Bijlage 3 - Verkenning AoC-principe (1).pdf
Tekst van het document
Agent of Change? Pas je aan; verkenning voor stad en nacht
november 2025 Team Nachtcultuur Gemeente Amsterdam Cluster Ruimte en Economie Afdeling Kunst en Cultuur Postbus 202 1000 AE Amsterdam
Inhoud 1 Inleiding: druk op de nacht ....................................................................................... 2 1.1 Wat is het Agent-of-Change-principe? ...................................................................................... 3 2 Beleidskader: landelijke en lokale regelgeving ........................................................... 5 2.1 Omgevingswet en omgevingsplan ............................................................................................ 5 2.2 Geluid en wonen in Amsterdam ................................................................................................ 6 3 Lessen en aanbevelingen ......................................................................................... 7 3.1 Brede of smalle toepassing? .......................................................................................................7 Aanbeveling 1: focus met het AOC-principe op nachtcultuur en wonen...........................................7 3.2 Definitie nachtcultuur? ............................................................................................................. 8 Aanbeveling 2: ontwikkel een beoordelingskader voor nachtcultuur .............................................. 8 3.3 Verankering in beleidskader ......................................................................................................
8 Aanbeveling 3: integreer het AOC-principe in het vergunningsproces ............................................ 8 3.4 Nachtcultuur op de kaart .......................................................................................................... 9 Aanbeveling 4: voeg een nachtcultuurkaart toe aan bestaande bronnen ........................................ 9 3.5 Isolatiefonds ............................................................................................................................10 Aanbeveling 5: maak het Isolatiefonds structureel ........................................................................10 3.6 Aanvullende instrumenten.......................................................................................................10 Aanbeveling 6: kies voor maatwerk op straat ................................................................................10 3.7 Clubcultuur als immaterieel cultureel erfgoed ..........................................................................10 Aanbeveling 7: pleit voor landelijke status nachtcultuur als immaterieel erfgoed .......................... 11 3.8 Onvoorziene en voorzienbare beleidseffecten ......................................................................... 11 Aanbeveling 8: blijf inspelen op ontwikkelingen ............................................................................
11 3.9 Conclusie ................................................................................................................................. 11 Waarom nu doorpakken? ..............................................................................................................12 Bijlage 1. Casestudy’s ............................................................................................... 14 Londen .......................................................................................................................................... 15 Toronto .........................................................................................................................................16 Wenen........................................................................................................................................... 17 Antwerpen ....................................................................................................................................18 Brussel ......................................................................................................................................... 20 Bijlage 2. Gesprekspartners ...................................................................................... 22 Bijlage 3. Geraadpleegde bronnen ............................................................................. 23
1
Gemeente Amsterdam Verkenning Agent-of-Change principe
1 Inleiding: druk op de nacht
Op het eerste gezicht lijkt het alsof de Amsterdamse nachtcultuur er uitstekend voorstaat. Op het moment van dit schrijven is Amsterdam Dance Event (ADE) achter de rug. Een week lang was de stad het mondiale epicentrum van de dance. Met een kleine duizend events, bijna tweehonderd locaties en een half miljoen bezoekers staat Amsterdam weer stevig op de kaart. Ook buiten dit soort topmomenten zien we regelmatig nieuwe initiatieven, clubs, festivals en crossovers tussen disciplines en plekken, zoals Club RAUM en RadioRadio. Vanuit het stadsbestuur is er meer aandacht dan ooit tevoren voor de nacht. De Nachtvisie uit 2021 is uitgewerkt in de Uitvoeringsagenda Nachtcultuur, met maatregelen als een isolatiefonds van € 200.000 en het gemeentelijk spreekuur voor de nachtcultuur. Ook het Horecabeleid 2025, het nieuwe Festivalbeleid en het Strategisch Huisvestingsplan Kunst & Cultuur 2025-2027 bieden mogelijkheden voor bestaande en nieuwe initiatiefnemers. Als we wat meer inzoomen, moeten we echter vaststellen dat de Amsterdamse nachtcultuur flink onder druk staat. In de periode na de pandemie zijn iconische nachtcultuurplekken als De School en De Marktkantine verdwenen, zonder dat zich meteen alternatieven hebben aangediend. Het Parool meldde onlangs dat Gen Z weinig op de dansvloer te vinden is.1 Uitgaan is te duur, dat is de voornaamste klacht.
Dit heeft zijn weerslag op de clubs, die worstelen om hun exploitatie rond te krijgen. Panden met een permanent karakter zijn beperkt beschikbaar en liggen vaak in het centrum waar de huurprijzen hoog zijn. Dan zijn er nog de woningbouwopgave en de verdichtingsopgave die de toch al schaarse plekken aan de rafelranden verdringen. Daarnaast spelen lange vergunningsprocessen, stijgende (huur)prijzen en klachten van omwonenden. Clubs en festivals staan soms lijnrecht tegenover omwonenden, waarbij de tolerantie voor – vaak tijdelijke – overlast lijkt af te nemen in de hypergereguleerde samenleving. Als we niets doen, lopen we het risico dat de rijke nachtcultuur van onze stad langzaam wegkwijnt, ten koste van het aanbod voor bewoners en bezoekers. Er bestaat geen toverformule om dit allemaal op te lossen, maar er zijn wel degelijk instrumenten die een bijdrage kunnen leveren aan een betere balans tussen de belangen van alle partijen: bezoekers, ondernemers, bewoners, projectontwikkelaars. Een van die instrumenten, waar tal van vergelijkbare steden als Amsterdam, successen mee boeken is het zogenoemde Agent of Change-principe. (In goed Nederlands zou je over het “Pas-je-aan-principe” kunnen spreken, maar in deze verkenning houden we het bij het internationaal gehanteerde begrip.) Simpel gezegd is dat het idee dat wat er komt op een bepaalde plek zich aanpast aan wat er al is.
Wat er al is mag zichzelf blijven (zie kader 1.1). Voorbeeld: een club heeft zich gevestigd in een voormalig bedrijfspand in een ontwikkelgebied. Als er vervolgens woningen omheen gebouwd worden, is het belangrijk dat de toekomstige bewoners weten dat ze er regelmatig veel uitgaanspubliek naar hun buurt komt, maar ook dat de ontwikkelaar geluidsisolering gaat aanbrengen. Natuurlijk moet de club zich aan de milieuregels houden, maar het is niet zo dat de nieuwkomers allerlei aanvullende eisen mogen stellen om hun leefomgeving te beschermen ten koste van de gevestigde partijen. Andersom geldt hetzelfde: een club die zich wil vestigen in een wijk waar vooral gewoond wordt, zal allerlei maatregelen moeten nemen om de bestaande bewoners zoveel mogelijk te ontzien.
1 https://www.parool.nl/amsterdam/waarom-is-gen-z-steeds-minder-in-amsterdamse-clubs-te-vinden-de-coronageneratie-gaat-op-een-
andere-manier-uit~b4722f1b/ 2
Gemeente Amsterdam Verkenning Agent-of-Change principe
Met deze verkenning informeren we de gemeenteraad over de mogelijkheden om het Agent-of-Changeprincipe toe te passen voor een goede balans tussen nachtcultuur en stedelijke ontwikkeling. Daarbij gaan we ook in op de obstakels die een doeltreffende toepassing in de weg staan. Collegiaal overleg met ambtelijke organisaties van diverse wereldsteden heeft ons veel inzichten opgeleverd. Dat vertaalt zich naar de geleerde lessen en de acht aanbevelingen die we in hoofdstuk 3 aanreiken. Zodat Amsterdam een stad blijft waar de nacht wordt gevierd als broedplaats voor subculturen, innovatie, expressie, betekenis, gemeenschapsvorming en kunst. Team Nachtcultuur Afdeling Kunst & Cultuur Verantwoording en leeswijzer Deze verkenning geeft uitvoering aan maatregel 3 ‘Het verkennen van het Agent of Changeprincipe tot een Amsterdams model’ uit de Uitvoeringagenda Nachtcultuur, en aan de toezegging gedaan aan gemeenteraadslid J. Broersen bij de bespreking van de agenda. Voor deze verkenning zijn gesprekken gevoerd met experts uit steden waar het Agent-ofChange-principe al wordt toegepast of voorbereid (zie Bijlage 1 voor een aantal casestudy’s). In hoofdstuk 2 wordt gekeken naar de huidige landelijke en lokale regelgeving. Die is in grote mate bepalend voor de toepasbaarheid van het instrument.
De verkenning laat zien dat Amsterdam elementen van het Agent-of-Change-principe kan benutten, mits de inbedding in juridische en beleidsmatige kaders zorgvuldig wordt uitgewerkt. Op basis hiervan zijn in hoofdstuk 3 de mogelijkheden voor Amsterdam verkend en zijn aanbevelingen geformuleerd.
1.1 Wat is het Agent-of-Change-principe? Tijdens werkbezoeken in Brussel en Berlijn werd het Agent-of-Change-principe herhaaldelijk genoemd als mogelijke oplossing voor het spanningsveld tussen stedelijke verdichting, woningbouw en bestaande nachtcultuur. Het beleidsinstrument wordt steeds vaker toegepast om bestaande culturele voorzieningen bij stedelijke groei te beschermen tegen klachten bij nieuwe woningbouw. In Toronto, bijvoorbeeld, worden stakeholders sinds 2018 in een vroeg stadium gewezen op de aanwezigheid van muziekpodia in de buurt. Ontwikkelaars worden verplicht om geluidsisolerende maatregelen te treffen en waarschuwingsclausules over uitgaansactiviteiten op te nemen in koop- en huuraktes. Hierdoor weten nieuwkomers wat er in de buurt leeft en kunnen ze ervoor kiezen om van vestiging af te zien als ze op zoek zijn naar rust. Daarmee is het Agent-of-Change-principe een waardevol beleidsinstrument voor gemeenten die streven naar duurzame verdichting, aanvaardbare functionele menging en het behoud van een divers en leefbaar stedelijk ecosysteem. In dit krachtenveld biedt het een manier om de positie van bestaande nachtcultuur beter te borgen binnen ruimtelijke ontwikkelingen.
Agent-of-Change-principe, werkdefinitie Het Agent-of-Change-principe legt de verantwoordelijkheid om (toekomstige) overlast te voorkomen of te beperken bij de nieuwe partij die in een bepaalde context voor verandering zorgt, de zogenaamde agent of change. Dat werkt twee kanten op: ◼ Als een functie, bijvoorbeeld een woonfunctie, zich wil vestigen in de buurt van een bestaande functie die geluid, geur of een andere vorm van druk op de leefomgeving 3
Gemeente Amsterdam Verkenning Agent-of-Change principe
produceert, moet de nieuwkomer zelf dempende maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat er geen overlast wordt ervaren. ◼ Als een nieuwe functie die het milieu mogelijk belast, zoals een muziekpodium of nachtclub, zich wil vestigen in de buurt van een bestaande overlastgevoelige wijk, moet de initiatiefnemer passende maatregelen treffen die de leefbaarheid van de bestaande omgeving beschermen. Waar er sprake is van menging van nachtcultuur en woningbouw kan het bij die maatregelen gaan om akoestische isolatie, strategische positionering van ruimtes of de aanleg van fysieke buffers. Het is dan de nieuwkomer om dergelijke maatregelen te treffen.
4
Gemeente Amsterdam Verkenning Agent-of-Change principe
2 Beleidskader: landelijke en lokale regelgeving
Om te bepalen of het niet alleen wenselijk, maar ook mogelijk is om het Agent-of-Change-principe te introduceren, kijken we eerst naar de bestaande regelgeving vanuit de rijksoverheid. Biedt die ruimte voor zo’n beleidsinstrument? En hoe verhoudt het Agent-of-Change-principe zich tot de regels die we in Amsterdam al hebben?
2.1 Omgevingswet en omgevingsplan De Omgevingswet is sinds januari 2024 van kracht en regelt de ontwikkeling en het beheer van de leefomgeving. De wet verplicht gemeenten om een eigen omgevingsplan op te stellen. In dat omgevingsplan staan regels over bouwen, over het gebruik van gronden en gebouwen, over milieubelastende activiteiten en vergunningsplichten. Als gemeente zijn wij verantwoordelijk voor regelgeving rondom milieuaspecten als geluid, trillingen en geur. Aanvaardbaarheid In de Omgevingswet stelt het Rijk geen regels meer aan individuele bedrijven. Wel geeft de rijksoverheid instructieregels mee, via het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Daarin is het belangrijkste uitgangspunt de aanvaardbaarheid van bepaalde activiteiten. Het bevoegd gezag bepaalt wat aanvaardbaar is en legt dat vast in toelatingsregels. Deze regels kunnen gelden voor een gebied, voor een activiteit of voor een locatie. De gemeente moet zorgen voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Gemeenten moeten bij het opstellen of aanpassen van het omgevingsplan rekening houden met de impact van activiteiten op gebouwen, zoals woningen, scholen of zorginstellingen. Omgekeerd geldt dat gevoelige functies niet zomaar worden toegestaan in de buurt van bestaande activiteiten die geur, trilling of geluid produceren.
De gemeente moet in het omgevingsplan zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit doet ze door regels te stellen over activiteiten op locaties en deze onderling evenwichtig af te wegen.2 Afwijken van standaardwaarden Voor geur bestaan geen algemeen geldende normen, behalve voor specifieke bronnen als de veehouderij of zuiveringsinstallaties. Voor geluid en trillingen bevat het Bkl wel standaardwaarden. Daarbij is er ruimte voor maatwerk. Zo mag een gemeente in het omgevingsplan meer geluid toestaan dan de standaardwaarde.3 Dit kan bijvoorbeeld in een gebied met gemengde functies of bij noodzakelijke activiteiten die extra geluid veroorzaken. Minder geluid toestaan kan ook. Amsterdam gaat in de avond een strengere norm hanteren voor ‘overige bronnen’ (waaronder horeca-activiteiten) dan de normen in de zogenoemde bruidsschat omgevingsplan van het Rijk (zie kader). Daarnaast krijgt piekgeluid door komen en gaan van bezoekers 2
“Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL),” Informatiepunt Leefomgeving (IPLO), geraadpleegd 3 juni 2025, https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/omgevingsplan/inhoudomgevingsplan/evenwichtige-toedeling-functies-locaties/. 3 Zie art 5.66, lid 1 Bkl. 5
Gemeente Amsterdam Verkenning Agent-of-Change principe
bij horeca, sport en recreatie (en bij buitensport) in Amsterdam geen aparte norm. De reden daarvoor is dat dit soort piekgeluid in de praktijk niet goed te sturen is. Overdag gelden pieknormen sowieso niet; de uitzondering is dus vooral relevant in de avond en de nacht.4 Bruidsschat omgevingsplan De 'bruidsschat omgevingsplan' bestaat uit regels die door het Rijk als onderdeel van het Invoeringsbesluit Omgevingswet automatisch zijn toegevoegd aan het tijdelijk deel van het omgevingsplan van alle gemeenten. Gedurende de overgangsfase (tot eind 2031) gelden de regels van de bruidsschat, zolang de gemeente nog geen eigen regels heeft gesteld. Bron: Informatiepunt leefomgeving, iplo.nl
2.2 Geluid en wonen in Amsterdam In Amsterdam is functiemenging al jarenlang het uitgangspunt. Om geluidshinder bij (nieuwe) woningbouw zoveel mogelijk te beperken, heeft de gemeente Amsterdam geluidbeleid opgesteld.5 De Beleidsregel geluidluwe gevel Amsterdam maakt hier onderdeel van uit en vereist dat nieuwe woningbouw voldoen aan een geluidluwe gevel.6 Op dit moment werken we aan een herziening van het geluidbeleid zodat het aansluit op de Omgevingswet en de bijbehorende regels voor een gezonde leefomgeving. Daarnaast stelt Amsterdam elke vijf jaar een Actieplan Geluid op.7 In dit plan worden de huidige situatie beschreven en de acties die de gemeente de komende jaren uitvoert om ernstige geluidshinder tegen te gaan. Het gaat hier vooral om hinder vanwege verkeersgeluiden. De verwachting is dat het college van B&W eind 2025 het definitieve Actieplan Geluid 2024-2029 vaststelt. De Omgevingswet en het omgevingsplan regelen in principe dat initiatiefnemers hun functie goed moeten laten passen in de bestaande omgeving. De gemeente moet vooraf de afweging maken of een nieuwe functie in de bestaande omgeving past. Zodra de nieuwe functie is toegestaan, mogen beide functies in principe bestaan. De bestaande functie kan bezwaar maken als men vindt dat de nieuwe functie in strijd is met hun eerder vergunde functie.
Binnen de huidige regelgeving heeft een geluidgevoelige functie als de woonfunctie een sterkere positie dan andere functies.
4
De belangrijkste Amsterdamse aanpassingen van de bruidsschat zijn te vinden op https://www.amsterdam.nl/wonen-bouwen-verbouwen/bouwen-verbouwen/bestemmingsplannenomgevingsplan/basisregeling-omgevingsplan-amsterdam/documentenomgevingsplan/?PagClsIdt=17634234#PagCls_17634234 5 https://assets.amsterdam.nl/publish/pages/1074724/4_interim_geluidbeleid_amsterdam_2024_access.pdf 6 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR702224/1 7 https://assets.amsterdam.nl/publish/pages/1072253/actieplan_geluid_2025-2029.pdf
6
Gemeente Amsterdam Verkenning Agent-of-Change principe
3 Lessen en aanbevelingen
Om invulling te geven aan de motie van gemeenteraad hebben we – naast de inventarisatie van het beleidskader – de huidige situatie in Amsterdam verkend en gesprekken gevoerd met collega’s en experts uit Londen, Toronto, Antwerpen, Brussel en Wenen. Dit heeft onderstaande geleerde lessen en aanbevelingen opgeleverd.
3.1 Brede of smalle toepassing? Zoals gezegd is het Agent-of-Change-principe (hierna AOC-principe) bedoeld om nieuwe functies op een aanvaardbare manier in te passen bij gebiedsontwikkeling. Het principe kan breed worden ingezet om de impact van meerdere milieuaspecten op de algemene leefbaarheid te toetsen. Het biedt mogelijkheden om conflicten door overlast en nieuwe bouwprojecten in gebieden met gemengde functies te beperken. Het kan voorzienbare conflicten voorkomen tussen functies die mogelijk hinder veroorzaken – in de vorm van geluid, geur, licht, luchtkwaliteit of trillingen – en functies die daar juist gevoelig voor zijn, zoals wonen. Deze brede toepassing zien we bijvoorbeeld in Londen en Antwerpen. Tegelijkertijd is het ook mogelijk te kiezen voor een smallere toepassing, waarbij bijvoorbeeld alleen wordt gekeken naar de impact van geluid. Voorbeelden hiervan zijn Toronto en Brussel, die focussen op geluid in relatie tot nachtcultuur en wonen. In Brussel was gerichte aandacht voor nachtcultuur bestuurlijk haalbaar. De urgentie die vanuit de samenleving werd gevoeld, droeg bij aan het tempo van besluitvorming. Dit had te maken met de dreigende sluiting van de iconische nachtclub Fuse, die door klachten van nieuwe buurtbewoners met permanente sluiting werd bedreigd (zie Bijlage 1. Casestudy’s).
Aanbeveling 1: focus met het AOC-principe op nachtcultuur en wonen Een focus op geluid met betrekking tot nachtcultuur en wonen maakt de toepassing van het AOCprincipe eenvoudiger en kan de besluitvorming versnellen. De aanbeveling is dan ook om daarmee te starten, bijvoorbeeld via een pilot. Eventueel kan daarna stapsgewijs ervaring worden opgedaan met andere milieuaspecten. Onderzoek daarbij de mogelijkheden om het principe binnen het huidige beleidskader te verankeren. Mogelijk kan de toepassing op termijn worden verbreed naar andere milieuaspecten. Aandachtspunten ◼ Toepassing van het AOC-principe maakt toetsing en handhaving complexer doordat verschillende typen hinder beoordeeld en gecoördineerd moeten worden. ◼ De invoering van het principe kan ertoe leiden dat nieuwe nachtcultuurplekken zich minder gemakkelijk kunnen vestigen in bestaande wijken. Daarom is balans nodig in toetsing en gebiedsprofielen.
7
Gemeente Amsterdam Verkenning Agent-of-Change principe
3.2 Definitie nachtcultuur? De internationale experts die we voor deze verkenning raadpleegden, waarschuwen ons om geen al te concrete definities van nachtcultuur op te stellen. Immers: nachtcultuur overlapt met reguliere cultuur en andere bedrijfsactiviteiten, waardoor het niet altijd duidelijk in te kaderen is. Een risico is dat een goede partij op een deel van de definitie, bijvoorbeeld de openingstijden, wordt afgewezen. Er bestaat ook een risico dat ondernemers zonder oprechte nachtcultuurambities ‘naar de regels toe’ schrijven. Een lijst of kaart met nachtcultuurplekken in combinatie met een beoordelingskader voor nieuwe initiatieven is praktischer dan een harde definitie van nachtcultuur.
Aanbeveling 2: ontwikkel een beoordelingskader voor nachtcultuur Amsterdam heeft baat bij een beoordelingskader met heldere criteria voor nachtcultuur. Dit kader kan worden ontwikkeld in samenwerking met de stadsdelen en met input van organisaties als de Amsterdamse Nachtraad en stichting N8BM. Het beoordelingsproces rondom 24-uursvergunningen, waarbij een onafhankelijke commissie met expertise in dit veld betrokken was, heeft laten zien dat een dergelijk proces kan bijdragen aan diversiteit in het uitgaansleven. In het nieuwe horecabeleid kan een vergelijkbaar beoordelingskader voor uitbreiding van openingstijden een waardevolle toevoeging zijn.
3.3 Verankering in beleidskader In aanvulling op de Omgevingswet en het omgevingsplan kan het AOC-principe een communicatieplicht introduceren en ervoor zorgen dat er al bij een aanvraag geluidsisolerende maatregelen worden getroffen door de ontwikkelaars. In koopaktes of huurovereenkomsten kan bijvoorbeeld verplicht een clausule worden opgenomen die toekomstige bewoners bewust maakt van wat in hun woon- en leefomgeving als aanvaardbaar wordt beschouwd. Hierdoor maken bewoners een bewuste keuze en krijgen zij realistische verwachtingen over de omgeving waarin zij gaan wonen. Bestaande functies worden zichtbaar erkend en beschermd. Dit kan een waardevolle aanvulling zijn op de huidige regelgeving. Zonder formele juridische basis blijft het AOC-principe voornamelijk normatief en afhankelijk van bestuurlijke wil. Het verdient aanbeveling om te onderzoeken of het principe kan worden verankerd in bindende kaders (bijvoorbeeld in het omgevingsplan, in een verordening of in een beleidsregel). Hierdoor wordt het mogelijk maatregelen af te dwingen en te handhaven op toepassing. Ook zorgt het ervoor dat het principe consequent wordt toegepast.
Aanbeveling 3: integreer het AOC-principe in het vergunningsproces Door het AOC-principe onderdeel te maken van het vergunningsproces wordt de toepassing voorspelbaar en toetsbaar. Als het principe bij de aanvraagfase wordt gehanteerd, is het voor initiatiefnemers vooraf duidelijk dat zij verantwoordelijk zijn voor geluidsisolerende maatregelen wanneer ze geluidsgevoelige functies in de buurt van bestaande hinderbronnen realiseren. Dat zorgt voor heldere ontwerpuitgangspunten en waarborgt dat culturele belangen worden meegewogen in de beoordeling. Aandachtspunten ◼ Het gebruik van digitale meldsystemen en het maken van AOC-beoordelingen vergen capaciteit.
8
Gemeente Amsterdam Verkenning Agent-of-Change principe ◼
◼
◼
Betrokkenen in de keten van Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) en andere belanghebbenden (ontwikkelaars, planologen) hebben kennis, formats en checklists nodig. Er zijn toetsingscriteria nodig: heldere voorschriften in het bouwplan, beschrijving van isolatie- en communicatiemaatregelen en akoestisch onderzoek. Er is capaciteit nodig voor controle van naleving tijdens inbedding en gebruik van functies.
3.4 Nachtcultuur op de kaart Amsterdam heeft een digitaal bekendmakingssysteem voor aangevraagde en verleende vergunningen. Inwoners kunnen zich hierop abonneren door meldingen in te schakelen voor hun woonomgeving. Dat systeem werkt bij nachtcultuur doorgaans zo: nachtcultuurplekken zijn vaak tijdelijk en elke vergunningswijziging geldt als een nieuwe aanvraag. Als een nieuwe eigenaar dus een bestaande clublocatie overneemt en onder een nieuwe naam gaat exploiteren, is opnieuw bezwaar mogelijk. Bestaande (bestemmingen van) functies zijn daarmee onvoldoende beschermd. Huidige bronnen voor initiatiefnemers en bewoners ◼ Via Regels op de Kaart op de site van het Omgevingsloket kunnen belanghebbenden het beleid en de regels die gelden op een locatie en de toekomstige ontwikkelingen bekijken. ◼ Horecavergunningen op de kaart geeft inzicht in de horeca-exploitatievergunningen in Amsterdam. Niet alle nachtclubs zijn erin opgenomen. Ook maken clubs gebruik van verschillende soorten vergunningen. ◼ Op de meldingenkaart staan overlastmeldingen in de openbare ruimte die in behandeling zijn bij de gemeente. Overlast door bedrijven en horeca maakt daar deel van uit.
Aanbeveling 4: voeg een nachtcultuurkaart toe aan bestaande bronnen Een bruikbare nachtcultuurkaart bevat een aantal gegevens over de functie: locatie, functietype, relevante vergunningen/status, openingstijden, (indien beschikbaar) akoestische voorwaarden. Het is wenselijk dat ontwikkelaars en omwonenden een melding kunnen krijgen als bij er sprake is van een situatie waarbij het AOC-principe geldt. Daarbij zorgen eenduidige criteria voor toepassing van het AOCprincipe (zoals straal/gebied) voor automatische signalering en informatie over vervolgstappen en contactmogelijkheden. Ook is het belangrijk dat de kaart steeds wordt bijgewerkt. Dit kan een rol zijn voor het gemeentelijk Nachtloket, in samenwerking met de stadsdelen en VTH. De kaart kan worden ingedeeld in een openbaar toegankelijk deel met de culturele voorzieningen en een intern deel met aanpasbare gegevens voor toetsing, dat ook inzicht geeft in trends en beleidseffecten. Aandachtspunten ◼ Bestaande tools zijn nuttig, maar onvolledig en niet op elkaar afgestemd. Er zijn nachtcultuurlocaties die ontbreken of onder verschillende vergunningstelsels en regelkaders vallen. Ze zijn hierdoor moeilijk te onderscheiden van andere (horeca)functies. ◼ Als er aan de kaart geen rechten kunnen worden ontleend, moet dat duidelijk vermeld worden.
◼ Extra meld- en signaleringsstappen vragen VTH-capaciteit en heldere werkafspraken over wie wat wanneer beoordeelt.
9
Gemeente Amsterdam Verkenning Agent-of-Change principe
3.5 Isolatiefonds Meerdere steden zien een isolatiefonds als een effectief middel om spanningen tussen nachtcultuur en omwonenden te verkleinen. Berlijn kent het zogeheten Schallschutzfonds, een fonds voor geluidsisolatiemaatregelen in clubs en poppodia. Daarbij worden akoestische nulmeting of advies volledig publiek bekostigd. Isolatiemaatregelen krijgen tot tachtig procent subsidie, de rest financiert de locatie zelf. Een dergelijk fonds kan sluitingen voorkomen en de geluidskwaliteit in clubs behouden zonder dat er extra geluidshinder voor de omgeving ontstaat. Vanuit de Uitvoeringsagenda Nachtcultuur is er een Pilot Isolatiefonds gestart, waarbij er van 2024 tot 2026 € 200.000 beschikbaar is. De pilot moet nog geëvalueerd worden. Tot nu toe blijkt het kostbaar werk waarmee een handjevol clubs is geholpen. Verschillende geluidsmaatregelen zijn onderzocht. Er is ook gekeken naar isolatie bij omwonenden omdat dit mogelijk minder kostbaar is dan isolatie bij de betrokken club.
Aanbeveling 5: maak het Isolatiefonds structureel Op grond van de evaluatie van de Pilot Isolatiefonds kan worden gekozen voor opschalen en structureel maken van dit instrument. Daarbij is onderzoek nodig naar de effectiviteit van verdere isolerende maatregelen bij bewoners. De gemeente kan mogelijk een intentieverklaring afgeven bij aanvragen voor isolatiemaatregelen.
3.6 Aanvullende instrumenten Het AOC-principe ziet vooral op overlast die ontstaat door de impact van de nieuwe functie (activiteit of gebouw (bijv. muziekgeluid). Overlast door mensen op straat en hun stemgeluid, maar ook rook en afval bij de uitloop, vallen buiten de toepassing van het AOC-principe. Toch zijn ze wel storend voor omwonenden en kunnen ze leiden tot klachten die bedreigend zijn voor het voortbestaan van nachtcultuur. Daarom zijn aanvullende instrumenten en maatregelen nodig voor aspecten die buiten de bescherming van het AOC-principe vallen.
Aanbeveling 6: kies voor maatwerk op straat Voorkom overlast op straat bij locaties van nachtcultuur met creatieve, gebiedsgerichte oplossingen, zoals routing en uitloopmanagement, gefaseerde sluiting en begeleidende hosts. Mogelijk zijn ook fysieke aanpassingen als geluiddempende doeken of een ondergrondse uitgang die gespreksgeluid dempt, kansrijke oplossingen.
3.7 Clubcultuur als immaterieel cultureel erfgoed Verschillende steden onderzoeken de mogelijkheid om nachtcultuur en individuele clubs te erkennen als immaterieel cultureel erfgoed. Volgens het UNESCO-verdrag over immaterieel erfgoed en de Nederlandse Omgevingswet kan een gemeente culturele tradities en activiteiten opnemen in haar
10
Gemeente Amsterdam Verkenning Agent-of-Change principe
beleid of in het omgevingsplan.8 Hierbij moet de gemeente altijd een afweging maken tussen het behoud van de culturele functie en het woon- en leefklimaat van omwonenden. Erkenning als cultureel erfgoed biedt geen juridische vrijstelling van regels die gaan over geluid, openingstijden of andere leefomgevingsnormen. Internationale voorbeelden Brussel gebruikt de erkenning als erfgoed om bepaalde toonaangevende clubs te beschermen met aangepaste geluidsnormen. Het gaat om clubs waarop het AOC-principe niet van toepassing is. Wenen koos ervoor om het evenementenbeleid te wijzigen: voor podia die aan specifieke criteria voldoen gelden aangepaste geluidsnormen.
Aanbeveling 7: pleit voor landelijke status nachtcultuur als immaterieel erfgoed Het is wellicht kansrijk om een coalitie met andere Nederlandse steden te vormen om clubcultuur landelijk op te nemen als immaterieel cultureel erfgoed. Ondanks de symbolische functie biedt een officiële waardering houvast voor de toekomst. Aandachtspunt ◼ Als een club als onderdeel van een culturele traditie of scene wordt aangemerkt, heeft dat vooral een symbolische functie. Het geeft aan dat er een maatschappelijk belang is dat de club op deze plek blijft bestaan. Een erkende club kan zo extra steun krijgen, maar zal zich moeten blijven houden aan de algemene regels.
3.8 Onvoorziene en voorzienbare beleidseffecten De coronapandemie was letterlijk een periode van stilte in de stad. Dit heeft mogelijk bij sommige bewoners de perceptie van geluid en overlast beïnvloed. Daarnaast wordt er in de binnenstad steeds vaker elektrisch gereden en zijn er meer autoluwe zones. In Wenen zorgde dit ervoor dat het geluid van nachtclubs en podia boven omgevingsgeluiden uitkwamen terwijl het geluidsniveau van nachtclubs en podia hetzelfde zijn gebleven. Het benadrukt dat gemengde functiegebieden extra maatwerk verdienen in toekomstige plannen.
Aanbeveling 8: blijf inspelen op ontwikkelingen Houd rekening met bijkomende beleidseffecten en ontwikkelingen en neem nachtcultuur mee in toekomstige actieplannen (bijv. het nieuwe Actieplan Geluid).
3.9 Conclusie De verkenning laat zien dat het AOC-principe mogelijkheden biedt om conflicten rondom overlast en nieuwe bouwprojecten te beperken of te verminderen. Het is geen wondermiddel, maar maakt het mogelijk om bestaande locaties te beschermen tegen klachten en sluiting die ontstaan na de komst van nieuwe functies. Het principe is goed toepasbaar op de nachtcultuur, maar kan ook gebruikt worden voor andere situaties waarin functiemenging plaatsvindt (zie kader Gefaseerde aanbevelingen). 8
Handreiking begrippenkader cultureel erfgoed onder de Omgevingswet, Ruben Abeling en Frank Altenburg, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2022 11
Gemeente Amsterdam Verkenning Agent-of-Change principe
Het AOC-principe is toepasbaar is allerlei situaties, maar het is zinvol om te focussen op een pilot nachtcultuur, geluid en wonen. Er zijn kansen om het principe gefaseerd toe te passen, met een vroege planologische verankering en in operationele samenwerking tussen de stadsdelen, de afdeling Ruimte & Duurzaamheid (R&D), de keten van Vergunningen, Toezicht & Handhaving (VTH) en team Nachtcultuur. Zonder juridische basis is het AOC-principe normatief en afhankelijk van goodwill. Toch kan het AOC-principe ook zonder harde juridische basis als richtlijn dienen bij de beoordeling van plannen. Dan functioneert het als een ‘soft power’-instrument dat bouwplannen beïnvloedt en zorgt dat ontwikkelaars rekening houden met geluidsoverlast en andere overlastvormen. Dit heeft in steden als Londen in het verleden geleid tot aanpassingen of intrekkingen van plannen in het voordeel van de nachtcultuur (zie Bijlage 1. Casestudy’s).
Waarom nu doorpakken? Door de wijzigingen in de regelgeving is dit een uitgelezen moment om het AOC-principe in het omgevingsplan te verankeren en in alle stadsdelen toe te passen. Per 1 januari 2026 wordt horeca ingedeeld in de categorieën licht, regulier middelzwaar en zwaar, met gewijzigde openingstijden. De 24uursvergunning waarmee bedrijven hun eigen opening- en sluitingstijden bepalen en dag en nacht open mogen zijn, verdwijnt. Hiermee verdwijnt ook de specifieke kwalitatieve toetsing bij die vergunning voor nachtcultuur, terwijl die juist relevant is voor gebiedsgerichte afwegingen. Daarnaast worden de regels uit bestaande ruimtelijke besluiten vervangen door het nieuwe omgevingsplan. De stadsdelen werken het nieuwe horecabeleid momenteel nog uit. Nu de 24-uursvergunning verdwijnt, kan een Agent-of-Change-toets (checklist en voorwaarden) die rol vervullen bij de intake, de beoordeling en de vergunningsvoorschriften bij uitbreiding van openingstijden. Zo’n toets in de vergunningsketen, aangevuld met gebiedsgerichte ontwerp- en geluidrichtlijnen, kan zorgen voor realistische verwachtingen en heldere voorwaarden en daarmee conflicten beperken of voorkomen. Toetsing en evaluatie van nachtcultuur wordt dan een taak voor het gemeentelijke Team Nachtcultuur met bijvoorbeeld inbreng van de Nachtraad en stichting N8BM.
Door het AOC-principe te combineren met een permanent isolatiefonds kunnen zowel bouwkundige als organisatorische maatregelen snel en doelmatig worden getroffen. Daarmee kunnen we voorkomen dat omwonenden overlast ondervinden en dat clubs onnodig worden bedreigd met sluiting. Tot slot kan Amsterdam zich landelijk als voortrekker profileren en de samenwerking met andere steden zoeken, door kennis te delen en gezamenlijke financieringsinstrumenten te ontwikkelen. Uiteindelijk kan dit ertoe bijdragen dat de Nederlandse clubcultuur als immaterieel erfgoed wordt erkend.
Gefaseerde aanbevelingen Korte termijn ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Structureel
▪ ▪
AOC-checklist als advies in vergunningaanvragen (ontwerpprincipes, vroege akoestische toets, maatregelenpakket); Standaardcommunicatie: waarschuwingsclausule in koop-/huurcontracten; Nachtcultuurtoets organiseren: vast aanspreekpunt bij VTH/R&D/Nachtcultuur; Digitale kaart met nachtcultuurplekken, gekoppeld aan bekendmakingen; Kennisprogramma voor planologen, vergunningverleners en ontwikkelaars (formats, voorbeelddetails, Q&A). AOC-principe (geluid bij nachtcultuur vs. wonen) als beleidsregel opnemen en koppelen aan het omgevingsplan; Formele inbedding van AOC-toets in vergunningsprocessen;
12
Gemeente Amsterdam Verkenning Agent-of-Change principe ▪ ▪ Strategisch ▪ ▪ ▪
Vergunningenkaart nachtcultuur doorontwikkelen (kwalitatieve toetsing van nachtcultuur door interne commissie, Nachtraad); Isolatiefonds structureel vormgeven. Verbreding toepassing op andere milieuaspecten op basis van evaluatie; Juridische verankering van AOC-principe verkennen in aanvullende verordeningen/beleidsregels; Clubcultuur erkennen als immaterieel cultureel erfgoed en koppeling aan locatie- en vergunningsafwegingen.
13
Gemeente Amsterdam Verkenning Agent-of-Change principe
Bijlage 1. Casestudy’s
Voor deze verkenning zijn gesprekken gevoerd met verschillende steden die zich bevinden in verschillende fasen van implementatie van het AOC-principe. De steden waar het principe al van kracht is en in deze verkenning zijn meegenomen, zijn Londen, Toronto en Antwerpen. De steden die van plan zijn om het principe toe te passen zijn Brussel en Wenen en hebben hierin al stappen ondernomen. In deze volgorde zal dit hoofdstuk verder ingaan op de verschillende toepassingen, uitdagingen en overdraagbare lessen voor Amsterdam. Kenmerken/ Toekomstplannen Toronto Geïmplementeerd Toronto Downtown Initiatiefnemers van Nieuwe Onderdeel van (2018) Plan (vergelijkbaar nieuwe bouwprojecten woningbouwontwikkelin vergunningsproces, met omgevingsplan) van woningen en gen binnen 120 m van gericht op muziekpodia in Mixed Use muziekpodia moeten bescherming van Areas geluidshinder livemuziekpodia in voorkomen; het kerngebied van waarschuwingsclausule Toronto bij koop/huur Londen Geïmplementeerd 1) The London Plan Initiatiefnemers van Nieuwe ontwikkelingen Onderdeel van (2018) (vergelijkbaar met nieuwe bouwprojecten moeten zich aanpassen vergunningsproces, omgevingsplan) en maatregelen nemen gericht op alle 2) National Planning tegen verschillende soorten overlast Policy Framework soorten overlast.
Lokale (ruimtelijke besturen verplicht tot beleidskaders op AOC-afweging bij nationaal niveau) bouwprojecten. 3) Local Plan (omgevingsplan op stadsdeelniveau) Antwerpen Geïmplementeerd Bouwcode Initiatiefnemers van Nieuwe ontwikkelingen Onderdeel van (2023) (vergelijkbaar met nieuwe bouwprojecten moeten zich aanpassen vergunningsproces, omgevingsplan) aan de bestaande gericht op functies van een leefbaarheid van gemengd gebied en gemengde functiemaatregelen treffen om gebieden overlast te beperken Brussel Nog niet Brusselse Bouwcode Initiatiefnemers van Nieuwe ontwikkelingen Implementatie ingevoerd, in (in voorbereiding; nieuwe bouwprojecten en binnen 20 m moeten uitgesteld wegens voorbereiding vergelijkbaar met specifiek alleen geluidshinder beperken; kabinetsformatie; omgevingsplan) nachtcultuurplekken nieuwe woningen aanvullende moeten bestaande uitzonderingsmaatre geluiden aanpakken gelen voor clubs met culturele erkenning in ontwikkeling Wenen Nog niet Events Act (Nog) niet van toepassing Alleen grote, oude podia Amendement ingevoerd, voor nu (>30 jaar, >1000 ingevoerd; lobby voor gewijzigde bezoekers) behouden AOC-brede evenementenveror huidige geluidsniveaus toepassing; plannen dening (2024) losstaand van nieuwe voor isolatiefonds ontwikkelingsprojecten voor kleinere podia Stad
Status AOC
Beleidskader
Verantwoordelijkheid bij Toepassing
14
Gemeente Amsterdam Verkenning
Londen Achtergrond De afgelopen tien haar is het aantal muziekpodia en nachtclubs in Londen sterk gedaald. Alleen al in het eerste kwartaal van 2024 sloten 67 Londense nachtclubs de deuren.9 Deze verarming van het lokale nachtleven en het culturele aanbod verstoort ook de keten van talentontwikkeling. In reactie op deze trend heeft het stadsbestuur het AOC-principe in 2018 opgenomen in de stedelijke omgevingsvisie.10 Ook maakt het deel uit van het landelijk ruimtelijk beleidskader.11 Daarnaast komt het principe terug in plannen van diverse Londense stadsdelen (boroughs). Het principe vormt een belangrijke richtlijn voor planologen en ontwikkelaars en geeft de stad grip op ontwikkelingen. Het principe is weliswaar niet wettelijk bindend voor de stadsdeelcommissies, maar wel richtinggevend bij planbeoordeling. Ontwikkelaars worden geacht bouwrichtlijnen te volgen en toekomstige bewoners en gebruikers te informeren over mogelijke overlast. Londen verkent of het AOC-principe in de toekomst verankerd kan worden in de Environmental Protection Act (1990) en de Licensing Act (2003). Deze landelijke wetten zijn wel juridisch bindende kaders. Beleidskader Het Londens stadsbestuur stelt om de vier jaar een cultuurnota vast, vergelijkbaar met het Amsterdamse Kunstenplan.
De stedelijke omgevingsvisie legt de ruimtelijke ontwikkelingsstrategie van de stad vast en wordt elke vijf jaar herzien. AOC-principe in Londen ◼ Nieuwe overlastgevoelige functies die worden gepland in de buurt van bestaande overlastgevende functies, zijn verplicht zelf geluidsbeperkende maatregelen te nemen. Denk aan bouwkundige ingrepen als geluidwerende gevels, aangepaste interne indelingen en herindeling van slaapkamers, maar ook aan actieve geluidsbeheersplannen. ◼ Nieuwe functies die overlast kunnen veroorzaken, zoals een muziekpodium of club (maar ook industriële functies), moeten maatregelen nemen als zij in de buurt van bestaande geluidsgevoelige functies worden gebouwd. ◼ Ontwikkelaars worden in een vroeg stadium verplicht om akoestische maatregelen in het ontwerpstadium te integreren en deze te formaliseren via planningsverplichtingen. ◼ Deze toepassing van het AOC-principe gaat verder dan geluidsoverlast alleen. Ook andere vormen van overlast, zoals stof, geur, trillingen en licht, vallen eronder. Uitdagingen De stedelijke omgevingsvisie geeft aan dat stadsdelen moeten overwegen om ontwikkelingsplannen af te wijzen als niet overtuigend is aangetoond hoe (geluids)overlast zal worden beperkt en beheerd. Het stadsdeel Hackney heeft het AOC-principe geïntegreerd in het digitale vergunningensysteem, vergelijkbaar met de bekendmakingen in Amsterdam.
Bewoners en uitbaters kunnen nieuwe vergunningaanvragen in de buurt volgen en melding maken als zij vinden dat het AOC-principe van toepassing is. Er volgt een ambtelijke beoordeling en zo nodig nieuwe maatregelen voor de initiatiefnemer. 9
https://ntia.co.uk/nightclub-crisis-deepens-ntia-sounds-alarm-as-5-nightclubs-lost-every-week-in-q1-2024/. https://www.london.gov.uk/programmes-strategies/planning/london-plan 11 https://www.gov.uk/government/publications/national-planning-policy-framework--2 10
15
Gemeente Amsterdam Verkenning
Hoewel nog niet alle stadsdelen het voorbeeld van Hackney volgen, zijn ambtenaren in Londen enthousiast over de voortgang. Onze gesprekspartners geven aan dat het AOC-principe als checklist voor ontwikkelaars goed toepasbaar is en dat stadsdeelbesturen er eerder naar neigen nieuwe ontwikkelingen af te wijzen als deze niet passen in het bestaande gemengde functiegebied. Onder ontwikkelaars groeit het bewustzijn van het belang om doeltreffende isolatiemaatregelen te treffen. Geleerde lessen ◼ Het AOC-principe is in Londen in meerdere bestuurslagen (nationaal, stedelijk en lokaal) vastgelegd in omgevingsplannen. Dit bevordert duidelijkheid over verwachtingen en vergroot het bewustzijn bij ontwikkelaars, vergunningverleners, bewoners en andere belanghebbenden. - NB: voor Amsterdam heeft het geen zin om het AOC-principe in meerdere bestuurslagen te verankeren aangezien we werken met één gemeentelijk omgevingsplan en de Omgevingswet ruimte biedt voor uitzonderingsbesluiten. ◼ Het gebruik van het principe als checklist leidt ertoe dat ontwikkelaars beter anticiperen op isolatie en overlastbeperkende maatregelen, soms zelfs zonder strikte afdwinging. Als het AOC-principe onderdeel is van het digitale systeem waarmee bewoners en ondernemers vergunningaanvragen kunnen volgen en melden, verbetert dit het toezicht op de naleving ervan en wordt participatie gestimuleerd.
Dit helpt ambtenaren om in te grijpen bij signalering. - In Amsterdam zou dit goed toepasbaar kunnen zijn aangezien wij gebruikmaken van een soortgelijk bekendmakingsysteem van vergunningen. Nader onderzoek is gewenst naar bij welke gemeentelijke vergunningen het principe toegepast kan worden.
Toronto Achtergrond In Toronto is het AOC-principe sinds 2018 van kracht. De belangrijkste aanleiding was de sluiting van een aantal prominente livemuziekpodia. Zij kampten met aflopende huurcontracten en stijgende huurprijzen. Hierdoor verdween er steeds vaker (nacht)cultuur uit het centrum. Toronto heeft de afgelopen jaren actief maatregelen genomen om sluiting van belangrijke muziekpodia en nachtcultuur tegen te gaan. Zo komen eigenaren van livemuziekpodia in aanmerking voor vijftig procent korting op gemeentelijke vastgoedbelasting mits het muziekpodium ten minste drie shows per week organiseert. In 2024 maakten 75 podia gebruik van deze regeling. Het stadsbestuur had bovendien de ambitie om culturele functies over meer wijken met functiemenging te spreiden. Daartoe heeft de stad het AOC-principe in verschillende beleidsstukken opgenomen. Daarnaast hielp Toronto’s livemuziekbeleid bij de goedkeuring en de invoering van het AOC-principe. De maatregelen zijn in Toronto specifiek gericht op het beschermen van bestaande livemuziekpodia tegen geluidsklachten van nieuwe bewoners. Andersom beschermt het bestaande woonwijken tegen geluidshinder van nieuwe podia. Beleidskader Het AOC-principe is in Toronto ingebed in het vergunningaanvraagproces. De Music Office, een gemeentelijk loket, doet aanbevelingen bij nieuwe aanvragen voor woningbouw binnen 120 meter van een muziekpodium.
Dit geldt voor de gebieden in de stad waar sprake is van functiemenging. De beoordeling vormt het advies voor toepassing van het AOC-principe en wordt gestuurd naar de aanvrager.
16
Gemeente Amsterdam Verkenning
AOC-principe in Toronto ◼ De Music Office adviseert over maatregelen die een ontwikkelaar kan nemen om toekomstige conflicten met betrekking tot geluid te verminderen. Ontwikkelaars krijgen hiervoor een standaardformulier en schakelen specialisten in om geluidswaarden te meten. Het formulier bevat een toelichting op het belang van Toronto’s culturele ecosysteem. ◼ Nieuwe kopers of huurders moeten door ontwikkelaars en woningcorporaties worden geïnformeerd over mogelijke overlast van nabijgelegen muziekpodia. Deze waarschuwingsclausule is vergelijkbaar met die bij plannen voor woningbouw in de buurt van snel- of spoorwegen. ◼ Begin 2025 heeft Toronto de verordening voor restaurants, bars en podia aangepast. Deze stelt nieuwe regels en eisen aan onder andere nachtcultuurplekken. Zo mogen nachtclubs zich alleen huisvesten in panden die niet geschikt zijn voor wonen. Er mag maximaal één nachtclub per pand zijn. Clubs zijn alleen toegestaan in de kelder of op de begane grond. Dankzij de verordening kunnen nachtclubs zich nu in bijna alle gebieden met gemende functies huisvesten. Toronto hoopt hiermee nachtclubs en livemuziekpodia beter te verspreiden. De verordening bevat ook een nieuwe definitie van een ‘entertainmentgelegenheid/nachtclub’. Hiermee wijkt Toronto af van andere steden die juist af willen van strikte definities.
Uitdagingen Ontwikkelaars kunnen bij de provincie bezwaar maken tegen de eisen die Toronto stelt. Deze procedures duren lang en de provincie is zich vaak niet bewust van het lokale culturele ecosysteem. Ontwikkelaars worden regelmatig in het gelijk gesteld, waardoor het AOC-principe uiteindelijk niet van kracht wordt. Geleerde lessen ◼ Het AOC-principe integreren in het aanvraag- en vergunningverleningsproces maakt het werkbaar. Er kan vroegtijdig rekening worden gehouden met geluidsproblemen bij nieuwe woningbouw dichtbij muziekpodia. ◼ Gebruik een integrale aanpak en commissie bij de beoordeling van een AOC-situatie; - Na de implementatie van het AOC-principe is de Music Office toegevoegd aan de gemeentelijke afdelingen die vergunningsaanvragen beoordelen. De betrokkenheid van een gespecialiseerde gemeentelijke afdeling die advies geeft aan ontwikkelaars helpt bij het creëren van bewustwording en bescherming van culturele belangen. ◼ Mede dankzij het AOC-principe is er een groeiend bewustwording onder ontwikkelaars van het kwetsbare culturele ecosysteem en het belang van bescherming hiervan.
Wenen Achtergrond Wenen kampt met botsende belangen als gevolg van de groeiende stad. Zo moest Arena Wien evenementen annuleren en isolatiemaatregelen nemen nadat bewoners van nabijgelegen nieuwe woontorens steeds vaker geluidsoverlast van (openlucht)optredens meldden. Arena Wien heeft daarop een nieuw geluidssysteem geïnstalleerd en isolatiemaatregelen getroffen. Dankzij protesten in de media van lokale artiesten en bezoekers kwam de kwestie onder de aandacht van het stadsbestuur. Beleidskader
17
Gemeente Amsterdam Verkenning
In het voorjaar van 2025 zijn er amendementen aan de gemeentelijke verordening (Wiener Veranstaltungsgesetz 2020) toegevoegd, mede op aandringen van de Vienna Club Commission. In opdracht van de gemeente biedt die juridisch advies en kennisuitwisseling aan alle partijen in nachtcultuursector. Nu genieten bestaande muziekpodia vanwege hun historische, culturele, economische toegevoegde waarde bescherming. De Vienna Club Commission ziet dit als een eerste stap naar erkenning en bescherming van de nachtcultuur.
AOC-principe in Wenen De wijzigingen in de verordening houden in dat podia onder voorwaarden hun huidige geluidsniveau mogen behouden ondanks nieuwe woningbouwplannen in de buurt. De clubs en podia die hieraan voldoen zijn: ◼ meer dan dertig jaar oud; ◼ hebben een capaciteit van meer dan 1000 bezoekers; ◼ hebben significante historische, culturele, economische en toeristische waarde. Uitdagingen De wijziging van de verordening beschermt in de praktijk slechts een handjevol podia en clubs. Kleinschalige nachtcultuurplekken vallen er niet. Een voorbeeld is Der Gürtel, een culturele hub onder de voormalige U-bahn. Op deze plek met veel kleine clubs en podia treden veel beginnende muzikanten op. Er zijn meer woningen en dus ook bewoners bijgekomen, die steeds vaker over geluidsoverlast klagen. Tegelijkertijd wordt er in de binnenstad van Wenen steeds vaker elektrisch gereden en zijn er meer autoluwe gebieden. Hierdoor verandert het geluidsniveau in de stad en komt het geluid van clubs en podia steeds vaker boven de omgevingsgeluiden uit. De Vienna Club Commission pleit daarom voor een isolatiefonds voor belangrijke culturele clubs en podia die niet onder bescherming van de nieuwe verordening vallen. Daarnaast organiseert de Vienna Club Commission een paneldiscussie met gemeenteraad en bestuur over de mogelijkheden om het AOC-principe toe te passen in Wenen.
Geleerde lessen ◼ In Wenen blijven veel kleinere clubs en podia kwetsbaar voor klachten en sluiting. Er is bredere bescherming nodig, vooral voor plekken waar nieuwe artiesten een kans krijgen. ◼ Door autoluwe gebieden en elektrische voertuigen wordt de stad stiller. Gemeenten moeten rekening houden met zulke ontwikkelingen in hun geluidsbeleid en overlastnormen hierop afstemmen. ◼ In Wenen zorgde maatschappelijke verontwaardiging voor aandacht en beleidswijzigingen. Publieke en culturele steun kan een krachtig middel zijn om nachtcultuur op de politieke agenda te krijgen.
Antwerpen Achtergrond In 2019 riep de gemeente Antwerpen de werkgroep Nachtleven in het leven om een integraal nachtcultuurbeleid te ontwikkelen. Voorheen was dat beleid verspreid over verschillende afdelingen. In 2020 presenteerde de gemeente een Startnota en een Plan van Aanpak. Daarin werd gezocht naar structurele oplossingen om zowel een aantrekkelijke woonomgeving als een bruisend uitgaansleven in de stad te creëren.
18
Gemeente Amsterdam Verkenning
Antwerpen heeft gebieden waar nachtcultuur vanouds gevestigd is, maar waar ook ruimte nodig is voor nieuwe woningen. In eerste instantie is geprobeerd om het AOC-principe te integreren in het nieuwe nachtcultuurbeleid. Toen dat niet lukte en een aantal clubs vanwege vergunningsproblemen moest sluiten, gaf de gemeente opdracht tot een locatieonderzoek naar plekken voor grootschalige clubs. Het locatieonderzoek bevat meerdere voorstellen, waaronder het AOC-principe.
Beleidskader Het AOC-principe is in 2024 geïntegreerd in de stedelijke Bouwcode met de stedelijke regels voor (ver)bouwen.12 Daarin staat onder meer dat zowel de aard en de grootte van de functies als de typologie en de schaal van een project verenigbaar moeten zijn met de draagkracht van de omgeving. In de toelichtende nota staat dat een functie onder meer overlast kan veroorzaken door geluidsproductie, milieuhinder, parkeerdruk, het overmatig genereren van verkeer, laden en lossen en/of storende dag- of nachtactiviteiten, de afname van de beeldkwaliteit, en privacy- en inkijkproblemen. Net als in andere steden is het uitgangspunt dat de initiatiefnemer van een nieuwe ontwikkeling verantwoordelijk is voor het voorkomen van overlast en conflicten met bestaande functies in de omgeving. AOC-principe in Antwerpen Het AOC-principe is van toepassing als er sprake is van verweving van verschillende functies in een stedelijke omgeving. Het gaat niet alleen over klachten die met geluid of nachtcultuur te maken hebben, maar over verschillende soorten overlast. ◼ Bij nieuwe woningbouwontwikkelingen nabij bestaande functies, zoals horeca, clubs of drukke logistieke gebieden, moeten initiatiefnemers akoestische en functionele maatregelen treffen om overlast te vermijden.
Tegelijk wordt van ontwikkelaars verwacht dat zij toekomstige bewoners correct informeren over de bestaande geluids- of gebruikssituaties. ◼ Het AOC-principe geldt bij functiewijziging, nieuwbouw of uitbreiding. De beoordeling van een aanvraag gebeurt aan de hand van criteria als: - geluidskwaliteit en luchtkwaliteit; - nabijheid van onderwijs, mobiliteit en publieke voorzieningen; - impact op privacy, bezonning en bereikbaarheid; - verweving met bestaande bebouwing, perceel-inrichting en de draagkracht van de wijk. ◼ Vergunningverleners verwijzen bij nieuwe aanvragen naar de Bouwcode en de bijbehorende toelichtende nota.
Uitdagingen Het AOC-principe is nog maar kort onderdeel van de Bouwcode. Daardoor zijn er nog geen duidelijke voorbeelden van projectontwikkelaars die er rekening mee houden en er maatregelen voor nemen. Er zijn geen vastgelegde afstanden, geluidsnormen of drempelwaarden die richtlijnen geven op de toepassing van het principe. Hierdoor blijft het maatwerk. De interpretatie wat een ‘voldoende maatregel’ is kan uiteenlopen. Het principe is breed toepasbaar op zowel horeca, onderwijs als logistiek. De nadruk ligt op leefbaarheid, niet op overlast. Dit zorgt ervoor dat alle aspecten – geluidshinder, luchtkwaliteit, mobiliteit en groenstructuur – samen worden gewogen. Het geeft inzicht in de toepassing van AOC in een veel bredere context. Geleerde lessen ◼ Brede toepassing van het AOC-principe verhoogt de bruikbaarheid, maar bemoeilijkt de handhaving omdat meerdere, lastig te vergelijken aspecten moeten worden beoordeeld. Dit vergroot het risico op interpretatieverschillen en inconsistenties in vergunningverlening.
12
Bouwcode Antwerpen (2024), 24. 19
Gemeente Amsterdam Verkenning ◼
De verplichting voor ontwikkelaars om bewoners vooraf te informeren over bestaande geluids- en gebruikssituaties helpt de verwachtingen managen en klachten verminderen.
Brussel Achtergrond In Brussel was er sprake van conflicten tussen bestaande clubs en nieuwe bewoners in voormalige industrie- en ontwikkelgebieden. Fuse, een van de bekendste clubs, werd in 2023 met sluiting bedreigd door klachten van nieuwe buurtbewoners. Die waren er komen wonen, toen de club tijdens de coronapandemie door maatregelen gesloten was. De dreigende sluiting was een katalysator van brede maatschappelijke en politieke steun voor het behoud van het nachtleven, inclusief erkenning van clubcultuur als cultureel erfgoed en de goedkeuring van het Agent-of-Change-principe. Gewestelijk adviesorgaan de Brusselse Nachtraad nam hierin het voortouw. Beleidskader Brussel heeft in 2025 voorgesteld om het AOC-principe in het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening en in de Brusselse Bouwcode op te nemen. Het voorstel voor verankering in de Bouwcode (artikel 190/1) is in augustus 2024 goedgekeurd. Vanwege het uitblijven van een kabinetsformatie is het principe nog niet formeel van kracht. Er ontstond er discussie of het AOC-principe ook toepasbaar was op cafés en overige horecagelegenheden. Door te focussen op nachtcultuur was het doorvoeren van het AOC-principe haalbaarder. Intussen heeft Brussel een aantal stappen gezet naar de implementatie van het principe. ◼ Clubculture is in juni 2023 opgenomen in de Brusselse inventaris van immaterieel cultureel erfgoed.
Volgens de Nachtraad hielp deze maatregel bij het vaststellen van de sociale, culturele en economische meerwaarde van clubcultuur voor Brussel. Dit benadrukte ook het maatschappelijke belang van het beschermen hiervan. Brussel hanteert een lijst nachtclubs die worden erkend als immaterieel erfgoed. ◼ Het streven is om het AOC-principe vanaf januari 2026 formeel op te nemen als nieuw beoordelingscriterium bij vergunningsaanvragen. Dit zal zonder terugwerkende kracht zijn en hierbij geldt: - Bij nieuwe functies met potentieel geluidsimpact moet de vergunningsaanvraag maatregelen bevatten om geluidshinder voor bestaande functies binnen een straal van 20 meter te beperken. - Voor nieuwe woonfuncties nabij bestaande geluidsbronnen zijn ontwikkelaars verplicht aan te tonen hoe zij geluidshinder voor toekomstige bewoners voorkomen. Dit moet onderbouwd worden met concrete maatregelen. Uitdagingen Hoewel het principe goed toepasbaar is op nieuwe woningbouwprojecten, biedt het geen oplossing voor bestaande clubs die te maken hebben met klachten van bestaande buurtgenoten.
Daarom hebben meerdere raadsleden in samenwerking met Brussels By Night Federation (vergelijkbaar met stichting N8BM) en de Brusselse Nachtraad de volgende aanvullende maatregelen voorgesteld: ◼ Een uitzonderingsbesluit op de geluidsnormen voor clubs met cultureel immaterieel erfgoedstatus; ◼ Een vergunningenkaart waarmee ontwikkelaars en vergunningverleners vooraf inzicht krijgen in de aanwezigheid en juridische status van nabijgelegen nachtclubs. Geleerde lessen ◼ Clubcultuur opnemen in de inventaris van het immaterieel cultureel erfgoed helpt bij identificeren en definiëren van de sociale, culturele en economische meerwaarde voor de stad. Deze erkenning hielp
20
Gemeente Amsterdam Verkenning
◼
◼
◼
bij het beleidsvoorstel om clubs die niet onder het AOC-principe vallen alsnog te beschermen vanwege hun waarde voor de stad. Door het AOC-principe enkel toe te passen op geluidsoverlast wordt de regelgeving minder complex en makkelijker te handhaven. Er hoeft maar één type overlast te worden gemeten en beoordeeld, wat de administratieve en technische drempels verlaagt. Het gebruiken van een definitie van een ‘nachtclub’ kan (toekomstige) clubs uitsluiten of te breed zijn. Brussel hanteert daarom een lijst met erkende nachtclubs. Ook in Amsterdam gebruiken clubs verschillende soorten vergunningen, waardoor het toekennen van één definitie niet alomvattend zal zijn. Amsterdam zou een lijst van clubs/nachtcultuur kunnen opstellen die door Team Nachtcultuur wordt onderhouden. Vergunningenkaart voor nachtleven, waarmee ontwikkelaars en vergunningverleners vooraf inzicht krijgen in de aanwezigheid en juridische status van nabijgelegen nachtclubs. In Amsterdam zijn niet alle nachtclubs opgenomen via Horecavergunningen op de kaart. Een vergunningenkaart voor nachtcultuur kan bruikbaar zijn bij het bepalen of bij de nieuwe bouwplannen rekening moet worden gehouden met het AOC-principe.
21
Gemeente Amsterdam Verkenning
Bijlage 2. Gesprekspartners
Voor deze verkenning zijn gesprekken gevoerd met experts uit steden waar het AOC-principe al wordt toegepast of voorbereid. De internationale steden zijn gekozen op variatie in implementatiefase (van voorbereiding tot vastgesteld beleid) en in toepassingsbereik (smalle toepassing op geluid versus bredere toepassing op meerdere hinderfactoren). Stad
Organisatie
Functie
Brussel
Brusselse Nachtraad
Coördinator/woordvoerder
Antwerpen Stad Antwerpen
Horecamanager Ondernemen Horeca; Projectmedewerker Ondernemen Horeca
Toronto
City of Toronto
Manager Music Office (vergelijkbaar met Nachtcultuur binnen Kunst & Cultuur)