Bijlage 3 - T3-nameting factsheet.pdf
Tekst van het document
Amsterdams Experiment met de Bijstand: T3 meting (2018-2022)
Factsheet december 2021
Amsterdams experiment met de bijstand In het kader van de Participatiewet doen HvA & UvA, in opdracht van de gemeente, onderzoek naar het experiment met de bijstand. Het experiment bevat twee maatregelen. Gedurende drie jaar ontvangen de deelnemers aan het experiment drie vormen van begeleiding vanuit de gemeente (zelfregie, extra aandacht en de standaard begeleiding). Daarnaast ontvangen alle deelnemers die parttime werken een premie, bestaande uit 50% van hun inkomsten uit werk tot een maximum van € 200 per maand. Het doel van het onderzoek is het geven van inzicht in hoe de verschillende vormen van begeleiding kunnen bijdragen aan financiële en maatschappelijke participatie van bijstandsgerechtigden in Amsterdam. Het experiment liep van 2018 tot en met 2021. In 2022 is de nameting gehouden. Gedurende de duur van het gehele onderzoek zijn de deelnemers 4 keer geinterviewd. Deze factsheet bevat de resultaten van de nameting in relatie tot de eerdere metingen. Eind 2022 volgt de eindrapportage. Nulmeting
2018
T1 meting
2019
T2 meting
2020
2021
T3 meting
2022
In dit overzicht worden uitkomsten uit de eerdere metingen vergeleken met de T3 meting. Daarnaast wordt, waar mogelijk en relevant, het onderscheid tussen de drie condities, zelfregie, extra aandacht en vergelijkingsgroep weergegeven.
Deelnemers experiment bijstand 299 niet geïnterviewd
Extra aandacht 513 geïnterviewd T3 meting
5.250 Deelnemers aan het experiment
Zelfregie
Vergelijking
Zo’n 40 duizend Amsterdammers ontvangen bijstand. Zo’n 5.250 van hen nemen deel aan het Amsterdams experiment met de bijstand.
812 deelnemers wetenschappelijke onderzoeksgroep
166 Extra aandacht
192 Zelfregie
155 Vergelijking
812 deelnemers aan het experiment zitten ook in de wetenschappelijke onderzoeksgroep. 4.500 overige deelnemers experiment bijstand
Zij zijn verdeeld over drie groepen: zelfregie, extra aandacht en een vergelijkingsgroep. Tussen de nulmeting en T3 stroomde 28% van de deelnemers uit de bijstand naar werk. De uitstroom uit de uitkering was groter in de extra aandacht groep dan in de vergelijkingsgroep. In totaal stroomde 39% procent uit de bijstand.
experiment bijstand (2018-2022)
Betaald werk Percentage werkenden alle deelnemers
Percentages werkenden (T3)
Percentage uitstroom naar werk
per groep
in T3 ten opzichte van T0
70
64%
54%
T0
T2
66% Extra aandacht
60
61%
60% Vergelijking
30
56% Zelfregie
20
T0
T1
T2
40%
17-24 uur
>24 uur
25%
22%
0
T3
0 uur
In de coronacrisis zijn veel deelnemers minder gaan werken. In de groep ‘Extra aandacht’ hebben meer personen hun werk behouden.
-3% deelnemers met betaald werk
41%
10
50
T3
40
Werkuren Deelnemers die hun baan behouden, gaan meer werken. uren per week T1: 16,8 uur T2: 17,7 uur T0: 14,6 uur
1-16 uur
Gedurende het hele experiment blijkt dat mensen met een parttime baan van meer dan 16 uur vaker uitstromen dan mensen zonder of met werkuren gelijk of minder dan 16 uur.
T3: 19,0 uur
Opleiding
Onbetaald werk
Willen werken
Deelnemers beginnen opleiding
Percentages vrijwilligerswerk, mantelzorg
Percentage van de deelnemers zonder betaald werk, dat wil werken:
Op eigen initiatief 52%
alle deelnemers 25% 17%
alle deelnemers die een opleiding volgen
Aangeraden door: 20% klantmanager
20%
15% mantelzorg
vrijwilligerswerk T0
T3
T0
Aangeraden door: 11% werkgever
Percentage betalingsachterstand of schuld alle deelnemers 29%
46%
24% 21%
37% 34%
Waardering
7,4 uit 10
+0,1 sinds T0
T2
T0
T3
Gemiddeld rapportcijfer T3 gelijk voor aan welzijn
7,6 uit 10
T1
Relatie met klantmanager
T2
Premieontvangers per groep 81%
74%
75%
Extra Zelfregie Vergelijking aandacht
77%
Totaal
gedurende het hele experiment
-12%
Meer dan de helft (52%) van de niet werkenden geeft aan dat ze niet kunnen werken vanwege gezondheidsproblemen en arbeidsongeschiktheid.
T3
Gemiddeld rapportcijfer T3 voor het betaalde werk
Rapportcijfer voor klantmanagers
In de nameting neemt het aantal contactmomenten Meest besproken onderwerpen met de klantmanager verder af. T0 gemiddeld 5,9 keer contact met klantmanagers; T2 5,3 en in T3 3,2 Betaald werk 53% Financiën 14 % contactmomenten. Dit houdt onder meer verband met corona en het stopzetten van het experiment. Gezondheid 6%
Premie
53%
schuld
achterstand T0
65%
T3
T3
Achterstand & Schuld
Van de deelnemers volgt op T3 12% een opleiding, die in 68% van de gevallen gericht is op het vinden van werk.
T0
T0 T1 T2 T3
5,9
Gemiddeld rapportcijfer T3 voor de financiële situatie
Extra aandacht
Zelfregie
Vergelijking
Gemiddeld
7,8 7,6 7,9 7,8
8,2 7,7 7,6 7,7
7,8 7,5 6,8 7,4
7,9 7,6 7,5 7,6
+0,8 sinds T0
uit 10
Gedurende het experiment ontving 77% van de deelnemers een bijverdienpremie.
Bijverdienpremie T3
Gemiddeld ontving een premie-ontvanger 3.516 euro gedurende het onderzoek (experiment en de T3 meting).
premie uitbetaald
Van deelnemers die zeggen een premie te hebben ontvangen, vindt 81% deze ‘heel belangrijk’ en nog eens 15% ‘belangrijk’.
2x per jaar
30% tot een maximum van 222 euro per maand.
Colofon Onderzoek: HvA, UvA contact: s.bos@hva.nl
Europese Unie
Europees Sociaal Fonds
Visualisatie: O&S onderzoek.amsterdam.nl