhankelijkheid hoger is, zijn de patronen vergelijkbaar met deze bij economische zelfstandigheid. Zo neemt de financiële onafhankelijkheid af vanaf 35 jaar en is deze het laagst onder basisopgeleiden en inwoners met kinderen. Het verschil tussen vrouwen en mannen is ook het grootst onder inwoners ouder dan 35, basisopgeleiden en partners met kinderen. Alleenstaande vrouwen en vrouwen tussen 15 en 25 jaar zijn vaker financieel onafhankelijk dan mannen.
32
Afb. 3.7 Financiële onafhankelijkheid mannen en vrouwen in Amsterdam naar achtergrondkenmerken, exclusief studenten, 2023* (procenten) 74
totaal
80
70 67
15 tot 25 jaar
84 86
leeftijd
25 tot 35 jaar 74
35 tot 45 jaar
69
45 tot 55 jaar 61
55 tot AOW basis
opleiding huishoudenstype
38
84 80
72
56 71 76
mbo
89 90
hbo, wo 64 65 68
ouder in eenoudergezin
paar met kinderen paar zonder kinderen
* betreft voorlopige cijfers
87
77 76
alleenstaande 0%
82 79
20%
40% vrouw
60% man
80%
100%
bron: CBS Microdata, bewerking O&S
33
Literatuurlijst Bacolod, M. (2016). Skills, the gender wage gap, and cities. Journal Of Regional Science, 57(2), 290–318. https://doi.org/10.1111/jors.12285 CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek). (2023, 11 april). Vrouwen werken meteen na afstuderen al vaker in deeltijd dan mannen. Centraal Bureau Voor de Statistiek. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2023/15/vrouwen-werken-meteen-naafstuderen-al-vaker-in-deeltijd-dan-mannen CBS. (2024, 14 november). Emancipatiemonitor 2024. https://longreads.cbs.nl/emancipatiemonitor-2024/ CBS. (2025a, oktober 9). Steeds minder vrouwen zonder eigen inkomen. Centraal Bureau Voor de Statistiek. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2025/41/steeds-mindervrouwen-zonder-eigen-inkomen CBS. (2025b, 21 oktober). Economische zelfstandigheid vrouwen minder hard gegroeid. Centraal Bureau Voor de Statistiek. https://www.cbs.nl/nlnl/nieuws/2025/43/economische-zelfstandigheid-vrouwen-minder-hardgegroeid CBS (2025c, 11 december). Monitor loonverschillen mannen en vrouwen, 2024. https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/aanvullende-statistischediensten/2025/monitor-loonverschillen-mannen-en-vrouwen-2024 CBS. (z.d.). Enquête beroepsbevolking (EBB). https://www.cbs.nl/nl-nl/onzediensten/methoden/onderzoeksomschrijvingen/korteonderzoeksomschrijvingen/enquete-beroepsbevolking--ebb-College voor de Rechten van de Mens. (2020).
Zwanger en werk: dat baart zorgen Derde onderzoek naar discriminatie op de arbeidsmarkt van zwangere vrouwen en moeders met jonge kinderen | College voor de Rechten van de Mens. In College Voor de Rechten van de Mens. https://publicaties.mensenrechten.nl/publicatie/5fb7dfef1e0fec037359c640 Ilciukas, J. (2025). Parenthood timing and gender inequality. https://juliusilciukas.nl/ILCIUKAS_JMP.pdf Nisic, N. (2017). Smaller Differences in Bigger Cities? Assessing the Regional Dimension of the Gender Wage Gap. European Sociological Review, 33(2), 292–3044. https://doi.org/10.1093/esr/jcx037 SCP (Sociaal en Cultureel Planbureau). (2023, 14 september). Ongelijkheid op de arbeidsmarkt vraagt om brede kijk op zorgtaken thuis. Sociaal en Cultureel Planbureau. https://www.scp.nl/actueel/nieuws/2023/09/14/ongelijkheid-op-dearbeidsmarkt-vraagt-om-brede-kijk-op-zorgtaken-thuis 34