Bijlage 3b. VrAA Verdieping Regionaal Risicoprofiel AA 2020 versie 1.0
Tekst van het document
Het lek is gedicht, en de brandweer is geslaagd om de plas in te dammen en af te dekken. Hierdoor is niet langer sprake van uitdamp van de giftige stof. Een bergingsbedrijf gaat vervolgens aan de slag met het leegpompen van de tank. Daarna wordt de tankwagen van de weg getakeld. Tegen het eind van de middag is de weg weer vrij voor verkeer. Het incident veroorzaakt maatschappelijke onrust. Buurtbewoners voelen zich onveilig langs de A9, waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaats vindt. In de lokale en regionale media is ook veel aandacht voor het incident.
91
Verdieping regionaal risicoprofiel
Kwetsbare groepen en slachtofferbeeld Doordat het scenario niet escaleert blijft de overlast door het vrijkomen van acrylnitril beperkt tot irritatie aan ogen en luchtwegen, waaronder enkele hulpverleners die zich zonder adembescherming in de buurt van de tankwagen begeven.
Kaart: locatie ongeval met effectgebied (100 meter) en effectgebied bij escalatie (800 meter)
https://www.scenarioboekev.nl/tankwagen-acrylnitril-giftige-wolk/
92
Verdieping regionaal risicoprofiel
Incident giftige stoffen, vervoer weg Impact criterium
Gemiddeld Impact criterium Score
Vertaling
Aantasting van de integriteit van het grondgebied
0,01
Niet van toepassing
Doden
0,051
Aanzienlijk
Ernstig gewonden en chronisch zieken
0,068
Aanzienlijk
Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
0,004
Niet van toepassing
Kosten
0,07
Aanzienlijk
Langdurige aantasting van milieu en natuur
0,006
Niet van toepassing
Verstoring van het dagelijks leven
0,01
Niet van toepassing
Aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur
0,01
Niet van toepassing
Sociaal psychologische impact
0,014
Beperkt
Aantasting cultureel erfgoed
0,007
Niet van toepassing
Waarschijnlijkheid
-
Onwaarschijnlijk
De kans op een incident op het spoor waarbij een giftige stof vrij komt wordt door de experts gescoord als onwaarschijnlijk. De kans is afhankelijk van de vorm van het vervoer (gasvormig, vloeibaar, onder druk, etc.) Berekeningen uit het scenarioboek (www/scenarioboekev.nl; kaarten weg-giftig) geven de mogelijkheid om een waarde voor de waarschijnlijkheid uit te rekenen. Deze waarde komt overeen met onwaarschijnlijk. Als het incident zich voor doet zoals beschreven heeft het een beperkte sociaal psychologische impact. Ook de gewonden en de kosten lopen op. Gemiddeld scoort dit incident tussen beperkt en aanzienlijk op de impact.
93
Verdieping regionaal risicoprofiel
Scenario 19, incident giftige stoffen, stationaire inrichting Afbakening meest geloofwaardige scenario Omvang Vrijkomen van een giftige wolk Locatie Industrieel complex in het Westelijk Havengebied Periode van het jaar/ dag Voorjaar Referentie worst case Als gevolg van het vrijkomen van een giftige stof in de stad Bhopal (India) in 1984 komen 2.000 mensen om het leven. Later zullen als gevolg van de ramp nog eens 6.000 mensen overlijden. Naast de hoge slachtoffer aantallen zijn er grote economische en milieuschades. Referentie dagelijkse zorg Kleine brand in opslagloods waarbij giftige verbrandingsproducten vrijkomen Context In Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland bevinden zich verschillende bedrijven waarbij na een ongeval een wolk van een giftige stof vrij kan komen. Een giftige wolk kan ontstaan doordat giftige stoffen die worden opgeslagen of gebruikt door een ongeluk vrijkomen of doordat bij een brand giftige stoffen ontstaan. Het merendeel van deze bedrijven bevindt zich in het Westelijk Havengebied. Albemarle en Sonneborn zijn voorbeelden van bedrijven waar grote hoeveelheden giftige stoffen worden opgeslagen en verwerkt. Een brand in een pakket lithiumbatterijen kan ook een giftige wolk veroorzaken en dit soort energieopslagsystemen worden steeds vaker toegepast.
Het vrijkomen van een giftige wolk kan tot op kilometers afstand van de bron slachtoffers maken, bij mensen die in contact komen met de giftige stof. Met name personen die zich buitenshuis bevinden kunnen slachtoffer worden. Gebouwen kunnen enige tijd bescherming bieden, de mate waarin is afhankelijk van de luchtdichtheid van het gebouw. De verspreiding van de giftige wolk is sterk afhankelijk van de weersomstandigheden. Het effect op slachtoffers is afhankelijk van de eigenschappen van de stof. Indien sprake is van het vrijkomen van een toxische wolk is al snel sprake van een interregionaal incident. Mogelijke oorzaken/ triggers Brand (in combinatie met defecte blusinstallatie) Menselijk falen Technisch falen Moedwillig handelen (terreur) Incidentverloop Bij een bedrijf in het havengebied op ongeveer 1 kilometer afstand van een woongebied ontsnapt na een ongeval een grote hoeveelheid zwaveltrioxide uit een tankwagen, opslag of een installatie. De zwaveltrioxide verspreidt zich en vormt een giftige wolk. De kans op een dergelijk scenario is recent verkleind doordat de productie-installatie is aangepast waardoor nagenoeg geen transport van vloeibare zwaveltrioxide meer nodig is. Het is vochtig neutraal weer met een gemiddelde windsnelheid richting het zuiden. De wolk verspreidt zich hierdoor snel met de wind mee en richting een woongebied.
Het effectgebied is strek afhankelijk van de (weers)omstandigheden maar kan onder bepaalde omstandigheden het woongebied bereiken. Zwaveltrioxide is een kleurloze, bijtende vloeistof met een enigszins naar amandel ruikende doch prikkelende geur. Zwaveltrioxide-damp reageert met water uit de lucht en er ontstaat zwavelzuur. Zowel zwaveltrioxide als zwavelzuur hebben een bijtende werking op de ogen, huid en luchtwegen. Inademing van lage concentraties veroorzaakt blijvende longschade. Deze verschijnselen treden vaak pas na enkele uren tot dagen op. De bedrijfsbrandweer zal snel optreden en de lokale brandweer waarschuwen. Gezien de ernst van de situatie besluit de brandweer het waarschuwings- en alarmeringssysteem te activeren. De hulpdiensten communiceren dat mensen naar binnen moeten gaan, en deuren en ramen moeten sluiten. De mensen zitten de komende uren veilig binnen, en worden door de rampenzender op de hoogte gehouden. Nadat de brandweer metingen heeft verricht in het effectgebied, kan worden vastgesteld of het gevaar geweken is. In het rampbestrijdingsplan is opgenomen dat de levensbedreigende waarde (LBW) ruim 2 km kan zijn en de
94
Verdieping regionaal risicoprofiel
alarmeringsgrenswaarde (AGW) ruim 3 km. Het incident trekt grote media-aandacht en zorgt voor maatschappelijke onrust. Bewoners van woonwijken in de omgeving voelen zich onveilig. Kwetsbare groepen en slachtofferbeeld Doordat de wolk zich snel verspreid worden personen buitenshuis blootgesteld aan de bijtende damp. Zij lopen letsel op en moeten worden behandeld. De wolk kan het woongebied dat op 1 km afstand ligt bereiken. De longschade die door de bijtende werking ontstaat is meestal blijvend. Na blootstelling aan lage concentraties kunnen pas na uren of dagen klachten ontstaan, waardoor ook na enkele dagen slachtoffers nog om medische hulp gaan vragen.
Kaart: plattegrond rondom de locatie van het incident Incident giftige stoffen, stationaire inrichting Impact criterium
Gemiddeld Impact criterium Score
Vertaling
Aantasting van de integriteit van het grondgebied
0,023
Beperkt
Doden
0,06
Aanzienlijk
Ernstig gewonden en chronisch zieken
0,159
Ernstig
Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
0,019
Beperkt
Kosten
0,076
Aanzienlijk
Langdurige aantasting van milieu en natuur
0,021
Beperkt
Verstoring van het dagelijks leven
0,021
Beperkt
Aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur
0,028
Beperkt
Sociaal psychologische impact
0,116
Ernstig
Aantasting cultureel erfgoed
0,002
Niet van toepassing
Waarschijnlijkheid
-
Zeer onwaarschijnlijk
Het incident met giftige stoffen in een stationaire inrichting wordt binnen de Veiligheidsregio AmsterdamAmstelland als zeer onwaarschijnlijk gescoord door de experts. Mede door de minimale aanwezigheid van deze inrichtingen. Verder worden incident voorkomen onder andere door de aanwezigheid van preventieve voorzieningen. Als het incident zoals door de expert gescoord is zich echter voor doet, is de impact op gewonden, kosten en sociaal psychologisch hoog. Gemiddeld scoort het incident ernstig qua impact.
95
Verdieping regionaal risicoprofiel
Scenario 20, broei/ brand in bulkopslag Afbakening meest geloofwaardige scenario Omvang Langdurige broei, in twee dagen, in bulkopslag. Grote rookontwikkeling Locatie Opslaglocatie cacao Westelijk Havengebied Amsterdam Periode van het jaar/ dag Voorjaar Referentie worst case Zeer grote brand, brandduur langer dan 9 dagen. In een convenant tussen Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland en Zaanstreek Waterland is vastgelegd dat een brand niet langer mag duren dan 9 dagen. Referentie dagelijkse zorg Kleine brand, met binnenaanval (brandweer) en inzet van eigen bedrijfsmiddelen om te blussen en beheersen. Context Zowel bij opslag van afvalstoffen bij verwerkers als in de opslag van bijvoorbeeld cacao komt broei en brand voor. Amsterdam is de grootste cacaohaven ter wereld. Jaarlijks wordt er zo’n 600 miljoen kilo cacaobonen per schip aangevoerd, ongeveer een zesde van de wereldwijde cacaoproductie. Cacaobroei en -brand is moeilijk te bestrijden. Veel broei en vervolgens brand, ontstaan door een combinatie van vocht, microbiologische activiteit en thermische isolatie. Het bestrijden van broei in een berg cacaobonen gebeurt vaak door het uitrijden van de bonen. Goed product wordt naar een andere plek in de loods verplaatst, aangetaste bonen worden in een duwbak gestort en afgeblust.
Blussen met water wordt zo min mogelijk gedaan omdat de naastgelegen bonen dan onbruikbaar zijn geworden en vanwege het ontstaan van verontreinigd bluswater. Broei en eventueel brand komt in de regio Amsterdam-Amstelland ca. 1 tot 5 keer per jaar voor. Mogelijke oorzaken/ trigger Combinatie van vocht, microbiologische activiteit en thermische isolatie Opeengehoopte aluminiumfosfide tabletten waar vocht bij komt (bulk in schip) Incidentverloop ‘s Morgens wordt broei geconstateerd in een loods in een lading cacaobonen van ongeveer 12.000 ton. Bovenop de berg van 15 meter hoogte is wat lichte rook te zien. In de loods is blauwzuur en koolmonoxide gemeten. Niemand mag zonder ademlucht naar binnen. Het bestrijden van de broei in de berg cacaobonen gebeurt door het uitrijden van de bonen. Er gaat geruime tijd overheen voordat de shovel ter plaatste is. De broei breidt zich ondertussen uit. De rookontwikkeling is hevig geworden. Uit de omgeving zijn inmiddels al enige stankklachten binnengekomen. De loods wordt langzaam geventileerd en wanneer de concentraties blauwzuur en koolmonoxide zijn gedaald tot veilige waarden, worden de cacaobonen uitgereden en in duwbakken gestort. De goede bonen in een grote duwbak en de aangetaste bonen in een kleinere duwbak met een laag water om eventueel brandend materiaal te doven.
Het verontreinigde water wordt opgevangen voor zover dat mogelijk is. De rookontwikkeling wordt in de loop van de dag steeds heviger. Inmiddels zijn bij de gemeente en meldkamer stankklachten binnengekomen. Omdat de verwachting is dat de broei nog lang zal aanhouden, en de enorme hoeveelheid rook voor hinder zorgt, wordt besloten de omliggende bedrijven op het industrieterrein te ontruimen. Het RIVM verricht metingen in de omgeving, en meet geen concentraties die gevaarlijk voor de volksgezondheid zijn. De berg wordt instabiel. De bonen zakken niet meer netjes uit, maar blijven door samenklontering van het gruis (door vocht) als een ‘rots’ staan. ’s Avonds, na instorten van een stuk van de berg, ontstaat er op verschillende plekken brand. Vlammen komen al gauw tot aan het dak. Tijdens de brand ontwikkelt zich behoorlijk wat rook. Er wordt voor gekozen om de loods gecontroleerd te laten uitbranden. Initiële bluspogingen leiden echter wel tot verontreinigd bluswater. Een gedeelte van de bonen is verbrand. Een ander gedeelte is aangetast en zal worden verkocht als mindere kwaliteit. Meer dan de helft is echter onaangetast. De volgende morgen kunnen de mensen weer terug naar de bedrijven op het industrieterrein.
96
Verdieping regionaal risicoprofiel
Kwetsbare groepen en slachtofferbeeld Er vallen geen doden of gewonden. Wel zijn er veel stankklachten binnengekomen bij gemeente en meldkamer. Zo’n kleine honderd mensen hebben tijdelijk de omgeving moeten verlaten. De broei/brand veroorzaakt voornamelijk financiële schade. Broei/ brand in bulkopslag Impact criterium
Gemiddeld Impact criterium Score
Vertaling
Aantasting van de integriteit van het grondgebied
0,007
Niet van toepassing
Doden
0,004
Niet van toepassing
Ernstig gewonden en chronisch zieken
0,009
Niet van toepassing
Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
0,004
Niet van toepassing
Kosten
0,016
Beperkt
Langdurige aantasting van milieu en natuur
0,005
Niet van toepassing
Verstoring van het dagelijks leven
0,009
Niet van toepassing
Aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur
0,011
Niet van toepassing
Sociaal psychologische impact
0,004
Niet van toepassing
Aantasting cultureel erfgoed
0,002
Niet van toepassing
Waarschijnlijkheid
-
Waarschijnlijk
Incident broei/ brand in bulkopslag komt steeds regelmatiger voor. Dit gebeurd ook in het opslaan van producten en grondstoffen die gerecycled worden. Het heeft echter een beperkt effect, wat alleen gekenmerkt door de kosten. De impact van deze incidenten is beperkt.
97
Verdieping regionaal risicoprofiel
Scenario 21, incident in tram- en metrotunnels en ondergrondse stations Afbakening meest geloofwaardige scenario Omvang Brand in metro in ondergronds station Locatie Station Waterlooplein Periode van het jaar/ dag Tijdens de ochtendspits Referentie worst case In Baku 1995 komen tgv een storing in het tractie systeem van een metro stel 300 personen om het leven en raken 270 personen gewond. Daegu 2003. Door brandstichting (aanslag?) komen 192 personen om het leven en raken 151 personen gewond Op 7 juli 2005 worden in Londen drie metro’s getroffen door terroristische aanslagen. In de metro’s worden bommen tot ontploffing gebracht. Bij de aanslagen op de metro’s komen 39 mensen om het leven en raken honderden mensen gewond. In maart 2010 wordt een terroristische aanslag gepleegd op de metro in Moskou. Tijdens de ochtendspits worden twee bommen tot ontploffing gebracht. Bij de aanslagen 39 mensen om. Referentie dagelijkse zorg Automatische brand of rookmeldingen. Geen directe kans op letsel voor personen. Context Momenteel zijn er binnen VRAA vijf metrolijnen: 50 - Gein – Isolatorweg 51 - Centraal Station - Westwijk (Amstelveen) 53 - Centraal Station - Gaasperplas (Amsterdam Zuidoost) 54 - Centraal Station - Gein (Amsterdam Zuidoost) 52 - Noord - Zuid De Noord/Zuidlijn loopt grotendeels ondergronds.
Van de andere metrolijnen lopen lijn 51, lijn 53 en lijn 54 deel ondergronds, namelijk tussen Amsterdam CS en Amsterdam Amstel. Specifiek aan een brand in (metro)tunnels is dat de effecten van de brand sterk vergroot worden door de hittetoename en de sterke rookontwikkeling. Daardoor is het voor passagiers moeilijk gebruik te maken van de beperkt beschikbare vluchtwegen. Mogelijke oorzaken/triggers De verschillende oorzaken van brand zijn: Een ontsporing of een botsing Een technisch defect in de wagon Verwarming en ventilatie Reminstallatie Elektrisch circuit Technisch defect in de tunnel Tunnelinstallaties Elektrisch systeem Rail-infracomponenten Moedwillig (brandstichting) Wateroverlast Gelet op de historische gegevens zijn warmgelopen remmen, elektrabranden en zwerfvuil de meest voorkomende oorzaken van brand in het ondergrondse metrosysteem
98
Verdieping regionaal risicoprofiel
Incidentverloop In de middelste wagon van een metrotrein bestaande uit drie gekoppelde metrostellen, ruiken reizigers een brandlucht. Een bestuurder van een tegemoetkomende metro ziet tussen station Nieuwmarkt en station Waterlooplein vlammen uit één van de ventilatiesystemen in de metro zien slaan. Hierop informeert hij de verkeersleiding die de bestuurder van het getroffen metrostel informeert. De bestuurder van de metro rijdt conform de safe haven procedure door naar het volgende station, station Waterlooplein. Op het moment van aankomst op station Waterlooplein is de trein bezet met circa 600 personen. Als de metro stopt op station Waterlooplein en de deuren opent heeft de brand zich al verspreid binnen de wagon, en slaat de brand uit de geopende deuren. Op station Waterlooplein staan veel mensen op de metro te wachten, en is net een metro uit tegengestelde richting (richting Amsterdam Centraal) komen aan rijden. In deze metrotrein bevinden zich circa 500 personen. Op het eilandperron – tussen de metrosporen – bevinden zich, vanwege het uitvallen van de vorige metro veel personen; circa 450 personen. Zodra de brand gesignaleerd is wordt het metroverkeer in het tunneltraject stilgezet. Door de rook- en warmteontwikkeling worden de Rook- en Warmteafvoersystemen (RWA) geactiveerd.
RWA zorgen voor een gecontroleerde afvoer van rook en hitte, waardoor het grootste gevaar beheerst wordt. Tevens wordt de ontruiming van het station geactiveerd. Het station wordt door de bestuurders van de twee metro’s en het aanwezig stations personeel ontruimd. De capaciteit van de vluchtwegen is normaal gesproken voldoende Door adequaat optreden van de hulpverleningsdiensten blijft de schade beperkt tot de metrotrein en een aantal installaties op het perron. De rest van de dag blijft het metroverkeer tussen Amsterdam Centraal en Waterlooplein gestremd. De GVB zet op dit traject vervangend busvervoer in. Het metroverkeer kan de volgende dag al weer hervat worden, en na een week wordt station Waterlooplein ook weer in gebruik genomen. In eerste instantie is de oorzaak van de brand onduidelijk. In de media worden parallellen getrokken met de terroristische aanslagen op de metro’s in Londen en Moskou. . Uit onderzoek blijkt echter dat de brand veroorzaakt is door een technisch defect in het elektrisch circuit. Kwetsbare groepen en slachtofferbeeld Het slachtofferbeeld is groot en bestaat voornamelijk uit brandwonden en inhalatietrauma. Ook lopen mensen kneuzingen en botbreuken op als gevolg van de paniek die ontstaat bij de trappen om het perron te ontvluchten. Incident in tram- en metrotunnels en ondergrondse stations Impact criterium
Gemiddeld Impact criterium Score
Vertaling
Aantasting van de integriteit van het grondgebied
0,035
Beperkt
Doden
0,2
Ernstig
Ernstig gewonden en chronisch zieken
0,16
Ernstig
Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
0,064
Aanzienlijk
Kosten
0,037
Aanzienlijk
Langdurige aantasting van milieu en natuur
0,01
Niet van toepassing
Verstoring van het dagelijks leven
0,082
Aanzienlijk
Aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur
0,01
Niet van toepassing
Sociaal psychologische impact
0,084
Aanzienlijk
Aantasting cultureel erfgoed
0,006
Niet van toepassing
99
Verdieping regionaal risicoprofiel
Waarschijnlijkheid
-
Mogelijk
De experts scoren dit incident als mogelijk. Het incident kan zich voordoen, maar de getroffen maatregelen zijn allemaal zo ingericht dat het intensieve gebruik van metro’s en trams veilig is. Als het mis gaat bij een incident scoort het hoog op het doden en gewonden criteria. Daarnaast is het een aantasting van een primaire behoefte van velen en dus een verstoring van het dagelijks leven. Gemiddeld is de impact criteria van dit scenario als ernstig gescoord.
100