Bijlage 4 begrippenlijst onderwijs en jeugdhulp in Amsterdam.pdf
Tekst van het document
Bijlage 4: Begrippenlijst onderwijs en jeugdhulp in Amsterdam Gebiedsgericht samenwerken Om Amsterdamse gezinnen, jeugdigen in hun dagelijks leven te versterken, organiseren we de samenwerking binnen de jeugdhulp gebiedsgericht (GGSW). De bedoeling van gebiedsgericht samenwerken is dat je in de gebieden met elkaar, ieder vanuit de eigen kerntaak en vanuit een gezamenlijk verantwoordelijkheidsgevoel, de gezinnen en jeugdigen versterkt in het gewone leven. Bij het bieden van aanvullende jeugdhulp wordt in het belang van het kind de context (het systeem) versterkt. Dat gaat om de ouders, dat gaat om hun netwerk, om opvang en onderwijs, en om alle andere partners en plekken waar kinderen leven en spelen. Gebiedsknooppunt Een gebiedsknooppunt is een samenwerkingsplek in de wijk waar onderwijs, zorg, jeugd, welzijn en soms ook veiligheid elkaar regelmatig treffen. Vanuit dit knooppunt worden signalen gedeeld, casuïstiek opgepakt en wordt afgestemd wie wat doet voor kinderen, jongeren en gezinnen in het gebied. Het functioneert als een soort schakel- en overlegstructuur waarmee partners sneller kunnen handelen en beter zicht houden op wat er in de wijk speelt. Inclusief onderwijs en diversiteit Inclusief onderwijs kent twee perspectieven, met twee verschillende betekenissen.
De kern van inclusief onderwijs vanuit de jeugdvisie is de gedachte dat elke leerling moet kunnen deelnemen aan het reguliere onderwijs, met de juiste ondersteuning dichtbij, of thuisnabij. Vanuit de diversiteitsgedachte krijgt inclusief onderwijs een andere lading. Hier gaat het niet primair om ondersteuningsbehoeften, maar om gelijkwaardigheid, representatie en sociale veiligheid. Inclusie betekent dat kinderen met uiteenlopende culturele achtergronden, talen, identiteiten en ervaringen zich gezien en welkom voelen op school. Het gaat om een schoolcultuur waarin diversiteit wordt erkend en gewaardeerd, en waar discriminatie, uitsluiting en stereotypering actief worden tegengegaan. Scholen richten zich op het pedagogisch klimaat, het lesmateriaal en het beleid rondom gelijke kansen, zodat elk kind volwaardig kan deelnemen. Hoewel deze twee perspectieven uit verschillende beleidsdomeinen voortkomen, streven ze beide naar scholen waar alle kinderen kunnen meedoen en zich optimaal kunnen ontwikkelen. Het ene perspectief richt zich vooral op ondersteuning en zorg, het andere op schoolcultuur en gelijke kansen, maar samen vormen ze een bredere beweging richting een echt inclusief onderwijssysteem.
Inclusief onderwijs initiatief samenwerkingsverband PO Een aanpak binnen het primair onderwijs waarbij scholen, samen met het samenwerkingsverband, werken aan toegankelijk en samenhangend onderwijs voor alle leerlingen, ongeacht ondersteuningsbehoeften. Het uitgangspunt is dat verschillen tussen leerlingen normaal zijn en dat ondersteuning zoveel mogelijk in de reguliere setting wordt georganiseerd. Inclusief onderwijs vs. passend onderwijs Passend Onderwijs richt zich op het organiseren van ondersteuning op maat zodat iedere leerling een passende plek krijgt, ook als dat buiten het regulier onderwijs is. Inclusief onderwijs gaat verder en richt zich op het zo veel mogelijk samenbrengen van kinderen in reguliere scholen, door ondersteuning op school te organiseren en scholen aan te passen aan de behoeften van leerlingen.
Kinderdagcentrum (KDC) Het kinderdagcentrum (KDC) biedt hulp aan kinderen die veel begeleiding en zorg nodig hebben vanwege een ontwikkelingsachterstand of verstandelijke beperking. Een kinderdagcentrum (KDC) is opvang voor kinderen van 2 tot 18 jaar met een (ernstige) verstandelijke of meervoudige beperking. Soms ook al voor nog jongere kinderen. Kinderopvangzorggroepen Een groep binnen de kinderopvang (2–4 jaar) waar kinderen met extra ondersteuningsbehoeften/ontwikkelachterstanden spelenderwijs begeleiding krijgen. De nadruk ligt op vroege signalering, ontwikkeling en het voorkomen van problemen voordat het kind naar een vervolgplek gaat. Ieder kind werkt aan eigen doelen waarbij we in kaart brengen wat een kind nodig heeft om te ontwikkelen. Professionals uit de voorschool werken hierbij samen professionals van de aanvullende jeugdhulp. Het Ouder- en kindteam is nauw betrokken. Ook is er aandacht voor ouder- en thuisbetrokkenheid door het organiseren van Ouderkinddagdelen. Hierbij staat ontmoeting met andere ouders centraal, en worden thema ochtenden vanuit bijvoorbeeld het Ouder- en kindteam georganiseerd. We zoeken hierin de samenwerking met de sociale basis. Voorbeelden in de stad: op dit moment zijn er 6 kinderopvangzorggroepen in de stad in NieuwWest, Noord, Oost en Zuidoost.
In 2026 zullen we verder uitbreiden om de kinderen die in andere bijzondere groepen in de kinderopvang of thuis zitten, een plek te bieden. De kinderopvang ontvangt een boekjaarsubsidie voor deze groep vanuit de directie Onderwijs. De inzet van de jeugdhulpprofessionals wordt bekostigd vanuit jeugdhulpmiddelen (lumpsum). Onderwijszorggroepen (OZG) Een groep binnen het primair onderwijs voor kinderen van 4-6 jaar waar leerlingen onderwijs krijgen met aanvullende ondersteuning vanuit zorg. Het gaat hierbij om kinderen met ontwikkelachterstanden en/of stoornissen die nu op wachtlijsten staan bij specialistische kinderdagcentra (KDC's) en/of het speciaal onderwijs. Op deze groepen staan professionals uit het speciaal onderwijs en professionals van de aanvullende jeugdhulp. De financiering organiseren we ook gezamenlijk: deels vanuit directie Onderwijs en leerling- en passend onderwijs bekostiging van scholen, en deels vanuit jeugdhulpmiddelen. We zijn nu bezig met het opstarten van deze groepen. Het streven is dat er eind ’25 zo’n 8 à 12 OZG zijn gestart. In 2026 zullen we verder uitbreiden om alle kinderen van de wachtlijst en nieuwe instroom een plek te bieden. De vraag is het grootst voor OZG (4-6-jarigen) in Nieuw West, Zuidoost en Noord, maar ook in Oost, West, Weesp, Zuid en Centrum staan er kinderen op de wachtlijst.
Samenwerking met Garage 2020 Social designbureau Garage2020 begeleidt sinds 2023 een traject met basisscholen in Amsterdam en Diemen waarmee wordt versneld op de ontwikkeling van inclusief onderwijs. Garage2020 organiseert samen met schoolteams co-creatiesessies om knelpunten zoals werkdruk, beperkte zorgexpertise en samenwerking met wijkpartners in kaart te brengen. Vanuit die sessies testen scholen nieuwe ideeën, zoals het tijdelijk opschorten van administratieve lasten, buddyleerkrachten of het betrekken van speciaal-onderwijsexperts structureel op de reguliere school. Eén van de grote ontdekkingen tijdens dit traject is het feit dat samenwerking met wijkpartners om voorzieningen voor zorg en ondersteuning te verbinden aan scholen binnen de buurt het
meeste oplevert op het gebied van inclusief onderwijs. Zo wordt er gezamenlijk gewerkt aan oplossingen voor de grootste uitdagingen in de wijk. Op dit moment zijn er 23 scholen die samenwerken met Garage 2020, en die op allerlei verschillende manieren inclusief onderwijs vormgeven. In Watergraafsmeer, Osdorp en Bos en Lommer zijn inmiddels wijkgerichte initiatieven voor inclusief onderwijs gestart. Startklassen Voorzieningen binnen of verbonden aan basisscholen waar leerlingen met onderwijsachterstanden tijdelijk intensieve begeleiding krijgen op het gebied van taal, sociaal-emotionele ontwikkeling en executieve functies. Het doel is om leerlingen sneller te laten aansluiten bij het reguliere onderwijsprogramma. Op dit moment zijn er 17 startklassen in Nieuw West, West, Zuidoost, Oost en Noord. Trajectvoorzieningen Tijdelijke voorzieningen waar leerlingen extra ondersteuning krijgen wanneer zij (tijdelijk) niet mee kunnen komen in de reguliere groep. De ondersteuning kan gaan over gedrag, sociaalemotionele ontwikkeling, schoolvaardigheden of stabilisatie van de thuissituatie. Het doel is terugplaatsing naar regulier onderwijs of een passend alternatief. Op dit moment hebben 52 middelbare scholen in Amsterdam een trajectvoorziening.
Thuiszittende kinderen Het aantal leerplichtige jeugdigen (5 tot 18) jaar wat gedurende een schooljaar minimaal 4 weken niet naar school ging om welke reden dan ook. Hierbij gaat het om jeugdigen met en zonder schoolinschrijving. Vrijgestelde kinderen Vrijstelling onder artikel 5 a van de Leerplichtwet: de jeugdige is om lichamelijke of psychische redenen niet in staat om naar school te gaan en ontvangt hiervoor vrijstelling van de Leerplichtwet.