CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Rapportage pilot werkende minima

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 5 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Amsterdamse Armoedemonitor 2024 en brede monitor armoederegelingen (VN2025-014184)1.165 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Evaluatie pilot werkende minima Onderzoek en Statistiek

In opdracht van: directie Werk Participatie en Inkomen Projectnummer: Auteur: Daan Schmitz E-mailadres: d.schmitz@amsterdam.nl Bezoekadres: Post: Telefoon: Website:

President Kennedylaan Postbus AR Amsterdam onderzoek.amsterdam.nl

Amsterdam, juni Foto voorzijde: Buitenveldert, fotograaf Edwin van Eis (

)

Inhoud Samenvatting en conclusie Inleiding Resultaten . .

Afbakening onderzoeksgroep Toename in gemiddelde inkomen

Technische toelichting

Samenvatting en conclusie Op juli is door de gemeenteraad het Plan van aanpak “Kansen voor werkende minima” vastgesteld, waarin als doel is gesteld om werkende minima te helpen om meer of beter betaald werk te vinden. In navolging van dit doel is in een pilot gestart voor de ondersteuning van werkende minima, om de kansen op een verbetering van de arbeidsmarktpositie te verhogen door het bemiddelen naar ander werk en/of een opleiding. De pilot is uitgevoerd door WP-team NUG (Niet-UitkeringsGerechtigden). Deze rapportage geeft een beeld van de verdiensten van de deelnemers aan de pilot vóór, en na deelname aan de pilot. De analyses zijn uitgevoerd voor ongeveer de helft van de deelnemers aan de pilot, omdat voor de andere helft van de deelnemers geen gegevens beschikbaar waren over het inkomen uit loon. Dit komt mogelijk doordat deze deelnemers geen inkomen hadden, maar waarschijnlijker is dat deze groep deelnemers inkomen had als zelfstandige. De registraties van het inkomen als zelfstandige konden niet worden meegenomen, omdat deze gegevens met een vertraging van ongeveer twee jaar door het CBS beschikbaar worden gesteld. Voor de groep deelnemers die zijn meegenomen in de analyse is het inkomen uit loon met gemiddeld ,- euro toegenomen.

Daarnaast zien we dat helft van de deelnemers een inkomen heeft boven de 2000,- euro, terwijl dit voorafgaand aan de pilot bij één op de vijf deelnemers (18%) het geval was. Bij ongeveer driekwart zien we een percentuele toename van het inkomen. Enige voorzichtigheid is geboden bij het interpreteren van de resultaten, omdat de analyses slechts oor de helft van de deelnemers aan de pilot kon worden uitgevoerd en niet duidelijk is wat de inkomensontwikkeling is geweest bij de andere deelnemers. De loonontwikkeling van de deelnemers aan de pilot is niet vergeleken met een vergelijkbare groep werkende minima, waardoor het niet is uit te sluiten dat de geobserveerde loonontwikkeling ook had plaatsgevonden zonder ondersteuning van de pilot.

Inleiding Op juli is door de gemeenteraad het Plan van aanpak “Kansen voor werkende minima” vastgesteld, waarin als doel is gesteld om werkende minima te helpen om meer of beter betaald werk te vinden. In navolging van dit doel is in een pilot gestart voor de ondersteuning van werkende minima, om de kansen op een verbetering van de arbeidsmarktpositie te verhogen door het bemiddelen naar ander werk en/of een opleiding. Er is slechts beperkt zicht op de resultaten van deelnemers omdat deze niet standaard geregistreerd worden, en er ook niet met alle deelnemers meer contact gemaakt kan worden. Het WP-team NUG (NietUitkeringsGerechtigden) wil desondanks graag meer zicht in de resultaten van de deelnemers in termen van inkomen uit werk. In deze korte rapportage laten we de resultaten zien van deelnemers aan de pilot, in de periode september -september .

Resultaten

. Afbakening onderzoeksgroep Voor het onderzoek is vanuit het WP-team NUG een databestand geleverd met daarin de deelnemers aan de pilot werkende minima in de periode september -maart . We hebben deelnemers geselecteerd waarvan de einddatum van het traject ligt op of vóór september , zodat we in ieder geval nog in de drie maanden na afloop van het traject naar het inkomen kunnen kijken (dit was nodig omdat de polisdata over werk, waar we de gegevens aan koppelen, ruim een half jaar achterlopen). In het bestand zaten regels met informatie over deelname aan de pilot en een eindddatum van uiterlijk september . Het databestand is naar het CBS geüpload en na het versleutelen van de aanwezige Burgerservicenummers (BSNs) bleek het aangeleverde BSN bij regels niet te kunnen worden versleuteld. Daarnaast waren er een aantal personen die meerdere malen hebben deelgenomen aan de pilot. Van deze personen is het meest recente traject geselecteerd. Voor elk van de deelnemers aan de pilot is tijdens de analyse gekeken naar het gemiddelde inkomen in het jaar voorafgaand aan de pilot en het inkomen na afloop van de pilot.

Voor een groep deelnemers was dit niet mogelijk omdat ofwel ( ) de einddatum van het traject voor de startdatum van het traject lag (waarschijnlijk veroorzaakt door een registratiefout); of ( ) er in de polisadministratie (waarin data staan over loon uit werk) geen gegevens bekend waren over het inkomen uit loondienst van de deelnemers. Gegevens over het inkomen van deelnemers als zelfstandige waren niet beschikbaar voor de evaluatie. Na al deze stappen blijft er een groep van deelnemers over die kan worden geanalyseerd. Het bovenstaande is schematisch weergegeven in figuur . Figuur . Afbakening doelgroep voor analyse

. Toename in gemiddelde inkomen Voor de onderzoeksgroep is het gemiddelde inkomen voorafgaand aan deelname aan de pilot bekeken, en het gemiddelde inkomen na afloop van de pilot. Het gaat hierbij alleen om inkomen uit loondienst. We zien dat het gemiddelde inkomen van de onderzoeksgroep gemiddeld met ongeveer euro is toegenomen. Figuur . Gemiddelde inkomen voor en deelname aan pilot werkend minima (n=

)

Kijken we naar de verdeling van het inkomen van de onderzoeksgroep dan zien we dat na afloop van deelname aan het experiment bijna de helft van de deelnemers een inkomen heeft boven de 2000,- euro1, terwijl voorafgaand aan de pilot dit bij één op de vijf deelnemers (18%) het geval was. Figuur . Verdeling inkomen voor en na deelname aan pilot werkende minima (n=

)

1 Uit de polisadministratie van het CBS is gebruik gemaakt van de variabele SBASISLOON. Het gaat hierbij om loon

exclusief bijzondere beloningen, toeslagen en overwerkloon.

Voor de onderzoeksgroep is gekeken naar de toe- of afname van het inkomen. Hiervoor is gekeken naar zowel het percentuele verschil in het inkomen als naar het absolute verschil in het inkomen. Als we kijken naar de percentuele toe- en/of afname van inkomen van onderzoeksgroep dan zien we dat er bij ruim driekwart (76%) van de onderzoeksgroep een toename is geweest in het inkomen van ten minste vijf procent. Voor bijna de helft van de onderzoeksgroep (47%) ging het hierbij om een toename van meer dan 30 procent (figuur 4a). Het inkomen van twee derde (63%) van de onderzoeksgroep is met tenminste 250 euro toegenomen na deelname aan de pilot. Bij een tiende van de deelnemers is het inkomen zelfs met meer dan 1000 euro toegenomen. Figuur a. Percentuele toename inkomen na deelname aan pilot werkende minima (n=

Figuur b. Absolute toename inkomen na deelname aan pilot werkende minima (n=

)

)

Technische toelichting Definitie inkomen Voor het vaststellen van het inkomen van de deelnemers is gebruik gemaakt van de polisadministratie van het CBS. In deze administratie staat de informatie over het inkomen uit loondienst. Het inkomen van zelfstandigen is niet beschikbaar via de polisadministratie. Bij het vaststellen van het inkomen wordt gebruik gemaakt van het zogenaamde basisloon (SBASISLOON), omdat dit loonbegrip het dichtst in de buurt komt van het brutoloon dat werknemers ontvangen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16120825/1