CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Toelichting BP Pampuslaan 1 Weesp.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 12 juni 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan ‘Pampuslaan 1 Weesp’. (VN2024-005667)22.065 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Pampuslaan 1 Weesp

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid Pampuslaan 1 Weesp

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.GW2302BP01-VG01

Datum print

29 April 2024

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk1

5 Inleiding

7

Aanleiding Doel bestemmingsplan Plangebied en bestaande situatie Geldende bestemmingsplannen Leeswijzer

7 7 7 8 10

Hoofdstuk2

Planbeschrijving

11

Hoofdstuk3

Beleidskader

15

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

15 17 20 22

Omgevingsaspecten

33

Archeologie Cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Luchtkwaliteit Bodemkwaliteit Geluidhinder Ecologie Luchthavenindelingsbesluit Bezonning Windhinder Verkeerskundige aspecten Water Externe veiligheid Kabels en leidingen MER

33 33 34 37 39 40 44 48 49 50 50 55 58 59 59

Juridische toelichting

61

Algemeen De bestemmingen

61 61

Economische uitvoerbaarheid

63

Inleiding Plangebied

63 63

Hoofdstuk7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

65

7.1 7.2 7.3

Vooroverleg Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Participatie

65 65 65

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 Hoofdstuk5 5.1 5.2 Hoofdstuk6 6.1 6.2

Gemeente Amsterdam

blz. 4

bestemmingsplan_Pampuslaan 1 Weesp (vastgesteld)

blz. 5

Toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_Pampuslaan 1 Weesp (vastgesteld)

blz. 7

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op de hoek van de Amstellandlaan en de Pampuslaan in Weesp staat op dit moment een verouderd kantoorpand. Initiatiefnemer heeft het voornemen om het kantoorgebouw te slopen en de gronden geschikt te maken voor een bouwwerk met een gemengde bestemming, waarbij onder meer een woonfunctie mogelijk wordt gemaakt met een programma van circa 55 tot maximaal 70 appartementen. De projectlocatie is gelegen aan de rand van het Industrieterrein Noord. De beoogde ontwikkeling maakt deel uit van de transformatie van het gebied Amstellandlaan/Rijnkade, waarbij leegstaande kantoren plaatsmaken voor woningbouw. In maart 2022 is het Ruimtelijk Kader “Weesp Amstellandlaan” en het bijbehorende amendement vastgesteld, waarin de ruimtelijke uitgangspunten voor ontwikkelingen in dit gebied zijn vastgelegd. Het beoogde initiatief vormt een uitwerking van dit kader. De locatie maakt onderdeel uit van het vastgestelde bestemmingsplan "Bedrijventerreinen" en heeft de enkelbestemming 'Bedrijventerrein – 1'. De beoogde realisatie van een woonfunctie is niet toegestaan op basis van het geldende bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan vormt een actueel planologisch kader om het beoogde initiatief te kunnen realiseren.

1.2

Doel bestemmingsplan

Dit bestemmingsplan voorziet in een planologische regeling voor het plangebied en maakt juridisch planologisch de transformatie naar een woongebouw met werk functies in de plint mogelijk.

1.3

Plangebied en bestaande situatie

Het plangebied is gelegen aan de Pampuslaan 1, op de hoek van de Amstellandlaan en de Pampuslaan in Weesp van de gemeente Amsterdam. Het plangebied betreft de percelen die kadastraal bekend staan als nummer 1443, 2158 en 2160 van de sectie C van de gemeente Weesp. De totale oppervlakte van het plangebied is 3.861 m2. In het plangebied is een leegstaand kantoorgebouw aanwezig met een footprint van ca. 1.022 m2 en een gebruiksoppervlakte van ca. 3.677 m2 BVO. In figuur 1 is een afbeelding opgenomen van de bestaande bebouwing in de omgeving. De bebouwing in het plangebied is hierin opgelicht ten opzichte van de omgeving. Het plangebied maakt deel uit van industrieterrein 'Noord' van de gemeente Weesp. Het industrieterrein is gelegen aan de oostzijde van het Amsterdam Rijnkanaal en is het grootste bedrijventerrein binnen de gemeente. Het plangebied, bestaande uit een gebouw en bijbehorende openbare ruimte is gelegen aan de zuidrand van het industrieterrein. Het kantoorpand is gelegen aan de zuidelijke rand van het bedrijvencluster dat wordt gevormd door de Amstellandlaan, Flevolaan, Gemeenschapspolderweg en de Pampuslaan.

Gemeente Amsterdam

blz. 8

Figuur 1. Ligging bestaande bebouwing (opgelicht) in de omgeving

Ten zuiden van het pand ligt de Amstellandlaan. De weg dient als ontsluitingsweg voor zowel het bedrijventerrein als de aangrenzende woonwijken. De weg wordt, voor het gedeelte behorende bij het bedrijventerrein, gekenmerkt door voornamelijk kantoorbebouwing en kleinschalige bedrijvigheid. De gemeente is voornemens de Amstellandlaan verkeersluw te maken, bestemd voor bestemmingsverkeer. Aan de zuidzijde van deze weg ligt het woongebied Aquamarin. In de voormalige haven van Weesp is een woonwijk gerealiseerd op en aan het water. Aan de oostzijde van het gebouw ligt de Pampuslaan, een van de ontsluitingswegen van het industrieterrein. Langs deze weg in noordelijke richting liggen meer bedrijfspanden, waarbij de kantoorfuncties van ondergeschikt belang zijn. Aan de noordwestelijke zijde van het kantoorpand ligt een parkeerterrein dat is ontsloten aan de Pampuslaan. Het gebouw en het bijbehorende terrein wordt aan de westkant begrensd door een appartementengebouw en aan de noordzijde door bedrijfsbebouwing.

Figuur 2. Ligging plangebied

1.4

Geldende bestemmingsplannen

Het plangebied valt onder het vigerende bestemmingsplan "Bedrijventerreinen" van de voormalige gemeente Weesp. Dit plan is op 24 februari 2016 vastgesteld. In het bestemmingsplan hebben de percelen de bestemming 'Bedrijventerrein – 1' geldt er een bouwvlak en de volgende functieaanduidingen: "bedrijf tot en met categorie 2'; (gedeeltelijk) 'kantoor". Op een smalle strook aan de zuidzijde van de percelen ligt de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterkering'. Het betreft een smalle strook welke gedeeltelijk is gelegen ter plaatse van de bebouwing. bestemmingsplan_Pampuslaan 1 Weesp (vastgesteld)

blz. 9

Op basis van de bestemming 'Bedrijventerrein – 1' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: bedrijfsactiviteiten tot en met categorie 2 als genoemd in bijlage 2 (Staat van Bedrijfsactiviteiten), met uitzondering van de categorieën logies-, maaltijden- en drankenverstrekking, onderwijs, gezondheid- en welzijnszorg, cultuur, sport en recreatie en overige dienstverlening; een zelfstandig functionerend kantoor; e-commerce facility point; horeca als ondergeschikt onderdeel bij de bedrijfsactiviteiten; inclusief de hierbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ontsluitingswegen, paden, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, los- en laadwallen en voorzieningen voor de opwekking van duurzame energie. met dien verstande dat: bedrijfskantoren zijn toegestaan en de vloeroppervlakte ten hoogste 30% bedraagt van het bruto vloeroppervlak van het bedrijfspand; zelfstandige kantoren zijn toegestaan, met dien verstande dat het brutovloeroppervlak niet meer dan 500 m2 mag zijn, tenzij de bestaande oppervlakte reeds groter is.

Figuur 3. Uitsnede geldend bestemmingsplan, plangebied rood omlijnd

Binnen de bestemming 'Bedrijventerrein - 1' gelden de volgende, voor zover relevante, bouwregels: gebouwen uitsluitend zijn toegestaan binnen een bouwvlak; het bouwvlak mag voor 100% worden bebouwd; de oppervlakte van ieder bouwperceel niet minder dan 1.000 m2 mag zijn; over het hele bouwvlak ondergronds mag worden gebouwd met een verticale diepte van niet meer dan 4 m; de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 10 m

Gemeente Amsterdam

blz. 10

mag zijn. Tevens gelden ter plaatse van het plangebied de volgende bestemmingsplannen en voorbereidingsbesluiten: Woningsplitsing en kamergewijze verhuur (2022); Hyperscale en datacenters (2022); Darkstores (2023).

1.5

Leeswijzer

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende regels, vergezeld van een toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. In de toelichting is een beschrijving van het plangebied opgenomen en zijn de aan het plan ten grondslag gelegen keuzes en beleidsuitgangspunten beschreven. De toelichting bestaat uit 7 hoofdstukken. In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de aanleiding en het doel van het bestemmingsplan, de ligging van het plangebied, de bestaande situatie en de plangrens en de geldende bestemmingsplannen. Hoofdstuk 2 omvat de planbeschrijving van de beoogde ontwikkeling, het nieuwbouwprogramma en de stedenbouwkundige principes. De voor het plan relevante beleidskaders van Rijk, provincie en regio en het eigen gemeentelijke beleid en stadsdeelbeleid zijn in hoofdstuk 3 beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten (onder andere bedrijven en milieuzonering, luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid, bezonning, windhinder, water, mobiliteit, archeologie, duurzaamheid en flora en fauna). In dit hoofdstuk vindt een toets aan de diverse milieu- en omgevingsaspecten plaats. Een toelichting op de juridische systematiek oftewel een omschrijving van de afzonderlijke bestemmingen is beschreven in hoofdstuk 5.

Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de economische uitvoerbaarheid beschreven en in hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de te doorlopen procedures.

bestemmingsplan_Pampuslaan 1 Weesp (vastgesteld)

blz. 11

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

Het gebouw op de hoek van de Amstellandlaan en de Pampuslaan was voorheen in gebruik als kantoorgebouw. Het gebouw staat inmiddels leeg en is aan vervanging toe. In figuur 4 zijn twee afbeeldingen van de bestaande situatie opgenomen, waarin de vervallen staat van het leegstaande kantoor goed zichtbaar wordt.

Figuur 4. Weergave bestaand kantoorpand

In de beoogde ontwikkeling wordt nadrukkelijk aansluiting gezocht bij het buurpand en de ter plaatse gehanteerde uitgangspunten qua architectuur en uitstraling. De frisse, moderne architectuur met de afwisseling van wit gekeimde baksteen, glazen balkons en houten geveldelen is als basis gebruikt voor de voorgenomen ontwikkeling ter plaatse van het plangebied. De rooilijnen van de nieuwbouw zijn aan de zijde van het openbaar gebied grotendeels hetzelfde als die van het bestaande kantoorpand. De keuze voor nieuwbouw biedt echter veel meer mogelijkheden, met name betreffende de beukmaten en optimale plaatsing van het gebouw. Een ander belangrijk verschil met het buurpand is dat er niet aan de Amstellandlaan wordt geparkeerd.

Figuur 5. Visualisatie toekomstige situatie met zicht op de noordgevel vanaf het parkeerterrein (links) en impressie oostgevel (rechts)

Het voorlopige programma bestaat uit circa 55 tot maximaal 70 appartementen. In het bouwwerk worden verschillende typen appartementen gerealiseerd. Aan de zijde van de Amstellandlaan verkrijgt het bouwwerk vier bouwlagen en een vijfde bouwlaag als setback en aan de zijde van de Pampuslaan zes bouwlagen.

Gemeente Amsterdam

blz. 12

Figuur 6. 3D-Visualisatie toekomstige situatie vanuit vogelvluchtperspectief

Op de begane grond wordt planologisch ruimte gemaakt voor een commerciële functie. In totaal mag het aandeel commerciële ruimte in de plint maximaal 40% van de begane grond beslaan. Het parkeren geschiedt grotendeels op het parkeerterrein en het naastgelegen terrein aan de achterzijde. Het parkeren voor zowel de woon- als werkfunctie wordt op eigen terrein opgelost volgens het vigerend beleid.

bestemmingsplan_Pampuslaan 1 Weesp (vastgesteld)

blz. 13

Figuur 7. Mogelijke plattegrond begane grond in de toekomstige situatie

De beoogde ontwikkeling maakt deel uit van een grotere ontwikkeling zoals beschreven in het Ruimtelijk Kader Weesp Amstellandlaan. Het plan voldoet, zoals nader toegelicht in paragraaf 3.4.4 aan de hierin gestelde kaders.

Gemeente Amsterdam

blz. 14

bestemmingsplan_Pampuslaan 1 Weesp (vastgesteld)

blz. 15

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Nederland staat voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, regionaal, nationaal als wereldwijd spelen. Het betreffen opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven kunnen niet los van elkaar worden opgelost maar moeten in samenhang bekeken worden. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn de opgaven als volgt ingedeeld: ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; verduurzamen van de economie en behouden van groeipotentieel; sterker en leefbaarder maken van steden en regio's; toekomstbestendig ontwikkelen van landelijk gebied. Relatie tot het plangebied De Nationale Omgevingsvisie heeft een hoog abstractieniveau en bevat zodoende alleen concreet beleid Voor een achttal, middels een zorgvuldig selectieproces aangewezen, NOVI-gebieden (zoals de havengebieden van Rotterdam en Amsterdam). Passend bij de NOVI-prioriteiten is het Rijk van plan in deze specifieke gebieden een extra impuls te geven aan grote transities en extra steun te geven aan de aanpak van grote, integrale fysieke opgaven die belangrijk zijn voor Nederland.

Het gebied waar dit bestemmingsplan op toeziet, betreft niet één van de door het Rijk aangewezen gebieden en kent vanuit de NOVI derhalve geen concreet beleid. Dit bestemmingsplan biedt wel de ruimte voor een ontwikkeling waarbij een bijdrage kan worden geleverd aan onder meer de woningbehoefte binnen de gemeente. Conclusie De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de NOVI, die gekenmerkt wordt door een hoog abstractie en schaalniveau. De kenmerken van het bouwplan zijn in lijn met de beleidskeuzen en de bijbehorende prioritering. Het beoogde plan levert bovendien een bijdrage aan enkele relevante nationale belangen. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), vastgesteld op 22 augustus 2011, geconsolideerde versie 1 december 2020, voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die doorwerken op gemeentelijk niveau, en dus relevant zijn voor bestemmingsplannen. Voorbeelden van zaken die geregeld zijn in het Barro zijn rijksvaarwegen, hoofdwegen, kustfundament en buisleidingen van nationaal belang. Relatie tot het plangebied Net als de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte kenmerkt het Barro zich tot een hoog abstractieniveau en is het beleid alleen aan de orde op specifieke locaties (bijvoorbeeld in de mainports of nabij de kust) of bij specifieke projecten (zoals het project 'Randstad 380 kV'). Het plangebied ligt niet in een dergelijk gebied en bevat ook geen grootschalige ontwikkelingen die opgenomen zijn in het Barro. Om die reden

Gemeente Amsterdam

blz. 16

bevat het Barro geen concreet beleid voor het plangebied. Conclusie De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met het Barro. 3.1.3

Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking)

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Per 1 juli 2017 is de ladder voor duurzame verstedelijking gewijzigd. De ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro. Artikel 1.1.1. definieert relevante begrippen: bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Artikel 3.1.6 is per 1 juli 2017 gewijzigd, waarbij een aanpassing heeft plaatsgevonden van lid 2, 3 en 4.

Meest relevant in dezen is de wijziging van lid 2 en 3, waarvan de tekst als volgt is komen te luiden: lid 2: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. lid 3: Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. Concreet betekent dit dat het bestemmingsplan een beschrijving bevat van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Wanneer deze ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied gerealiseerd wordt, moet gemotiveerd worden waarom er niet binnen het stedelijk gebied voorzien kan worden in de behoefte. Relatie tot het plangebied De ontwikkeling die door dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt ligt binnen het bestaand stedelijk gebied.

De woningen voorzien zowel in een kwalitatieve als kwantitatieve behoefte. In paragraaf 3.3 wordt ingegaan op het regionaal beleid en de (regionale) behoefte aan woningbouw. Conclusie De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling van woningen bevindt zich binnen bestaand stedelijk gebied en gelet op de grote behoefte aan woningen en de ligging voldoet dit bestemmingsplan aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

bestemmingsplan_Pampuslaan 1 Weesp (vastgesteld)

blz. 17

3.1.4

Erfgoedwet

In de jaren 2012-2016 heeft de Rijksdienst in vijf programmalijnen uitvoering gegeven aan de beleidsnota Visie Erfgoed en Ruimte, Kiezen voor Karakter. In de beleidsnota schetst het kabinet haar visie op het borgen van onroerend cultureel erfgoed in de ruimtelijke ordening. Het programma Erfgoed en Ruimte wordt met een paar jaar verlengd, tot aan de invoering van de Omgevingswet op (naar verwachting) 1 januari 2024. De komende jaren werkt de Rijksdienst aan drie programmalijnen: Water en erfgoed Landschap: transformatie van het landelijk gebied Transformatie in de stad en in krimpgebieden Relatie tot het plangebied Bij voorbereiding van een bestemmingsplan zullen gemeenten een analyse moeten maken van de cultuurhistorie in een plangebied en daar conclusies aan moeten verbinden die in het bestemmingsplan verankerd worden. Voor het grondgebied van de gemeente is de archeologische verwachtingswaarde bekend. Hierop wordt in paragraaf 4.1 nader ingegaan. Op de nu voorliggende ontwikkellocaties zijn er geen cultuurhistorische of archeologische waarden in het geding. Een nadere beschouwing is opgenomen in paragraaf 4.2. Conclusie De ontwikkeling die met behulp van dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt is niet in strijd met de Beleidsvisie Erfgoed en Ruimte.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie NH2050

De Omgevingsvisie NH2050 is vastgesteld door de Provinciale Staten van Noord-Holland op 19 november 2018. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. De Omgevingsvisie richt zich op lange termijn ambities en doelen, met oog voor kwaliteiten die de provincie langjarig wil koesteren en die proberen in te spelen op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. De visie spreekt zich uit over het Waarom en deels over het Wat. Onder de hoofdambitie “Balans tussen economische groei en leefbaarheid” zijn samenhangende ambities geformuleerd. De ambities zijn uitgewerkt in zogenaamde samenhangende bewegingen naar de toekomst. In die bewegingen worden meerdere ontwikkelprincipes gehanteerd. Alle ontwikkelprincipes hangen met elkaar samen. De bijbehorende deelambities zijn: 1. Leefomgeving: een gezonde en veilige basiskwaliteit van de leefomgeving, met als doel: a. een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland; b. het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; c. het vergroten van de biodiversiteit in Noord-Holland. 2. Gebruik van de leefomgeving: ruimtelijke ontwikkelingen faciliteren, met als doel: a. een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor; b. vraag en aanbod van woon- en werklocaties beter met elkaar in overeenstemming brengen; c.

dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt Gemeente Amsterdam

blz. 18

kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden; d. het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. 3. Energietransitie: Noord-Holland als samenleving in 2050 klimaatneutraal en gebaseerd op hernieuwbare energie. Relatie tot het plangebied Onder de deelambitie 'leefomgeving' is het onderwerp 'gezondheid en veiligheid' opgenomen, waaronder een verbetering van de kwaliteit van bodem, water, lucht, externe veiligheid en geluidsbelasting worden nagestreefd. Ter plaatse van het plangebied is in de huidige situatie enkel een bedrijfs- c.q. kantoorfunctie toegestaan. Het betreft een leegstaand gebouw dat aan verpaupering onderhevig is. Het bestemmingsplan geeft ruimte voor een woningbouwontwikkeling, wat bijdraagt aan een gezonde en veilige omgeving. Daarnaast wordt ruimte geboden aan de realisatie van groene daken en worden zonnepanelen geplaatst daar waar mogelijk. Zodoende wordt tevens een bijdrage geleverd aan de ambitie 'energietransitie' van de provincie. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat voorliggend plan in lijn is met de ambities uit de provinciale Omgevingsvisie. 3.2.2

Omgevingsverordening Noord - Holland

Op 22 oktober 2020 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020. In deze verordening zijn regels opgenomen die de provinciale belangen beschermen. De verordening vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. In hoofdstuk 6 van de omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen. Dit zijn regels die door decentrale overheden in acht moeten worden genomen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. De instructieregels zien onder meer op nieuwe stedelijke ontwikkelingen, bijzonder landschap, verblijfsrecreatie en detailhandel. Relatie tot het plangebied In de Omgevingsverordening NH2050 zijn regels opgenomen die gelden binnen het gehele grondgebied van de provincie Noord-Holland en regels die gebiedsspecifiek zijn. Hieronder zijn de van toepassing zijnde artikelen opgenomen. Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen 1. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken; 2. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid.

Dit artikel regelt dat een ruimtelijk plan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. De voor onderhavig bestemmingsplan relevante afspraken worden in paragraaf 3.3 toegelicht. Artikel 6.83 Regionale verdringingsreeks Amstel, Gooi en Vecht

bestemmingsplan_Pampuslaan 1 Weesp (vastgesteld)

blz. 19

1. In het geval van een onmiddellijk of dreigend watertekort wordt in het werkingsgebied regionale verdringingsreeks AGV met het oog op de verdeling van het beschikbare water vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek bij het beheer van de regionale wateren door waterschappen wat betreft de in artikel 2.1, eerste lid, onder 3, van het Waterbesluit bedoelde behoeften, achtereenvolgens prioriteit toegekend aan: a. het verwerken van industrieel proceswater; b. de tijdelijke beregening van kapitaalintensieve gewassen. 2. In het geval van een onmiddellijk of dreigend watertekort wordt in het werkingsgebied regionale verdringingsreeks AGV met het oog op de verdeling van het beschikbare water vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek bij het beheer van de regionale wateren wat betreft de in artikel 2.1, eerste lid, onder 4, van het Waterbesluit bedoelde behoeften, achtereenvolgens prioriteit toegekend aan: a. de waterkwaliteit in stedelijk gebied; b. beroepsvaart; c. akkerbouw; d. beregening sportvelden; e. grasland; f. recreatievaart; g. natuur, voor zover het niet gaat om het voorkomen van onomkeerbare schade. 3. In geval van waterbehoeften van buiten het gebied van het waterschap, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing. Artikel 6.83 a Regionale verdringingsreeks IJsselmeergebied 1.

In het geval van een onmiddellijk of dreigend watertekort wordt in het werkingsgebied regionale verdringingsreeks regio IJsselmeergebied met het oog op de verdeling van het beschikbare water vanuit het IJsselmeer bij het beheer van de regionale wateren door waterschappen wat betreft de in artikel 2.1, eerste lid, onder 3, van het Waterbesluit bedoelde behoeften, achtereenvolgens prioriteit toegekend aan: a. het gebruik van industrieel proceswater; b. de tijdelijke beregening van kapitaalintensieve gewassen. 2. In het geval van een onmiddellijk of dreigend watertekort wordt met het oog op de verdeling van het beschikbare water vanuit het IJsselmeer bij het beheer van de regionale wateren door waterschappen wat betreft de in artikel 2.1, eerste lid, onder 4, van het Waterbesluit bedoelde behoeften, achtereenvolgens prioriteit toegekend aan: a. peilhandhaving; b. doorspoelen en onttrekken voor beregening van akkerbouw; c. beregening van gras of maïs; d. doorspoelen; e. overige belangen. De artikelen uit de Omgevingsverordening NH2050 zullen de beoogde ontwikkeling waar onderhavig bestemmingsplan ruimte aan biedt, niet in de weg staan. Zie hiervoor paragraaf 3.3, waar wordt ingegaan op het regionale beleid. Verder wordt in paragraaf 4.12 ingegaan op het aspect water. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat voorliggend plan niet in strijd is met de Omgevingsverordening Noord Holland.

Gemeente Amsterdam

blz. 20

3.2.3

Watervisie 2021 'Buiten de oevers'

Met de Watervisie 2021 zoals vastgesteld op 16 november 2015 geeft de provincie Noord-Holland vervolg aan het Provinciaal Waterplan 2010-2015. De Watervisie is afgestemd met de Stroomgebiedbeheerplannen uit de Kaderrichtlijn Water. De Watervisie is een strategisch beleidsdocument voor de periode 2016-2021 en beschrijft de ambitie en kaders voor het regionale waterbeheer in Noord-Holland richting 2021 met doorkijk naar 2040. De Watervisie is integraal onderdeel van het strategisch omgevingsbeleid en heeft een directe relatie met de provinciale structuurvisie. In de Watervisie richt de provincie zich op de thema's veilig, schoon en voldoende water en werkt die uit in doelstellingen voor onder andere veilige dijken en duinen, robuuste inrichting van het achterland, rampenbeheersing bij overstromingen, kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater, zoetwatervoorziening en het tegengaan van wateroverlast. Relatie tot het plangebied De Watervisie heeft niet direct consequenties voor het plangebied. Paragraaf 4.12 beschrijft hoe in het plangebied met de waterhuishouding wordt omgegaan.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionale woonvisie/ RAP

De provincie Noord-Holland heeft de gemeenten binnen de Stadsregio Amsterdam (thans Vervoerregio Amsterdam) gevraagd gezamenlijk een Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP) op te stellen voor de periode 2016 tot en met 2020. Dit komt voort uit de provinciale Woonvisie uit 2010, waarin als doelstelling is opgenomen dat in 2020 de inwoners van Noord-Holland beschikken over voldoende woningen met een passende kwaliteit en in een aantrekkelijk woonmilieu. De gemeenten die deel uitmaken van de Vervoerregio Amsterdam werken nauw samen om de woningbehoefte voor de gehele regio adequaat op te vullen. Hiertoe is in het regionale portefeuillehouders-overleg Ruimte en Wonen van 30 juni 2016 de Samenwerkingsagenda Regionale Woningmarkt 2016-2020 vastgesteld. De thema's in deze samenwerkingsagenda zijn woningbouwproductie, betaalbare voorraad en woonruimteverdeling, om de kwantitatieve behoefte aan woningen, maar vooral ook de kwalitatieve behoefte aan woningen in kaart te brengen. Het RAP brengt de regionale vraag naar woningen in beeld en zet deze vraag af tegen het (geplande) aanbod van woningen. De woningmarkt in de regio Amsterdam kent een sterke samenhang en een gedeeld gezamenlijk belang. De regio is internationaal gezien zeer sterk met veel groeipotentieel en een goede concurrentiepositie.

Deze sterke positie van de regio is ontstaan dankzij een veelheid aan factoren, waarbij de hoge kwaliteit van leven een belangrijke rol speelt. Een aantrekkelijke en diverse woningmarkt maakt hier deel van uit. Veel mensen willen dan ook graag in de regio wonen. Dat biedt tegelijkertijd kansen en uitdagingen. De vraag naar woningen is in alle segmenten groter dan het aanbod. Bij het aanbod van woningen worden zowel de reeds bestaande woningen als de in uitvoering zijnde of geplande bouw van woningen binnen de regio meegewogen. Voor plannen in Amsterdam is de gehele stadsregio te beschouwen als marktregio. Onder actuele woningbehoefte wordt de behoefte voor de komende tien jaar verstaan. Dit sluit aan bij de jurisprudentie die over dit begrip is ontstaan bij de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Wat betreft de kwantitatieve behoefte wordt voor de gehele regio de groei van de woningbehoefte in de periode 2017 - 2027 geraamd op 79.500 woningen. Hier staat een harde plancapaciteit van bijna 62.500 woningen tegenover, waardoor een tekort aan harde plannen van 17.000 woningen bestaat. Wat betreft

bestemmingsplan_Pampuslaan 1 Weesp (vastgesteld)

blz. 21

de kwalitatieve behoefte geldt voor de marktregio Amsterdam (de gehele stadsregio) het volgende: De woningbehoefte is zo groot, dat in vrijwel alle marktsegmenten tekorten zijn. De grootste tekorten doen zich voor bij eengezinswoningen, betaalbare huurwoningen en betaalbare en middeldure koopwoningen. Alleen bij de marktsegmenten meergezinswoningen in een stedelijk milieu - een segment dat ruim geprogrammeerd staat - en dure huurwoningen is de plancapaciteit een fractie groter dan de vraag. Relatie tot het plangebied Het bestemmingsplan geeft ruimte voor de woningen waar in zowel kwalitatieve en kwantitatieve zin behoefte aan is en voldoet hiermee aan het regionale woonbeleid. De behoefte aan de beoogde woningen is op basis van voorgaande voldoende gemotiveerd. Conclusie Het plan sluit aan bij de regionale woonvisie en speelt in op de bestaande behoefte. 3.3.2

Stadsregio Amsterdam

3.3.2.1 Woonakkoord 2021 - 2025 gemeente Amsterdam - Provincie Noord - Holland Het woonakkoord bevat de gedeelde ambities en gezamenlijke inzet van het woonbeleid van de gemeente Amsterdam en de provincie Noord-Holland. Het woonakkoord is de opvolger van het Regionale actieprogramma Wonen (RAP) en onderdeel van de “regionale afspraken” als bedoeld in artikel 6.3 van de Omgevingsverordening NH2020. In de Omgevingsverordening NH2020 is bepaald dat “een ruimtelijk plan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken.” In het woonakkoord van Amsterdam met de provincie wordt daarnaast ook aan de blijvende en vernieuwde samenwerking met Amstelland-Meerlanden en Zaanstreek-Waterland voor de woonruimteverdeling van sociale huurwoningen en de intensieve samenwerking binnen de Metropoolregio Amsterdam voor het woningbouwprogramma een plaats gegeven. De doelen van de gemeente en de provincie komen overeen, de prioriteit ligt bij het vergroten van de woningvoorraad (bouwen). Gezien de grote vraagdruk op de woningmarkt, op het behouden en creëren van betaalbare woningen voor lage- en middeninkomens en op het versterken van de kwaliteit van het wonen in zowel nieuwbouw als transformatie en de bestaande woningvoorraad.

Het akkoord bevat een overzicht en herbevestiging van beleid en acties waar provincie en Amsterdam, al dan niet via de MRA, gezamenlijk aan werken. Daarna volgt een overzicht van acties die in de samenwerking tussen de provincie Noord-Holland en gemeente Amsterdam via het woonakkoord worden bekrachtigd. De afspraken en acties uit het woonprogramma zijn onderverdeeld onder de volgende thema's: woningbouwprogramma en regionale afstemming; verdeling van sociale huurwoningen in Amsterdam en omliggende gemeenten; flexwoningen; bouwprogramma's in landelijk gebied; duurzame woningen, duurzaam bouwen en circulaire economie; gezonde leefomgeving; groen in en om de stad; Gemeente Amsterdam

blz. 22

geluidsoverlast rondom woonwijken; beweegvriendelijke stad (gezonde mobiliteit). Relatie tot het plangebied Onder het thema 'woningbouwprogramma en regionale afstemming' is opgenomen dat een divers en betaalbaar woningaanbod met voldoende instroom- en doorstroomkansen voor diverse groepen een uitgangspunt is. Een ander uitgangspunt onder dit thema is de productie van 15.000 woningen per jaar. De voorgenomen woningbouwontwikkeling die middels onderhavig bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt voorziet in woningen in het sociale, midden huur en koopsegment. Conclusie Het plan sluit aan bij het Woonakkoord 2021 - 2025.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Weesp

Het ontwerp van de Omgevingsvisie Weesp is in januari 2021 vrijgegeven door het College van B&W. Het betreft de eerste Omgevingsvisie van Weesp en tegelijkertijd ook de laatste als zelfstandige gemeente als gevolg van de fusie met de gemeente Amsterdam in 2022. Na de fusie is sprake van nog maar één Omgevingsvisie, die van Amsterdam, waar de Omgevingsvisie Weesp integraal in is overgenomen. De omgevingsvisie van Weesp is als het ware een bruidsschat van Weesp voor de verbintenis met Amsterdam. Doel van de Omgevingsvisie was dan ook om Weesp zijn eigen identiteit te laten behouden. De 14 kernwaarden die de basis vormen van de Omgevingsvisie Weesp zijn: 1. 2. 3. 4.

Behoud en versterk de historische waarde van Weesp. Behoud en versterk open (rivier)landschap. Wonen: Toegankelijkheid woningmarkt. Bedrijvigheid en economie: Weesp als werkstad en waterstad, belangrijke economische en recreatieve waarde, diversiteit. 5. Infrastructuur: verkeer en vervoer, openbaar vervoer verbeteren, bereikbaarheid. 6. Duurzaamheid: Weesp energieneutraal in 2030. 7. Het huidige voorzieningenniveau blijft behouden. 8. Huidige sociale voorzieningenniveau moet in stand blijven. 9. Gemeenschapszin en het gemeenschapsgevoel in Weesp wordt actief bevorderd. 10. Gemeentelijke belastingen blijven op een betaalbaar niveau. 11. De gemeentelijke dienstverlening blijft minimaal op het huidige kwaliteitsniveau. 12. Afstand tussen burger en bestuur blijft zo kort mogelijk, ruimte voor eigen initiatief. 13. Veiligheidsniveau blijft behouden. 14. Geleidelijk proces toekomstvisie: Ambtelijke en bestuurlijke overgang. Woningbehoefte in Weesp blijft sterk toenemen Weesp is niet alleen een geliefde woonplaats voor de Weespers, maar vanwege de centrale ligging ook erg in trek bij woningzoekenden van buiten de gemeente. Het aandeel inwoners van buitenaf neemt naar verwachting toe en relatief komen veel van de nieuwe inwoners uit Amsterdam. Relatie tot het plangebied

bestemmingsplan_Pampuslaan 1 Weesp (vastgesteld)

blz. 23

In de Structuurvisie was het bedrijventerrein, waar onderhavig plangebied onderdeel van uitmaakt, reeds aangewezen als gebied geschikt voor woningbouw. In de Omgevingsvisie wordt beschreven dat er nieuwe woningen nodig zullen zijn in Weesp in de komende dertig jaar. Deze woningen zullen binnen de grenzen van het bestaand bebouwd gebied komen, waaronder de te transformeren bedrijventerrein waar ook onderhavig plangebied deel van uitmaakt. In de Structuurvisie Bedrijventerreinen 2010, de Kansenkaart Bedrijventerreinen Weesp (2021) en de Omgevingsvisie Weesp 2050 is te zien dat het plangebied is aangewezen als transformatiegebied. Het bestemmingsplan biedt daarnaast ruimte aan woningen in zowel de sociale, middeldure als vrije sector, waar binnen de gemeente behoefte aan is. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het voorgenomen initiatief in lijn is met de Omgevingsvisie Weesp dat integraal is opgenomen in de Omgevingsvisie Amsterdam. 3.4.2

Amsterdamse woonagenda 2025

De Amsterdamse woonagenda is vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam op 19 juli 2017. De Amsterdamse aanpak volkshuisvesting is voor inspraak vrijgegeven tussen 13 februari 2023 tot en met 27 maart 2023 conceptplan Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting. Besluitvorming in de raad zal naar verwachting in juli 2023 plaatsvinden. De Aanpak Volkshuisvesting is een beleidsdocument én een actieplan om de grote vraagstukken over volkshuisvesting in Amsterdam aan te pakken. Parallel daaraan vormt het woningbouwplan 2022-2028, de Amsterdamse aanpak voor nieuwbouw van woningen, de actualisatie van het nieuwbouwbeleid en uitvoering. De Woonagenda heeft als uitgangspunten zorgen voor voldoende, betaalbare en goede woningen in 2025 en vormt nog de onderlegger voor nieuwbouw en bestaande woningvoorraad. De woonvisie genaamd Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting 'van woningmarkt naar volkshuisvesting' en het Woningbouwplan 2022-2028 vormen de nieuwe kaders. Volkshuisvesting De Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (AVV) beschrijft de huidige volkshuisvestelijke opgaven en de gewenste volkshuisvestelijke toekomst van Amsterdam in 2040. De missie 'Voldoende betaalbare en goede woningen in een ongedeelde stad' bevat de ambitie om de woningvoorraad en woningbehoefte in 2040 beter op elkaar te laten aansluiten. De constateringen uit de prognose zijn hierbij leidend.

De rapportage woningschaarste en leefbaarheid Amsterdam 2022 dient ook als onderlegger voor de gewenste ontwikkeling van de woningvoorraad. Met de aanpak moeten zeven doelen worden bereikt: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

meer woningen; betaalbaarder wonen; meer woningen voor hen die het nodig hebben; passender wonen; duurzame woningen van goede kwaliteit; betere posities voor Amsterdammers; leefbare en veerkrachtige wijken met toegang tot zorg en voorzieningen.

Doel 1: Meer woningen Gemeente Amsterdam

blz. 24

De productiedoelstelling is 7.500 woningen per jaar volgens het verdelingspercentage 40-40-20 respectievelijk sociaal, middelduur, en duur segment. Hiervoor zijn ook spelregels vastgesteld, waarmee maatwerk in specifieke situaties kan worden geleverd, in dit geval projectafspraken met aandelen van minimaal 1/3 sociaal (inkomens < 1 modaal) en 1/3 middelduur (inkomens < 1,58 modaal). Voor deze sociale inkomens zijn de huurprijsgrenzen tot de liberalisatiegrens (808,06 euro in 2023) en een vaste koopprijsgrens tot 200.000 euro. De kwaliteitsgrens voor dit segment is minimaal 40 m2 gbo per woning. Voor sociale en middeldure woningen is de instandhoudingstermijn minimaal 25 jaar. De instandhoudingstermijn voor koopwoningen is 10 jaar. Doel 2: Betaalbaarder wonen Om mensen met een laag inkomen een betaalbare plek te blijven bieden in Amsterdam moet de sociale voorraad van corporaties zoveel mogelijk toenemen. Gestreefd wordt om in 2040 het aandeel betaalbare woningen aan te laten sluiten bij de woningbehoefte in de stad. Om dit te kunnen bereiken, moeten de komende jaren de volgende doelen gerealiseerd worden: Snelle uitbreiding van de sociale huurvoorraad, met zoveel mogelijke groei en bescherming van de sociale huurvoorraad in bezit van corporaties. De middeldure huurvoorraad wordt beschermd en neemt toe ten opzichte van 2021.

Huur- en koopwoningen worden toegankelijker voor middeninkomens. Niemand mag in armoede belanden door te hoge woonlasten. Doel 3: Meer woningen voor hen die ze het hardst nodig hebben Amsterdam zet zich in om alle Amsterdammers in een kwetsbare situatie zo snel mogelijk aan een woonplek te helpen. Er worden onder andere nieuwe woonoplossingen gerealiseerd, zoals samenwonen met voorzieningen. Verder wordt ingezet op regionale en landelijke verdeelafspraken over de huisvesting van kwetsbare groepen. Gemeente Amsterdam streeft ernaar dat in 2040 er geen mensen meer zijn in een dak- of thuisloze situatie. Om dit te kunnen bereiken, moeten de komende jaren de volgende doelen gerealiseerd worden: De woonruimteverdeling wordt transparanter en eerlijker. Gerichte toewijzing van woningen aan de meest kwetsbare. Zo min mogelijk dakloosheid door huisuitzettingen in Amsterdam veroorzaakt door financiële problemen. Harde regionale en landelijke afspraken over voldoende sociale huisvesting per gemeente op basis van fair share. Realiseren van alternatieve woonoplossingen. Doel 4: Passender wonen Om de Amsterdamse woningmarkt weer in beweging te krijgen, zet Amsterdam vol in op doorstroming. Alle Amsterdammers hebben in 2040 een woning die past bij hun zorgvraag en levensfase.

Om dit te kunnen bereiken, moeten de komende jaren de volgende doelen gerealiseerd worden: Meer passende woningen voor alle doelgroepen. Samen werken aan doorstroming. Wonen met zorg nabij. Doel 5: Duurzame woningen van goede kwaliteit Woningen moeten duurzaam zijn en van goede kwaliteit. Gemeente Amsterdam zet daarom vol in op het verbeteren en behouden van woningkwaliteit en het versnellen van de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Amsterdam streeft ernaar dat in 2040 Amsterdamse woningen duurzaam en

bestemmingsplan_Pampuslaan 1 Weesp (vastgesteld)

blz. 25

van goede kwaliteit zijn en een gezond leefmilieu bieden. Om dit te kunnen bereiken, moeten de komende jaren de volgende doelen gerealiseerd worden: Wonen in Amsterdam is veiliger, gezonder en duurzamer geworden. In alle woningen van of voor de laagste inkomens zijn energiebesparende producten geïnstalleerd en is energieadvies gegeven. Woningen in Amsterdam worden geïsoleerd en verduurzaamd. Doel 6: Betere positie van Amsterdammers Mogelijkheden om de excessen van het woningtekort tegen te gaan worden benut. Bewoners worden beschermd om een rechtvaardige huurmarkt te creëren door te handhaven op goed verhuurderschap en gereguleerde maximale huurprijzen. Inspanningen hebben ertoe geleid dat Amsterdammers zich vrij en veilig voelen om goed geïnformeerd keuzes te maken. Misstanden over woonsituaties worden gemeld zonder dat dit risico's met zich meebrengt. Om dit te kunnen bereiken, moeten de komende jaren de volgende doelen gerealiseerd worden: Rechten van huurders worden beter beschermd door invoering en handhaving van de Wet goed verhuurderschap en de Wet betaalbare huur. Door onze eigen informatie voorzieningen te verbeteren en bewoners te ondersteunen kunnen woningzoekende de informatie krijgen die zij nodig hebben. Tijdelijke huurcontracten zijn niet meer de norm.

Doel 7: Leefbare en veerkrachtige wijken met toegang tot zorg en voorzieningen Amsterdam wil een ongedeelde stad met leefbare en veerkrachtige wijken zijn en blijven. De problemen worden aangepakt waar deze het grootst zijn en er wordt geïnvesteerd in leefbare wijken om te zorgen voor voorzieningen en zorg dichtbij. Om dit te kunnen bereken, moeten de komende jaren de volgende doelen gerealiseerd worden: Veerkrachtige wijken: door middel van een nieuw gebiedsgerichte werkwijze van nieuwbouwprogrammering wordt ingezet op het bouwen van een goede mix naar de behoeftes van woningzoekenden, waardoor doorstroming bevorderd wordt. Investeringen in de sociale infrastructuur van de wijk: in Amsterdam wordt ingezet op de ontwikkeling van woonzorgcirkels. Woningen rondom voorzieningen, zoals inlooppunten en 24-uurs zorgvoorzieningen, worden gereserveerd voor Amsterdammers met een zorgvraag. Uit de uitspraak blijkt, dat doorstroming binnen de woningvoorraad de meeste zorgen baart. In de gebiedsgerichte uitwerking van de AVV zullen de speerpunten voor Weesp nader terugkomen. Voldoende betaalbare woningen (sociale en middeldure segment), duurzame woningen als ook passende woningen voor de verschillende doelgroepen met extra aandacht voor wooncirkels voor ouderen en kwetsbare huishoudens staan genoeg prioriteit voor Weesp. De uitwerking is richtinggevend voor het bestemmingsplan.

Woningbouwplan 2022-2028 1. Programmering nieuwbouw en transformatie Het gemeentebestuur wil dat er in de stad nog steeds jaarlijks 7.500 nieuwe woningen worden gebouwd. Het gaat hierbij om investeringen die nodig zijn voor het maken van een complete stad, zoals een goede ondergrondse en bovengrondse infrastructuur, maatschappelijke voorzieningen, kantoor- en bedrijfsruimtes, openbare ruimte, water en groen. Acties en voorstellen:

Gemeente Amsterdam

blz. 26

Uitgangspunt bij nieuwbouw blijft 40% sociaal, 40% middelduur en 20% duur De grondopbrengsten en- uitgaven van plannen worden kritischer beoordeeld, zodat het vereveningsfonds verbetert. Er zijn tot 2025 voldoende bouwplannen (59.000 woningen), daarna zijn nieuwe bouwlocaties nodig. De grondprijsstijging wordt gematigd tot 5% in plaats van de CPI-index. 2. Bouwen van een goede mix Er komen nieuwe woningen in verschillende groottes en in verschillende prijsklassen, zodat meer mensen in de stad naar een passende woning verhuizen. Maar het aantal nieuwe woningen blijft onvoldoende om tegemoet te komen aan de enorme vraag naar betaalbare huur- en koopwoningen. Ook leiden de huidige marktomstandigheden tot gemiddeld kleinere woningen. Acties en voorstellen In afstemming met marktpartijen en corporaties wordt onderzocht hoe de stad invloed heeft op de woning grootte wanneer kantoorpanden worden verbouwd tot appartementen ('transformaties'). Het verkennen van de mogelijkheden voor de bouw van sociale koopwoningen gaat door en de grens van sociale koopwoningen wordt verhoogd naar 355.000 euro in 2023. Met een nieuwe gebiedsgerichte werkwijze wordt gekeken welk type woning voor welke doelgroep tot de meeste verhuisbewegingen in een specifiek gebied leidt. 3. Versnellen en versimpelen Er zijn steeds minder vrije plekken in de stad om te bouwen.

Daarom worden voormalige kantoorpanden verbouwd naar appartementencomplexen en komen er woningen bij in bestaande wijken. Dat maakt het bouwen van nieuwe woningen steeds complexer. Het bouwen van woningen wordt vereenvoudigd en versimpeld en hiervoor wordt gezocht naar een goede samenwerking met marktpartijen en corporaties in de stad. Acties en voorstellen Voor ontwikkelaars wordt het gemakkelijker gemaakt om zich in te schrijven op nieuwe bouwlocaties ('tenders') en kaders aan het begin van een project. Op basis van vrijwilligheid worden ontwikkelende marktpartijen uitgedaagd tot bovenwettelijke duurzaamheidprestaties. Samen met marktpartijen en corporaties worden de mogelijkheden verkent van modulair bouwen. Ingezet wordt op versnelde bouw ban 2.500 tot 3.000 flexwoningen in de stad. De tijdelijke regeling Transformatie-impuls wordt met een jaar verlengd, tot 1 februari 2024. Relatie tot het plangebied Onderhavig plan maakt de ontwikkeling van circa 55 tot maximaal 70 appartementen mogelijk bestemd voor de sociale, middel dure en vrije sector. Alhoewel de planlocatie ten tijde van de vaststelling van de woonagenda nog geen deel uitmaakte van de gemeente Amsterdam, is de beoogde ontwikkeling wel in lijn met de doelstellingen van het beleidskader. Conclusie Het plan is in lijn met de Amsterdamse woonagenda.

bestemmingsplan_Pampuslaan 1 Weesp (vastgesteld)

blz. 27

3.4.3

Bedrijventerreinen Weesp

Weesp en Amsterdam zijn vanaf 2022 één gemeente. Voor wat betreft de bedrijventerreinen zijn het ruimtelijk beleid en de uitvoering hiervan met elkaar in overeenstemming gebracht. Weesp heeft beleid dat goed aansluit bij de 3 beleidsuitgangspunten van Amsterdam voor de bedrijventerreinen: (1) intensiveren en verduurzamen van bedrijventerreinen, (2) combineren van wonen en werken op delen van bedrijventerreinen die transformeren en (3) selectieve uitgifte van nog beschikbare kavels. Weesp kent 3 bedrijventerreinen: Noord, Van Houten Industriepark en Nijverheidslaan. Deze terreinen leveren een belangrijke bijdrage aan de economie in Weesp en hebben een rol in het accommoderen van groei van de werkgelegenheid in de nabije toekomst. Samen zijn deze terreinen 95 hectare groot, ze huisvesten +-360 bedrijven en 4.500 arbeidsplaatsen. De bedrijventerreinen zijn volledig uitgegeven, er zijn enkel nog vrije kavels in privaat bezit. Op specifieke delen van bedrijventerreinen lopen in beleid opgenomen transformatieprojecten naar woningbouw. Voor de overige delen van de bedrijventerreinen is in de omgevingsvisie Weesp vastgelegd dat woningbouw uitgesloten is. Voor deze delen van de bedrijventerreinen onderzoeken we vanaf 2022 verduurzamings-, functiemengings- en intensiveringsmogelijkheden.

Dit gebeurt in samenwerking met de Industrieverenging Weesp (IVW) en andere betrokken partijen, en sluit aan op de in Amsterdam ingezette aanpak. De Omgevingsvisie Weesp benoemt kansen op bedrijventerreinen voor intensivering van het ruimtegebruik en het integreren van diverse werkfuncties en mogelijk voorzieningen. Het bestemmingsplan bedrijventerreinen Weesp bepaalt welke bedrijven en milieuzwaarten zich op de bedrijventerreinen kunnen vestigen. Daarnaast kennen de Weesper terreinen een zonering: dit zijn diverse zones waar de vestiging van specifieke economische en maatschappelijke functies (anders dan wonen) mogelijk is. Zones op de bedrijventerreinen De volgende zones zijn te onderscheiden, ieder met hun eigen karakteristieken: De bufferzone Hogeweyselaan. De Hogeweyselaan (Noord) vormt de aansluiting van bedrijventerrein Noord met de stad. Hier is met de omgevingsvisie Weesp meer functiemenging mogelijk geworden, met de nadruk op maatschappelijke functies en dienstverlening. Supermarkten en woningen zijn hier niet toegestaan. Met de geplande verlegging van de route voor zwaar verkeer komen er ook meer mogelijkheden voor gevoelige functies zoals kinderopvang. De transformatiegebieden Amstellandlaan en Cacaokwartier. De plinten van het Cacaokwartier en de Amstellandlaan bieden kansen voor consumentgerichte en maatschappelijke diensten, aansluitend op het woonprogramma.

Het plangebied Scharnierpunt. De raad heeft gedurende de planvorming voor de Amstellandlaan (2019) ook besloten om voor het Scharnierpunt en Ymere kavel op termijn een ontwikkelplan te maken, losstaand van het transformatieplan aan de Amstellandlaan. Onderzocht dient te worden welke functies mogelijk zijn in combinatie met de huidige verkeersdruk en met zwaar transport over het bedrijventerrein. Er is nog geen keuze gemaakt welke functies (economisch, maatschappelijk, wonen) hier wenselijk zijn. Kansen voor verdere functiemenging Uit onderzoek van BSP/SWECO–– blijkt dat er in Weesp vraag is naar ruimte voor maatschappelijke diensten, horeca, leisure, volumineuze detailhandel en bedrijfsverzamelgebouwen. Bedrijventerreinen kunnen voor een aanzienlijk deel in deze vraag voorzien. Het toestaan van reguliere detailhandel is schadelijk voor het centrumwinkelgebied van Weesp en is in strijd met de provinciale verordening, en blijft daarom niet mogelijk. De bovengenoemde zones (Hogeweyselaan, Amstellandlaan en Cacaokwartier) bieden volgens BSP/SWECO in principe voldoende ruimte om de genoemde functies te Gemeente Amsterdam

blz. 28

herbergen. Hoewel gevoelige functies zoals kinderdagverblijven idealiter in rustige woongebieden gelegen zijn, kunnen de plinten van Amstellandlaan (en zijwegen wanneer onderdeel van het transformatiegebied) en Cacaokwartier plek voor bieden. Hogeweyselaan biedt door haar ruimere opzet wel mogelijkheden voor (tijdelijke) locaties voor kinderopvang, zeker wanneer de route voor zwaar verkeer is omgeleid over het bedrijventerrein. Uitgangspunt bij het faciliteren van initiatieven op bedrijventerreinen in Weesp is dat het toevoegen van maatschappelijke diensten, horeca, leisure, volumineuze detailhandel en bedrijfsverzamelgebouwen in de bovengenoemde zones (bufferzone Hogeweyselaan, transformatiegebied Amstellandlaan en Cacaokwartier) wordt gestimuleerd om ruimtetekorten op te lossen die ontstaan door de snelle groei van Weesp. Op de overige delen van de bedrijventerreinen wordt functiemenging niet bij voorbaat uitgesloten maar gaan we hier terughoudend mee om. Dit betekent dat een nieuwe functie bestaande bedrijfsbelangen niet schaden of leiden tot onveilige situaties. Met name bedrijfsverzamelgebouwen voldoen aan deze voorwaarde. De ingezette werkwijze van afstemming met betrokken partijen en maatwerk zal worden voortgezet om het bovenstaande te waarborgen. Op bedrijventerrein Noord voorziet het bestemmingsplan voorts in meer milieuruimte voor bedrijven in de centrale delen.

Dichterbij de randen van het gebied zijn de toegestane milieucategorieën lager. Door deze systematiek te blijven toepassen in de nieuwe situatie, bijvoorbeeld op de kavels direct achter de bufferzone op de Hogeweyselaan, waarborgen we dat zware bedrijvigheid niet direct aangrenzend op publieksfuncties gevestigd zijn en andersom. Perspectief op nieuw bedrijventerrein Weesp kent geen vrije kavels bedrijventerrein in gemeentebezit, waardoor het beleidsuitgangspunt 'selectief omgaan met vrije kavels' op dit moment niet opgaat. Wel is in de omgevingsvisie de mogelijkheid opgenomen voor een zoekgebied voor een nieuw bedrijventerrein. Dit is een beleidsoptie voor de lange termijn en komt pas in beeld nadat bestaande locaties binnen het stedelijke gebied zo intensief mogelijk zijn benut. Regionale samenwerking en uitvoering Weesp en Amsterdam maken tot slot deel uit van de regionale samenwerking voor bedrijventerreinen binnen de MRA (Plabeka). Naast het formuleren van een regionale strategie voor bedrijventerreinen is het begeleiden van bedrijven met een ruimtevraag een belangrijk aandachtspunt. Het bestaande bestemmingsplan bedrijventerreinen biedt de bestuurscommissie de mogelijkheid het ruimtelijke beleid uit te voeren, en maatwerk te bieden waar dit wenselijk is.

Een belangrijke uitwerkingsopdracht is hoe functiemenging in de genoemde zones het beste uitgevoerd kan worden – bijvoorbeeld in relatie tot optimaal gebruik van de kavelruimte, de impact op de omgeving en in het oplossen van verborgen leegstand. Verder is de 'Samenwerkingsagenda bedrijventerreinen Weesp' (2021) een uitgangspunt voor de uitvoering van de bedrijvenstrategie in Weesp, Hierin staan afspraken tussen IVW, belanghebbenden en de gemeente. Vanuit de gemeente zijn het gebiedsteam Weesp en EZ gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering. De voortgang van de samenwerkingsagenda wordt jaarlijks bijgehouden en de inhoud aangepast waar nodig. Daarnaast worden de Weesper bedrijventerreinen vanaf 2022 opgenomen in de monitor bedrijfsruimte Amsterdam. Relatie tot het plangebied

bestemmingsplan_Pampuslaan 1 Weesp (vastgesteld)

blz. 29

Zoals reeds beschreven is het plangebied gelegen binnen het bedrijventerrein Noord. Dit terrein levert een belangrijke bijdrage aan de economie in Weesp en heeft een rol in het accommoderen van groei van de werkgelegenheid in de nabije toekomst. Op specifieke delen van dit bedrijventerreinen zijn in beleid transformatieprojecten naar woningbouw opgenomen. Voor de overige delen van de bedrijventerreinen is in de omgevingsvisie Weesp vastgelegd dat woningbouw uitgesloten is. Onderhavig plangebied is aangewezen als gebied waar transformatie naar woningbouw beoogd is, zie onderstaand figuur 8 (transformatieplan met wonen).

Figuur 8 Uitsnede Bedrijvenstrategie Amsterdam

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het plan waar onderhavig bestemmingsplan ruimte aan biedt in lijn is met de bedrijvenstrategie. 3.4.4

Ruimtelijk Kader Weesp Amstellandlaan

Het plangebied maakt deel uit van een grotere ontwikkeling zoals beschreven in het Ruimtelijk Kader Weesp Amstellandlaan. In essentie bestaat de transformatie van het plangebied uit: 1. Het creëren van een nieuw woonmilieu als overgang van de Amstellandlaan en Aquamarin naar de bedrijfsbebouwing ten noorden daarvan. 2. De transformatie van de openbare ruimte van de Amstellandlaan en het zuidelijk deel van de Pampuslaan, niet alleen functioneel maar ook wat openbare inrichting betreft. Relatie tot het plangebied Gemeente Amsterdam

blz. 30

Het plan waar voorliggend bestemmingsplan ruimte voor biedt, voldoet aan de hierin gestelde kaders. De belangrijkste uitgangspunten zijn: Vijf bouwlagen aan de Amstellandlaan (bovenste verdieping setback); Zes bouwlagen aan de Pampuslaan; De wenselijkheid om de begane grond te vullen met commerciële functies; Rooilijn aan openbare ruimte conform huidige bebouwing; Parkeren zoveel mogelijk uit het zicht; Fietsparkeren bewoners in gebouw max. 25% gevel; Aansluiting op groen Amstellandlaan; Architectuur: eenduidig, ingetogen, modern; Materialen: (gekeimd) baksteen, hout, glas. Daarnaast worden in het Ruimtelijk Kader ambities gesteld ten aanzien van duurzaamheid, groen en het zorgvuldig aansluiten op het omliggende maaiveld. Het bestemmingsplan biedt ruimte om invulling te geven aan deze ambities. De gelijkwaardige 1/3-1/3-1/3 verdeling segmentering wordt gerespecteerd en geborgd in het plan. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het plan waar voorliggend bestemmingsplan ruimte aan biedt, voldoet aan het Ruimtelijke Kader Weesp Amstellandlaan. 3.4.5

Parkeernormennota Weesp

Op 3 juli 2019 heeft de gemeenteraad van Weesp de Parkeernormennota vastgesteld. Voorgaande besluiten over parkeernormen zijn daarmee komen te vervallen. Ondanks dat Weesp inmiddels onderdeel is van de gemeente Amsterdam, is er nog geen overkoepelend beleid van toepassing en wordt vooralsnog uitgegaan van het beleid van de voormalige gemeente Weesp. Relatie tot het plangebied In paragraaf 4.11.2 is nader ingegaan op de parkeerbehoefte die voortkomt uit het maximaal te realiseren programma. Conclusie Het planvoornemen is in overeenstemming met het gemeentelijk beleid. 3.4.6

Hemelwaterverordening 'Amsterdam Rainproof'

Op 26 april 2021 is de Hemelwaterverordening Amsterdam vastgesteld. Deze verordening regelt een verplichting voor nieuwe gebouwen en voor bestaande gebouwen die ingrijpend worden gerenoveerd, waaraan één of meer bouwlagen worden toegevoegd, of waarvan het bebouwde oppervlak wordt uitgebreid, om per m² minimaal 60 liter hemelwater te bergen en dit hemelwater over de opvolgende 60 uur af te voeren. Doel van deze verordening is om bij grote regenbuien, die steeds vaker voorkomen, waterschade in de stad zoveel mogelijk te voorkomen en daarmee een bijdrage te leveren aan een klimaatbestendige stad. Dit vraagt om veranderingen op vier vlakken: op het mentale, het economische, het fysieke en het organisatorische vlak. Vanuit het programma Ruimte voor de Stad onderzoekt de gemeente de fundamentele vragen die de verdichting en groei naar de stad van de toekomst met zich meebrengen en bestemmingsplan_Pampuslaan 1 Weesp (vastgesteld)

blz. 31

geeft daarmee richting aan projecten en beleid. Het rapport Regenbestendige Gebiedsontwikkeling, biedt alle betrokken bij gebiedsontwikkeling, van opdrachtgever, planeconoom, tenderschrijver, stedenbouwkundige, civieltechnisch projectleider, wateradviseur en jurist informatie en handvaten. Zo bevat het katern 'juridisch instrumentarium' bijvoorbeeld nieuwe inzichten voor bestemmingsplannen, een hemelwaterverordening en de Omgevingswet. In het gemeentelijk rioleringsplan Amsterdam (GRP) 2016-2021 staat hoe de gemeente Amsterdam haar gemeentelijke watertaken uitvoert en hoe zij dit in de toekomst wil blijven doen. De algemene uitgangspunten voor regenwater zijn: De gemeente houdt bij de inrichting van de openbare ruimte rekening met het tijdelijk opvangen van extreme buien. De ambitie van de gemeente is om 60 mm per uur te kunnen verwerken zonder dat er schade ontstaat aan huizen en vitale infrastructuur. De perceeleigenaar is in principe verantwoordelijk voor de verwerking van het regenwater op eigen terrein. (Her)gebruik van regenwater heeft de voorkeur boven direct lozen in het riool. Relatie tot het plangebied Voor de uitwerking van de waterhuishouding ter plaatse van het plangebied wordt verwezen naar paragraaf 4.12 van de toelichting. De voorwaarden uit de verordening worden in acht genomen. 3.4.7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14215985/1