Bijlage 4 collegereactie stadsdeeladviezen opkoopbescherming (3)
Tekst van het document
Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl
Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam
Aan de dagelijks besturen van de stadsdelen
Datum
1 februari 2022
Behandeld door Bestuurszaken.wonen@amsterdam.nl Onderwerp
Reactie college op stadsdeeladviezen inzake Wijzigingsverordening Opkoopbescherming.
Geachte leden van de dagelijks besturen van de stadsdelen, Het college heeft op 3 november 2021 advies gevraagd aan de dagelijks besturen (DB’s) van de stadsdelen over de concept Wijzigingsverordening Opkoopbescherming 2022 (hierna: Opkoopbescherming). De wijzigingsverordening is daarnaast van 3 november 2021 tot en met 15 december 2021 vrijgegeven voor inspraak. Naar aanleiding van de stadsdeeladviezen en de reacties uit de inspraak, heeft het college op 25 januari 2022 besloten het concept wijzigingsvoorstel op enkele punten aan te passen. Het aangepaste wijzigingsvoorstel wordt ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. In deze brief benoemt het college de belangrijkste aanpassingen die zijn doorgevoerd naar aanleiding van de inspraak en de stadsdeeladviezen. Vervolgens worden de stadsdeeladviezen benoemd en de reactie van het college op deze adviezen beschreven. Het college heeft in deze brief alleen de adviezen opgenomen die direct betrekking hebben op de Opkoopbescherming. Adviezen over aanverwante beleidsonderwerpen zoals leegstand, zijn buiten beschouwing gelaten.
Aanpassingen wijzigingsverordening De belangrijkste aanpassingen die naar aanleiding van de stadsdeeladviezen en de inspraak zijn doorgevoerd betreffen: uitzonderingen voor nieuwbouw, complexgewijze verkoop en het opnemen van een ontheffingsmogelijkheid voor verhuur vanwege een maatschappelijk activiteit. Met deze aanpassingen wordt specifieker aangegeven welke woningen wel en niet onder de Opkoopbescherming vallen. De belangrijkste wijzigingen die zijn doorgevoerd worden in deze brief benoemd. Nieuwbouw In de wijzigingsverordening is in het artikel dat het werkingsgebied beschrijft een aantal uitzonderingen opgenomen voor nieuwbouwwoningen. Uitgangspunt hierbij is dat het college afspraken die met ontwikkelaars zijn gemaakt voor het invoeren van de Opkoopbescherming, niet achteraf wil wijzigen. Dit betekent dat in het aangepaste voorstel (nieuwbouw) woningen zijn uitgesloten van de opkoopbescherming indien sprake is van woonruimte:
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl.
Gemeente Amsterdam
Datum 1 februari 2022 Kenmerk Pagina 2 van 8
a. waarvoor een verhuurverbod is opgenomen in de erfpachtvoorwaarden voor de onroerende zaak waar de gemeente bloot eigenaar van is; b. die na 1 april 2022 is opgeleverd door nieuwbouw of transformatie met de bestemming dan wel het gebruik huurwoonruimte in de erfpachtvoorwaarden of waar op basis van een anterieure overeenkomst met burgemeester en wethouders is overeengekomen dat verhuur van die woonruimte is toegestaan of is verplicht; c. waarvoor geldt dat voor 1 april 2022 tussen de ontwikkelaar van de woonruimte en burgemeester en wethouders aantoonbare programmatische afspraken zijn gemaakt en nog geen eerste bewoning heeft plaatsgevonden. Complexgewijze verkoop van huurwoningen Naar aanleiding van de stadsdeeladviezen en de inspraak heeft het college woningen die onderdeel uitmaken van een complexgewijze verkoop uitgezonderd van de Opkoopbescherming. Hiermee wordt voorkomen dat verhuurders gedwongen worden bestaande huurwoningen te verkopen aan eigenaar-bewoners. Complexen met huurwoningen worden regelmatig door een verhuurder verkocht aan een andere verhuurder. Als dit gebeurt terwijl in het complex huurwoningen leegstaan of niet langer dan zes maanden verhuurd zijn, zou dit betekenen dat deze huurwoningen na de verkoop onder de Opkoopbescherming vallen. Deze zouden vervolgens niet langer mogen worden verhuurd.
Een huurwoning kan bijvoorbeeld leegstaan vanwege renovatie. Het college vindt het onwenselijk dat een huurwoning in een dergelijk geval onder de Opkoopbescherming valt en de nieuwe eigenaar de woning zou moeten verkopen. Het doel van de Opkoopbescherming is bestaande koopwoningen tot de prijsgrens te behouden voor eigenaar-bewoners. Niet om woningen die in gebruik zijn als huurwoning over te hevelen naar de koopsector. Woningen die die door één eigenaar wordt verkocht in een cluster van tien of meer woonruimten in één pand en deze woonruimten gelijktijdig worden overdragen aan één opvolgende eigenaar (complexgewijze verkoop) worden op voorhand uitgesloten. Voor de situatie dat er vier tot en met negen woningen comlexgewijs verkocht worden, kan het college een ontheffing verlenen. Verhuur vanwege een maatschappelijke activiteit De laatste aanpassing die is doorgevoerd, betreft het opnemen van een ontheffingsmogelijkheid voor het college voor verhuur in het geval van een maatschappelijk gewenste activiteit. Deze aanpassing maakt het mogelijk dat in bepaalde gevallen ontheffing kan worden verleend voor de verhuur van een woning als dit in de ogen van het college gebeurt vanuit een maatschappelijk belang. Denk hierbij bijvoorbeeld aan verhuur aan statushouders en kwetsbare groepen, of het behoud van monumentale panden via aankoop en verhuur.
Adviezen DB’s en reactie college Het college wil de DB’s in de eerste plaats hartelijk danken voor de adviezen. Het college concludeert dat de DB’s over het algemeen positief zijn over het invoeren van de Opkoopbescherming en dat ze het in grote lijnen eens zijn met de manier waarop de concept Opkoopbescherming is vormgegeven. Wel wordt door de stadsdelen geadviseerd over de nadere uitwerking van de regeling en zijn vragen gesteld over de uitvoering en de mogelijkheden voor nader onderzoek naar de gevolgen van de Opkoopbescherming. Onderstaand volgt een overzicht van de stadsdeeladviezen, geordend op thema en voorzien van een reactie van het college.
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl.
Gemeente Amsterdam
Datum 1 februari 2022 Kenmerk Pagina 3 van 8
Druk op de huurmarkt Stadsdeel Zuid benoemt dat de Opkoopbescherming ervoor zorgt dat de druk op de huurmarkt verder wordt verhoogd met als gevolg hogere huurprijzen. Hierdoor zouden zeker in stadsdeel Zuid alleen zeer hoge inkomens nog een woning kunnen huren in de vrije sector, een ontwikkeling die ook nu al gaande is. Reactie college Het college wil met de Opkoopbescherming koopwoningen tot de prijsgrens van € 512.000 behouden voor kopers die zelf in de woning willen gaan wonen. Om dit te bereiken wordt het verboden deze woningen te kopen en vervolgens te verhuren. Het college erkent dat als gevolg van de Opkoopbescherming minder woningen vanuit de koopvoorraad aan de huurvoorraad kunnen worden toegevoegd. Door nieuwbouw worden echter ook woningen toegevoegd aan de voorraad vrije sector huurwoningen. Uit het tweejaarlijks onderzoek Wonen in Amsterdam (WIA) blijkt bovendien dat het aandeel huurwoningen in de woningvoorraad sneller toeneemt dan het aandeel koopwoningen. Dit maakt het volgens het college gewenst een deel van de koopvoorraad te reserveren voor eigenaarbewoners door te voorkomen dat deze kunnen worden opgekocht om te verhuren. In de periodieke rapportages over de woningmarkt door de gemeente zal naar de effecten op huurprijzen worden gekeken, en zal de vinger aan de pols gehouden worden.
Nieuwbouw Stadsdeel West adviseert het college ook nieuwbouwwoningen onder de Opkoopregeling te laten vallen.
-
Reactie college Het college heeft in de definitieve wijzigingsverordening het werkingsgebied van de Opkoopregeling nader uitgewerkt. Het college wil niet treden in afspraken die met ontwikkelaars zijn gemaakt voordat de Opkoopbescherming is ingevoerd. Bovendien geldt op dit moment al een verhuurverbod voor nieuwbouwkoopwoningen op erfpachtgrond. Voor nieuwbouwwoningen is daarom een aantal uitzonderingen opgenomen ten aanzien van het werkingsgebied van de regeling. Uitgezonderd zijn de nieuwbouwwoningen, zoals genoemd in deze brief bij ‘aanpassing wijzigingsverordening’. Bij de overige nieuwbouwwoningen geldt de opkoopbescherming wel. . WOZ-waarde Meerdere stadsdelen (Centrum, Nieuw-West, Oost, Zuid) gaan in op de prijsgrens die het college heeft voorgesteld om te bepalen welke koopwoningen onder de regeling vallen. De stadsdelen vragen of, en zo ja op welke manier, de prijsgrens wordt aangepast aan de marktontwikkelingen. Er wordt bijvoorbeeld een jaarlijkse indexering voorgesteld. Stadsdeel Oost vraagt of het mogelijk is de prijsgrens te differentiëren per buurt. De prijsgrens die het college voorstelt zorgt ervoor dat op stedelijk niveau 60% van de koopwoningen onder de regeling valt. Stadsdeel Oost stelt dat met een gedifferentieerde prijsgrens ook in buurten met een gemiddeld hogere WOZ-waarde 60% beschermd kan worden.
Reactie college Het college vindt het belangrijk dat de prijsgrens die wordt gehanteerd zoveel mogelijk gelijkloopt met de ontwikkelingen op de woningmarkt. De gehanteerde WOZ-norm moet opgenomen worden in de Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl.
Gemeente Amsterdam
Datum 1 februari 2022 Kenmerk Pagina 4 van 8
Huisvestingsverordening Amsterdam. Naast het wettelijk voorschrift bevordert dit ook de inzichtelijkheid en kenbaarheid van deze voor de opkoopbescherming belangrijke grens. Een index met een verwijzing naar een verordening uit eerdere jaren biedt die kenbaarheid onvoldoende. Het is de intentie van het college om de raad periodiek een voorstel voor te leggen voor een aanpassing van het WOZbedrag, zodat de beoogde werking van de opkoopbescherming gediend blijft. Het onderzoek van OIS laat zien dat in alle stadsdelen beleggers woonruimten opkopen. Centrum is een uitschieter, maar dat geldt ook voor Zuidoost. Ook Noord en Nieuw-West laten percentages zien die vergelijkbaar zijn met Zuid. Door de verschillen in huizenprijzen in de stad zal de regeling per gebied anders uitpakken en ontstaat er als het ware een wijkgerichte aanpak. Aan de ene kant worden wijken waar beleggers het meest actief zijn beschermd. Aan de andere kant worden ook de goedkope en middeldure koopwoningen waar relatief minder beleggers actief zijn, behouden voor eigenaarbewoners. Het voorstel van stadsdeel Oost de prijsgrens te differentiëren per buurt, is in het kader van de rechtszekerheid ongewenst. Ook vanuit het gelijkheidsbeginsel is het juridisch lastig te onderbouwen om binnen de gemeente woningen anders te behandelen.
Het zou er namelijk op neer komen dat woningen met dezelfde WOZ-waarde in het ene stadsdeel verkocht mogen worden aan beleggers om te verhuren, en in het andere stadsdeel niet. Het college ziet geen mogelijkheid een dergelijk onderscheid voldoende te kunnen onderbouwen, wat een dergelijke regeling juridisch kwetsbaar maakt. Met een eenduidige, stedelijke prijsgrens wordt een gelijk speelveld gecreëerd. Het college vindt het bovendien onwenselijk per gebied te differentiëren, omdat het de voorkeur geeft aan beleid dat zo eenduidig en eenvoudig mogelijk is. Verschillende WOZ-waarden per stadsdeel maakt de regeling juist complexer. Wijzigen voorwaarden verhuurvergunning De stadsdelen West en Zuidoost vragen het college naar de mogelijkheden de voorwaarden voor verhuur aan te passen. De wet bepaalt dat een vergunning verleend moet worden voor verhuur aan eerste- of tweedegraadsfamilie, de woning deel uitmaakt van een winkel, bedrijfs- of kantoorruimte, of als een eigenaar 12 maanden in een woning heeft gewoond en de woning voor maximaal 12 maanden wil verhuren. Dit laatste maakt het voor een eigenaar bijvoorbeeld mogelijk te verhuren bij tijdelijk verblijf in het buitenland. Op grond van de laatste situatie vreest stadsdeel West structurele verhuur, doordat telkens opnieuw voor het maximum van 12 maanden wordt verhuurd.
Het stadsdeel adviseert daarom een maximum van bijvoorbeeld 18 maanden te verbinden aan deze vergunning.
-
Stadsdeel Zuidoost adviseert het college aan de vergunning voor tijdelijke verhuur van maximaal 12 maanden toe te voegen dat verhuur alleen is toegestaan als de woning maximaal als één woning wordt verhuurd en de huurders ingeschreven staan op het adres. Daarnaast vraagt Zuidoost of bij verhuur aan eerste- en tweedegraads familie het mogelijk gemaakt kan worden, dat in plaats van huur, een constructie toegestaan wordt waarbij de huurder op termijn eigenaar wordt van (een deel van) de woning. Tot slot adviseert Zuidoost als extra voorwaarde voor een verhuurvergunning op te nemen dat, indien sprake is van een woning in een VvE, het volgens de reglementen van de VvE toegestaan moet zijn de woonruimte te verhuren; de contactgegevens van de verhuurder worden doorgegeven aan de gemeente.
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl.
Gemeente Amsterdam
Datum 1 februari 2022 Kenmerk Pagina 5 van 8
Reactie college De voorwaarden voor een vergunning waar beide stadsdelen op reageren zijn rechtstreekse vergunningsvoorwaarden uit de Huisvestingswet. Gemeenten kunnen die niet wijzigen. In de Huisvestingswet worden drie vormen van gebruik beschreven (art 41, lid 3, onder a, b en c) waarvoor in ieder geval een vergunning voor verhuur moet worden verleend. Wel is het zo dat de regels voor woninggebruik vanuit de Huisvestingsverordening van toepassing blijven. Indien in de periode dat de verhuurvergunning vanwege de opkoopbescherming geldig is de woning voor kamerverhuur wordt gebruikt, is daar een kamerverhuurvergunning voor nodig. Hetzelfde geldt voor de wet Basisregistratie Personen, wat betekent dat een persoon die de woning in gebruik heeft voor bewoning zich op het adres dient in te schrijven in de Basisregistratie Personen. In reactie op het verzoek van stadsdeel West, om de termijn van verhuur te maximeren op 18 maanden, stelt het college het volgende. De wet bepaalt dat een verhuurvergunning kan worden verleend voor een periode van maximaal 12 maanden, mits een eigenaar tenminste 12 maanden in de woning heeft gewoond. Op basis hiervan gaat het college ervan uit dat het verlenen van een nieuwe verhuurvergunning alleen mogelijk is nadat de eigenaar opnieuw 12 maanden in de woning heeft gewoond.
Meerdere vergunningen achter elkaar verlenen voor een periode van maximaal 12 maanden, zonder dat de eigenaar weer in de woning heeft gewoond, is volgens het college dan ook niet mogelijk. Het wil er daarnaast op wijzen dat VvE-toestemming juridisch niet als eis kan worden gesteld bij de vergunning die op grond van de Huisvestingsverordening wordt verleend. Wijzigen werkingsgebied De stadsdelen Centrum en Noord adviseren een aantal situaties niet onder het werkingsgebied te laten vallen. Beide stadsdelen geven aan dat woningen die vanwege een maatschappelijk doel worden aangekocht en vervolgens verhuurd, niet onder de Opkoopregeling zouden moeten vallen. Deze aankopen en verhuringen dienen immers een maatschappelijk doel, zoals het behoud van monumenten, het beschermen van de leefbaarheid in complexen of straten, of het weer in gebruik nemen van leegstaande woningen boven winkels. Reactie college Het college is het met de stadsdelen Centrum en Noord eens, dat het invoeren van de Opkoopbescherming niet ten koste zou moeten gaan van initiatieven die een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de stad. Het college heeft naar aanleiding van de inspraak en het advies van de stadsdelen, de wijzigingsverordening op dit onderdeel aangepast.
Er is opgenomen dat het college een ontheffing kan verlenen indien de aankoop en daaropvolgende verhuur van een woning naar oordeel van het college een maatschappelijk gewenst doel dient. Handhaving In de adviezen van de stadsdelen is veel aandacht voor de handhaving. Meerdere stadsdelen vragen hoe de handhaving wordt ingericht, bij wie de handhaving wordt belegd en hoeveel middelen voor de handhaving zijn gereserveerd. Daarnaast wordt gewezen op het belang van handhaving voor de effectiviteit van de Opkoopbescherming. Enkele stadsdelen wijzen op het belang van goed functionerende informatiesystemen, zodat de handhaving niet alleen afhankelijk is van meldingen. Ook wordt geadviseerd een overzicht bij te houden van misstanden en overtredingen, zodat dit gebruikt kan worden om sancties en/of het proces aan te passen. Stadsdeel Nieuw-West adviseert te monitoren hoeveel capaciteit wordt ingezet voor procedures rond handhavingsbesluiten Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl.
Gemeente Amsterdam
Datum 1 februari 2022 Kenmerk Pagina 6 van 8
en vergunningenbesluiten. Tot slot maakt een aantal stadsdelen een opmerking over de boete die kan worden opgelegd bij het overtreden van de Opkoopbescherming. Zij vragen of het mogelijk is de boete te verhogen, meerdere boetes op te leggen bij het voortzetten van de overtreding, of een hogere boete op te leggen bij recidive. Reactie college. Het college is het eens met de stadsdelen dat een goed georganiseerde handhaving en voldoende capaciteit essentieel is voor de effectiviteit van de Opkoopbescherming. De gemeente zal dan ook optimaal gebruik gemaakt maken van de bestaande kennis en ervaring. Inmiddels is bij de handhaving op de Huisvestingsverordening veel ervaring opgedaan. Een van de manieren om de gewenste efficientie te bereiken is de inzet van digitaal onderzoek. Door de gegevens van een aantal digitale systemen te gebruiken, zal de handhaving niet alleen afhankelijk zijn van meldingen, zoals ook door stadsdeel Zuidoost wordt geadviseerd. De handhaving wordt uitgevoerd vanuit het bestaande handhavingsbudget voor woonfraude. Dit betekent dat er minder capaciteit is voor het handhaven van andere woonfraude onderwerpen zoals kamerverhuur, woningvormen, toeristische verhuur en leegstand. De handhaving van de opkoopbescherming start als de regels in werking treden.
Het aantal woningen dat onder de regeling valt zal in eerste instantie beperkt zijn en gedurende het jaar geleidelijk toenemen. Woningen vallen immers pas na verkoop onder de regeling. De handhavingsinzet wordt hierop afgestemd en zal in 2022 worden uitgebreid. Ook voor de periode na 2022 geldt dat de handhaving van de Opkoopbescherming vanuit de bestaande handhavingscapaciteit wordt gefinancierd. Het college zal moeten bezien hoe de middelen voor handhaving binnen de bezuinigingsopgave voor het actieplan wonen en bouwen het beste verdeeld kan worden. De boete die kan worden opgelegd bij overtreding is vastgelegd in de Huisvestingswet. Dit is een boete van de vierde categorie (art. 23, vierde lid, Wetboek van Strafrecht) bij een eerste overtreding en een boete van de vijfde categorie (art 23, vierde lid, Wetboek van Strafrecht) bij eenzelfde overtreding binnen een periode van vier jaar. In de concept wijzigingsverordening stelt het college voor de maximale boetes op te leggen bij een overtreding. Dit betekent een boete van € 21.750 bij een eerste overtreding en een boete van tweemaal dit bedrag bij recidive. Het college kan naast een bestuurlijke boete, die is bedoeld om een overtreding te bestraffen, ook een last onder dwangsom opleggen. Deze sanctie is gericht op het herstellen van de overtreding.
In de last onder dwangsom wordt bepaald dat de overtreder een dwangsom betaald als de overtreding niet is opgeheven na de gestelde periode. Vergunningverlening Stadsdeel Oost vraagt waar in de gemeente de vergunningverlening wordt belegd. Stadsdeel Nieuw-West adviseert om, net als bij de handhaving, te monitoren hoeveel capaciteit er wordt ingezet voor bezwaar- en beroepsprocedures met betrekking tot de vergunningverlening. Reactie college Onder de Opkoopbescherming is het in een aantal situaties mogelijk een woning die onder het werkingsgebied valt toch te verhuren. Dit kan zijn op basis van een vergunning, of op basis van een ontheffing. Beide worden namens het college uitgevoerd door de directie Wonen. Het advies van stadsdeel Nieuw-West over het monitoren van de capaciteit die nodig is voor de bezwaar- en beroepsEen routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl.
Gemeente Amsterdam
Datum 1 februari 2022 Kenmerk Pagina 7 van 8
procedures rond de vergunningverlening, neemt het college ter harte. Het college vindt het van groot belang dat inzichtelijk wordt in welke mate de Opkoopbescherming beslag legt op uitvoerende afdelingen binnen de organisatie en andere werkzaamheden in het gedrang komen. Ontheffing Het DB van stadsdeel Zuidoost adviseert de uitzonderingsmogelijkheden voor verhuur te beperken, dit ten behoeve van de handhaving. Daarbij geeft het stadsdeel aan dat het college alleen een ontheffing zou moeten verlenen voor de situaties die bij wet zijn toegestaan. Het stadsdeel is bovendien van mening dat het subjectief is als in de verordening niet specifiek wordt omschreven waarvoor ontheffing wordt verleend, maar dit wordt overgelaten aan het oordeel van het college. Reactie college Het college is het met stadsdeel Zuidoost eens dat het beleid zo duidelijk mogelijk moet zijn. Dit komt alle belanghebbenden ten goede, inclusief de eigen organisatieonderdelen die verantwoordelijk zijn voor de handhaving, de vergunningverlening en het afhandelen van de bezwaar- en beroepsprocedures. Het college vindt het echter ook belangrijk, dat bij het invoeren van een nieuw instrument als de Opkoopbescherming rekening wordt gehouden met de complexiteit van de woningmarkt. Het is niet altijd redelijk dat woningen onder de Opkoopbescherming vallen.
Ook kunnen andere belangen zwaarder wegen dan het belang dat gediend wordt met de Opkoopbescherming. Het college heeft in de wijzigingsverordening daarom voorgesteld bijvoorbeeld nieuwbouwwoningen deels uit te zonderen van de Opkoopbescherming. Ook is voor het college de mogelijkheid opgenomen ontheffing te verlenen als de toepassing van de Opkoopbescherming naar oordeel van het college onwenselijk is. Het ontheffingsartikel maakt het mogelijk in te spelen op situaties die vooraf niet waren voorzien. Tot slot adviseert het stadsdeel alleen ontheffing te verlenen voor de drie vormen van verhuur die bij wet zijn toegestaan. De ontheffing is in deze drie gevallen echter niet van toepassing. Bij wet is bepaald dat voor deze vormen van verhuur een vergunning moet worden verleend. Evaluatie en nader onderzoek Stadsdeel Noord adviseert het college evaluatiemomenten te benoemen op basis waarvan bijgestuurd kan worden. Ook vragen de stadsdelen het college op verschillende onderdelen nader onderzoek te doen, of bepaalde ontwikkelingen te monitoren. Stadsdeel Oost ziet graag dat het aanbod aan koopwoningen tot € 512.000 en de verhuur van koopwoningen boven de € 512.000 worden gemonitord. Stadsdeel Nieuw-West sluit hierbij aan, zij vragen het college de prijsontwikkeling van woningen rond de prijsgrens van € 512.000 te monitoren.
Naast het opstellen van een jaarlijkse monitor adviseert Nieuw-West ook in de eerste maanden na invoering te rapporteren over de prijsontwikkelingen van woningen rond de grens van € 512.000. Stadsdeel Oost vraagt daarnaast of het mogelijk is de cijfers die betrekking hebben op de koop van woningen van eigenaar-bewoners door verhuurders, ook te leveren voor de jaren voorafgaand aan 2020. Nieuw-West vraagt duidelijkheid over de relatie tussen kamerverhuur en de Opkoopbescherming. Stadsdeel Zuid adviseert het college te onderzoeken of de Opkoopbescherming leidt tot een waterbedeffect voor kamerverhuur. In hun reactie wijst Zuid erop dat in Zuid relatief veel koopwoningen zich boven de prijsgrens bevinden. Dit zou er volgens Zuid toe kunnen leiden, dat beleggers meer woningen aankopen in Zuid om deze kamergewijs te verhuren omdat dit in andere stadsdelen moeilijker wordt.
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl.
Gemeente Amsterdam
Datum 1 februari 2022 Kenmerk Pagina 8 van 8
Reactie college Het college vindt het net als de stadsdelen belangrijk dat goed wordt gemonitord wat het effect is van de Opkoopbescherming. Het college bedankt de stadsdelen tevens voor de interessante suggesties die zijn gedaan voor het doen van nader onderzoek. Het college heeft zich in eerste instantie gericht op het zo snel mogelijk opstellen en invoeren van de Opkoopbescherming. Zodra de regeling zowel beleidsmatig als uitvoeringstechnisch staat, zal het college zich buigen over de wijze waarop de regeling het beste geëvalueerd en gemonitord kan worden. Om te beginnen zal in ieder geval via periodieke rapportages over de woningmarkt door de gemeente naar de effecten van de opkoopbescherming op de koopwoningvoorraad en stijging van de huurprijzen worden gekeken, Ten aanzien van de relatie tussen de Opkoopbescherming en kamerverhuur merkt het college op, dat in het beleid voor kamerverhuur quota zijn opgenomen die voorkomen dat kamerverhuur indelen van de stad onbeperkt kan toenemen. De zorgen over een ongeremd waterbedeffect deelt het college daarom niet. Procedure en planning Het college heeft op basis van de stadsdeeladviezen en de inspraakreacties een definitief Wijzigingsvoorstel Opkoopbescherming 2022 opgesteld. Het wijzigingsvoorstel zal inclusief de bijbehorende stukken op 16 februari 2022 ter vaststelling worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Het streven van het college is de Opkoopbescherming in werking te laten treden per 1 april 2022. Dit maakt dat na het vaststellen door de gemeenteraad er voldoende tijd is belanghebbenden te informeren over de nieuwe regeling en de voorbereidingen voor de uitvoering (vergunningverlening en handhaving) af te ronden. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Jakob Wedemeijer Wethouder Wonen
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl.