CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Rapport synergievoordelen en complexiteit samenwerking.pdf

RAAD 18 juli 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Het uiten van wensen en bedenkingen over het (voorgenomen) hoofdlijnenbesluit over de herijking van de governance van stichting Waternet (VN2024-007874)17.864 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Synergievoordelen en complexiteit huidige samenwerking watertaken gemeente Amsterdam en waterschap Amstel, Gooi en Vecht

Eindrapport stap 2b

Waternet versie 21 maart 2024

Classificatie: Openbaar

Inhoudsopgave Samenvatting en conclusies 1. Aanleiding en doel 1.1 Aanleiding 1.2 Doel 2. Aanpak 2.1 Bestuurlijke vragen 2.2 Werkwijze 3. Voorgeschiedenis en samenwerking watercyclus 3.1 Integratie waterketen en watersysteem 3.2 Onderbouwing meerwaarde samenwerking watertaken in 2021 3.3 Reflectie externe Validatiecommissie 4. Uitvoering watertaken op basis van uniform en data-gedreven assetmanagement 4.1 Uitvoering watertaken 4.2 Het assetmanagementproces 4.3 Stand van zaken bij Waternet 4.4 Uniformiteit en digitalisering als randvoorwaarde bij samenwerking 5. Bevindingen synergievoordelen en complexiteit per proces 5.1 Processen als vertrekpunt 5.2 Besturende processen 5.2.1 Vaststellen beleid en strategie 5.2.2 Inrichten managementsysteem: vaststellen processen en rollen 5.2.3 Monitoren en bijsturen 5.2.4 Beheersen crisissen 5.3 Primaire processen 5.3.1 Maken plannen 5.3.2 Programmeren 5.3.3 Bedienen 5.3.4 Ontwerpen en Uitvoeren 5.3.5 Bewaken omgeving assets 5.3.6 Onderhouden 5.3.7 Genereren inkomsten 5.4 Ondersteunende processen 5.4.1 Uitvoeren onderzoek en Geven advies 5.4.2 Uitvoeren en organiseren en Administreren en documenteren 5.4.3 Communiceren extern 5.5 Wereld Waternet Bijlage 1: Lijst gebruikte documenten Bijlage 2: Lijst met geïnterviewde personen Bijlage 3: Lijst deelnemers consultatiesessies

2

Classificatie: Openbaar

Samenvatting en conclusies Opdracht Het voorliggende rapport is het resultaat van een opdracht van de bestuurlijke opdrachtgevers om antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Waar zitten de huidige financiële, personele en inhoudelijk-technische voordelen van bestuurlijke en ambtelijke samenwerking per taak? En hoe is deze georganiseerd? 2. Waar zitten de uitdagingen (nadelen/risico’s) van de bestuurlijke en ambtelijke samenwerking per taak (denk daarbij ook aan juridische en fiscale belemmeringen)? Op welke manier kunnen deze nadelen worden gemitigeerd, al dan niet door het anders te organiseren? 3. Geef zo objectief mogelijk aan waarom deze samenwerking valt in de categorie ‘need to have’, ‘nice to have’ en ‘niet nodig’? 4. Welke voor- en nadelen zijn er als het gaat om werken binnen 1 organisatie, o.a. in termen van o.a. doelmatigheid, complexiteit, kwaliteit en innovatie, arbeidsmarkt, etc.? 5. Welke samenwerkingskansen zijn tot nu toe nog blijven liggen of worden voorzien, op grond van ontwikkelingen (klimaat/maatschappij)? Doel Het doel van deze opdracht is om inzichtelijk te maken welke voordelen de huidige manier van samenwerking oplevert voor de uitvoering van de watertaken. En welke complexiteit of nadelen in de uitvoering worden gesignaleerd. De opdracht is niet om daar een oordeel over te geven.

Wel dienen de resultaten bruikbaar te zijn om in de afweging van verschillende varianten voor samenwerking1 ook mee te kunnen nemen welke synergie echt behouden zou moeten worden en welke complexiteit gereduceerd of opgelost zou moeten worden. De rapportage bevat daarmee relevante achtergrondinformatie voor elke variant en is een van de aanvullende bouwstenen in de voorbereiding van de bestuurlijke afweging. Uitvoering Voor het uitvoeren van deze opdracht is een plan van aanpak opgesteld. De uitvoering is op verzoek van het BOGO niet door een extern bureau maar door Waternet opgepakt, gebruik makend van alle aanwezige kennis in de organisatie. Het OGO heeft hiertoe het plan van aanpak vastgesteld, de algemeen directeur is opdrachtnemer. Uitvoering van deze opdracht door Waternet heeft tot gevolg dat dit een beschrijving is van binnenuit en dat van absolute objectiviteit geen sprake kan zijn. Het zijn de observaties van Waternetters in de huidige situatie. Uiteraard is getracht de bevindingen zo feitelijk mogelijk te beschrijven. Een validatiecommissie is gevraagd een toets uit te voeren op de kwaliteit, betrouwbaarheid en bruikbaarheid van dit rapport. Haar bevindingen worden toegevoegd aan de stukken die bestuurlijke worden gedeeld.

Disclaimers In het kader van verwachtingen ten aanzien van de bevindingen worden vooraf de volgende opmerkingen gemaakt: • Bij de beantwoording is zo dicht mogelijk bij de gestelde bestuurlijke vragen gebleven en de antwoorden zijn overwegend kwalitatief van karakter. Het geeft inzicht in de synergievoordelen en de complexiteit als gevolg van de samenwerking. Dat wil niet zeggen dat synergie niet ook op een andere manier gerealiseerd kan worden. En het wil ook niet zeggen dat alle complexiteit direct gekoppeld kunnen worden aan de gekozen vorm van samenwerking. In de rapportage is

1 De varianten die tegen elkaar worden afgewogen zijn: 1) Stichting B, 2) Vernieuwde Stichting,3) stichtingsvorm met of

zonder drinkwater en 4) Ontvlechting.

3

Classificatie: Openbaar

•

•

•

dit onderscheid zo goed mogelijk benoemd. Of en hoe de voordelen opwegen tegen de nadelen of omgekeerd maakt geen onderdeel van deze rapportage. Er is geen financiële onderbouwing gegeven van de voordelen van samenwerking (doelmatigheid, benchmarks). De tijd is daarvoor de belangrijkste beperking, verwezen wordt naar een rapport uit 20212. Ook is niet gekwantificeerd of de samenwerking leidt tot betere inhoudelijke prestaties op de watertaken ten opzichte van anderen. Ook daarvoor wordt verwezen naar het eerdergenoemde rapport. Er is voor gekozen voor de uitvoering van deze opdracht niet de watertaken maar de processen als vertrekpunt te nemen. De uitvoering van de watertaken voor beide opdrachtgevers verlopen allemaal volgens een reeks van processen. Synergievoordelen van samenwerking gelden over het algemeen niet voor een hele watertaak (bijvoorbeeld waterkwantiteit of het produceren van drinkwater) maar wel voor processen daarbinnen (bijvoorbeeld het onderhouden van gemalen en pompstations). De daar bereikte synergie draagt bij aan het realiseren van de doelen of effecten per watertaak, maar het betekent niet dat in de hele watertaak dezelfde synergie wordt bereikt. Door de synergie per proces binnen de watertaken te bekijken, ontstaat een genuanceerder beeld.

In deze samenvatting is beknopt aangegeven welke voordelen en nadelen de samenwerking oplevert, in het rapport is dat ook per opdrachtgever gedaan. Hoe andere waterschappen, gemeenten en drinkwaterbedrijven onderling samenwerken was aanvankelijk ook onderdeel van de set van bestuurlijke vragen voor deze opdracht. Omdat een vergelijkbare vraag ook gesteld is in het kader van het onderzoek naar Ontvlechting door KPMG, is besloten deze vraag niet twee keer te beantwoorden. In de rapportage van het onderzoek naar Ontvlechting is het antwoord op deze vraag aan de hand van een aantal voorbeelden uitgewerkt.

Uitkomsten De inventarisatie van de synergievoordelen en complexiteit van samenwerking levert een totaalbeeld op, waarbij de onderstaande legenda van toepassing is. Synergievoordelen 1 2 3 Complexiteit 1 2 3

Nauwelijks synergie (samenwerking in deze vorm niet persé nodig) Synergie door samenwerking maar kan ook anders worden bereikt (nice to have) Veel synergie als gevolg van samenwerking tussen beide opdrachtgevers (need to have) Zeer complex als gevolg van de samenwerking tussen beide opdrachtgevers Matig complex als gevolg van de samenwerking tussen beide opdrachtgevers Nauwelijks complex als gevolg van de samenwerking tussen beide opdrachtgevers

Met de onderstaande tabel (en de uitgebreide toelichting in het rapport) wordt antwoord gegeven op vraag 3: geef aan waar de samenwerking tussen beide opdrachtgevers nice to have, niet to have of niet nodig (niet noodzakelijk) in het licht van de uitvoering van de watertaken. Uit deze tabel blijkt dat er zeker sprake is van voordelen (merendeel categorie 2). Maar de samenwerking levert in een aantal specifieke onderdelen ook complexiteit op. Soms is deze inherent aan samenwerken in één organisatie door twee opdrachtgevers, soms is deze gekoppeld aan problemen in de bedrijfsvoering waardoor het geheel aan complexiteit zwaarder weegt. Een deel van deze complexiteit is oplosbaar, een deel niet.

2 Rapportage Onderbouwing meerwaarde samenwerking watertaken AGV en Amsterdam, Waternet juli 2021.

4

Classificatie: Openbaar

Synergievoordelen door samenwerking Besturende processen Vaststellen beleid en strategie Inrichten managementsysteem: vaststellen processen en rollen Monitoren en bijsturen Beheersen crisissen Primaire processen Vaststellen Beleid en Maken plannen Programmeren Bedienen Ontwerpen en uitvoeren Bewaken omgeving assets Onderhouden assets Genereren inkomsten Ondersteunende processen Doen onderzoek en Geven advies Uitvoeren en organiseren en administreren en documenteren Communiceren extern Overigen Wereldwaternet

Complexiteit door samenwerking

1

2

2

2

2 2

2 3

2 2 2 1 2 2

2 3 3 3 3 3 3

2

3

2

2

2

1

2

3

1

3

Bevindingen synergievoordelen door samenwerking (antwoord vraag 1, 3 en 4) Samenwerking in de uitvoering levert synergievoordelen op: • Voor nagenoeg alle synergievoordelen geldt dat ze weliswaar het gevolg zijn van de huidige samenwerking, maar dat deze synergie ook in een andere vorm van samenwerking of in een samenwerking met anderen zou kunnen worden bereikt. Daarom is het meeste gekwalificeerd als nice to have (categorie 2, oranje). • De meeste synergie en het enige proces waar de kwalificatie need to have (categorie 3, groen) op van toepassing is, heeft betrekking op het proces Bedienen van de afvalwaterketen: de rioolgemalen (Amsterdam) en de rioolwaterzuiveringen (AGV). Deze kwalificatie betekent dat bij splitsing de voordelen niet of nauwelijks te mitigeren zijn. De afvalwaterketen is één geheel en de verschillende schakels beïnvloeden elkaar. De sturing is binnen de afdeling Zuiveringsbeheer volledig geïntegreerd: o Er is één regiekamer, waar zowel de zuiveringen als de gemalen worden gemonitord en gestuurd, ze werken met dezelfde digitale tooling, en thema’s als veilig werken en terugdringen verstoringen zijn voor beide onderdelen van belang. o De besturing vanuit een regiekamer biedt kwalitatieve voordelen voor het waterschap, dat door de directe samenwerking de prestaties van de twee grootste RWZI’s direct kan beïnvloeden.

Dit kwalitatieve voordeel heeft Amsterdam ook. Er kan worden gestuurd op een gelijkmatige flow richting zuivering, op de hoeveelheid berging in het stelsel en het verminderen van overstorten. Besturing vanuit één regiekamer, maakt dat incidenten snel gesignaleerd worden en dat direct kan worden bijgestuurd. Er gaat geen tijd verloren voor het bereiken van een andere partij, het samen in beeld brengen van het probleem en vervolgens afspraken maken over de gewenste ingrepen. Ook in het Meerwaarderapport wordt dit voordeel genoemd: “Door een geïntegreerde besturing wordt de berging in het stelsel beter benut, met minder overstorten en dus minder milieubelasting tot gevolg”. o Bij dit kwalitatieve voordeel komt voor Amsterdam een kwantitatief voordeel: bemaling lift nu mee met de afdeling Zuiveringsbeheer en is als eenheid (te) klein om een regiekamer met bijbehorende professionele tooling in te richten. Het aantrekken van voldoende gespecialiseerde capaciteit voor het inrichten van veilig werken of het terugdringen van verstoringen is op die schaal ook moeilijk, terwijl de risico’s groot zijn. 5

Classificatie: Openbaar

•

•

• • •

Verder is er ook synergievoordeel voor beide opdrachtgevers bij: o de processen Ontwerpen en Uitvoeren (uitgevoerd door de afdeling Projecten), die voor alle watertaken gezamenlijk worden uitgevoerd. De afdeling Projecten is bezig aan een professionaliseringsslag (het werken met Integrale Project Management teams) en met de voorbereiding van een forse uitbreiding van het investeringsvolume (drinkwater, zuiveringen, KRW). Een dergelijke transitie is op kleinere schaal veel moeilijker en vermindert de mogelijkheden om kennis te bundelen, pieken en dalen op te vangen en nieuwe medewerkers op te leiden. Bij splitsing is dat vooral voor AGV een nadeel, en het levert een flinke vertraging op zolang geen nieuwe samenwerking met andere partijen is geïnitieerd en opgebouwd. AGV zal bovendien eigen expertise op het gebied van Leidingwerken moeten opbouwen. Amsterdam kan de te kleine schaalgrootte compenseren door samenwerking binnen het Ingenieursbureau van Amsterdam, maar loopt in de transitiefase wel risico op vertraging in de vooral voor drinkwater belangrijke uitbreidingsprojecten. o het proces Onderhouden, eveneens belangrijk voor de uitvoering van alle watertaken. Uitwisseling, het delen van specialistische kennis, het opvangen van pieken en dalen, het werven en opleiden van medewerkers en het managen van veiligheidsrisico's.

Daarnaast levert gezamenlijk contractmanagement voor de onderhoudscontracten niet alleen schaalvoordeel op, maar is zeker in de huidige arbeidsmarkt ook belangrijk voor de continuïteit van de werkzaamheden. Ontvlechting in relatie tot dit proces Onderhouden is een groot risico voor beide opdrachtgevers. Samen met bedienen vormt Onderhoud de kern van de operatie van de watertaken: het borgt goede werking van de assets, waarmee de prestaties en de leveringszekerheid op orde zijn. De schaal wordt bij inrichting per opdrachtgever te klein om het onderhoud kwalitatief goed in te richten, zeker bij de huidige en voorlopig blijvende krappe arbeidsmarkt. Ook kunnen geen voordelen bij contractmanagement worden benut. Amsterdam heeft hiervoor geen alternatief binnen de gemeente, er zijn immers geen vergelijkbare groepen kritische technische installaties. o de processen Uitvoeren onderzoek en Geven advies (uitgevoerd door de afdeling Onderzoek en Advies) en de innovaties die dat oplevert maken het mogelijk dat beide opdrachtgevers zich voor verschillende watertaken kunnen laten zien als innovatieve partij. Er komen innovaties tot stand die in een andere setting niet gerealiseerd zouden zijn. Zo heeft AGV verschillende innovaties in de zuivering geïntroduceerd en in onderzoek dankzij de nauwe samenwerking met drinkwater.

Als je deze innovatiemotor in stand wilt houden, is voorzetting van de samenwerking op dit punt noodzakelijk. Er blijft dan een grote diversiteit aan deskundigheid op korte afstand, waarmee je snel kunt schakelen als zich nieuwe ontwikkelingen voordoen. Waternet heeft op dit terrein een enorme aantrekkingskracht op de arbeidsmarkt en bij stagiairs en studenten en dat gaat verloren in een andere samenwerkingsvorm. Als het gaat om samenwerking in de overige primaire processen dan kan worden gesteld dat dit leidt tot beperkte synergievoordelen bij de uitvoering van de watertaken voor beide opdrachtgevers. Het zijn zowel schaalvoordelen (doelmatigheid door een groter volume, het verminderen van kwetsbaarheid en het kunnen aantrekken van specialisten) als kwalitatieve voordelen (breed netwerk, interne kennisuitwisseling en ruimte voor innovatie). Met name de goede arbeidsmarktpositie van Waternet wordt door management, medewerkers en ondernemingsraad veel genoemd als belangrijk voordeel. Het is echter moeilijk kwantificeerbaar hoe groot dit voordeel is in de huidige arbeidsmarkt. Schaal- of synergievoordelen in de ondersteunende processen zijn er in potentie zeker maar vooralsnog niet of onvoldoende verzilverd. De basis is niet op orde en vraagt in de komende jaren veel aandacht en investeringen in tijd en geld.

Er is niet of nauwelijks sprake van synergievoordelen als het gaat om de besturende processen. 6

Classificatie: Openbaar

•

De huidige samenwerking levert dus publieke en maatschappelijke meerwaarde. In de benchmarks scoren de opdrachtgevers gemiddeld nog steeds goed op kwaliteit en kosten en heeft Waternet nog steeds de laagste tarieven van de G4. Uit diezelfde benchmarks blijkt overigens dat de kosten voor de ondersteunende processen vaak hoger zijn3. Voordelen van samenwerking worden vooral bij de uitvoering van de watertaken gerealiseerd.

Bevindingen nadelen complexiteit door samenwerking (vraag 2 en 4) • Belangrijkste nadeel verbonden aan de gezamenlijke uitvoering van watertaken is de complexiteit die wordt veroorzaakt door het werken voor meer opdrachtgevers. Inherent aan de huidige vorm van samenwerking is de extra coördinatielast, het gevolg van verschillen in wet- en regelgeving waar opdrachtgevers aan gehouden zijn. Die complexiteit wordt soms vergroot door het verschil tussen publiekrechtelijke (AGV en Amsterdam) en privaatrechtelijke (Amsterdam, drinkwater) taken. Een voorbeeld is de koepelvrijstelling, fiscale complexiteit (die vermindert bij het vervallen ervan). • Opdrachtgevers hebben verschillende wensen ten aanzien van beleid en uitvoeringsniveau. Op onderdelen zijn gezamenlijke keuzes noodzakelijk en dat verkleint de keuzevrijheid (waarbij geldt dat wettelijke vereisten bij de een of de ander leidend zijn bij het maken van gezamenlijke keuzes). Bij samenwerking moeten beide opdrachtgevers bereid zijn op die terreinen een stukje autonomie in te leveren ten gunste van gezamenlijke keuzes voor beleid (bijvoorbeeld inkoop, inhuur) en processen en systemen (bijvoorbeeld assetmanagement, onderhoudsmanagementsysteem). • De ondersteunende processen zijn ingericht voor beide opdrachtgevers en ervaren het meeste nadeel van de geschetste complexiteit.

Daar komt bij dat Waternet deze processen onvoldoende heeft ontwikkeld, waardoor nadelen door complexiteit onvoldoende zijn gemitigeerd en zelfs groter zijn geworden en potentiële schaalvoordelen onvoldoende worden gerealiseerd. Op dit moment is een groot deel van de ondersteunende processen niet op orde en wordt flink geïnvesteerd in verbetering ervan. De systemen en processen zijn op dit moment ontoereikend om adequate en efficiënt stuurinformatie op verschillende niveaus en voor verschillende doeleinden te genereren. Het duurt zeker nog enige jaren om de verbeterprogramma's af te ronden. De vraag is of daarna geen sprake meer is van nadelen. Complexiteit blijft een factor en het op elkaar afstemmen van verschillende P&C-cycli blijft uitdagend en tijdrovend. De vraag is of de potentiële efficiencyvoordelen daartegen opwegen. • Een nadeel van een andere orde is de zichtbaarheid van het waterschap AGV als zelfstandige overheid. Naast AGV staat het merk Waternet voor de arbeidsmarkt, de gezamenlijke taken en de Amsterdamse taken. Maatregelen om de zichtbaarheid van AGV te vergroten zijn genomen, maar dat mitigeert het nadeel onvoldoende. Het is een precair vraagstuk bij het werken met één uitvoeringsorganisatie.

Mitigerende maatregelen en randvoorwaarden voor samenwerking (onderdeel vraag 2) • Voorop staat dat een gezamenlijke uitvoering van watertaken alleen succesvol is als er sprake is van een intrinsieke motivatie is tot samenwerking. Alleen dan kunnen verschillen tussen beide opdrachtgevers op het gebied van sturing, wettelijke kaders, gewenst niveau van uitvoering, identiteit en zichtbaarheid worden overbrugd. • Voor nagenoeg alle watertaken geldt dat uniform en data-gedreven werken en het onder architectuur inrichten van systemen voor alle processen (besturende, primaire en

3 Een deel kan worden verklaard door grote investeringen in de digitale veiligheid en digitalisering bij

Waternet de laatste jaren. 7

Classificatie: Openbaar

ondersteunende processen) een belangrijke voorwaarde is voor het efficiënt uitvoeren van taken voor beide opdrachtgevers. Daar zijn extra investeringen op nodig, interne samenwerking moet op onderdelen worden geïntensiveerd. Voortzetten van het werken aan data-gedreven assetmanagement kan in de toekomst meer voordeel opleveren. • Een andere belangrijke voorwaarde voor samenwerking is gezamenlijke geformuleerde kaders voor uitvoering en een helder onderscheid tussen bestuurlijke sturing op het wat (opdrachtgeverschap) en ambtelijke sturing op het hoe (opdrachtnemerschap). Dat loopt nu onbewust of onbedoeld regelmatig door elkaar of is niet helder afgebakend. Rolzuiverheid en rolvastheid zijn daarbij cruciaal. • Ongeacht het organisatiemodel waar uiteindelijk voor wordt gekozen, zijn verbeteringen in de bedrijfsvoering nodig voor het efficiënt uitvoeren van de watertaken en het verzilveren van de potentie die samenwerking heeft. Dat is tot nu toe onvoldoende het geval geweest. Dit op orde brengen en uitbouwen vraagt om een transitie van de huidige naar de gewenste situatie, een proces dat enkele jaren zal duren. Dit reduceert de complexiteit maar kan deze nooit volledig wegnemen. • Niet zozeer een randvoorwaarde maar wel een belangrijke reden voor samenwerking zijn toekomstige maatschappelijke opgaven die nauwe afstemming en interactie vragen van verschillende partijen.

Het omgaan met klimaatverandering, demografische ontwikkelingen in de regio, de toenemende druk op de openbare ruimte en de ondergrond, de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie, vragen om een sector-overstijgende en gebiedsgerichte aanpak. Om dergelijke watercyclus-overstijgende opgaven het hoofd te bieden, is samenwerking niet alleen tussen AGV en Amsterdam maar ook met allerlei ndere stakeholders in het gebied van groot belang. Nog te verzilveren kansen van samenwerking (antwoord vraag 5) Samenwerken aan de watercyclus via een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie levert kansen en voordelen op. Er is veel potentie voor synergie, een deel ervan is ook verzilverd maar een deel ook nog niet. Dat vraagt extra aandacht en investering op de volgende onderdelen: • Er is te weinig geïnvesteerd in een goede architectuur met bijbehorende processen en systemen. De ondersteunende processen op orde brengen is ongeacht welk organisatiemodel noodzakelijk om nu en straks de uitvoering van de watertaken op een doelmatige wijze te kunnen ondersteunen. Dat reduceert complexiteit en vergroot de doelmatigheid, met positieve effecten op de synergievoordelen. De huidige situatie veroorzaakt de hoge overheadkosten bij Waternet in vergelijking met anderen. Dat is in de afgelopen periode verder toegenomen als gevolg van investeringen in de digitalisering.

Hier ligt sowieso een belangrijke opgave dan wel uitdaging. • Wat betreft de primaire processen in relatie tot assetmanagement geldt dat op onderdelen optimalisaties nodig en mogelijk zijn: de interne samenwerking kan op onderdelen worden geïntensiveerd en/of verbeterd. Verdere investeringen in de ontwikkeling van data-gedreven assetmanagement levert naar verwachting meer kwalitatieve en kostenvoordelen op. • Het ontbreekt aan een gezamenlijke visie op de watercyclus. Het gemeentelijke coalitieakkoord en het bestuursakkoord van het waterschap bepalen wat de gezamenlijke uitvoeringsorganisatie heeft te leveren. Er is geen sprake van een gezamenlijke visie op de watercyclus noch een gezamenlijke vertaling daarvan op de invulling van de watertaken. Recent is een strategische samenwerkingsagenda door beide opdrachtgevers omarmd. Nog niet bepaald is hoe hierop bestuurlijk wordt gestuurd dan wel samengewerkt.

8

Classificatie: Openbaar

Hoofdstuk 1. Aanleiding en doel 1.1 Aanleiding Evaluatie en herijking governance Waternet is een watercyclusbedrijf, dat werkt voor twee opdrachtgevers, Waterschap Amstel Gooi en Vecht en de Gemeente Amsterdam. In 2021 is een traject gestart voor de evaluatie en herijking van de governance, met als doelstelling een betere sturing op de eigen taken door waterschap en gemeente. Niet alleen de bestuurlijke opdrachtgevers zagen aanleiding voor dit traject, ook de Rekenkamer Amsterdam en de Inspectie voor de Leefomgeving en Transport (ILT) constateerden tekortkomingen in de aansturing. Er zijn sindsdien analyses uitgevoerd, bouwstenen ontwikkeld, risico’s geïdentificeerd en varianten uitgewerkt van organisatiemodellen die beter aansluiten bij de wensen en eisen van de beide opdrachtgevers. Dat heeft nog niet geleid tot een definitief bestuurlijk besluit. Verzoek aanvullende informatie Om dat besluit te kunnen nemen, is geconstateerd dat aanvullende informatie nodig is om tot een zorgvuldige duurzame en gelijkwaardige afweging te kunnen komen. Daartoe hebben de Gemeenteraad van Amsterdam en het Algemeen bestuur van AGV een aantal verdiepende en/of aanvullende vragen gesteld. Deze zijn vertaald naar een drietal stappen die elk bouwstenen voor afweging oplevert: 1.

Stap 1: onderzoek variant Ontvlechting De uitwerking van een variant ontvlechting, waarbij de taken van waterschap en gemeente juridisch van elkaar gescheiden worden. Dit onderdeel is extern uitbesteed en door bureau KPMG uitgevoerd. 2. Stap 2: Huidige organisatie en voordelen en nadelen samenwerking Inzicht in de organisatie van de samenwerking op de watertaken op dit moment (stap 2a) en de voor- en nadelen van bestuurlijke en ambtelijke samenwerking en synergie, wat relevant is voor elk organisatie model (stap 2b). Beide onderdelen zijn intern uitgewerkt. 3. Stap 3: Beschrijving afwegingskader en varianten Een gelijkwaardige beschrijving van de varianten Vernieuwde stichting en Stichting B met of zonder een aparte NV drinkwater en de variant Ontvlechting. Plus een beschrijving van het bestuurlijke afwegingskader. Dit vormt een belangrijke bouwsteen voor de bestuurlijke afweging van de varianten. De stappen 1 tot en met 3 worden parallel uitgevoerd. Daar waar van inhoudelijke onderlinge samenhang sprake is, is actief afstemming gezocht. Medio maart dienen alle (extra) bouwstenen gereed te zijn voor bestuurlijke afweging en definitieve keuze.

1.2 Doel rapportage Doel Het doel van deze notitie is op basis van bovenstaande vragen inzicht bieden in van welke synergievoordelen en nadelen sprake is en in hoeverre deze wel of niet uitsluitend bereikt kan worden door deze manier van samenwerking. En of dat voor beide opdrachtgevers gelijk of verschillend ligt. Het bevat relevante achtergrondinformatie voor elke variant en is daarmee een van de bouwstenen voor het maken van de uiteindelijke bestuurlijke keuze.

9

Classificatie: Openbaar

In dit rapport wordt niet voorgesorteerd op de afweging door de bestuurlijke opdrachtgevers, het geeft een zo feitelijk mogelijk beschrijving van de huidige situatie. In het licht van de variant ontvlechting geeft het wel een beeld van wat je als opdrachtgever te verliezen dan wel te mitigeren hebt wanneer voor dit organisatiemodel gekozen wordt. Leeswijzer De opbouw van deze notitie is als volgt. • Hoofdstuk 2: Aanpak Dit hoofdstuk beschrijft de aanpak: wat waren de vragen, wat is de werkwijze die is gehanteerd, op welke wijze zijn synergievoordelen en nadelen van samenwerking geclassificeerd en wat is de stap die nog volgt na oplevering van deze rapportage. • Hoofdstuk 3: Voorgeschiedenis samenwerking watercyclus Dit hoofdstuk geeft op hoofdlijnen aan met welke bedoelingen en hoe het huidige Waternet tot stand is gekomen. En beschrijft in het kort de watertaken die worden uitgevoerd. • Hoofdstuk 4: Uitvoering watertaken op basis van uniform en data-gedreven assetmanagement Dit hoofdstuk bevat een toelichting op de werkwijze van uniform en data-gedreven assetmanagement. Waternet werkt sinds enkele jaren procesgericht aan de uitvoering van de watertaken. De processen zijn als vertrekpunt genomen voor het in beeld brengen van de synergievoordelen en complexiteit.

• In hoofdstuk 5: Bevindingen synergievoordelen en complexiteit per proces In dit hoofdstuk is per proces in beeld gebracht welke afdelingen daaraan werken en welke synergievoordelen en complexiteit er generiek en op procesniveau zijn in de uitvoering van de watertaken als gevolg van de samenwerking.

10

Classificatie: Openbaar

Hoofdstuk 2. Aanpak 2.1 Bestuurlijke vragen Vragen als vertrekpunt De overkoepelende vraag van de bestuurlijke opdrachtgevers is of er door de samenwerking sprake is van publieke meerwaarde. Voor de uitwerking van deze vraag zijn in het najaar van 2023 de volgende bestuurlijke vragen geformuleerd: 1. Waar zitten de huidige financiële, personele en inhoudelijk/technische voordelen van bestuurlijke en ambtelijke samenwerking per taak? En hoe is deze georganiseerd? 2. Waar zitten de uitdagingen (nadelen/risico’s) van de bestuurlijke en ambtelijke samenwerking per taak (denk daarbij ook aan juridische en fiscale belemmeringen)? Op welke manier kunnen deze nadelen worden gemitigeerd, al dan niet door het anders te organiseren? 3. Geef zo objectief mogelijk aan waarom deze samenwerking valt in de categorie ‘need to have’, ‘nice to have’ en ‘niet nodig’? 4. Welke voor- en nadelen zijn er als het gaat om werken binnen 1 organisatie, o.a. in termen van o.a. doelmatigheid, complexiteit, kwaliteit en innovatie, arbeidsmarkt, etc.? 5. Welke samenwerkingskansen zijn tot nu toe nog blijven liggen of worden voorzien, op grond van ontwikkelingen (klimaat/maatschappij)? 2.2 Werkwijze Opdrachtgever en opdrachtnemer Opdrachtgever voor deze stap is het BOGO, gedelegeerd opdrachtgever en opdrachtnemer voor de uitvoering is Koen de Snoo (algemeen directeur Waternet).

Gedelegeerd opdrachtnemer van deze opdracht is Saskia de Haas (directeur Assets en Operatie Waternet). Uitvoering Voor het uitvoeren van deze stap is een opdrachtbeschrijving en aanpak geformuleerd. Voor beantwoorden van bovenstaande bestuurlijke vragen is gebruik gemaakt van kennis en expertise binnen Waternet: • Reeds bestaande informatie over de meerwaarde van de huidige samenwerking (zie bijlage 1). • Gesprekken met relevante stakeholders binnen Waternet en Amsterdam, werkzaam in zowel het primaire proces als de bedrijfsvoering (zie bijlage 2 en bijlage 3). • Gesprekken met de werkgroep Waternet 3.0 van de Ondernemingsraad, het Kernteam, het Governanceteam en de directie. De uitkomst hiervan is verwerkt in dit eindrapport. Tussentijds zijn onderdelen hieruit getoetst bij de desbetreffende geïnterviewden (directieleden en afdelingshoofden), de directie en is een tweetal werksessies voor teamleiders en medewerkers georganiseerd om aanvullende input op te halen. Afbakening en afstemming Voor beiden stappen is door de bestuurlijke opdrachtgevers de vraag gesteld hoe andere waterschappen, drinkwaterbedrijven en gemeenten hun samenwerking op gebied van de uitvoering van watertaken hebben vormgegeven. Om dubbel werk te voorkomen is afgesproken dat KPMG de regie heeft op de beantwoording van deze vraag en daarover dus ook rapporteert in haar eindrapport.

Tussen stap 1 (onderzoek ontvlechting) en stap 2b zit inhoudelijke samenhang als het gaat om de synergievoordelen van de huidige samenwerking. In stap 1 gaat het om het mitigeren van het verlies 11

Classificatie: Openbaar

van synergievoordelen bij splitsing. Het is belangrijk dat uitgegaan wordt van hetzelfde beeld van die synergievoordelen. In stap 2b gaat het om het inzichtelijk maken waar deze synergievoordelen door de huidige samenwerking precies zitten. Niet de watertaken maar processen als vertrekpunt De vragen zijn gericht op het in beeld brengen van de voordelen en nadelen per watertaak. Er is voor gekozen om niet de watertaken centraal te stellen in de aanpak maar de processen als vertrekpunt te nemen. De motivatie voor deze keuze is dat de synergie over het algemeen niet voor een hele watertaak geldt (bijvoorbeeld waterkwantiteit of het produceren van drinkwater), maar wel voor de processen daarbinnen (bijvoorbeeld het onderhouden van gemalen en pompstations). Als we de synergie per watertaak zouden inventariseren, zijn er altijd wel subonderdelen binnen die taak waar synergie verloren gaat en kunnen de voor- en nadelen minder scherp in beeld worden gebracht. Door te kiezen voor deze aanpak ontstaat een genuanceerder beeld. Uniform assetmanagement is een belangrijke voorwaarde voor het genereren van synergie en voor samenwerking binnen en tussen afdelingen. Daarom is hier een apart hoofdstuk aan gewijd (hoofdstuk 4).

Methode beoordeling Voor het beschrijven van voordelen en nadelen is het van belang goed te definiëren wanneer we spreken van een voordeel en wanneer van een nadeel? In beide gevallen gaat het om het beoordelen van voordelen en nadelen van de huidige reeds bestaande samenwerking. Zoals gezegd zijn deze niet gekwantificeerd in termen van geld of fte. Wel is er zoals gevraagd een waardering aan gehangen (need to have, nice to have en niet nodig). In dit rapport wordt een beoordeling per proces volgens de procesplaat gegeven (hoofdstuk 5).

Kwalificatie synergievoordelen:

12

Classificatie: Openbaar

Toelichting: • Categorie 1 ‘niet nodig’ betekent dat de huidige manier van samenwerking niet noodzakelijk is voor het leveren van prestaties en/of het behalen van synergievoordelen. • Categorie 2 ‘nice to have’ betreft synergie die als gevolg van de huidige samenwerking geconstateerd is, maar die ook in een andere vorm of met anderen kan worden gerealiseerd4. • Categorie 3 ‘need to have’ betreft synergievoordelen die uitsluitend behaald zijn of kunnen worden dankzij de samenwerking tussen deze twee opdrachtgevers (het levert grote risico’s op bij splitsing). Kwalificatie nadelen:

Toelichting: • Categorie 1 ‘zeer complex’ betreffen geconstateerde nadelen die direct het gevolg zijn van de gekozen vorm van samenwerken. Dergelijke nadelen kunnen niet binnen het huidige model worden opgelost. • Categorie 2 ‘matig complex’ betreffen geconstateerde nadelen die niet perse direct maar mogelijk wel indirect het gevolg zijn van de gekozen samenwerking. Nadelen in deze categorie kunnen of binnen het huidige model worden geaccepteerd dan wel gemitigeerd of via een alternatief organisatiemodel worden opgelost. • Categorie 3 ‘niet complex’ gaat over nadelen of problemen die spelen of ervaren worden maar die niet het gevolg zijn van het huidige organisatiemodel. Het is in het kader van deze inventarisatie belangrijk te onderscheiden of nadelen, problemen of complexiteit direct het gevolg zijn van het gekozen organisatiemodel (sturing) en dus alleen of vooral oplosbaar door te kiezen voor een alternatief model, of dat er sprake is van nadelen of problemen die op een bedrijfsmatige wijze tot verbeteringen moeten leiden. Disclaimers De bedoeling van stap 2b is om aan de hand van de bestuurlijke vragen een zo objectief mogelijk beeld te schetsen van voordelen en nadelen van samenwerken aan de watercyclus.

Daarbij is het in het kader van verwachtingen van belang het volgende op te merken: • Bij de beantwoording is zo dicht mogelijk bij de gestelde bestuurlijke vragen gebleven en de antwoorden zijn overwegend kwalitatief van karakter. Het geeft inzicht in de synergievoordelen en de complexiteit als gevolg van de samenwerking. Dat wil niet zeggen dat synergie niet ook op een andere manier gerealiseerd kan worden. En het wil ook niet zeggen dat alle complexiteit direct gekoppeld kunnen worden aan de gekozen vorm van samenwerking. In de rapportage is dit onderscheid zo goed mogelijk benoemd. Of en hoe de voordelen opwegen tegen de nadelen of omgekeerd maakt geen onderdeel van deze rapportage.

4 Er zijn verschillende vormen van synergie, gerelateerd aan kwaliteit, doelmatigheid, innovatiekracht of positie op de

arbeidsmarkt. Waar dit gerelateerd kan worden aan de schaal van Waternet, wordt dat expliciet benoemd.

13

Classificatie: Openbaar

•

•

•

Er is geen financiële onderbouwing gegeven van de voordelen van samenwerking (doelmatigheid, benchmarks). De tijd is daarvoor de belangrijkste beperking, verwezen wordt naar een rapport uit 20215. Ook is niet gekwantificeerd of de samenwerking leidt tot betere inhoudelijke prestaties op de watertaken ten opzichte van anderen. Ook daarvoor wordt verwezen naar het eerdergenoemde rapport. Er is gekozen voor de uitvoering van deze opdracht niet de watertaken maar de processen als vertrekpunt te nemen. De uitvoering van de watertaken voor beide opdrachtgevers verlopen allemaal volgens een reeks van processen. Synergievoordelen van samenwerking gelden over het algemeen niet voor een hele watertaak (bijvoorbeeld waterkwantiteit of het produceren van drinkwater) maar wel voor processen daarbinnen (bijvoorbeeld het onderhouden van gemalen en pompstations). De daar bereikte synergie draagt bij aan het realiseren van de doelen of effecten per watertaak, maar het betekent niet dat in de hele watertaak dezelfde synergie wordt bereikt. Door de synergie per proces binnen de watertaken te bekijken, ontstaat een genuanceerder beeld. In deze samenvatting is beknopt aangegeven welke voordelen en nadelen de samenwerking oplevert, in het rapport is dat ook per opdrachtgever gedaan.

Hoe andere waterschappen, gemeenten en drinkwaterbedrijven onderling samenwerken was aanvankelijk ook onderdeel van de set van bestuurlijke vragen voor deze opdracht. Omdat een vergelijkbare vraag ook gesteld is in het kader van het onderzoek naar Ontvlechting door KPMG, is besloten deze vraag niet twee keer te beantwoorden. In de rapportage van het onderzoek naar Ontvlechting is het antwoord op deze vraag aan de hand van een aantal voorbeelden uitgewerkt.

Externe validatie Omdat stap 2b door Waternet zelf wordt uitgevoerd en op onderdelen (de in beeld gebrachte synergie) ook input aanlevert voor de uitvoering van stap 1, is een externe reflectie op de aanpak en de inhoud van dit onderzoek gewenst: zijn de antwoorden op een zorgvuldige, voldoende objectieve en aannemelijke wijze onderbouwd? En vormt het daarmee een bestuurlijk bruikbare bouwsteen voor de bestuurlijke afweging? Voor deze externe reflectie wordt een commissie samengesteld die gevraagd wordt deze validatie uit te voeren. Het advies dat daaruit volgt als aanvulling op de bouwsteen aangeboden worden aan het OGO en BOGO.

5 Rapportage Onderbouwing meerwaarde samenwerking watertaken AGV en Amsterdam, Waternet juli 2021.

14

Classificatie: Openbaar

Hoofdstuk 3. Voorgeschiedenis en samenwerking watercyclus 3.1 Integratie waterketen en watersysteem Gefaseerde oprichting huidige stichting Waternet In het kader van de opdracht voor het in beeld brengen van de voordelen en nadelen van de samenwerking aan de watertaken, is het goed een globaal beeld te hebben van de gefaseerde oprichting en bestuurlijke bedoelingen van de Stichting Waternet. Dit is eerder uitgebreid in beeld gebracht in de eindrapportage ‘Onderbouwing meerwaarde samenwerking watertaken Amsterdam en AGV’, op verzoek van de bestuurlijke opdrachtgevers door de directie opgesteld in 2021. Onderstaand een overzicht op hoofdlijnen (zie ook paragraaf 3.2). Oprichting Dienst Waterbeheer en Riolering in 1997 Het integraal werken aan de watercyclus en de oprichting van de Stichting Waternet is gefaseerd tot stand gekomen. Deze is gestart in 1997, met de oprichting van de Dienst Waterbeheer en Riolering (DWR). De taken van DWR waren de beleidsvoorbereiding en uitvoering ten aanzien van alle waterschapstaken van AGV en de aanleg en het beheer van de riolering, de zorg voor het ondiepe grondwater en de aanleg en het onderhoud van de natte infrastructuur voor de gemeente Amsterdam.

De oprichting van een gemeenschappelijke operationele organisatie bood een goede waarborg voor behartiging van de belangen van alle deelnemende partijen en het afvalwaterbeheer (riolering en zuivering) werd hierdoor integraal georganiseerd. Er zijn indertijd diverse rechtsvormen voor deze gemeenschappelijke organisatie onderzocht: een naamloze vennootschap (N.V.), stichting en de gemeenschappelijke regeling. Belangrijk uitgangspunt hierbij was dat de gemeente Amsterdam en het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) zelfstandig verantwoordelijk zouden blijven voor de eigen publiekrechtelijke taken. De conclusie was dat een stichting de meeste mogelijkheden bood om te voldoen aan de uitgangspunten, waarbij taken in mandaat vervuld worden en de eindverantwoordelijkheid geheel blijft berusten bij AGV en de Gemeente Amsterdam. Integratie waterbeheer, riolering en drinkwater in 2011 Na een periode waarin een groot aantal drinkwaterbedrijven in Nederland fuseerden, werd in 2005 gekozen voor een fusie van DWR en Waterleidingbedrijf Amsterdam (WLB). Hiervoor is in 2005 een aanvullende samenwerkingsovereenkomst gesloten en is de naam DWR gewijzigd in Waternet (Samenwerkingsovereenkomst, 2005).

In de overwegingen van deze aanvullende overeenkomst is onder andere opgenomen “dat de samenwerking tussen Amsterdam, AGV en DWR succesvol is gebleken” en “dat Amsterdam en AGV met de samenvoeging van DWR en WLB beogen een geïntegreerd waterketen- en watersysteembedrijf te bewerkstelligen, dat zowel de beleidsvoorbereiding en uitvoering van de (drink)watervoorziening, het waterkwaliteitsbeheer, het waterkwantiteitsbeheer, de waterkeringen, de riolering, het ondiepe en de natte infrastructuur verzorgt”. Ook in deze overeenkomst staan limitatieve ontbindingsgronden, waaruit door omkering positieve doelen voor meerwaarde kunnen worden afgeleid, bijvoorbeeld prestaties op (drink)waterkwaliteit en leveringszekerheid. Er was bij de fusie ook een besparingsdoelstelling: “de structurele besparingen van de samenvoeging liggen in de orde van grootte van € 8,4 miljoen.” Andere doelen waren onder andere: betere mogelijkheid om strategie en beleidsvorming integraal af te stemmen; versterking van de klantfocus en verbetering van de dienstverlening aan de klanten; versterking van de arbeidsmarktpositie; vergroting van het ontwikkelingspotentieel (Gemeente Amsterdam, 2005). 15

Classificatie: Openbaar

Integratie nautisch beheer 2011 Per 1 januari 2011 is de dienst Binnenwaterbeheer Amsterdam (BBA) ingebracht in de stichting Waternet. Hiertoe werd een derde (aanvullende) samenwerkingsovereenkomst opgesteld (2010). BBA was verantwoordelijk voor het nautisch beheer in de gemeente Amsterdam. Een belangrijk onderdeel van het nautisch beheer is de brugbediening. In de voordracht voor de gemeenteraadsvergadering van 7 juli 2010 staan de synergievoordelen opgesomd, waaronder een betere borging van kwaliteit voor alle gezamenlijke werkzaamheden (van Amsterdam en AGV) zoals handhaving en brugbediening, een sterkere positie als aanspreekpunt en partner voor nautisch- en vaarwegbeheer, gezamenlijk beleid voor de beleving en het gebruik van het water. In 2020 is het nautisch beheer grotendeels teruggegaan naar de gemeente. De vergunningverlening voor onder meer de rondvaart was sinds 2011 vooral een vraagstuk van economische ordening, waarvoor Waternet minder goed was toegerust en de handhaving op het water kon binnen de gemeentelijk directie THOR nauwer samenwerken met de handhaving op het land. De brugbediening is bij Waternet gebleven. 3.2 Onderbouwing meerwaarde samenwerking watertaken in 2021 Opdracht aan directie Er is al eerder onderzoek gedaan naar de voordelen of meerwaarde van de samenwerking, in het kader van de evaluatie en herijking van de governance.

In 2021 hebben beide bestuurlijke opdrachtgevers aan de directie van Waternet de opdracht gegeven om “bewijsvoering aan te leveren in hoeverre en waar er meerwaarde is door de samenwerking in de watercyclus, nu en in de toekomst”. Vanuit de opdrachtgevers werd expliciet aangegeven dat zij hechtten aan het perspectief van de directie c.q. de organisatie Waternet op de meerwaarde. In dat kader is een zestal vragen beantwoord, verwoord in het eerder genoemde rapport Onderbouwing meerwaarde samenwerking watertaken gemeente Amsterdam en waterschap AGV (juli 2021). Vraagstelling en conclusies Het verzoek is door de directie van Waternet vertaald in de volgende vraag: in hoeverre en waar is er aantoonbare meerwaarde gerealiseerd door de samenwerking? Om deze vraag te beantwoorden zijn de volgende zes deelvragen geformuleerd, beantwoord in het eindrapport. De conclusies ten aanzien van deze vragen waren destijds de volgende. (1) Wat waren de oorspronkelijke bedoelingen ten aanzien van de inhoudelijke integratie van alle wateraspecten en de bestuurlijke samenwerking in één uitvoeringsorganisatie? In welke historische context zijn deze bestuurlijke doelstellingen opgesteld? Met de oprichting van een gemeenschappelijke organisatie is een integraal waterbeheer en een samenhangend en doelmatig beleid en beheer beoogd met betrekking tot alle aspecten van de waterhuishouding.

Dit kan beschouwd worden als het overkoepelende hoofddoel van de samenwerking en vormt de basis voor de vraag welke meerwaarde dit heeft opgeleverd. De oprichting van een gemeenschappelijke operationele organisatie bood een goede waarborg voor behartiging van de belangen van alle deelnemende partijen. (2) Welke voor waterschap AGV en gemeente Amsterdam relevante maatschappelijke en politiekbestuurlijke trends en ontwikkelingen hebben zich in de afgelopen jaren voorgedaan en welke aanvullende gezamenlijke doelen of opgaven vloeiden daaruit voort?

16

Classificatie: Openbaar

Trends en ontwikkelingen zorgden voor een aanvulling van de in de samenwerkingsovereenkomsten afgesproken doelen en opgaven (zoals klimaatadaptatie, energietransitie, circulaire economie en biodiversiteit). Strategische nationale en internationale afspraken moe(s)ten door vertaald worden. De genoemde trends vroegen en vragen om een actieve positie in te nemen in regionale en nationale netwerken. (3) In hoeverre, wanneer en waar zijn kostenbesparingen gerealiseerd in de afgelopen 25 jaar, uitgaande van de door opdrachtgevers bepaalde ambities en besparingsdoelstellingen? Doelmatigheid (het nastreven van efficiency) en daarmee het realiseren van besparingen is mogelijk geweest door het benutten van schaalvoordelen en synergie van geïntegreerd waterbeheer in de gemeenschappelijke organisatie. Overigens zijn ook andere organisaties in het land doelmatiger gaan werken, door intensievere samenwerking tussen met name gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven, en verbeterd assetmanagement. Waternet heeft de bestuurlijk overeengekomen en vastgelegde besparingsdoelstellingen ruimschoots behaald. In de periode vanaf 1997 tot de oprichting van Waternet in 2006 is geen sprake van bestuurlijke besparingsopdrachten. De fusie had weliswaar onder andere doelmatigheid en efficiency tot doel, maar zonder financiële doelstelling. Voor Waternet golden deze doelstellingen wel.

In totaal is over de periode 2007 tot en met 2021 structureel 45 miljoen euro per jaar bespaard. Primaire doelstellingen bedroegen bij elkaar 23 miljoen euro. Lopende de periode zijn de doelen aangevuld met taakstellingen door de opdrachtgevers tot een totaal van 37 miljoen euro. (4) Welke prestaties zijn geleverd op a) de formeel overeengekomen doelen en b) aanvullende doelen voortvloeiend uit relevante trends en ontwikkelingen? Waternet heeft prestaties geleverd op overeengekomen doelen (a), zoals vastgelegd in de verschillende samenwerkingsovereenkomsten, en op aanvullende doelen (b). (a) Op het overeengekomen hoofddoel In concrete voorbeelden is te zien hoe integraliteit en samenhang van wateraspecten tot meerwaarde in prestaties leidt. Ook zit er meerwaarde in het integrale assetmanagement, dat het primaire proces van Waternet is. In de evaluatie van 2002 staat dat medewerkers zich zowel rekenschap geven van de verantwoordelijkheden van het waterschap als van de gemeente, en dat netwerken elkaar versterken. Wat betreft het geïntegreerd nautisch en vaarwegbeheer is de bedoeling maar in beperkte mate gerealiseerd. Wel voor de brugbediening maar niet voor het nautisch beheer, vergunningverlening en handhaving. (b) Op aanvullende doelen Waternet heeft een groot innovatief vermogen en een internationale reputatie.

Waternet heeft invulling gegeven aan de 1 loket benadering in dienstverlening en is interessant voor talent op de arbeidsmarkt. Waternet kan in netwerken waardevolle strategische inbreng geven door de combinatie van perspectieven van waterschap, gemeente en drinkwaterbedrijf. Op nieuwe maatschappelijke opgaven (zoals klimaatadaptatie, energietransitie, circulair en biodiversiteit) zijn concrete producten en resultaten geleverd, waarbij geprofiteerd is van de integrale benadering. (5) Hoe presteert Waternet op de uitvoering van watertaken in benchmarks met andere organisaties, in beheergebieden met fysiek gezien vergelijkbare omstandigheden? 17

Classificatie: Openbaar

De doelmatigheid vertaalt zich in de tarieven en is niet ten koste gegaan van kwaliteit. Amsterdam kent van de G4 de laagste waterrekening voor alle wateraspecten samen, op basis van berekening van het ‘watercyclustarief’, vergeleken in de periode 2011-2021. In de benchmarks op prijs en kwaliteit zijn de resultaten van AGV/Waternet vaak gemiddeld of beter dan gemiddeld. Ook blijft de schuldquote van AGV binnen de afspraak van maximaal 400%. (6) Wat zijn de huidige (maatschappelijke) opgaven ten aanzien van de watertaken voor de bestuurlijk opdrachtgevers? In hoeverre hebben de maatschappelijke, beleidsmatige en politiekbestuurlijke ontwikkelingen gevolgen voor de doelstellingen van samenwerking? De huidige (maatschappelijke) opgaven ten aanzien van de watertaken en de maatschappelijke, beleidsmatige en politiek-bestuurlijke ontwikkelingen hebben gevolgen voor de doelstellingen van samenwerking: meer sector-overstijgend en maatschappelijk dan integraal waterbeheer, en meer gericht op bestuurlijke afstemming. Waternet behoort tot de top 5 Leading Utilities in the World. Door deze positie is Waternet een aantrekkelijke samenwerkingspartner in internationale onderzoeksprojecten. Daarmee heeft Waternet een stem in het wateronderzoek in Nederland. Waternet realiseert een belangrijk aandeel van Europese en nationale subsidies voor zijn innovatieprojecten.

Jaarlijks ontvangt Waternet ca 2 miljoen euro aan onderzoeksubsidies. Dat levert ook belangrijke financiële voordelen op. 3.3. Reflectie externe Validatiecommissie Verzoek Het BOGO heeft Commissie ‘Validatie meerwaarde samenwerking watertaken gemeente Amsterdam en waterschap AGV’’ (bestaande uit dhr. C. Verdaas, mevr. R. Doedel en dhr. J. Broere) in de zomer van 2021 gevraagd een onafhankelijk oordeel te vellen over de door Waternet geleverde onderbouwing van de meerwaarde van de samenwerking in de afgelopen periode. Reflectie Commissie Dat leverde de volgende reflectie op: • De Commissie vindt de kwaliteit van de beantwoording van de deelvragen door Waternet goed. Het eindrapport levert een kwalitatief en kwantitatief goed onderbouwd en geloofwaardig beeld op over de meerwaarde van de samenwerking in de afgelopen periode. • De Commissie herkent zich in het positieve beeld over de gerealiseerde resultaten. Waternet heeft zich ingespannen om beschikbare informatiebronnen te ontsluiten en daar een helder beeld van te geven. • Voor de synergie in beleid tussen de twee opdrachtgevers zijn positieve voorbeelden te noemen, maar vraagt het nadere uitwerking wat de mogelijkheden zijn voor het versterken van de beleidsinhoudelijke synergie (met behoud van de synergie in assetmanagement processen).

• Wat betreft de doorkijk naar de toekomst, zoals die in de notitie wordt gegeven (trends, toekomstperspectief en opgaven), vindt de Commissie de formuleringen nog te abstract.

18

Classificatie: Openbaar

4. Uitvoering watertaken op basis van uniform en datagedreven assetmanagement 4.1 Uitvoering watertaken Waternet werkt in opdracht van de gemeente Amsterdam en het waterschap AGV op integrale en maatschappelijke wijze werkt aan de watercyclus. Daarvoor worden onderstaande taken uitgevoerd. Zie ook de notitie voor stap 2a, waarin wordt beschreven hoe de uitvoering van deze watertaken binnen Waternet is georganiseerd. Beheergebied De uitvoering van de watertaken voor waterschap AGV en de gemeente Amsterdam vinden plaats in onderstaand beheersgebied.

Watertaken AGV Voor Waterschap Amstel, Gooi en Vecht voert Waternet de volgende taken uit: • Waterveiligheid • Waterkwantiteitsbeheer (wateroverlast, droogte, peilbesluiten, grondwater, waterlopen, nautisch beheer, vergunningverlening & handhaving) • Waterkwaliteitsbeheer (KRW, zwemwater, vergunningverlening & handhaving) • Afvalwaterzuivering • Strategische programma’s (zie onder bij ‘maatschappelijke opgaven’) Watertaken Amsterdam Voor de gemeente Amsterdam voert Waternet de volgende taken uit: • Drinkwater (productie, distributie, bron- en natuurbeheer) • Rioleringszorg (incl. zorgplicht hemelwater) • Waterbeheertaken: o Grondwaterzorg o Binnenwaterbeheer (baggeren en drijfvuilvissen) o Brug- en sluisbediening • Strategische programma’s (zie onder bij ‘maatschappelijke opgaven’) Maatschappelijke opgaven In opdracht van waterschap AGV en de gemeente Amsterdam werkt Waternet door middel van strategische programma’s aan de volgende onderwerpen: • Energietransitie • Klimaatadaptatie • Circulaire economie (circulariteit) 19

Classificatie: Openbaar

Daarnaast is in 2022 een strategische samenwerkingsagenda opgesteld door Amsterdam en AGV. Deze is begin 2023 door beide besturen vastgesteld. Naast de drie strategische programma’s die hierboven zijn benoemd, zijn hierin nog drie thema’s opgenomen: • Waterkwaliteit, biodiversiteit en Kaderrichtlijn Water 2027 (KRW) • Bruggen en kademuren, in samenhang met boezemplan • Het ontwikkelen van een gezamenlijk inhoudelijke toekomstvisie 4.2 Het assetmanagementproces Assets voor de uitvoering van watertaken De watertaken worden uitgevoerd met behulp van assets. Voor het werk aan en met de assets van beide opdrachtgevers is een uniform proces ingericht. Assets zijn bijvoorbeeld gemalen, sluizen, bruggen, waterlopen, waterkeringen, leidingen, riolen, pompen, zuiverings- en drinkwaterproductieinstallaties. Voor deze assets worden maatregelen gepland, vindt (her)inrichting en bouw plaats, en assets worden bediend, bewaakt en onderhouden. Dit samen is assetmanagement, waarbij afwegingen nodig zijn tussen prestaties, risico’s en kosten.

De staat en prestaties van de assets De assets en de omgeving ervan worden complexer. Het is daarom belangrijk om continu goed zicht te hebben op de staat en prestaties van de assets. Dit is nodig voor de opdrachtgevers (asseteigenaren) om ten behoeve van de watertaken met behulp van die informatie de juiste keuzes te kunnen maken: het is een afweging van de vereiste prestaties, acceptabele risico’s en kosten. Het wordt voorbereid door medewerkers in de processen beleid en maken plannen (assetmanagers). In het proces programmeren wordt het vastgestelde beleid vertaald in uitvoeringsprogramma’s. Die programma’s worden uitgevoerd door de serviceproviders bedienen (asset-user), ontwerpen, uitvoeren en onderhouden. Ook voor het ondersteunend proces onderzoek en advies wordt een uitvoeringsprogramma gemaakt. 20

Classificatie: Openbaar

Uniform procesmanagement Om op deze manier te kunnen werken, is het van belang dat informatie over de assets toegankelijk en bereikbaar is voor iedereen die er mee moet werken. Dat lukt alleen als er op een procesgerichte, uniforme manier wordt gewerkt, zodat informatie op dezelfde manier wordt ingezameld, verwerkt en ontsloten. Als informatie op verschillende manieren wordt beheerd en slecht toegankelijk is, kun je die niet gebruiken bij het assetmanagement. Digitalisering van processen (datagedreven assetmanagement) maakt dat we in de toekomst ook steeds slimmer kunnen werken: je kunt dan nog beter voorspellen wanneer je het best onderhoud kunt plegen of een installatie moet renoveren. Ook dat is alleen mogelijk als je werkt met uniforme processen en het bijbehorende assetinformatiemanagement en digitale systemen. Niet alleen bij Waternet wordt het assetmanagement geprofessionaliseerd: veel voorbeelden, zoals de bruggen van Rijkswaterstaat of de Bruggen en Kades van Amsterdam, maken duidelijk dat het niet goed in beeld hebben van je assets tot onaangename en dure verrassingen kan leiden. 4.3 Stand van zaken bij Waternet Implementatie uniform assetmanagement In 2017 is Waternet gestart met het uniformeren van de assetmanagementprocessen. De bedoeling was ook de andere processen te stroomlijnen en te uniformeren.

Dit is door andere prioriteiten en de governancediscussie blijven liggen. Bij assetmanagement is de uniformering en digitalisering wél voortgezet, al heeft het tempo ook daar te lijden gehad onder andere prioriteiten. Vooral de bijbehorende digitalisering is vertraagd door de focus op digitale veiligheid. Inmiddels zijn alle processen geüniformeerd en wordt hard gewerkt aan het verder uitrollen van de digitale ondersteuning ervan en van het assetinformatiemanagement. De vruchten worden in toenemende mate geoogst: • de verbeterde werkwijze is zichtbaar voor het bestuur in bijvoorbeeld masterplannen en projectrapportages; • het is merkbaar op de werkvloer, omdat steeds vaker op locatie alle assetinformatie beschikbaar is en werkzaamheden direct kunnen worden vastgelegd, zodat efficiënter en veiliger kan worden gewerkt. Dit laatste is extra van belang en zelfs een voorwaarde bij de huidige arbeidsmarkt: er zijn steeds minder medewerkers die jaren achtereen hetzelfde werk doen en de installaties van haver tot gort kennen. In opdracht van de gemeente Amsterdam heeft Het Strategiekantoor (HSK) een onderzoek uitgevoerd naar de watertaken van Amsterdam: welke zijn dat en hoe worden deze uitgevoerd.

HSK stelt in zijn onderzoek vast: “Er zijn sinds 2021 door Waternet duidelijk stappen voorwaarts gezet in het professionaliseren van de assetmanagementketen: centrale afdeling Programmeren, implementatie van procesgericht werken en invoering integraal projectmanagement (afdeling Projecten).” 4.4 Uniformiteit en digitalisering als randvoorwaarde bij samenwerking Keuze om samen uniform te werken Het uniforme assetmanagement en de digitalisering er van kan in allerlei organisatie- en samenwerkingsvormen in stand worden gehouden. Dit vraagt echter wel om een duidelijke keuze van de verschillende opdrachtgevers om volgens dezelfde uniforme werkprocessen en digitalisering te werken. Als samenwerkingspartners ieder op hun eigen manier assetmanagement bedrijven, ontstaat verlies aan efficiency voor beide opdrachtgevers: de eenheden die voor hen werken, 21

Classificatie: Openbaar

moeten dit dan in verschillende systemen en volgens verschillende werkwijzen doen en kunnen dan niet de efficiency bereiken die je met de samenwerking beoogt. Voor het implementeren van datagedreven uniform assetmanagement is schaalgrootte van belang: het gaat om grote investeringen, de omvang van het gebundelde werk is groot. De marginale meerkosten van nieuwe systemen neemt daardoor af. Ook is het makkelijker om specialisten aan te trekken die je er bij nodig hebt. Een dergelijke samenwerking op het gebied van assetmanagement kan ook met andere partijen worden opgebouwd. Het betreft werkzaamheden voor de watertaken, waarbij beide opdrachtgevers al jaren profiteren van stabiele uitvoering en goede prestaties in de benchmarks. Verlies voor beide opdrachtgevers is dan dat die robuustheid opnieuw moet worden opgebouwd en de investeringen in de uniforme processen en digitale systemen die inmiddels hebben plaatsgevonden voor een belangrijk deel teniet worden gedaan. Dit geldt voor opdrachtgever AGV, die een nieuwe samenwerkingsvorm zou moeten opbouwen, maar ook voor Amsterdam, waar geen andere grote groepen technische assets zijn met een vergelijkbaar belang qua bedrijfscontinuïteit en leveringszekerheid als bijvoorbeeld bij drinkwater.

22

Classificatie: Openbaar

5. Bevindingen synergievoordelen en complexiteit per proces 5.1 Processen als vertrekpunt Processen Waternet Binnen Waternet wordt, zoals ook aangegeven in hoofdstuk 4, procesgericht gewerkt. Voor de assetmanagementprocessen is deze manier van werken geïmplementeerd. Voor de bestuurlijke processen, de overige operationele processen en ondersteunende processen geldt dit in veel mindere mate. Er is gedefinieerd welke processen daartoe behoren, maar deze zijn grotendeels nog niet op het gewenste niveau beschreven of er wordt nog niet op die manier mee gewerkt.

Omdat de besturende en ondersteunende processen nog niet uniform gedefinieerd en operationeel zijn, zijn de indeling en namen ook nog niet definitief.

Er zijn dus drie typen processen: besturende processen, primaire processen en ondersteunende processen. In dit hoofdstuk is per proces het volgende aangegeven: • Welke afdelingen werken aan welke processen? • Binnen welke processen is sprake van synergievoordelen? • Waar is sprake van complexiteit als gevolg van de samenwerking? Voor elk proces is in de kantlijn aangegeven hoe de synergievoordelen en complexiteit worden gekwalificeerd op basis van de opgehaalde kennis en ervaringen. Voordelen van samenwerking tussen beide opdrachtgevers:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14402433/1