Bijlage 3. Verkenning verhogen gemeenteinkomsten voor Kunst en Cultuur - Amsterdam - Berenschot - rapport - 22 maart 2024.pdf
Tekst van het document
Verkenning van het verhogen van de gemeentelijke inkomsten ten gunste van kunst en cultuur In opdracht van de gemeente Amsterdam – afdeling Kunst en Cultuur Naar aanleiding van motie 646.23 Bastiaan Vinkenburg, Paul Beemsterboer, Martijn Bolkestein en Emma Hilde Fuchs 22 MAART 2024
1
VERKENNING VAN HET VERHOGEN VAN DE GEMEENTELIJKE INKOMSTEN TEN GUNSTE VAN KUNST EN CULTUUR – RAPPORT 22 MAART 2024
2
Inhoudsopgave Bevindingen
pagina
1.
Context, vraag en aanpak
3
2.
Inventarisatie van inkomstenbronnen
6
3.
Aanbevelingen voor hogere inkomsten
10
Bijlagen
pagina
A.
Bestedingen aan kunst en cultuur
18
B.
Specificatie van inkomstenbronnen
21
C.
Alternatieven voor budgetverbetering
36
D.
Gesprekspartners en bronnen
41
Leerorkest Symposium 2023
Beeld: Mischa Schoemaker
2
1. Context, vraag en aanpak - Behoefte aan hoger budget voor kunst en cultuur - Verkenning van opties voor hogere inkomsten
Beeld: Pieter Kers
3
4
1. CONTEXT, VRAAG EN AANPAK
Amsterdam wil een ruimer budget voor kunst en cultuur Belang van substantiële verhoging
Ordegrootte van verhoging is € 35 tot 40 miljoen
De gemeente Amsterdam kent belangrijke betekenis toe aan kunst en
Het gemeentelijk budget voor kunst en cultuur (zonder media) bedraagt
cultuur voor de stad. Dat blijkt onder andere uit de Hoofdlijnen
in 2023 € 174 miljoen (bijlage A). Dit budget is sinds 2017 met 10%
Kunstenplan 2025-2028. Het college heeft de keuze gemaakt om,
toegenomen, terwijl het totale gemeentelijk budget (baten) is gestegen
ondanks de druk op de gemeentelijke financiën, niet te bezuinigen op
met 21% tot € 6,4 miljard. Amsterdam besteedt 2,5% van het totale
kunst en cultuur. Bij de bespreking van het cultuurbeleid op 9 november
budget aan kunst en cultuur.
2023 in de gemeenteraad, zijn diverse moties aangenomen om de
financiële positie van kunst & cultuur te versterken. In deze moties maar ook in recente adviezen van de Amsterdamse Kunstraad zijn argumenten ter tafel gekomen om het gemeentelijk budget voor kunst en cultuur te verhogen. Er zijn twee ontwikkelingen gaande. In de eerste plaats lopen de tekorten bij bestaande voorzieningen op:
•
Inflatie en loon- en prijsstijgingen zijn beperkt gecompenseerd
•
Huisvestingslasten stijgen door energielasten en verduurzaming
•
Personeelskosten stijgen door cao-afspraken en door fair pay
•
Verlaging van het budget voor zeven instellingen die in Kunstenplan 2025-2028 onder de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen
In de tweede plaats zijn nieuwe voorzieningen en activiteiten nodig:
Het aantal inwoners van Amsterdam is in de periode 2017-2023 met ongeveer 8,7% toegenomen. Daarbij bedraagt de inflatie over dezelfde periode in totaal 25,4%, volgens onderzoeksbureau AEF. Autonome groei (gelijkblijvende netto besteding per inwoner) komt daarmee neer op 34% sinds 2017. Het aandeel van bestedingen neemt af, ook ten opzichte van het
gemeentefonds. Uit een recente analyse van Cebeon over de maatstaven van het gemeentefonds blijkt dat Amsterdam netto relatief weinig middelen besteedt aan kunst en cultuur te opzichte van de referentiegemeenten van het betreffende onderzoek. Uit deze gegevens, uit eerdere analyses van de Amsterdams Kunstraad en uit andere onderzoeken destilleren wij het beeld dat een redelijke
verhoging van het gemeentelijk budget voor kunst & cultuur in de
•
In het kunstenplan zijn diverse ambities geformuleerd
ordegrootte ligt van € 35 tot € 40 miljoen per jaar. Deze middelen
•
De stad groeit en voorzieningen moeten op schaal meegroeien
moeten uiteraard wel ergens vandaan komen. Deze verkenning betreft de verhoging van de inkomsten van de gemeente hiertoe.
5
1. CONTEXT, VRAAG EN AANPAK
Berenschot heeft opties voor hogere inkomsten verkend Vraag Op basis van Motie 646.23 Van der Veen c.s. heeft de gemeente Amsterdam, afdeling kunst en Cultuur aan Berenschot gevraagd om een verkenning te doen van de mogelijkheden om het budget binnen de gemeentebegroting voor kunst en cultuur te vergroten. Het gaat er in deze vraag vooral, maar niet uitsluitend om op welke wijze de inkomsten van de gemeente daartoe kunnen worden verruimd. Doel is verschillende perspectieven te kunnen vergelijken. De vraag van Motie 645.23 Moeskops c.s. over de inzet van kunst en cultuur in andere domeinen komt in vervolgonderzoek aan de orde. Oplevering daarvan is voorzien in Q4 2024. Aanpak Dit onderzoek is verlopen volgens onderstaande vijf fases. Er zijn veel bronnen onderzocht en er is gesproken met medewerkers van de gemeente Amsterdam en stakeholders. Onze gesprekspartners staan vermeld in de bijlage.
Startgesprek
Inventarisatie van begroting
Verkenning van opties
Weging van perspectieven
Rapportage
Leeswijzer Onze bevindingen kennen twee stappen. De eerste stap is een overzicht en toetsing van alle verschillende opties op basis van de systematiek van
financiering en de omvang van de inkomstenstromen. In de tweede stap zijn de beleidsmatige kanten van de na de toetsing overgebleven opties beschreven, op basis waarvan wij per optie een aanbeveling doen. In de bijlagen zijn toelichtingen en uitwerkingen op de informatie uit de twee stappen te vinden, evenals een overzicht van alternatieven voor budgetverruiming voor kunst en cultuur, plus onze gesprekspartners en bronnen.
2. Inventarisatie van inkomstenbronnen - Belastingen - Overdrachten - Bezittingen en diensten
Beeld: I amsterdam
6
7
2. INVENTARISATIE VAN INKOMSTENBRONNEN
Elke gemeente kent wettelijk drie soorten inkomsten Onderwerp
Inkomsten Amsterdam o.b.v. begroting 2024
• Onroerendezaakbelasting
BELASTINGEN
• Belasting roerende zaken
• Baatbelasting Toeristenbelasting 185
• Toeristenbelasting Algemene belastingen
• Parkeerbelasting
Huur & pacht 273
• Reclamebelasting
(On)roerende zaakbelasting 284
• Precariobelasting • Vermakelijkhedenretributie • Forensenbelasting • Hondenbelasting Heffingen en leges OVERDRACHTEN
Rijk
Drinkwater 165
Overig 288
Bijdragen van het Rijk 3.754
Parkeerinkomsten 326
• Afvalstoffen-, riool- en reinigingsheffing • Leges
Leges en heffingen 419
• Gemeentefonds en SPUK's • Erfpacht
BEZITTINGEN EN DIENSTEN
• Pacht
Bezittingen
Erfpachtbaten 696
• Huur • Dividenden
Diensten
• Opbrengsten derden
Bron: begroting Amsterdam 2024 in Voorjaarsnota 2023
2. INVENTARISATIE VAN INKOMSTENBRONNEN
De eerste toets betreft de potentie per inkomstenbron De eerste toets die Berenschot heeft uitgevoerd is in hoeverre elke inkomstenbron van de gemeente op basis van de systematiek en de omvang potentie biedt om te worden verhoogd ten gunste van kunst en cultuur. Vanwege het budgetrecht van de gemeente is het in de meeste gevallen niet mogelijk om de (extra) inkomsten direct te bestemmen voor kunst en cultuur, maar er kan wel een beleidsmatige relatie worden gelegd. Daartoe hebben wij alle inkomstenbronnen op de volgende vijf criteria getoetst: • Wettelijk: feitelijk een randvoorwaarde: bestaat er een wettelijke basis voor de inkomsten? In veel gevallen maakt de wet het mogelijk en maakt Amsterdam er ook gebruik van. In andere gevallen is er vooralsnog geen basis omdat deze belasting niet (meer) wordt geheven in Amsterdam. • Gerelateerd: hier is de vraag of de inkomsten zijn gelinkt of te linken aan de kunst- en cultuursector. Dit versterkt de argumentatie dat die (extra) inkomsten althans deels ten goede kunnen komen aan de kunst- en cultuursector. • Generiek: het principe om de (extra) inkomsten ten bate te laten komen aan kunst en cultuur moet ook algemeen toepasbaar zijn op andere beleidsportefeuilles. Het hanteren van een algemeen principe – en niet een gelegenheidsargument – versterkt de argumentatie hiervoor.
• Praktisch: het genereren van de (extra) inkomsten moet praktisch uitvoerbaar (qua bureaucratie) en doelmatig zijn. Een goede vuistregel van de
gemeente daarbij is dat niet meer dan 10% van de inkomsten zou moeten worden besteed aan kosten om deze inkomsten te innen. • Materieel: ten slotte is het van belang dat de (externe) inkomsten materiaal c.q. substantieel moeten zijn ten opzichte van het budget voor kunst en cultuur, gezien de ordegrootte van de beoogde jaarlijkse verhoging van dit budget. Op de volgende slide tonen wij de toetsing per inkomstenbron op deze criteria en laten wij zien dat slechts enkele opties deze toetsing doorstaan. In bijlage B gaan wij nader in op alle inkomstenbronnen die niet als optie uit de toetsing zijn gekomen en lichten wij ook de toetsing nader toe. De
opties die wel potentie lijken te hebben, werken we in hoofdstuk 3 uit.
8
9
2. INVENTARISATIE VAN INKOMSTENBRONNEN
Enkele bronnen zijn interessant om nader te verkennen voldoet aan het criterium O voldoet deels/soms aan het criterium voldoet niet aan het criterium
Wettelijk
Gerelateerd
Generiek
Praktisch
Materieel
Wet als basis
Link kunst en cultuur
Breed toepasbaar
Praktisch, doelmatig
Substantieel bedrag
• Onroerendezaakbelasting • Belasting roerende zaken • Baatbelasting • Toeristenbelasting
BELASTINGEN Algemene belastingen
• Parkeerbelasting • Reclamebelasting • Precariobelasting • Vermakelijkhedenretributie • Forensenbelasting • Hondenbelasting
OVERDRACHTEN
Heffingen en leges
• Afval/riool/reinigingsheffing
Rijk
• Gemeentefonds en SPUK's
• Leges
• Erfpacht
BEZITTINGEN EN DIENSTEN
O O
• Pacht
Bezittingen
O
• Huur • Dividenden
Diensten
• Opbrengsten derden
O
O
3. Aanbevelingen voor hogere inkomsten - Toeristenbelasting - Erfpacht - Gemeentefonds
10
Beeld: Amsterdam Dance Event
11
3. AANBEVELINGEN VOOR HOGERE INKOMSTEN
Drie bronnen lijken opties voor een hoger cultuurbudget Op basis van de toetsing van de inkomstenbronnen met de systematiek van financiering, hebben wij onderstaande shortlist opgesteld: •
Toeristenbelasting
•
Gemeentefonds
•
Erfpacht
•
Huur (maar…)
Huur is meestal vestzak-broekzak Voor huur geldt de bijzondere situatie dat een verhoging van inkomsten uit huur feitelijk alleen aan kunst en cultuur ten goede kan komen, als dit huur van cultureel vastgoed betreft. Maar die huur wordt juist weer
gedekt met gemeentelijke subsidie, waardoor dit niet direct een voordeel oplevert. In bijlage C werken we uit of er mogelijkheden zijn om het budget van de cultuursector zelf te verruimen door maatregelen ten aanzien van huisvestingslasten. Drie opties kunnen meer inkomsten opleveren
We werken in dit hoofdstuk wel de toeristenbelasting, de rijksbijdragen en de erfpacht uit. De overige inkomstenbronnen hebben de toetsing niet doorstaan, vooral vanwege een gebrekkige link met kunst en cultuur en/of omdat er geen sprake was van een substantieel bedrag.
Toetsing op basis van belangen van betalende partijen Voor de drie resterende opties hebben wij geanalyseerd welke gevolgen deze hebben, vooral gelet op de partijen die deze extra inkomsten in praktijk moeten opbrengen. De betalende partijen voor elke optie zijn: Betalers
Toeristenbelasting
Gemeentefonds
Erfpacht
Bewoners (van Amsterdam)
-
-
V
Bezoekers (toeristen)
V
-
-
Bedrijven (in Amsterdam)
-
-
V
Belastingbetaler (via het Rijk)
-
V
-
Onze analyse omvat ook wat de gevolgen voor de culturele sector zelf zijn (bijvoorbeeld wat het effect is op eigen inkomsten of de lasten) en of er effecten voor andere (maatschappelijke) domeinen zijn. Op basis van deze informatie kan worden verkend hoe het is gesteld met het draagvlak binnen de gemeente voor elk van de opties. Dit rapport is
dan ook een onderlegger voor keuzes die de directies kunnen voorbereiden en die het college kan voorleggen aan de gemeenteraad.
12
3. AANBEVELINGEN VOOR HOGERE INKOMSTEN
Toeristenbelasting is al onderwerp van onderzoek Toeristenbelasting vormt 3 tot 4% van gemeentelijke inkomsten
Beknopte vergelijking belasting hotelovernachting hoofdsteden
Toeristenbelasting wordt geheven voor overnachtingen in de gemeente door iedereen die niet in die gemeente woont. Ook toeristen binnen Nederland en zakenreizigers betalen toeristenbelasting.
De belasting die Amsterdam in rekening brengt wordt vaak genoemd als de hoogste in Europa en een van de hoogste ter wereld. Wij hebben in het kader van dit onderzoek niet uitputtend gecontroleerd hoe hoog de toeristenbelasting is in andere Europese steden, maar volstaan hier met een korte vergelijking van de situatie per januari 2024 met kleine selectie van Europese steden.
Amsterdam heeft de toeristenbelasting met ingang van 1 januari 2024 verhoogd. Recent is geraamd dat de inkomsten stijgen van € 185 mln. in 2023 naar € 240 mln. in 2024. Er is dus al aan deze knop gedraaid, waarmee het aandeel in de gemeentelijke inkomsten richting 4% gaat. Recente onderzoeken tonen ruimte voor verhoging Voorafgaand aan de recente verhoging zijn diverse onderzoeken verricht, onder meer naar de prijselasticiteit. Het blijkt dat de keuze van
We hebben in deze vergelijking omzetbelasting (btw) meegenomen, om dat daarmee een beter beeld van belastingdruk voor toeristen te geven is. Zakenreizigers kunnen deze omzetbelasting in beginsel verrekenen met af te dragen omzetbelasting in Nederland.
toeristen om een stad te bezoeken maar zeer beperkt worden beïnvloed door de hoogte van toeristenbelasting. Het blijkt dat de keuze van toeristen om een stad te bezoeken maar beperkt wordt beïnvloed door de hoogte van toeristenbelasting. Voor dit onderzoek is vooral relevant dat hier potentie ligt voor het substantieel verhogen van inkomsten die worden opgebracht door bezoekers, niet door bewoners of bedrijven uit Amsterdam. Op de volgende pagina wegen we voor- en nadelen tegen elkaar.
Toeristenbelasting
Omzetbelasting
Typische belastingdruk *
Amsterdam
12,5%
9%
€ 43
Antwerpen
€ 2,80
6%
€ 15
Berlijn
5%
7%
€ 24
Brussel
€ 4,00
6%
€ 20
Londen
nihil
20%
€ 40
Parijs
€ 2,60 – 14,95
10%
€ 30
Momenteel 3% van de gemeentelijke inkomsten
* toeristenbelasting en omzetbelasting voor een overnachting in een driesterren-hotel met 2 personen met een netto-kamerprijs van € 200.
13
3. AANBEVELINGEN VOOR HOGERE INKOMSTEN
Afweging van verdere verhoging van toeristenbelasting ✅
Er is een te beargumenteren verband tussen het aantal toeristen en het gebruik van c.q. beslag op culturele voorzieningen. Uit recent onderzoek van amsterdam&partners blijkt dat meer dan 35% van alle bezoekers specifiek komt voor het aanbod in kunst en cultuur in de stad. 50% geeft aan de stad te bezoeken vanwege erfgoed.
❌
Het is lastig om de toeristenbelasting (verder) te verhogen met als enig argument het verhogen van de bestedingsruimte aan kunst en cultuur. De principes van een integrale afweging van de begroting en van de ontkoppeling van algemene inkomsten en uitgaven zouden daarmee worden losgelaten.
✅
Onderzoek wijst uit dat de prijselasticiteit van het toerisme laag is: een (verdere) verhoging van de toeristenbelasting heeft naar
❌
De toeristenbelasting in Amsterdam is per 1 januari 2024 verhoogd en is hoog in vergelijking met andere Europese steden. Eind vorig
verwachting nauwelijks daling van het aantal toeristen tot gevolg. ✅
✅
✅
Het huidige streven van de gemeente is om het aantal toeristen te verminderen, in elk geval de toeristen die overlast veroorzaken. De toerist die primair voor culturele bezoeken komt wordt echter liever niet geweerd, in elk geval niet door de culturele sector.
De hotellerie en de congresmarkt profiteren sterk van het culturele profiel van Amsterdam. Dat geldt in het bijzonder voor grote tentoonstellingen, concerten en evenementen zoals ADE. Hotelbedden zijn in de week van ADE 25% tot 40% duurder (bij boeking in maart van centraal gelegen 4-sterrenhotels) dan in andere weken in oktober/november. Een indirect voordeel voor de cultuursector is dat door verhoging van (of geen korting op) cultuursubsidies, de kaartprijs niet noodgedwongen fors moet worden verhoogd. Toeristen betalen hogere lasten van bezoek aan Amsterdam via de hotels, niet via de culturele sector, en bewoners betalen hier niet direct aan mee.
jaar is een manifest opgesteld door de hotellerie die zich zorgen maakt. ❌
Er gaan stemmen op dat toeristenbelasting een onzekere en volatiele inkomstenstroom is. Daarom zouden deze inkomsten zich minder goed lenen voor vaste, structurele besteding. Omdat de koppeling vanwege de begrotingssystematiek niet één op één is, is dit in onze ogen geen zwaarwegend tegenargument.
Wij beoordelen het verhogen van toeristenbelasting als een kansrijke extra inkomstenbron ten gunste van een ruimer kunst- en cultuurbudget. Er kan worden gekozen voor de optie om binnen de huidige (al stijgende) opbrengsten van de toeristenbelasting een specifiek deel te alloceren voor kunst en cultuur. Ook kan ervoor worden gekozen om bij een eventuele additionele verhoging een allocatie voor de cultuurbegroting vast te leggen.
14
3. AANBEVELINGEN VOOR HOGERE INKOMSTEN
Toelichting op de systematiek van erfpacht Ongeveer 80% van de grond in Amsterdam is in eigendom van de
De gemeente Amsterdam voert in dit kader een functionele en residuele
gemeente Amsterdam. De gemeente geeft een groot deel van deze
grondwaardepolitiek. De gemeente bepaalt voor bestaande
grond in erfpacht uit. Om de inkomsten uit deze erfpacht te verhogen is
erfpachtrechten de grondwaarde op basis van de zogeheten ‘residuele
de eerste vraag of het mogelijk is om de erfpachtcanons te verhogen of
methode’. Deze methode betekent dat de vastgoedwaarde wordt
om hierin te differentiëren. De gemeente heeft immers de bevoegdheid
verminderd met de opstalwaarde. Wat overblijft – het residu – is de
om aan het einde van het erfpachttijdvak (of, in het geval van
waarde van de (erfpacht)grond.
nieuwbouw, bij aanvang van de erfpachtovereenkomst) de canon te vast te stellen aan de hand van de actuele grondwaarde.
Voor de marktwaarde wordt bij bestaande erfpachtrechten de laatste onherroepelijk vastgestelde WOZ-waarde gebruikt. De opstalwaarde wordt bij bestaande erfpachtrechten bepaald aan de hand van herbouwkosten. De herbouwkosten zijn gelijk aan de kosten waarvoor een woning opnieuw gebouwd kan worden.
Bij de vestiging van een nieuw erfpachtrecht, bijvoorbeeld bij uitgifte van grond ten behoeve van nieuwbouwwoningen, is het berekenen van de opstalwaarde volgens de residuele grondwaardemethode relatief eenvoudig. De marktconforme opbrengstwaarde (de verkoopprijs of beleggingswaarde van de woning) wordt verminderd met de nieuwbouwkosten van de opstal.
Over het erfpachtstelsel schreef Berenschot in 2021 op verzoek van de raad het rapport Erfpacht Amsterdam: een Gordiaanse Knoop. Hoofdstuk 2 hiervan behandelt de juridische (on)mogelijkheden van de Figuur: Erfpachtkaart Gemeente Amsterdam (bron: website Rekenkamer Metropool Amsterdam)
gemeente om het erfpachtstelsel te wijzigen.
15
3. AANBEVELINGEN VOOR HOGERE INKOMSTEN
Inzet op hogere erfpacht voor culturele voorzieningen Bestaande erfpacht aanpassen is problematisch
Erfpacht voor nieuwe voorzieningen
De kaders voor de bepaling van de erfpachtgrondprijs staan beschreven
De bepaling van de erfpachtcanon voor nieuwe voorzieningen volgt
in het beleid Grondprijsbepaling voor nieuwe erfpachtrechten. Dit beleid
dezelfde principes als die voor bestaande bebouwing. Ook voor
wordt jaarlijks vastgesteld. De erfpachtcanon is daarmee gebaseerd op
stadsuitbreiding is het daarom niet mogelijk een verhoogde canon in te
een marktconforme erfpachtgrondprijs en de nieuwbouwwaarde van de
stellen om de extra inkomsten ten goede te laten komen aan kunst en
opstal.
cultuur.
Dit betekent dat de canon niet om andere redenen kan worden
Voor nieuwe voorzieningen is het wellicht iets makkelijker om aan te
verhoogd, in casu als extra dekkingsbron voor kunst en cultuur. Onze
geven of en in welke mate de verkoopprijs hoger is door de
conclusie is daarom dat er geen mogelijkheid is om bestaande erfpacht
aanwezigheid van culturele voorzieningen. Er kan dan worden betoogd
aan te grijpen als extra inkomstenbron van de stad ten gunste van
dat deze hogere verkoopprijs zich vertaalt in hogere erfpachtinkomsten.
kunst en cultuur.
In praktijk is echter ook voor nieuwbouwprojecten niet goed aan te
In principe zou kunnen worden aangevoerd dat de aanwezigheid van
geven hoe de verkoopprijs tot stand komt.
culturele voorzieningen, zoals de nabijheid van het Concertgebouw, zich vertaalt in een hogere WOZ-waarde en daarmee in een hogere erfpachtcanon. Daarmee is het in beginsel juist om een deel van de erfpachtinkomsten toe te rekenen aan de kunst- en cultuursector. In praktijk is echter niet vast te stellen of en in welke mate de WOZ-
waarde is beïnvloed door de aanwezigheid van culturele voorzieningen.
Wij beoordelen inzet van erfpacht voor bestaande of nieuwe voorzieningen niet als haalbare optie voor een ruimer kunst- en cultuurbudget
16
3. AANBEVELINGEN VOOR HOGERE INKOMSTEN
Het gemeentefonds levert de meeste vaste inkomsten Bijna 60% van de inkomsten van de gemeente Amsterdam komen uit het Gemeentefonds, dus direct van de rijksoverheid. Amsterdam krijgt relatief een hoge en absoluut de hoogste bijdrage van alle gemeenten. De systematiek die ten grondslag ligt aan de uitkering uit het gemeentefonds wordt bepaald door de ministeries van Financiën en Binnenlandse Zaken. Dit gebeurt in overleg met de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Hoewel de gemeente Amsterdam goede contacten heeft bij deze ministeries en bij de VNG, is er geen overleg over deze systematiek of de specifieke maatstaven.
De belangrijkste factoren die kunnen leiden tot een toe- of afname van de Algemene Uitkering uit het gemeentefonds zijn:
1) Loon- en prijscompensatie: bedoeld om te corrigeren voor inflatie. 2) Volume: bedoeld om te corrigeren voor toe- of afname van het aantal inwoners ten opzichte van andere gemeenten.
Algemene uitkering
• Ten behoeve van alle reguliere bestedingen van gemeenten • Verdeeld op basis van een 60-tal maatstaven zoals inwonertal en verzorgingsgebied
Integratieuitkering
• Voor taken waarvan maatstaven nog niet definitief zijn, later over te hevelen naar de Algemene uitkering. • Door het rijk beoogd voor specifieke besteding, zoals opvang Oekraïners, maar desondanks vrij besteedbaar.
Gemeentefonds Decentralisatieuitkering
• Voor een niet van tevoren bepaalde (of te bepalen) termijn, veelal voor bijzondere taken van korte duur. • Door het rijk beoogd voor specifieke besteding, zoals vrouwenopvang, maar desondanks vrij besteedbaar.
Artikel 12 uitkering Overige rijksbijdragen
Specifieke uitkeringen
• Uitsluitend aan te wenden voor een specifieke besteding, waarover ook aan het rijk verantwoording moet worden afgelegd, zoals SPUK GALA en Bibliotheekvoorzieningen
17
3. AANBEVELINGEN VOOR HOGERE INKOMSTEN
Het gemeentefonds als bron voor hogere bestedingen Wij werken vier manieren uit waarop het budget voor kunst en cultuur kan worden verhoogd op basis van het Gemeentefonds en beoordelen deze: A) Verhogen van het aandeel voor Amsterdam
X
Van tijd tot tijd worden delen van de uitkering uit het gemeentefonds opnieuw geijkt, op basis van de systematiek met ruim 60 maatstaven (zie bijlage B). Daartoe worden door de ministeries commissies geformuleerd met daarin ook vertegenwoordigers van verschillende gemeenten. Amsterdam is veelal vertegenwoordigd in deze commissies. De berekening van de bijdrage aan de cultuursector uit het gemeentefonds is momenteel geen onderwerp van een dergelijke herijkingsprocedure en dit is ook niet voorzien voor de nabije toekomst. B) Verhogen van het gemeentefonds o.b.v. volume Het rijk verdeelt het gemeentefonds onder meer op basis van inwonertal. Amsterdam ontvangt meer als de gemeente relatief meer groeit ten opzichte van andere gemeenten, en dat kan komende jaren gebeuren. Het is voor Amsterdam mogelijk om die extra middelen te verdelen op basis van benodigde voorzieningen voor het toegenomen bouwvolume (areaalsystematiek). Die systematiek is ook toepasbaar voor uitbreiding van en dus meer geld voor culturele voorzieningen.
?
C) Vergroten van het aandeel kunst en cultuur uit het fonds V In het recente rapport van Cebeon / Lysias Gemeente Amsterdam, Inzicht in beleid, geld en keuzes (januari 2023) kwam naar voren dat de netto bestedingen aan kunst en cultuur van de gemeente Amsterdam lager zijn dan hiervoor in de systematiek van het gemeentefonds wordt berekend. Dit kan een argument zijn om, bij de integrale besluitvorming bij de voorjaarsnota, meer geld uit het fonds voor kunst en cultuur te bestemmen. Dit is feitelijk een herverdeling van bestaande middelen, niet een verruiming van de totale middelen. D) Inzetten op decentralisatie- of specifieke uitkeringen
?
A, B en C zijn gericht op de Algemene Uitkering. Het staat de gemeente vrij (hogere) bedragen naar eigen inzicht te besteden. Als het rijk extra middelen verdeelt als specifieke uitkeringen, moet en wil Amsterdam die voor het beoogde doel besteden. In het licht van het belang van kunst en cultuur voor Amsterdam, wettelijke verankering en zorgplicht, kan de gemeente op langere termijn inzetten op het krijgen van Decentralisatieuitkeringen en/of SPUK's vanuit het rijk voor cultuur..
Wij beoordelen een verhoging van het gemeentefonds niet als een gemakkelijke route voor de gemeente naar een ruimer kunst- en cultuurbudget. Wel kan worden gekeken naar het vergroten van het aandeel kunst en cultuur binnen de huidige omvang van de middelen uit het gemeentefonds.
A. Bestedingen aan kunst en cultuur - gemeentelijke bijdragen aan kunst en cultuur - bestemming van bijdragen aan kunst en cultuur
18
Beeld: ANP
19
BIJLAGE A – BESTEDINGEN AAN KUNST EN CULTUUR
Overzicht gemeentelijke bijdragen aan kunst en cultuur Activiteiten 0
25
Kunst- en… Broedplaatsen en… Via stadsdelen
Kinderen uit…
50
75
100
125
150 149,0
2,2
Via stadsdelen -
miljoen euro per jaar 1
2
10,0 5,8 2,1
Dit overzicht laat zien dat de gemeente Amsterdam volgens de begroting 2024 € 186 miljoen besteedt aan kunst, cultuur & media. Daarvan is € 5,8 miljoen voor media, wat buiten dit onderzoek valt. Het grootste deel van het budget betreft subsidies aan kunst- en cultuurinstellingen, die worden verdeeld via de AKR en het AfK. Er is apart budget van € 2,2 mln. ten gunste van broedplaatsen en ateliers. Via de stadsdelen en Weesp worden met name activiteiten, evenementen en kunst in de openbare ruimte bekostigd (samen € 6,4 mln.). Muziekscholen ontvangen via de stadsdelen ook € 1,2 mln. De gemeente besteedt € 10,2 mln. per jaar aan cultuureducatie, gericht op het primair onderwijs. Dit budget wordt verdeeld via diverse muziekscholen, Mocca, SEP en met behulp van vouchers voor kunst en cultuur (€ 2 mln.).
3
Kunst en cultuur activiteiten
5
1,2
Evenementen
0,9
Kunst in de openbare Ruimte
0,8
Bibliotheekwerk
0,1
CBK algemeen
0,1
Cultuurpark
0,0
Cultuureducatie 0 Muziekschool Amsterdam Voucherbeheer Mocca Aslan Muziekcentrum Leerorkest Amsterdam SEP Muziekcentrum Zuidoost
4
3,5
Muziekschool
7,6
Cultuureducatie Zendgemachtigden
miljoen euro per jaar
miljoen euro per jaar 1
2
3
4
5 4,1
2,0 1,4 1,2 0,9 0,2 0,2
Verder moet worden vermeld dat van de rijkssubsidies die worden verstrekt door het ministerie van OCW, deels via de rijkscultuurfondsen, een behoorlijk deel terecht komt bij culturele instellingen die in Amsterdam gevestigd zijn. Deze bestedingen leiden tot forse spin-off ten gunste van het Amsterdamse bedrijfsleven.
BIJLAGE A. BESTEDINGEN AAN KUNST EN CULTUUR
Bestemming van bijdragen aan kunst en cultuur De gemeentelijke middelen die door de gemeente Amsterdam worden besteed aan kunst en cultuur betreffen, zoals hiervoor is geïllustreerd, grotendeels bijdragen aan (professionele) culturele instellingen. Dit betreft een breed scala aan instellingen in allerlei culturele disciplines en stadsdelen. Per 2025 zal het budget over deze instellingen worden verdeeld door het AfK, op zeven A-BIS-instellingen na. Deze bijdragen, meestal subsidies, vormen een aanvulling op de eigen inkomsten van deze instellingen. Het is niet mogelijk een totaaloverzicht van alle lasten van de gesubsidieerde culturele instellingen te geven. Wel zijn voor vier soorten lasten de omvang en trends te benoemen. • Beheerslasten materieel: betreft bestedingen aan huisvestingslasten, algemene en organisatiekosten. Het aandeel van deze lasten is groot voor
instellingen met omvangrijke huisvesting, zoals podia (met gemiddeld 30% huisvestingslasten) en musea (gemiddeld 25% huisvestingslasten). Deze nemen de laatste jaren sterk toe door hogere energielasten en eisen aan duurzaamheid en door indexatie van huren. • Beheerslasten personeel: betreft personele lasten voor staffuncties en overige personeelskosten. Bij grotere instellingen is de staf in dienst en vaak gelden hier cao’s. Kostenstijgingen zijn vooral het gevolg van cao-verhogingen. Overhead is over het algemeen gering in de cultuursector. • Activiteitenlasten materieel: betreft lasten voor het realiseren van cultureel aanbod plus het scheppen van voorwaarden daarvoor. De omvang
hiervan wisselt per soort instelling. Bij musea zijn de grootste kosten collectiebeheer en tentoonstellingen, bij podia de inkoop van producties. • Activiteitenlasten personeel: betreft de kosten van inzet van eigen en ingehuurd personeel of zelfstandige makers en mogelijkmakers. Bij gezelschappen en cultuureducatieve instellingen zijn deze kosten hoog, al worden niet alle werkenden volledig vergoed. Cao-stijgingen maar met name honorariumrichtlijnen en andere instrumenten gericht op fair pay zorgen voor steeds hogere lasten maar eerlijkere vergoedingen. Op basis van bovenstaand onderscheid in kostensoorten maar ook op basis van analyses aan de hand van het Iglo-model van Berenschot waarmee
de exploitaties van culturele instellingen kunnen worden doorgelicht, blijkt dat bij een gezonde bedrijfsvoering 80 tot 90% van subsidies wordt besteed aan beheerslasten materieel en personeel (de voorziening), zodat er nog 10 tot 20% subsidie is voor realiseren van cultureel aanbod. Dat aanbod genereert tevens eigen inkomsten, naast commerciële activiteiten en fondsenwerving. Subsidie is daar meestal randvoorwaardelijk voor.
20
B. Specificatie van inkomstenbronnen - Toelichting en omvang - Toelichting op toetsing
Beeld: Expedia
22
BIJLAGE B. SPECIFICATIE VAN INKOMSTENBRONNEN
Toelichting van overige gemeentelijke inkomsten Gemeenten hebben in beginsel drie bronnen om inkomsten te werven:
1. Het heffen van belasting bij inwoners en bedrijven. De bevoegdheden hiertoe liggen vast in de artikels 220 tot en met 229 van de Gemeentewet. Tevens is daarin bepaald dat gemeenten uitsluitend belasting mogen heffen als hiervoor een wettelijke grondslag bestaat. Het is gemeenten dus niet toegestaan een eigen belasting in te voeren. 2. Inkomensoverdrachten van andere overheden, hoofdzakelijk het Rijk. Deze inkomsten zijn grotendeels vrij besteedbaar, maar in het geval van doeluitkeringen geoormerkt en mogen zij enkel voor dat doel worden aangewend. Sinds 1994 beweegt de uitkering uit het gemeentefonds mee met de totale rijksuitgaven (‘samen de trap op en af’), maar in de toekomst zal deze koppeling wellicht definitief worden losgelaten en wordt het accres afhankelijk van de loon- en prijsontwikkeling.
3. Inkomsten uit eigen bezittingen, zoals uit verhuur, pacht of dividenden van deelnemingen, en door de gemeente geleverde (commerciële) diensten, zoals het ophalen van bedrijfsafval, maar ook diensten die de gemeente levert aan andere gemeenten. Hiernaast mogen gemeenten leges heffen voor diensten zij leveren aan inwoners en bedrijven. Deze leges mogen echter maximaal kostendekkend zijn. Alleen indien de leges momenteel niet kostendekkend zouden zijn, is dus het mogelijk de tarieven te verhogen en zo extra inkomsten te genereren.
Als dekking voor uitgaven kunnen gemeenten ook eventuele reserves aanwenden. Hoewel deze dekking in de begroting wordt opgevoerd als bate, betreft het geen nieuwe inkomsten voor de gemeente. Wij laten de mogelijkheden om (versneld) reserves uit te putten ten behoeve van de kunst- en cultuurbegroting in dit onderzoek buiten beschouwing. Het schema op pagina 7 splitst de inkomstenbronnen van de gemeente verder uit. De gemeente Amsterdam heeft ervoor gekozen niet elke vorm van belasting waartoe zij gerechtigd is ook daadwerkelijk te heffen: de gemeente heft geen forensenbelasting of hondenbelasting. We gaan niet nader in op twee vormen van belasting die de gemeente Amsterdam op dit moment niet heft. De implicaties van het invoeren van forensenbelasting wordt momenteel afzonderlijk onderzocht in het kader van de uitwerking van het coalitieakkoord. De hondenbelasting is sinds 2016 door Amsterdam afgeschaft. In deze bijlage beschrijven wij voor de volledigheid eerst de methodiek van het gemeentefonds en vervolgens alle inkomstenbronnen die wij niet als optie zien op basis van de toetsing op de criteria in hoofdstuk 2. We lichten hier deze toetsing per bron toe.
23
BIJLAGE B. SPECIFICATIE VAN INKOMSTENBRONNEN
Gemeentefonds: nadere toelichting en vergelijking
Alge m e n e u it k e r in g: be dr a ge n pe r ge m
De uitkering uit het gemeentefonds bestaat uit een Algemene Uitkering, een Integratieuitkering en een Decentralisatieuitkering. Alle uitkeringen uit het Gemeentefonds zijn vrij besteedbaar.
De Algemene Uitkering groeit en krimpt op basis van de normeringssystematiek (trap-op-trap-af in relatie tot de rijksoverheidsuitgaven). Vanaf 2027 zal de omvang van het gemeentefonds meebewegen met het BBP.
• Totaalbedrag algemene De Algemene Uitkering wordt verdeeld over de Nederlandse gemeenten op basis per inwoner. van ruim 60 maatstaven zoals inwonertal,uitkering aantal jongeren, aantal uitkeringsgerechtigden, landoppervlakte en wateroppervlakte, etc. Dit betekent • Verschilt per gemeente, bijvoorbeeld dat als het inwonertal (volume) van Amsterdam stijgt ten opzichte Algemene van andere gemeenten, Amsterdam een hogere Uitkering krijgt. o.a.Algemene vanwege Alge m eUitkering n e u it k e r in g: be dr a ge n pe r ge m e e n t e De maatstaf voor Sport, Cultuur en Recreatie is gebaseerd op aantal inwoners, aspiratieniveau. lokale en regionale klanten (i.e. verzorgingsgebied) en historiciteit. Integratieuitkeringen zijn voor bepaalde tijd, omdat er nog geen maatstaven • Totaalbedrag algemene zijn bepaald, en worden op termijn overgeheveld naar de Algemene Uitkering. uitkering per inwoner. Ze zijn door het rijk bedoeld voor een specifieke besteding, zoals beschermd• Verschilt per gemeente, wonen, vrouwenopvang, buurtsportcoaches, etc. Decentralisatieuitkeringen zijno.a. vanwege vergelijkbaar met Integratieuitkeringen, maar zijn niet aan een termijn Integratie aspiratieniveau. Uitkering gekoppeld.
• Overzichtskaart uitgedrukt als procentuele afwijking De toekenning van Integratie- en Decentralisatieuitkeringen wordt los van de • Overzichtskaart van het landelijk Algemene Uitkering bepaald. Zij onderscheiden zich van Specifieke Uitkeringenuitgedrukt als (SPUK’s, vallen niet onder het gemeentefonds) doordat deze vrij besteedbaar procentuele afwijking gemiddelde (2017). zijn en dus niet geoormerkt zoals SPUK’s zijn. Staand beleid in Amsterdam is Decentralisatie Uitkering
van het landelijk
echter om Integratie- en Decentralisatieuitkeringen in de begroting ten goede te gemiddelde (2017). laten komen aan het Programmaonderdeel waarvoor zij zijn bedoeld.
Uitkering gemeentefonds in euro per jaar per inwoner bron: VNG
24
BIJLAGE B. SPECIFICATIE VAN INKOMSTENBRONNEN
Inkomsten uit belastingen, leges en heffingen Nadere specificatie van de inkomsten uit belastingen, leges
miljoen euro per jaar -
en heffingen van gemeente Amsterdam op basis van de
5
10
15
Opbr. parkeren uit automaten
begroting 2024, zoals vastgesteld in voorjaar 2023.
19,8
Rioolheffing op niet-woningen
16,0
Reinigingsrecht
100
200
10,5
VV: Ontheffingen RVV
9,8
Opbr. huren parkeergebouwen
9,5
Economie/milieu (o.a.Horeca)
miljoen euro per jaar -
300
Parkeergelden
289
(On)roerende zaakbelasting
284
8,4
Precariobelasting
7,1
Parkeer opbrengst overig
7,0
Begraafplaatsrecht
6,7
Vermakelijkheidsretributie
6,5
Toeristenbelasting
185
Reclamebelasting
5,1
Afvalstoffenheffing
177
Marktgelden en kermisgelden
5,0
Binnenhavengeld (pleziervaart)
4,7
OR: Plaatsen van voorwerpen
4,4
Rioolheffing op woningen Omgevingsvergunningen…
73 60
20
BZ:Naturalisatie
3,2
Leges en andere rechten
3,0
BZ:Reisdocumenten
2,9
BZ:Rijbewijzen
2,3
Opbr. parkeren via facturatie
2,2
BZ:Huwelijk/Partnerschap/BS
2,1
Opbr online/evenement parkeren
1,8
BZ:Basisregistratie personen
1,4
Opbrengst waardekaarten
1,1
VV: Parkeren belanghebbenden
1,1
OR: Opbreken weg
1,0
25
BIJLAGE B. SPECIFICATIE VAN INKOMSTENBRONNEN
Onroerendezaakbelasting
Momenteel 4% van de gemeentelijke inkomsten
De onroerendezaakbelasting wordt geheven op woon- en
De tarieven voor onroerendzaakbelasting zijn in Amsterdam relatief
bedrijfspanden. De waarde in het economisch verkeer vormt de
laag in vergelijking met andere gemeenten. Dit kan echter niet los
grondslag waarop deze belasting wordt geheven. De belasting op
worden gezien van de erfpacht die de gemeente in rekening brengt voor
roerende zaken is hiermee vergelijkbaar en wordt geheven op
woningen en bedrijven die op gemeentegrond zijn gebouwd en die de
bijvoorbeeld woonboten. De inkomsten uit onroerendezaakbelasting zijn
meeste Nederlandse gemeenten niet kennen. De gemeente Amsterdam
voor gemeenten vrij besteedbaar. Amsterdam kent dan ook geen
bezit 80% van het oppervlakte van de gemeente.
koppeling tussen deze inkomsten en bestedingen aan kunst en cultuur.
Omdat onroerendezaakbelasting bedoeld is als belangrijke algemene
Voor veel gemeenten vormt de onroerendezaakbelasting de primaire
inkomstenbron voor de gemeente bestaat er geen goede grond om een
bron van eigen inkomsten. In Amsterdam zijn deze inkomsten echter
deel hiervan op voorhand toe te wijzen aan een specifieke sector zoals
relatief bescheiden. Zo zijn de inkomsten uit parkeren zelfs iets hoger.
kunst en cultuur. Met name het feit dat een verhoging van deze
De onroerendezaakbelasting is in Amsterdam onlangs al significant
belasting generiek is en moet zijn, maakt dat eventuele hogere
verhoogd. Van 2022 naar 2023 stegen de inkomsten hieruit met 25%
inkomsten voor vele andere beleidsmatige doelen ingezet zal worden.
en van 2023 naar 2024 met 5%. Wettelijk
Gerelateerd
Generiek
Praktisch
Materieel
Randvoorwaarde een wettelijke basis voor de inkomsten.
De inkomsten of uitgaven zijn gelinkt aan kunst en cultuur.
Het principe om de inkomsten toe te kennen is ook toepasbaar op andere beleidsportefeuilles.
Het genereren van de inkomsten is praktisch en doelmatig uitvoerbaar.
De inkomsten kunnen een substantiële bijdrage leveren.
De bevoegdheid van de gemeente om onroerendezaakbelasting te heffen volgt uit artikel 220 van de gemeentewet.
Onroerendezaakbelasting is de voornaamste algemene inkomstenbron voor gemeenten.
Deze belasting wordt door gemeenten ingezet ten behoeve van vele beleidskwesties die vechten om voorrang bij verhoging
Amsterdam heft reeds onroerendezaakbelasting. Een eventuele verhoging hiervan is daarom eenvoudig in te voeren.
De inkomsten uit onroerendezaakbelasting zijn hoog ten opzichte van de uitgaven aan kunst en cultuur.
26
BIJLAGE B. SPECIFICATIE VAN INKOMSTENBRONNEN
Reclamebelasting
Momenteel 0,08% van de gemeentelijke inkomsten
De gemeente Amsterdam heft belasting op (reclame)uitingen die
De totale inkomsten uit reclamebelasting bedragen momenteel 5,1
zichtbaar zijn vanaf de openbare weg, een totale oppervlakte van meer
miljoen euro per jaar. Ten opzichte van 174 miljoen euro jaarlijks
dan 0,25 m2 hebben (het formaat van vier velletjes A4), en die langer
begrote uitgaven aan kunst en cultuur zou dus een forse
dan 10 weken in een jaar zichtbaar zijn. Het tarief verschilt per buurt.
tariefsverhoging nodig zijn om een wezenlijke verhoging van de
De totale inkomsten uit reclamebelasting kunnen worden verhoogd door
begroting te bekostigen.
de oppervlakte- en tijdsduurcriteria aan te scherpen. Deze zijn echter al
Een verhoging van de reclamebelasting zou, in beperkte mate, ook de
tamelijk strak vastgelegd. Een andere mogelijkheid zou zijn om de
kunst- en cultuursector raken. Er is nu al een korting voor de kunst- en
tarieven te verhogen. Dit zou kunnen leiden tot afnemende vraag, maar
cultuursector, en de kunst- en cultuursector zou zelfs kunnen worden
waarschijnlijk per saldo tot meer inkomsten.
vrijgesteld van reclamebelasting. Een dergelijke differentiatie zou de inning van reclamebelasting echter complexer maken en slechts beperkt effect hebben op de lasten voor de sector.
Wettelijk
Gerelateerd
Generiek
Praktisch
Materieel
Randvoorwaarde een wettelijke basis voor de inkomsten.
De inkomsten of uitgaven zijn gelinkt aan kunst en cultuur.
Het principe om de inkomsten toe te kennen is ook toepasbaar op andere beleidsportefeuilles.
Het genereren van de inkomsten is praktisch en doelmatig uitvoerbaar.
De inkomsten kunnen een substantiële bijdrage leveren.
Amsterdam heft reeds reclamebelasting. Een eventuele verhoging hiervan is daarom eenvoudig in te voeren.
De inkomsten uit reclamebelasting zijn gering ten opzichte van de uitgaven aan kunst en cultuur.
De bevoegdheid van de gemeente om reclamebelasting te heffen volgt uit artikel 227 van de gemeentewet.
Er is weinig verband tussen reclame-uitingen in het algemeen en de kunst- en cultuursector.
27
BIJLAGE B. SPECIFICATIE VAN INKOMSTENBRONNEN
Parkeerbelasting
Momenteel 5% van de gemeentelijke inkomsten
De gemeente Amsterdam genereert inkomsten uit de uitgifte van
Daar tegenover staat een bezwaar dat parkeerinkomsten worden
parkeervergunningen, het innen van belasting voor het parkeren op
behandeld als algemene dekking voor de gemeentelijke uitgaven en dus
straat, van naheffingen als deze niet worden voldaan, uit de verhuur en
niet zijn gekoppeld aan bepaalde sectoren. Ook als dit principe los
exploitatie van parkeergarages en uit andere parkeer-gerelateerde
wordt gelaten, ligt het meer voor de hand de parkeerinkomsten te
activiteiten. Tezamen vormen de parkeerinkomsten een grotere
koppelen aan uitgaven in het fysiek domein, zoals het beheer en
inkomstenbron voor de gemeente dan de onroerendezaakbelasting.
onderhoud van openbare ruimte, dan aan de kunst- en cultuursector
De parkeerinkomsten zijn daarmee zeker materieel ten opzichte van de
Ook zijn de parkeertarieven in Amsterdam reeds hoog ten opzichte van
kunst- en cultuurbegroting. Een verhoging ervan is bovendien praktisch
de tarieven in andere gemeenten.
en eenvoudig door te voeren.
Wettelijk
Gerelateerd
Generiek
Praktisch
Materieel
Randvoorwaarde een wettelijke basis voor de inkomsten.
De inkomsten of uitgaven zijn gelinkt aan kunst en cultuur.
Het principe om de inkomsten toe te kennen is ook toepasbaar op andere beleidsportefeuilles.
Het genereren van de inkomsten is praktisch en doelmatig uitvoerbaar.
De inkomsten kunnen een substantiële bijdrage leveren.
De bevoegdheid van de gemeente om parkeerbelasting te heffen volgt uit de artikels 225, 234 en 235 van de gemeentewet.
Parkeerbelasting is in Amsterdam een belangrijke algemene inkomstenbron die niet is gekoppeld aan kunst en cultuur.
Amsterdam heft reeds parkeerbelasting. Een eventuele verhoging hiervan is daarom eenvoudig in te voeren.
De inkomsten uit parkeerbelasting zijn hoog ten opzichte van de uitgaven aan kunst en cultuur.
28
BIJLAGE B. SPECIFICATIE VAN INKOMSTENBRONNEN
Baatbelasting
Momenteel 0% van de gemeentelijke inkomsten
De gemeente kan baatbelasting opleggen aan de eigenaren of
voorzieningen baatbelasting kan heffen moeten worden onderbouwd.
gebruikers van onroerende zaken voor nieuw aangelegde voorzieningen
Vervolgens zou in de Amsterdamse praktijk moeten worden bezien
waarvan zij voordeel hebben. Denk hierbij aan onder andere de aanleg
welke nieuw aan te leggen culturele voorzieningen op deze manier
van riolering, fietspaden of van een winkelcentrum. Deze baatbelasting
zouden kunnen worden gefinancierd. Hoewel de financiering van
moet door de gemeente vooraf worden vastgelegd, dus de belasting
culturele voorzieningen door middel van baatbelasting slechts van
kan niet later worden ingesteld voor reeds aangelegde voorzieningen.
toepassing zou kunnen zijn op nieuwe voorzieningen, zou hiermee de
Voor zover ons bekend zijn er geen gemeenten die baatbelasting heffen
algehele kunst- en cultuurbegroting kunnen worden ontlast, waarmee voor bestaande culturele voorzieningen budget zou kunnen vrijkomen.
specifiek voor culturele voorzieningen. Deze baatbelasting zou
Wij sluiten de mogelijkheid om een culturele baatbelasting in te voeren
betekenen dat omwonenden (bedrijven en/of particulieren) zouden meebetalen aan zulke nieuw te treffen, culturele voorzieningen waarvan
niet op voorhand uit, maar achten de praktische en juridische
haalbaarheid, zeker op korte termijn, niet groot. Verder onderzoek
zij profijt hebben. Om een culturele baatbelasting toch verder te onderzoeken, zou eerst het principe dat de gemeente ook voor culturele
hiernaar zou zeker nodig zijn.
Wettelijk
Gerelateerd
Generiek
Praktisch
Materieel
Randvoorwaarde een wettelijke basis voor de inkomsten.
De inkomsten of uitgaven zijn gelinkt aan kunst en cultuur.
Het principe om de inkomsten toe te kennen is ook toepasbaar op andere beleidsportefeuilles.
Het genereren van de inkomsten is praktisch en doelmatig uitvoerbaar.
De inkomsten kunnen een substantiële bijdrage leveren.
Onzeker of voldaan wordt aan artikel 222 van de gemeentewet om baatbelasting te heffen voor culturele voorzieningen.
Baatbelasting wordt specifiek geheven voor een project of voorziening.
Baatbelasting kan ook voor andere voorzieningen worden geheven.
De gemeente Amsterdam heft momenteel geen baatbelasting. De invoering vergt specifieke expertise.
Baatbelasting kan alleen worden geheven voor nieuwe projecten en alleen bij omwonenden die direct profijt hebben.
29
BIJLAGE B. SPECIFICATIE VAN INKOMSTENBRONNEN
Precariobelasting
Momenteel 0,11% van de gemeentelijke inkomsten
Precariobelasting wordt geheven voor voorwerpen onder, op of boven
• De gebiedsindeling aan te passen.
de openbare gemeentegrond. Voorzieningen voor de levering van water en energie zijn hiervan uitgezonderd.
• De precariotarieven te verhogen. Dit zou kunnen leiden tot afnemende vraag maar waarschijnlijk per
In Amsterdam wordt precario geheven voor woonboten,
saldo tot meer inkomsten.
passagiersvaartuigen, bedrijfsvaartuigen en terrassen. De tarieven voor terrassen verschillen per stadsdeel en gebied en gelden per vierkante
De totale inkomsten uit precariobelasting bedragen momenteel 7,1 miljoen euro per jaar. Ten opzichte van 174 miljoen euro jaarlijks
meter, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen overdekt en niet
begrote uitgaven aan kunst en cultuur zou dus een forse
overdekt.
tariefsverhoging nodig zijn om een wezenlijke verhoging van de
De totale inkomsten uit precario zouden kunnen worden verhoogd door:
begroting te bekostigen.
• De categorie voorwerpen waarvoor precariobelasting verschuldigd is uit te breiden. Wettelijk
Gerelateerd
Generiek
Praktisch
Materieel
Randvoorwaarde een wettelijke basis voor de inkomsten.
De inkomsten of uitgaven zijn gelinkt aan kunst en cultuur.
Het principe om de inkomsten toe te kennen is ook toepasbaar op andere beleidsportefeuilles.
Het genereren van de inkomsten is praktisch en doelmatig uitvoerbaar.
De inkomsten kunnen een substantiële bijdrage leveren.
Amsterdam heft reeds precariobelasting. Een eventuele verhoging hiervan is daarom eenvoudig in te voeren.
De inkomsten uit precariobelasting zijn gering ten opzichte van de uitgaven aan kunst en cultuur.
De bevoegdheid van de gemeente om precariobelasting te heffen volgt uit artikel 228 van de gemeentewet.
Er is weinig verband tussen de voorzieningen waarvoor de gemeente momenteel precariobelasting heft en de kunst- en cultuursector.
30
BIJLAGE B. SPECIFICATIE VAN INKOMSTENBRONNEN
Vermakelijkhedenretributie
Momenteel 0,10% van de gemeentelijke inkomsten
Vermakelijkhedenretributie wordt geheven per bezoeker of passagier
De totale inkomsten uit vermakelijkhedenretributie bedragen
voor bedrijfsmatig vermaak in de openbare ruimte, zoals rondvaarten,
momenteel 6,5 miljoen euro per jaar. Ten opzichte van 174 miljoen
bootverhuur, evenementen en festivals. Er is een vrijstelling voor
euro jaarlijks begrote uitgaven aan kunst en cultuur zou dus een forse
kleinere evenementen, om deze te ontzien en omdat het minder
tariefverhoging nodig zijn om een wezenlijke verhoging van de
doelmatig zou zijn deze belasting te innen.
begroting te bekostigen.
Om de inkomsten uit vermaak in de openbare ruimte te verhogen,
Een verhoging van de vermakelijkhedenretributie zou, in beperkte
zouden de tarieven hiervoor kunnen worden verhoogd. Dit zou kunnen
mate, ook de kunst- en cultuursector raken. Er zou onderzocht kunnen
leiden tot afnemende vraag, maar waarschijnlijk per saldo tot meer
worden of de kunst- en cultuursector juist zou kunnen worden
inkomsten.
vrijgesteld van vermakelijkhedenretributie. Een dergelijke differentiatie zou de inning van vermakelijkhedenretributie echter complexer maken en slechts beperkt effect hebben op de lasten voor de sector.
Wettelijk
Gerelateerd
Generiek
Praktisch
Materieel
Randvoorwaarde een wettelijke basis voor de inkomsten.
De inkomsten zijn gelinkt aan kunst en cultuur.
Het principe om de inkomsten toe te kennen is ook toepasbaar op andere beleidsportefeuilles.
Het genereren van de inkomsten is praktisch en doelmatig uitvoerbaar.
De inkomsten kunnen een substantiële bijdrage leveren.
De bevoegdheid van de gemeente om vermakelijkhedenretributie te heffen volgt uit artikel 229 van de gemeentewet.
De kunst- en cultuursector betaalt in beperkte mate vermakelijkhedenretributie en zou hiervan kunnen worden vrijgesteld.
Ook andere activiteiten kunnen worden vrijgesteld van vermakelijkhedenretributie.
Differentiëren tussen sectoren om de kunst- en cultuursector vrij te stellen, maakt de inning complexer.
De inkomsten uit vermakelijkhedenretributie zijn gering ten opzichte van de uitgaven aan kunst en cultuur.
31
BIJLAGE B. SPECIFICATIE VAN INKOMSTENBRONNEN
Afvalstoffen-, riool- en reinigingsheffing
Momenteel 4% van de gemeentelijke inkomsten
Het inzamelen van afval is een wettelijke taak van de gemeente. De
Ook inwoners en bedrijven die werkzaam zijn in de kunst- en
kosten die hiervoor worden gemaakt, mogen worden verhaald op de
cultuursector betalen afvalstoffen-, riool- en reinigingsheffing. Te
inwoners, maar er mag geen winst op worden gemaakt. In Amsterdam
overwegen valt hen daarvan vrij te stellen. Dit zou de inning van deze
is besloten om de kosten voor de afvalinzameling bij inwoners niet
heffingen complexer maken en er zou een eenduidige definitie moeten
volledig te laten dekken door de tarieven, om deze zo te matigen.
worden vastgesteld om deze doelgroep te bepalen. Er zijn momenteel
Analoog aan de afvalstoffenheffing brengt de gemeente voor de
geen gegevens beschikbaar die inzicht geven met welk bedrag de
riolering een rioolheffing in rekening. Reinigingsrechten worden in
kunst- en cultuursector zou kunnen worden ontzien van deze heffingen.
rekening gebracht voor bijvoorbeeld het inzamelen van afval dat niet
Voor kostendekking zouden voor de overige inwoners en bedrijven de
onder de wettelijke taak van de gemeente valt (zie slide 32). Hierop
heffingstarieven moeten stijgen, wat haaks staat op het huidige beleid
mag de gemeente wel winst maken, maar is daarbij gehouden aan de
om deze tarieven juist te matigen.
Wet Markt en Overheid. Wettelijk
Gerelateerd
Generiek
Praktisch
Materieel
Randvoorwaarde een wettelijke basis voor de inkomsten.
De inkomsten of uitgaven zijn gelinkt aan kunst en cultuur.
Het principe om de inkomsten toe te kennen is ook toepasbaar op andere beleidsportefeuilles.
Het genereren van de inkomsten is praktisch en doelmatig uitvoerbaar.
De inkomsten kunnen een substantiële bijdrage leveren.
Deze heffingen dienen om een wettelijke taak te bekostigen. De gemeente mag niet meer dan de kosten in rekening brengen.
Er is geen duidelijke koppeling met de kunst- en cultuursector om deze vrij te stellen.
Ook andere activiteiten kunnen worden vrijgesteld van deze heffingen.
Differentiëren tussen sectoren om de kunst- en cultuursector vrij te stellen, maakt de inning complexer.
Het aandeel in deze heffingen dat wordt opgebracht door de kunst- en cultuursector is beperkt.
32
BIJLAGE B. SPECIFICATIE VAN INKOMSTENBRONNEN
Leges
Momenteel 3% van de gemeentelijke inkomsten
Voor diensten die de gemeente levert aan haar inwoners en bedrijven,
Er zijn momenteel geen gegevens beschikbaar die inzicht geven met
zoals voor het aanvragen van een omgevingsvergunning of
welk bedrag de kunst- en cultuursector zou kunnen worden ontzien van
evenementenvergunning, mag zij de kosten doorbelasten door leges in
deze leges, maar ten opzichte van het totaal aan lege-inkomsten zal dit
rekening te brengen. De inkomsten uit leges mogen niet hoger zijn dan
beperkt zijn. Om dezelfde mate van kostendekking te bereiken, zouden
de gemaakte kosten. Momenteel zijn de inkomsten uit leges nagenoeg
voor de overige inwoners en bedrijven de leges moeten stijgen.
kostendekkend. De gemeente streeft niet naar 100% kostendekking, om zo zeker te zijn dat de tariefstelling aan deze wetsbepaling voldoet. Ook bedrijven die werkzaam zijn in de kunst- en cultuursector betalen leges voor vergunningen en diensten van de gemeente. Te overwegen valt hen van bepaalde leges vrij te stellen. Daar gaan wij in bijlage C nader op in.
Wettelijk
Gerelateerd
Generiek
Praktisch
Materieel
Randvoorwaarde een wettelijke basis voor de inkomsten.
De inkomsten of uitgaven zijn gelinkt aan kunst en cultuur.
Het principe om de inkomsten toe te kennen is ook toepasbaar op andere beleidsportefeuilles.
Het genereren van de inkomsten is praktisch en doelmatig uitvoerbaar.
De inkomsten kunnen een substantiële bijdrage leveren.
Leges dienen om een specifieke dienst te bekostigen. De gemeente mag echter niet meer dan de kosten in rekening brengen.
De kunst- en cultuursector zou kunnen worden vrijgesteld van bepaalde leges.
Ook andere activiteiten zouden kunnen worden vrijgesteld van deze leges.
Differentiëren tussen sectoren om de kunst- en cultuursector vrij te stellen, maakt de inning complexer.
De aandeel in de leges dat wordt opgebracht door de kunst- en cultuursector is beperkt.
33
BIJLAGE B. SPECIFICATIE VAN INKOMSTENBRONNEN
Huur De gemeente Amsterdam bezit een groot aantal panden dat wordt
dan in de markt gebruikelijk is. Onder andere woningbouwverenigingen
verhuurd. Verhoging van de huur zou extra inkomsten kunnen
berekenen veel lagere huren dan gemeentelijk vastgoed.
genereren, maar aangezien veel panden worden verhuurd met een
Tegelijk bedingt gemeentelijk vastgoed bij de uitgifte van grond ten
maatschappelijke bestemming, is er sprake van een gematigde
behoeve van nieuwbouw soms dat hier specifiek huisvesting voor
huurprijs. Panden die verhuurd voor bewoning zijn bovendien gehouden aan maximale verhogingen en/of sociale huurvoorwaarden.
cultuurinstellingen wordt gerealiseerd, die tegen een gematigde huurprijs wordt aangeboden.
De gemeente verhuurt huisvesting ten behoeve van de kunst- en
Te overwegen valt om de cultuursector een lagere huur te laten betalen
cultuursector. Hiervoor wordt in beginsel een kostendekkende huur in
voor huisvesting die in eigendom is van gemeentelijk vastgoed. In
rekening gebracht en worden tegelijk de huurders gesubsidieerd.
bijlage C worden de effecten van verhuur door gemeentelijk vastgoed
De vastgoedkosten die de afdeling gemeentelijk vastgoed doorberekent
aan de kunst- en cultuursector nader toegelicht.
aan de cultuursector, resulteren in huren die soms significant hoger zijn
Wettelijk
Gerelateerd
Generiek
Praktisch
Materieel
Randvoorwaarde een wettelijke basis voor de inkomsten.
De inkomsten of uitgaven zijn gelinkt aan kunst en cultuur.
Het principe om de inkomsten toe te kennen is ook toepasbaar op andere beleidsportefeuilles.
Het genereren van de inkomsten is praktisch en doelmatig uitvoerbaar.
De inkomsten kunnen een substantiële bijdrage leveren.
Gemeentelijke huren moeten marktconform zijn en mogen niet specifieke huurders bevoordelen.
Huisvesting vormt vaak een belangrijke basis voor kunsten cultuurinstellingen.
Gemeentelijke huren vormen ook voor andere sectoren een belangrijke post.
De gemeente beschikt over veel expertise en structuur voor het vaststellen en innen van huren.
Huur is een belangrijke kostenpost voor kunst- en cultuurinstellingen.
voldoet aan het criterium
open voor argumentatie
voldoet niet aan het criterium
34
BIJLAGE B. SPECIFICATIE VAN INKOMSTENBRONNEN
Dividenden De gemeente Amsterdam bezit aandelen in een groot aantal
deelneming te laten of te laten uitkeren als dividend. Dat kan uiteraard
deelnemingen. Soms bezit de gemeente 100% van de aandelen, zoals
alleen indien de deelneming daadwerkelijk winst maakt.
in het Afval Energie Bedrijf, het Gemeentelijk Vervoer Bedrijf en het Havenbedrijf Amsterdam. In dat geval heeft de gemeente in principe ook volledige zeggenschap. In andere gevallen heeft de gemeente een minderheidsbelang, zoals in Alliander, Schiphol of de Johan Cruijff Arena.
Er zou voor bepaalde deelnemingen kunnen worden besloten een groter
deel van de gemaakte winst te laten uitkeren. Dat gaat dan echter ten koste van herinvesteringen in die deelnemingen. Voor bijvoorbeeld het Havenbedrijf Amsterdam zijn duurzaamheidsdoelen gesteld, waarvoor het nodig is de gemaakte winst in de onderneming te houden.
Als deze ondernemingen winst maken, kan de gemeente (samen met eventuele andere aandeelhouders) besluiten om deze winst in de
Wettelijk
Gerelateerd
Generiek
Praktisch
Materieel
Randvoorwaarde een wettelijke basis voor de inkomsten.
De inkomsten of uitgaven zijn gelinkt aan kunst en cultuur.
Het principe om de inkomsten toe te kennen is ook toepasbaar op andere beleidsportefeuilles.
Het genereren van de inkomsten is praktisch en doelmatig uitvoerbaar.
De inkomsten kunnen een substantiële bijdrage leveren.
Voor is het besluit om meer winst te laten uitkeren, eenvoudig te nemen door de aandeelhouders.
Sommige gemeentelijke deelnemingen maken significante winsten ten opzichte van de cultuurbegroting.
Als aandeelhouder kan de gemeente (mede) besluiten winst uit te laten keren.
Er zijn geen winstgerichte gemeentelijke deelnemingen verbonden met de kunst- en cultuursector.
35
BIJLAGE B. SPECIFICATIE VAN INKOMSTENBRONNEN
Opbrengsten derden
Momenteel 1% van de gemeentelijke inkomsten
Soms levert de gemeente Amsterdam via andere wegen dan een
hierdoor besluiten hun afval door een andere, commerciële aanbieder te
gemeentelijke deelneming diensten aan anderen dan de eigen inwoners.
laten inzamelen.
Een voorbeeld hiervan is het inzamelen van bedrijfsafval, dat in tegenstelling tot het inzamelen van huisafval geen officiële
De inkomsten uit bedrijfsafval bedragen momenteel 7 miljoen euro per
jaar, waardoor juist een forse tariefsverhoging nodig zou zijn voor een
gemeentelijke taak is. Bij het inzamelen van gemeentelijk afval is de gemeente feitelijk ondernemer en daarbij gehouden aan de Wet Markt en Overheid.
substantiële bijdrage aan de cultuurbegroting. Ook zou kunnen worden overwogen om de tarieven voor bedrijven die werkzaam zijn in de kunst- en cultuursector juist te verlagen. De
De gemeente zou de tarieven voor het inzamelen van bedrijfsafval kunnen verhogen. Aan de andere kant zou dit het gevolg kunnen hebben dat de totale inkomsten hieruit zouden afnemen als bedrijven
gemeente zou daarbij echter gehouden zijn aan de Wet Markt en
Overheid, die vereist dat de gemeente andere marktpartijen niet benadeelt.
Wettelijk
Gerelateerd
Generiek
Praktisch
Materieel
Randvoorwaarde een wettelijke basis voor de inkomsten.
De inkomsten of uitgaven zijn gelinkt aan kunst en cultuur.
Het principe om de inkomsten toe te kennen is ook toepasbaar op andere beleidsportefeuilles.
Het genereren van de inkomsten is praktisch en doelmatig uitvoerbaar.
De inkomsten kunnen een substantiële bijdrage leveren.
Ook andere sectoren kunnen inkomsten genereren door tarieven voor derden te verhogen.
De gemeente kan de onderliggende overeenkomsten en tarieven opnieuw onderhandelen.
Er zijn weinig inkomsten van diensten die de gemeente levert aan derden in de kunst- en cultuursector.
O De gemeente is doorgaans vrij diensten te leveren aan derden en hiervoor een tarief te bepalen.
Er zijn weinig diensten die de gemeente levert aan derden in de kunst- en cultuursector.
C. Alternatieven voor budgetverbetering - Huisvestingslasten - Vrijstelling van leges en tarieven - Belastingvoordelen - Publiek-privaat fonds
36
Beeld: Anna Groentjes
37
BIJLAGE C. ALTERNATIEVEN VOOR BUDGETVERBETERING
Verlagen van huisvestingslasten voor de cultuursector Culturele huisvesting brengt zowel baten als lasten
Andere eigenaren kunnen lagere huur rekenen
De cultuursector besteedt behoorlijk veel middelen aan huisvesting, en
In praktijk van culturele huurders blijkt dat de gemeente in bepaalde
daar is ook vaak gemeentelijke subsidie voor nodig. Het komt redelijk
gevallen een hogere huur in rekening brengt of moet brengen dan
vaak voor dat culturele instellingen zijn gevestigd in gemeentelijk
partijen in de markt zouden rekenen, zoals woningbouwverenigingen, te