Bijlage 4 eindevaluatie Winteropvang en WKR.pdf
Tekst van het document
Bovendien gaven bezoekers aan dat er meer behoefte is aan informatie over dagbestedingsmogelijkheden, ziekte, en informatie specifiek voor nieuwe bezoekers. Daarnaast werden de WKR-periodes door de bezoekers van de winteropvang als zeer onprettig ervaren. Het is dan erg druk in de opvang, er zijn meer ruzies en er worden vaker spullen gestolen of kapot gemaakt. Bovendien vinden bezoekers het lastig om een kamer te moeten delen met mensen met psychiatrische- en/of verslavingsproblemen. Het verzoek is dan ook om verschillende (doel)groepen specifieker per slaapruimte in te delen (bijvoorbeeld psychische problemen of verslaving of dagbesteding en geen dagbesteding) en zelfs een aparte locatie te hebben voor mensen die tijdens de WKR gebruik willen maken van de opvang. Ook werd er met name vanuit de jongvolwassenen aangegeven om bezoekers met dezelfde leeftijd in te delen. Dit jaar werden jongvolwassenen soms ook ingedeeld bij andere groepen uit een andere leeftijdscategorie. Net als vorig jaar geven bezoekers aan dat er behoefte is aan lockers aangezien er regelmatig spullen worden gestolen in de winteropvang. Tevens werden er hygiënekwesties aangekaart, wat ook vorig jaar benoemd was. Om hieraan tegemoet te komen is opnieuw afgesproken dat bezoekers medeverantwoordelijk zijn voor de hygiëne en dat er schoonmaakspullen beschikbaar zijn bij het personeel.
Als laatste vroegen meerdere bezoekers (zowel ziek als niet ziek) of het mogelijk is om overdag op de opvanglocatie te verblijven of dat de openingstijden, met name in het weekend, verruimd kunnen worden.
31
9. Belangrijkste punten aanbieders Na de winteropvang is er met de aanbieders (De Regenboog, Leger des Heils, HVO), Straatalliantie, Veldregie, Veldwerk, HVO mobielteam, Arkin, InGeest, Inloophuizen, Buurtteam, belangenbehartigers en andere belanghebbende uit de dakloze keten in een teams-vergadering geëvalueerd. Hierbij zijn een aantal verschillende thema’s belicht die in dit hoofdstuk worden uitgeschreven. Buiten slapen Hoewel de winteropvang open was, sliepen er desondanks toch nog mensen buiten die wel toegang zouden krijgen tot de winteropvang. Redenen hiervoor zijn: mensen vinden de winteropvang te ver, de beveiliging vinden ze ingewikkeld, de winteropvang is erg massaal en daarnaast zijn de verschillende doelgroepen in één ruimte ook een struikelblok voor veel mensen. Zorgverleners geven ook aan dat buitenslapers die een beschutte plek hebben gevonden niet voor een paar dagen gebruik maken van de WKR, omdat ze vrezen/bang zijn hun plek op straat kwijt te raken. Screening De mensen die binnenkwamen in de winteropvang, waren kwetsbaarder, zie ook hoofdstuk ‘Kenmerken WO bezoekers op basis van de zelfredzaamheidsmatrix (ZRM) – Gezondheid’. De screening op de Jan van Galenstraat voorafgaand aan de winteropvang liep goed.
Het is echter wel van belang om tijdens de eerste screening alert te zijn of mensen in Trajectus21 worden geregistreerd als bezoekers van de winteropvang 4 maanden of de WKR. Tevens is het van belang dat er direct een intake gesprek gepland wordt door een GGD-medewerker indien zij inschatten dat iemand in aanmerking kan komen voor een MOBW-traject. Zo kan extra vertraging voorkomen worden. Voordeel van het gebruik van de toegangscriteria is dat de bezoekersaantallen binnen de perken bleven. Zonder toegangscriteria zou dit aantal in beginsel veel hoger liggen. Een nadeel van de selectie op de Jan van Galenstraat is echter dat het een momentopname is. Hierdoor is er een beperkte mogelijkheid om een goede inschatting te maken van de mate van kwetsbaarheid. Er is echter vanuit organisaties uit de dakloze keten altijd de mogelijkheid om in overleg te gaan met Veldregie als iemand door hen als kwetsbaar wordt gezien. De tweede/verdiepende screening werd door bezoekers anders ervaren dan waarvoor dit gesprek bedoeld was. De verdiepende screening werd gezien als een tweede toelatingsscreening in plaats van een perspectiefgesprek om een vervolgstap te maken, zie hoofdstuk 7 ‘Belangrijkste punten bezoekersoverleggen’. Vorig jaar werd de verdiepende screening wel ingestoken als een tweede toelatingsscreening wat dit jaar voor verwarring zorgde.
Aanbieders gaven dan ook aan dat de verdiepende screening in het vervolg beter ‘perspectiefgesprek’ genoemd kan worden zodat dit minder verwarrend is voor bezoekers. Het doel van de verdiepende screening moet ook duidelijk beschreven worden zodat bezoekers weten wat ze hiervan kunnen verwachten. Bovendien zou het een meerwaarde zijn als de verdiepende screeningen gecoördineerd worden aangezien bezoekers die maar een paar dagen aanwezig zijn gemist kunnen worden. Ook zorgmijdende bezoekers missen (al dan niet expres) de verdiepende screening. Deze coördinatie kan uitgevoerd worden door 2-wekelijkse besprekingen te houden waarbij beddenlijsten afgegaan kunnen worden. Hierbij kan 21 Het gemeentelijk registraties-systeem voor de maatschappelijke opvang en beschermd wonen.
32
een GGD-contactpersoon per locatie en een zorgcoördinator/maatschappelijk werker bij betrokken worden. Doorstroom/perspectief Bovendien zou het coördineren van de verdiepende screeningen een meerwaarde zijn aangezien er, net als vorig jaar, aan het einde van de winteropvang nog een inhaalslag gemaakt moest worden wat betreft de aanmeldprocedure voor vervolgplekken. Bezoekers van de winteropvang werden verlaat aangemeld voor kortdurende opvang zoals DNO en perspectiefopvang T6 en bezoekers die gerepatrieerd moesten worden verbleven te lang in de winteropvang. Toch blijkt dat ook voor de mensen die voor de Dag Nacht- Opvang/MOBW in aanmerking zouden moeten komen, dit niet altijd haalbaar was door het capaciteitsgebrek binnen de reguliere zorg/huisvestingsketen. Ambulante begeleiding Aanbieders gaven ook aan dat ambulante begeleiders zich terugtrekken zodra iemand in de winteropvang zit en dus een slaapplek heeft. Dit is een probleem wat zich eerdere jaren ook voordeed. Hierdoor vinden acties, zoals bezoekers aanmelden voor een vervolgtraject, pas in de laatste weken van de winteropvang plaats. Om dit op te lossen is de aanwezigheid van een ambulante begeleider bij de eerste screening wenselijk. Dit is in de praktijk echter moeilijk haalbaar gezien de extra capaciteit, extra kennis en kosten.
Tevens zullen aanbieders meer navraag kunnen doen naar de ambulante begeleiders en aanbieders kunnen bezoekers stimuleren om contact op te nemen met hun ambulante begeleiders. Om de terugtrekkende beweging van ambulante begeleiders tegen te gaan kan er in het vervolg dus gemonitord worden of de verbinding tussen bezoeker en ambulante begeleider gelegd wordt. Deze monitoring zou bijvoorbeeld ook kunnen door het inplannen van tweewekelijkse casusbesprekingen. Tijdens deze besprekingen wordt nagegaan wie er allemaal in de opvang zitten, hoe aan hun perspectief wordt gewerkt en wat knelpunten zijn in specifieke gevallen. Dit was dit jaar op Slotermeerlaan gedaan en zorgde voor overzicht en systematiek. Deze monitoring zou bijvoorbeeld uitgevoerd kunnen worden door een GGD-vertegenwoordiger per opvanglocatie en gecombineerd kunnen worden met de beddenlijsten besprekingen voor de monitoring van de verdiepende screeningen zoals hierboven beschreven. De precieze uitwerking zal voor volgend jaar echter nog besproken moeten worden. Er zal dan ook gekeken moeten worden naar de insteek van de ambulante begeleiding in combinatie met de verdiepende screeningen. Er is namelijk een tekort aan ambulante begeleiders om intensieve begeleiding te kunnen bieden aan alle winteropvang bezoekers, zeker voor de kwetsbare doelgroep die nu voor de winteropvang geselecteerd wordt.
Om de meest kwetsbare bezoekers onder de aandacht te brengen bij aanbieders en ambulante begeleiders werd er wekelijks een DNO-overleg gehouden. Hier sloot niet van elke winteropvanglocatie een vertegenwoordiger bij aan. Dit was echter wel wenselijk. Verantwoordelijkheid ziekenboeg Een aantal bezoekers in de winteropvang kampte met ernstige gezondheidsproblemen. Met name aan het begin van de winteropvang was het onduidelijk bij wie de verantwoordelijkheid lag voor deze bezoekers als verblijf op het ziekenboeg afgesloten werd. Deze verantwoordelijkheid bleef dit jaar bij de winteropvang liggen terwijl de winteropvang daar niet voor was ingericht. Uiteindelijk waren er vier plekken gecreëerd voor bezoekers die overdag in de winteropvang mochten blijven vanwege de somatische zorg die zij nodig hadden. Deze vier plekken waren echt nodig en hiervoor 33
waren geen andere mogelijkheden in de dakloze keten beschikbaar. Het is dan ook belangrijk om hier breder naar te kijken dan alleen op beleids- en bestuurlijk niveau. Er moet dus ook goed worden gekeken naar wat er in de praktijk nodig is. Communicatie en informatie Er was dit jaar duidelijkere communicatie over het ingaan van de WKR. Meer mensen wisten dat de winteropvang gaande was en wanneer de WKR van kracht was. Er miste echter informatie voor de bezoekers over wat zijzelf tijdens winteropvang kunnen regelen. Een idee vanuit de aanbieders was om een online sharepoint te maken met gebundelde informatie voor bezoekers, medewerkers én de ambulante keten. Ook personeel dat niet vast in dienst is kan hier dan informatie opzoeken en bezoekers zo inlichten of helpen met het beantwoorden van vragen. Verder kwam het idee om een tweewekelijkse informatieavond te houden waarbij vrijwilligers en ervaringsdeskundigen langs kunnen komen om bezoekers in te lichten en informatie te verschaffen. Systeem Trajectus, het systeem waarmee gewerkt werd tijdens de winteropvang, was (nog) niet toereikend. De afwijzingen moesten bijvoorbeeld handmatig bijgehouden worden en het was dus niet mogelijk om uit het systeem te halen hoeveel afwijzingen er per maand en in totaal waren.
Trajectus of een ander systeem zou dus uitgebreid moeten worden om wel op een aantal indicatoren van de Winteropvang te kunnen monitoren. Voor de volgende winteropvang is het dus van belang om vooraf met beleidsmakers, datateam en gebruikers van Trajectus (bv. Veldregie) samen te kijken aan welke vragen nog niet voldaan kon worden en hoe dit wel mogelijk gemaakt kan worden in Trajectus of een ander systeem. Dit zal enige tijd in beslag nemen dus het is belangrijk om dit tenminste enkele maanden voor de volgende winteropvang van start gaat te bespreken. De winterkouderegeling is van belang om iets te kunnen zeggen over de situatie van dakloosheid in de stad. Veranderingen in de “nationaliteit” van de bezoekers is daarbij van belang omdat het ook iets zegt over de mogelijkheden voor preventie. Bij bijna een kwart van de mensen miste echter informatie over “nationaliteit”. Registratie ervan zou meer aandacht moeten krijgen bij de voorbereidingen en tussentijds. Veiligheid Ten aanzien van de veiligheid van de opvanglocaties zijn er volgens de aanbieders een aantal uitdagingen. Vanwege de indelingen van de panden en de massaliteit is het moeilijk om de opvanglocaties beheersbaar te houden. Het grote aantal bezoekers, met name tijdens de WKR, zorgde voor extra spanningen.
Tijdens WKR-periodes was het onduidelijk wie er precies op de opvanglocatie verbleven en moesten vanwege drukte verschillende doelgroepen op eenzelfde ruimte ingedeeld worden. Zowel de drukte als meerdere doelgroepen bij elkaar in een beperkte ruimte levert extra spanningen op. Het is dan ook niet gewenst om verschillende doelgroepen samen te moeten indelen. Hierdoor was er op een opvanglocatie extra beveiliging ingezet. Een andere uitdaging was de buurt van bepaalde panden. Sommige buurten hebben weinig draagvlak en buren wonen soms fysiek dichtbij de opvang waardoor het lastig was om bezoekers te weigeren of weg te sturen uit angst voor overlast. Een verbetering zou zijn om WO- en WKR-bezoekers te scheiden zodat er minder frictie ontstaat. Ook kunnen dan verschillende doelgroepen makkelijker gescheiden worden en hebben de WObezoekers geen ‘last’ van de drukte en extra spanningen tijdens WKR-periodes. Tevens zou kleinschalige opvang ten goede komen van de veiligheid van de opvanglocaties. Daarnaast is het 34
belangrijk dat de geestelijke gezondheid van bezoekers verbeterd om de veiligheid te waarborgen. Volgens de aanbieders zaten er veel mensen in de winteropvang met zware psychische klachten wat voor veel incidenten tussen bezoekers zorgde. Wanneer bezoekers de juiste hulp ontvangen voor hun psychische klachten, zal dit ook een positief effect hebben op de veiligheid van de opvanglocatie, aldus een aanbieder van één van de opvanglocaties. Inhuurkrachten/vaste medewerkers De winteropvang wordt gezien als een seizoensopvang waardoor de werkzaamheden na april stoppen en opvanglocaties werden erg laat bekend. Hierdoor werd er met inhuurkrachten gewerkt. Door het werken met inhuurkrachten en relatief nieuwe medewerkers was het soms lastig om duidelijke informatie te verschaffen aan de bezoekers. Door de werkzaamheden over het jaar te verspreiden, kan een deel van de inhuurkrachten blijven werken bij de aanbieders waardoor kennis behouden blijft. Bovendien zou het handig zijn om voor inhuurkrachten en nieuwe medewerkers een informatiekaart te hebben waarop kort belangrijke informatie staat en antwoorden op veel gestelde vragen. Het combineren van een nieuwe medewerker met een vaste medewerker per dienst bleek ook positief uit te pakken.
10. Inventarisatie huisvestingssituatie bezoekers inloophuizen De Regenbooggroep 10.1 Aantal buitenslapers Op vrijdag 19 januari 2024 heeft De Regenboog een inventarisatie uitgevoerd over het gebruik van de WO/WKR onder bezoekers van hun inloophuizen/dagopvanglocaties. Het hoofddoel van deze inventarisatie was om inzicht te krijgen in de redenen waarom mensen geen gebruik maken van de WO/WKR. Het geeft dus geen beeld van de mate waarin buitenslapers kwetsbaar zijn. Tevens wordt deze inventarisatie jaarlijks herhaald om zo ook een indicatie te krijgen van de ontwikkeling van het aantal mensen dat buiten slaapt. Tijdens de inventarisatie was de WKR van kracht en was de opvang dus voor iedereen toegankelijk zonder restricties. Niet iedereen maakt echter gebruik van de opvang en een deel van de doelgroep slaapt buiten. Aan alle mensen die op vrijdag 19 januari 2024 een inloophuis van de Regenboog hebben bezocht, is gevraagd waar zij de afgelopen nacht hebben verbleven. Mensen die aangaven op straat, in de openlucht of in openbare ruimtes te slapen/te verblijven, werd gevraagd waarom ze geen gebruik maakten van de WO/WKR. In totaal zijn er 538 bezoekers in de inloophuizen van De Regenboog geweest op 19 januari 2024.
Hiervan is door 490 aangegeven waar zij hebben geslapen.22 Van deze 498 bezoekers maakt 41% (n=204) gebruik van de WO/WKR en ruim een kwart (28%, n=141) geeft aan ondanks de WO/WKR ’s nachts op straat (in de open lucht of overdekte openbare ruimten) te hebben geslapen, zie figuur 11. Van 28% van de bezoekers weten we dus dat zij op straat hebben geslapen. Naar schatting hebben dus ook 28% van de 538 bezoekers van de Regenboog inloophuizen op straat geslapen. Dat zijn dus ((141/498) * 538=) 152 personen, zie tabel 9.
22 Van 7% van de bezoekers (n=40) is het onbekend waar zij hebben verbleven omdat zij geen antwoord wilde geven, geen
duidelijk antwoord gaven of omdat deze bezoekers niet gesproken zijn tijdens de inventarisatie. Deze 7% is weggelaten uit de percentages zoals vermeld in figuur 8. Van de 538 is er dus van (538-40=) 498 bezoekers bekend waar zij hebben geslapen.
35
Verder geeft 6% van de bezoekers aan een eigen woonruimte te hebben of permanent bij familie, vrienden of kennissen te verblijven. De overige 25% van de bezoekers maakt gebruik van andere vormen van opvang/voorzieningen of hadden ontoereikende huisvesting zoals verblijven in een hostel, op een camping of tijdelijk bij familie, vrienden of kennissen. Figuur 11: Waar hebben bezoekers van inloophuizen ’s nachts geslapen? DNO/woonvoorzien ing dak- en thuislozen/GGZ/zie kenhuis/detentie 8%
Ontoereikende huisvesting: tijdelijk inwonend, hostel, camping 8%
Nachtopvang 9%
Eigen woonruimte/perman ent inwonend 6%
WKO/WKR 41%
Op straat/openbare ruimte 28%
Voorgaande jaren is eenzelfde inventarisatie gehouden, zie tabel 9. Vergeleken met voorgaande jaren is het percentage buitenslapers onder bezoekers van de Regenboog lichtelijk gestegen. In de absolute aantallen is er echter wel een duidelijkere stijging te zien. Waar er in februari ’21 nog 97 buitenslapers waren, zijn er in januari ’24 152 buitenslapers. Naast de toename in het aantal buitenslapers onder bezoekers van de Regenboog, zijn het aantal bezoekers van de inloophuizen en het aantal bezoekers WO/WKR ook gestegen. In februari ’21 waren er 388 bezoekers23 van de inloophuizen en in januari ’24 waren er 538 bezoekers op de peildatum. Bovendien maakte er in februari ’21 op de nacht voorafgaand aan de inventarisatie 350 bezoekers gebruik van de WO/WKR. In januari ’24 waren dit 493 bezoekers.
23 In 2021 en in mindere mate in 2022 was het aantal bezoekers in de inloophuizen ook extra laag in verband met de
maatregelen in het kader van de covid-19 pandemie.
36
Tabel 9: aantal buitenslapers onder bezoekers van de inloophuizen van De Regenboog
Feb '21 (tijdens WKR) Feb '22 (tijdens WKR) Jan '23 (tijdens WKR) Jan '24 (tijdens WKR)
Bezoekers inloophuizen Aantal1 388 473 515 538
Buitenslapers onder bezoekers Regenboog Aantal2 % 97 25 113 24 125 24 152 28
Aantal bezoekers WO/WKR n3 350 199 457 493
1 Dit is het aantal unieke bezoekers dat is ingecheckt in de inloophuizen; hier zitten dus ook de personen bij die geen antwoord hebben gegeven op de vragen tijdens de inventarisatie. 2 Met correctie voor non-respons (op grond van percentage exclusief non-respons). 3 Op de nacht voorafgaand aan de inventarisatie.
Kortom, door de stijgingen in zowel het aantal bezoekers van de inloophuizen, het aantal buitenslapers én het aantal personen dat de nacht voor de inventarisatie gebruikt maakte van de WO/WKR, lijkt het erop dat er dus meer mensen op straat verblijven.
10.2 Redenen om buiten te slapen Van de 498 bezoekers die geantwoord hebben tijdens de inventarisatie, geeft dus 28% (n=138) aan op straat te hebben geslapen. Van de mensen die aangeven op straat te hebben geslapen, geeft 54% (n=58) aan geen gebruik te maken van de WO/WKR vanwege negatieve ideeën/ervaringen. Deze negatieve ideeën/ervaringen hebben met name betrekking op de drukte van de opvang waardoor ruzies ontstaan, bezoekers die zich niet veilig voelen en bezoekers die niet kunnen slapen. Daarnaast geven enkele personen (n=4) aan een negatieve ervaring te hebben vanwege de hygiëne in de opvang. De redenen om geen gebruik te maken van de WKR en WO 4 maanden zijn nagenoeg hetzelfde, zie ook het hoofdstuk ‘Belangrijkste punten aanbieders’. Bij de inventarisatie van vorig jaar (23 januari 2023) had, net als dit jaar, het grootste deel van de buitenslapers negatieve ideeën/ervaringen over/met de WO/WKR (56%). Hierbij werd ook vaak genoemd dat de opvang te druk is met dezelfde gevolgen als dit jaar: niet veilig voelen, niet kunnen slapen en ruzies. Naast de negatieve ervaringen, geeft 18% (n=19) de voorkeur aan verblijven in de buitenlucht vanwege vrijheid, privacy, zelfstandigheid, frisse lucht en rust.
Verder meent 10% (n=11) geen toegang te hebben, 7% (n=7) vindt de locatie te ver weg/moeilijk te bereiken, 7% (n=8) maakt geen gebruik van de WO/WKR vanwege de huisregels en 4% (n=4) maakt geen gebruik van de WO/WKR vanwege de openingstijden. De bezoekers die niet naar de opvang willen vanwege de huisregels zijn man/vrouw relaties die samen een kamer willen delen. Mannen en vrouwen slapen echter op verschillende locaties waardoor dit niet mogelijk is (n=6). Twee bezoekers geven aan drank en/of drugs te willen gebruiken en daarom niet gebruik te maken van de opvang. Een opvallend verschil is dat vorig jaar 19% van de bezoekers meende geen toegang te hebben tot de WO/WKR. Dit jaar is dat lager en meent 10% geen toegang te hebben. Tijdens de inventarisatie was de WKR van kracht en mag in principe iedereen gebruik maken van de opvang. De meeste mensen lijken dus van het bestaan van de WKR te weten. Mogelijk dat meldingen middels de Street life app van de Regenbooggroep of de introductie van een vlag die aangeeft dat de WKR van kracht is, bijgedragen heeft aan een grotere bekendheid van de WKR bij de bezoekers van 37
inloopvoorzieningen van de Regenboog. Het is daarom opmerkelijk dat het aandeel mensen dat er gebruik van maakt is gedaald. Beperkingen Deze inventarisatie is beperkt gebleven tot de inloophuizen van de Regenbooggroep. Hoewel een groot deel van de buitenslapers hier gebruik van maakt, bestaan er nog andere inloopvoorzieningen in Amsterdam en maakt niet iedereen die ’s nachts op straat slaapt gebruik van een dergelijke voorziening. Het getal van 152 buitenslapers is daarmee dus een minimum. Indien tussen de 75% en 50% van de buitenslapers op 19 januari wel gebruik heeft gemaakt van de inloophuizen, bedraagt het totale aantal buitenslapers in Amsterdam in de voorafgaande nacht, ondanks de WKR, tussen de 200 en 300 personen. Daarnaast geeft deze rapportage geen beeld van de kenmerken zoals de mate waarin buitenslapers kwetsbaar zijn. Hier zijn aanvullende gegevens nodig.
11. Analyse Veldregie: wachtlijst DNO en gebruik WO/WKR Niet iedereen die in aanmerking komt voor het WO/WKR-aanbod maakt daar ook gebruik van. Dit blijkt ook uit de inventarisatie van de Regenbooggroep. Veldwerk heeft een aanvullende analyse uitgevoerd naar de mensen die op de wachtlijst staan van DNO (dag- en nachtopvang) en geen gebruik maken van de WO, met als hoofdvraag: zijn er mensen die niet terecht kunnen in de DNO terwijl zij daarvoor wel in aanmerking komen die, ondanks de beschikbaarheid van WO/WKR, op straat verblijven? Deze aanvullende analyse betrof een groep personen die in aanmerking kwam voor DNO en daar niet terecht kon vanwege plaatsgebrek. Deze personen stonden op een aanmeldlijst van Veldwerk Amsterdam: één van de officiële aanmelders in de stad voor de DNO. Veldwerk is verantwoordelijk voor de meeste aanmeldingen op deze lijst na een screening bij de Jan van Galenstraat. Zodoende heeft Veldregie van de meeste mensen op de aanmeldlijst een beeld van de problematiek24. Veldregie meldt mensen alleen aan voor de DNO als ze binding met Amsterdam hebben én kwetsbaar zijn (op basis van een screening).
11.1 Resultaten analyse Veldregie Ter voorbereiding op de winteropvang werden 59 personen die in aanmerking zouden komen voor DNO maar die wegens plaatsgebrek hier geen toegang konden krijgen reeds aangemeld voor de winteropvang. Binnen deze groep waren er 33 personen (56%) die als zeer kwetsbaar werden beschouwd in termen van geestelijke gezondheid en/of verslaving. Dat betekent bijvoorbeeld dat tijdens de beoordeling bij de Jan van Galenstraat werd vastgesteld of gesignaleerd dat betrokkene geestelijke gezondheidsproblemen had die het gedrag beïnvloedden in combinatie met problemen in de dagelijks functionering door symptomen en/of geen behandeling. De indruk was dat slechts weinig mensen gebruik maakten van de winteropvang, daarom is bij deze groep nagegaan of zij gebruik hebben gemaakt van de WO/WKR en waar zij zich in de periode tot 1 februari voornamelijk bevonden. Van de 33 kwetsbare personen op de aanmeldlijst hadden er 26 (79%) op 1 februari 2023 nog geen gebruik gemaakt van de WO/WKR. Zeven mensen hadden hier ten minste 1 nacht wel gebruik van gemaakt (gemiddeld 12 nachten per persoon). Onder de groep personen die wel van de WO/WKR gebruik maakte waren dus ook mensen die een of meer nachten op een ander plek sliepen.
24 Andere personen op de wachtlijst komen in beeld via zorgaanbieders, reclassering, buurtteams enz.
38
Tabel 10 geeft een indicatie van waar mensen voornamelijk sliepen tijdens deze periode. Sommige cliënten sliepen op meerdere plekken, bijvoorbeeld een deel van deze periode bij vrienden en een deel buiten. Het gaat dus om een inschatting. Uit de tabel is op te maken dat, indien er niet direct mogelijkheden zijn voor opvang, een vrij groot deel van deze groep uit beeld lijkt te verdwijnen, of ze zijn al uit beeld. Tabel 10: indicatie waar personen die zijn aangemeld voor DNO sliepen gedurende eerste drie maanden winteropvang Locatie
Aantal %
Buiten, incluis voor wonen ongeschikte huisvesting zoals een schuurtje of een garagebox
4
12%
In zorg, inclusief DNO, Instroomhuis en MOBW.
7
21%
Onbekend/ uit beeld van Veldregie GGD en Veldwerk Amsterdam
13
39%
Geëmigreerd, gedetineerd of overleden
3
9%
Vrienden/sociaal netwerk, inclusief een netwerk van gebruikers.
3
9%
WO
3
9%
Eindtotaal
33
Kortom, het is al langer bekend dat niet iedereen die in aanmerking komt voor DNO daar vanwege gebrek aan capaciteit daadwerkelijk terecht kan. Nu blijkt uit een tussenevaluatie dat een aantal van hen ook geen gebruik maakt van WO/WKR. Dit leidt er toe dat mensen die in verschillende opzichten kunnen worden beschouwd als kwetsbaar, alsnog op straat verblijven en/of uit beeld raken. De redenen waarom mensen die op de wachtlijst staan van DNO geen gebruik maken van de WO/WKR en/of uit beeld raken van Veldregie zijn onbekend.
12. Overzicht schorsingen en klachten Bij ernstige overschrijding van huisregels kan een bezoeker van de winteropvang voor een kortere of langere periode geschorst worden. Hierbij gaat het veelal om fysiek en/of verbaal geweld jegens medebezoekers/medewerkers of alcohol en/of drugsgebruik. Bij de Transformatorweg waren er in totaal 7 schorsingen. 5 bezoekers waren geschorst voor de winteropvang. Deze bezoekers konden onder bepaalde voorwaarden wel gebruik maken van de WKR. Tevens waren er 2 schorsingen vanuit de WKR vanwege verbale en fysieke agressie. Bij de Nieuwe Looiersstraat waren er in totaal 3 schorsingen. Eén bezoeker is echter vanwege verward gedrag en overlast voor de buurt toch weer toegelaten tot de opvang. Deze bezoeker is ook door de Spoedeisende Psychiatrie gezien. Verder was er ook 1 klacht ingediend over de fouillering van een vrouwelijke bezoeker. Deze klacht is met de betreffende bezoeker besproken en de beveiliging is hierop aangesproken. In de inloophuizen van De Regenboog zijn er geen schorsingen bekend.
39
Op de Slotermeerlaan waren er veruit de meeste schorsingen. Gedurende de hele winterperiode (december t/m maart) waren er in totaal 79 schorsingen. De schorsingen variëren in duur. Sommige bezoekers kregen geen toegang tot de winteropvang 4 maanden en WKR onder voorwaarden. Andere bezoekers kregen toegang tot de WKR zonder extra opgelegde voorwaarden. De schorsingen waren opgelegd vanwege verbaal geweld, fysiek geweld, drankgebruik, drugsgebruik, dealen en 1 iemand was geschorst vanwege stelen. Er zijn per locatie geen duidelijke verschillen te zien in de aanleidingen van de schorsingen. Wel liggen het aantal schorsingen per locatie erg uiteen. Met name op de Slotermeerlaan waren er erg veel schorsingen. Dit had ook te maken dat de Slotermeerlaan een plein met hek heeft waar mensen tijdens verblijf in de Winteropvang gebruik van kunnen maken als zij bijvoorbeeld gaan roken. Hierdoor staan zij meer in contact met de omgeving, dan bij de andere locaties die geheel afgesloten waren.
13. Referenties Gemeente Amsterdam. (z.j.). Hulp en opvang regelen als u dakloos bent. Geraadpleegd op 23 januari 2024, van https://www.amsterdam.nl/veelgevraagd/hulp-en-opvang-regelen-als-u-dakloos-bentb5747?pk_vid=5200c8bbfc7d12af1700821807a9c3d7#
Draaiboek Winteropvang Amsterdam 2023/2024, Versie 1.0. Gemeente Amsterdam, afdeling Zorg.
40