CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3b_Factsheet niveauoverstap en schoolwisselingen.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 23 november 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van raadsinformatiebrief Staat van het Amsterdamse v(s)o en de Monitor schoolloopbanen vo 2022 (VN2022-037758)2.789 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Factsheet oktober 2022

Schoolloopbaan, niveauoverstap en schoolwisselingen

In de monitor schoolloopbanen voortgezet onderwijs brengt Onderzoek en Statistiek (O&S) de onderwijsloopbanen van Amsterdamse leerlingen in kaart, vanaf het moment dat ze een basisschooladvies ontvangen en de overstap maken naar de middelbare school tot aan het behalen van een diploma. In deze factsheet staat het diplomamoment centraal. Hoeveel leerlingen halen een diploma op het niveau van het basisschooladvies? En hoeveel leerlingen zijn van niveau gewisseld? Daarnaast wordt in beeld gebracht hoeveel leerlingen van school wisselen tijdens hun schoolloopbaan. Van de schoolloopbanen in het Amsterdamse vo is ook een dashboard gemaakt: dashboard-schoolloopbanen.

Schoolloopbanen van Amsterdamse leerlingen We volgen in deze factsheet de leerlingen die in schooljaar 2011/’12 (cohort 2011) tot en met schooljaar 2018/’19 (cohort 2018) op een Amsterdamse middelbare school zijn gestart. De termen opstroom, doorstroom en afstroom worden gebruikt om het niveau van het basisschooladvies met het diploma te vergelijken. Deze woorden dragen een positieve en negatieve connotatie met zich mee. Helaas is hiervoor nog geen neutraal alternatief voorhanden.

Voorbeeld schoolloopbaan vo cohort 2015

basisonderwijs

1. Basisschooladvies

Overgang basisschool naar voortgezet onderwijs

Scholen in het voortgezet onderwijs (vo) bieden lesprogramma’s aan op verschillende onderwijsniveaus. In schooljaar 2020/’21 telde Amsterdam:

2. Derde jaar in het vo

- vijf scholen voor praktijkonderwijs, - twintig vmbo-basis/kader(/theoretisch)-scholen, - tien scholen voor vmbo theoretisch en/of havo, - tien havo/vwo scholen, - zeven categorale vwo-scholen en - 26 schoolgemeenschappen waar vanaf vmbo-basis of theoretisch tot en met vwo wordt aangeboden.

’14/’15 laatste jaar van het basisonderwijs

’15/’16 eerste jaar van het voortgezet onderwijs ’17/’18 derde jaar van het voortgezet onderwijs

voortgezet onderwijs

3. Behalen van het diploma

Op elf van deze schoolgemeenschappen wordt een brede brugklas aangeboden waar leerlingen met een vmbo, havo en vwo advies gezamenlijk les krijgen. In de resultaten worden verschillen tussen deze schooltypes in beeld gebracht.

Sommige leerlingen stapelen diploma’s

Diploma te behalen in: ’18/’19 diploma vmbo-b/k/t ’19/’20 diploma havo ’20/’21 diploma vwo Hierna doorleren of diploma behalen met vertraging (zittenblijven)

De belangrijkste bevindingen uit de monitor schoolloopbanen: 

Driekwart van de leerlingen haalt een diploma op het niveau van het basisschooladvies. Het aandeel leerlingen dat een lager diploma haalt dan het advies en dus is afgestroomd neemt af.

Het aantal leerlingen dat van niveau wisselt tijdens de schoolloopbaan verschilt per schooltype. Leerlingen halen het vaakst een hoger diploma op scholen waar het niveau van hun schooladvies het laagste is dat wordt aangeboden. Andersom stromen leerlingen het vaakst af op scholen waar het niveau van hun schooladvies het hoogste is dat wordt aangeboden.

Gemiddeld wisselen twee op de tien leerlingen van school tot en met de vierde klas. Leerlingen met een vmbo-t advies en een havo advies wisselen het vaakst. Onder leerlingen met een schooladvies voor havo, havo/vwo of vwo hebben jongens een grotere kans om van school te wisselen dan meisjes, onder leerlingen met een schooladvies voor vmbo-b t/m vmbo-k wisselen meisjes juist vaker van school. Jongens stromen bij een schoolwisseling vaker af, meisjes stromen vaker op.

Niveauwisselingen tijdens schoolloopbaan Driekwart van de leerlingen haalt een diploma op het niveau van het basisschooladvies. Het meest recente cohort dat we kunnen volgen tot aan het diploma bestaat uit leerlingen die in schooljaar 2014/’15 op de middelbare school zijn gestart. Driekwart van deze leerlingen waren doorstromers en haalde een diploma op het niveau van het basisschooladvies. Het aandeel leerlingen dat een lager diploma haalde dan het advies en dus is afgestroomd neemt af. Van de leerlingen die startten in schooljaar 2011/’12 betrof dit 18% van de leerlingen en in het meest recente cohort is dit gedaald naar 14%. De daling in het aandeel afstromers zien we het sterkst terug onder leerlingen met een advies voor vmbo-t, zij halen vaker een diploma op een hoger niveau. Ook onder leerlingen met een advies voor vmbo-k is het aandeel afstromers in de afgelopen jaren sterk gedaald, zij halen vaker een diploma op het niveau van het advies. Leerlingen met het dubbeladvies vmbo-b/k uit cohort 2014 eindigen vaker op het hoogste niveau van het dubbeladvies dan leerlingen uit cohort 2011. Leerlingen met het dubbeladvies vmbo-t/havo stromen minder vaak af en halen in plaats daarvan vaker ten minste een diploma voor vmbo-t. Niveau diploma t.o.v. het basisschooladvies bij een enkel advies en bij een dubbeladvies, Amsterdamse leerlingen cohort 2014 2011

vmbo-b cohort 2014 2011

Afstroom vmbo-t leerlingen gedaald van 27% naar 19%

vmbo-b/k

vmbo-k

2014 2011

Daling van het laagste niveau bij dubbeladvies vmbo-b/k van 53% naar 39%

vmbo-t

2014 2011

havo

2014 2011

vmbo-t - havo2

2014 2011

havo - vwo 2014 2011

vwo

2014 2011 0%

20%

afstroom

40%

60%

doorstroom

80%

100%

0%

20%

40%

lage niveau dubbeladvies

opstroom

60%

80%

hoge niveau dubbeladvies

Bron: CBS, bewerking O&S

Amsterdamse leerlingen stromen minder vaak op. In vergelijking met het landelijk gemiddelde en de andere grote steden in Nederland (Den Haag, Rotterdam en Utrecht) stromen Amsterdamse leerlingen minder vaak op. Dit valt deels te verklaren doordat Amsterdamse leerlingen vaker dan in Rotterdam en Den Haag een vwo-advies krijgen. Deze leerlingen met een vwo-advies kunnen niet opstromen. Utrecht heeft in dit opzicht een opvallende positie. Daar krijgen leerlingen het vaakst een vwo-advies ten opzichte van de andere steden en daar stromen ook de meeste leerlingen op vanuit andere niveaus.

100%

Dubbeladvies: Leerlingen kunnen als basisschooladvies een enkel of een dubbeladvies behalen. Leerlingen met een dubbeladvies stromen over het algemeen minder vaak af. Dit komt omdat deze leerlingen binnen het advies de mogelijkheid hebben om van niveau te veranderen.

Op- en afstroom hangt samen met het schooltype en leerlingenkenmerken Niveau behaald diploma t.o.v. het basisschooladvies naar niveau en op- en afstroommogelijkheden op de school, cohort 2011-2014 basisschooladvies leerlingen af-, door- of opstroom stroommogelijkheden school

vwo af- en doorstroom doorstroom havo/vwo af- en doorstroom doorstroom opstroom leerlingen

havo op- af- en doorstroom af- en doorstroom op- en doorstroom vmbo-t/havo op- af- en doorstroom

De mogelijkheid voor leerlingen om op een school van niveau te wisselen is afhankelijk van de niveaus die er worden aangeboden. Er zijn scholen waar maar één niveau wordt aangeboden en waar dus alleen kan worden doorgestroomd, dit geldt bijvoorbeeld voor vwo-leerlingen op categorale gymnasia. Wanneer deze leerlingen van niveau willen wisselen zullen zij daarvoor ook van school moeten wisselen. Daarnaast zijn er scholen waar twee of meerdere niveaus worden aangeboden en waar leerlingen afhankelijk van hun advies kunnen afstromen, doorstromen en opstromen. In het algemeen geldt dat leerlingen vaker van niveau wisselen op scholen die meerdere niveaus aanbieden. Op scholen waar kan worden opgestroomd halen leerlingen vaker een hoger diploma dan het basisschooladvies. Leerlingen halen het vaakst een hoger diploma op scholen waar het niveau van hun advies het laagste is dat wordt aangeboden. Dit is bijvoorbeeld het geval voor vmbo-t-leerlingen op vmbo-t/havo-scholen en op vmbo-t/havo/vwo-scholen. Wanneer leerlingen kunnen afstromen op hun eigen school gebeurt dat ook vaker. Leerlingen stromen het vaakst af op scholen waar het niveau van hun advies het hoogste is dat wordt aangeboden. Dit zien we het sterkst terug onder vmbo-t-leerlingen op vmbo-b/k/tscholen, van hen stroomt 58% af ten opzichte van gemiddeld 21% op andere typen scholen.

op- en doorstroom doorstroom vmbo-t op- af- en doorstroom af- en doorstroom

De kans om op-of af te stromen hangt niet alleen af van het schooltype maar verschilt ook per leerling. Wanneer we rekening houden met de eindtoetsscore van leerlingen, het geslacht en hun sociaaleconomische achtergrond (gemeten door het opleidingsniveau van hun ouders) dan zien we dat het effect van schooltype iets minder groot wordt op de kans om op- of af te stromen. De regressiemodellen van deze resultaten zijn terug te vinden in de bijlage.

op- en doorstroom doorstroom vmbo-k op- af- en doorstroom af- en doorstroom vmbo-b(/k)

afstroom leerlingen

op- af- en doorstroom op- en doorstroom doorstroom 0%

100% Bron: CBS, bewerking O&S

Op scholen waar vmbo-t-leerlingen kunnen op- en doorstromen (vmbo-t/havo- of vmbo-t/havo/vwo-scholen) haalt 25% van deze leerlingen een hoger diploma. Op scholen waar zij kunnen doorstromen geldt dit voor 17% en op scholen waar zij zowel kunnen af-, op-, en doorstromen geldt dit voor 15%.

*) Oosterbeek, H., Ruijs, N. & de Wolf, I. (2020) Using admission lotteries to estimate heterogeneous effects of elite school. Tinbergen Institute Discussion Paper.

Leerlingen in brede brugklassen zijn na vier jaar vaker op- én afgestroomd dan gemiddeld.

Niveau vierde klas t.o.v. het basisschooladvies van leerlingen in brede brugklas t.o.v. andere scholen, cohort 2015-2018 vierde klas

afstroom

opstroom

andere scholen categorale scholen brede brugklas 0%

Uit ander onderzoek blijkt dat scholen waarop vwoleerlingen alleen kunnen doorstromen niet altijd tot de beste prestaties leiden.* Daarnaast zien we dat de leerlingenpopulatie op scholen verschilt per niveauaanbod, onder andere naar sociaaleconomische kenmerken en gemiddelde eindtoetsscores. Ook dit verklaart voor een deel waarom op bepaalde schooltypes leerlingen vaker op- en afstromen.

100% Bron: CBS, bewerking O&S

In Amsterdam zijn er elf scholen die een brede brugklas aanbieden, waarin leerlingen met een vmbo t/m vwoadvies gezamenlijk les volgen. We hebben in beeld gebracht hoeveel leerlingen die in een brede brugklas zijn gestart vier jaar later van niveau zijn gewisseld ten opzichte van leerlingen op andere schooltypen. Hierbij is gekeken naar de leerlingen uit cohort 2015 t/m 2018. Leerlingen uit de brede brugklas stromen zowel iets vaker af als op in vergelijking met het stedelijk gemiddelde. Leerlingen met een advies voor vmbo-b t/m vmbo-t stromen in deze klassen minder vaak af en wat vaker door naar een hoger niveau dan op andere schooltypen. Leerlingen met een vwo-advies stromen daarentegen iets vaker af ten opzichte van andere scholen. Het aandeel vmbo-t/havo- en havo-leerlingen dat af- en opstroomt in een brede brugklas verschilt nauwelijks van klassen op andere schooltypes.

Schoolwisselaars: Leerlingen met een vmbo-t-advies en een havo-advies wisselen het vaakst van school Gemiddeld wisselen twee op de tien leerlingen van school tot en met de vierde klas. Dit aandeel is redelijk stabiel over de tijd. Leerlingen met een vmbo-t-advies en een havo-advies wisselen het vaakst van school: in het meest recente cohort 2018 is een kwart van deze groep tussen de eerste en vierde klas naar een andere school gegaan dan waar zij zijn gestart. Onder leerlingen met een advies voor het praktijkonderwijs (7%) en leerlingen met een vwo-advies (12%) is het aandeel dat van school wisselt het kleinst.

Aandeel leerlingen dat van middelbare school is gewisseld in Amsterdam tussen de eerste en vierde klas, naar cohort:

Er wordt in deze factsheet alleen gekeken naar leerlingen die binnen Amsterdam van schoollocatie zijn gewisseld, leerlingen die naar een school in een andere stad zijn gegaan worden buiten beschouwing gelaten. Wat opvalt is dat veel schoolwisselingen plaatsvinden tussen scholen van hetzelfde schoolbestuur. Hierbij gaat het soms om grote groepen leerlingen die gezamenlijk vanuit dezelfde herkomstschool op een nieuwe school starten. Dit kan te maken hebben met het splitsen of samenvoegen van scholen met meerdere locaties, maar ook met afspraken omtrent doorverwijzing van leerlingen binnen het bestuur wanneer zij bijvoorbeeld willen af- of opstromen.

cohort 2016

cohort 2011

18%

cohort 2012

20%

cohort 2013

17%

cohort 2014

18%

cohort 2015

15% 17%

cohort 2017

20%

cohort 2018

19% 0%

5%

10%

15%

20%

naar niveau cohort 2018: vwo

12%

havo/vwo

20%

havo

25%

vmbo-t/havo

22%

vmbo-t

24%

vmbo-k

22%

vmbo-b/k

18%

vmbo-b

18%

pro

7% 0%

Het aandeel schoolwisselaars is het grootst op scholen waar leerlingen alleen kunnen doorstromen op het niveau van hun basisschooladvies. Dit geldt voor alle niveaus. Voor leerlingen met een havo-advies is daarnaast het aandeel wisselaars groot op scholen waar zij kunnen op- en doorstromen, dus op havo/vwoscholen. Verschillende typen scholen trekken verschillende typen leerlingen. Dit verklaart voor een deel waarom op bepaalde schooltypes leerlingen vaker van school wisselen. Wanneer we rekening houden met de eindtoetsscore van leerlingen, het geslacht en hun sociaaleconomische achtergrond (gemeten door het opleidingsniveau van ouders) dan blijft de kans om van school te wisselen het grootst op scholen waar alleen kan worden doorgestroomd, maar het verschil met de andere schooltypes wordt wel kleiner. De regressiemodellen van deze resultaten zijn terug te vinden in de bijlage. Moment van schoolwisseling, cohort 2011-2018 Het moment van schoolwisseling verschilt nauwelijks naar niveau en ook over de cohorten heen is dit beeld stabiel. De helft van alle schoolwisselaars wisselt van school na de eerste klas.

na klas 1: 47% na klas 3: 17%

na klas 2: 36%

Iets meer dan een derde wisselt na de tweede klas.

Ongeveer twee op de tien is na de derde klas van school gewisseld. Bron: CBS, bewerking O&S

25%

5%

10%

15%

20%

25%

Schoolwisselaars naar niveau van het advies en op- en afstroommogelijkheden op de school, tussen de eerste en de vierde klas, cohort 2011-2018 op- af- en doorstroom

9%

20%

11%

17%

22%

17%

0% op- en doorstroom

20%

13%

23%

21%

29%

34%

32%

Van de leerlingen met een havo-advies op een havo/vwo-school wisselt 32% van de leerlingen van school.

0% doorstroom

20%

14%

27%

17%

13%

12%

10%

0% af- en doorstroom

20% 0%

15%

havo/vwo

vmbo-t/havo

vmbo-k vmbo-b/(k)

16%

13%

vmbo-t

havo

vwo

Bron: CBS, bewerking O&S

Jongens stromen bij schoolwissel vaker af, meisjes stromen vaker op Het aandeel jongens en meisjes dat van school wisselt verschilt aanzienlijk van elkaar en hangt samen met het niveau van het basisschooladvies. Onder leerlingen met een advies voor havo, havo/vwo of vwo hebben jongens een grotere kans om van school te wisselen dan meisjes, ook wanneer rekening wordt gehouden met het opleidingsniveau van ouders en het schooltype waar ze naartoe gaan. Vooral onder leerlingen met een havo-advies wisselen jongens vaker van school. Onder leerlingen met een advies voor vmbo-b, vmbo-b/k of vmbo-k wisselen meisjes juist vaker van school dan jongens. Ook het opleidingsniveau van ouders speelt een rol, leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders wisselen minder vaak van school dan leerlingen met anders opgeleide ouders. Dit zien we alleen terug onder leerlingen met een advies voor havo, havo/vwo of vwo.

Gemiddeld zit de helft (46%) van de leerlingen die van school wisselen na vier jaar op een ander niveau dan het basisschooladvies. De andere helft (54%) van de schoolwisselaars gaat door op het niveau van het advies, zij zijn om een andere reden van school gewisseld dan een niveauwisseling. Jongens die van school wisselen zijn na vier jaar vaker afgestroomd, voor meisjes geldt dat zij juist vaker zijn opgestroomd. Dit zien we terug op ieder niveau. Omdat we naar het niveau van de vierde klas kijken en de meeste leerlingen al eerder van school wisselen kunnen deze niveauwisselingen ook pas op de nieuwe school hebben plaatsgevonden.

Jongens en meisjes die van middelbare school zijn gewisseld in Amsterdam tussen de eerste en vierde klas, cohort 2011-2018 basisschooladvies jongens & meisjes 25 23 28 26 28 22

14 17 13 17 13 17

20% 0%

havo vmbo-t vmbo-t/havo

vmbo-b/k vmbo-b

vmbo-k

naar opleidingsniveau ouders 22 19 21 21 20% 0%

max mbo-1

mbo-1 t/m 4

17 14 14 10 vwo havo/vwo

17 14 hbo of wo

Bron: CBS, bewerking O&S

Niveauwisseling van schoolwisselaars in Amsterdam, tussen de eerste en vierde klas, cohort 2011-2018, naar niveau van het basisschooladvies en geslacht totaal

meisjes jongens

vwo

meisjes jongens opstroom leerlingen

havo/vwo

meisjes jongens

havo

meisjes jongens

vmbo-t/havo

meisjes jongens

vmbo-t

meisjes jongens

vmbo-k Het verschil tussen jongens en meisjes is het grootst onder schoolwisselaars met een advies voor vmbo-k: 38% van deze meisjes zit na vier jaar op een hoger niveau tegenover 19% van de jongens. Van de jongens zit juist 32% op een lager niveau tegenover 19% van de meisjes.

meisjes jongens afstroom leerlingen

vmbo-b(/k)

meisjes jongens 0%

100% Bron: CBS, bewerking O&S

Meer informatie… https://onderzoek.amsterdam.nl/interactief/dashboard-schoolloopbanen

Auteurs Frederique van Spijker Joris Klingen

f.van.spijker@amsterdam.nl j.klingen@amsterdam.nl

Colofon Opdrachtgever Onderwijs, Jeugd, Zorg en Diversiteit (OJZD) Jodenbreestraat 25 1011 NH Amsterdam Postbus 1840 1000 BV Amsterdam

Onderzoek en Statistiek onderzoek.amsterdam.nl Weesperstraat 113 1018 VN Amsterdam Postbus 658 1000 AR Amsterdam T 020 251 0333

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12033911/1